From e34de9626e91495eb81fb4a143b7f15083ebba0a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 16 Jul 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-07-16 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 669 ++++-------------- 1 file changed, 133 insertions(+), 536 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index 5fd7e39745c..a3e2a8d7605 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -3253,7 +3253,7 @@ Indien de asielzoeker klachten heeft over gedragingen van een bestuursorgaan, ka ### 3/11. De vreemdeling geeft te kennen een asielaanvraag te willen indienen -[Artikel 31 Vluchtelingenverdrag, artikel 3, 6, 52 en 55 Vreemdelingenwet, artikel 3.108 en 4.23 Vreemdelingenbesluit] +[Artikel 31 Vluchtelingenverdrag, artikel 3, 6, 52 en 55 Vreemdelingenwet, artikel 3.108 en 4.23 Vreemdelingenbesluit]. #### 11.1. Plaats waar de asielaanvraag moet worden ingediend @@ -4179,10 +4179,7 @@ Op grond van artikel 3:47 Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 Vreemdelingen #### 16.2. Kennisgeving van de afwijzende beschikking -– de datum, tijdstip en wijze van uitreiking beschikking; -– de naam of het dienstnummer van de uitreikende ambtenaar; -– een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen; -– de termijn waarbinnen de asielzoeker Nederland dient te verlaten (zie ook C3/16.3). +Aan de gemachtigde van de asielzoeker wordt een schriftelijke, gemotiveerde beschikking toegezonden. In deze beschikking is een clausule opgenomen omtrent de mogelijkheid om daartegen beroep bij de Rechtbank ’s-Gravenhage in te stellen. #### 16.3. Rechtsgevolgen van de afwijzende beschikking @@ -6117,124 +6114,57 @@ Zolang de procedure inzake het beëindigen van het verblijf nog niet heeft gelei ### 7/32. Overgangsrecht -[Artikel 3:40 Algemene wet bestuursrecht,artikel 28, 32, 33, 94, 115, 117 tot en met 121 Vreemdelingenwet, artikel 7a, 13a, 17a, 18, 18a 15, 26, 29, 31, 32, 33f en 35 Vreemdelingenwet (oud)] +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 32.1. Inleiding -In dit hoofdstuk wordt het overgangsrecht van de Vreemdelingenwet beschreven. Het overgangsrecht betreft zowel de verblijfsvergunningen als de procedurele aspecten. In dit hoofdstuk wordt de Vreemdelingenwet uit 1965 aangeduid met Vreemdelingenwet (oud) en de artikelen uit die wet met artikel xx (oud). Waar in de tekst van dit hoofdstuk gesproken wordt van de Vreemdelingenwet wordt daarmee, evenals in de overige hoofdstukken van de Circulaire, de Vreemdelingenwet 2000 bedoeld. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 32.2. Verblijfsvergunningen ##### 32.2.1. Inleiding -Op de datum van inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 worden de bestaande – geldige – verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet (artikel 115, eerste lid, Vreemdelingenwet), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Er zijn geen afzonderlijke handelingen nodig om deze gevolgen te laten intreden. Wel moet het document, waaruit het verblijfsrecht blijkt, worden omgewisseld voor een verblijfsdocument op grond van de Vreemdelingenwet 2000. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 32.2.2. Omzetting -a. Een voorwaardelijke vergunning tot verblijf wordt, onder handhaving van de geldigheidsduur, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet (artikel 115, zesde lid, Vreemdelingenwet). - -b. Een toelating als vluchteling wordt aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vreemdelingenwet (artikel 115, zevende lid, Vreemdelingenwet). - -c. Een vergunning tot verblijf zonder beperkingen wordt aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vreemdelingenwet (artikel 115, vierde lid, Vreemdelingenwet). - -ad a. Dit houdt in dat de houder van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet dezelfde rechtspositie heeft als de houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel. - -De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verstrijkt op de datum waarop de voorwaardelijke vergunning tot verblijf de geldigheid verliest; de vreemdeling dient om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel te verzoeken. Indien de weigeringsgronden van artikel 32 Vreemdelingenwet zich niet voordoen, kan de verblijfsvergunning worden verlengd met de resterende termijn van de periode van drie jaar (artikel 9.10 Vreemdelingenbesluit). - -Indien een vreemdeling bijvoorbeeld een voorwaardelijke vergunning heeft gekregen, welke vanaf 1 augustus 2000 geldig is, dan is het rechtsregime van de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet vanaf de inwerkingtreding van toepassing. Op 1 augustus 2001 verstrijkt de geldigheidsduur van de voorwaardelijke vergunning; de vreemdeling kan dan verlenging van de verblijfsvergunning krijgen voor de resterende twee jaar. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan in het voorbeeld dus worden verlengd tot uiterlijk 1 augustus 2003 (artikel 28, tweede lid, Vreemdelingenwet). - -Indien de vreemdeling op het moment van inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 in het bezit is van een document F3 (derde jaar voorwaardelijke vergunning tot verblijf), blijft hij op grond van de Wet arbeid vreemdelingen vrij op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarktaantekening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd luidt in dat geval, of wordt geacht te luiden: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist.’ +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 32.3. Behandeling van de aanvraag ##### 32.3.1. Inleiding -In artikel 117 Vreemdelingenwet is geregeld welk rechtsregime van toepassing is op de aanvragen, die op het tijdstip van inwerkingtreding reeds in behandeling zijn. Deze aanvragen worden aangemerkt als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 32.3.2. Aanvragen om toelating als vluchteling -Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vreemdelingenwet (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 32.3.3. Aanvragen om verlenging geldigheidsduur vergunning tot verblijf -Aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning tot verblijf zonder beperkingen op basis van een asielaanvraag zullen worden opgevat als een aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vreemdelingenwet. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 32.3.4. Wijze van behandeling -Een aanvraag om toelating als vluchteling wordt op grond van artikel 117, tweede lid, Vreemdelingenwet behandeld op grond van de Vreemdelingenwet (oud). Dit houdt in dat de procedurele bepalingen van artikel 15 en volgende Vreemdelingenwet (oud) van toepassing zijn. Dit voorkomt dat in een lopende aanvraagprocedure stappen moeten worden overgedaan. In artikel 3:40 Algemene wet bestuursrecht is vastgelegd dat een besluit pas in werking treedt als het bekendgemaakt is. Deze hoofdregel geldt ook hier. Dat betekent dat de beslissing wordt genomen met inachtneming van het nieuwe materiële recht, dus de inhoudelijke toets vindt aan de hand van de nieuwe wet plaats. De behandeling van de aanvraag leidt dus na inwerkintreding van de wet tot een beslissing omtrent het al dan niet toekennen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet (verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel). - - - Voorbeeld 1. Een asielaanvraag wordt ingediend op 1 december 2000. De aanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld aan de hand van het nieuwe recht. De vreemdeling komt in aanmerking voor toelating op een van de gronden van artikel 29 Vreemdelingenwet. Dan zal hij in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet. - - - Voorbeeld 2. De vreemdeling in voorbeeld 1 komt niet aanmerking voor verblijfsaanvaarding. Dan zal de afwijzende beschikking een meeromvattende beschikking als bedoeld in artikel 45 Vreemdelingenwet zijn. - - - Voorbeeld 3. De vreemdeling heeft een voorwaardelijke vergunning tot verblijf, welke reeds gedurende drie jaar geldig is geweest, en dient voor inwerkingtreding van de nieuwe wet een aanvraag in voor verlening van een vergunning tot verblijf zonder beperkingen als bedoeld in artikel 13a Vreemdelingenwet (oud). Dit leidt tot verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel als bedoeld in artikel 33 Vreemdelingenwet. De vreemdeling wordt geacht tot aan de datum van inwerkingtreding van de wet een vergunning tot verblijf zonder beperkingen te hebben bezeten, die op grond van het bepaalde in artikel 115, vierde lid Vreemdelingenwet zou zijn omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel kan echter niet eerder geldig worden dan vanaf de datum van inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000. - - - Volgt op een onder het oude recht behandelde aanvraag een besluit dat bekend is gemaakt na de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet, dan zijn de rechtsmiddelen van de Vreemdelingenwet van toepassing. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 32.4. Rechtsmiddelen ##### 32.4.1. Inleiding -Het overgangsrecht regelt in artikel 118 tot en met 120 Vreemdelingenwet de toepassing van de rechtsmiddelen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de mogelijkheden tot het instellen van een rechtsmiddel op grond van de Vreemdelingenwet (oud) en de behandeling van dit rechtsmiddel. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 32.4.2. Bezwaar -Tegen een besluit op grond van de Vreemdelingenwet (oud), dat is bekendgemaakt voor de inwerkingtreding van de wet, blijft de mogelijkheid bestaan om bezwaar te maken. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vreemdelingenwet (oud), die is verricht voor inwerkingtreding van de wet. Dit is bepaald in artikel 118, eerste lid, Vreemdelingenwet. - - - Dit betekent dat het mogelijk is een bezwaarschrift in te dienen zolang de bezwaartermijn na inwerkingtreding van de wet nog niet is verstreken. Indien bijvoorbeeld een besluit twee weken voor inwerkingtreding van de wet bekend is gemaakt, respectievelijk een handeling twee weken voor inwerkingtreding is verricht, dan kan nog gedurende twee weken na inwerkingtreding van de wet bezwaar daartegen worden gemaakt. De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht wordt toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt wordt genomen, dan zal in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling. - - - In artikel 118, tweede lid, Vreemdelingenwet is vastgelegd dat op de behandeling van een dergelijk bezwaarschrift de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn. Het betreft dan artikel 29 en volgende Vreemdelingenwet (oud). Dat betekent ook dat bijvoorbeeld de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken moet worden ingeschakeld indien dat volgens artikel 31, tweede lid Vreemdelingenwet (oud) verplicht is. - - - Op grond van artikel 32 Vreemdelingenwet (oud) moet bepaald worden of de beslissing op het bezwaarschrift in Nederland mag worden afgewacht. - - - Op het bezwaarschrift zijn de materiele bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast. - - - Voorbeeld. Een vreemdeling, die in het bezit is gesteld van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf voor inwerkingtreding van de nieuwe wet, maakt bezwaar tegen de beslissing die neerkomt op een weigering een toelating als vluchteling te verlenen. Op het moment van inwerkingtreding van de wet wordt de voorwaardelijke vergunning omgezet in een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel (artikel 115, zesde lid Vreemdelingenwet) met dezelfde geldigheidsduur. Het bezwaarschrift kan kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan belang, omdat het ex nunc karakter van de bezwaarprocedure met zich brengt dat er op basis van de nieuwe wet moet worden beslist en de vreemdeling geen andere verblijfsvergunning kan worden verleend dan hij al heeft. - - - Tegen een besluit dat bekend is gemaakt na inwerkingtreding van de wet staat het rechtsmiddel van beroep op grond van de nieuwe wet (artikel 81 t/m 83 Vreemdelingenwet) open. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 32.4.3. Beroep -In het derde lid is bepaald dat voor een beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van het oude recht ook de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn over de hoogte van het griffierecht. Zie artikel 33f (oud). - -Het beroep op de rechtbank tegen een besluit of handeling op grond van de Vreemdelingenwet (oud), bekendgemaakt of verricht voor inwerkingtreding van de wet, of tegen een op bezwaar genomen beslissing heeft geen opschortende werking (artikel 119, tweede lid Vreemdelingenwet). Artikel 82 Vreemdelingenwet is niet op deze gevallen van toepassing. - -Voorbeeld 1. De beschikking in eerste aanleg is bekendgemaakt voor inwerkingtreding van de nieuwe wet; daartegen staat op grond van artikel 118 Vreemdelingenwet (zie C7/32.4.2) nog bezwaar overeenkomstig de Vreemdelingenwet (oud) open. Indien de beschikking op bezwaar ook nog bekend is gemaakt voor inwerkingtreding van de wet kan daartegen beroep worden ingesteld overeenkomstig de Vreemdelingenwet (oud). Dit beroep, ingesteld voor of kort na inwerkingtreding van de wet, krijgt door uitsluiting van artikel 82 Vreemdelingenwet geen opschortende werking. +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 32.4.4. Hoger beroep -In artikel 120 Vreemdelingenwet is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in artikel 84 Vreemdelingenwet slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. - - - Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast (artikel 117 Vreemdelingenwet). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ## 8. Landgebonden deel @@ -6518,188 +6448,115 @@ Terugkeer is mogelijk. Bij vrijwillige terugkeer is hulp van het IOM beschikbaar #### 1. Datum -Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 14 augustus 2003. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 2. Geldigheid -Het beleid en de instructies in dit hoofdstuk zijn geldig vanaf twee dagen na publicatie in de Staatscourant. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 3. Achtergrond -Op 3 december 2002 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Algerije voor zover van belang voor de beoordeling van asielverzoeken en voor de vraag of terugkeer van afgewezen asielzoekers verantwoord is. - Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie vastgestelde beleid. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 4. Algemene situatie -In Algerije is de noodtoestand nog steeds van kracht. Hoewel er nog steeds aanslagen plaatsvinden van gewapende islamitische groeperingen, is de algemene veiligheidssituatie sinds de aantreding van president Bouteflika verbeterd. In juni 1999 is door president Bouteflika een plan geïnitieerd voor nationale verzoening, het zogenaamde Concorde Civile. Dit plan werd door de bevolking aangenomen en gaf militanten van islamitische groeperingen, die zich niet hadden schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen, tot 13 januari 2000 de tijd om zich bij de autoriteiten te melden en zo in aanmerking te komen voor amnestie. Op 10 januari 2000 werd een presidentieel decreet uitgevaardigd dat – in strijd met de geest van het Concorde Civile – voorzag in vrijlating van enkele duizenden islamitische militanten die reeds veroordeeld waren en hun straf uitzaten, waaronder velen die verantwoordelijk waren voor moordpartijen. - Vanaf dat moment heeft de amnestieregeling zich in de praktijk uitgebreid tot een ieder die zichzelf vrijwillig aangaf bij de autoriteiten. Tot op de huidige dag kunnen ex-militanten die zich melden bij de autoriteiten en hun wapens inleveren, rekenen op amnestie. Deze personen worden, zonder berecht te worden, na een ondervraging vrijgelaten en gerehabiliteerd. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 5. Groeperingen die verhoogde aandacht vragen ##### 5.1. Front Islamique du Salut (FIS) -Het in 1992 ontbonden FIS is nog steeds een verboden organisatie. Echter, de enkele betrokkenheid bij het voormalige FIS is geen reden voor bijzondere aandacht van de zijde van de Algerijnse autoriteiten. Zie ook paragraaf 6.4. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.2. Armée Islamique du Salut (AIS) -Na de ontbinding van het FIS is in 1993 de AIS opgericht. De AIS heeft op 1 oktober 1997 een eenzijdige wapenstilstand afgekondigd en in 1999 aangegeven de wapens definitief te willen neerleggen. Op 11 januari 2000 bereikten de autoriteiten een akkoord met de leiding van de AIS over volledige amnestie van de AIS-aanhangers op voorwaarde dat het AIS ontbonden zou worden. - Ontbinding heeft inderdaad plaatsgehad. Er vinden geen gewapende acties door de AIS meer plaats. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.3. Ligue Islamique de la Dawaa et du Djihad (LIDD) -Deze partij stond het dichtst bij de AIS en heeft zich in 1997 aangesloten bij de wapenstilstand die de AIS had aangekondigd. Ook de LIDD heeft zich na verkrijging van amnestie in januari 2000 ontbonden. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.4. Groupes Islamiques Armés (GIA) -De GIA zou ondanks de categorische afwijzing van het Concorde Civile toch een aanzienlijk deel van haar militanten hebben zien vertrekken, omdat deze gebruik hebben gemaakt van de amnestieregeling van 1999. Wel zouden sinds 2001 weer nieuwe militanten worden geworven. - De GIA is opgenomen op de lijsten met terroristische organisaties van zowel de Verenigde Staten van Amerika als de Europese Unie. Zie ook paragraaf 6.5. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.5. Groupe Salafiste pour la Prédication et le Combat (GSPC) -De GSPC is voortgekomen uit de GIA na een scheuring die in 1995 een aanvang nam en op 14 september 1998 leidde tot de officiële oprichting van de GSPC. De GSPC is vooral in het midden en oosten van het land actief. Ook de GSPC is tegen elke vorm van dialoog met de autoriteiten en staat niet open voor alternatieven voor de door haar bevochten islamitische heilstaat. - Ook de GSPC staat op de lijsten met terroristische organisaties van zowel de Verenigde Staten van Amerika als de Europese Unie. Zie ook paragraaf 6.5. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.6. Beoordeling van beroep op bovenstaande groeperingen -Voor asielzoekers die zich beroepen op betrokkenheid bij of lidmaatschap van een van bovenstaande groepering genoemd in paragraaf 5.1 t/m 5.5 geldt het volgende. - Om voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet, in aanmerking te komen, dienen asielzoekers die zich beroepen op problemen van de zijde van de autoriteiten aannemelijk te maken dat hen op grond hiervan geen eerlijk proces staat te wachten dan wel dat zij te vrezen hebben voor discriminatoire of onevenredige bestraffing. - Voorts dienen betrokkenen aannemelijk te maken dat zij geen gebruik hebben kunnen maken van de amnestieregeling. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.7. Vervolging door derden -Uit het ambtsbericht blijkt dat er geen specifieke personen zijn die kans lopen slachtoffer te worden van acties van gewapende islamitische strijders. Asielzoekers die stellen persoonlijk te zijn bedreigd door gewapende strijders dienen aannemelijk te maken dat zij geen bescherming kunnen krijgen van de Algerijnse overheid. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.8. Dienstplichtigen en deserteurs -Het normale beleid, zoals weergegeven in subparagraaf C1/4.2.12, is van toepassing. Ten aanzien van Algerije heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.9. Berbers -Berbers wonen voornamelijk in de regio Kabylië. Op 11 juni 2001 kwam een burgerbeweging van Berbers die zich hadden georganiseerd in de structuur van de traditionele stammen, met een lijst van vijftien eisen die bekend zijn geworden als de eisen van het platform van El Kseur. Eén van deze eisen betreft erkenning van het Tamazight, de taal van de Berberbevolking, als officiële taal. De Algerijnse grondwet omschrijft Arabisch als de nationale en officiële taal. Het Tamazight heeft wel de status van nationale taal, maar niet van officiële taal. In het nationaal handvest is in 1996 een wijziging opgenomen die inhoudt dat de Berberse taal en cultuur één van de bestanddelen van de Algerijnse identiteit vormen. - - - Volgens artikel 29 van de Algerijnse grondwet is iedere burger gelijk voor de wet, ongeacht zijn taal of ras. Van vervolging van personen enkel en alleen om het feit dat zij Berber zijn, is geen sprake. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.10. Activiteiten in het buitenland -Vervolging wegens politieke activiteiten in het buitenland treedt slechts dan op wanneer het openlijke, tegen de Algerijnse staat gerichte activiteiten betreft. Het uiten van kritiek op de Algerijnse autoriteiten leidt niet tot vervolging. Logistieke steun vanuit het buitenland aan in Algerije verboden organisaties levert, indien dit bekend wordt bij de Algerijnse autoriteiten, bij terugkeer in Algerije echter wel strafvervolging op. - De reikwijdte van de eerder genoemde en in de praktijk nog altijd van kracht zijnde amnestieregeling gaat zo ver, dat spijtoptanten die zich schuldig hebben gemaakt aan gewapende islamitische acties of steunverlening daaraan en in het buitenland verblijven, zich bij de Algerijnse vertegenwoordiging aldaar kunnen melden voor amnestie en vervolgens ongemoeid naar Algerije kunnen terugreizen. - Derhalve komen personen die in het buitenland activiteiten tegen de Algerijnse staat hebben ontplooid niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 6. Bijzondere aandachtspunten -In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -Het algemene beleid, zoals weergegeven in subparagraaf C1/3.3.3 is van toepassing. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 6.2. Traumatabeleid -Het algemene beleid, zoals weergegeven in paragraaf 4.4 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Algerije geen bijzonderheden. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 6.3. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen -In het algemeen kan worden gesteld dat in Algerije de familie in de ruimste zin van het woord zich het lot van een verweesde minderjarige zal aantrekken. Niettemin acht de overheid zich verantwoordelijk voor de verzorging van minderjarigen tot 19 jaar, wanneer familieopvang ontbreekt. Daartoe bestaan van overheidswege, maar ook van particuliere zijde, de nodige opvanghuizen. De capaciteit hiervan is beperkt, maar de geboden faciliteiten worden naar lokale maatstaven in het algemeen redelijk geacht. - De overheidsinstellingen herbergen ook jongeren die met Justitie in aanraking zijn geweest. - Derhalve dient er bij het beslissen vanuit te worden gegaan dat er adequate opvang voor alleenstaande minderjarigen in Algerije is. Minderjarige asielzoekers van Algerijnse nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag -Asielzoekers die zich beroepen op activiteiten gericht tegen de Algerijnse autoriteiten hebben zich mogelijk schuldig gemaakt aan het schenden van mensenrechten. Om die reden dient er bijzondere aandacht aan te worden geschonken of de betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Dergelijke artikel 1F-indicaties kunnen zich met name voordoen bij (voormalige) leden van de FIS, GIA en GSPC, zie paragraaf 5. - - - Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de unit 1F van de Regionale Directie Zuid-West. Het is van belang dat dit gebeurt voordat een nader gehoor wordt afgerond. De unit 1F kan dan voorzien in relevante aandachtspunten en vragen die van belang zijn voor het nader gehoor. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 6.5. Verblijf in het buitenland -Illegale uitreis is in de Algerijnse strafwet niet strafbaar gesteld. Strafvervolging zal alleen plaatsvinden indien betrokkene zonder geldig vervoersbewijs met een vliegtuig Algerije wil uitreizen en op heterdaad wordt betrapt en *niet* als betrokkene na een geslaagde illegale uitreis op een later moment vanuit het buitenland terugkeert. - Ook verblijf in het buitenland, na een illegale uitreis, is naar Algerijns recht niet strafbaar. Mensen die na illegale uitreis terugkeren in Algerije worden wel door de veiligheidskrachten aan de grens ondervraagd over de reden van hun illegale uitreis en hun verblijf in het buitenland. - - - Personen die in derde landen asiel hebben aangevraagd en na afwijzing van hun aanvraag terugkeren naar Algerije, worden niet vervolgd wegens het feit dat zij in het buitenland asiel hebben aangevraagd. - Algerijnse staatsburgers die na een afgewezen asielverzoek in een ander land terugkeren in Algerije, worden bij de inreis in Algerije vaak verhoord om hun identiteit vast te stellen en om te controleren of er sprake is van nog openstaande strafvervolging of niet vervulde militaire dienst. Het kan voorkomen dat personen meerdere dagen worden vastgehouden. Er zijn in de laatste jaren in geen enkel Europees land gevallen bekend van voormalige asielzoekers die bij terugkeer in Algerije zijn mishandeld of gefolterd. - Derhalve komen personen die in het buitenland hebben verbleven en daar asiel hebben aangevraagd niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 7. Procedurele aspecten -Geen bijzonderheden. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 8. Terugkeer en uitzetting ###### 8.1. Terugkeer -Indien vast is komen te staan dat de asielzoeker niet in aanmerking komt voor toelating op één van de gronden genoemd in artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet of ambtshalve niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, kan naar Algerije worden teruggekeerd. Bij de feitelijke terugkeer van alleenstaande minderjarigen moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 8.2. Uitzetting -Er zijn geen beleidsmatige belemmeringen om naar Algerije te verwijderen. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 8.3. Categoriale bescherming -Asielzoekers uit Algerije komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet (zie paragraaf C1/4.5). - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 8.4. Vertrekmoratorium -Ten aanzien van asielzoekers uit Algerije is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet. - -200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)200316021-08-200314-08-2003HKUIT03-1582(AUB)23-08-2003 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ### [8/37]. Het asielbeleid ten aanzien van Angola #### 1. Datum -Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 17 maart 2006. +Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op * -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 2. Achtergrond @@ -6709,7 +6566,7 @@ Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het vastgestelde beleid. #### 3. Overgangsbeleid -Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 1 april 2005 en WBV 2005/14, komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk. +Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 17 maart 2006, komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk. #### 4. Groeperingen die verhoogde aandacht vragen @@ -6719,36 +6576,36 @@ Er zijn geen aanwijzingen dat personen door de Angolese autoriteiten worden verv ##### 4.2. Personen die zich geprofileerd hebben als politiek tegenstander -Uit het ambtsbericht van 28 december 2005 blijkt dat op nationaal niveau de verhouding tussen de Movimento Popular de Libertaçao de Angola (MPLA), de Uniao Nacional para a Independencia Total de Angola (UNITA) en oppositiepartijen goed te noemen is. In de provincies en gemeenten liggen de verhoudingen gevoeliger. Verschillende waarnemers berichten over toename van geweld tussen aanhangers van MPLA en UNITA in de provincies. +Uit het ambtsbericht van 28 december 2005 blijkt dat op nationaal niveau de verhouding tussen de MPLA, de UNITA en oppositiepartijen goed te noemen is. In de provincies en gemeenten liggen de verhoudingen gevoeliger. Verschillende waarnemers berichten over toename van geweld tussen aanhangers van MPLA en UNITA in de provincies. Om op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking te komen dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Angolese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.3. Leden van rebellenbeweging FLEC -Uit het ambtsbericht van 28 december 2005 blijkt dat de belangstelling van de autoriteiten in Cabinda voor aanhangers van de Frente de Libertaçao do Enclave de Cabinda (FLEC) afneemt door de steeds verdergaande marginalisering van het FLEC. Cabindezen buiten Cabinda vallen buiten de belangstelling van de Angolese autoriteiten, tenzij zij expliciet gezocht worden vanwege hun militaire activiteiten. +Uit het ambtsbericht van 28 december 2005 blijkt dat de belangstelling van de autoriteiten in Cabinda voor aanhangers van de FLEC afneemt door de steeds verdergaande marginalisering van het FLEC. Cabindezen buiten Cabinda vallen buiten de belangstelling van de Angolese autoriteiten, tenzij zij expliciet gezocht worden vanwege hun militaire activiteiten. Om op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij heeft ondervonden van de zijde van de Angolese autoriteiten vanwege zijn (vermeende) betrokkenheid bij de FLEC te herleiden zijn tot daden van vervolging gericht op de persoon van betrokkene, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. - Door de verwevenheid van politieke en familieverbanden in Cabinda valt niet uit te sluiten dat familieleden van FLEC-rebellen vanwege hun familierelatie problemen als intimidatie en mishandeling ondervinden van de zijde van de autoriteiten in Cabinda. Er zijn geen aanwijzingen dat dit buiten Cabinda het geval is. + Door de verwevenheid van politieke en familieverbanden in Cabinda valt niet uit te sluiten dat familieleden van FLEC- rebellen vanwege hun familierelatie problemen als intimidatie en mishandeling ondervinden van de zijde van de autoriteiten in Cabinda. Er zijn geen aanwijzingen dat dit buiten Cabinda het geval is. Leden van (voormalige) rebellenmilities hebben zich in Angola op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van de mensenrechten. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is dient, conform C3/10.14, contact te worden opgenomen met unit 1F van de IND. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.4. Journalisten -In de grondwet is vrijheid van meningsuiting en persvrijheid opgenomen. De vrijheid van meningsuiting is verbeterd sinds het tekenen van het staakt-het-vuren en het ingaan van de formele vrede in 2002. Wel oefent de overheid af en toe nog druk uit op journalisten, met name buiten Luanda. De vrijheid van meningsuiting is in de verslagperiode van het eerdergenoemde ambtsbericht ook in Cabinda verbeterd zowel voor journalisten als het maatschappelijk middenveld. +In de grondwet is vrijheid van meningsuiting en persvrijheid opgenomen. De vrijheid van meningsuiting is verbeterd sinds het tekenen van het staakt-hetvuren en het ingaan van de formele vrede in 2002. Wel oefent de overheid af en toe nog druk uit op journalisten, met name buiten Luanda. De vrijheid van meningsuiting is in de verslagperiode van het eerdergenoemde ambtsbericht ook in Cabinda verbeterd zowel voor journalisten als het maatschappelijk middenveld. De situatie van journalisten vormt op zichzelf geen aanleiding om tot statusverlening over te gaan. Om op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking te komen, dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Angolese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn activiteiten als journalist te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.5. Vrouwen @@ -6757,28 +6614,28 @@ Voor de beoordeling van een asielverzoek, ingediend door een vrouw, wordt verwez De enkele omstandigheid dat betrokkene een alleenstaande vrouw is leidt in beginsel niet tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.6. Dienstplichtigen en deserteurs Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12, is van toepassing. - Uit het ambtsbericht van 28 december 2005 blijkt dat, sinds op 4 april 2002 het akkoord tussen de regering en UNITA werd getekend, er geen dienstplichtigen meer zijn opgeroepen voor militaire dienst en er geen ronselacties meer zijn uitgevoerd. + Uit het ambtsbericht van 28 december 2005 blijkt dat, sinds op 4 april 2002 het akkoord tussen de regering en UNITA werd getekend, er geen dienstplichtigen meer zijn opgeroepen voor militaire dienst en er geen ronselacties meer zijn uitgevoerd. Gedwongen inlijving door de FLEC leidt op zichzelf niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Betrokkene kan hiertegen de bescherming vragen van de Angolese autoriteiten. Niet is gebleken dat de Angolese autoriteiten deze bescherming niet kunnen of willen bieden. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.7. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag -Zowel leden van het leger (Forças Armadas Angolanas (FAA), de politie, de veiligheidsdienst, als leden van (voormalige) rebellenmilities (bijvoorbeeld UNITA of FLEC) hebben zich in Angola op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van mensenrechten. Om die reden dient men in het bijzonder bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. +Zowel leden van het leger FAA, de politie, de veiligheidsdienst, als leden van (voormalige) rebellenmilities (bijvoorbeeld UNITA of FLEC) hebben zich in Angola op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van mensenrechten. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient, conform C3/10.14, contact te worden opgenomen met de unit 1F van de IND. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 5. Bijzondere aandachtspunten @@ -6788,7 +6645,7 @@ In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang Asielzoekers uit Angola komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw. In dit kader wordt verwezen naar C1/4.5. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.2. Veilig land van herkomst @@ -6808,7 +6665,7 @@ Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.4, is van toepassing. ##### 5.6. Opvangmogelijkheden minderjarigen -In het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 28 december 2005 wordt gemeld dat alleenreizende minderjarigen en minderjarigen die reizen onder begeleiding van andere volwassenen dan hun ouders, bij het verlaten van Angola een notarieel vastgelegde toestemming van hun ouders behoren te tonen. Hierbij is tevens van belang dat een vliegreis naar Europa veel geld kost en een paspoort en (Schengen)visum voor de reis verplicht is. Het is mede hierom onwaarschijnlijk dat een kind zonder de steun van familie een Europees land zou kunnen bereiken. +In het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 28 december 2005 wordt gemeld dat alleenreizende minderjarigen en minderjarigen die reizen onder begeleiding van andere volwassenen dan hun ouders, bij het verlaten van Angola een notarieel vastgelegde toestemming van hun ouders behoren te tonen. Hierbij is tevens van belang dat een vliegreis naar Europa veel geld kost en een paspoort en (Schengen)visum voor de reis verplicht is. Het is mede hierom onwaarschijnlijk dat een kind zonder de steun van familie een Europees land zou kunnen bereiken. Wettelijk verantwoordelijk voor wezen en andere alleenstaande minderjarigen zijn de Directie Kinderen en het Nationale Programma voor Opsporing en Hereniging van Families binnen het Angolese ministerie voor Hulp en Sociale Herintegratie (MINARS). Onder de taakstelling van deze afdelingen valt ook voogdijstelling. De verantwoordelijke afdelingen zijn echter zwaar overbelast. @@ -6821,8 +6678,7 @@ In het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 28 december 2005 wordt gemeld d Uit het ambtsbericht van 28 december 2005 blijkt dat van plaatsing in Mulemba slechts één maal kortstondig gebruik is gemaakt, omdat alle terugkerende amv’s elders in Angola opvangmogelijkheden bleken te hebben. Gezien het vorenstaande wordt verwacht dat de doorstroming in Mulemba groot genoeg zal zijn om steeds aan terugkerende Angolese alleenstaande minderjarigen opvang te kunnen bieden. - Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat in Angola voor amv’s adequate opvang voorhanden is. Minderjarige asielzoekers van Angolese nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor amv’s. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot Mulemba of een andere concrete opvangplaats geregeld zijn. - Het voorgaande houdt het volgende in: + Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat in Angola voor amv’s adequate opvang voorhanden is. Minderjarige asielzoekers van Angolese nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor amv’s. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot Mulemba of een andere concrete opvangplaats geregeld zijn. Het voorgaande houdt het volgende in: • @@ -6838,16 +6694,16 @@ In het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 28 december 2005 wordt gemeld d -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.7. Driejarenbeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/9, is van toepassing. - Van 20 augustus 1998 tot 1 april 2001 heeft voor Angola een uitstel-van-vertrek-beleid gegolden om beleidsmatige redenen. Deze periode dient in voorkomende gevallen te worden meegerekend als relevant tijdsverloop. + Van 20 augustus 1998 tot 1 april 2001 heeft voor Angola een uitstel-vanvertrek-beleid gegolden om beleidsmatige redenen. Deze periode dient in voorkomende gevallen te worden meegerekend als relevant tijdsverloop. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.8. Legale uitreis @@ -6856,13 +6712,11 @@ Via het ministerie van BuZa is vernomen dat veel Angolezen naar Europa reizen, v Een legale, gecontroleerde uitreis via de luchthaven te Luanda geldt in beginsel als contra-indicatie bij de beoordeling of betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 6. Procedurele aspecten -Het gestelde in C3/10 tot en met C3/16 is van toepassing. Alle onderzoeksvragen, ook aan het ministerie van BuZa, worden gesteld aan of via het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de IND. - -Een uitzondering hierop vormt het leeftijdsonderzoek in het kader van het beleid inzake amv’s, zie C5/24. +Het gestelde in C3/10 tot en met C3/16 is van toepassing. Alle onderzoeksvragen, ook aan het ministerie van BuZa, worden gesteld aan of via het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de IND. Een uitzondering hierop vormt het leeftijdsonderzoek in het kader van het beleid inzake amv’s, zie C5/24. #### 7. Terugkeer en uitzetting @@ -6881,7 +6735,7 @@ Naar Angola kan worden teruggekeerd. Bij de feitelijke terugkeer van amv’s moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn. -20066430-03-200617-03-20062006/1720066430-03-200617-03-20062006/1701-04-2006 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ### [8/38]. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië @@ -7489,186 +7343,95 @@ Naar Azerbeidzjan kan worden teruggekeerd. #### 1. Datum -Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 20 maart 2001. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 2. Geldigheid -Het beleid en de instructies in dit hoofdstuk zijn geldig vanaf 20 maart 2001. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 3. Achtergrond -Op 25 april 2000 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Bosnië-Herzegovina. - - - Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Staatssecretaris vastgestelde beleid. Sinds het akkoord van Dayton in 1995 bestaat Bosnië-Herzegovina uit twee entiteiten: de Moslim-Kroatische Federatie van Bosnië-Herzegovina (hierna de Federatie genoemd) en de Republika Srpska (hierna de RS genoemd). Indien van toepassing worden deze afkortingen gebruikt. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 4. Groeperingen die verhoogde aandacht vragen ##### 4.1. Minderheden in meerderheidsgebieden -Er kan sprake zijn van achterstelling en discriminatie op basis van etniciteit, met name bij het verkrijgen van werk en het herkrijgen van eigendom. - Echter de situatie is niet dusdanig dat het enkele feit dat de asielzoeker een minderheid is in het gebied waar hij woonachtig is – en er mogelijk sprake kan zijn van achterstelling en discriminatie – reden is voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet. Betrokkene dient aannemelijk te maken dat er sprake is van een op zijn persoon gerichte vervolging of een dusdanige onhoudbare situatie waaraan hij zich niet kan onttrekken door zich in een ander deel van Bosnië-Herzegovina te vestigen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet. - Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat minderheden zich kunnen vestigen in andere gebieden in Bosnië-Herzegovina, waar zij de meerderheid vormen. Dit betekent dat Bosnische Moslims en Bosnische Kroaten zich kunnen vestigen in delen van de Federatie waar zij in de meerderheid zijn. Voor Bosnische Serviërs geldt dit voor de RS. - - - - *Nader gehoor* - - Bij het nader gehoor dient extra aandacht te worden besteed aan de houding van de autoriteiten van de Federatie of de RS bij gestelde achterstelling of discriminatie. Tevens dient te worden gevraagd of deze achterstelling of discriminatie het gevolg is van de etniciteit van betrokkene. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.2. Gemengd gehuwden en personen van gemengde afkomst -Gemengd gehuwden of personen van gemengde afkomst kunnen te maken krijgen met discriminatie van medeburgers. Hierbij dient in het achterhoofd te worden gehouden dat met name in rurale gebieden en in gebieden waar de samenstelling van de bevolking homogeen is, discriminatie vaker kan voorkomen dan in de overige gebieden. Voor asielzoekers die zich hierop beroepen, geldt dat zij zich hieraan kunnen onttrekken door zich te vestigen in de grotere steden in Bosnië-Herzegovina. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.3. Roma -Hoewel de situatie van Roma in de RS slechter is dan in de Federatie is er geen sprake van vervolging door de autoriteiten enkel en alleen op basis van etniciteit. Ook is er geen sprake van dusdanige discriminatie van medeburgers, dat dit reden is voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet. Een Roma asielzoeker dient derhalve aannemelijk te maken dat er sprake is van een op zijn persoon gerichte vervolging of van een dusdanige onhoudbare situatie waaraan hij zich niet kan onttrekken door zich in een ander deel van Bosnië-Herzegovina te vestigen om in aanmerking te komen voor toelating als vluchteling in Nederland. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.4. Medewerkers van de onafhankelijke media -Het enkele feit dat een journalist kritiek heeft geuit tegen één van deze autoriteiten is onvoldoende om betrokkene een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet te verlenen. Ook het enkele feit dat er een proces wegens smaad tegen betrokkene is aangespannen, is onvoldoende, waarbij wordt opgemerkt dat er sinds 30 juli 1999 geen processen meer zijn voorgekomen. Om voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet in aanmerking te komen, moet betrokkene derhalve aannemelijk maken dat, behoudens de beperking van zijn persvrijheid, er sprake is van andere handelingen van de zijde van de Bosnische autoriteiten of de autoriteiten van de Federatie of RS, zodat er sprake is van een op zijn persoon gerichte vervolging, waaraan betrokkene zich niet kan ontrekken door zich in een ander deel van Bosnië-Herzegovina te vestigen. - - - - *Nader gehoor* - - Bij asielzoekers die zich beroepen op schending van de persvrijheid dient in het nader gehoor extra aandacht te worden besteed aan de journalistieke rol die betrokkene heeft gehad in Bosnië-Herzegovina. Tevens dient aandacht te worden besteed aan de reactie van de Bosnische autoriteiten en/of de desbetreffende autoriteiten in de Federatie of de RS. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.5. Abdic-aanhangers en leden van de DNZ (Democratische Volksunie) -Abdic-aanhangers en leden van de DNZ kunnen slechts incidenteel te maken krijgen met achterstelling en discriminatie, bijvoorbeeld van medeburgers bij het vinden van werk. Een asielzoeker die zich hierop beroept, dient aannemelijk te maken dat er sprake is van een op zijn persoon gerichte vervolging van de zijde van de autoriteiten of van een dusdanige onhoudbare situatie waaraan hij zich niet kan onttrekken door zich in een ander deel van Bosnië-Herzegovina te vestigen. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.6. Terugkerende Bosniërs die in het buitenland hebben verbleven -Bosniërs die langere tijd buiten Bosnië-Herzegovina hebben verbleven, kunnen te maken krijgen met discriminatie van medeburgers en achterstelling bij met name registratie. Asielzoekers die zich hierop beroepen, dienen aannemelijk te maken dat deze achterstelling is gebaseerd op één van de gronden genoemd in het Verdrag en niet is gerelateerd aan andere motieven, zoals geldelijk bezit. Tevens dient de asielzoeker aannemelijk te maken dat er door deze discriminatie en/of achterstelling sprake is van een op zijn persoon gerichte vervolging of een onthoudbare situatie waaraan hij zich niet kan onttrekken door zich elders in Bosnië-Herzegovina te vestigen. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.7. Asielzoekers die de val van de enclave Srebrenica hebben meegemaakt -In zijn brief van 22 februari 2000 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris van Justitie meegedeeld dat voor Bosnische Moslims, die in Nederland een asielaanvraag hebben ingediend, de val van de enclave Srebrenica hebben meegemaakt en zich thans nog in Nederland bevinden, een speciale regeling zou komen. Deze regeling is neergelegd in TBV 2000/12, waar hier naar wordt verwezen. Deze regeling is thans alleen van toepassing op Bosnische Moslims die voor 18 februari 2000 in Nederland onder de oude vreemdelingenwet een aanvraag om toelating als vluchteling hebben ingediend en zich nog in de asielprocedure bevinden. Er dient bij deze asielaanvragen ambtshalve aan dit TBV te worden getoetst. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.8. Dienstplichtigen en deserteurs -Zowel de Federatie als de RS beschikken over een eigen leger. Voor de Federatie is op 11 december 1999 een amnestiewet in werking getreden voor misdaden die vallen onder het toen relevante wetboek van strafrecht en zijn begaan tussen 1 januari 1991 en 22 december 1995 (zie hiervoor ambtsbericht pag. 37). Op 23 juli 2000 is een soortgelijke wet in werking getreden voor de RS. Dit betekent dat asielzoekers die zich beroepen op dienstweigering en desertie in de periode 1 januari 1991 tot 22 december 1995 niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet. - - - Voor asielzoekers die zich beroepen op dienstweigering en desertie na 22 december 1995 geldt het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12. - Inwoners van de stad Brcko zijn ontheven van dienstplicht vanwege de speciale status van deze stad. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 5. Bijzondere aandachtspunten -In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -Het *algemene* beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3 is van toepassing. - - - In Bosnië-Herzegovina kunnen Bosnische Moslims, Bosnische Kroaten en Bosnische Serviërs zich aan discriminatie van medeburgers, waartegen de lokale autoriteiten geen bescherming willen of kunnen geven, of aan achterstelling door lokale autoriteiten onttrekken door zich te vestigen in gebieden waar hun etniciteit in de meerderheid is. Dit betekent dat Bosnische Moslims en Bosnische Kroaten zich kunnen vestigen in deze gebieden die alle binnen de Federatie liggen en Bosnische Serviërs in de gebieden die alle in de RS liggen. - Voor gemengd gehuwden of personen van gemengde afkomst geldt dat zij zich kunnen onttrekken aan discriminatie en achterstelling door zich te vestigen in de grote steden in Bosnië-Herzegovina. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.2. Artikel 1F van het vluchtelingenverdrag -Bij VN resolutie 827 van 25 mei 1993 is het Internationale Tribunaal voor het voormalig Joegoslavië (ICTY) opgericht, dat zijn zetel heeft in Den Haag. Dit tribunaal heeft tot taak personen te vervolgen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië sinds januari 1991 (zie ook ambtsbericht pag. 11). Hieronder vallen ook schendingen begaan tijdens de oorlog in Bosnië-Herzegovina. - - - Gelet op eventuele uitsluiting van de bescherming van het Vluchtelingenverdrag op grond van artikel 1 F dient in het nader gehoor extra aandacht te worden besteed aan de positie en activiteiten van asielzoekers die stellen betrokken te zijn geweest bij activiteiten van legers en milities die tijdens de oorlog in Bosnië-Herzegovina betrokken zijn geweest bij oorlogshandelingen. In het nadere gehoor dient bij het optekenen van de door betrokkene gepleegde activiteiten tevens aandacht te worden besteed aan mogelijke mensenrechtenschendingen. - - - Indien in het nader gehoor verklaringen zijn opgetekend die wijzen op getuigenissen over oorlogsmisdaden of mensenrechtenschendingen, dient het dossier te worden gezonden naar het Bureau Bijzonder Zaken onder vermelding van 'oorlogstribunaal' (zie C3/10.15). - - - Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met unit 1F van de Regionale Directie Zuid-West. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.3. Traumatabeleid -Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.4, is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Bosnië-Herzegovina geen bijzonderheden. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.4. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen -De leeftijd waarop personen als meerderjarig worden beschouwd is in Bosnië-Herzegovina achttien jaar. In Bosnië-Herzegovina zijn weeshuizen die verplicht zijn opvang te bieden aan wezen. Ook zijn er SOS-kinderdorpen die jonge weeskinderen opvangen. Er is derhalve adequate opvang aanwezig. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.5. Driejarenbeleid -1. asielzoekers die voor 1 december 1995 een asielaanvraag hebben ingediend; -2. asielzoekers die in de periode 1 december 1995 tot en met 31 mei 1997 een asielaanvraag hebben ingediend; -3. asielzoekers die na 31 mei 1997 een asielaanvraag hebben ingediend. - -Ad 1. Bosnische asielzoekers die voor 1 december 1995 een asielaanvraag hebben ingediend, komen, behoudens contra-indicaties, in aanmerking voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet op grond van het bijzondere beleid zoals dat tot 1 december 1995 heeft gegolden voor asielzoekers uit Bosnië-Herzegovina. Dit betreft een zogenaamde beleidsmatige toelating op grond van het consistentiebeginsel. - -Indien de asielzoeker een inbreuk op de openbare orde heeft gepleegd, kan een verblijfsvergunning asiel worden geweigerd op grond van het gestelde in C1/5.13. - -Ad 2. Vanaf 1 december 1995 tot en met 31 mei 1997 is aan asielzoekers uit Bosnië-Herzegovina conform de oude vreemdelingenwet een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) verleend. In zijn brief van 27 mei 1997 heeft de Staatssecretaris van Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer meegedeeld dat hij met ingang van 1 juni 1997 geen vvtv meer zal verlenen aan asielzoekers uit Bosnië-Herzegovina. Op basis hiervan is TBV 1998/12 gepubliceerd. Dit beleid is genuanceerd in de brief van de Staatssecretaris van Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 25 maart 1998. Dit leidt tot de conclusie dat aan asielzoekers aan wie voor 31 mei 1997 een vvtv is verleend, welke nimmer is ingetrokken omdat betrokkene niet tot de categorie behoorde van wie de vvtv werd ingetrokken, inmiddels verblijf is toegestaan. - -De periode waarin de vreemdeling in het bezit is geweest van een vvtv dient niet te worden meegerekend als relevant tijdsverloop. - -Ad 3. Voor asielzoekers die na 31 mei 1997 een asielaanvraag hebben ingediend, gelden geen perioden die moeten worden meegerekend als relevant tijdsverloop. +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 6. Procedurele aspecten -Alle onderzoeksvragen, ook aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, worden gesteld aan of via de Gemeenschappelijke Kennisgroep. - - - In zaken van asielzoekers uit Bosnië-Herzegovina is het mogelijk om een taalanalyse aan te vragen ter vaststelling van de identiteit of herkomst van een asielzoeker. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 7. Terugkeer en uitzetting ##### 7.1. Uitzettingsbeleid -Naar Bosnië-Herzegovina wordt verwijderd. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.2. Categoriale bescherming -Asielzoekers uit Bosnië-Herzegovina komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet (zie paragraaf C1/4.5). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.3. Vertrekmoratorium -Ten aanzien van asielzoekers uit Bosnië-Herzegovina is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.4. Praktische aspecten terugkeer -Naar Bosnië-Herzegovina kan worden teruggekeerd. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ### [8/41]. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi @@ -8229,145 +7992,77 @@ Naar Colombia kan worden teruggekeerd. #### 1. Datum -Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 1 april 2001. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 2. Geldigheid -Het beleid en de instructies in dit hoofdstuk zijn geldig vanaf 1 april 2001. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 3. Achtergrond -Op 28 april 2000 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Congo(-Brazzaville). - - - Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Staatssecretaris vastgestelde beleid. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 4. Groeperingen die verhoogde aandacht vragen ##### 4.1. Personen die in verband met de oorlog worden gezocht en worden uitgezonderd van de amnestieregeling omdat zij hun (hoge) positie hebben misbruikt -Blijkens het ambtsbericht komen deze personen niet in aanmerking voor de amnestieregeling die op 8 december 1999 is uitgevaardigd. - Deze personen kunnen, voor zover zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij gegronde vrees voor vervolging hebben, in aanmerking komen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel, voor zover zij niet worden uitgesloten van bescherming op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie ook 5.2 en C1/5.13.3). - - - Het gaat bij deze categorie om personen die een positie op hoog bestuurlijk dan wel militair niveau hebben bekleed en zich zodanig hebben geprofileerd dat hun door de regering van Sassou-Nguesso geen amnestie wordt verleend. - De wijze waarop deze personen zich hebben geprofileerd hangt in deze samen met gedragingen die buiten hun normale taakopvatting lagen dan wel buiten hetgeen wat van hen normalitair verwacht kon worden. - - - Tijdens het nader gehoor dient zoveel mogelijk te worden doorgevraagd over de functie en positie die betrokkene stelt te hebben bekleed en op welke wijze hij betrokken is geweest bij de organisatie en/of financiering van rebellenacties. - Daarbij is van belang inzicht te verkrijgen over de kontakten die betrokkene onderhield en over de mate van invloed die betrokkene kon uitoefenen op de geplande rebellenacties. Tevens is het aan betrokkene om aannemelijk te maken dat hij niet voor bovengenoemde amnestieregeling in aanmerking komt. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.2. Voormalige militieleden -Op 8 december 1999 is door de Conseil National de Transition een wet aangenomen op basis waarvan amnestie kon worden verleend voor misdaden begaan tijdens de oorlogsperiode 1993-1999. Allen die zich zouden terugtrekken uit de milities en hun wapens zouden inleveren voor 15 januari 2000 zouden hiervan kunnen profiteren. Uit het ambtsbericht en de aanvullende telefoonnotitie van 7 juli jl. komt naar voren dat militieleden die zich vrijwillig overgeven nog immer in aanmerking komen voor deze amnestieregeling. - De omstandigheid dat de daders gerechtelijk vervolgd kunnen worden door hun slachtoffers die een schadevergoeding kunnen claimen kan niet tot vluchtelingenschap leiden. Een dergelijke gerechtelijke vervolging valt immers niet te herleiden tot één van de gronden van het verdrag. Blijkens het ambtsbericht is van discriminatoire bestraffing geen sprake. - - - Slechts indien sprake is van onevenredig zware bestraffing (de doodstraf) kan betrokkene in aanmerking komen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel, voor zover hij niet wordt uitgesloten van bescherming op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie ook 5.2 en C1/5.13.3). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.3. Dienstplichtigen en deserteurs -Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12 is van toepassing. - - - In Congo(-Brazzaville) bestaat geen dienstplicht. Zowel mannen als vrouwen kunnen zich aanmelden voor dienst in het leger voor een periode van twee jaar. - - - Ten aanzien van Congo(-Brazzaville) heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 5. Bijzondere aandachtspunten -In deze subparagraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3 is van toepassing. - - - Uit het ambtsbericht komt naar voren dat de regeringstroepen de effectieve controle hebben verkregen over het land met uitzondering van een aantal gebieden aan de grens met Gabon en het meest zuidelijk deel van de regio Pool. - - - Voor zover de vreemdeling zich beroept op problemen van de zijde van milities die hij in bovengenoemde conflictgebieden heeft ondervonden of verwacht te ondervinden, kan betrokkene zich vestigen in andere delen van het land waar de regeringstroepen de macht in handen hebben, met name in de grote steden als Brazzaville en Pointe-Noire. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag -Bij personen die stellen dat zij Congo(-Brazzaville) hebben verlaten vanwege hun deelname aan de gewapende strijd en om die reden worden gezocht door een andere strijdende partij dient rekening te worden gehouden met artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Blijkens het ambtsbericht hebben zowel regeringstroepen en milities van Sassou-Nguesso als gewapende oppositiebewegingen zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. Voorbeelden van dergelijke misdrijven zijn: het uitvoeren van (artillerie-) beschietingen zonder de burgerbevolking te ontzien, het verdrijven van de burgerbevolking, het willekeurig doden van ongewapende burgers en het zonder proces executeren van gevangen genomen strijders. - - - Gelet op eventuele uitsluiting van de bescherming van het Vluchtelingenverdrag op grond van artikel 1F dient het onderzoek in het gehoor naar de asielmotieven in geval van militaire activisten ook gericht te zijn op de functie, werkzaamheden en de gedragingen van de betrokken asielzoeker. - - - Zie C1/5.13.3 over hoe te handelen indien zo’n zaak zich voordoet. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.3. Traumatabeleid -Het algemene beleid zoals weergegeven in C1/4.4 is van toepassing. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.4. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen -Het algemene beleid is van toepassing. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.5. Artikel 3 Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden -Het ambtsbericht spreekt van een zekere mate van willekeur van de zijde van de autoriteiten (veiligheidstroepen) en van de zijde van de rebellen jegens de burgerij. Het feit dat een willekeurige behandeling tot de mogelijkheden behoort, ontslaat de asielzoeker niet van de plicht om ten behoeve van de beoordeling van asielmotieven in het kader van artikel 3 Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zijn relaas zo nauwkeurig en concreet mogelijk te onderbouwen. Hij dient aannemelijk te maken dat hij door zijn concrete individuele omstandigheden het slachtoffer is geworden of dreigt te worden van een behandeling ex artikel 3 Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden waartegen hij door een verblijfsvergunning asiel beschermd dient te worden. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 6. Procedurele aspecten ##### 6.1. Onderzoeksmogelijkheden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken -Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft aangegeven geen onderzoek te kunnen verrichten in Congo(-Brazzaville). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 7. Terugkeer en uitzetting ##### 7.1. Uitzettingsbeleid -Naar Congo(-Brazzaville) wordt verwijderd. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.2. Categoriale bescherming -Asielzoekers uit Congo(-Brazzaville) komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet (zie C1/4.5). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.3. Vertrekmoratorium -Ten aanzien van asielzoekers uit Congo(-Brazzaville) is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.4. Praktische aspecten terugkeer -Naar Congo(-Brazzaville) kan worden teruggekeerd. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ### [8/44]. Het asielbeleid ten aanzien van de Democratische Republiek Congo (DRC) @@ -9169,156 +8864,89 @@ Naar Ethiopië is terugkeer praktisch mogelijk. #### 1. Datum -Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 1 april 2001. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 2. Geldigheid -Het beleid en de instructies in dit hoofdstuk zijn geldig vanaf 1 april 2001. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 3. Achtergrond -Op 25 mei 2000 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Georgië. - - - Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Staatssecretaris vastgestelde beleid. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 4. Groeperingen die verhoogde aandacht vragen ##### 4.1. Georgiërs die in het verleden lid waren van de Mchedrioni -Het enkele feit dat een persoon in het verleden tot de Mchedrioni heeft behoord, vormt thans geen aanleiding meer voor arrestatie en vervolging door de Georgische autoriteiten. Voor zover zij vrezen voor vervolging vanwege het plegen van een commuun delict, kan geen geslaagd beroep op het Vluchtelingenverdrag gedaan worden. (Straf)vervolging vanwege het plegen van een commuun delict valt immers niet te herleiden tot één van de gronden van het Verdrag. Uit het ambtsbericht komt niet naar voren dat personen die in het verleden lid waren van de Mchedrioni discriminatoir bestraft worden. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.2. Zviadisten (Gamsachoerdia-aanhangers) -Volgens het ambtsbericht bestaan er geen aanwijzingen dat er op grond van de gebeurtenissen van begin jaren ’90 nog steeds Zviadisten wegens hoogverraad worden gezocht. Het kan echter niet worden uitgesloten dat enkele Zviadisten nog steeds worden gezocht vanwege de door hen (in het verleden) gepleegde commune delicten. Een beroep op (straf)vervolging vanwege een commuun delict leidt echter niet tot vluchtelingschap aangezien het niet tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag herleid kan worden. Uit het ambtsbericht komt voorts niet naar voren dat Zviadisten discriminatoir worden bestraft. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.3. Jehova’s Getuigen in Abchazië -Er is geen sprake van vervolging of discriminatie van religieuze minderheden door de centrale Georgische autoriteiten. Voor zover Jehova’s Getuigen al problemen ondervinden zijn dit veelal incidenten waartegen ze in ieder geval de bescherming van de hogere autoriteiten kunnen inroepen. - - - Jehova’s Getuigen die in Abchazië hun religie praktiseren kunnen echter problemen ondervinden van de Abchazische autoriteiten. Zij kunnen zich elders in Georgië vestigen. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.4. Etnische Georgiërs afkomstig uit Abchazië -Uit het ambtsbericht komt naar voren dat niet kan worden uitgesloten dat etnische Georgiërs die in Abchazië leven, vanwege hun etnische afkomst problemen van de kant van de bevolking ondervinden. Voor zover zij er niet in geslaagd zijn de bescherming van de kant van de Abchazische autoriteiten te verkrijgen, kunnen zij zich elders in Georgië vestigen. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.5. Etnische Abchaziërs die het doelwit zouden zijn van de in Abchazië opererende Georgische paramilitaire groeperingen -Bekend is dat in Abchazië – vooral in het Gali-district – een aantal Georgische paramilitaire groeperingen zich met geweld verzet tegen de de facto autonomie van Abchazië. Het valt niet uit te sluiten dat naast de Abchazische autoriteiten en milities en de Russische vredesmacht ook Abchazische burgers het slachtoffer kunnen worden van geweld van de zijde van Georgische paramilitaire groeperingen. - - - Etnische Abchaziërs die doelwit zouden kunnen zijn van de in Abchazië opererende Georgische paramilitaire groeperingen hebben een vestigingsalternatief elders in Georgië. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 4.6. Dienstplichtigen en deserteurs -Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12 is van toepassing. - - - Ten aanzien van Georgië heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 5. Bijzondere aandachtspunten -In deze subparagraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3 is van toepassing. - - - Ten aanzien van Georgië geldt dat Jehova’s Getuigen die in Abchazië hun religie praktiseren die problemen ondervinden van de Abchazische autoriteiten, in beginsel een vestigingsalternatief hebben elders in Georgië. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar 4.3. - - - Ten aanzien van etnische Georgiërs die in Abchazië leven, die vanwege hun etnische afkomst problemen van de kant van de bevolking ondervinden, hebben in beginsel een vestigingsalternatief elders in Georgië. Zie ook 4.4. - - - Etnische Abchaziërs die doelwit zouden kunnen zijn van de in Abchazië opererende Georgische paramilitaire groeperingen hebben een vestigingsalternatief elders in Georgië. Zie ook 4.5. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.2. Traumatabeleid -Het algemene beleid zoals weergegeven in C1/4.4 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Georgië geen bijzonderheden. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.3. Opvangmogelijkheden minderjarigen / bijzonderheden beleid alleenstaande minderjarige asielzoekers -Het algemene beleid is van toepassing. - - - Uit het ambtsbericht komt naar voren dat de familiebanden in Georgië zeer sterk zijn, waardoor in het geval dat een kind alleen komt te staan niet alleen de naaste familie maar ook de ‘verre’ familie (zoals achterneven, achterooms, peettantes, etc.) de zorg voor het kind op zich zal nemen. - - - U dient hier bij het nader gehoor rekening mee te houden en indien van toepassing hierover door te vragen. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.4. Driejarenbeleid -Het algemene beleid is van toepassing (zie C2/9). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 6. Procedurele aspecten ##### 6.1. Onderzoeksmogelijkheden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken -Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft aangegeven onderzoek te kunnen verrichten in Georgië. Er kan echter geen onderzoek verricht worden naar individuele onderzoeksvragen in de regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië. Met betrekking tot deze twee regio’s kunnen wel vragen van algemenere aard beantwoord worden. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 6.2. Taalanalyse -In zaken van asielzoekers uit Georgië is het mogelijk om een taalanalyse aan te vragen ter vaststelling van de identiteit of herkomst van een asielzoeker. Taalanalyse kan worden uitgevoerd voor de talen Georgisch, Armeens en Russisch. De taalanalyse kan dienen als een instrument voor zowel bepaling als verificatie van de herkomst. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 7. Terugkeer en uitzetting ##### 7.1. Uitzettingsbeleid -Naar Georgië wordt verwijderd. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.2. Categoriale bescherming -Asielzoekers uit Georgië komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet (zie C1/4.5). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.3. Vertrekmoratorium -Ten aanzien van asielzoekers uit Georgië is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 7.4. Praktische aspecten terugkeer -Naar Georgië kan worden teruggekeerd. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ### [8/46]. Het asielbeleid ten aanzien van Irak @@ -10364,84 +9992,53 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Libië is geen besluit genomen in de zin van ar #### 1. Datum -Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 1 april 2001. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 2. Geldigheid -Het beleid en de instructies in dit hoofdstuk zijn geldig vanaf 1 april 2001. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 3. Achtergrond -Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Staatssecretaris vastgestelde beleid. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 4. Groeperingen die verhoogde aandacht vragen ##### 4.1. Negro-Afrikaanse Mauritaniërs -Een categorie die aandacht verdient bestaat uit personen die behoren tot één van de zwarte Afrikaanse bevolkingsgroepen waarbij tevens sprake is van betrokkenheid bij niet gewelddadige activiteiten tegen de regering. (Partijen die anti-regeringsactiviteiten ondernemen zijn bijvoorbeeld de ‘FLAM’ en de ‘Rassemblement pour la renaissance des nègres-africains de la Mauritanie’. Deze partijen zijn verboden omdat zij zijn opgericht op etnische gronden, oproepen tot geweld en geweld ook toepassen.) - - - Wel dient aannemelijk te worden gemaakt dat de Mauritaanse autoriteiten van deze activiteiten op de hoogte zijn of zullen raken en dient er rekening te worden gehouden met het feit dat de positie van Negro-Afrikaanse Mauritaniërs sinds 1992 is verbeterd. - - - Indien er sprake is van militante of gewelddadige acties, wordt extra aandacht besteed aan de vraag of artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is en of het slechts om een commuun delict gaat, waarvan de bestraffing niet gerelateerd is aan één van de vervolgingsgronden van het Vluchtelingenverdrag. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 5. Bijzondere aandachtspunten -In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -Geen bijzonderheden. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.2. Traumatabeleid -Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.3 is van toepassing. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.3. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen -Het algemene beleid inzake de alleenstaande minderjarige asielzoekers is van toepassing (zie C2/7). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ##### 5.4. Driejarenbeleid -Geen bijzonderheden. Het algemene beleid is van toepassing (zie C2/9). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 6. Procedurele aspecten ##### 6.1. Onderzoek via Buitenlandse Zaken -Mauritanië ressorteert onder Hr. Ms. Ambassade te Dakar in Senegal. Mits er sprake is van verstrekking van volledige gegevens (plaats, wijk, straat, huisnummer of gedetailleerde schets) is adresonderzoek in Nouackchot en directe omgeving (in overleg met Buitenlandse Zaken) in de regel mogelijk. Voor alle andere vormen van onderzoek dient vooraf bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken te worden geïnformeerd naar de (on)mogelijkheden. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 #### 7. Terugkeer en uitzetting ##### 7.1. Praktische aspecten terugkeer -Naar Mauritanië wordt verwijderd. Te verwijderen asielzoekers in het bezit van een van de volgende originele documenten, ‘certificat de Nationalité’, ‘acte de Naissance’ of een ‘carte d’identité’ worden ter verkrijging van een laissez-passer gepresenteerd bij de Mauritaanse vertegenwoordiging in Brussel. Hiertoe kan de vreemdelingendienst contact opnemen met de ambassade. - - - Indien men niet beschikt over een van deze documenten kan, mits door een gespecialiseerde tolk is vastgesteld dat betrokkene van Mauritaanse afkomst is, eventueel verwijdering plaatsvinden. Hiertoe dient contact opgenomen te worden met de afdeling coördinatie terugkeer van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (070 – 370 32 66). - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 ### [8/53]. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal