2024-01-01 | BWBR0027844 | Besluit veiligheidsregio’s
This commit is contained in:
parent
67939f5197
commit
e3a9d8b7f3
1 changed files with 85 additions and 53 deletions
|
|
@ -19,16 +19,20 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
- *commando plaats incident:* commando plaats incident als bedoeld in artikel 2.1.2;
|
||||
- *gemeentelijk beleidsteam:* gemeentelijk beleidsteam als bedoeld in artikel 2.1.5;
|
||||
- *grootschalige alarmering:* het bij een ramp of crisis onverwijld en volledig alarmeren van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met d;
|
||||
- *hogedrempelinrichting:* hogedrempelinrichting als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
- *hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing:* hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing als bedoeld in artikel 2.1.1;
|
||||
- *meldkamer:* gemeenschappelijke meldkamer, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de wet;
|
||||
- *omgevingsvergunning:* omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
|
||||
- *omgevingsvergunning:* omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Omgevingswet;
|
||||
- *opkomsttijd:* de tijd tussen aanname van de melding door de meldkamer en de aankomst van de eerste brandweereenheid op de plaats van het incident;
|
||||
- *rapport:* rapport inzake de bedrijfsbrandweer, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid;
|
||||
- *regionaal beleidsteam:* regionaal beleidsteam als bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de wet;
|
||||
- *regionaal operationeel team:* regionaal operationeel team als bedoeld in artikel 2.1.4;
|
||||
- *risicoprofiel:* risicoprofiel als bedoeld in artikel 15 van de wet;
|
||||
- *Seveso-inrichting:* Seveso-inrichting als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
- *Seveso-richtlijn:*
|
||||
Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197);
|
||||
- *team bevolkingszorg:* team bevolkingszorg als bedoeld in artikel 2.1.3;
|
||||
- *veiligheidsrapport:* rapport als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015;
|
||||
- *veiligheidsrapport:* rapport als bedoeld in artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
- *wet:*
|
||||
Wet veiligheidsregio’s.
|
||||
|
||||
|
|
@ -434,27 +438,27 @@ f. het onderhoud en beheer van materieel voor de geneeskundige hulpverlening bij
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Rampbestrijdingsplannen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen
|
||||
### Paragraaf 1. Rampbestrijdingsplannen voor hogedrempelinrichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.1
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor een ramp in een hogedrempelinrichting of categorie van hogedrempelinrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015.
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een calamiteit in een inrichting die in een andere staat is gelegen, welke calamiteit tot een ramp in Nederland kan leiden. De artikelen in deze paragraaf worden daarbij voor zover mogelijk toegepast.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een calamiteit op locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd die in een andere staat zijn gelegen, welke calamiteit tot een ramp in Nederland kan leiden. De artikelen in deze paragraaf worden daarbij voor zover mogelijk toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.2
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 6.1.7, tweede lid, worden het rampbestrijdingsplan of wijzigingen daarvan vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bestuur van de veiligheidsregio, op grond van artikel 6.15, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, de delen van het veiligheidsrapport waarvan een aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld gaat, heeft ontvangen.
|
||||
Onverminderd artikel 6.1.7, tweede lid, worden het rampbestrijdingsplan of wijzigingen daarvan vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bestuur van de veiligheidsregio de delen van het veiligheidsrapport waarvan een aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld gaat, heeft ontvangen van het bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.3
|
||||
|
||||
Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam of functie van de aan de inrichting verbonden personen die bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en buiten de inrichting en van inwerkingstelling van bestrijdingsacties binnen de inrichting in werking te doen treden;
|
||||
a. de naam of functie van de aan de hogedrempelinrichting verbonden personen die bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en buiten de hogedrempelinrichting en van inwerkingstelling van bestrijdingsacties binnen de hogedrempelinrichting in werking te doen treden;
|
||||
b. de naam of functie van de personen die belast zijn met de operationele leiding van het geheel van de bestrijdingsacties;
|
||||
c. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen opdat degene die is belast met het opperbevel en de hulpverleningsdiensten snel worden geïnformeerd en de bij de bestrijding betrokken personen snel worden opgeroepen;
|
||||
d. het schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties die bij de bestrijding kunnen worden betrokken;
|
||||
e. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het oog op de bestrijding op en buiten het terrein van de inrichting;
|
||||
e. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het oog op de bestrijding op en buiten de locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd;
|
||||
f. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de bevolking te informeren over de ramp of de dreiging van een ramp en over de door haar te volgen gedragslijn;
|
||||
g. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren, indien de bevolking of het milieu van die staat door de ramp kunnen worden getroffen of dreigen te worden getroffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -462,33 +466,33 @@ g. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de hulpverleningsdienst
|
|||
|
||||
**1.** Afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van het rampbestrijdingsplan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien met betrekking tot de inrichting met toepassing van artikel 19.3 van de Wet milieubeheer van een document een tweede tekst is overgelegd waaruit vertrouwelijke gegevens als in dat artikel bedoeld zijn weggelaten, wordt alleen deze tekst ter inzage gelegd.
|
||||
**2.** Indien met betrekking tot de hogedrempelinrichting met toepassing van artikel 19.3 van de Wet milieubeheer van een document een tweede tekst is overgelegd waaruit vertrouwelijke gegevens als in dat artikel bedoeld zijn weggelaten, wordt alleen deze tekst ter inzage gelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.5
|
||||
|
||||
Indien de bevolking van een andere staat kan worden getroffen door de gevolgen van een ramp in de inrichting waarop het rampbestrijdingsplan betrekking heeft, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen de bevoegde autoriteit van de andere staat de bevolking te informeren over de mogelijkheid haar zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen.
|
||||
Indien de bevolking van een andere staat kan worden getroffen door de gevolgen van een ramp op een locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd waarop het rampbestrijdingsplan betrekking heeft, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio waarin die locatie geheel of gedeeltelijk is gelegen de bevoegde autoriteit van de andere staat de bevolking te informeren over de mogelijkheid haar zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.6
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio verleent op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere staat medewerking aan de terinzagelegging van documenten die in de andere staat zijn opgesteld in het kader van de voorbereiding van een met een rampbestrijdingsplan gelijk te stellen plan voor een in die staat gelegen inrichting.
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio verleent op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere staat medewerking aan de terinzagelegging van documenten die in de andere staat zijn opgesteld in het kader van de voorbereiding van een met een rampbestrijdingsplan gelijk te stellen plan voor een in die staat gelegen hogedrempelinrichting.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.7
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat met passende tussenpozen doch ten minste éénmaal per drie jaar het rampbestrijdingsplan opnieuw wordt bezien, beproefd en zo nodig bijgewerkt. Bij de herziening wordt rekening gehouden met veranderingen die zich in de betrokken inrichtingen en bij de betrokken veiligheidsregio hebben voorgedaan, met nieuwe technische kennis en met inzichten omtrent de bij rampen te nemen maatregelen.
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat met passende tussenpozen doch ten minste éénmaal per drie jaar het rampbestrijdingsplan opnieuw wordt bezien, beproefd en zo nodig bijgewerkt. Bij de herziening wordt rekening gehouden met veranderingen die zich op de betrokken locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd en bij de betrokken veiligheidsregio hebben voorgedaan, met nieuwe technische kennis en met inzichten omtrent de bij rampen te nemen maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien het bestuur van de veiligheidsregio besluit dat voor een inrichting geen rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld, zendt het een afschrift van zijn besluit aan:
|
||||
Indien het bestuur van de veiligheidsregio besluit dat voor een locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd geen rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld, zendt het een afschrift van zijn besluit aan:
|
||||
|
||||
a. degene die de inrichting drijft;
|
||||
b. de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen;
|
||||
c. het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de inrichting een omgevingsvergunning te verlenen;
|
||||
a. degene die de hogedrempelinrichting exploiteert;
|
||||
b. de burgemeester van de gemeente waarin de hogedrempelinrichting is gelegen;
|
||||
c. het bestuursorgaan dat bevoegd is voor het exploiteren van de hogedrempelinrichting een omgevingsvergunning te verlenen;
|
||||
d. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en
|
||||
e. Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het besluit van het bestuur van de veiligheidsregio een inrichting betreft die geheel of gedeeltelijk is gelegen in een aan een andere staat grenzende gemeente, zendt Onze Minister een afschrift van het besluit aan de andere staat.
|
||||
**2.** Indien het besluit van het bestuur van de veiligheidsregio een hogedrempelinrichting betreft die geheel of gedeeltelijk is gelegen in een aan een andere staat grenzende gemeente, zendt Onze Minister een afschrift van het besluit aan de andere staat.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Rampbestrijdingsplannen voor luchthavens
|
||||
|
||||
|
|
@ -529,19 +533,19 @@ j. een overzichtskaart van de indeling van de luchthaven en de onmiddellijke omg
|
|||
|
||||
**5.** Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat het rampbestrijdingsplan één maal per vier jaar wordt geactualiseerd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Rampbestrijdingsplannen voor afvalvoorzieningen categorie A
|
||||
### Paragraaf 3. Rampbestrijdingsplannen voor winningsafvalvoorzieningen categorie A
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.1
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor een ramp in een afvalvoorziening categorie A als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor locaties waarop winningsafvalvoorzieningen categorie A als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer worden geëxploiteerd.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 6.1.3 is van overeenkomstige toepassing op het rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Een rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bevoegd gezag een afschrift van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een afvalvoorziening categorie A heeft ontvangen.
|
||||
**3.** Een rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bevoegd gezag een afschrift van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een winningsafvalvoorziening categorie A heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.2
|
||||
|
||||
Degene die de afvalvoorziening categorie A drijft, verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor die afvalvoorziening of op enig ander tijdstip aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3.1, derde lid, en het bestuur van de veiligheidsregio de gegevens die nodig zijn opdat zij hun taken in het kader van de voorbereiding van bestrijding van een ramp naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze gegevens reeds op grond van andere voorschriften zijn verschaft of kunnen worden verkregen.
|
||||
Degene die de winningsafvalvoorziening categorie A exploiteert, verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van die afvalvoorziening of op enig ander tijdstip aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3.1, derde lid, en het bestuur van de veiligheidsregio de gegevens die nodig zijn opdat zij hun taken in het kader van de voorbereiding van bestrijding van een ramp naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze gegevens reeds op grond van andere voorschriften zijn verschaft of kunnen worden verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -551,85 +555,113 @@ Op de vaststelling van een rampbestrijdingsplan als bedoeld in artikel 6.3.1 of
|
|||
|
||||
### Artikel 7.1
|
||||
|
||||
Voor een aanwijzing als inrichting die over een bedrijfsbrandweer moeten beschikken, komen in aanmerking:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015;
|
||||
b. inrichtingen die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoren en bestemd zijn voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten, waarin gevaarlijke stoffen krachtens een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezig mogen zijn. Onder «opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen» wordt verstaan: opslag van verpakte gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, van het Arbeidsomstandighedenbesluit zoals dat luidde op 31 december 2022, gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van die stoffen en de overbrenging daarvan naar of van een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en de betrokken gevaarlijke stoffen in hun oorspronkelijke verpakking blijven.
|
||||
c. inrichtingen, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, met uitzondering van de inrichtingen waarop artikel 44 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is.
