2007-01-01 | BWBR0014483 | Besluit fiscale eenheid 2003
This commit is contained in:
parent
dbc7ae1098
commit
e382b493fd
1 changed files with 44 additions and 3 deletions
|
|
@ -81,7 +81,7 @@ Een bij een maatschappij op het voegingstijdstip nog niet uitgewerkte aanspraak
|
|||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een bij een maatschappij op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het voegingstijdstip aanwezig saldo als bedoeld in artikel 12b, zevende of achtste lid, van de wet gaat over op de fiscale eenheid.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Bepalingen tijdens de fiscale eenheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -166,7 +166,9 @@ Indien tot het vermogen van een ontvoegde dochtermaatschappij een deelneming beh
|
|||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien tot het vermogen van een ontvoegde dochtermaatschappij een immaterieel activum behoort waarop artikel 12b van de wet is toegepast, gaat een direct voorafgaand aan de ontvoeging bij de fiscale eenheid aanwezig saldo als bedoeld in artikel 12b, zevende of achtste lid, van de wet, voor zover dat saldo betrekking heeft op dat activum, over op die dochtermaatschappij.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid vindt met betrekking tot het saldo, bedoeld in artikel 12b, achtste lid, van de wet slechts toepassing op gezamenlijk verzoek van de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Specifieke bepalingen bij een juridische splitsing of juridische fusie binnen fiscale eenheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -208,7 +210,24 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien binnen drie maanden na het verlijden van de akte van fusie of splitsing wordt verzocht om een fiscale eenheid met ingang van de aanvang van het boekjaar waarin de fusie of splitsing heeft plaatsgevonden, wordt het verzoek voor de toepassing van artikel 15, vijfde lid, van de wet geacht te zijn gedaan binnen drie maanden na de aanvang van dat boekjaar, mits van de fiscale eenheid de volgende maatschappijen deel uitmaken:
|
||||
|
||||
a. twee of meer belastingplichtigen waarin de verdwijnende onderscheidenlijk splitsende rechtspersoon een onmiddellijk of middellijk aandelenbezit heeft dat bij de fusie onderscheidenlijk splitsing is overgegaan naar de verkrijgende rechtspersoon, onderscheidenlijk één van de verkrijgende rechtspersonen, of
|
||||
b. de verkrijgende rechtspersoon en een belastingplichtige waarin de verdwijnende onderscheidenlijk splitsende rechtspersoon een onmiddellijk of middellijk aandelenbezit heeft dat bij de fusie onderscheidenlijk splitsing is overgegaan naar de verkrijgende rechtspersoon.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is slechts van toepassing indien de verdwijnende of splitsende rechtspersoon en de belastingplichtigen, bedoeld in onderdeel a van dat lid, of de belastingplichtige, bedoeld in onderdeel b van dat lid, bij de aanvang van het boekjaar, bedoeld in dat lid, deel uitmaakten van dezelfde fiscale eenheid en het ontvoegingstijdstip met betrekking tot die fiscale eenheid met toepassing van artikel 14, derde lid, wordt gesteld op de aanvang van dat boekjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van artikel 15, eerste en tweede lid, van de wet wordt vanaf de aanvang van het boekjaar waarin een juridische fusie of splitsing plaatsvindt een onmiddellijk of middellijk bezit van de verdwijnende onderscheidenlijk splitsende rechtspersoon van aandelen in een andere belastingplichtige, aangemerkt als bezit van de verkrijgende rechtspersoon die door de juridische fusie of splitsing het onmiddellijke of middellijke bezit van de desbetreffende aandelen heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het derde lid is slechts van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. bij de aanvang van het in het derde lid bedoelde boekjaar de verdwijnende onderscheidenlijk splitsende rechtspersoon en de in dat lid bedoelde andere belastingplichtige deel uitmaakten van dezelfde fiscale eenheid en het ontvoegingstijdstip met betrekking tot die fiscale eenheid met toepassing van artikel 14, derde lid, wordt gesteld op de aanvang van dat boekjaar;
|
||||
b. de verkrijgende rechtspersoon bij de aanvang van dat boekjaar een bestaand lichaam is;
|
||||
c. de verkrijgende rechtspersoon en de lichamen die met hem deel uitmaken of kunnen uitmaken van een fiscale eenheid op het tijdstip direct voorafgaande aan de fusie of splitsing geen onmiddellijk of middellijk bezit van aandelen in het nominaal gestorte kapitaal in de andere belastingplichtige, bedoeld in het derde lid, hadden, of gezamenlijk een onmiddellijk of middellijk bezit van minder dan 5% van die aandelen hadden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Specifieke bepalingen bij een fiscale eenheid tussen verzekeraars en niet-verzekeraars en tussen verzekeraars onderling
|
||||
|
||||
|
|
@ -547,6 +566,28 @@ In geval van ontvoeging van een maatschappij gaan de ingevolge voorschriften ter
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk VIIIA. Deelnemingsverrekening
|
||||
|
||||
### Artikel 48a
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toedeling van voordelen uit hoofde van laagbelaste beleggingsdeelnemingen en deelnemingsverrekening.
|
||||
|
||||
### Artikel 48b
|
||||
|
||||
**1.** Deelnemingsverrekening van een maatschappij die wordt overgebracht naar het jaar waarin de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij tot stand komt, wordt in dat jaar in aanmerking genomen tot ten hoogste het volgens het tweede lid te bepalen bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid bedoelde bedrag is het bedrag dat tot de volgens Hoofdstuk V van de wet berekende belasting van de fiscale eenheid in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de gezamenlijke gebruteerde voordelen nadat het is verminderd met de bij de winstbepaling van het jaar in aftrek gekomen kosten ter zake van de laagbelaste beleggingsdeelnemingen, die zijn begrepen in, en ten hoogste tot het bedrag van, het aan die maatschappij toe te rekenen belastbare bedrag van de fiscale eenheid, staat tot het belastbare bedrag van de fiscale eenheid.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 15ah van de wet en artikel 12 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt een laagbelaste beleggingsdeelneming die geheel of gedeeltelijk binnen de fiscale eenheid is overgedragen, toegerekend aan de maatschappij van wier vermogen die deelneming op het voegingstijdstip deel uitmaakte.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover een in het eerste lid bedoeld bedrag aan deelnemingsverrekening op grond van dat lid in combinatie met het tweede lid, of op grond van artikel 23c, tweede lid, onderdeel b, of zesde lid, van de wet niet in aanmerking is genomen, wordt het in overeenstemming met artikel 23c, zevende lid, van de wet telkens overgebracht naar het volgende jaar en met inachtneming van dit artikel in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**6.** Voor zover deelnemingsverrekening in aanmerking wordt genomen die betrekking heeft op een periode gelegen vóór het voegingstijdstip van de maatschappij van wier vermogen de laagbelaste beleggingsdeelneming destijds deel uitmaakte, wordt dit bedrag geacht deelnemingsverrekening van vóór het voegingstijdstip van die maatschappij te zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 48c
|
||||
|
||||
In geval van ontvoeging van een maatschappij gaat de naar een volgend jaar overgebrachte deelnemingsverrekening over op die maatschappij voor zover deze deelnemingsverrekening betrekking heeft op een periode waarin de aandelen in de laagbelaste beleggingsdeelneming tot het vermogen behoorden van die maatschappij.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue