2004-01-01 | BWBR0013060 | Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent c59318e945
commit e30852117d

View file

@ -44,7 +44,7 @@ l. fonds:
m. verzekerde: de werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede de verzekerde op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Kinderbijslagwet of de Algemene nabestaandenwet, voorzover hij geen uitkering of voorziening op grond van deze wetten of de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten ontvangt;
n. uitkeringsgerechtigde: de persoon die een uitkering of voorziening ontvangt op grond van:
1°. de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, of
1°. de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, of
2°. de Werkloosheidswet, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
o. het Inlichtingenbureau: de Stichting Inlichtingenbureau, gevestigd te Den Haag;
p. Suwinet: de elektronische infrastructuur, bedoeld in artikel 62, tweede lid;
@ -153,7 +153,7 @@ d. gevraagd en ongevraagd kunnen adviseren over de uitvoering van de wettelijke
e. in staat gesteld worden op een adequate manier aan het overleg deel te nemen, waarbij ten minste aandacht besteed wordt aan logistieke faciliteiten, onkostenvergoedingen en deskundigheidsbevordering;
f. beschermd worden tegen benadeling in verband met hun deelname aan het overleg.
**4.** In de regeling, bedoeld in het eerste lid, van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt de betrokkenheid geregeld bij de totstandkoming van de non-discriminatiecode, bedoeld in de artikelen 22 en 31.
**4.** In de regeling, bedoeld in het eerste lid, van de Centrale organisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt de betrokkenheid geregeld bij de totstandkoming van de non-discriminatiecode, bedoeld in de artikelen 22 en 31.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere onderwerpen worden aangewezen die in elk geval in de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden geregeld en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
@ -196,7 +196,7 @@ b. de Raad voor werk en inkomen en Onze Minister over voorstellen van de landeli
### Artikel 13
**1.** Een besluit van de Centrale organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank om andere dan de in deze wet bedoelde taken uit te voeren, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
**1.** Een besluit van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank om andere dan de in deze wet bedoelde taken uit te voeren, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
**2.** Onze Minister kan aan de in het eerste lid genoemde rechtspersonen verplichtingen opleggen in verband met de uitvoering van andere taken als bedoeld in het eerste lid.
@ -208,7 +208,7 @@ b. de Raad voor werk en inkomen en Onze Minister over voorstellen van de landeli
### Artikel 14
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel kan bepaald worden dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, burgemeester en wethouders van de gemeenten en werkgevers op grond van artikel 72 van de Werkloosheidswet, artikel 8, tweede lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden, of de artikelen 8 en 10 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten de werkzaamheden gericht op de inschakeling in de arbeid van werknemers, uitkeringsgerechtigden, werkzoekenden of arbeidsgehandicapten slechts laten verrichten door een natuurlijke dan wel rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert, die in het bezit is van een in het tweede lid bedoelde certificaat.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan bepaald worden dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, burgemeester en wethouders van de gemeenten en werkgevers op grond van artikel 72 van de Werkloosheidswet, artikel 7, vierde lid, van de Wet werk en bijstand, of de artikelen 8 en 10 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten de werkzaamheden gericht op de inschakeling in de arbeid van werknemers, uitkeringsgerechtigden, werkzoekenden of arbeidsgehandicapten slechts laten verrichten door een natuurlijke dan wel rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert, die in het bezit is van een in het tweede lid bedoelde certificaat.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de afgifte aan een in het eerste lid bedoelde natuurlijke dan wel rechtspersoon van een certificaat waaruit blijkt dat hij voldoet aan bij of krachtens deze algemene maatregel van bestuur gestelde kwaliteits- en deskundigheidseisen.
@ -258,7 +258,7 @@ b. het opstellen van een verslag van werkzaamheden ten behoeve van Onze Minister
**6.** Alvorens representatieve organisaties als bedoeld in het derde lid aan te wijzen, stelt Onze Minister de Sociaal-Economische Raad in de gelegenheid over de representativiteit van die organisaties advies uit te brengen.
**7.** Onze Minister regelt de schadeloosstelling van de leden van de Raad voor werk en inkomen.
**7.** Onze Minister stelt de rechtspositie van de leden van de Raad voor werk en inkomen vast. Daarbij stelt hij in elk geval hun bezoldiging of schadeloosstelling vast, alsmede hun aanspraken op vergoeding van kosten die verband houden met hun functie.
**8.** Het personeel van de Raad voor werk en inkomen wordt in dienst genomen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De bepalingen van de tiende titel van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn op deze overeenkomst van toepassing.
@ -393,11 +393,11 @@ b. indien een termijn als bedoeld in het derde lid is verstreken zonder dat de b
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de administratieve indeling, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Met betrekking tot moeilijk plaatsbare werkzoekenden adviseert de Centrale organisatie werk en inkomen, de betrokken werkzoekende gehoord, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente over de wijze waarop de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces van die werkzoekende kunnen worden verbeterd. Met betrekking tot moeilijk plaatsbare werkzoekenden van 23 jaar of ouder die op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden langdurig werkloos dan wel daarmee gelijkgesteld zijn, wordt in het advies een oordeel gegeven over de noodzaak om de betrokken werkzoekende in aanmerking te laten komen voor de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4 of 5 van die wet. Van de opvattingen van de betrokken werkzoekende, desgewenst in de door deze aangegeven bewoordingen, en, indien het advies daarvan afwijkt, van de redenen daarvoor, wordt melding gedaan in het advies.
**3.** Met betrekking tot moeilijk plaatsbare werkzoekenden adviseert de Centrale organisatie werk en inkomen, de betrokken werkzoekende gehoord, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente over de wijze waarop de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces van die werkzoekende kunnen worden verbeterd. Van de opvattingen van de betrokken werkzoekende, desgewenst in de door deze aangegeven bewoordingen, en, indien het advies daarvan afwijkt, van de redenen daarvoor, wordt melding gedaan in het advies.
**4.** De Centrale organisatie werk en inkomen informeert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente zo spoedig mogelijk over de uitkomst van de administratieve indeling, bedoeld in het eerste lid, en het advies, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot de werkzoekende. De werkzoekende ontvangt een afschrift van het advies.
**5.** De Centrale organisatie werk en inkomen geeft tevens toepassing aan het eerste of derde lid op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente in geval van herbeoordeling van de kans op werk van de werkzoekende dan wel een oordeel over de noodzaak om de betrokken werkzoekende in aanmerking te laten komen voor de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4 of 5 van de Wet inschakeling werkzoekenden. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
**5.** De Centrale organisatie werk en inkomen geeft tevens toepassing aan het eerste of derde lid op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente in geval van herbeoordeling van de kans op werk van de werkzoekende. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 27
@ -407,7 +407,7 @@ b. indien een termijn als bedoeld in het derde lid is verstreken zonder dat de b
### Artikel 28
**1.** De Centrale organisatie werk en inkomen neemt aanvragen in ontvangst van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, een toeslag op grond van de Toeslagenwet en van algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet dan wel van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Tevens neemt de Centrale organisatie werk en inkomen de aangifte van werkloosheid op grond van artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet in ontvangst. Indien een aanvraag van een uitkering of aangifte van werkloosheid op grond van een in de eerste zin van dit lid genoemde wet niet bij de Centrale organisatie voor werk en inkomen moet worden ingediend of gedaan, verwijst de Centrale organisatie werk en inkomen de aanvrager naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of naar burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. Indien het een aanvraag van algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet dan wel van uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen betreft, legt de Centrale organisatie werk en inkomen vast op welke dag zij naam, adres en woonplaats van de belanghebbende heeft geregistreerd en hem in staat heeft gesteld zijn aanvraag in te dienen.
**1.** De Centrale organisatie werk en inkomen neemt aanvragen in ontvangst van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Toeslagenwet en van algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand dan wel van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Tevens neemt de Centrale organisatie werk en inkomen de aangifte van werkloosheid op grond van artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet in ontvangst. Indien een aanvraag van een uitkering of aangifte van werkloosheid op grond van een in de eerste zin van dit lid genoemde wet niet bij de Centrale organisatie werk en inkomen moet worden ingediend of gedaan, verwijst de Centrale organisatie werk en inkomen de aanvrager naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of naar burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. Indien het een aanvraag van algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand dan wel van uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen betreft, legt de Centrale organisatie werk en inkomen vast op welke dag zij naam, adres en woonplaats van de belanghebbende heeft geregistreerd en hem in staat heeft gesteld zijn aanvraag in te dienen.
**2.** De belanghebbende verstrekt aan de Centrale organisatie werk en inkomen alle gevraagde gegevens en bewijsstukken die nodig zijn voor de beslissing op zijn aanvraag door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente dan wel voor de verdere behandeling van zijn aangifte van werkloosheid door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De Centrale organisatie werk en inkomen onderzoekt de verstrekte gegevens en bewijsstukken op bij ministeriële regeling te bepalen wijze op juistheid, volledigheid en consistentie.
@ -421,7 +421,7 @@ b. indien een termijn als bedoeld in het derde lid is verstreken zonder dat de b
**1.** De belanghebbende verstrekt de gegevens en de bewijsstukken, bedoeld in artikel 28, tweede lid, aan de Centrale organisatie werk en inkomen en deelt op verzoek van deze organisatie of onverwijld uit eigen beweging overigens alle feiten en omstandigheden mee, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, toeslag of bijstand, het geldend maken van het recht op uitkering, toeslag of bijstand, of de hoogte of de duur van de uitkering, toeslag of bijstand.
**2.** De verplichting van het eerste lid geldt tot het tijdstip van ontvangst van de mededeling van de Centrale organisatie werk en inkomen, bedoeld in artikel 28, derde lid, derde zin.
**2.** De verplichting van het eerste lid geldt tot het tijdstip van ontvangst van de mededeling van de Centrale organisatie werk en inkomen, bedoeld in artikel 28, derde lid, vierde zin.
## Hoofdstuk 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
@ -435,7 +435,7 @@ a. uitvoering geven aan de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de we
b. te bevorderen dat personen die een uitkering ontvangen op grond van wetten als bedoeld in onderdeel a worden ingeschakeld in het arbeidsproces;
c. beheren en administreren van de in artikel 1, onderdeel l, subonderdelen 1 tot en met 3 en 7 tot en met 12, bedoelde fondsen;
d. zorgdragen voor gevraagde en ongevraagde verstrekking van deugdelijke informatie aan werkgevers, werknemers, uitkeringsgerechtigden, verzekerden, werkzoekenden, regionale platforms, bedoeld in artikel 23, en andere belanghebbenden in verband met de uitvoering van de in onderdeel a genoemde verzekeringen en wetten alsmede de in onderdeel b bedoelde taak;
e. op verzoek van een werkgever of een werknemer een onderzoek instellen naar en een oordeel geven over het bestaan van ongeschiktheid tot werken, indien de werknemer een geschil heeft met de werkgever over de ongeschiktheid tot werken;
e. op verzoek van een werkgever of een werknemer een onderzoek instellen naar en een oordeel geven over het bestaan van ongeschiktheid tot werken of de nakoming van de werknemer van de verplichtingen, bedoeld in artikel 660a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel overeenkomstige bepalingen, indien de werknemer een geschil heeft met zijn werkgever over recht op loon als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of recht op bezoldiging als bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim respectievelijk de nakoming van die verplichtingen;
f. op verzoek van een werkgever of een werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet of een persoon als bedoeld in artikel 63, eerste lid, van die wet een onderzoek instellen naar en een oordeel geven over de aanwezigheid van passende arbeid, die de zieke werknemer voor de werkgever, respectievelijk de persoon die recht heeft op ziekengeld voor de eigenrisicodrager, in staat is te verrichten;
g. op verzoek van een werkgever of een werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet of een persoon als bedoeld in artikel 63, eerste lid, van die wet een onderzoek instellen naar en een oordeel geven over de vraag of de werkgever ten aanzien van zijn zieke werknemer, respectievelijk die eigenrisicodrager ten aanzien van de persoon aan wie hij ziekengeld moet betalen, voldoende en geschikte reïntegratieinspanningen heeft verricht;
h. het uitvoeren van taken die bij of krachtens enige andere wet dan de in onderdeel a bedoelde wetten, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn opgedragen;
@ -537,7 +537,9 @@ b. omtrent de inrichting van de administratie van de Sociale verzekeringsbank.
De Inspectie Werk en Inkomen is belast met:
a. het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid, waaronder begrepen doeltreffendheid, van de uitvoering van de bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan de Centrale organisatie werk en inkomen, het Inlichtingenbureau, de Raad voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank opgedragen taken;
b. het toezicht op de rechtmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van de taken, opgedragen aan burgemeester en wethouders bij en krachtens de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet inschakeling werkzoekenden en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
b. 1°. het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen door burgemeesters en wethouders, en de doeltreffendheid van die wetten;
2°. het geven van het oordeel over de uitvoering van de Wet werk en bijstand, bedoeld in artikel 74, vierde lid, van die wet;
3°. het toezicht de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars door burgemeester en wethouders, en op de doeltreffendheid van die wetten;
c. het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid, waaronder begrepen doeltreffendheid, van de wijze waarop de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank met elkaar en met burgemeester en wethouders van de gemeenten bij de uitvoering van de aan hen opgedragen taken samenwerken;
d. het verrichten van andere bij of krachtens een wet aan de Inspectie Werk en Inkomen opgedragen taken.
@ -565,7 +567,7 @@ d. het verrichten van andere bij of krachtens een wet aan de Inspectie Werk en I
### Artikel 41
De Inspectie Werk en Inkomen beoordeelt op verzoek van Onze Minister de mogelijkheden van het houden van toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering van beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften door de in artikel 37, eerste lid, genoemde bestuursorganen en rechtspersonen, alsmede beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften met betrekking tot andere taken, als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel d.
De Inspectie Werk en Inkomen beoordeelt op verzoek van Onze Minister de mogelijkheden van het houden van toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering van beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften door de in artikel 37 genoemde bestuursorganen en rechtspersonen, alsmede beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften met betrekking tot andere taken, als bedoeld in artikel 37, onderdeel d.
### Artikel 42
@ -579,7 +581,7 @@ De Inspectie Werk en Inkomen beoordeelt op verzoek van Onze Minister de mogelijk
### Artikel 43
Onze Minister kan regels stellen waarin besluiten van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank worden omschreven die overeenkomstig die regels, binnen de in die regels gestelde termijnen, ter kennis van de Inspectie Werk en Inkomen worden gebracht.
Onze Minister kan regels stellen waarin besluiten van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Inlichtingenbureau, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank worden omschreven die overeenkomstig die regels, binnen de in die regels gestelde termijnen, ter kennis van de Inspectie Werk en Inkomen worden gebracht.
### Artikel 44
@ -605,7 +607,7 @@ Onze Minister kan regels stellen waarin besluiten van de Centrale organisatie we
**2.** De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen ieder elk jaar een meerjarenbeleidsplan vast, dat betrekking heeft op de vier jaren die volgen op het jaar waarop het in het eerste lid bedoelde jaarplan betrekking heeft, en bieden dit vóór een door hem vast te stellen datum aan Onze Minister aan.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de indiening van de begroting en ontwerpen daarvan, het jaarplan en het meerjarenbeleidsplan.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud en de indiening van de begroting en ontwerpen daarvan, van het jaarplan en van het meerjarenbeleidsplan.
**4.** Onze Minister brengt de in het eerste en tweede lid bedoelde plannen alsmede zijn oordeel over die plannen jaarlijks ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.
@ -745,7 +747,9 @@ f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aan
g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000;
h. Onze Minister van Justitie voorzover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
i. de door Onze Minister aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 14 van de Wet arbeid vreemdelingen en artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
j. griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, desgevraagd in de vorm van uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken.
j. griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, desgevraagd in de vorm van uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken;
k. de Informatie Beheer Groep, bedoeld in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
l. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, bedoeld in de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
**4.** De in het eerste en derde lid bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek, binnen de daarbij gestelde termijn, verstrekt in schriftelijke vorm of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd.
@ -761,7 +765,7 @@ j. griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, desgevraag
**1.** De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen bij de uitoefening van hun taak de identiteit van de belanghebbende vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van die taak.
**2.** Een ieder verstrekt op verzoek onverwijld aan de in het eerste lid genoemde rechtspersonen inzage in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als bedoeld in als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van wettelijke taken door de betrokken rechtspersoon.
**2.** Een ieder verstrekt op verzoek onverwijld aan de in het eerste lid genoemde rechtspersonen inzage in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van wettelijke taken door de betrokken rechtspersoon.
**3.** De werkgever in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering stelt bij de uitvoering van zijn verplichting bedoeld in artikel 60, tweede lid, de identiteit van de verzekerde vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en neemt daarvan de aard, het nummer en een afschrift op in de administratie. De verzekerde verstrekt dit document daartoe aan de werkgever, bedoeld in de eerste zin, ter inzage en stelt hem in de gelegenheid daarvan afschrift te maken.
@ -771,7 +775,7 @@ j. griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, desgevraag
### Artikel 56
**1.** De Centrale organisatie werk en inkomen geeft, indien deze organisatie het gegronde vermoeden heeft dat een belanghebbende de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen op grond van artikel 28, tweede lid, en 29, eerste lid, niet nakomt of anderszins onvoldoende medewerking verleent, dan wel dat een werknemer in de zin van de Werkloosheidswet een verplichting, hem opgelegd op grond van de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, of 26, eerste lid, onderdeel d, e, f of i, van die wet niet nakomt, dan wel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Algemene bijstandswet, artikel 20, eerste lid of derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 20, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen zich voordoet, hiervan onverwijld kennis aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente, onder vermelding van de gronden waarop het vermoeden steunt. De kennisgeving wordt schriftelijk of langs elektronische weg vastgelegd.
**1.** De Centrale organisatie werk en inkomen geeft, indien deze organisatie het gegronde vermoeden heeft dat een belanghebbende de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen op grond van artikel 28, tweede lid, en 29, eerste lid, niet nakomt of anderszins onvoldoende medewerking verleent, dan wel dat een werknemer in de zin van de Werkloosheidswet een verplichting, hem opgelegd op grond van de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, of 26, eerste lid, onderdeel d, e, f of i, van die wet niet nakomt, dan wel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, artikel 20, eerste lid of derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 20, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen zich voordoet, hiervan onverwijld kennis aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente, onder vermelding van de gronden waarop het vermoeden steunt. De kennisgeving wordt schriftelijk of langs elektronische weg vastgelegd.
**2.** De Centrale organisatie werk en inkomen geeft overeenkomstig het eerste lid kennis aan de Sociale verzekeringsbank dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 7, zesde lid, tweede zin, van de Algemene Kinderbijslagwet zich voordoet.
@ -805,11 +809,11 @@ De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverz
### Artikel 62
**1.** De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en burgemeester en wethouders van de gemeenten verstrekken elkaar uit eigen beweging en op verzoek, kosteloos, alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken die bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en bij of krachtens de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen aan burgemeester en wethouders van de gemeenten is opgedragen. Zij maken daarbij gebruik van het sociaal-fiscaalnummer van de personen op wie de gegevens betrekking hebben.
**1.** De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en burgemeester en wethouders van de gemeenten verstrekken elkaar uit eigen beweging en op verzoek, kosteloos, alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken die bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en bij of krachtens de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen aan burgemeester en wethouders van de gemeenten is opgedragen. Zij maken daarbij gebruik van het sociaal-fiscaalnummer van de personen op wie de gegevens betrekking hebben.
**2.** De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en burgemeester en wethouders van de gemeenten maken bij de uitvoering van de taken die bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan de Centrale organisatie werk en inkomen of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en bij of krachtens de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen aan burgemeester en wethouders van de gemeenten is opgedragen, gebruik van een elektronische infrastructuur die daartoe door hen en Onze Minister wordt ingericht en in stand gehouden.
**2.** De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en burgemeester en wethouders van de gemeenten maken bij de uitvoering van de taken die bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan de Centrale organisatie werk en inkomen of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en bij of krachtens de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen aan burgemeester en wethouders van de gemeenten is opgedragen, gebruik van een elektronische infrastructuur die daartoe door hen en Onze Minister wordt ingericht en in stand gehouden.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gebruik van de in het tweede lid bedoelde infrastructuur door Onze Minister en de Inspectie Werk en Inkomen in verband met de toepassing van de artikelen 42, 43, 54 en 72 van deze wet.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het gebruik van de in het tweede lid bedoelde infrastructuur door Onze Minister en de Inspectie Werk en Inkomen in verband met de toepassing van de artikelen 42, 43, 54 en 72 van deze wet.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen het eerste en tweede lid van toepassing worden verklaard op de uitvoering van andere dan de in het eerste en tweede lid genoemde wetten door burgemeester en wethouders van de gemeenten.
@ -819,7 +823,7 @@ De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverz
**2.** Artikel 19 is ten aanzien van het Inlichtingenbureau van overeenkomstige toepassing.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het Inlichtingenbureau, in ieder geval over de taken en de financiering van en het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer door deze instelling.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het Inlichtingenbureau, in ieder geval over de taken, de financiering, de goedkeuring door Onze Minister van het jaarplan en de begroting en het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer door deze instelling.
### Artikel 64
@ -868,7 +872,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen de artikelen 62, tweede lid, 64 en 66 tot en m
### Artikel 71
Alvorens regels worden gesteld op grond van de artikelen 63, tweede lid, 64, tweede lid, 65, 66, eerste lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69 of 70 stelt Onze Minister de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en een door hem aangewezen rechtspersoon die de gemeenten vertegenwoordigt, in de gelegenheid hierover met hem overleg te voeren.
Alvorens regels worden gesteld op grond van de artikelen 63, derde lid, 64, tweede lid, 65, 66, eerste lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69 of 70 stelt Onze Minister de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en een door hem aangewezen rechtspersoon die de gemeenten vertegenwoordigt, in de gelegenheid hierover met hem overleg te voeren.
### Artikel 72
@ -880,9 +884,10 @@ De Raad voor werk en inkomen, de Centrale organisatie werk en inkomen, het Inlic
De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank zijn bevoegd op verzoek uit de door hen gevoerde administratie aan:
a. bedrijfstakpensioenfondsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, ondernemingspensioenfondsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenen spaarfondsenwet, verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet en beroepspensioenfondsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, die pensioenregelingen uitvoeren, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die pensioenregelingen;
a. bedrijfstakpensioenfondsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, ondernemingspensioenfondsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet en beroepspensioenfondsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, die pensioenregelingen uitvoeren, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die pensioenregelingen;
b. stichtingen die regelingen inzake vervroegd uittreden op grond van een algemeen verbindend voorschrift uitvoeren, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die regelingen;
c. risicofondsen of bij collectieve arbeidsovereenkomst aangewezen instellingen of collectieve voorzieningen voor werknemers, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de statuten en reglementen van die fondsen of van die bij collectieve arbeidsovereenkomst aangewezen instellingen of voorzieningen.
c. risicofondsen of bij collectieve arbeidsovereenkomst aangewezen instellingen of collectieve voorzieningen voor werknemers, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de statuten en reglementen van die fondsen of van die bij collectieve arbeidsovereenkomst aangewezen instellingen of voorzieningen;
d. aan verzekeraars als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, alle gegevens en inlichtingen afkomstig van werkgevers, die worden verwerkt in de administratie, bedoeld in artikel 33, te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van overeenkomsten met werkgevers tot verzekering van het risico van betaling van loon in geval van ziekte van de werknemer dan wel van het risico van het betalen van arbeidsongeschiktheidsuitkering of de gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
**2.** Alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 worden door de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank op verzoek verstrekt en kunnen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uit eigen beweging worden verstrekt aan de arbodienst, bedoeld in die wet.
@ -954,6 +959,20 @@ Indien een besluit goedkeuring behoeft op grond van deze wet of enige andere wet
**3.** Na de plaatsing in het Staatsblad van een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.
### Artikel 82a
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet en de Toeslagenwet met betrekking tot de beoordeling van en advisering over arbeidsinschakeling en het aanvragen van uitkeringen, toeslagen of bijstand doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21, onderdelen e en f, 26, 28 en 29 van deze wet, artikel 41 van de Wet werk en bijstand, de artikelen 11a, eerste lid, en 16a, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 11a, eerste lid, en 16a, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 22, tweede lid, en 26 van de Werkloosheidswet en artikel 11, tweede lid, van de Toeslagenwet. Bij toepassing van de eerste volzin wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken.
**2.** Een experiment als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vijf jaar. Indien, voor een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel van wet in werking treedt. De tweede volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Onze Minister kan op gezamenlijk verzoek van de Centrale organisatie werk en inkomen en burgemeester en wethouders dan wel van de Centrale organisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel van de Centrale organisatie werk en inkomen, burgemeester en wethouders en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gemeenten dan wel Centra voor werk en inkomen aanwijzen waar overeenkomstig de bij en krachtens dit artikel gestelde regels door de Centrale organisatie werk en inkomen en burgemeester en wethouders of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt deelgenomen aan een experiment. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toepassing van deze bevoegdheid.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen.
**5.** Onze Minister meldt aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen, alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
**6.** De voordracht voor krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Artikel 83
Tegen een besluit op grond van artikel 48, eerste, tweede en zesde lid, kan de Raad voor werk en inkomen, de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
@ -962,7 +981,7 @@ Tegen een besluit op grond van artikel 48, eerste, tweede en zesde lid, kan de R
### Artikel 84
**1.** Overtreding van de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, 54, eerste, vierde en vijfde lid, en 55, tweede, derde, vierde en vijfde lid, van deze wet, 27a, vijfde lid, en 36, zesde lid, van de Werkloosheidswet, 33, zesde lid, en 45a, vijfde lid, van de Ziektewet, 29a, vijfde lid, en 57, zesde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 48, vijfde lid, en 63, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 40, vijfde lid, en 55, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 14a, vijfde lid, en 20, zesde lid, van de Toeslagenwet, 17c, vijfde lid, en 24, zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 17a, vijfde lid, 24, zesde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet39, vijfde lid, 53, zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 21, vierde lid, 35, vijfde lid, en 46, vijfde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
**1.** Overtreding van de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, 54, eerste, vierde en vijfde lid, en 55, tweede, derde, vierde en vijfde lid, van deze wet, 27a, vijfde lid, en 36, zesde lid, van de Werkloosheidswet, 33, zesde lid, en 45a, vijfde lid, van de Ziektewet, 29a, vijfde lid, en 57, zesde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 48, vijfde lid, en 63, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 40, vijfde lid, en 55, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 14a, vijfde lid, en 20, zesde lid, van de Toeslagenwet, 17c, vijfde lid, en 24, zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 17a, vijfde lid, en 24, zesde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 39, vijfde lid en 53, zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 21, vierde lid, 35, vijfde lid, en 46, vijfde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
**2.** Overtreding van de artikelen 58, tweede lid, en 60 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.