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio kan als bedrijfsbrandweerplichtig aanwijzen een locatie waarop een of meer van de volgende milieubelastende activiteiten worden verricht:
|
||||
|
||||
a. het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in artikel 3.50, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
b. het opslaan van gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het opslaan in een opslagplaats voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger van:
|
||||
|
||||
1°. 10.000 kg of meer gevaarlijke stoffen, als het geheel of gedeeltelijk gaat om brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen, of zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met die verbindingen;
|
||||
2°. meer dan 1.500 l giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2 in gasflessen; of
|
||||
3°. meer dan 1.500 l tot vloeistof verdichte gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in gasflessen;
|
||||
c. het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van stoffen of goederen, bedoeld in artikel 3.285 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het opslaan voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger van:
|
||||
|
||||
1°. vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
|
||||
2°. ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1 door een ander dan de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht; of
|
||||
3°. gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, in een hoeveelheid van ten minste de drempelwaarde, genoemd in bijlage I, deel 1, kolom 2, of deel 2, kolom 2, bij de Seveso-richtlijn, met inachtneming van de aantekeningen bij die bijlage;
|
||||
d. het voor het vervoer van stoffen of goederen opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.285 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om:
|
||||
|
||||
1°. het voor meer dan 24 uur opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c; of
|
||||
2°. het opstellen van meer dan drie voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c; en
|
||||
e. het exploiteren van een spoorwegemplacement, bedoeld in artikel 3.295a van het Besluit activiteiten leefomgeving.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan ook als bedrijfsbrandweerplichtig aanwijzen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, met uitzondering van een inrichting waarop artikel 44 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Alvorens tot aanwijzing over te gaan, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio het hoofd of de bestuurder van de inrichting, waarvan het bestuur redelijkerwijs kan vermoeden dat deze in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid kan opleveren, binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkend verzoek een rapport inzake de bedrijfsbrandweer over te leggen, dat de volgende gegevens bevat:
|
||||
Alvorens tot aanwijzing over te gaan, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio degene die de milieubelastende activiteit op de locatie verricht of de exploitant van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, waarvan het bestuur redelijkerwijs kan vermoeden dat deze in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid kan opleveren, binnen een door het bestuur te stellen termijn een rapport inzake de bedrijfsbrandweer over te leggen, dat de volgende gegevens bevat:
|
||||
|
||||
a. een algemene beschrijving van de inrichting, van de daarin voorkomende stoffen en de eigenschappen van deze stoffen;
|
||||
b. een algemene beschrijving van de processen die in de inrichting plaatsvinden;
|
||||
c. een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op het terrein van de inrichting:
|
||||
a. een aanduiding van de begrenzing van de locatie en een algemene beschrijving van:
|
||||
|
||||
1° die gegeven de aard van een installatie of de inrichting, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als reëel en typerend wordt geacht,
|
||||
2° waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de inrichting kan ontstaan, en
|
||||
3° waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt voorkomen;
|
||||
d. de maatgevende incidentscenario’s dat wil zeggen de geloofwaardige incidentscenario’s, bedoeld in onderdeel *c*, die bepalend zijn voor de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer;
|
||||
1°. de locatie waarop een of meer milieubelastende activiteiten worden verricht of de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet;
|
||||
2°. de milieubelastende activiteiten die worden verricht op de locatie en andere milieubelastende activiteiten die de milieubelastende activiteiten op de locatie functioneel ondersteunen;
|
||||
3°. de op de locatie of in de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, voorkomende stoffen; en
|
||||
4°. de eigenschappen van deze stoffen;
|
||||
b. een algemene beschrijving van de processen die op de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of in de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, plaatsvinden;
|
||||
c. een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of op het terrein van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet:
|
||||
|
||||
1°. die gegeven de aard van een installatie of de milieubelastende activiteiten die op de locatie worden verricht of gegeven de aard van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als reëel en typerend wordt geacht;
|
||||
2°. waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of in de omgeving van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, kan ontstaan, en
|
||||
3°. waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt voorkomen;
|
||||
d. de maatgevende incidentscenario’s dat wil zeggen de geloofwaardige incidentscenario’s, bedoeld in onderdeel c, die bepalend zijn voor de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer;
|
||||
e. een beschrijving van de organisatie van de nodig geachte bedrijfsbrandweer, waaronder de omvang van het personeel en het materieel.
|
||||
|
||||
**2.** Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid reeds zijn opgenomen in een veiligheidsrapport, kan in het rapport worden volstaan met een verwijzing naar de desbetreffende gegevens.
