2008-10-28 | BWBR0019653 | Instellingsbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening
This commit is contained in:
parent
eae2569747
commit
e329d3324a
1 changed files with 17 additions and 11 deletions
|
|
@ -29,15 +29,18 @@ Er is een College Deskundigheid Financiële Dienstverlening.
|
|||
|
||||
Het College adviseert of ondersteunt Onze Minister desgevraagd of uit eigen beweging met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de vaststelling van de toetstermen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit;
|
||||
a. de vaststelling van de toetstermen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit;
|
||||
b. de vaststelling van de wijze waarop wordt voldaan aan de eindtermen, bedoeld in bijlage 6 van het besluit, zoals voorgeschreven in artikel 171, eerste en tweede lid, van het besluit;
|
||||
c. de vaststelling van de toetstermen met betrekking tot permanente educatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het besluit, alsmede de wijze waarop daaraan kan worden voldaan;
|
||||
d. de toewijzing of afwijzing van een aanvraag om erkenning, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit;
|
||||
e. het verbinden van voorschriften aan een erkenning, bedoeld in artikel 20, derde lid, van het besluit;
|
||||
f. de intrekking van een erkenning, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van het besluit; en
|
||||
g. het toezicht op de naleving van de van toepassing zijnde voorschriften door erkende exameninstituten.
|
||||
c. de vaststelling van de toetstermen met betrekking tot permanente educatie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het besluit, alsmede de wijze waarop daaraan kan worden voldaan;
|
||||
d. de toewijzing of afwijzing van een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het besluit of artikel 3, eerste lid, van de Erkenningsregeling permanente educatie Wft;
|
||||
e. het verbinden van voorschriften aan een erkenning als exameninstituut als bedoeld in artikel 9, derde lid, van het besluit;
|
||||
f. het verbinden van voorschriften of voorwaarden aan een erkenning als exameninstituut als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Erkenningsregeling permanente educatie Wft;
|
||||
g. het intrekken van een erkenning als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het besluit of artikel 3, derde lid, van de Erkenningsregeling permanente educatie Wft;
|
||||
h. het toezicht op de naleving van de van toepassing zijnde voorschriften door erkende exameninstituten of erkende PE-instituten;
|
||||
i. de aanwijzing van geldige diploma’s als bedoeld in artikel 171, vierde lid, van het besluit;
|
||||
j. het verlenen van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, aan houders van een diploma voor financiële dienstverlening van een andere lidstaat waarmee de vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6, van het besluit, kan worden aangetoond.
|
||||
|
||||
**2.** Op verzoek van Onze Minister of de Autoriteit Financiële Markten, bedoeld in artikel 1:1 van de wet adviseert het College over in dat verzoek nader te specificeren onderwerpen met betrekking tot de in het eerste en tweede lid genoemde onderwerpen.
|
||||
**2.** Op verzoek van Onze Minister of de Autoriteit Financiële Markten adviseert het College over in dat verzoek nader te specificeren onderwerpen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -53,13 +56,16 @@ De leden van het College worden benoemd voor een termijn van drie jaar en zijn
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter en de overige leden van het College wordt een vaste beloning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Vacatiegeldenbesluit toegekend. Deze beloning bedraagt € 1050 per maand voor de voorzitter van het College en € 600 per maand voor de overige leden.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Indien de taakbelasting van andere personen die werkzaamheden voor het College verrichten daartoe aanleiding geeft, kan ook aan deze personen een vaste beloning als bedoeld in het eerste lid worden toegekend.
|
||||
De voorzitter en de overige leden van het College wordt een vaste beloning als bedoeld in artikel 3 tweede lid, van het Vacatiegeldenbesluit toegekend. De beloning bedraagt:
|
||||
|
||||
**3.** De minister kan de beloning, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks opnieuw vaststellen.
|
||||
a. 20,1% van de jaarwedde van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor de voorzitter;
|
||||
b. 12,9% van de jaarwedde van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor de overige leden.
|
||||
|
||||
**4.** De voorzitter, de overige leden van het College en andere personen die werkzaamheden voor het College verrichten, hebben overeenkomstig het Reisbesluit binnenland recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten.
|
||||
**2.** Indien de taakbelasting van een andere persoon die werkzaamheden voor het College verricht daartoe aanleiding geeft, kan aan deze persoon de vaste beloning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter, de overige leden van het College en andere personen die werkzaamheden voor het College verrichten, hebben recht op vergoeding wegens reis- en verblijfskosten. Het Reisbesluit binnenland is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue