2022-10-01 | BWBR0013798 | Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
This commit is contained in:
parent
d1cd8a19a8
commit
e289850d67
1 changed files with 105 additions and 43 deletions
|
|
@ -25,9 +25,11 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
1°. bij de wet is bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd, dan wel ingetrokken, of
|
||||
2°. bij de wet is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd, dan wel ingetrokken;
|
||||
- *betrokkene:* de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder, de gegadigde, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, en de beoogd verkrijger van de erfpacht waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling «vastgoedtransactie», onder 5°;
|
||||
- *betrokkene:* de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder, de begunstigde van een andere beschikking, de gegadigde, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, de beoogd verkrijger van de erfpacht of de opstal waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling «vastgoedtransactie», onder 5°, en de beoogd verkrijger van een recht op eigendom of een zakelijk recht waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling «vastgoedtransactie», onder 6°;
|
||||
- *Bureau:* het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8;
|
||||
- *eigen onderzoek:* eigen onderzoek, bedoeld in artikel 7a;
|
||||
- *gegadigde:* degene die zich heeft gemeld voor een aanbestedingsprocedure teneinde een aanbieding te doen, of heeft ingeschreven op een aanbestedingsprocedure dan wel in onderhandeling is getreden met een rechtspersoon met een overheidstaak;
|
||||
- *leidinggevende van betrokkene:* degene die direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene;
|
||||
- *onderaannemer:* een derde aan wie een deel van de overheidsopdracht in onderaanneming is of zal worden gegeven door degene aan wie de overheidsopdracht is of zal worden gegund;
|
||||
- * Onze Minister:* Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
|
||||
- *overheidsopdracht:* overheidsopdracht als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012;
|
||||
|
|
@ -37,14 +39,24 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
1°. het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht;
|
||||
2°. huur of verhuur;
|
||||
3°. het verlenen van een gebruikrecht;
|
||||
4°. de deelname, met inbegrip van de vergroting, vermindering of beëindiging daarvan, aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of zal hebben of die onroerende zaak huurt, zal huren, verhuurt, of zal verhuren; of
|
||||
5°. toestemming voor vervreemding van erfpacht als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
4°. de deelname, met inbegrip van de vergroting, vermindering of beëindiging daarvan, aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of zal hebben of die onroerende zaak huurt, zal huren, verhuurt, of zal verhuren;
|
||||
5°. toestemming voor vervreemding van erfpacht als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek of opstal als bedoeld in artikel 104, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; of
|
||||
6°. toestemming voor het vervreemden van een recht op eigendom, of voor het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht, ten aanzien van een registergoed dat de rechtspersoon met een overheidstaak heeft vervreemd onder de voorwaarde dat de verkrijger en zijn rechtsopvolgers verplicht zijn voor handelingen als hiervoor vermeld toestemming te vragen aan voornoemde rechtspersoon;
|
||||
- *vermogensverschaffer van betrokkene:* degene die direct of indirect vermogen verschaft of heeft verschaft aan betrokkene;
|
||||
- *zeggenschaphebbende over betrokkene:* degene die direct of indirect zeggenschap heeft of heeft gehad over betrokkene.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen rechtspersonen met een overheidstaak worden aangewezen als rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder overheidsopdracht mede verstaan: een speciale-sectoropdracht als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder overheidsopdracht mede verstaan:
|
||||
|
||||
a. een speciale-sectoropdracht als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012;
|
||||
b. een overeenkomst waarmee een rechtspersoon met een overheidstaak zorg als bedoeld in artikel 2.11 van de Jeugdwet of artikel 2.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inkoopt bij een ondernemer in het kader van een systeem waarbij voornoemde rechtspersoon overeenkomsten sluit met iedere ondernemer die zich ertoe verbindt om diensten of goederen te leveren tegen vooraf vastgestelde voorwaarden zonder dat het aantal belangstellende ondernemers aan de hand van een gunningscriterium wordt beperkt, met dien verstande dat voor «gegadigde» wordt gelezen «ondernemer».
|
||||
|
||||
**5.** In deze wet, met uitzondering van artikel 3a, en de op deze wet berustende bepalingen wordt onder strafbaar feit mede verstaan: een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -87,7 +99,7 @@ De betrokkene staat in relatie tot strafbare feiten als bedoeld in het tweede en
|
|||
|
||||
a. hij deze strafbare feiten zelf heeft begaan,
|
||||
b. hij direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht die deze strafbare feiten heeft begaan, of
|
||||
c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan.
|
||||
c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon leidinggevende van betrokkene is, dan wel zeggenschaphebbende over betrokkene, vermogensverschaffer van betrokkene of een persoon die in een zakelijk samenwerkingsverband tot betrokkene staat of heeft gestaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -100,8 +112,6 @@ b. voorzover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betr
|
|||
|
||||
**7.** Voorzover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar. Het bestuursorgaan heeft eenzelfde bevoegdheid indien sprake is van een ernstig gevaar waarbij de ernst van de strafbare feiten weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt. Het bestuursorgaan kan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift wijzigen. Indien niet wordt voldaan aan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift, kan het bestuursorgaan de beschikking intrekken.
|
||||
|
||||
**8.** In dit artikel wordt mede verstaan onder strafbaar feit een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -120,15 +130,15 @@ e. een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete waartegen beroep
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 7a, derde lid, wordt de weigering van de vergunninghouder of de subsidie-ontvanger om een formulier als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, volledig in te vullen, aangemerkt als ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 7a, derde lid, wordt de weigering van de vergunninghouder, de begunstigde van een andere beschikking, of de subsidie-ontvanger om een formulier als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, volledig in te vullen, aangemerkt als ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 12, derde lid, wordt de weigering van de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger of de vergunninghouder om aanvullende gegevens te verschaffen, aangemerkt als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 12, derde lid, wordt de weigering van de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder of de begunstigde van een andere beschikking om aanvullende gegevens te verschaffen, aangemerkt als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Overheidsopdrachten, vastgoedtransacties, subsidies, vergunningen en ontheffingen
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Een gegadigde voor een overheidsopdracht waarop de richtlijnen, genoemd in artikel 9, tweede lid, niet van toepassing zijn, kan van de gunning van die opdracht of van het sluiten van de met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst worden uitgesloten met inachtneming van de criteria voor de kwalitatieve selectie in de zin van de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a en b.
|
||||
**1.** Een gegadigde voor een overheidsopdracht waarop de bepalingen, genoemd in artikel 9, tweede lid, niet van toepassing zijn, kan van de gunning van die opdracht of van het sluiten van de met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst worden uitgesloten met inachtneming van de criteria voor de kwalitatieve selectie in de zin van de bepalingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a en b.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -167,7 +177,7 @@ b. in het geval dat bij een vastgoedtransactie is bedongen dat de overeenkomst k
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De betrokkene verschaft het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak de gegevens en bescheiden om deze in staat te stellen tot het eigen onderzoek, bedoeld in het eerste lid. Deze gegevens en bescheiden omvatten in ieder geval:
|
||||
De betrokkene verschaft het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak de gegevens en bescheiden om deze in staat te stellen tot het eigen onderzoek. Deze gegevens en bescheiden omvatten in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam, het adres en de woonplaats of plaats van vestiging van de betrokkene;
|
||||
b. de naam, het adres en de woonplaats van de persoon door wie de betrokkene zich laat vertegenwoordigen;
|
||||
|
|
@ -175,12 +185,12 @@ c. het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene b
|
|||
d. het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
|
||||
e. de rechtsvorm van de betrokkene;
|
||||
f. de handelsnaam of handelsnamen waarvan de betrokkene gebruikmaakt of heeft gemaakt;
|
||||
g. de naam, het adres en de woonplaats van de natuurlijke personen of rechtspersonen die, voor zover van toepassing:
|
||||
g. de naam, het adres en de woonplaats van, voor zover van toepassing:
|
||||
|
||||
1°. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven aan betrokkene;
|
||||
2°. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad over betrokkene;
|
||||
3°. direct of indirect vermogen verschaffen of hebben verschaft aan betrokkene;
|
||||
4°. onderaannemer van betrokkene zijn;
|
||||
1°. de leidinggevende van betrokkene;
|
||||
2°. de zeggenschaphebbende over betrokkene;
|
||||
3°. de vermogensverschaffer van betrokkene;
|
||||
4°. de onderaannemer van betrokkene;
|
||||
h. de wijze van financiering.
|
||||
|
||||
**3.** De betrokkene verschaft het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak tevens de gegevens en bescheiden, indien onderzoek wordt gedaan met het oog op een beslissing ter zake van de intrekking van een beschikking, onderscheidenlijk de ontbinding van een overeenkomst inzake een overheidsopdracht dan wel de opschorting of ontbinding van een overeenkomst of de beëindiging van een rechtshandeling inzake een vastgoedtransactie.
|
||||
|
|
@ -191,10 +201,29 @@ h. de wijze van financiering.
|
|||
|
||||
**6.** Artikel 28, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de door het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak van de betrokkene op grond van het tweede of derde lid verkregen gegevens alsmede op de bevindingen van het eigen onderzoek.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak na het eigen onderzoek zonder advies van het Bureau concludeert tot een ernstig gevaar of mindere mate van gevaar, meldt hij dit onder vermelding van de gegevens, bedoeld in artikel 11a, tweede lid, onverwijld aan het Bureau. Dat bestuursorgaan of die rechtspersoon is en blijft verantwoordelijk voor de juistheid van deze gegevens en meldt onverwijld eventuele correcties, in het bijzonder indien de conclusie van een ernstig gevaar of mindere mate van gevaar is vervallen in een bezwaarprocedure of gerechtelijke procedure.
|
||||
|
||||
**8.** Het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die redelijkerwijs vermoedt dat een betrokkene zich vanwege het toepassen van deze wet terugtrekt uit de procedure nadat een eigen onderzoek is gestart of nadat advies is gevraagd aan het Bureau, meldt dit onverwijld aan het Bureau.
|
||||
|
||||
### Artikel 7b
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak kan persoonsgegevens uit openbare bronnen en persoonsgegevens die rechtstreeks zijn te herleiden tot gegevens uit openbare bronnen, verwerken ten behoeve van het eigen onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 7c
|
||||
|
||||
**1.** De rijksbelastingdienst verstrekt aan bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak desgevraagd gegevens over een vergrijpboete die op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is opgelegd, ten behoeve van hun eigen onderzoek, in de gevallen waarin zij bevoegd zijn tot toepassing van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De krachtens het eerste lid verstrekte gegevens betreffen degene die in het eigen onderzoek is aangemerkt als:
|
||||
|
||||
a. betrokkene;
|
||||
b. leidinggevende van betrokkene;
|
||||
c. zeggenschaphebbende over betrokkene;
|
||||
d. vermogensverschaffer van betrokkene;
|
||||
e. degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager is of zal worden vermeld op de beschikking die is aangevraagd of is gegeven;
|
||||
f. degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.1. Instelling en taak van het Bureau
|
||||
|
|
@ -211,10 +240,10 @@ Er is een Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
|||
|
||||
Voor zover het gaat om een overheidsopdracht, heeft het Bureau voorts tot taak rechtspersonen met een overheidstaak desgevraagd advies uit te brengen over:
|
||||
|
||||
a. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voor zover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, een onderaannemer van artikel 57 van richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PbEU 2014, L 94);
|
||||
b. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voorzover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, een onderaannemer van de in onderdeel a genoemde bepalingen, indien richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PbEU 2014, L 94) op de aanbesteding van toepassing is;
|
||||
c. de mogelijkheid dat een gegadigde of onderaannemer wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen;
|
||||
d. de mate van gevaar dat een gegadigde, indien de overheidsopdracht aan hem zou worden gegund, of de onderaannemer bij de uitvoering van die opdracht strafbare feiten zal plegen.
|
||||
a. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de toepassing ten aanzien van een betrokkene van artikelen 2.86 tot en met 2.89 van de Aanbestedingswet 2012;
|
||||
b. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de toepassing ten aanzien van een betrokkene van artikel 3.65 van de Aanbestedingswet 2012 in samenhang gelezen met de in onderdeel a genoemde bepalingen, indien het gaat om een speciale-sectoropdracht als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012;
|
||||
c. de mogelijkheid dat een betrokkene wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen;
|
||||
d. de mate van gevaar dat een betrokkene, indien de overheidsopdracht aan hem zou worden gegund, bij de uitvoering van die opdracht strafbare feiten zal plegen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -224,30 +253,48 @@ a. de mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit
|
|||
b. de mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd, of
|
||||
c. de feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging of behoud van een vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 3, tweede tot en met vijfde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het Bureau kan afzien van het uitbrengen van een advies indien:
|
||||
|
||||
a. het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak niet de in artikel 7a, vierde lid, bedoelde informatie heeft toegezonden aan het Bureau; of
|
||||
b. uit de in artikel 7a, vierde lid, bedoelde informatie naar het oordeel van het Bureau blijkt dat het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden tot het verrichten van eigen onderzoek als bedoeld in artikel 7a, eerste lid.
