diff --git a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md index b1ed148c706..3f32f8034c6 100644 --- a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md +++ b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md @@ -35,7 +35,7 @@ n. mijnbouwwerk: een werk dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur 2°. ten behoeve van het opslaan van stoffen; 3°. die samenhangen met de in de onderdelen 1° en 2° bedoelde werken; o. mijnbouwinstallatie: een mijnbouwwerk dat verankerd is in of aanwezig is boven de bodem van een oppervlaktewater; -p. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; +p. Onze Minister: Onze Minister van Klimaat en Groene Groei; q. opsporen van CO_2-opslagcomplexen: onderzoek naar opslagcomplexen met gebruikmaking van een boorgat of door het verrichten van proeven met injectie van CO_2 om het opslagvoorkomen te karakteriseren; r. opsporingsvergunning van CO_2-opslagcomplexen: een vergunning voor het opsporen van CO_2-opslagcomplexen; s. CO_2-opslagcomplex: opslagvoorkomen voor CO_2 en de omringende geologische gebieden die een weerslag kunnen hebben op de algehele integriteit van de opslag en de veiligheid ervan; @@ -75,7 +75,7 @@ ag. pijpleiding: 1°. leiding die twee of meer mijnbouwwerken met elkaar verbindt ten behoeve van het vervoer van stoffen, te rekenen vanaf de eerste isolatieafsluiter van het mijnbouwwerk; 2°. andere leiding dan bedoeld onder 1°, aan te wijzen door Onze Minister, die een mijnbouwwerk verbindt met een ander werk ten behoeve van het vervoer van stoffen te rekenen vanaf de eerste isolatieafsluiter van het mijnbouwwerk; ah. risicobeoordeling: wetenschappelijke of anderszins geobjectiveerde beoordeling, die bestaat uit een gevareninventarisatie, gevarenkarakterisatie, blootstellingschatting en risicokarakterisatie; -ai. beheerder: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico een pijpleiding of kabel wordt aangelegd, gebruikt dan wel in stand gehouden; +ai. beheerder: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico een werk wordt aangelegd, gebruikt dan wel in stand gehouden; aj. buiten werking: een situatie, waarin een mijnbouwwerk, kabel of pijpleiding, bestemd voor het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen of het opsporen van CO_2-opslagcomplexen niet meer als zodanig in werking is; ak. buiten gebruik stellen van een boorgat: het permanent afsluiten van een boorgat; al. kabel: leiding voor het vervoer van elektriciteit of elektronische signalen die: @@ -86,7 +86,9 @@ am. *toewijzing zoekgebied aardwarmte: * het exclusieve recht om in een bepaald an. *startvergunning aardwarmte: * een vergunning om aardwarmte op te sporen en gedurende de looptijd van de vergunning te winnen; ao. *vervolgvergunning aardwarmte: * een vergunning om aardwarmte gedurende de looptijd van de vergunning te winnen; ap. *uitvoerder aardwarmte: * een natuurlijke persoon of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 24z, die in opdracht van de vergunninghouder de feitelijke werkzaamheden met betrekking tot het opsporen en winnen van aardwarmte uitvoert of daartoe opdracht verleent; -aq. *invloedssfeer: * gebied in de ondergrond waar als gevolg van winning van aardwarmte een daling in temperatuur plaatsvindt. +aq. *invloedssfeer: * gebied in de ondergrond waar als gevolg van winning van aardwarmte een daling in temperatuur plaatsvindt; +ar. *CCS-richtlijn:* + Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad. ### Artikel 2 @@ -648,7 +650,7 @@ e. in verband met de financiële mogelijkheden van de aanvrager om de kosten in **1.** Indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater, verbindt Onze Minister aan een startvergunning aardwarmte voorschriften of beperkingen in verband met het stellen van financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte. -**2.** Indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen of gereserveerd bij of krachtens wet voor de winning van drinkwater uit grondwater, verbindt Onze Minister aan de startvergunning aardwarmte het voorschrift dat geen doorboring plaatsvindt door dat gebied +**2.** Onze Minister verbindt aan de startvergunning aardwarmte het voorschrift dat geen doorboring plaatsvindt van een gebied waarvan in verband met het uitvoeren van de taken bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onderdeel c, van de Omgevingswet in een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet is vastgesteld dat doorboring ervan voor het opsporen of winnen van aardwarmte niet is toegestaan, indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder dat gebied. **3.** Onze Minister verbindt aan een startvergunning aardwarmte voorschriften of beperkingen in verband met het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de wijze van winning en de wijze waarop de putintegriteit wordt geborgd. @@ -1032,7 +1034,7 @@ De houder van een opslagvergunning kan zijn vergunning slechts met schriftelijke **2.** In afwijking van het eerste lid zijn op vergunningen voor permanent opslaan van CO_2 uitsluitend de artikelen 14, 16 en 22 van overeenkomstige toepassing. -**3.** Ten aanzien van een vergunning voor opsporen van CO_2-opslagcomplexen zijn de artikelen 9, eerste tot en met derde lid, 11, tweede, derde en vierde lid, 12, 13, tweede lid, 14, 16, 17, 18 met dien verstande dat voor «andere delfstoffen» wordt gelezen «andere stoffen», 19, 20 met dien verstande dat in het eerste lid, tweede volzin, voor «Artikel 7, tweede lid» wordt gelezen «Artikel 26, zesde en zevende lid», 21, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en 22 van overeenkomstige toepassing. +**3.** Ten aanzien van een vergunning voor opsporen van CO_2-opslagcomplexen zijn de artikelen 9, eerste tot en met derde lid, 11, tweede, derde en vierde lid, 12, 13, 14, 16, 17, 18 met dien verstande dat voor «andere delfstoffen» wordt gelezen «andere stoffen», 19, 20 met dien verstande dat in het eerste lid, tweede volzin, voor «Artikel 7, tweede lid» wordt gelezen «Artikel 26, zesde en zevende lid», 21, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en 22 van overeenkomstige toepassing. ### Paragraaf 3.2. Aanvullende bepalingen omtrent het permanent opslaan van CO @@ -1086,7 +1088,7 @@ c. gegevens met betrekking tot de hydraulische eenheid, d. voorschriften voor het opslagproces, e. de totale hoeveelheid CO_2 die overeenkomstig de vergunning ten hoogste kan worden opgeslagen, f. de grenswaarden van de druk van de opgeslagen CO_2, -g. de maximum toelaatbare snelheid en druk bij injectie van CO_2 en de maximaal toelaatbare druk van het opgeslagen CO_2, +g. de maximum toelaatbare snelheid en druk bij injectie van CO_2 en de maximaal toelaatbare druk van de opgeslagen CO_2, h. risicobeheer, i. monitoring, j. afsluiting, @@ -1151,7 +1153,7 @@ d. indien de gestelde financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening on Onze Minister trekt een vergunning voor permanent opslaan van CO_2 op eigen beweging of op verzoek van de vergunninghouder in indien: -a. door de houder van een vergunning voor permanent opslaan van CO_2 of, indien de vergunning door meerdere personen wordt gehouden, een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22 schriftelijk is aangetoond dat het opgeslagen CO_2 volledig en permanent ingesloten blijft, +a. door de houder van een vergunning voor permanent opslaan van CO_2 of, indien de vergunning door meerdere personen wordt gehouden, een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22 schriftelijk is aangetoond dat de opgeslagen CO_2 volledig en permanent ingesloten blijft, b. het opslagvoorkomen is afgesloten en de injectiefaciliteiten met de bijbehorende bovengrondse voorzieningen zijn verwijderd, c. na het tijdstip waarop het opslagvoorkomen is afgesloten en de bijbehorende bovengrondse voorzieningen en injectiefaciliteiten zijn verwijderd een periode van tenminste 20 jaar is verstreken of zoveel korter of langer als naar het oordeel van Onze Minister, gelet op onderdeel a, verantwoord is, en d. de houder, bedoeld in onderdeel a, hem een financiële bijdrage ter beschikking heeft gesteld waarmee de voorziene kosten, doch ten minste de geraamde monitoringskosten gedurende een periode van 30 jaar, ingaande op het tijdstip van intrekking worden gedekt. @@ -1197,7 +1199,7 @@ b. levert Onze Minister voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten min **5.** Onze Minister stelt in de periode die aanvangt met de intrekking van een vergunning de financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening periodiek bij. -**6.** De door de voormalige vergunninghouder gestelde financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening vervalt wanneer alle beschikbare gegevens naar het oordeel van Onze Minister aantonen dat het opgeslagen CO_2 volledig en permanent ingesloten blijft na betaling van de kosten, bedoeld in het vierde lid, die nog niet door de voormalige houder of de aangewezen persoon, bedoeld in het vierde lid, zijn betaald, en de kosten die Onze Minister naar redelijke verwachting gedurende een aansluitende periode van 30 jaar zal moeten maken, waaronder kosten van monitoring. +**6.** De door de voormalige vergunninghouder gestelde financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening vervalt wanneer alle beschikbare gegevens naar het oordeel van Onze Minister aantonen dat de opgeslagen CO_2 volledig en permanent ingesloten blijft na betaling van de kosten, bedoeld in het vierde lid, die nog niet door de voormalige houder of de aangewezen persoon, bedoeld in het vierde lid, zijn betaald, en de kosten die Onze Minister naar redelijke verwachting gedurende een aansluitende periode van 30 jaar zal moeten maken, waaronder kosten van monitoring. **7.** Indien de kosten als bedoeld in het zesde lid meer bedragen dan de financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening verhaalt Onze Minister deze meerdere kosten op de voormalige houder of aangewezen persoon. @@ -1217,11 +1219,11 @@ Indien artikel 42, derde lid, van toepassing is, vangt de houder van een vergunn ### Artikel 32 -**1.** Een houder van een vergunning voor permanent opslaan van CO_2 of, indien de vergunning door meerdere personen wordt gehouden, een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22 en een exploitant van een transportnetwerk zijn verplicht op voorwaarden die redelijk, transparant en niet-discriminerend zijn voor degene die daarom verzoekt CO_2 in zijn opslagvoorkomen op te slaan respectievelijk door zijn transportnetwerk te transporteren. +**1.** Een houder van een vergunning voor permanent opslaan van CO_2 of, indien de vergunning door meerdere personen wordt gehouden, een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22 en een exploitant van een transportnetwerk als bedoeld in artikel 21 van de CCS-richtlijn zijn verplicht op voorwaarden die redelijk, transparant en niet-discriminerend zijn voor degene die daarom verzoekt CO_2 in zijn opslagvoorkomen op te slaan respectievelijk door zijn transportnetwerk te transporteren. -**2.** Een houder en een exploitant als bedoeld in de eerste volzin kunnen het verzoek om opslag of transport weigeren op grond van een gebrek aan capaciteit, verbindingsmogelijkheden of onverenigbaarheid van technische specificaties. +**2.** Een houder en een exploitant als bedoeld in het eerste lid kunnen het verzoek om opslag of transport weigeren op grond van een gebrek aan capaciteit, verbindingsmogelijkheden of onverenigbaarheid van technische specificaties. -**3.** Beroep op een gebrek aan capaciteit of verbindingsmogelijkheden kan niet worden gedaan indien de houder en de exploitant het gebrek kunnen opheffen met het uitvoeren van de nodige capaciteitsverhogende werkzaamheden voor zover dit economisch verantwoord is of de verzoeker bereid is de werkzaamheden te betalen en de uit te voeren werkzaamheden geen negatief effect hebben op de milieuveiligheid van het transport en de opslag van CO_2. +**3.** Beroep op een gebrek aan capaciteit of verbindingsmogelijkheden kan niet worden gedaan indien de houder en de exploitant, bedoeld in het eerste lid, het gebrek kunnen opheffen met het uitvoeren van de nodige capaciteitsverhogende werkzaamheden voor zover dit economisch verantwoord is of de verzoeker bereid is de werkzaamheden te betalen en de uit te voeren werkzaamheden geen negatief effect hebben op de milieuveiligheid van het transport en de opslag van CO_2. **4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid. @@ -1340,7 +1342,7 @@ c. het dagelijks bestuur van een waterschap binnen het gebied waarop een winning Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een besluit tot instemming met een winningsplan of een gewijzigd of geactualiseerd winningsplan voor koolwaterstoffen met dien verstande dat: -a. het coördinerende bestuursorgaan, bedoeld in artikel 3:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is: de Minister van Economische Zaken en Klimaat; +a. het coördinerende bestuursorgaan, bedoeld in artikel 3:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is: Onze Minister; b. de besluiten, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zijn: 1°. de instemming met het winningsplan, bedoeld in het derde lid, @@ -1487,7 +1489,11 @@ b. ambtshalve intrekken indien: **3.** Onze Minister neemt op aanvraag van de houder van een vergunning een besluit tot instemming met het rapport als de verwijdering heeft plaatsgevonden overeenkomstig het verwijderingsplan en de voorschriften die aan de instemming zijn verbonden. -**4.** Als een mijnbouwwerk gedeeltelijk is verwijderd en een besluit tot instemming als bedoeld in het derde lid is genomen, rust de verplichting tot verwijderen van het resterende gedeelte van het mijnbouwwerk op de nieuwe exploitant. +**4.** Als een mijnbouwwerk gedeeltelijk is verwijderd en een besluit tot instemming als bedoeld in het derde lid is genomen, rust de verplichting tot verwijderen van het resterende gedeelte van het mijnbouwwerk op de nieuwe beheerder van dat werk. + +### Artikel 44d + +Indien een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25, een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte haar geldigheid heeft verloren, rusten de verplichtingen van de artikelen 44 tot en met 44c op de laatste houder van die vergunning. Indien een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 werd gehouden door meer dan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, rusten de verplichtingen van de genoemde artikelen op de laatstelijk op grond van artikel 22 aangewezen persoon. ### Artikel 45 @@ -1651,25 +1657,29 @@ b. waarbinnen de exploitant en de eigenaar een regeling voor onafhankelijke veri **2.** De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, bevat tevens het bedrijfsbeleid inzake het voorkomen van zware ongevallen voor zover dit beleid niet reeds eerder is ingediend bij de inspecteur-generaal der mijnen. -**3.** Bij een essentiële wijziging in de gegevens van een ingediende kennisgeving van boorgatactiviteiten betrekt de exploitant een onafhankelijke verificateur bij het opstellen daarvan en stelt de inspecteur-generaal der mijnen in kennis van deze wijziging. +**3.** De exploitant start niet met een boorgatactiviteit, voordat de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, aan de inspecteur-generaal der mijnen is voorgelegd. + +**4.** De exploitant begint niet met of staakt een boorgatactiviteit, indien de inspecteur-generaal der mijnen bezwaren heeft geuit over de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid. + +**5.** Bij elke essentiële wijziging in de gegevens van een ingediende kennisgeving van boorgatactiviteiten betrekt de exploitant een onafhankelijke verificateur bij het opstellen daarvan en stelt de inspecteur-generaal der mijnen in kennis van deze wijziging. ### Artikel 45o -**1.** De exploitant van een productie-installatie dient in het geval een bestaande mijnbouwinstallatie verplaatst moet worden naar een nieuwe productielocatie, een kennisgeving in bij de inspecteur-generaal der mijnen. +**1.** De exploitant dient in het geval een bestaande mijnbouwinstallatie verplaatst moet worden naar een nieuwe productielocatie, een kennisgeving in bij de inspecteur-generaal der mijnen. -**2.** Wanneer er vóór de indiening van het rapport inzake grote gevaren een essentiële wijziging wordt aangebracht in de kennisgeving van de verplaatsing, meldt de exploitant dit zo snel mogelijk bij de inspecteur-generaal der mijnen. +**2.** Wanneer er vóór de indiening van het rapport inzake grote gevaren een essentiële wijziging wordt aangebracht in de kennisgeving van de verplaatsing, bedoeld in het eerste lid, meldt de exploitant dit zo snel mogelijk bij de inspecteur-generaal der mijnen. ### Artikel 45p -**1.** De exploitant van een productie-installatie dient in het geval van een gecombineerde activiteit, een kennisgeving van gecombineerde activiteiten in bij de inspecteur-generaal der mijnen. +**1.** De exploitant dient in het geval van een gecombineerde activiteit, een kennisgeving van een gecombineerde activiteit in bij de inspecteur-generaal der mijnen. -**2.** De kennisgeving van gecombineerde activiteiten wordt gezamenlijk opgesteld door de exploitant van de productie-installatie en de betrokken eigenaren van de niet-productie-installaties. +**2.** De kennisgeving van een gecombineerde activiteit als bedoeld in het eerste lid, wordt gezamenlijk opgesteld door de exploitant en de betrokken eigenaren van de niet-productie-installaties. -**3.** De exploitant van een productie-installatie en de eigenaar van een niet-productie-installatie starten niet met boorgatactiviteiten of gecombineerde activiteiten, voordat een kennisgeving aan de inspecteur-generaal der mijnen is voorgelegd. +**3.** De exploitant en de eigenaar van een niet-productie-installatie starten niet met een gecombineerde activiteit, voordat de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, aan de inspecteur-generaal der mijnen is voorgelegd. -**4.** De exploitant van een productie-installatie en de eigenaar van een niet-productie-installatie beginnen niet met of staken de boorgatactiviteiten of de gecombineerde activiteiten, indien de inspecteur-generaal der mijnen bezwaren heeft geuit over de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid. +**4.** De exploitant en de eigenaar van een niet-productie-installatie beginnen niet met of staken een gecombineerde activiteit, indien de inspecteur-generaal der mijnen bezwaren heeft geuit over de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid. -**5.** De exploitant van een productie-installatie stelt de inspecteur-generaal der mijnen in kennis van elke essentiële wijziging in de ingediende kennisgeving van gecombineerde activiteiten. +**5.** De exploitant stelt de inspecteur-generaal der mijnen in kennis van elke essentiële wijziging in de ingediende kennisgeving van een gecombineerde activiteit, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 45q @@ -2196,13 +2206,13 @@ g. Onze Minister desgevraagd de inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor **2.** In het belang van kennisdeling en -borging wijst Onze Minister een naamloze of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan alle aandelen middellijk of onmiddellijk aan de staat behoren, aan, die tot taak heeft het deelnemen in werkzaamheden voor opsporing en winning van aardwarmte op grond van overeenkomsten, overeenkomstig artikel 86a. -**3.** Onverminderd het eerste lid, kunnen de vennootschap bij besluit van Onze Minister andere taken dan de taken, bedoeld in het eerste lid, worden opgedragen in het algemeen belang van het klimaat- en energiebeleid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de algemene belangen omschreven ten behoeve waarvan en de gevallen waarin Onze Minister de vennootschap een opdracht als bedoeld in de eerste volzin kan geven. Onze Minister kan aan een besluit tot het geven van een opdracht voorschriften en beperkingen verbinden. +**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid, kunnen de vennootschap bij besluit van Onze Minister andere taken dan de taken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden opgedragen in het algemeen belang van het klimaat- en energiebeleid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de algemene belangen omschreven ten behoeve waarvan en de gevallen waarin Onze Minister de vennootschap een opdracht als bedoeld in de eerste volzin kan geven. Onze Minister kan aan een besluit tot het geven van een opdracht voorschriften en beperkingen verbinden. **4.** -De vennootschap verricht middellijk of onmiddellijk geen andere activiteiten dan activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste en derde lid, tenzij Onze Minister daarmee heeft ingestemd. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan zijn instemming. De instemming wordt slechts verleend indien die activiteiten en de uitvoering daarvan: +De vennootschap verricht middellijk of onmiddellijk geen andere activiteiten dan activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, tenzij Onze Minister daarmee heeft ingestemd. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan zijn instemming. De instemming wordt slechts verleend indien die activiteiten en de uitvoering daarvan: -a. nauw verwant zijn aan de activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste en derde lid, +a. nauw verwant zijn aan de activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, b. een goede uitvoering van die taken niet belemmeren of anderszins bemoeilijken, en c. mede het algemeen belang van het klimaat- en energiebeleid dienen. @@ -2546,7 +2556,7 @@ De Mijnraad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van z ### Artikel 112 -Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Mijnraad geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de raad opgeborgen in het archief van dat ministerie. +Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Mijnraad geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de raad opgeborgen in het archief van dat ministerie. ### Artikel 113 @@ -2755,7 +2765,7 @@ De inspecteur-generaal der mijnen is bevoegd tot oplegging van een last onder be **1.** -Een aanvrager, een verzoeker, een exploitant van een productie-installatie, een eigenaar van een niet-productie-installatie, een eigenaar van een pijpleiding, een netbeheerder als bedoeld in artikel 1 van de Gaswet en een aanvrager of houder van een zoekgebied aardwarmte, van een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte, zijn een vergoeding verschuldigd voor: +Een aanvrager, een verzoeker, een exploitant van een productie-installatie, een eigenaar van een niet-productie-installatie, een eigenaar van een pijpleiding, een netbeheerder als bedoeld in artikel 1 van de Gaswet en een aanvrager of houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte, van een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte, zijn een vergoeding verschuldigd voor: a. het door Onze Minister: @@ -2880,7 +2890,7 @@ d. een mijnbouwwerk of pijpleidingen, voor zover het een project betreft voor ol **3.** -Onze Minister kan in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu besluiten tot toepassing van de procedure, bedoeld in het eerste lid, aanhef, voor de aanleg of de uitbreiding van een mijnbouwwerk ten behoeve van de opsporing of winning van koolwaterstoffen in of onder andere gebieden dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien: +Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat besluiten tot toepassing van de procedure, bedoeld in het eerste lid, aanhef, voor de aanleg of de uitbreiding van een mijnbouwwerk ten behoeve van de opsporing of winning van koolwaterstoffen in of onder andere gebieden dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien: a. een gebied niet geheel is uitgesloten van de opsporing of winning van koolwaterstoffen bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel e, b. een belang als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel f, zich niet tegen aanleg of uitbreiding in dat gebied verzet, @@ -2888,7 +2898,7 @@ c. het desbetreffende gebied niet geheel of ten dele is gelegen binnen de op gro d. het desbetreffende gebied niet geheel of ten dele is gelegen binnen de Waddenzee als aangewezen krachtens de Wet ruimtelijke ordening of op de Waddeneilanden, en e. het desbetreffende gebied niet geheel of ten dele is gelegen binnen het gebied dat op grond van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Trb. 1973, 155) is aangewezen als werelderfgoedgebied Waddenzee. -**4.** Voor projecten als bedoeld in het eerste lid, onder d, stelt Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, een handleiding vast als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening, bedoeld in dat lid. +**4.** Voor projecten als bedoeld in het eerste lid, onder d, stelt Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, een handleiding vast als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening, bedoeld in dat lid. ### Artikel 141b @@ -2902,7 +2912,7 @@ Vervallen ### Artikel 142 -**1.** Ten aanzien van een besluit omtrent instemming met een winningsplan is hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 20.3 van de Wet milieubeheer niet van toepassing is op een winningsplan voor zover het winnen van delfstoffen geschiedt vanuit een voorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een besluit omtrent instemming met een winningsplan of opslagplan als bedoeld in artikel 39, eerste lid. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een besluit omtrent instemming met een winningsplan of opslagplan als bedoeld in artikel 39, eerste lid. +**1.** Ten aanzien van een besluit omtrent instemming met een winningsplan is hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 20.3 van de Wet milieubeheer niet van toepassing is op een winningsplan voor zover het winnen van delfstoffen geschiedt vanuit een voorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een besluit omtrent instemming met opslagplan als bedoeld in artikel 39, eerste lid. **2.** Op het beroep tegen besluiten op grond van de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5 is hoofdstuk V, afdelingen 2 en 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. @@ -3335,7 +3345,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van een vo ### Artikel 191 -Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. +Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. ### Artikel 192