From e259a2913c1d05ce3fb4a6cae93334d6467fe4a4 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Aug 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-08-01 | BWBR0010646 | Uitvoeringsbesluit WEB --- .../BWBR0010646/README.md | 169 ++++++++---------- 1 file changed, 76 insertions(+), 93 deletions(-) diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md index 2f7cb03ffd5..fca7aee972d 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ c. basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b v ### Artikel 1.1.2 -Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 2.2.3, derde lid, 5.2.3, 6.1.1 en 6.1.4, tweede lid, wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van de wet. +Vervallen ## Hoofdstuk 2. Bekostiging beroepsonderwijs @@ -32,13 +32,13 @@ Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 2.2.3, derde lid, 5.2.3, ### Artikel 2.1.1 -**1.** De paragrafen 1, 2, 4 en 5 zijn van toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° tot en met 3°. +**1.** De paragrafen 1, 2, 4, 5, 6 en 6a zijn van toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° tot en met 3°, van de wet. -**2.** Paragraaf 1, paragraaf 2 en paragraaf 4 zijn van overeenkomstige toepassing en paragraaf 5 is van toepassing ten aanzien van het beroepsonderwijs binnen agrarische opleidingscentra waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. +**2.** Paragraaf 1, paragraaf 2 en paragraaf 4 zijn van overeenkomstige toepassing en de paragrafen 5, 6 en 6a zijn van toepassing ten aanzien van het beroepsonderwijs binnen agrarische opleidingscentra waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. **3.** Paragraaf 3 onderscheidenlijk de paragrafen 4 en 5 heeft betrekking onderscheidenlijk hebben mede betrekking op het voorbereidend beroepsonderwijs dat wordt verzorgd aan agrarische opleidingscentra. -**4.** Paragraaf 5 heeft mede betrekking op de in artikel 12.3.8 van de wet genoemde instituten, alsmede op de in artikel 12.3.9 van de wet genoemde hogescholen. +**4.** De paragrafen 5, 6 en 6a hebben mede betrekking op de in artikel 12.3.8 van de wet genoemde instituten, alsmede op de in artikel 12.3.9 van de wet genoemde hogescholen. ### Artikel 2.1.2 @@ -79,9 +79,9 @@ a. het rijksbijdragedeel op grond van de maatstaf ingeschreven deelnemers, b. het rijksbijdragedeel op grond van de maatstaf diploma’s beroepsonderwijs vermeerderd met het rijksbijdragedeel op grond van de diploma’s, bedoeld in artikel 2.2.4, tweede lid, en c. het rijksbijdragedeel ten behoeve van voorbereidende en ondersteunende activiteiten, -zoals deze delen voor het desbetreffende jaar voor de instelling worden berekend op grond van artikel 2.2.3, artikel 2.2.4 respectievelijk artikel 2.2.5. +zoals deze delen voor het desbetreffende jaar voor de instelling worden berekend op grond van artikel 2.2.3, artikel 2.2.4 respectievelijk artikel 2.2.5. De uitkomst van elke berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. -**2.** De op grond van het eerste lid berekende rijksbijdrage wordt verminderd met het bedrag aan cursusgelden, zoals dat wordt berekend op grond van artikel 2.6.1. +**2.** De op grond van het eerste lid berekende rijksbijdrage wordt vermeerderd met het rijksbijdragedeel voor gehandicapte deelnemers, zoals dat wordt berekend op grond van artikel 2.6a.1. **3.** De op grond van het eerste en tweede lid berekende rijksbijdrage kan worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. @@ -98,7 +98,7 @@ Onze Minister berekent het rijksbijdragedeel op grond van de maatstaf ingeschrev | ———————————————————————— x LMID | | LDw | -In deze formule wordt verstaan onder: +In deze formule wordt de teller van de breuk afgerond op twee decimalen en wordt verstaan onder: i: opleiding verzorgd aan de desbetreffende instelling, @@ -216,7 +216,7 @@ In geval van fusie van instellingen of indien vanwege afspraken tussen instellin ### Artikel 2.2.7 -**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, k, l, m en n, van de wet en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2.4, vijfde lid, van de wet worden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor de gegevens niet volgens artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdelen e tot en met g, kan verstrekken, stelt Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vast, conform de voorschriften in het tweede tot en met het vijfde lid. +**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, k, l, m en n, van de wet en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2.4, vijfde lid, van de wet worden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor niet tijdig over de gegevens kan beschikken, kan Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vaststellen conform de voorschriften in het tweede tot en met zesde lid. **2.** @@ -246,7 +246,7 @@ Vervallen Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor een agrarisch opleidingscentrum voor de exploitatiekosten voor het voorbereidend beroepsonderwijs dat ten behoeve van deze berekening is onderverdeeld in beroepsonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, volgens de formule: -{Liv x PLiv} + {Lil x PLil} +{Liv x PLiv} + {Lil x PLil} + (VVi) In deze formule wordt verstaan onder: @@ -254,9 +254,11 @@ Liv: het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan Lil: het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan het desbetreffende agrarisch opleidingscentrum staat ingeschreven voor het leerwegondersteunend onderwijs, -PLiv: de op grond van het tweede lid voor het desbetreffende kalenderjaar toegekende prijs per leerling beroepsonderwijs, en +PLiv: de op grond van het tweede lid voor het desbetreffende kalenderjaar toegekende prijs per leerling beroepsonderwijs, -PLil: de op grond van het tweede lid voor het desbetreffende kalenderjaar toegekende prijs per leerling leerwegondersteunend onderwijs. +PLil: de op grond van het tweede lid voor het desbetreffende kalenderjaar toegekende prijs per leerling leerwegondersteunend onderwijs, en + +VVi: de bij ministeriële regeling vastgestelde vaste voet per instelling. **2.** Jaarlijks voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, worden bij ministeriële regeling de prijzen per leerling vastgesteld. @@ -264,9 +266,9 @@ PLil: de op grond van het tweede lid voor het desbetreffende kalenderjaar toegek ### Artikel 2.4.1 -**1.** Onze Minister verdeelt het op grond van artikel 2.1.3 voor een kalenderjaar vastgestelde landelijk beschikbare budget voor de huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs over de instellingen naar rato van de voor dat kalenderjaar op grond van artikel 2.2.2 berekende rijksbijdrage voor exploitatiekosten per instelling. +**1.** Onze Minister verdeelt het op grond van artikel 2.1.3 voor een kalenderjaar vastgestelde landelijk beschikbare budget voor de huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs over de instellingen naar rato van de voor dat kalenderjaar op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, berekende rijksbijdrage voor exploitatiekosten per instelling. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s -**2.** De rijksbijdrage voor de huisvestingskosten van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, tweede volzin, van de wet wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar aan de school was ingeschreven te vermenigvuldigen met een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. +**2.** De rijksbijdrage voor de huisvestingskosten van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6, lid 1a, van de wet wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar aan de school was ingeschreven te vermenigvuldigen met een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. **3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het voorbereidend beroepsonderwijs. @@ -282,38 +284,33 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de wet, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet of de hogeschool Haarlem, bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet, dan wel diens rechtsopvolger; b. uitkering: een werkloosheidsuitkering als bedoeld in de Hoofdstukken I en II van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel of suppletie inzake arbeidsongeschiktheid als bedoeld in Hoofdstuk 3 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs, voortvloeiend uit een dienstbetrekking aan een instelling; -c. overeenkomst inburgering: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet, die betrekking heeft op de educatieve programma's, bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van de wet, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering; -d. overeenkomst educatie: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4, eerste lid, van de wet. +c. overeenkomst educatie: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4, eerste lid, van de wet. ### Artikel 2.5.2 -**1.** Het bevoegd gezag van een instelling heeft, naast de aanspraak op een aandeel van de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten voor het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.2.2, in geval van een agrarisch opleidingscentrum vermeerderd met de rijksbijdrage zoals vastgesteld op grond van artikel 2.3.2, per kalenderjaar aanspraak op een vergoeding voor uitkeringen. +**1.** Het bevoegd gezag van een instelling heeft, naast de aanspraak op een aandeel van de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten voor het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.2.2, eerste lid, in geval van een agrarisch opleidingscentrum vermeerderd met de rijksbijdrage zoals vastgesteld op grond van artikel 2.3.2, per kalenderjaar aanspraak op een vergoeding voor uitkeringen. **2.** De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag berekend volgens de volgende formule: -(PI + InbI + EduI) / (PL + InbL + EduL) x W +(PI + EduI) / (PL + EduL) x W In deze formule wordt verstaan onder: PI: de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten, zoals omschreven in het eerste lid, van de desbetreffende instelling voor het kalenderjaar voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar; -InbI: de hoogte van het bedrag dat met de overeenkomst of de overeenkomsten inburgering van de desbetreffende instelling in het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar is gemoeid, zoals blijkt uit de jaarrekening van de instelling; - EduI: de hoogte van het bedrag dat met de overeenkomst of overeenkomsten educatie van de desbetreffende instelling in het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar is gemoeid, zoals blijkt uit de jaarrekening van de instelling; PL: de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten, zoals omschreven in het eerste lid, van de instellingen voor het kalenderjaar voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar; -InbL: de hoogte van het bedrag dat met de overeenkomsten inburgering van de instellingen in het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar is gemoeid, zoals blijkt uit de jaarrekeningen van de instellingen; - EduL: de hoogte van het bedrag dat met de overeenkomsten educatie van de instellingen in het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar is gemoeid, zoals blijkt uit de jaarrekeningen van de instellingen; -W: het wachtgeldbudget voor de instellingen zoals opgenomen in de begrotingen van de uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van het desbetreffende kalenderjaar. +W: het totaal van de wachtgeldbudgetten voor de instellingen zoals opgenomen in de begrotingen van de uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van het desbetreffende kalenderjaar. **3.** De uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. -**4.** Onze Minister kan voorzover het betreft educatie en inburgering, in afwachting van de indiening van de jaarrekeningen door de instellingen, een voorlopig bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage. +**4.** Onze Minister kan voorzover het betreft educatie, in afwachting van de indiening van de jaarrekeningen door de instellingen, een voorlopig bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage. ### Artikel 2.5.2a @@ -323,7 +320,7 @@ Vervallen Vervallen -### Paragraaf 6. Vermindering exploitatiekosten beroepsonderwijs in verband met normatieve inhouding cursusgelden +### Paragraaf 6. Vermindering rijksbijdrage beroepsonderwijs in verband met normatieve inhouding cursusgelden ### Artikel 2.6.1 @@ -343,6 +340,14 @@ DC2: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld **2.** Bij de berekening van het in het eerste lid bedoelde bedrag telt het aantal deeltijds deelnemers DDi3 en DDi4, dat op 1 augustus van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en op die datum de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, niet mee. +### Paragraaf 6a. Gehandicapte deelnemers + +### Artikel 2.6a.1 + +**1.** Onze Minister stelt jaarlijks het landelijk beschikbare budget vast ten behoeve van de kosten voor gehandicapte deelnemers. + +**2.** Onze Minister verdeelt het voor een kalenderjaar vastgestelde budget ten behoeve van de gehandicapte deelnemers over de instellingen naar rato van het totaal van de voor dat kalenderjaar op grond van de artikelen 2.2.3 en 2.2.4 berekende rijksbijdrage voor die instelling. + ### Paragraaf 7. Leerlinggebonden financiering ### Artikel 2.7.1 @@ -360,70 +365,50 @@ d. kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming: psychiatrische voorzien Voor elke deelnemer met een leerlinggebonden budget dat beschikbaar is op grond van artikel 2.2.6, eerste lid, van de wet ontvangt een instelling waar de deelnemer is ingeschreven een bedrag volgens tabel A en ontvangt een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs een bedrag volgens tabel B: -| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Voltijds deelnemer | Deeltijds deelnemer | Voltijds deelnemer | Deeltijds deelnemer | +| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Voltijds deelnemer Assistent- en basisberoepsopleiding | Deeltijds deelnemer Assistent- en basisberoepsopleiding | Voltijds deelnemer Vakopleiding, middenkader- en specialistenopleiding | Deeltijds deelnemer Vakopleiding, middenkader- en specialistenopleiding | | --- | --- | --- | --- | --- | -| | Assistent- en basisberoepsopleiding | Assistent- en basisberoepsopleiding | Vakopleiding, middenkader- en specialistenopleiding | Vakopleiding, middenkader- en specialistenopleiding | -| Cluster 2 Dove deelnemers | € 2.216 | € 1.478 | € 2.876 | € 1.917 | -| Cluster 2 Slechthorende deelnemers | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 | -| Cluster 2 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 | -| Cluster 2 Deelnemers met ernstige spraakmoeilijkheden | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 | -| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 1.451 | € 968 | € 2.876 | € 1.917 | -| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 | -| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 | -| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 | -| Cluster 4 Gedragsproblematiek | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 | +| Cluster 2 | | | | | +| Dove deelnemers | € 2.410,– | € 1.607,– | € 3.128,– | € 2.085,– | +| Cluster 2 | | | | | +| Slechthorende deelnemers | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | +| Cluster 2 | | | | | +| Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | +| Cluster 2 | | | | | +| Deelnemers met ernstige spraakmoeilijkheden | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | +| Cluster 3 | | | | | +| Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 1.578– | € 1.052,– | € 3.128,– | € 2.085,– | +| Cluster 3 | | | | | +| Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | +| Cluster 3 | | | | | +| Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | +| Cluster 3 | | | | | +| Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | +| Cluster 4 | | | | | +| Gedragsproblematiek | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Voltijds deelnemer | Deeltijds deelnemer | -| --- | --- | --- | -| Cluster 2 Dove deelnemers | € 5.212 | € 3.474 | -| Cluster 2 Slechthorende deelnemers | € 3.235 | € 2.157 | -| Cluster 2 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 3.289 | € 2.193 | -| Cluster 2 Deelnemers met ernstige spraakmoeilijkheden | € 3.289 | € 2.193 | -| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 5.127 | € 3.418 | -| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 3.289 | € 2.193 | -| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 3.172 | € 2.115 | -| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 3.289 | € 2.193 | -| Cluster 4 Gedragsproblematiek | € 3.289 | € 2.193 | - -per 24 september 2010 en terugwerkend tot en met 1 augustus 2010: - -Voor het studiejaar 2010–2011: - -| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Voltijds deelnemer Assistent- en basisberoepsopleiding | Deeltijds deelnemer Assistent- en basisberoepsopleiding | Voltijds deelnemer Vakopleiding, middenkader- en specialistenopleiding | Deeltijds deelnemer Vakopleiding, middenkader- en specialisten-opleiding | -| --- | --- | --- | --- | --- | -| Cluster 2 Dove deelnemers | € 2.410,– | € 1.607,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Cluster 2 Slechthorende deelnemers | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Cluster 2 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Cluster 2 Deelnemers met ernstige spraakmoeilijkheden | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 1.578- | € 1.052,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | -| Cluster 4 Gedragsproblematiek | € 1.550,– | € 1.033,– | € 3.128,– | € 2.085,– | - -| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Voltijds deelnemer personele vergoeding | Voltijds deelnemer materiële vergoeding | Totaal aan vergoeding | +| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Voltijds deelnemer personele vergoeding | Voltijds deelnemer materiële vergoeding | Totaal aan vergoeding | | --- | --- | --- | --- | | Cluster 2 Dove deelnemers | € 5.159,87 | € 559,– | € 5.718,87 | | Cluster 2 Slechthorende deelnemers | € 3.337,35 | € 216,– | € 3.553,35 | | Cluster 2 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 3.337,35 | € 274,– | € 3.611,35 | | Cluster 2 Deelnemers met ernstige spraakmoeilijkheden | € 3.337,35 | € 274,– | € 3.611,35 | -| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 5.159,87 | € 469,– | € 5.628,87 | -| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 3.337,35 | € 274,– | € 3.611,35 | -| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 3.337,35 | € 149,– | € 3.486,35 | -| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 3.337,35 | € 274,– | € 3.611,35 | -| Cluster 4 Gedragsproblematiek | € 3.337,35 | € 274,– | € 3.611,35 | +| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 4.517,25 | € 405,– | € 4.922,25 | +| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 2.921,51 | € 236– | € 3.157,51 | +| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 2.921,51 | € 128,– | € 3.049,51 | +| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 2.921,51 | € 236,– | € 3.157,51 | +| Cluster 4 Gedragsproblematiek | € 2.921,51 | € 236,– | € 3.157,51 | -| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Deeltijds deelnemer personele vergoeding | Deeltijds deelnemer materiële vergoeding | Totaal aan vergoeding | +| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Deeltijds deelnemer personele vergoeding | Deeltijds deelnemer materiële vergoeding | Totaal aan vergoeding | | --- | --- | --- | --- | | Cluster 2 Dove deelnemers | € 3.439,92 | € 373,– | € 3.812,92 | | Cluster 2 Slechthorende deelnemers | € 2.224,90 | € 144,– | € 2.368,90 | | Cluster 2 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 2.224,90 | € 183,– | € 2.407,90 | | Cluster 2 Deelnemers met ernstige spraakmoeilijkheden | € 2.224,90 | € 183,– | € 2.407,90 | -| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 3.439,92 | € 313,– | € 3.752,92 | -| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 2.224,90 | € 183,– | € 2.407,90 | -| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 2.224,90 | € 99,– | € 2.323,90 | -| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 2.224,90 | € 183,– | € 2.407,90 | -| Cluster 4 Gedragsproblematiek | € 2.224,90 | € 183- | € 2.407,90 | +| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 3.011,50 | € 270,– | € 3.281,50 | +| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 1.947,67 | € 157,– | € 2.104,67 | +| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 1.947,67 | €  85,– | € 2.032,67 | +| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.947,67 | € 157,– | € 2.104,67 | +| Cluster 4 Gedragsproblematiek | € 1.947,67 | € 157,– | € 2.104,67 | **2.** Indien een deelnemer zich inschrijft na 1 augustus van een studiejaar wordt de hoogte van het leerlinggebonden budget vastgesteld door het bedrag dat voor hem geldt op grond van de tabellen, opgenomen in het eerste lid, te delen door 12 en vervolgens te vermenigvuldigen met het aantal maanden dat het studiejaar rest. @@ -707,15 +692,7 @@ Vervallen ### Artikel 4a.1 -**1.** Onze Minister verleent subsidie aan het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voor de taken, bedoeld in artikel 7.4.9a van de wet, na ontvangst van de begroting, bedoeld in artikel 7.4.9f, eerste lid, van de wet. - -**2.** De subsidie wordt verleend per kalenderjaar. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. - -**3.** De subsidie wordt bij wijze van voorschot voor de helft voor 1 februari en voor het resterende deel voor 1 juli van dat jaar betaalbaar gesteld. - -**4.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt de stukken, bedoeld in artikel 7.4.9f, tweede lid, eerste volzin, van de wet voor 1 juli van het jaar, volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, naar Onze Minister. Onze Minister stelt de subsidie vast na ontvangst van deze stukken. - -**5.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen vormt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht. +Vervallen ## Hoofdstuk 4B. Gebruik persoonsgebonden nummers @@ -723,13 +700,15 @@ Vervallen ### Artikel 4b.1.1 -Paragraaf 3 is van toepassing op de gegevens van deelnemers die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest voor een beroepsopleiding aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet. +**1.** Paragraaf 2 is van toepassing op personeel en gewezen personeel van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de wet en personeel en gewezen personeel dat betrokken is onderscheidenlijk was bij een beroepsopleiding aan een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet. -### Paragraaf 2. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie +**2.** Paragraaf 3 is van toepassing op de gegevens van deelnemers die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest voor een beroepsopleiding aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet. + +### Paragraaf 2. Gebruik burgerservicenummer personeel door instelling ### Artikel 4b.2.1 -Vervallen +Het bevoegd gezag kan gebruik maken van het burgerservicenummer van een lid van het personeel of gewezen personeel van de instelling bij de gegevensverstrekking, bedoeld in bijlage 1 en bijlage 4 bij dit besluit. ### Artikel 4b.2.2 @@ -807,7 +786,7 @@ b. gegevenswoordenboek: de opsomming van een door het bevoegd gezag van een inst ### Artikel 5.2.1 -**1.** De informatieverzameling, bedoeld in de artikelen 2.2.4, 2.3.6, 2.5.3 en 2.5.5 van de wet, waarover het bevoegd gezag van een instelling dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlagen 1 en 1c bij dit besluit. +**1.** De informatieverzameling, bedoeld in de artikelen 2.2.4, 2.3.6, 2.5.3 en 2.5.5 van de wet, waarover het bevoegd gezag van een instelling dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit. **2.** De informatieverzameling, bedoeld in artikel 2.5.10 juncto artikel 2.5.5 van de wet, waarover het bestuur van een kenniscentrum dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit. @@ -817,7 +796,7 @@ b. gegevenswoordenboek: de opsomming van een door het bevoegd gezag van een inst **1.** Op verzoek van Onze Minister stelt het bevoegd gezag van een instelling dan wel het bestuur van een kenniscentrum gegevens aan hem beschikbaar, die door de instelling of het kenniscentrum op grond van artikel 5.2.1 zijn verzameld. -**2.** De beschikbaarstelling geschiedt overeenkomstig de formulieren die op het beroepsonderwijs respectievelijk de werkzaamheden van het kenniscentrum van toepassing zijn, zoals die zijn opgenomen in bijlage 4 en bijlage 6 bij dit besluit. +**2.** De beschikbaarstelling geschiedt voor het beroepsonderwijs en de educatie overeenkomstig bijlage 4 bij dit besluit en voor de kenniscentra overeenkomstig de formulieren die zijn opgenomen in bijlage 6 bij dit besluit. **3.** In voorkomende gevallen kan Onze Minister bij het verzoek om beschikbaarstelling reeds bij hem bekende gegevens opnemen. @@ -965,13 +944,13 @@ Vervallen **1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum zijn de artikelen 4.2.1 tot en met 4.2.5, 4.2.7 en 4.2.8 niet van toepassing. -**2.** Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten voor het kenniscentrum tot de in het eerste lid bedoelde datum op de in het derde lid bepaalde wijze. +**2.** Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten voor het kenniscentrum tot de in het eerste lid bedoelde datum op de in het derde lid bepaalde wijze. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. **3.** Voor elk kenniscentrum wordt het aandeel in het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten van respectievelijk het jaar 2005 en het jaar 2006, uitgedrukt in een percentage van dat landelijk beschikbare budget van genoemde jaren. Vervolgens worden voor elk kenniscentrum de percentages van de jaren, bedoeld in de eerste volzin, bij elkaar opgeteld en de uitkomst gedeeld door twee. De uitkomst van de berekening, bedoeld in de vorige volzin, is bepalend voor het vaststellen van het gedeelte van het landelijk beschikbare budget waarop elk kenniscentrum voor de rijksbijdrage aanspraak maakt. ### Artikel 6.3.3 -Onze Minister stelt tot de datum, bedoeld artikel 6.3.2, eerste lid, het bedrag voor huisvestingskosten, bedoeld in artikel 4.3.1, eerste lid, voor elk kenniscentrum vast op basis van het percentage dat op grond van artikel 6.3.2, derde lid, voor dat kenniscentrum is vastgesteld. +Onze Minister stelt tot de datum, bedoeld artikel 6.3.2, eerste lid, het bedrag voor huisvestingskosten, bedoeld in artikel 4.3.1, eerste lid, voor elk kenniscentrum vast op basis van het percentage dat op grond van artikel 6.3.2, derde lid, voor dat kenniscentrum is vastgesteld. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. ### Artikel 6.3.4 @@ -1011,6 +990,8 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WEB. ## Bijlage 1. Informatieverzameling instellingen bij +Deze bijlage bevat een programma van eisen of gegevenswoordenboek, waarin de personeelsgegevens worden gespecificeerd die het bevoegd gezag verplicht is aan de overheid te leveren, krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB en artikelen 5.2.1 en 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB. + ## Bijlage 1A. Vooropleidingentabel bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB Vervallen @@ -1031,9 +1012,11 @@ Vervallen INHOUDSOPGAVE -## Bijlage 4. Modellen van formulieren instellingen bij +## Bijlage 4. Wijze van beschikbaarstelling gegevens door instellingen bij -**«kalenderjaar»** +De gegevens bedoeld in artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB zijn op diverse momenten nodig, sommige enkele malen per jaar, andere vaker. De benodigde gegevens moeten door het bevoegd gezag worden geleverd. Voor steeds meer gegevens geldt een verplichte elektronische aanlevering in een bestandsformaat met een vooraf vastgestelde opbouw. Als gevolg hiervan is het van groot belang dat voor alle betrokken partijen bekend is welke gegevens op welke wijze (tijdstip en vorm) beschikbaar moeten worden gesteld. De overheid maakt bij de gegevensverzameling zoveel mogelijk gebruik van het principe van éénmaal bevragen, meer keren gebruiken. + +Een groot deel van de gegevens (zoals organisatiegegevens) is reeds geregistreerd in systemen. Deze gegevens hoeven alleen aangepast te worden wanneer zich mutaties voordoen. Daarvoor kan men terecht op de site van DUO, www.ocwduo.nl. Afhankelijk of instellingen zelf gegevensleverancier zijn, worden personeelsgegevens onttrokken aan de schooladministratie of aan registraties bij salarisverwerkers of administratiekantoren. In deze bijlage wordt ingegaan op de termijn voor aanlevering van de personeelsgegevens en de wijze van aanlevering. ## Bijlage 5. Modellen van formulieren gemeenten bij