|
||||
b. uit de in artikel 7a, vierde lid, bedoelde informatie naar het oordeel van het Bureau blijkt dat het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden tot het verrichten van eigen onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Het Bureau heeft voorts tot taak bestuursorganen desgevraagd te informeren omtrent de in deze wet en in andere algemeen verbindende voorschriften neergelegde weigerings- en intrekkingsgronden inzake subsidies, vergunningen en ontheffingen.
|
||||
Het Bureau heeft voorts tot taak bestuursorganen desgevraagd te informeren omtrent de in deze wet en in andere algemeen verbindende voorschriften neergelegde weigerings- en intrekkingsgronden inzake beschikkingen, overheidsopdrachten en vastgoedtransacties.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Indien het Bureau beschikt over gegevens die erop duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of – naar redelijkerwijs op grond van feiten of omstandigheden kan worden vermoed – gepleegd zullen worden, kan het een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak wijzen op de mogelijkheid om eigen onderzoek als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, te doen en eventueel daarna het Bureau om een advies te vragen. In dit artikel wordt mede verstaan onder strafbaar feit een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
|
||||
Indien het Bureau beschikt over gegevens die erop duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of – naar redelijkerwijs op grond van feiten of omstandigheden kan worden vermoed – gepleegd zullen worden, kan het een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak wijzen op de mogelijkheid om eigen onderzoek te doen en eventueel daarna het Bureau om een advies te vragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
Het Bureau bericht een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak desgevraagd in het geval waarin hij bevoegd is tot toepassing van deze wet over:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. het feit of over de betrokkene, in de afgelopen twee jaren, een advies is uitgebracht dan wel een adviesaanvraag in behandeling is genomen, en zo ja
|
||||
b. voor welke beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie het advies is uitgebracht dan wel de adviesaanvraag in behandeling is genomen, en
|
||||
c. indien advies is uitgebracht: de mate van gevaar zoals dat is opgenomen in het advies.
|
||||
Het Bureau bericht desgevraagd aan een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak of in de afgelopen vijf jaren in een advies van het Bureau of in bevindingen van eigen onderzoek strafbare feiten die zijn gepleegd door dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als naar wie dat orgaan of die rechtspersoon eigen onderzoek verricht, ten grondslag zijn gelegd aan de conclusie van een ernstig gevaar of mindere mate van gevaar in de zin van deze wet. Dit gegeven wordt uitsluitend verstrekt over degene die in het onderhavige eigen onderzoek is aangemerkt als ten minste één van de volgende natuurlijke of rechtspersonen:
|
||||
|
||||
a. betrokkene;
|
||||
b. leidinggevende van betrokkene;
|
||||
c. zeggenschaphebbende over betrokkene;
|
||||
d. vermogensverschaffer van betrokkene;
|
||||
e. degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager is of zal worden vermeld op de beschikking die is aangevraagd of is gegeven;
|
||||
f. degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het Bureau vermeldt daarbij tevens:
|
||||
|
||||
a. de identiteit van de onderzochte betrokkene;
|
||||
b. de identiteit van de onderzochte natuurlijke en rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, voor zover door hen gepleegde strafbare feiten ten grondslag zijn gelegd aan de conclusie van een ernstig gevaar of mindere mate van gevaar in de zin van deze wet;
|
||||
c. de beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie in het kader waarvan het advies is uitgebracht dan wel het eigen onderzoek is verricht;
|
||||
d. het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die het advies van het Bureau heeft gevraagd dan wel zonder dergelijk advies op basis van het eigen onderzoek heeft geconcludeerd dat sprake is van een ernstig gevaar of een mindere mate van gevaar.
|
||||
|
||||
**3.** Het Bureau bericht of over de betrokkene in de afgelopen vijf jaar een melding is gedaan als bedoeld in artikel 7a, achtste lid, ongeacht de vraag of tot een ernstig gevaar of mindere mate van gevaar is geconcludeerd.
|
||||
|
||||
**4.** Het Bureau verstrekt de gegevens op grond van dit artikel aan een bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak ten behoeve van diens eigen onderzoek. Het Bureau kan de gegevens tevens zelf verwerken ten behoeve van diens onderzoek, om te bepalen welke bestuursorganen het bevraagt op grond van artikel 13 of 27.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. Werkwijze van het Bureau
|
||||
|
||||
|
|
@ -261,7 +308,7 @@ Het verzamelen van persoonsgegevens wordt beperkt tot:
|
|||
|
||||
a. persoonsgegevens uit openbare bronnen,
|
||||
b. persoonsgegevens die rechtstreeks zijn te herleiden tot gegevens uit openbare bronnen,
|
||||
c. persoonsgegevens die zijn verstrekt op grond van de artikelen 7a, vierde lid, 13, 27 of 27a, en
|
||||
c. persoonsgegevens die zijn verstrekt op grond van de artikelen 7a, vierde, zevende en achtste lid, 13, 27 of 27a, en
|
||||
d. persoonsgegevens die zijn verkregen overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, van de Algemene verordening gegevensbescherming.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -269,9 +316,9 @@ d. persoonsgegevens die zijn verkregen overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aan
|
|||
In afwijking van het tweede lid kan het Bureau in het geval dat het door de betrokkene ingevulde formulier, bedoeld in artikel 7a, onvoldoende informatie verschaft voor het onderzoek ten behoeve van het advies, dan wel de gegevens die door middel van dat formulier en uit de verschillende bestanden of registraties zijn verkregen niet gelijkluidend zijn, de betrokkene verzoeken om nadere gegevens over:
|
||||
|
||||
a. de vertegenwoordigingsbevoegdheid van degene die het formulier heeft ingevuld;
|
||||
b. de identiteit en vertegenwoordigingsbevoegdheid van personen die direct of indirect leiding geven;
|
||||
c. de identiteit van personen die direct of indirect zeggenschap uitoefenen;
|
||||
d. de identiteit van personen die direct of indirect vermogen verschaffen;
|
||||
b. de identiteit van de leidinggevende van betrokkene;
|
||||
c. de identiteit van de zeggenschaphebbende over betrokkene;
|
||||
d. de identiteit van de vermogensverschaffer van betrokkene;
|
||||
e. de wijze van financiering;
|
||||
f. feiten en omstandigheden die van belang zijn om te beoordelen tot welke personen de betrokkene in een zakelijk samenwerkingsverband staat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -381,11 +428,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Bevoegdheden, verplichtingen en procedurele bepalingen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.1. Bevoegdheid officier van justitie
|
||||
### Paragraaf 4.1. Tipbevoegdheid
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
De officier van justitie die beschikt over gegevens die er op duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of, naar redelijkerwijs op grond van feiten of omstandigheden kan worden vermoed, gepleegd zullen worden, kan het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak wijzen op de mogelijkheid om eigen onderzoek als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, te doen en daarna eventueel het Bureau om een advies te vragen.
|
||||
De officier van justitie, het bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, en die beschikt over gegevens die erop duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of naar redelijkerwijs kan worden vermoed gepleegd zullen worden, kan een bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, wijzen op de mogelijkheid om eigen onderzoek te doen en eventueel daarna het Bureau om een advies te vragen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Verplichting tot medewerking
|
||||
|
||||
|
|
@ -397,15 +444,14 @@ De volgende bestuursorganen verstrekken het Bureau desgevraagd alle gegevens die
|
|||
|
||||
a. Onze Minister van Financiën, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door:
|
||||
|
||||
1°. de Belastingdienst FIOD-ECD;
|
||||
1°. de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst;
|
||||
2°. de rijksbelastingdienst;
|
||||
b. Onze Minister, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door:
|
||||
|
||||
1°. de Justitiële informatiedienst;
|
||||
2°. het Meldpunt ongebruikelijke transacties en die ingevolge artikel 14, derde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme kunnen worden verstrekt;
|
||||
3°. het openbaar ministerie;
|
||||
4°. de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen;
|
||||
5°. de Immigratie- en naturalisatiedienst;
|
||||
2°. de Financiële inlichtingen eenheid en die ingevolge artikel 14, derde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme kunnen worden verstrekt;
|
||||
3°. de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen;
|
||||
4°. de Immigratie- en naturalisatiedienst;
|
||||
c. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
|
||||
d. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor zover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Nederlandse Arbeidsinspectie;
|
||||
e. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Inspectie Leefomgeving en Transport;
|
||||
|
|
@ -417,7 +463,9 @@ j. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover het bestanden
|
|||
k. de burgemeester van een gemeente of het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, voor zover het gegevens betreft omtrent overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd;
|
||||
l. gedeputeerde staten van een provincie en de commissaris van de Koning van een provincie, voor zover het gegevens betreft omtrent overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd;
|
||||
m. de raad van bestuur van de kansspelautoriteit, bedoeld in artikel 33a van de Wet op de kansspelen;
|
||||
n. de Autoriteit Consument en Markt, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
n. de Autoriteit Consument en Markt, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
|
||||
o. de Nederlandse Zorgautoriteit;
|
||||
p. het College van procureurs-generaal van het openbaar ministerie.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing op persoonsgegevens, voor zover het persoonsgegevens betreft voor de verwerking waarvan de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen de verwerkingsverantwoordelijke zijn in de zin van artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming dan wel de verwerkingsverantwoordelijke zijn in de zin van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of de Wet politiegegevens.
|
||||
|
||||
|
|
@ -460,7 +508,21 @@ h. de Nationale Ombudsman;
|
|||
i. de Autoriteit persoonsgegevens;
|
||||
j. de rechter;
|
||||
k. de met opsporing belaste ambtenaren indien toepassing wordt gegeven aan de artikelen in het Wetboek van Strafvordering betreffende het vorderen van gegevens;
|
||||
l. de inlichtingen- en veiligheidsdiensten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 39 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.
|
||||
l. de inlichtingen- en veiligheidsdiensten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 39 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017;
|
||||
m. een ander bestuursorgaan of andere rechtspersoon met een overheidstaak, voor zover:
|
||||
|
||||
1°. uit toepassing van artikel 11a, artikel 26 of het tweede lid, onder d, van dit artikellid blijkt dat het verstrekkende bestuursorgaan of de verstrekkende rechtspersoon met een overheidstaak eerder advies heeft gevraagd over of eigen onderzoek heeft gedaan naar dezelfde persoon naar wie het ontvangende bestuursorgaan of de ontvangende rechtspersoon met een overheidstaak eigen onderzoek verricht;
|
||||
2°. de gegevens door het verstrekkende bestuursorgaan of de verstrekkende rechtspersoon met een overheidstaak niet langer dan vijf jaar geleden zijn verkregen uit eigen onderzoek of een advies van het Bureau;
|
||||
3°. de verstrekking wordt beperkt tot gegevens over dezelfde persoon, bedoeld onder 1°, die het ontvangende bestuursorgaan of de ontvangende rechtspersoon met een overheidstaak zou kunnen verkrijgen door het verrichten van eigen onderzoek of het vragen van advies aan het Bureau, en
|
||||
4°. de gegevens noodzakelijk zijn voor het eigen onderzoek van het ontvangende bestuursorgaan of die ontvangende rechtspersoon met een overheidstaak naar degene die in diens eigen onderzoek is aangemerkt als:
|
||||
|
||||
– betrokkene;
|
||||
– leidinggevende van betrokkene;
|
||||
– zeggenschaphebbende over betrokkene;
|
||||
– vermogensverschaffer van betrokkene;
|
||||
– degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager is of zal worden vermeld op de beschikking die is aangevraagd of is gegeven;
|
||||
– degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene;
|
||||
n. de omgevingsdienst, uitsluitend voor zover de gegevens noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan artikel 3 van deze wet.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de toepassing van artikel 33, eerste en tweede lid, verstrekt het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak de betrokkene of de in artikel 33, eerste lid, bedoelde derde een afschrift van het advies en wijst hem daarbij schriftelijk op zijn geheimhoudingsplicht op grond van het eerste lid. De in artikel 33, eerste lid, bedoelde derde wordt het advies slechts verstrekt voor zover het op hem betrekking heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -468,7 +530,7 @@ l. de inlichtingen- en veiligheidsdiensten indien toepassing wordt gegeven aan a
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die een advies ontvangt, kan dat advies gedurende vijf jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.
|
||||
Het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die een advies ontvangt, kan dat advies gedurende vijf jaren nadat het is uitgebracht gebruiken in verband met een andere beslissing. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op bevindingen van eigen onderzoek en de gegevens die daaraan ten grondslag liggen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.4. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -496,7 +558,7 @@ a. de gunning van een overheidsopdracht of het sluiten van de met een gunningsbe
|
|||
b. de toestemming, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel c;
|
||||
c. de ontbinding van de overeenkomst met de partij aan wie de overheidsopdracht is gegund;
|
||||
d. het aangaan van een vastgoedtransactie;
|
||||
e. de opschorting of ontbinding van de overeenkomst of de beëindiging van de rechtsbehandeling waarmee de vastgoedtransactie is aangegaan.
|
||||
e. de opschorting of ontbinding van de overeenkomst of de beëindiging van de rechtshandeling waarmee de vastgoedtransactie is aangegaan.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid zijn de artikelen 4:9 tot en met 4:12 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue