2012-02-09 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2012-02-09 12:00:00 +00:00
parent 18317f585d
commit e209583320

View file

@ -2636,13 +2636,17 @@ Als het voornemen is uitgebracht zonder dat een nader gehoor heeft plaatsgehad e
#### 2.3. Beschikbaarheid in AC Schiphol
Wanneer een vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden voor toegang als bedoeld in artikel 5, eerste lid, SGC dan wel artikel 3 Vw en aan de buitengrens te kennen geeft asiel te willen aanvragen, wordt op aanwijzing van het Hoofd van de IND, de toegang geweigerd en wordt op grond van artikel 6, eerste lid, juncto tweede lid, Vw het AC Schiphol aangewezen als plaats of ruimte waar de vreemdeling zich dient op te houden (zie C9/2.1.1.1). Deze maatregel blijft gelden gedurende de gehele periode dat de vreemdeling in AC Schiphol verblijft. Na afwijzing van de asielaanvraag in de algemene asielprocedure, wordt de maatregel voortgezet in een grenslogies.
Wanneer de asielaanvraag in de algemene asielprocedure in AC Schiphol wordt afgewezen, wordt de maatregel van artikel 6 Vw in beginsel voortgezet in een grenslogies. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in dat geval een nieuwe plaatsingsbeschikking en wijst daarbij het grenslogies aan als plaats waar de maatregel ten uitvoer wordt gelegd.
Dit is echter anders wanneer er sprake is van een Amv. Indien er na afloop van de algemene asielprocedure in het AC geen twijfel bestaat omtrent de minderjarigheid, wordt een Amv niet geplaatst in een grenslogies. De Amv komt in dat geval in aanmerking voor opvang op grond van artikel 3, derde lid, en onder b, Rva.
Voor vreemdelingen van wie de vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59 Vw en die de algemene asielprocedure in AC Schiphol doorlopen, geldt voor wat betreft de beschikbaarheid het gestelde in C9/2.1.3.
Wanneer een vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden voor toegang als bedoeld in artikel 5, eerste lid, SGC dan wel artikel 3 Vw en aan de buitengrens te kennen geeft asiel te willen aanvragen, wordt op aanwijzing van het Hoofd van de IND, de toegang geweigerd en wordt op grond van artikel 6, eerste lid, juncto tweede lid, Vw het AC Schiphol aangewezen als plaats of ruimte waar de vreemdeling zich dient op te houden (zie C9/2.1.1.1). Deze maatregel blijft gelden gedurende de gehele periode dat de vreemdeling in AC Schiphol verblijft. Na afwijzing van de asielaanvraag in de algemene asielprocedure, kan de maatregel voortgezet worden in een grenslogies, indien de vertrektermijn op grond van artikel 62, tweede lid Vw is bekort. Artikel 5.1b Vb is van overeenkomstige toepassing. Zie ook paragraaf C22/2.
De voortzetting van de maatregel dient gemotiveerd te worden aan de hand van de gronden, zoals genoemd in artikel 5.1a en 5.1b Vb.
Wanneer de asielaanvraag in de algemene asielprocedure in AC Schiphol wordt afgewezen, wordt de maatregel van artikel 6 Vw in beginsel voortgezet in een grenslogies. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in dat geval een nieuwe plaatsingsbeschikking en wijst daarbij het grenslogies aan als plaats waar de maatregel ten uitvoer wordt gelegd.
Dit is echter anders wanneer er sprake is van een Amv. Indien er na afloop van de algemene asielprocedure in het AC geen twijfel bestaat omtrent de minderjarigheid, wordt een Amv niet geplaatst in een grenslogies. De Amv komt in dat geval in aanmerking voor opvang op grond van artikel 3, derde lid, en onder b, Rva.
Voor vreemdelingen van wie de vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59 Vw en die de algemene asielprocedure in AC Schiphol doorlopen, geldt voor wat betreft de beschikbaarheid het gestelde in C9/2.1.3.
2012257008-02-201227-01-2012WBV2012/12012257008-02-201227-01-2012WBV2012/109-02-2012
### 3. Termijnen in de algemene asielprocedure
@ -3744,13 +3748,32 @@ De rechtsgevolgen van de afwijzende beschikking zijn beschreven in artikel 45 Vw
Het belangrijkste rechtsgevolg is dat de vreemdeling niet langer op grond van artikel 8, onder f, Vw rechtmatig in Nederland verblijft. Dit laat onverlet dat er een andere grond kan zijn waarop de vreemdeling wel rechtmatig in Nederland verblijft.
### 2. Vertrektermijnen
### 2. Vertrektermijnen en inreisverboden
Op grond van artikel 62, tweede lid, Vw dient de vreemdeling, indien hij geen gebruik maakt van de mogelijkheid beroep in te stellen, na het verstrijken van de beroepstermijn Nederland onmiddellijk uit eigen beweging te verlaten. De rechtsgevolgen van de beschikking treden dus in werking onmiddellijk na het verstrijken van de beroepstermijn.
De algemene termijn voor het instellen van beroep is vier weken. Gedurende deze termijn heeft de vreemdeling nog rechtmatig verblijf.
Indien de afwijzende beschikking in de algemene asielprocedure in het AC is gegeven, geldt eveneens een vertrektermijn van vier weken, tenzij de afgewezen asielaanvraag een tweede of volgende asielaanvraag betreft (artikel 62, derde lid, aanhef en onder c, Vw). Gedurende deze vertrektermijn heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf, maar wel recht op opvang op grond van artikel 5 Rva. Dit laat onverlet dat de vreemdeling op grond van artikel 59 Vw in bewaring kan worden gesteld. In deze gevallen bedraagt de termijn voor het instellen van beroep op grond van artikel 69, tweede lid, Vw één week. De vreemdeling wordt terstond in de gelegenheid gesteld een raadsman te raadplegen.
Op grond van artikel 73, vijfde lid, Vw dient de vreemdeling, indien hij geen gebruik maakt van de mogelijkheid beroep in te stellen, na het verstrijken van de beroepstermijn Nederland onmiddellijk uit eigen beweging te verlaten. De rechtsgevolgen van de beschikking treden dus in werking onmiddellijk na het verstrijken van de beroepstermijn.
De algemene termijn voor het instellen van beroep is vier weken. Gedurende deze termijn heeft de vreemdeling nog rechtmatig verblijf.
Voor wat betreft de vertrektermijnen wordt verwezen naar artikel 62, Vw in combinatie met artikel 62 a, Vw. De vreemdeling wordt onder andere opgedragen onmiddellijk Nederland te verlaten, indien:
een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken;
hij een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Indien de afwijzende beschikking in de algemene asielprocedure in het AC is gegeven, geldt een vertrektermijn van vier weken. Gedurende deze vertrektermijn heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf, maar wel recht op opvang op grond van artikel 5 Rva. Dit laat onverlet dat de vreemdeling op grond van artikel 59 Vw in bewaring kan worden gesteld. In deze gevallen bedraagt de termijn voor het instellen van beroep op grond van artikel 69, tweede lid, Vw één week. De vreemdeling wordt terstond in de gelegenheid gesteld een raadsman te raadplegen.
Indien ten aanzien van de vreemdeling reeds eerder een terugkeerbesluit is uitgebracht, bijvoorbeeld bij de afwijzing van een eerdere aanvraag (asiel en regulier), wordt er niet opnieuw een terugkeerbesluit uitgebracht. Gelet op artikel 62a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, krijgt de vreemdeling in een dergelijk geval geen nieuwe vertrektermijn.
In het geval de bij het eerste terugkeerbesluit gegeven vertrektermijn ongebruikt is verstreken, of in het geval aanleiding bestaat op grond van artikel 62, tweede lid, Vw om de vertrektermijn te verkorten, dan wel te bepalen dat de vreemdeling onmiddellijk Nederland moet verlaten, wordt aan het afwijzende besluit tevens een inreisverbod gekoppeld. Met betrekking tot de mogelijkheden om een inreisverbod uit te vaardigen, wordt verwezen naar hoofdstuk A5.
2012257008-02-201227-01-2012WBV2012/12012257008-02-201227-01-2012WBV2012/109-02-2012
### 3. Beëindiging voorzieningen en bevoegdheid ontruimen