From e3a34b3955801a837507ce2ca99720f05f0ea3e1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 22 Dec 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-12-22 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement --- .../BWBR0001950/README.md | 77 +++++++++++++------ 1 file changed, 53 insertions(+), 24 deletions(-) diff --git a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md index 2bd3d412c16..00fd89e8b44 100644 --- a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md +++ b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md @@ -162,15 +162,15 @@ b. meer dan drie door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst ### Artikel 7 -**1.** De aanstelling van de ambtenaar vindt plaats door Onze minister. Indien het een ambtenaar betreft als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c, vindt de aanstelling plaats in overeenstemming met Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. +**1.** De aanstelling van de ambtenaar vindt plaats door Onze Minister. Indien het een ambtenaar betreft als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c, vindt de aanstelling plaats in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. -**2.** Voor zover de aanstelling betrekking heeft op een functie bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de Raad van State, wordt in het eerste lid voor Onze minister respectievelijk gelezen: het College van de Algemene Rekenkamer respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de vicepresident van de Raad van State. +**2.** Voor zover de aanstelling betrekking heeft op een functie bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de Raad van State, wordt in het eerste lid voor Onze Minister respectievelijk gelezen: het College van de Algemene Rekenkamer respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de vicepresident van de Raad van State. -**3.** De aanstelling als lid van de topmanagementgroep, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, vindt plaats bij Koninklijk Besluit op de voordracht van Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. +**3.** De aanstelling als lid van de topmanagementgroep, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, vindt plaats bij Koninklijk Besluit op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. **4.** -De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze minister voor een periode van maximaal zeven jaar benoemd in een van de volgende functies: +De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister voor een periode van maximaal zeven jaar benoemd in een van de volgende functies: • secretaris-generaal • directeur-generaal @@ -178,9 +178,11 @@ De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze • thesaurier-generaal • directeur van het Centraal Planbureau • directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau -• hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. +• hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst +• directeur Planbureau van de Leefomgeving +• Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. -**5.** In bijzondere gevallen kan de periode van zeven jaar, genoemd in het vierde lid, worden verlengd dan wel voortijdig worden beëindigd. Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van de wijze waarop tot verlenging respectievelijk voortijdige beëindiging wordt gekomen, alsmede over de gevolgen voor de rechtspositie van de ambtenaar. +**5.** In bijzondere gevallen kan de periode van zeven jaar, genoemd in het vierde lid, worden verlengd dan wel voortijdig worden beëindigd. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van de wijze waarop tot verlenging respectievelijk voortijdige beëindiging wordt gekomen, alsmede over de gevolgen voor de rechtspositie van de ambtenaar. **6.** Tenzij Wij anders hebben bepaald wordt de ambtenaar, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c, voor een periode van in beginsel ten hoogste vijf jaar in een functie benoemd. Deze benoeming duurt voort, zolang na afloop van die periode geen nieuwe functie wordt opgedragen. @@ -874,9 +876,9 @@ b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. **6.** Het verlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en gelijkmatig over deze periode verdeeld. In afwijking van de eerste volzin kan de ambtenaar het bevoegd gezag verzoeken om het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten of het verlof op te delen in ten hoogste drie perioden, waarbij iedere periode ten minste een maand bedraagt. Het bevoegd gezag stemt in met het verzoek tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. -**7.** De ambtenaar heeft over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, recht op 75% van zijn bezoldiging, verminderd met de ouderschapsverlofkorting waarop over die uren op grond van artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 maximaal recht kan bestaan. Indien aan de in het eerste lid van genoemd artikel gestelde voorwaarden voor het toekennen van ouderschapsverlofkorting is voldaan en een ouderschapsverlofkorting is toegekend, heeft de ambtenaar op zijn aanvraag tevens recht op het verschil tussen de maximale ouderschapsverlofkorting, bedoeld in de eerste volzin, en de toegekende ouderschapsverlofkorting. De ambtenaar dient zijn aanvraag in binnen zes maanden nadat de ouderschapsverlofkorting is toegekend. +**7.** De ambtenaar heeft over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, recht op 75% van zijn bezoldiging, verminderd met de ouderschapsverlofkorting waarop over die uren op grond van artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 maximaal recht kan bestaan. Indien een ouderschapsverlofkorting is toegekend, heeft de ambtenaar op zijn aanvraag tevens recht op het verschil tussen de maximale ouderschapsverlofkorting, bedoeld in de eerste volzin, en de toegekende ouderschapsverlofkorting. De ambtenaar dient zijn aanvraag in binnen zes maanden nadat de ouderschapsverlofkorting is toegekend. -**8.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als ontslag beschouwd. Het bevoegd gezag kan de ambtenaar ontheffen van de in de eerste volzin bedoelde verplichting indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat naar het oordeel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. +**8.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van hetgeen hem over de genoten uren ouderschapsverlof is toegekend over de genoten verlofuren wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als ontslag beschouwd. Het bevoegd gezag kan de ambtenaar ontheffen van de in de eerste volzin bedoelde verplichting indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat naar het oordeel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. **9.** @@ -888,9 +890,19 @@ c. de spreiding van de verlofuren over de week. De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging. -**10.** Het bevoegd gezag is verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. Het bevoegd gezag behoeft aan de aanvraag niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na de aanvraag. In het geval het verlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof. +**10.** -**11.** Het bevoegd gezag kan, na overleg met de ambtenaar, de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang wijzigen tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. +Het bevoegd gezag is verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van het opnemen van zwangerschaps-, bevallings- of adoptieverlof als bedoeld in de artikelen 33fb, onderscheidenlijk 33h. + +Het bevoegd gezag is tevens verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. + +**11.** Het bevoegd gezag behoeft aan een aanvraag als bedoeld in het tiende lid niet met ingang van een vroeger tijdstip dan vier weken na de aanvraag gevolg te geven. In het geval het verlof met toepassing van het tiende lid, eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, wordt de aanspraak op het overige deel van het verlof opgeschort. In het geval het verlof met toepassing van het tiende lid, tweede volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof. + +**12.** Indien op grond van het zesde lid het verlof is opgedeeld, zijn het tiende en elfde lid op iedere periode van toepassing. + +**13.** Het bevoegd gezag kan, na overleg met de ambtenaar, de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang wijzigen tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. + +**14.** Indien het verlof op grond van het zesde lid is opgedeeld en de aanstelling eindigt voordat het verlof volledig is genoten, heeft de ambtenaar, indien hij een nieuwe aanstelling krijgt bij een ander bevoegd gezag, aanspraak op de eventueel resterende deelperioden van het verlof met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. ### Artikel 33h @@ -941,7 +953,7 @@ d. een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministrat **5.** Het bevoegd gezag biedt de ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend op grond van het eerste lid in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, dan wel van een functie als bedoeld in het vierde of vijfde lid, na afloop van het verlof een passende functie aan. -**6.** Een passende functie als bedoeld in het achtste lid, dient zo mogelijk ten minste gelijkwaardig te zijn aan de functie waarop het buitengewoon verlof betrekking had. +**6.** Een passende functie als bedoeld in het zesde lid, dient zo mogelijk ten minste gelijkwaardig te zijn aan de functie waarop het buitengewoon verlof betrekking had. ### Artikel 34a @@ -1086,7 +1098,12 @@ De kosten, verbonden aan het onderzoek, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, resp **2.** Het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de eerste dag waarop wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is of zou zijn gewerkt, of het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is of zou zijn gestaakt. Indien de ambtenaar buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging geniet, vangt het tijdvak aan op de dag volgend op die waarop het buitengewoon verlof is beëindigd. -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. +**3.** + +Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid samengeteld indien: + +a. zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak, of +b. zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. **4.** In afwijking van het eerste lid, heeft de ambtenaar ook na afloop van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, recht op doorbetaling van zijn bezoldiging indien de ongeschiktheid om zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een beroepsincident. @@ -1097,9 +1114,10 @@ De kosten, verbonden aan het onderzoek, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, resp De doorbetaling van de bezoldiging eindigt: a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 37a, eerste lid, is herplaatst; -b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; -c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of -d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. +b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of +c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. + +**7.** Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de ambtenaar die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. ### Artikel 37a @@ -1116,14 +1134,14 @@ b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de **4.** -Indien de ziekte uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een beroepsincident, heeft de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, van wie de arbeidsongeschiktheid ten minste 35% bedraagt, nadat de termijn van twee jaar is verstreken tevens recht op een aanvullende uitkering ter grootte van het verschil tussen: +Indien de ziekte uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een beroepsincident, heeft de ambtenaar, bedoeld in het derde lid, van wie de arbeidsongeschiktheid ten minste 35% bedraagt, nadat de termijn van twee jaar is verstreken tevens recht op een aanvullende uitkering ter grootte van het verschil tussen: a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en b. zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en een uit de oorspronkelijke functie voortvloeiend recht op een WIA-uitkering en een AAOP-uitkering. **5.** -Het percentage, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: +Het percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: | 80% of meer: | 90,02%; | | --- | --- | @@ -1134,11 +1152,17 @@ Het percentage, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mat **6.** -De aanvullende uitkeringen, bedoeld in het tweede en derde lid, eindigen in ieder geval: +De aanvullende uitkeringen, bedoeld in het derde en vierde lid, eindigen in ieder geval: -a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; -b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of -c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. +a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of +b. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. + +**7.** + +In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 het verschil tussen: + +a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 76a van de Ziektewet recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering; en +b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. ### Artikel 37b @@ -1175,7 +1199,12 @@ b. zolang hij na afloop van het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, nog ongeschikt **4.** Het tijdvak gedurende welke de gewezen ambtenaar recht heeft op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vangt aan op de eerste dag waarop wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is of zou zijn gewerkt of het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is of zou zijn gestaakt. Indien de gewezen ambtenaar onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging genoot, vangt het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan op de dag waarop het ontslag is ingegaan. -**5.** Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van artikel 3:8, of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. +**5.** + +Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld indien: + +a. zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschap- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, of een uitkering op grond van artikel 3:8 of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak, of +b. zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. **6.** @@ -1700,7 +1729,7 @@ b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en in bijzondere gevallen bij ### Artikel 60 -Vervallen +Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen nadere regels worden gesteld om ambtenaren die werkzaam zijn in een substantieel bezwarende functie als bedoeld in artikel 97, eerste lid, te stimuleren na verloop van tijd de overstap te maken naar een niet substantieel bezwarende functie. ### Artikel 61 @@ -2297,7 +2326,7 @@ Na de uitsluiting wijst de desbetreffende centrale een andere vertegenwoordiger ### Artikel 107 -**1.** Het overleg staat onder leiding van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is bevoegd de leiding van het overleg op te dragen aan de directeur-generaal Management Openbare Sector van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien de aard van de te bespreken aangelegenheden dit toelaat. +**1.** Het overleg staat onder leiding van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is bevoegd de leiding van het overleg op te dragen aan een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen ambtenaar die is aangesteld als lid van de topmanagementgroep, indien de aard van de te bespreken aangelegenheden dit toelaat. **2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst functionarissen aan die hem, dan wel de functionaris die namens hem het overleg voert, bij het overleg terzijde staan.