|
||||
**2.** Als voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, wordt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk gedaan nadat het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid is gesteld advies als bedoeld in artikel 4.33 van het Omgevingsbesluit uit te brengen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid reeds zijn opgenomen in een veiligheidsrapport, kan in het rapport worden volstaan met een verwijzing naar de desbetreffende gegevens.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio zendt een exemplaar van het rapport aan:
|
||||
|
||||
a. de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet;
|
||||
b. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting is gelegen;
|
||||
c. het bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bevoegd is een omgevingsvergunning voor de inrichting te verlenen, en
|
||||
d. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, indien de inrichting is gelegen op of deel uitmaakt van een luchthaven als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart.
|
||||
b. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de locatie of de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, is gelegen;
|
||||
c. het bestuursorgaan dat beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of op een aanvraag om een vergunning voor de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet; en
|
||||
d. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, indien de locatie of inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, is gelegen op of deel uitmaakt van, een luchthaven als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan het hoofd of de bestuurder van de inrichting verzoeken om aan het bestuur aanvullende gegevens te verschaffen.
|
||||
**5.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan degene die de milieubelastende activiteiten op de locatie verricht of de exploitant van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, verzoeken om aan het bestuur aanvullende gegevens te verschaffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3
|
||||
|
||||
**1.** Indien het bestuur van de veiligheidsregio van oordeel is dat de inrichting waarvoor het bestuur ingevolge artikel 7.2, eerste lid, een rapport heeft ontvangen in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, wijst het bestuur de inrichting aan die binnen een door het bestuur te stellen termijn over een bedrijfsbrandweer dient te beschikken.
|
||||
**1.** Indien het bestuur van de veiligheidsregio van oordeel is dat de locatie, waarop een of meer milieubelastende activiteiten worden verricht of de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, wijst het bestuur die locatie of inrichting aan als bedrijfsbrandweerplichtig. Het bestuur bepaalt daarbij de termijn waarbinnen over een bedrijfsbrandweer dient te worden beschikt.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio gaat niet over tot het aanwijzen van een inrichting dan nadat de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, derde lid, door het bestuur in de gelegenheid zijn gesteld advies ter zake uit te brengen en nadat het hoofd of de bestuurder van de inrichting door het bestuur is gehoord.
|
||||
**2.** Als voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vindt de aanwijzing bedoeld in het eerste lid, plaats binnen 26 weken na ontvangst van het rapport inzake de bedrijfsbrandweer. Als op het moment van het verstrijken van die termijn de omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is, vindt de aanwijzing in afwijking van de eerste zin plaats binnen 8 weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan inrichtingen aanwijzen die gezamenlijk over een bedrijfsbrandweer dienen te beschikken. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** In de aanwijzing stelt het bestuur van de veiligheidsregio de begrenzing vast van de locatie of de inrichting waarop de aanwijzing van toepassing is.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio stuurt een afschrift van de aanwijzing aan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, derde lid.
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio gaat niet over tot het aanwijzen dan nadat de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, vierde lid, door het bestuur in de gelegenheid zijn gesteld advies ter zake uit te brengen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**5.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan locaties of inrichtingen aanwijzen waarvoor degenen die de milieubelastende activiteiten verrichten op die locaties respectievelijk de exploitanten van die inrichtingen gezamenlijk dienen te beschikken over een bedrijfsbrandweer. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio kan in de aanwijzing, bedoeld in het eerste en derde lid, slechts eisen stellen aan:
|
||||
**6.** Het bestuur van de veiligheidsregio stuurt een afschrift van de aanwijzing aan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, vierde lid.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio kan in de aanwijzing, bedoeld in het eerste en vijfde lid, slechts eisen stellen aan:
|
||||
|
||||
a. de geoefendheid en de samenstelling van de bedrijfsbrandweer waarbij de functies genoemd in het Besluit personeel veiligheidsregio’s, kunnen worden aangewezen;
|
||||
b. de voorzieningen inzake bluswater, melding, alarmering en verbindingen;
|
||||
c. het blusmaterieel;
|
||||
d. de beschermende middelen;
|
||||
e. de alarmering van en samenwerking met de brandweer en andere hulpverleningsorganisaties, en
|
||||
e. de alarmering van en samenwerking met de brandweer en andere hulpverleningsorganisaties; en
|
||||
f. de omvang van het personeel en het materieel van de bedrijfsbrandweer.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4
|
||||
|
||||
**1.** Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen inrichting dan wel verandering van de daarin gebezigde processen die in betekenende mate consequenties hebben voor de inhoud van het rapport, dient het hoofd of de bestuurder van die inrichting zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig gewijzigd rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio over te leggen.
|
||||
**1.** Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen locatie, van een milieubelastende activiteit op een aangewezen locatie of van een inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, dan wel verandering van de gebezigde processen die in betekenende mate consequenties hebben voor de inhoud van het rapport, verstrekt degene die de milieubelastende activiteit verricht of de exploitant van de inrichting zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig gewijzigd rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio. Als voor de wijziging, uitbreiding of verandering een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend wordt het gewijzigd rapport gelijktijdig met die aanvraag verstrekt aan het bestuur van de veiligheidsregio.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 7.2, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 7.2, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het gewijzigde rapport, het veiligheidsrapport of de wijziging daarvan daartoe aanleiding geven, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen, bedoeld in het derde lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 7.3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Artikel 7.3, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.5
|
||||
|
||||
**1.** Na wijziging van de omgeving van een aangewezen inrichting die in betekenende mate consequenties heeft voor gegevens over de geloofwaardige en maatgevende incidentscenario’s, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onderdeel c en d, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.
|
||||
**1.** Na wijziging van de omgeving van een aangewezen locatie of inrichting die in betekenende mate consequenties heeft voor gegevens over de geloofwaardige en maatgevende incidentscenario’s, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onderdeel c en d, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen, bedoeld in het eerste lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 7.3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 7.3, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.6
|
||||
|
||||
**1.** Op een aanwijzing die Onze Minister geeft ten aanzien van een inrichting die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, zijn de artikelen 7.1 tot en met 7.5 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister tevens een exemplaar van het rapport zendt aan de Minister van Defensie en het bestuur van de veiligheidsregio.
|
||||
**1.** Op een aanwijzing die Onze Minister geeft ten aanzien van een locatie of inrichting die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, zijn de artikelen 7.1 tot en met 7.5 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister tevens een exemplaar van het rapport zendt aan de Minister van Defensie en het bestuur van de veiligheidsregio.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio nadat hij het rapport zodanig heeft bewerkt dat de gegevens waarvoor geheimhouding geboden is, daarin niet voorkomen of daaruit niet kunnen worden afgeleid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -701,6 +733,6 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit veiligheidsregio’s.
|
|||
|
||||
Het voor het vaste en variabele deel van het voor de doeluitkering beschikbare bedrag wordt verdeeld op grond van de volgende formule:
|
||||
|
||||
[vast deel + (8,15 * woonruimten) + (67,71 * bebouwde oppervlakte) + (0,48 * oadwr) + (659,22 * kernen500) + (2,41 * totale oppervlakte) + (7.736,14 * hoofdvaarwegen) + (28.430,04 * BRZO) + (0,32 * inwoners) + (11,37 * OZB niet-woningen)] * uitkeringsfactor.
|
||||
[vast deel + (8,15 * woonruimten) + (67,71 * bebouwde oppervlakte) + (0,48 * oadwr) + (659,22 * kernen500) + (2,41 * totale oppervlakte) + (7.736,14 * hoofdvaarwegen) + (28.430,04 * hogedrempelinrichtingen) + (0,32 * inwoners) + (11,37 * OZB niet-woningen)] * uitkeringsfactor.
|
||||
|
||||
De vaststelling van het aantal eenheden per structuurkenmerk of maatstaf geschiedt naar de toestand op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue