2009-01-17 | BWBR0025378 | Zuivelverordening 2008, Gewichtsbepaling bij gebruik van rijdende melkontvangsten met mobiel weegsysteem

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-17 12:00:00 +00:00
parent bba09b898f
commit e2f7cad2e8

View file

@ -32,12 +32,9 @@ In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van de Zuivelverordening 2005
De ontvanger van boerderijmelk maakt gebruik van RMOs voorzien van een mobiel weegsysteem dat voldoet aan de hiernavolgende eisen.
a. a.
voorzien van een mobiel weegsysteem dat voldoet aan de in artikel 4 genoemde eisen;
b. b.
voorzien van een doelmatige ruimte, waarin de monsters diepgekoelde boerderijmelk kunnen worden gekoeld en bewaard op een temperatuur van tenminste 0,0 °C en ten hoogste 4,0 °C;
c. c.
op een duidelijk zichtbare plaats voorzien van een verzegelbare opschriftenplaat, waarop de merktekens en de vereiste aanvullende gegevens zoals bepaald bij of krachtens de Metrologiewet.
a. voorzien van een mobiel weegsysteem dat voldoet aan de in artikel 4 genoemde eisen;
b. voorzien van een doelmatige ruimte, waarin de monsters diepgekoelde boerderijmelk kunnen worden gekoeld en bewaard op een temperatuur van tenminste 0,0 °C en ten hoogste 4,0 °C;
c. op een duidelijk zichtbare plaats voorzien van een verzegelbare opschriftenplaat, waarop de merktekens en de vereiste aanvullende gegevens zoals bepaald bij of krachtens de Metrologiewet.
### Artikel 4
@ -51,14 +48,10 @@ c. c.
Voordat een nieuwe RMO voorzien van een mobiel weegsysteem in gebruik wordt genomen moet een voorinregeling worden uitgevoerd:
1. 1.
Een voorinregeling van het weegsysteem moet door de ontvanger van boerderijmelk worden uitgevoerd. Hierbij wordt de instructie van de leverancier van het weegsysteem gevolgd.
2. 2.
De ontvanger van boerderijmelk controleert voorafgaand aan de voorinregeling of is voldaan aan het bepaalde in artikel 4.
3. 3.
Voor de uitvoering van de voorinregeling maakt de ontvanger van boerderijmelk gebruik van de erkende keurder.
4. 4.
Voorafgaand aan de uitvoering van de eerste keuring ondergaat de RMO een setting. De setting duurt minimaal 2 weken en maximaal 6 weken. In deze periode legt de RMO onder praktijkomstandigheden minimaal 2.000 km af. Bij aanvang van de setting moet de eerste keuring zijn aangevraagd.
1. Een voorinregeling van het weegsysteem moet door de ontvanger van boerderijmelk worden uitgevoerd. Hierbij wordt de instructie van de leverancier van het weegsysteem gevolgd.
2. De ontvanger van boerderijmelk controleert voorafgaand aan de voorinregeling of is voldaan aan het bepaalde in artikel 4.
3. Voor de uitvoering van de voorinregeling maakt de ontvanger van boerderijmelk gebruik van de erkende keurder.
4. Voorafgaand aan de uitvoering van de eerste keuring ondergaat de RMO een setting. De setting duurt minimaal 2 weken en maximaal 6 weken. In deze periode legt de RMO onder praktijkomstandigheden minimaal 2.000 km af. Bij aanvang van de setting moet de eerste keuring zijn aangevraagd.
### Artikel 6
@ -90,15 +83,12 @@ Bij de zuivelkeuring en de reguliere keuring voldoet het weegsysteem aan de gebr
Van een gewijzigde RMO is sprake indien:
a. a.
een weegcel is vervangen;
b. b.
bij schade aan het chassis, waardoor de weegframes een andere stand hebben aangenomen.
In dergelijke gevallen zal het chassis uitgelijnd moeten worden;
c. c.
bij schade aan de tank tussen de weegcellen, waardoor de ruimte tussen de weegcellen is gewijzigd;
d. d.
na een reparatie die van invloed is op het weegresultaat.
a. een weegcel is vervangen;
b. bij schade aan het chassis, waardoor de weegframes een andere stand hebben aangenomen.
In dergelijke gevallen zal het chassis uitgelijnd moeten worden;
c. bij schade aan de tank tussen de weegcellen, waardoor de ruimte tussen de weegcellen is gewijzigd;
d. na een reparatie die van invloed is op het weegresultaat.
### Artikel 9
@ -110,12 +100,9 @@ d. d.
Voor de uitvoering van een tussentijdse meting moet de volgende werkwijze worden gevolgd:
a. a.
na beëindiging van een melkrit wordt eerst het gewicht van een geladen RMO vastgesteld, alvorens het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) te bepalen, of
b. b.
voor de aanvang van een melkrit wordt het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) vastgesteld en na beëindiging van de melkrit het gewicht van de geladen RMO bepaald;
c. c.
bij de vaststelling van de afwijking wordt rekening gehouden met het verbruik van dieselolie door de RMO; hierbij wordt uitgegaan van een verbruik van 1 kg op 3 kilometer.
a. na beëindiging van een melkrit wordt eerst het gewicht van een geladen RMO vastgesteld, alvorens het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) te bepalen, of
b. voor de aanvang van een melkrit wordt het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) vastgesteld en na beëindiging van de melkrit het gewicht van de geladen RMO bepaald;
c. bij de vaststelling van de afwijking wordt rekening gehouden met het verbruik van dieselolie door de RMO; hierbij wordt uitgegaan van een verbruik van 1 kg op 3 kilometer.
**4.** Het verschil tussen de gemeten hoeveelheid door de RMO en de gemeten hoeveelheid door middel van de weegbrug/tanksnelweger mag niet meer zijn dan 0,5 %.