From e39bca13f9e3859737e7f089918c0d789d46dd52 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-01-01 | BWBR0029368 | Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen --- .../BWBR0029368/README.md | 262 +++++++++++++++++- 1 file changed, 252 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md b/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md index 7575068e8ca..10ca6eb61a2 100644 --- a/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md +++ b/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md @@ -12,29 +12,260 @@ citeertitel: Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen ## Hoofdstuk 1. Algemeen +### Artikel 1:1 + +**1.** + +In dit besluit wordt verstaan onder: + +- *aangiftetijdvak:* het tijdvak van vier weken dan wel een maand waarop de aangifte op basis waarvan de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen betrekking heeft; +- *college:* college van burgemeester en wethouders; +- *stamrecht:* recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon; +- *SVB:* Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; +- *uitkeringsgerechtigde:* de persoon die recht heeft op een uitkering of toeslag op grond van een wet als bedoeld in artikel 2:1; +- *verlof:* een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wet arbeid en zorg; +- *werknemersverzekering:* werknemersverzekering, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet financiering sociale verzekeringen. + +**2.** In geval van toepassing van dit besluit voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, wordt onder uitkeringsgerechtigde mede verstaan de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** In geval van toepassing van dit besluit voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 10, eerste en tweede lid, en 11 van de Algemene Ouderdomswet, wordt, in afwijking van het eerste lid, onder uitkeringsgerechtigde verstaan de echtgenoot van de pensioengerechtigde. + ## Hoofdstuk 2. Volksverzekeringen en sociale voorzieningen +### Paragraaf 1. Algemeen + +### Artikel 2:1 + +Dit hoofdstuk is van toepassing op het bepalen van inkomen als bedoeld in de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. + +### Artikel 2:2 + +**1.** + +Onder inkomen uit arbeid wordt verstaan: + +a. hetgeen onder loon wordt verstaan op grond van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de werknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van die wet, met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat of stond; +b. het loon, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 13 van de Wet op de loonbelasting 1964, voor zover de uitkeringsgerechtigde niet als werknemer als bedoeld in onderdeel a inkomen verdient, met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend: + +1°. hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in die wet wordt genoten; +2°. een vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet; +3°. de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964; +c. het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 3.3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.4.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van die wet, voor zover de uitkeringsgerechtigde geen werknemer is als bedoeld in de onderdelen a en b; +d. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in de artikelen 3.74 en 3.79a van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, van die wet, niet geacht worden te behoren tot de winst; +e. een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg aan de zelfstandige of de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onder a en b, van die wet; +f. een uitkering op grond van artikel 29, tweede lid, onderdelen e tot en met g, van de Ziektewet, indien tevens sprake is van een privaatrechtelijke of een publiekrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Ziektewet. + +**2.** Indien het inkomen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c of d, een negatief bedrag is, dan wordt dat inkomen op nihil gesteld. + +**3.** Indien geen recht op doorbetaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of de doorbetaling van bezoldiging op grond van artikel 76a van de Ziektewet bestaat door toepassing van artikel 629, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 76b, eerste tot en met het derde lid, van de Ziektewet, dan wel de betaling daarvan geheel of gedeeltelijk is opgeschort door toepassing van artikel 629, zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, wordt voor de toepassing van dit artikel het loon of de bezoldiging in aanmerking genomen als ware er wel recht op doorbetaling en ware deze niet geheel of gedeeltelijk opgeschort. + +### Artikel 2:3 + +**1.** + +Gedurende de periode dat de uitkeringsgerechtigde: + +a. recht heeft op een uitkering als bedoeld in hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet; +b. recht heeft op een uitkering in verband met werkloosheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Werkloosheidswet; +c. recht heeft op een uitkering in verband met werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend; of +d. met verlof is, + +wordt als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin: + +1°. het recht ontstond op een uitkering als bedoeld in de onderdelen a tot en met c. +2°. het verlof aanving. + +**2.** Niet als inkomen uit arbeid wordt beschouwd het loon dat door de uitkeringsgerechtigde wordt genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie inkomen als bedoeld in het eerste lid geniet. + +### Artikel 2:4 + +**1.** + +Onder overig inkomen wordt verstaan: + +a. een uitkering op grond van de Werkloosheidswet met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in artikel 2:3, eerste lid; +b. een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; +c. een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; +d. een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; +e. een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; +f. een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen; +g. een uitkering op grond van de Ziektewet als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet, tenzij artikel 2:2, eerste lid, onderdeel f, van toepassing is; +h. een toeslag op grond van de Toeslagenwet; +i. een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen; +j. een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet; +k. een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet; +l. een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; +m. een uitkering op grond van een pensioenregeling als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, op grond van een regeling voor vervroegde uittreding of op grond van functioneel leeftijdsontslag; +n. een basisbeurs of een aanvullende beurs op grond van de Wet studiefinanciering 2000; +o. een uitkering, toeslag of een beurs die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering, toeslag of beurs als bedoeld in de onderdelen a tot en met n; +p. een uitkering als bedoeld in onderdeel o, waarop recht bestaat, maar die niet wordt uitbetaald, omdat onder de toepasselijke wetgeving gebruik is gemaakt van het daarin voorziene recht af te zien van het recht op die uitkering of de uitbetaling daarvan; en +q. loon dat uit een vroegere dienstbetrekking wordt genoten. + +**2.** + +In afwijking van het eerste lid wordt niet als overig inkomen beschouwd: + +a. het bedrag waarmee de uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten is verhoogd wegens hulpbehoevendheid op grond van artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 53 of 63 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de artikelen 2:51 of 3:9 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten of een combinatie van deze artikelen; +b. een eenmalige uitkering die na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald; en +c. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan de werknemer in verband met die beëindiging is toegekend, mits de werknemer aantoont dat de eenmalige uitkering door de werkgever betaalbaar is gesteld om naar eigen inzicht van de werknemer te besteden. + +**3.** Indien een uitkering, toeslag of beurs als bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd in verband met enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel de uitkering, toeslag of beurs in aanmerking genomen als ware deze niet geheel of gedeeltelijk geweigerd. + +**4.** In afwijking van artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a, wordt onder overig inkomen mede verstaan een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg, indien het recht op die uitkering is ontstaan omdat recht op een uitkering als bedoeld in het eerste lid bestond. + +### Artikel 2:5 + +**1.** In afwijking van de artikelen 2:2, 2:3 en 2:4 wordt vakantiebijslag of een vakantiebon niet als inkomen uit arbeid of als overig inkomen beschouwd. + +**2.** + +Indien over het inkomen uit arbeid of overig inkomen geen aanspraak op vakantiebijslag bestaat, wordt van dit inkomen slechts in aanmerking genomen: + +100 x B / (100 + A) + +waarbij: + +A staat voor het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; en + +B staat voor het inkomen. + +### Paragraaf 2. Uitzonderingen + +### Artikel 2:6 + +**1.** + +Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Algemene nabestaandenwet geldt dat: + +a. in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l en o, een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, niet wordt aangemerkt als inkomen; +b. in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen m, o en q: + +1°. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, die ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten en het loon, bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel q, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid; en +2°. een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid, met dien verstande dat een weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen niet wordt aangemerkt als inkomen; en +c. de artikelen 2:2, derde lid, 2:3, eerste lid, onderdeel d, en 2:4, derde lid, niet van toepassing zijn. + +**2.** + +Een op grond van de wetgeving van: + +a. een andere mogendheid; +b. Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; +c. Aruba, Curaçao of Sint Maarten; of +d. een volkenrechtelijke organisatie, + +toegekende uitkering, waaronder mede begrepen een verhoging van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in de artikelen 14, 22 of 26 van de Algemene nabestaandenwet anders dan op grond van de vrijwillige verzekering, wordt op de uitkering, bedoeld in de artikelen 14 respectievelijk 22 of 26 van de Algemene nabestaandenwet in mindering gebracht. + +**3.** Indien bij de vaststelling van de hoogte van een toegekende uitkering als bedoeld in het tweede lid, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in de artikel 14 van de Algemene nabestaandenwet, rekening wordt gehouden met tot het gezin van de nabestaande behorende kinderen, worden voor de toepassing van het tweede lid, de uitkeringen bedoeld in de artikelen 14 en 22 van de Algemene nabestaandenwet samengeteld en als één uitkering beschouwd. + +**4.** Artikel 2:4, eerste lid, onderdeel P, en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede en derde lid. + +### Artikel 2:7 + +Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet geldt dat: + +a. in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k, l en o, een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, niet aangemerkt wordt als inkomen; +b. indien de pensioengerechtigde en zijn echtgenoot samenwerken in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep en de echtgenoot dan wel de pensioengerechtigde geen vergoeding ontvangt ter zake van de in de onderneming verrichte arbeid, ter vaststelling van het deel van de met inachtneming van het bepaalde in artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d, berekende winst, dat de echtgenoot toekomt, de winst wordt vermenigvuldigd met de factor X/(X+Y), waarbij: + +X staat voor het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de echtgenoot, en + +Y staat voor het loon van de werknemer die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de pensioengerechtigde; en +c. de artikelen 2:2, derde lid, 2:3, eerste lid, onderdeel d, en 2:4, derde lid, niet van toepassing zijn. + +### Artikel 2:8 + +**1.** + +Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers geldt dat in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen l en o, niet als overig inkomen wordt aangemerkt: + +a. een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l, en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l; +b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.253,00 per kalenderjaar; en +c. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 95,– per maand met een maximum van € 764,– per jaar, dan wel een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand van ten hoogste € 150,– per maand met een maximum van € 1.500,– per jaar. + +**2.** Onze Minister wijzigt de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover de ontwikkeling van de in artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Wet werk en bijstand genoemde bedragen daartoe aanleiding geeft. + +**3.** Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers is artikel 2:5 niet van toepassing. + +### Artikel 2:9 + +**1.** + +Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder 2° en 3°, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen geldt dat: + +a. in geval van een gewezen zelfstandige die een onderneming heeft uitgeoefend in de vorm van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap in afwijking van artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d, onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan hetgeen ingevolge het bepaalde bij of krachtens Hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 onder winst wordt verstaan alsmede de betalingen die aan de echtgenoot worden gedaan ter zake van in de onderneming verrichte arbeid; +b. de winst, bedoeld in onderdeel a, wordt gecorrigeerd met alle geldelijke voor- en nadelen voor de gewezen zelfstandige, die uit diens verhouding tot de besloten of naamloze vennootschap voortvloeien, tenzij het inkomen uit arbeid of overig inkomen betreft als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a tot en met c, e en f, en artikel 2:4, eerste lid; +c. in aanvulling op artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d, mede onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan de partnervergoeding, bedoeld in artikel 3:16, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien deze vergoeding € 5.000,– of hoger is, en de winst van de echtgenoot van de gewezen zelfstandige, indien het bedrijf en beroep mede voor rekening van de echtgenoot wordt uitgeoefend; +d. in afwijking van artikel 1:1, derde lid, en behoudens het bepaalde in onderdeel c onder inkomen uit arbeid en overig inkomen niet wordt verstaan het inkomen van de echtgenoot; en +e. artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid, van overeenkomstige toepassing zijn. + +**2.** + +Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen geldt dat: + +a. in afwijking van artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d, belastbare winst uit onderneming niet tot het inkomen wordt gerekend; en +b. artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid, van overeenkomstige toepassing zijn. + ## Hoofdstuk 3. Werknemersverzekeringen en ## Hoofdstuk 4. Bepaling van het inkomen +### Artikel 4:1 + +**1.** Het inkomen, met uitzondering van het inkomen voor de toepassing van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, wordt herleid tot een bedrag per kalendermaand. + +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de kalendermaand gesteld op 21,75 dagen. De kalenderweek wordt gesteld op vijf dagen. + +**3.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt het loon door de uitkeringsgerechtigde geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan. + +**4.** Bij de toepassing van het eerste lid worden betalingen van het overig inkomen toegerekend aan de perioden waarin hierop recht bestaat. + +**5.** Bij de toepassing van het eerste lid worden het belastbaar loon, het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, de belastbare winst uit onderneming en de uitkering, bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onderdelen c, d en e, evenredig toegerekend aan de betreffende kalendermaanden in het boek- of kalenderjaar. + +**6.** Bij een per kalendermaand wisselend inkomen kan op basis van een geschat inkomen een gemiddeld inkomen per kalendermaand worden bepaald, waarna per periode van ten hoogste twaalf maanden een herberekening plaatsvindt. + +**7.** De SVB kan bij de vaststelling van het inkomen het loon dat door de uitkeringsgerechtigde is genoten in een aangiftetijdvak, toerekenen aan de dag waarop dat loon betrekking heeft. + +**8.** De SVB kan bij de vaststelling van het inkomen artikel 3, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen overeenkomstig toepassen ten aanzien van loon dat het karakter heeft van een extra periodiek salaris, waarbij in plaats van een refertejaar, kalendermaand wordt gelezen. + +**9.** Indien toepassing van dit artikel leidt tot een kennelijk onredelijk resultaat bepaalt de SVB het inkomen op een andere wijze. + +### Artikel 4:2 + +Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen geldt dat: + +a. het inkomen uit arbeid of overig inkomen in de maand waarover aanspraak op uitkering wordt gemaakt vastgesteld wordt op het bedrag dat de uitkeringsgerechtigde over die maand verwerft of redelijkerwijs geacht kan worden te verwerven; +b. indien op grond van artikel 21, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers de uitkering over een kortere periode dan een maand wordt uitbetaald, het inkomen en de uitkering eerst per maand vastgesteld worden, waarna de uitkering over een kortere periode naar evenredigheid wordt vastgesteld; +c. indien aannemelijk is dat een inkomensbestanddeel geen juiste maatstaf biedt voor de bepaling van het in onderdeel a bedoelde inkomen, dat bestanddeel per maand vastgesteld wordt op 1/3 onderscheidenlijk 1/12 van het bedrag, dat over drie maanden onderscheidenlijk een jaar is verworven; +d. indien winst als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d, wordt genoten, het daaruit voortvloeiende inkomensbestanddeel per maand vastgesteld wordt op 1/12 van de winst, genoten over het kalenderjaar of het niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar, voorafgaand aan de maand waarover aanspraak op uitkering wordt gemaakt; en +e. indien de toepassing van de onderdelen a tot en met d gelet op het tijdstip van verwerving van een inkomensbestanddeel, tot een kennelijk onredelijk resultaat leidt, het college bepaalt op welke periode dat inkomensbestanddeel geacht moet worden betrekking te hebben en hoe dit geacht moet worden over deze periode te zijn verdeeld. + +### Artikel 4:3 + +**1.** Indien het bij de toepassing van dit hoofdstuk noodzakelijk is om niet in euro’s uitgedrukt inkomen om te rekenen in euro’s, geschiedt dat met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen. + +**2.** + +Een wijziging van een wisselkoers als bedoeld in het eerste lid beïnvloedt het vastgestelde inkomen niet, met dien verstande dat: + +a. bij wijziging van het inkomen, anders dan ten gevolge van de koersmutaties, een omrekening plaatsvindt; en +b. ten minste eens per jaar een omrekening plaatsvindt. + ## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen ### Artikel 5:1 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt het Besluit Wfsv. ### Artikel 5:2 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt het Inkomensbesluit Wet inkomensvoorziening oudere werklozen. ### Artikel 5:3 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt het Inkomensbesluit Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten. ### Artikel 5:4 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt het Inkomensbesluit Wet WIA. ### Artikel 5:5 @@ -42,24 +273,35 @@ Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Tijdelijke wet pilot loondispensatie. ### Artikel 5:6 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt het Boetebesluit socialezekerheidswetten. ### Artikel 5:7 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +De volgende besluiten worden ingetrokken: + +a. Inkomens- en samenloopbesluit Anw; +b. Inkomensbesluit IOAW; +c. Inkomensbesluit IOAZ; en +d. Inkomensbesluit AOW 1996. + +**2.** Ingeval ter zake van het belastbare loon artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt toegepast wordt voor toepassing van artikel 2:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964 verstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010. + +**3.** Het tweede lid vervalt met ingang van de dag waarop artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 vervalt. ### Artikel 5:8 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In afwijking van artikel 5:7 blijft artikel 9b van het Inkomensbesluit IOAW van toepassing in wettelijke procedures en rechtsgedingen inzake besluiten die op grond van artikel 9b van het Inkomensbesluit IOAW zijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie. ### Artikel 5:9 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt dit besluit. ### Artikel 5:10 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 met uitzondering van artikel 5:5, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terug werkt tot en met 9 juni 2010. ### Artikel 5:11 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen.