2001-12-01 | BWBR0005212 | Paspoortwet
This commit is contained in:
parent
937b1eb520
commit
e3d81324f8
1 changed files with 159 additions and 320 deletions
|
|
@ -12,32 +12,22 @@ citeertitel: Paspoortwet
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Definities en reikwijdte
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
In deze wet wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. aanvraag: het verzoek tot verstrekking van een reisdocument of tot wijziging van gegevens vermeld in een eerder verstrekt reisdocument;
|
||||
b. aanvrager: degene die een aanvraag als bedoeld in onderdeel a indient of op wie een dergelijke aanvraag betrekking heeft;
|
||||
c. weigering: de afwijzende beslissing op de aanvraag, die in behandeling is genomen;
|
||||
d. verstrekking: de beslissing tot uitreiking van een nieuw reisdocument;
|
||||
e. uitreiking: het feitelijk ter beschikking van de aanvrager stellen van het op zijn naam gesteld reisdocument;
|
||||
f. houder: degene op wiens naam het reisdocument is gesteld en ten behoeve van wie het is uitgereikt;
|
||||
g. wijziging: het in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet bepaalde aanbrengen van een of meer aantekeningen in een reisdocument, strekkende tot verandering dan wel aanvulling van daarin vermelde gegevens;
|
||||
h. inhouding: het feitelijk aan de beschikking van de houder onttrekken van een op zijn naam gesteld reisdocument;
|
||||
i. vervallen of vervallenverklaring: het ongeldig worden of de beslissing tot het ongeldig verklaren van een reisdocument;
|
||||
j. definitief aan het verkeer onttrekken: het deugdelijk vernietigen, dan wel het geheel of gedeeltelijk onbruikbaar maken en aan de houder teruggeven van het reisdocument;
|
||||
k. vermissing: ieder geval waarin de houder niet meer de feitelijke beschikking heeft over een op zijn naam gesteld reisdocument, anders dan door of ten behoeve van handelingen van een daartoe bevoegde autoriteit;
|
||||
l. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk;
|
||||
m. Onze Minister die het aangaat: Onze Minister in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten die het aangaat;
|
||||
n. Gouverneur: Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten;
|
||||
o. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
|
||||
p. reisdocument: een document als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
|
||||
q. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
|
||||
r. publiek identificatiemiddel: een van rijkswege uitgegeven en aan een natuurlijk persoon verstrekt elektronisch middel dat persoonsidentificatiegegevens bevat en wordt gebruikt voor de authenticatie van een natuurlijke persoon die toegang wenst tot elektronische dienstverlening;
|
||||
s. elektronische dienstverlening: verlening van elektronische diensten aan natuurlijke personen, ondernemingen of rechtspersonen ter uitoefening van een publieke taak, in het algemeen belang of waarbij het burgerservicenummer wordt verwerkt, door een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht of een bij of krachtens de Wet digitale overheid aangewezen organisatie, waarvoor authenticatie op betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog als bedoeld in de Wet digitale overheid is vereist;
|
||||
t. tot signalering bevoegd orgaan: een autoriteit of orgaan als bedoeld in een van de artikelen 18 tot en met 24 van deze wet.
|
||||
a. aanvraag: het verzoek tot verstrekking van een reisdocument, tot bijschrijving van kinderen als bedoeld in artikel 17 of tot wijziging van gegevens vermeld in een eerder verstrekt reisdocument;
|
||||
b. weigering: de afwijzende beslissing op de aanvraag, die in behandeling is genomen;
|
||||
c. verstrekking: de beslissing tot uitreiking van een nieuw reisdocument;
|
||||
d. uitreiking: het feitelijk ter beschikking van de houder stellen van het op zijn naam gesteld reisdocument;
|
||||
e. houder: degene op wiens naam het reisdocument is gesteld en ten behoeve van wie het is uitgereikt;
|
||||
f. wijziging: het in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet bepaalde aanbrengen van een of meer aantekeningen in een reisdocument, strekkende tot verandering dan wel aanvulling van daarin vermelde gegevens;
|
||||
g. inhouding: het feitelijk aan de beschikking van de houder onttrekken van een op zijn naam gesteld reisdocument;
|
||||
h. vervallen of vervallenverklaring: het ongeldig worden of de beslissing tot het ongeldig verklaren van een reisdocument;
|
||||
i. vermissing: ieder geval waarin de houder niet meer de feitelijke beschikking heeft over een op zijn naam gesteld reisdocument, anders dan door of ten behoeve van handelingen van een daartoe bevoegde autoriteit;
|
||||
j. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk;
|
||||
k. Onze Minister die het aangaat: Onze Minister in Nederland, respectievelijk Onze Minister in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk in Aruba die het aangaat;
|
||||
l. de Gouverneur: de Gouverneur van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -50,58 +40,38 @@ b. diplomatiek paspoort;
|
|||
c. dienstpaspoort;
|
||||
d. reisdocument voor vluchtelingen;
|
||||
e. reisdocument voor vreemdelingen;
|
||||
f. nooddocument: laissez-passer of noodpaspoort;
|
||||
g. andere reisdocumenten, bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur vast te stellen.
|
||||
f. nooddocument;
|
||||
g. andere reisdocumenten, door Onze Minister vast te stellen.
|
||||
|
||||
**2.** Identiteitskaarten van het Europese deel van Nederland zijn de Nederlandse identiteitskaart en de vervangende Nederlandse identiteitskaart. Hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van reisdocumenten is van overeenkomstige toepassing op de Nederlandse identiteitskaart en de vervangende Nederlandse identiteitskaart, tenzij anders is bepaald.
|
||||
**2.** Reisdocument van Nederland is de Nederlandse identiteitskaart, geldig voor de landen die partij zijn bij de op 13 december 1957 te Parijs tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens het verkeer van personen tussen de Lid-Staten van de Raad van Europa (*Trb.* 1960, 103). Onze Minister kan de territoriale geldigheid van de Nederlandse identiteitskaart uitbreiden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt van de in het eerste en tweede lid bedoelde documenten de geldigheidsduur en het model vastgesteld. Van de in het eerste lid bedoelde reisdocumenten wordt bij algemene maatregel van rijksbestuur tevens de territoriale geldigheid vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister draagt zorg voor de vervaardiging van de in het eerste en tweede lid bedoelde documenten.
|
||||
|
||||
**5.** Elk reisdocument blijft na uitreiking rijkseigendom. Onze Minister oefent het eigendomsrecht uit.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Gegevens ten behoeve van reisdocumenten
|
||||
**3.** Onze Minister stelt met inachtneming van het bij of krachtens deze wet bepaalde de geldigheidsduur, de territoriale geldigheid en het model van de in het eerste en tweede lid bedoelde reisdocumenten vast en draagt zorg voor de vervaardiging van die documenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Elk reisdocument vermeldt de volgende persoonsgegevens van de houder: geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, woonplaats, adres en lengte. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald in welke gevallen wordt afgezien van vermelding van respectievelijk geboorteplaats, woonplaats, adres en lengte.
|
||||
**1.** Elk reisdocument vermeldt de volgende persoonsgegevens van de houder: geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, woonplaats, adres en lengte. Onze Minister kan bepalen in welke gevallen kan worden afgezien van vermelding van respectievelijk geboorteplaats, woonplaats, adres en lengte.
|
||||
|
||||
**2.** Een reisdocument is voorzien van de gezichtsopname, twee vingerafdrukken en de handtekening van de houder volgens nader bij regeling van Onze Minister te stellen regels. De vervangende Nederlandse identiteitskaart is niet voorzien van vingerafdrukken.
|
||||
**2.** Indien in een reisdocument een minderjarige jonger dan zestien jaren wordt bijgeschreven worden van deze vermeld: geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en geslacht. Elke bijschrijving is voorzien van de foto van de bijgeschreven persoon.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen reisdocumenten worden aangewezen die niet worden voorzien van een of meer van de in het tweede lid genoemde gegevens en kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin kan worden afgezien van het opnemen van de gezichtsopname, vingerafdrukken of de handtekening in het aangevraagde reisdocument indien deze gegevens niet van de houder kunnen worden verkregen.
|
||||
**3.** Elk reisdocument is voorzien van de foto en de handtekening van de houder en van een documentnummer, volgens door Onze Minister te stellen regelen, waarbij in bijzondere gevallen van de eis van het stellen van een handtekening kan worden afgeweken. Indien in bijzondere gevallen het overleggen van een foto niet mogelijk is, kan daarvan volgens door Onze Minister te stellen regelen worden afgeweken.
|
||||
|
||||
**4.** In bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen gevallen wordt in een reisdocument het burgerservicenummer van de houder vermeld.
|
||||
**4.** Op nader door Onze Minister aan te wijzen reisdocumenten die worden verstrekt aan Nederlanders die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente zijn ingeschreven, wordt van de houder het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 47*b* van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, vermeld.
|
||||
|
||||
**5.** Elk reisdocument vermeldt het documentnummer, de autoriteit die het document heeft verstrekt, de datum van verstrekking en het einde van de geldigheidsduur, alsmede de territoriale geldigheid. De territoriale geldigheid wordt niet vermeld in een Nederlandse identiteitskaart.
|
||||
**5.** Elk reisdocument vermeldt de autoriteit die het document heeft verstrekt, de datum van verstrekking en het einde van de geldigheidsduur, alsmede de territoriale geldigheid.
|
||||
|
||||
**6.** In reisdocumenten die aan Nederlanders worden verstrekt, wordt de Nederlandse nationaliteit vermeld. In reisdocumenten voor vluchtelingen en in reisdocumenten die aan staatlozen worden verstrekt, wordt de status van de houder vermeld.
|
||||
|
||||
**7.** Op verzoek van de houder kan in diens reisdocument tevens de geslachtsnaam worden vermeld van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner, dan wel, indien de houder geen echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner meer heeft, de geslachtsnaam van de gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner met wie het huwelijk of het geregistreerd partnerschap laatstelijk is geëindigd, voor zover het model van het reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat. Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de wijze waarop de naamsvermelding plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**8.** De tot uitreiking bevoegde autoriteiten voeren een reisdocumentenadministratie ten behoeve van de aanvraag, verstrekking en uitreiking van reisdocumenten. De administratie bevat de gegevens bedoeld in het eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, alsmede andere gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd. De administratie is zowel op naam als op documentnummer toegankelijk. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verwerking van gegevens in de administratie.
|
||||
|
||||
**9.** De bij de aanvraag van een reisdocument opgenomen vingerafdrukken worden bewaard totdat de uitreiking van het aangevraagde reisdocument, dan wel de reden voor het niet uitreiken daarvan, in de administratie, bedoeld in het achtste lid, is geregistreerd en gedurende die periode uitsluitend verwerkt ten behoeve van de verstrekking en de uitreiking van het reisdocument.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen documenten als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen waar het publiek identificatiemiddel op wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** Het publiek identificatiemiddel dat krachtens het eerste lid op het document is geplaatst, bevat de bij algemene maatregel van rijksbestuur vast te stellen gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Gebruik van het publiek identificatiemiddel is alleen mogelijk indien de houder van het document beschikt over een burgerservicenummer.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld omtrent de technische en organisatorische inrichting van de voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de vervaardiging en het kunnen gebruiken van het publiek identificatiemiddel en de daarmee samenhangende verwerking van gegevens.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld omtrent de kosten die ten laste worden gebracht voor vervaardiging en verstrekking van een publiek identificatiemiddel en voor de handelingen die door Onze Minister worden verricht voor het gebruik kunnen maken van dit middel.
|
||||
**8.** De tot uitreiking bevoegde autoriteiten houden een administratie bij met betrekking tot uitgereikte reisdocumenten en daarin bijgeschreven personen. Deze administratie bevat de gegevens bedoeld in het eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid van dit artikel, alsmede de documentnummers. In deze administratie kunnen voorts ten hoogste de gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd, worden opgenomen. De foto en de handtekening worden bewaard door de autoriteit die het reisdocument heeft verstrekt, in een administratie die zowel op naam als op documentnummer toegankelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Elk reisdocument blijft na uitreiking rijkseigendom. Onze Minister oefent het eigendomsrecht uit.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Er is een register vermiste of vervallen reisdocumenten. Onze Minister is verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens in dit register.
|
||||
**1.** Er is een basisregister reisdocumenten. Onze Minister is verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens in dit register.
|
||||
|
||||
**2.** Het register heeft tot doel het voorkomen en bestrijden van fraude met en misbruik van reisdocumenten door het vastleggen van gegevens met betrekking tot de in het derde lid bedoelde documenten en de verstrekking van die gegevens aan daartoe ingevolge deze wet bevoegde autoriteiten en derden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -111,7 +81,7 @@ In het register worden gegevens opgenomen met betrekking tot reisdocumenten, bed
|
|||
|
||||
zijn ontvreemd of anderszins als vermist zijn opgegeven;
|
||||
|
||||
ingevolge artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f, h, i of j, van rechtswege zijn vervallen.
|
||||
ingevolge artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f of h, van rechtswege zijn vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** De in het register op te nemen gegevens, bedoeld in het derde lid, worden verstrekt door de autoriteiten, belast met de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -120,7 +90,7 @@ ingevolge artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f, h, i of j, van rechtswege
|
|||
In het register kunnen in verband met een reisdocument de volgende gegevens worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 3, eerste, vierde en zesde lid;
|
||||
b. het administratienummer waarmee de houder van een reisdocument is vermeld in de basisregistratie personen in het Europese deel van Nederland of in de bevolkingsadministratie van een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten;
|
||||
b. het administratienummer waarmee de houder in een basisadministratie persoonsgegevens in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba is vermeld;
|
||||
c. het soort reisdocument, het documentnummer en de andere documentgegevens, bedoeld in artikel 3, vijfde lid;
|
||||
d. de reden van de opneming van gegevens met betrekking tot het reisdocument in het register, de datum waarop het reisdocument is ontvreemd, anderszins is vermist of van rechtswege is vervallen, de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt en de datum waarop de gegevens zijn verstrekt;
|
||||
e. andere bij regeling van Onze Minister te bepalen administratieve gegevens die noodzakelijk zijn voor de gegevensverwerking in het register.
|
||||
|
|
@ -133,95 +103,33 @@ e. andere bij regeling van Onze Minister te bepalen administratieve gegevens die
|
|||
|
||||
**9.** Onze Minister treft maatregelen met betrekking tot het beheer en de beveiliging van het register.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Het basisregister reisdocumenten
|
||||
|
||||
### Artikel 4c
|
||||
|
||||
**1.** Er is een basisregister reisdocumenten. Onze Minister is verantwoordelijk voor de gegevensverwerkingen in dit register.
|
||||
|
||||
**2.** Het basisregister reisdocumenten heeft tot doel de autoriteiten, instellingen en personen bedoeld in artikel 4e te voorzien van de in het basisregister reisdocumenten opgenomen gegevens voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taken en werkzaamheden bedoeld in dat artikel. Het basisregister reisdocumenten heeft mede tot doel om organen en instellingen te voorzien van de in het register opgenomen gegevens in overige bij algemene maatregel van rijkbestuur aan te wijzen gevallen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt regels over het beheer, de beveiliging en de betrouwbaarheid van het register.
|
||||
|
||||
### Artikel 4d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In het basisregister reisdocumenten worden uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:
|
||||
|
||||
a. gegevens als bedoeld in artikel 3, eerste, vierde, vijfde, zesde en zevende lid;
|
||||
b. gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd, niet zijnde de gezichtsopname, handtekening dan wel vingerafdruk van de aanvrager, en gegevens die betrekking hebben op de status van een reisdocument, alsmede de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt en de datum waarop de gegevens zijn verstrekt;
|
||||
c. gegevens met betrekking tot de status van het reisdocument als publiek identificatiemiddel.
|
||||
|
||||
**2.** De autoriteiten, belast met de uitvoering van deze wet, en de bestuursorganen en aangewezen organisaties bedoeld in de Wet digitale overheid verstrekken de in het basisregister reisdocumenten op te nemen gegevens aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen andere organen, instellingen en personen voor verstrekking worden aangewezen die bij de uitoefening van hun wettelijke taak over gegevens komen te beschikken die van belang zijn voor de bijhouding van het basisregister reisdocumenten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden nadere regels gesteld omtrent de gegevensverwerking in het basisregister reisdocumenten, alsmede de bewaartermijn, de verwijdering en de vernietiging van de in het basisregister reisdocumenten opgenomen gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 4e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De gegevens uit het basisregister reisdocumenten kunnen worden verstrekt ten behoeve van de volgende taken of werkzaamheden aan de daarmee belaste organen en instellingen:
|
||||
|
||||
a. voor het in ontvangst nemen van aanvragen en het uitreiken, verstrekken, weigeren, wijzigen, vervallen verklaren, inhouden, dan wel definitief aan het verkeer onttrekken van documenten als bedoeld in artikel 2 van deze wet: de autoriteiten die belast zijn met deze taken;
|
||||
b. voor het uitvoeren van artikel 25 van deze wet: Onze Minister, de Gouverneurs en de tot signalering bevoegde organen;
|
||||
c. voor het laten functioneren van de voorzieningen ten behoeve van elektronisch berichtenverkeer, elektronische informatieverschaffing en elektronische authenticatie: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
d. ter voorkoming en bestrijding van misbruik van of fraude met reisdocumenten: de organen, instellingen en personen met een wettelijke verplichting of een gerechtvaardigd belang daartoe;
|
||||
e. voor de taken in het belang van de nationale veiligheid: de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
|
||||
f. voor opsporing of voor toezicht op naleving van wettelijke voorschriften: organen en personen met een publiekrechtelijke opsporingstaak, onderscheidenlijk met een toezichthoudende taak;
|
||||
g. ter identificatie van slachtoffers als gevolg van rampen of strafbare feiten: organen en personen die op grond van een wettelijk voorschrift zijn belast met deze taak;
|
||||
h. ter uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
|
||||
i. ter uitvoerlegging van strafvonnissen: Onze Minister die het aangaat.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens uit het basisregister reisdocumenten kunnen ook worden verstrekt ten behoeve van aanvullende bij algemene maatregel van rijksbestuur aan te wijzen gevallen.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de verstrekkingen bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dit artikel wordt bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur bepaald welke gegevens worden verstrekt en op welke wijze deze verstrekkingen plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**4.** Alle overige verstrekkingen uit het basisregister reisdocumenten vinden plaats op grond van een besluit van Onze Minister naar aanleiding van een daartoe in te dienen aanvraag. In dit besluit wordt bepaald welke gegevens worden verstrekt en de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt. Van dit besluit wordt mededeling gedaan op een voor eenieder kenbare wijze.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Overige algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Een ieder die, anders dan voor ambtelijke doeleinden of ter voldoening aan een wettelijk voorschrift, in het bezit is van een reisdocument waarvan hij niet de houder is, draagt zorg dat het onverwijld ter beschikking komt van een ingevolge deze wet tot inhouding bevoegde autoriteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
De houder wiens reisdocument is vermist of mogelijk voorwerp is van fraude, kan dat op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze melden.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet in een openbaar lichaam en in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
|
||||
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet in de Nederlandse Antillen en in Aruba en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels vastgesteld omtrent:
|
||||
Bij algemene maatregel van rijksbestuur worden regels vastgesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. de door een gemeente, een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten ter zake van reisdocumenten aan het Rijk verschuldigde kosten, de afdracht daarvan en de wijze waarop deze dient te geschieden, indien de aanvraag is ingediend bij de burgemeester, de gezaghebber dan wel de daartoe door de Gouverneur aangewezen autoriteit;
|
||||
b. de door de aanvrager aan het Rijk verschuldigde rechten en de wijze waarop deze moeten worden voldaan, wegens handelingen ten behoeve van de aanvraag van reisdocumenten indien de aanvraag bij een andere daartoe bevoegde autoriteit dan die, bedoeld onder a is ingediend;
|
||||
c. de gevallen waarin van de plicht tot betaling van de kosten, bedoeld in onderdeel a, onderscheidenlijk van de rechten bedoeld in onderdeel b, geheel of gedeeltelijk ontheffing kan worden verleend.
|
||||
a. de door een gemeente dan wel een eilandgebied van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba aan het Rijk verschuldigde kosten, de afdracht daarvan en de wijze waarop deze dient te geschieden, terzake van reisdocumenten indien de aanvraag bij de burgemeester dan wel de daartoe door de Gouverneur aangewezen autoriteit is ingediend;
|
||||
b. de door de aanvrager aan het Rijk verschuldigde rechten en de wijze waarop deze moeten worden voldaan, wegens handelingen ten behoeve van de uitreiking van reisdocumenten indien de aanvraag bij een andere daartoe bevoegde autoriteit dan die, bedoeld onder *a* is ingediend;
|
||||
c. de gevallen waarin van de plicht tot betaling van de kosten, bedoeld in onderdeel *a*, onderscheidenlijk van de rechten bedoeld in onderdeel *b*, geheel of gedeeltelijk ontheffing kan worden verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het verrichten van handelingen door de burgemeester van een gemeente of de gezaghebber van een openbaar lichaam ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument kunnen rechten worden geheven. Voor die handelingen kunnen geen andere dan deze rechten worden geheven. Het tarief van de rechten kan verschillen al naar gelang de leeftijd van de aanvrager, het feit of deze in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven, de soort en de geldigheidsduur van het reisdocument en de snelheid en de wijze van uitreiking.
|
||||
**2.** Het tarief van de gemeentelijke rechten kan verschillen al naar gelang de leeftijd van de persoon op wiens naam het reisdocument wordt gesteld, het soort reisdocument en de geldigheidsduur van het reisdocument.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan met betrekking tot een in Nederland aangevraagd reisdocument worden bepaald dat de door de aanvrager bij de aanvraag aan het Rijk, een gemeente of een openbaar lichaam verschuldigde rechten of leges een in of krachtens die algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen bedrag niet te boven gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de aanvraag wordt gedaan bij de burgemeester van een gemeente worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Hoofdstuk XV, paragraaf 1 en 4, van de Gemeentewet is van toepassing. De artikelen 229b en 229c van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de aanvraag wordt gedaan bij de gezaghebber van een openbaar lichaam worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als eilandbelastingen. Hoofdstuk IV, paragraaf 1 en 4, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is van toepassing. De artikelen 64 en 65 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Hetgeen krachtens het eerste tot en met vijfde lid bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur, bij gemeentelijke verordening of bij eilandsraadsverordening is geregeld voor de Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van vijf jaren is mede van toepassing op de vervangende Nederlandse identiteitskaart, tenzij krachtens dat eerste tot en met vijfde lid bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur, bij gemeentelijke verordening of bij eilandsraadsverordening anders is bepaald.
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van rijksbestuur kan met betrekking tot een in Nederland aangevraagd reisdocument worden bepaald dat de door de burger bij de aanvraag aan het rijk dan wel aan de gemeente verschuldigde rechten of leges een in die algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen bedrag niet te boven gaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken in bijzondere omstandigheden voor de uitoefening van bevoegdheden ingevolge deze wet, mandaat verlenen aan autoriteiten van met het Koninkrijk bevriende mogendheden. Het desbetreffende besluit vermeldt de redenen van deze bevoegdheidsverlening en de termijn waarvoor zij geldt. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de uitoefening van de bevoegdheden, waarbij het bepaalde in deze wet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is.
|
||||
**1.** Onze Minister van Buitenlandse Zaken wijst de consulaire posten aan die belast zijn met de uitoefening van bevoegdheden ingevolge deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken in bijzondere omstandigheden voor de uitoefening van bevoegdheden ingevolge deze wet, mandaat verlenen aan autoriteiten van met het Koninkrijk bevriende mogendheden. Het desbetreffende besluit vermeldt de redenen van deze bevoegdheidsverlening en de termijn waarvoor zij geldt. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de uitoefening van de bevoegdheden, waarbij het bepaalde in deze wet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Aanspraken op reisdocumenten
|
||||
|
||||
|
|
@ -229,9 +137,7 @@ Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken in
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Iedere Nederlander heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een nationaal paspoort, geldig voor tien jaren en voor alle landen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een Nederlander die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, recht op een nationaal paspoort geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
|
||||
Iedere Nederlander heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een nationaal paspoort, geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -241,49 +147,51 @@ Aan Nederlanders die zich ten behoeve van het Koninkrijk of een der landen van h
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Iedere vreemdeling die ingevolge artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 tot het Europese deel van Nederland dan wel iedere vluchteling die als zodanig tot een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vluchtelingen, geldig voor vijf jaren.
|
||||
**1.** Iedere vreemdeling die ingevolge artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 tot Nederland dan wel iedere vluchteling die als zodanig tot de Nederlandse Antillen of Aruba is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vluchtelingen, geldig voor vijf jaren.
|
||||
|
||||
**2.** Iedere vreemdeling die ingevolge artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 tot het Europese deel van Nederland is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vluchtelingen, geldig voor ten minste een jaar en ten hoogste drie jaren.
|
||||
**2.** Iedere vreemdeling die ingevolge artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 tot Nederland is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vluchtelingen, geldig voor ten minste een jaar en ten hoogste drie jaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Aan de erkende vluchteling die niet als zodanig tot een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, kan binnen de grenzen bij deze wet bepaald, een reisdocument voor vluchtelingen worden verstrekt.
|
||||
Aan de erkende vluchteling die niet als zodanig tot de Nederlandse Antillen of Aruba is toegelaten, kan binnen de grenzen bij deze wet bepaald, een reisdocument voor vluchtelingen worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Iedere vreemdeling die ofwel als staatloos kan worden beschouwd op grond van artikel 4 of 5 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid en tot het Europese deel van Nederland is toegelaten, ofwel door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd en tot het Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vreemdelingen, geldig voor ten minste drie maanden en voor alle landen.
|
||||
Iedere vreemdeling die als staatloze tot een der landen van het Koninkrijk is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vreemdelingen, geldig voor ten minste drie maanden en voor alle landen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Aan andere in het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten toegelaten vreemdelingen dan bedoeld in de artikelen 11, 12 en 13, die geen reisdocument van een ander land kunnen verkrijgen dan wel die kunnen aantonen dat van hen redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij van een ander land een reisdocument aanvragen, kan binnen de grenzen bij deze wet bepaald, een reisdocument voor vreemdelingen worden verstrekt.
|
||||
Aan andere in een der landen van het Koninkrijk toegelaten vreemdelingen dan bedoeld in de artikelen 11, 12 en 13, die geen reisdocument van een ander land kunnen verkrijgen dan wel die kunnen aantonen dat van hen redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij van een ander land een reisdocument aanvragen, kan binnen de grenzen bij deze wet bepaald, een reisdocument voor vreemdelingen worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** In bijzondere gevallen kan een reisdocument als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 14 worden verstrekt aan een tot het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten toegelaten vreemdeling, die tijdelijk buiten het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten verblijft.
|
||||
**1.** In bijzondere gevallen kan een reisdocument als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 14 worden verstrekt aan een tot een der landen van het Koninkrijk toegelaten vreemdeling, die tijdelijk buiten een der landen van het Koninkrijk verblijft.
|
||||
|
||||
**2.** In bijzondere gevallen kan aan een vreemdeling die zich tijdelijk op het grondgebied van het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten mag bevinden en niet in aanmerking komt voor verstrekking van een reisdocument op grond van artikel 14, een nooddocument dan wel een reisdocument voor vreemdelingen worden verstrekt.
|
||||
**2.** In bijzondere gevallen kan aan een vreemdeling die zich tijdelijk op het grondgebied van een der landen van het Koninkrijk mag bevinden en niet in aanmerking komt voor verstrekking van een reisdocument op grond van artikel 14, een nooddocument dan wel een reisdocument voor vreemdelingen worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Nooddocumenten en andere reisdocumenten
|
||||
### Paragraaf 3. Andere reisdocumenten
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Aan degene die ingevolge deze wet recht heeft op een nationaal paspoort, een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen en op het moment van vertrek niet in het bezit blijkt van een geldig of voor de reis bruikbaar reisdocument, wordt indien hij aantoont zwaarwegende belangen te hebben bij de reis, na een daartoe strekkende aanvraag binnen de grenzen bij deze wet bepaald een nooddocument verstrekt met een zodanige tijdelijke en territoriale geldigheid als daarvoor vereist is.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van elke categorie van reisdocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder g, wordt bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur bepaald aan wie en onder welke voorwaarden deze documenten kunnen worden verstrekt.
|
||||
**2.** Ten aanzien van elke categorie van reisdocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder g, stelt Onze Minister vast aan wie en onder welke voorwaarden deze documenten, onder overeenkomstige toepassing van deze wet, kunnen worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3A. Nederlandse identiteitskaart
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
**1.** Iedere Nederlander die in de basisregistratie personen is ingeschreven of die woonachtig is buiten het Koninkrijk heeft, binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een Nederlandse identiteitskaart, geldig voor tien jaren.
|
||||
Iedere Nederlander die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente is ingeschreven, of die woonachtig is in een land waarvoor de Nederlandse identiteitskaart geldig is, heeft binnen de grenzen van deze wet bepaald, recht op verstrekking van een Nederlandse identiteitskaart, geldig voor vijf jaren.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een Nederlander als bedoeld in het eerste lid, die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, recht op een Nederlandse identiteitskaart geldig voor vijf jaren.
|
||||
### Paragraaf 4. Bijschrijving
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Aan een Nederlander als bedoeld in artikel 16a, eerste lid, aan wie een verbod is opgelegd als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding wordt na een daartoe strekkende aanvraag binnen de grenzen van deze wet bepaald een vervangende Nederlandse identiteitskaart verstrekt geldig voor de duur van vijf jaren.
|
||||
**1.** Op verzoek van de houder kan het kind over wie hij het gezag uitoefent in zijn reisdocument worden bijgeschreven, voor zover het kind nog niet de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, niet reeds over een Nederlands reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, beschikt en evenals de houder Nederlander is dan wel evenals de houder vreemdeling is met dezelfde status of verblijfstitel als de houder.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de persoon die verblijft in een land, tot welke het verbod, bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, zich uitstrekt.
|
||||
**2.** Bijschrijving vindt bij gezamenlijke uitoefening van het gezag niet plaats dan nadat de andere persoon die het gezag uitoefent, daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Bijschrijving kan slechts plaatsvinden in reisdocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, d, e en g.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Gronden tot weigering of vervallenverklaring
|
||||
|
||||
|
|
@ -291,31 +199,17 @@ Aan andere in het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Cura
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van het openbaar ministerie van een van de landen van het Koninkrijk, dan wel van een van de openbare lichamen, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk aan vervolging zal onttrekken, terwijl die persoon wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit waarvoor een bevel tot voorlopige hechtenis is toegelaten.
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van het openbaar ministerie, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon,
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
a. die wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit waarvoor een bevel tot voorlopige hechtenis is toegelaten, of
|
||||
b. die onherroepelijk veroordeeld is tot een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel van zes maanden of meer, of een geldboete in Nederland van de derde categorie of hoger, dan wel een daarmee overeenkomende geldboete in de Nederlandse Antillen of Aruba, of
|
||||
c. die de bijzondere voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijke veroordeling, een voorwaardelijke terbeschikkingstelling of een voorwaardelijke gratieverlening niet naleeft,
|
||||
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister van Justitie en Veiligheid in het Europese deel van Nederland, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk aan tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken, terwijl die persoon in het Europese deel van Nederland:
|
||||
|
||||
a. onherroepelijk is veroordeeld tot:
|
||||
|
||||
1°. een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel van vier maanden of meer,
|
||||
2°. een geldboete van meer dan het bedrag dat ten hoogste kan worden opgelegd voor een feit van de tweede categorie, als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of tot betaling van een daarmee overeenkomend geldbedrag op grond van artikel 36e of artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, of
|
||||
b. de bijzondere voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijke veroordeling, een terbeschikkingstelling met voorwaarden, een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen of een voorwaardelijke gratieverlening niet naleeft.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan voorts geschieden op verzoek van het openbaar ministerie van een van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel van een van de openbare lichamen, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken, terwijl die persoon in de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel in een van de openbare lichamen:
|
||||
|
||||
a. onherroepelijk is veroordeeld tot:
|
||||
|
||||
1°. een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel van vier maanden of meer,
|
||||
2°. een geldelijke sanctie die overeenkomt met een bedrag dat hoger is dan het bedrag dat ten hoogste kan worden opgelegd voor een feit van de tweede categorie, als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of
|
||||
b. de bijzondere voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijke veroordeling, een terbeschikkingstelling met voorwaarden, een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen of een voorwaardelijke gratieverlening niet naleeft.
|
||||
zich door verblijf buiten de grenzen van een der landen van het Koninkrijk aan vervolging dan wel tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van de rechter-commissaris, indien de betrokken persoon in staat van faillissement verkeert dan wel op hem het bepaalde in artikel 106 van de Faillissementswet (*Stb.* 1893, 140) of een overeenkomstige regeling in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten van toepassing is.
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van de rechter-commissaris, indien de betrokken persoon in staat van faillissement verkeert dan wel op hem het bepaalde in artikel 106 van de Faillissementswet (*Stb.* 1893, 140) of een overeenkomstige regeling in de Nederlandse Antillen of Aruba van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -327,7 +221,7 @@ Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, het bestuurscollege dan wel een ander tot invordering bevoegd orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, dat het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon,
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, onderscheidenlijk het gemeentebestuur, het provinciaal bestuur, het eilandbestuur dan wel een ander tot invordering bevoegd orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, dat het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon,
|
||||
|
||||
a. die nalatig is in het nakomen van zijn verplichting tot betaling van in een der landen van het Koninkrijk verschuldigde belastingen of premies inzake sociale verzekeringen, of
|
||||
b. die nalatig is in het nakomen van zijn verplichting tot terugbetaling van door de overheid aan hem verstrekte geldleningen, subsidies of renteloze voorschotten, of
|
||||
|
|
@ -340,32 +234,24 @@ zich door verblijf buiten de grenzen van een der landen van het Koninkrijk aan d
|
|||
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon buiten het Koninkrijk handelingen zal verrichten, die een bedreiging vormen voor de veiligheid en andere gewichtige belangen van het Koninkrijk of een of meerdere landen van het Koninkrijk dan wel de veiligheid van met het Koninkrijk bevriende mogendheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien naar aanleiding van een daarop betrekking hebbende kennisgeving door een bevoegde autoriteit van een met het Koninkrijk bevriende mogendheid het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon zich in dat land zal onttrekken aan een tegen hem ingestelde strafvervolging of tenuitvoerlegging van een hem opgelegde straf of maatregel in verband met gedragingen die naar het recht van een van de landen binnen het Koninkrijk een misdrijf opleveren waarvoor een vrijheidsstraf van een jaar of van langere duur kan worden opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 23b
|
||||
|
||||
Weigering geschiedt op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien de betrokken persoon een verbod is opgelegd als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, onderscheidenlijk een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit die het aangaat, indien:
|
||||
|
||||
a. het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon zich schuldig zal maken aan gedragingen welke naar het recht geldend in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten misdrijven opleveren en tot de strafbaarstelling waarvan een het Koninkrijk bindend verdrag verplicht en hij binnen of buiten het Koninkrijk in de voorafgaande tien jaar wegens zodanige gedragingen of medeplichtigheid daaraan onherroepelijk is veroordeeld;
|
||||
a. het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon zich schuldig zal maken aan gedragingen welke naar Nederlands, Nederlands-Antilliaans onderscheidenlijk Arubaans recht misdrijven opleveren en tot de strafbaarstelling waarvan een het Koninkrijk bindend verdrag verplicht en hij binnen of buiten het Koninkrijk in de voorafgaande tien jaar wegens zodanige gedragingen of medeplichtigheid daaraan onherroepelijk is veroordeeld;
|
||||
b. het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon handelingen heeft verricht of zal verrichten met of met betrekking tot reisdocumenten die het vertrouwen in reisdocumenten hebben geschaad of zullen schaden dan wel opzettelijk een ander in de gelegenheid heeft gesteld of zal stellen om zulke handelingen te verrichten met of met betrekking tot een aan de betrokken persoon verstrekt reisdocument.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Registratie
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De autoriteiten, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24, richten het verzoek tot weigering onderscheidenlijk vervallenverklaring onder vermelding van de bezwaren die tegen een persoon bestaan en de gronden die hebben geleid tot het vermoeden, bedoeld in de artikelen 18, 20 tot en met 23a en 24, aan Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur.
|
||||
**1.** De autoriteiten, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24, richten het verzoek tot weigering onderscheidenlijk vervallenverklaring onder vermelding van de bezwaren die tegen een persoon bestaan en de gronden die hebben geleid tot het vermoeden, bedoeld in artikel 18 en de artikelen 20 tot en met 24, aan Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur.
|
||||
|
||||
**2.** Indien deze gronden zijn vervallen, geeft de autoriteit die een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur, daarvan onverwijld kennis. De Gouverneur draagt zorg, dat de aan hem gedane mededeling dat de gronden zijn vervallen, onverwijld ter kennis komt van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur vermeldt, indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de voorwaarden van een van de artikelen 18 tot en met 24, de persoon op wie het verzoek betrekking heeft dan wel de persoon ten aanzien van wie bij hem, onderscheidenlijk de Gouverneur, gronden tot weigering of vervallenverklaring bestaan, in een door Onze Minister bij te houden register. In dat geval vermeldt dit register geen andere gegevens van de betrokken persoon dan die, bedoeld in artikel 3, vanwege welke autoriteit, krachtens welke bepaling van paragraaf 1 van dit hoofdstuk en om welke reden de betrokken persoon in het register is vermeld, alsmede de datum van vermelding in het register.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur, deelt de autoriteiten die bevoegd zijn een reisdocument te verstrekken dan wel in te houden, mede, aan welke personen die ingevolge het bepaalde in het derde lid in het register zijn vermeld, een reisdocument kan worden geweigerd, moet worden geweigerd, dan wel van wie het reisdocument moet worden ingehouden. De autoriteiten die bevoegd zijn een reisdocument te verstrekken dan wel in te houden, houden een administratie bij van de mededelingen die zij op grond van de vorige volzin ontvangen.
|
||||
**4.** Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur, deelt de autoriteiten die bevoegd zijn een reisdocument te verstrekken dan wel in te houden, mede, aan welke personen die ingevolge het bepaalde in het derde lid in het register zijn vermeld, een reisdocument kan worden geweigerd, dan wel van wie het reisdocument moet worden ingehouden. De autoriteiten die bevoegd zijn een reisdocument te verstrekken dan wel in te houden, houden een administratie bij van de mededelingen die zij op grond van de vorige volzin ontvangen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister verwijdert onverwijld een vermelding als bedoeld in het derde lid uit het register, indien hij een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft ontvangen of indien twee jaar nadat een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan een zodanige kennisgeving niet is ontvangen, dan wel zodra de gronden ten aanzien van de betrokken personen bij Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur niet meer bestaan. Hij geeft daarvan terstond kennis aan de autoriteiten aan wie hij de mededeling als bedoeld in het vierde lid heeft gedaan. Deze autoriteiten verwijderen terstond nadat zij een kennisgeving als bedoeld in de vorige volzin hebben ontvangen de vermelding uit de administratie, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -377,31 +263,24 @@ b. het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon handelingen heeft ver
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor nationale paspoorten, reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen zijn:
|
||||
Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor nationale paspoorten, reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen, zijn:
|
||||
|
||||
a. in het Europese deel van Nederland: de burgemeester, voor zover het personen betreft die als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven met een adres in zijn gemeente;
|
||||
b. in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur en, voor zover het personen betreft die in de bevolkingsadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn opgenomen, de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten;
|
||||
c. in een openbaar lichaam: de gezaghebber, voor zover het personen betreft die in de bevolkingsadministratie van het openbaar lichaam zijn opgenomen, en in bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen gevallen;
|
||||
d. in het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken, voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden;
|
||||
e. in bijzondere gevallen: de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten en de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten.
|
||||
a. in Nederland: de burgemeester, voor zover het personen betreft die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van zijn gemeente zijn ingeschreven;
|
||||
b. in de Nederlandse Antillen en Aruba: de Gouverneur en, voor zover het personen betreft die in de basisadministratie persoonsgegevens van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen dan wel van Aruba zijn opgenomen, de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten;
|
||||
c. in het buitenland: het hoofd van de daartoe aangewezen consulaire post, voor zover het personen betreft die zich in zijn ressort of in het ressort van een onder zijn verantwoordelijkheid staande consulaire post bevinden;
|
||||
d. Onze Minister en de door hem onderscheidenlijk de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten, in bijzondere door Onze Minister te bepalen gevallen.
|
||||
|
||||
**2.** Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor diplomatieke paspoorten en voor dienstpaspoorten is Onze Minister van Buitenlandse Zaken en in bijzondere gevallen de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten.
|
||||
**2.** Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor diplomatieke paspoorten en voor dienstpaspoorten is Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor reisdocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f en g, zijn Onze Minister en de door hem daartoe aangewezen autoriteiten, de Gouverneur van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba en de door hem na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten en in het buitenland het hoofd van de daartoe aangewezen consulaire post.
|
||||
|
||||
Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor reisdocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f en g, zijn:
|
||||
|
||||
a. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur en de door hem na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten;
|
||||
b. In het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden;
|
||||
c. In overige gevallen: De bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten.
|
||||
|
||||
**4.** Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor Nederlandse identiteitskaarten en vervangende Nederlandse identiteitskaarten zijn de daartoe bij of krachtens het eerste lid onder a, c, d en e aangewezen autoriteiten.
|
||||
**4.** Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor Nederlandse identiteitskaarten zijn de in het eerste lid, onder a en d bedoelde autoriteiten en, voor zover het personen betreft die in hun ressort of in het ressort van een onder hun verantwoordelijkheid staande consulaire post woonachtig zijn, de onder c bedoelde autoriteiten, die daartoe in overeenstemming met Onze Minister zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Een reisdocument kan slechts worden verstrekt, nadat een aanvraag is ingediend bij een in artikel 26 bedoelde autoriteit.
|
||||
**1.** Een reisdocument wordt slechts verstrekt, nadat een aanvraag is ingediend bij de krachtens artikel 26 bevoegde autoriteit. Deze draagt zorg dat een aanvraag volgens door Onze Minister te stellen regelen op schrift wordt gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag ingediend bij een in artikel 26 bedoelde autoriteit in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten wordt slechts in behandeling genomen als is voldaan aan het in of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. De aanvrager wordt van het niet in behandeling nemen van de aanvraag terstond op de hoogte gesteld.
|
||||
**2.** Een aanvraag ingediend bij een krachtens artikel 26 bevoegde autoriteit in de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk in Aruba, wordt slechts in behandeling genomen als is voldaan aan het bepaalde in dit hoofdstuk. De aanvrager wordt van het niet in behandeling nemen van de aanvraag terstond verwittigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -409,34 +288,31 @@ c. In overige gevallen: De bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur
|
|||
|
||||
**2.** De aanvrager kan worden verzocht in verband met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de nodige bewijsstukken over te leggen.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvrager dient persoonlijk voor de bovenbedoelde autoriteit te verschijnen, tenzij zulks om zwaarwegende redenen niet van hem kan worden gevergd, de aanvrager geen Nederlandse identiteitskaart aanvraagt en de betreffende autoriteit van oordeel is dat op andere wijze voldoende zekerheid kan worden verkregen over de identiteit, de nationaliteit en de verblijfstitel van de aanvrager.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld over de gegevens die in de aanvraag worden opgenomen en de wijze waarop dit gebeurt, over de door de betrokkene in het kader van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten over te leggen bescheiden en de beoordeling daarvan, alsmede over de beveiliging van dit proces.
|
||||
**3.** De aanvrager dient persoonlijk voor de bovenbedoelde autoriteit te verschijnen, tenzij zulks om zwaarwegende redenen niet van hem kan worden gevergd en de betreffende autoriteit van oordeel is dat op andere wijze voldoende zekerheid kan worden verkregen over de identiteit, de nationaliteit en de verblijfstitel van de aanvrager.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** De aanvrager dient bij zijn aanvraag alle Nederlandse of buitenlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld ter inzage over te leggen, ongeacht of hun geldigheidsduur is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvrager die in een buitenlands reisdocument staat vermeld, doet hiervan bij zijn aanvraag mededeling.
|
||||
**2.** De aanvrager die in een ander Nederlands of buitenlands reisdocument staat vermeld, doet hiervan bij zijn aanvraag mededeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De aanvrager die houder wenst te blijven van een geldig Nederlands reisdocument naast het aangevraagde reisdocument, kan daartoe een verzoek doen aan de autoriteit die bevoegd is de aanvraag in ontvangst te nemen. Deze autoriteit beslist op het verzoek volgens nader door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken te stellen regelen.
|
||||
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid behoeft niet te worden gedaan, indien hetzij het aangevraagde document hetzij het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven, een Nederlandse identiteitskaart is.
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid behoeft niet te worden gedaan, indien hetzij het aangevraagde reisdocument hetzij het geldig Nederlands reisdocument waarvan de aanvrager houder wenst te blijven, een Nederlandse identiteitskaart is.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval afgewezen, indien:
|
||||
|
||||
a. zowel het aangevraagde document als het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven, een Nederlandse identiteitskaart is;
|
||||
b. het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven een vervangende Nederlandse identiteitskaart is.
|
||||
**3.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan niet worden gedaan, indien zowel het aangevraagde reisdocument als het geldig Nederlands reisdocument waarvan de aanvrager houder wenst te blijven, een Nederlandse identiteitskaart is.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** De aanvrager wiens eerder uitgereikt reisdocument is vermist of mogelijk voorwerp is van fraude, meldt dat op de krachtens artikel 5a bepaalde wijze.
|
||||
**1.** De aanvrager wiens eerder uitgereikt reisdocument is vermist, legt bij het indienen van zijn aanvraag een schriftelijke verklaring af omtrent de vermissing.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvrager wiens eerder uitgereikt reisdocument is ingenomen door een daartoe bevoegde autoriteit, legt bij het indienen van zijn aanvraag een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring over omtrent de inname.
|
||||
**2.** Indien de aanvraag in Nederland onderscheidenlijk de Nederlandse Antillen of Aruba wordt ingediend, legt de aanvrager tevens een gewaarmerkte kopie over van het proces-verbaal dat terzake van de vermissing op ambtseed is opgemaakt door een opsporingsambtenaar van de Nederlandse onderscheidenlijk Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse politie.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de af te leggen verklaring omtrent de vermissing. Hij stelt deze regels in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, voor zover zij betrekking hebben op de verklaring omtrent de vermissing die bij een aanvraag in het buitenland moet worden afgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvrager wiens eerder uitgereikt reisdocument is ingenomen door een daartoe bevoegde autoriteit, legt bij het indienen van zijn aanvraag een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring over omtrent de inname.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
|
|
@ -446,23 +322,23 @@ b. het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven e
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
De rechten die verschuldigd zijn of worden geheven in verband met handelingen ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument, worden bij de indiening van de aanvraag voldaan.
|
||||
De rechten die in verband met de aanvraag, verstrekking, uitreiking, wijziging of vermissing van een reisdocument zijn verschuldigd, worden bij de indiening van de aanvraag voldaan.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Aanvragen door of ten behoeve van handelingsonbekwamen
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige wordt een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Indien de minderjarige onder voorlopige voogdij is geplaatst van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet in het Europese deel van Nederland onderscheidenlijk voorlopig is toevertrouwd aan een Voogdijraad in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, wordt evenwel een verklaring van toestemming van de desbetreffende gecertificeerde instelling dan wel van de desbetreffende Voogdijraad overgelegd.
|
||||
**1.** Bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige wordt een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Indien de minderjarige onder voorlopige voogdij van een voogdij-instelling in Nederland is geplaatst onderscheidenlijk voorlopig is toevertrouwd aan een Voogdijraad in de Nederlandse Antillen of Aruba, wordt evenwel een verklaring van toestemming van de desbetreffende voogdij-instelling dan wel van de desbetreffende Voogdijraad overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening een van de personen die het gezag uitoefenen, weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, af te geven, kan deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen de beide personen beproeft.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een persoon die het gezag uitoefent, de desbetreffende gecertificeerde instelling of de desbetreffende Voogdijraad een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid weigert, kan deze op verzoek van de minderjarige van twaalf jaren of ouder worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.
|
||||
**3.** Indien een persoon die het gezag uitoefent, de desbetreffende voogdij-instelling of de desbetreffende Voogdijraad een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid weigert, kan deze op verzoek van de minderjarige van zestien jaren of ouder worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.
|
||||
|
||||
**4.** Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening het als gevolg van oorlog, oproer, natuurrampen of daaraan verwante dan wel daarmee samenhangende omstandigheden feitelijk onmogelijk is een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, te verkrijgen van de andere persoon die het gezag uitoefent, kan deze in afwijking van het eerste lid worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.
|
||||
|
||||
**5.** De rechter geeft in de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.
|
||||
|
||||
**6.** Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een vervangende Nederlandse identiteitskaart door of ten behoeve van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt.
|
||||
**6.** Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart door of ten behoeve van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
|
|
@ -470,27 +346,25 @@ Aan de minderjarige die in werkelijke militaire dienst is, wordt een reisdocumen
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Bij een aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, kan, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 34, derde lid, kan de rechter een verklaring van toestemming afgeven op verzoek van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of een gezinsvoogdij-instelling in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint-Maarten. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Bij een aanvraag door of ten behoeve van een onder curatele gestelde, wordt een verklaring van toestemming van de curator overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een vervangende Nederlandse identiteitskaart.
|
||||
**2.** Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de curator weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, af te geven, kan deze op verzoek van de onder curatele gestelde worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter. Deze neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van de onder curatele gestelde wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.
|
||||
**3.** Indien de curator weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, kan deze op verzoek van de onder curatele gestelde worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter. Deze neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van de onder curatele gestelde wenselijk voorkomt.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** Op de procedure ingevolge de artikelen 34, 36 en 37 is in het Europese deel van Nederland de derde titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met uitzondering van artikel 278, derde lid, van toepassing.
|
||||
**1.** Op de procedure ingevolge de artikelen 34 en 37 is in Nederland de twaalfde titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met uitzondering van artikel 429d, derde lid, van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegde rechter, genoemd in artikel 34, tweede, derde en vierde lid, en in artikel 36, is in het Europese deel van Nederland de kinderrechter, in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao en Sint Maarten de rechter in eerste aanleg.
|
||||
**2.** De bevoegde rechter, genoemd in artikel 34, tweede, derde en vierde lid, is in Nederland de kinderrechter, in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba de rechter in eerste aanleg.
|
||||
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegde rechter, genoemd in artikel 37, derde lid, is in het Europese deel van Nederland de kantonrechter, in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao en Sint Maarten de rechter in eerste aanleg.
|
||||
**4.** De bevoegde rechter, genoemd in artikel 37, derde lid, is in Nederland de kantonrechter, in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba de rechter in eerste aanleg.
|
||||
|
||||
**5.** De rechter beslist met de meeste spoed.
|
||||
|
||||
|
|
@ -510,45 +384,30 @@ Aan de handelingsonbekwame die zich buiten het Koninkrijk bevindt en bij wiens a
|
|||
|
||||
Bevoegd tot het verstrekken van nationale paspoorten, reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen, zijn:
|
||||
|
||||
a. in het Europese deel van Nederland: de burgemeester, voor zover het personen betreft die als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven met een adres in zijn gemeente;
|
||||
b. in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur en, voor zover het om verstrekking van nationale paspoorten gaat aan personen die in de bevolkingsadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn opgenomen, de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten;
|
||||
c. in een openbaar lichaam: de gezaghebber, voor zover het personen betreft die in de bevolkingsadministratie van het openbaar lichaam zijn opgenomen, en in bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen gevallen;
|
||||
d. in het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken, voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden;
|
||||
e. in bijzondere gevallen: de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten en de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten.
|
||||
a. in Nederland: de burgemeester, voor zover het personen betreft die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van zijn gemeente zijn ingeschreven;
|
||||
b. in de Nederlandse Antillen en Aruba: de Gouverneur en, voor zover het om verstrekking van nationale paspoorten gaat aan personen die in de basisadministratie persoonsgegevens van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen dan wel van Aruba zijn opgenomen, de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten;
|
||||
c. in het buitenland: het hoofd van de daartoe aangewezen consulaire post, voor zover het personen betreft die zich in zijn ressort of in het ressort van een onder zijn verantwoordelijkheid staande consulaire post bevinden;
|
||||
d. Onze Minister en de door hem daartoe aangewezen autoriteiten, in bijzondere door hem te bepalen gevallen.
|
||||
|
||||
**2.** Bevoegd tot het verstrekken van diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten is Onze Minister van Buitenlandse Zaken en in bijzondere gevallen de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten.
|
||||
**2.** Onze Minister, de burgemeester en het hoofd van de daartoe aangewezen consulaire post gaat niet over tot verstrekking van een reisdocument op grond van de artikelen 14 en 15 aan een in Nederland toegelaten vreemdeling, dan nadat Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden voor een aanspraak in de genoemde artikelen is voldaan.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Het hoofd van de daartoe aangewezen consulaire post gaat niet over tot verstrekking van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen aan personen die in de Nederlandse Antillen of Aruba zijn toegelaten dan nadat de Gouverneur heeft medegedeeld dat aan de voorwaarden voor een aanspraak op grond van de artikelen 11 tot en met 15 is voldaan.
|
||||
|
||||
Bevoegd tot het verstrekken van reisdocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f en g, zijn:
|
||||
**4.** Reisdocumenten voor vluchtelingen of reisdocumenten voor vreemdelingen worden door de Gouverneur verstrekt met inachtneming van de regels die Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk en met Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan stellen alsmede nadat in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba is vastgesteld dat aan de daar geldende voorwaarden ingevolge de artikelen 12, 14 en 15 is voldaan.
|
||||
|
||||
a. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur en de door hem na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten;
|
||||
b. In het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden;
|
||||
c. In overige gevallen: De bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten.
|
||||
**5.** Bevoegd tot het verstrekken van diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten is Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
|
||||
|
||||
**4.** Bevoegd tot verstrekken van Nederlandse identiteitskaarten en vervangende Nederlandse identiteitskaarten zijn de daartoe bij of krachtens het eerste lid onder a, c, d en e aangewezen autoriteiten.
|
||||
**6.** Bevoegd tot het verstrekken van reisdocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f en g, zijn Onze Minister en de door hem daartoe aangewezen autoriteiten, de Gouverneur van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba en de door hem na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten en in het buitenland het hoofd van de daartoe aangewezen consulaire post.
|
||||
|
||||
**5.** Verstrekking van een reisdocument op grond van artikel 14 of 15 aan een persoon die in het Europese deel van Nederland is toegelaten, vindt slechts plaats nadat Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden voor een aanspraak in de genoemde artikelen is voldaan.
|
||||
|
||||
**6.** Verstrekking van een reisdocument op grond van artikel 12, 14 of 15 aan een persoon die in een openbaar lichaam is toegelaten, vindt slechts plaats nadat Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden voor een aanspraak in de genoemde artikelen is voldaan.
|
||||
|
||||
**7.** Verstrekking van een reisdocument op grond van de artikelen 11 tot en met 15 aan een persoon die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, vindt slechts plaats nadat door de Gouverneur is vastgesteld dat aan de daar geldende voorwaarden voor een aanspraak op grond van de artikelen 11 tot en met 15 is voldaan.
|
||||
|
||||
**8.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en met Onze Minister van Buitenlandse Zaken kunnen regels worden gesteld over de verstrekking van reisdocumenten op grond van de artikelen 12, 14 of 15 aan personen die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn toegelaten.
|
||||
**7.** Bevoegd tot het verstrekken van Nederlandse identiteitskaarten zijn de in het eerste lid, onder a en d bedoelde autoriteiten en, voor zover het personen betreft die in hun ressort of in het ressort van een onder hun verantwoordelijkheid staande consulaire post woonachtig zijn, de onder c bedoelde autoriteiten, die daartoe in overeenstemming met Onze Minister zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 40 bedoelde autoriteiten verstrekken het aangevraagde reisdocument zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de dag van de aanvraag, tenzij de aanvraag een persoon betreft op wie een mededeling als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van toepassing is.
|
||||
**1.** De krachtens artikel 40 bevoegde autoriteiten verstrekken het aangevraagde reisdocument zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de dag van de aanvraag, tenzij de aanvraag een persoon betreft op wie een mededeling als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** De termijn genoemd in het eerste lid, kan in bijzondere gevallen met hoogstens vier weken worden verlengd. De aanvrager wordt daarvan zo spoedig mogelijk doch in ieder geval voor de afloop van de eerste termijn, schriftelijk in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aanvraag een persoon betreft op wie een mededeling als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van toepassing is en de autoriteit in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten die de aanvraag in ontvangst heeft genomen niet tevens de ingevolge artikel 40 tot verstrekking bevoegde autoriteit is, legt hij de aanvraag onverwijld voor aan de tot verstrekking van dat reisdocument bevoegde autoriteit. Van de voorlegging wordt de aanvrager terstond in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijnen van of de procedures ten aanzien van de verstrekking van reisdocumenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 41a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**3.** Indien de aanvraag een persoon betreft op wie een mededeling als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van toepassing is en de autoriteit van de Nederlandse Antillen en van Aruba die de aanvraag in ontvangst heeft genomen niet tevens de ingevolge artikel 40 tot verstrekking bevoegde autoriteit is, legt hij de aanvraag onverwijld voor aan de tot verstrekking van dat reisdocument bevoegde autoriteit. Van de voorlegging wordt de aanvrager terstond in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -562,23 +421,24 @@ Uitreiking van het reisdocument vindt niet plaats, indien:
|
|||
|
||||
a. de aanvrager niet, ingevolge het bepaalde in artikel 32, tweede lid, alle Nederlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld inlevert bij de uitreiking;
|
||||
b. de tot uitreiking bevoegde autoriteit een mededeling heeft ontvangen tot inhouding als bedoeld in artikel 25, vierde lid;
|
||||
c. ten aanzien van de aanvrager van het uit te reiken reisdocument zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f, h of i, blijkt voor te doen.
|
||||
c. ten aanzien van de houder van het uit te reiken reisdocument zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f of h, blijkt voor te doen.
|
||||
|
||||
**4.** Het reisdocument dat niet binnen drie maanden nadat het voor uitreiking beschikbaar is gesteld, door de aanvrager in ontvangst is genomen, wordt door de daartoe bevoegde autoriteit definitief aan het verkeer onttrokken.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijnen van of de procedures ten aanzien van de uitreiking van reisdocumenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
De autoriteiten, bedoeld in artikel 42, eerste lid, alsmede andere door Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten zijn, volgens bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur vast te stellen regels, bevoegd tot wijziging van reisdocumenten.
|
||||
De autoriteiten, bedoeld in artikel 42, eerste lid, alsmede andere door Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten zijn, volgens nadere door hem te stellen regelen, bevoegd tot:
|
||||
|
||||
a. bijschrijving van kinderen als bedoeld in artikel 17, alsmede tot wijziging of verwijdering daarvan;
|
||||
b. wijziging als bedoeld in artikel 1, onder f.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Weigering of vervallenverklaring
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Bevoegd tot weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten op de gronden genoemd in hoofdstuk III zijn de autoriteiten bedoeld in artikel 40.
|
||||
**1.** Bevoegd tot weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten op de gronden genoemd in hoofdstuk III zijn in Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba de autoriteiten die ingevolge artikel 40 bevoegd zijn tot verstrekking daarvan en in het buitenland Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
|
||||
|
||||
**2.** De tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit die een aanvraag in behandeling neemt betreffende een persoon ten aanzien van wie een mededeling als bedoeld in artikel 25, vierde lid, is gedaan, of die een ingevolge artikel 52 of 53 ingehouden reisdocument heeft ontvangen, overtuigt zich er terstond van of de gronden tot weigering of vervallenverklaring ten aanzien van betrokkene nog bestaan.
|
||||
**2.** Zodra een tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit een aanvraag in behandeling neemt betreffende een persoon ten aanzien van wie een mededeling als bedoeld in artikel 25, vierde lid, is gedaan, dan wel een ingevolge artikel 52 of 53 ingehouden reisdocument heeft ontvangen, overtuigt hij zich ervan of de gronden tot weigering of vervallenverklaring ten aanzien van betrokkene nog bestaan.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit zendt Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur aan deze de in het register opgenomen gegevens van de betrokkene toe.
|
||||
|
||||
|
|
@ -594,27 +454,15 @@ De autoriteiten, bedoeld in artikel 42, eerste lid, alsmede andere door Onze Min
|
|||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** De beschikking tot weigering of vervallenverklaring wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 45, tweede lid, gegeven. In de openbare lichamen, Aruba, Curaçao en Sint Maarten wordt de beschikking schriftelijk aan de aanvrager, onderscheidenlijk de houder bekendgemaakt.
|
||||
**1.** De beschikking tot weigering of vervallenverklaring wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 45, tweede lid, gegeven. In de Nederlandse Antillen en in Aruba wordt de beschikking schriftelijk aan de aanvrager, onderscheidenlijk de houder bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de Nederlander buiten het Koninkrijk die voornemens is zich naar het Koninkrijk te begeven en aan wie de verstrekking van een reisdocument moet worden geweigerd respectievelijk wiens ingehouden reisdocument moet worden vervallen verklaard op grond van de voorgaande bepalingen, kan een reisdocument worden verstrekt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, met een zodanige tijdelijke en territoriale geldigheid als vereist is voor een rechtstreekse reis naar zijn land in het Koninkrijk. Voor de toepassing van de eerste volzin worden het Europese deel van Nederland en een openbaar lichaam als aparte landen beschouwd.
|
||||
**2.** Aan de Nederlander buiten het Koninkrijk die voornemens is zich naar het Koninkrijk te begeven en aan wie de verstrekking van een reisdocument moet worden geweigerd respectievelijk wiens ingehouden reisdocument moet worden vervallen verklaard op grond van de voorgaande bepalingen, kan een reisdocument worden verstrekt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, met een zodanige tijdelijke en territoriale geldigheid als vereist is voor een rechtstreekse reis naar zijn land in het Koninkrijk.
|
||||
|
||||
**3.** Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de vreemdelingen aan wie op grond van de artikelen 11 tot en met 15 een Nederlands reisdocument is verstrekt, voor zover zij nog beschikken over een geldige titel tot verblijf in een der landen van het Koninkrijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 46a0
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 44, vierde lid, 45 en 46 zijn niet van toepassing indien de weigering geschiedt op de grond, genoemd in artikel 23b.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de Nederlander aan wie ontheffing is verleend van het uitreisverbod, bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, maar aan wie de verstrekking van een reisdocument moet worden geweigerd op grond van artikel 23b, kan een reisdocument worden verstrekt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a of onder f, met een zodanige beperkte tijdelijke en territoriale geldigheid als de ontheffing vereist.
|
||||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
**1.** Een Nederlandse identiteitskaart kan niet vervallen worden verklaard en kan uitsluitend worden geweigerd op de grond, genoemd in artikel 23b.
|
||||
|
||||
**2.** Een vervangende Nederlandse identiteitskaart kan niet worden geweigerd of vervallen verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 46b
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijnen of de procedures ten aanzien van de weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten.
|
||||
Een Nederlandse identiteitskaart kan niet worden geweigerd of vervallen verklaard.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Verval van rechtswege
|
||||
|
||||
|
|
@ -630,18 +478,28 @@ a. de houder van het reisdocument, waarin staat vermeld dat deze de Nederlandse
|
|||
b. de houder van het reisdocument voor vluchtelingen of van het reisdocument voor vreemdelingen niet meer beschikt over de status of verblijfstitel op grond waarvan hem het reisdocument is verstrekt, het Nederlanderschap dan wel de nationaliteit van een ander land heeft verkregen of, houder zijnde van een reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14 of 15, door een ander land van een reisdocument is voorzien;
|
||||
c. de redenen die tot de verstrekking van het diplomatiek paspoort, het dienstpaspoort of het reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f en g, hebben geleid, zijn vervallen;
|
||||
d. de geldigheidsduur daarvan is verstreken;
|
||||
e. de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht of het burgerservicenummer van de houder zijn gewijzigd;
|
||||
e. de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum of het geslacht van de houder zijn gewijzigd;
|
||||
f. de houder is overleden;
|
||||
g. ingevolge artikel 31 schriftelijk is verklaard dat het door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen;
|
||||
h. door een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit is vastgesteld dat bij de aanvraag gebruik is gemaakt van onjuiste gegevens, die hebben geleid tot het verstrekken van het reisdocument;
|
||||
i. aan de houder van het reisdocument een verbod is opgelegd als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding en dat reisdocument geen vervangende Nederlandse identiteitskaart is;
|
||||
j. de houder op de krachtens artikel 5a bepaalde wijze heeft verklaard dat het reisdocument is vermist of mogelijk voorwerp is van fraude.
|
||||
g. ingevolge artikel 31 schriftelijk is verklaard dat het is vermist of door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen;
|
||||
h. door een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit is vastgesteld dat bij de aanvraag gebruik is gemaakt van onjuiste gegevens, die hebben geleid tot het verstrekken van het reisdocument.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur kan, al dan niet op verzoek van een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit die het aangaat, besluiten dat de houder van een reisdocument dat op grond van het bepaalde in het eerste lid, onder a, b, c, e, g, h, i of j, van rechtswege is vervallen, wordt vermeld in het register, bedoeld in artikel 25, derde lid. Deze vermelding kan geen andere gegevens van de betrokken persoon omvatten dan die, bedoeld in artikel 3. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De Gouverneur geeft van zijn besluit dat tot vermelding moet worden overgegaan onverwijld kennis aan Onze Minister.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister draagt zorg voor de vermelding, bedoeld in het tweede lid, alsmede voor de verwijdering daarvan, zodra het desbetreffende reisdocument door hem, de Gouverneur dan wel de met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit die het verzoek tot de vermelding, bedoeld in het tweede lid, heeft gedaan, is ontvangen of ingehouden. De Gouverneur dan wel de autoriteit die het verzoek tot vermelding, bedoeld in het tweede lid, heeft gedaan, geeft van de ontvangst of de inhouding van het reisdocument onverwijld kennis aan Onze Minister.
|
||||
De bijschrijving in een reisdocument vervalt van rechtswege, indien:
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de vermelding bedoeld in het tweede lid, alsmede over de verwijdering daarvan.
|
||||
a. de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt of is overleden;
|
||||
b. aan de bijgeschreven persoon een reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verstrekt;
|
||||
c. in het bezit van de Nederlandse nationaliteit dan wel de status of verblijfstitel als bedoeld in artikel 17, van de minderjarige verandering is opgetreden;
|
||||
d. de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum of het geslacht van de minderjarige zijn gewijzigd;
|
||||
e. de houder van het reisdocument niet meer het gezag uitoefent;
|
||||
f. de andere persoon die het gezag uitoefent bedoeld in artikel 17 zijn toestemming heeft ingetrokken. De intrekking geschiedt op de wijze bedoeld in artikel 48, eerste lid;
|
||||
g. door een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit is vastgesteld dat bij de aanvraag gebruik is gemaakt van onjuiste gegevens, die hebben geleid tot de bijschrijving in het reisdocument.
|
||||
|
||||
**3.** De houder van een reisdocument dat van rechtswege is vervallen ingevolge het bepaalde in het eerste lid, onder a, b, c, e of h, dan wel de houder van een reisdocument waarin een bijschrijving is opgenomen welke van rechtswege is vervallen, wordt hiervan op het moment van de inhouding in kennis gesteld door de tot inhouding van het reisdocument bevoegde autoriteit.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur kan, al dan niet op verzoek van een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit die het aangaat, besluiten dat de houder van een reisdocument dat op grond van het bepaalde in het eerste lid, onder a, b, c, e, g of h, van rechtswege is vervallen of van een reisdocument waarin een bijschrijving is opgenomen welke van rechtswege is vervallen, wordt vermeld in het register, bedoeld in artikel 25, derde lid. Deze vermelding kan geen andere gegevens van de betrokken persoon omvatten dan die, bedoeld in artikel 3. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De Gouverneur geeft van zijn besluit dat tot vermelding moet worden overgegaan onverwijld kennis aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister draagt zorg voor de vermelding, bedoeld in het vierde lid, alsmede voor de verwijdering daarvan, zodra het desbetreffende reisdocument door hem, de Gouverneur dan wel de met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit die het verzoek tot de vermelding, bedoeld in het vierde lid, heeft gedaan, is ontvangen of ingehouden. De Gouverneur dan wel de autoriteit die het verzoek tot vermelding, bedoeld in het vierde lid, heeft gedaan, geeft van de ontvangst of de inhouding van het reisdocument onverwijld kennis aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Reisdocumenten van handelingsonbekwamen
|
||||
|
||||
|
|
@ -653,14 +511,14 @@ j. de houder op de krachtens artikel 5a bepaalde wijze heeft verklaard dat het r
|
|||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde autoriteit deelt de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger schriftelijk mede dat het reisdocument wegens intrekking van de verklaring van toestemming van rechtswege vervalt, indien:
|
||||
|
||||
a. de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger niet binnen vier weken na deze mededeling gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot het doen van het verzoek om een vervangende verklaring van toestemming ingevolge artikel 34, tweede of derde lid, of artikel 37, derde lid, en hem daarvan schriftelijke mededeling heeft gedaan, dan wel indien geen verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, is gedaan;
|
||||
b. de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger het verzoek tot het verkrijgen van een vervangende verklaring van toestemming als bedoeld onder a, intrekt dan wel de afwijzende beschikking van de rechter op dit verzoek in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
a. de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger niet binnen vier weken na deze mededeling gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot het verzoeken van een vervangende verklaring van toestemming ingevolge artikel 34, tweede of derde lid, dan wel artikel 37, derde lid en hem daarvan schriftelijke mededeling heeft gedaan;
|
||||
b. de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger het verzoek tot het verkrijgen van een vervangende verklaring van toestemming als bedoeld onder *a*, intrekt dan wel de afwijzende beschikking van de rechter op dit verzoek in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** Bij de mededeling, bedoeld in artikel 48, tweede lid, wijst de in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger erop, dat deze verplicht is het reisdocument bij hem in te leveren.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de houder een minderjarige is van twaalf jaren of ouder, dan wel een onder curatele gestelde, kan de in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit in bijzondere gevallen bepalen, dat het reisdocument in afwachting van de rechterlijke uitspraak of beschikking terzake, niet ingeleverd behoeft te worden.
|
||||
**2.** Indien de houder een minderjarige is van zestien jaren of ouder, dan wel een onder curatele gestelde, kan de in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit in bijzondere gevallen bepalen, dat het reisdocument in afwachting van de rechterlijke uitspraak of beschikking terzake, niet ingeleverd behoeft te worden.
|
||||
|
||||
**3.** De in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit draagt zorg dat de houder wiens reisdocument ingevolge het eerste lid moet worden ingeleverd onverwijld in het register, bedoeld in artikel 25, derde lid, wordt vermeld. Deze vermelding kan geen andere gegevens van de betrokken persoon omvatten dan die, bedoeld in artikel 3. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -674,23 +532,11 @@ b. de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger het verzoek tot het verkrijge
|
|||
|
||||
**3.** De in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit draagt zorg voor de verwijdering van de vermelding van de houder uit het daarbedoelde register, zodra ingevolge het eerste lid het reisdocument aan de houder is teruggegeven, dan wel ingevolge het tweede lid aan de houder een nieuw reisdocument is verstrekt en het eerder uitgereikt reisdocument door hem is ontvangen. Artikel 25, vijfde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 50a
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de procedures ten aanzien van het vervallen van rechtswege van reisdocumenten van handelingsonbekwamen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Inhouding en inlevering
|
||||
|
||||
### Artikel 50b
|
||||
|
||||
Bevoegd tot het inhouden van reisdocumenten zijn:
|
||||
|
||||
a. de autoriteiten, die bevoegd zijn tot het in ontvangst nemen van een aanvraag voor reisdocumenten;
|
||||
b. de autoriteiten belast met de grensbewaking, de politie en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen;
|
||||
c. de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 18 en 19, in de situatie bedoeld in artikel 52.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Een reisdocument kan worden ingehouden door Onze Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk de Gouverneur, die aan de houder een geldlening heeft verstrekt of ten behoeve van de houder kosten heeft gemaakt. De houder wordt hiervan terstond in kennis gesteld. Het reisdocument wordt teruggegeven wanneer de betrokken houder in zijn woonplaats is teruggekeerd.
|
||||
**1.** Een reisdocument kan worden ingehouden door het hoofd van een Nederlandse consulaire post onderscheidenlijk van het kabinet van de Gouverneur, die aan de houder een geldlening heeft verstrekt of ten behoeve van de houder kosten heeft gemaakt. Het ingehouden reisdocument wordt onverwijld toegezonden aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken. De houder wordt hiervan terstond in kennis gesteld. Het reisdocument wordt teruggegeven wanneer de betrokken houder in zijn woonplaats is teruggekeerd.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de houder wordt een reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, verstrekt met een zodanige tijdelijke en territoriale geldigheid als vereist is voor een rechtstreekse reis naar zijn woonplaats.
|
||||
|
||||
|
|
@ -713,30 +559,31 @@ Een reisdocument wordt ingehouden, indien:
|
|||
a. het van rechtswege is vervallen ingevolge artikel 47 of 48;
|
||||
b. het zodanig is beschadigd dat daarin opgenomen beveiligingskenmerken zijn aangetast, gegevens niet meer leesbaar zijn of een deel ervan ontbreekt;
|
||||
c. in of aan het document wijzigingen zijn aangebracht of aantekeningen zijn gesteld door een onbevoegde;
|
||||
d. de gezichtsopname van de houder niet langer voldoende gelijkenis vertoont;
|
||||
d. de foto van de houder niet langer voldoende gelijkenis vertoont;
|
||||
e. blijkt dat daarin abusievelijk verkeerde gegevens zijn vermeld dan wel anderszins fouten zijn gemaakt bij de vervaardiging van het reisdocument.
|
||||
|
||||
**2.** De houder van een reisdocument dat van rechtswege is vervallen ingevolge het bepaalde in artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, h of i, wordt hiervan op het moment van de inhouding in kennis gesteld door de tot inhouding van het reisdocument bevoegde autoriteit.
|
||||
**2.** Indien de autoriteit die het reisdocument heeft ingehouden, niet bevoegd is tot definitieve onttrekking van reisdocumenten aan het verkeer, zendt hij het ingehouden reisdocument onverwijld aan een daartoe wel bevoegde autoriteit. De houder wordt hiervan terstond in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De daartoe bevoegde autoriteit onttrekt het ingehouden reisdocument definitief aan het verkeer, tenzij nog een beroepstermijn openstaat, een beroepsprocedure aanhangig is of het reisdocument anderszins in een gerechtelijke procedure nodig is.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de autoriteit die het reisdocument heeft ingehouden, niet bevoegd is tot definitieve onttrekking van reisdocumenten aan het verkeer, zendt hij het ingehouden reisdocument onverwijld aan een daartoe wel bevoegde autoriteit. De houder wordt hiervan terstond in kennis gesteld.
|
||||
**4.** Een reisdocument waarin een bijschrijving is opgenomen die van rechtswege is vervallen ingevolge artikel 47, tweede lid, wordt ingehouden door de autoriteit die bevoegd is tot het verwijderen van die bijschrijving. Deze autoriteit maakt de bijschrijving ongedaan en geeft het reisdocument terstond terug aan de houder.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het van rechtswege vervallen reisdocument is ingehouden naar aanleiding van een mededeling van Onze Minister als bedoeld in artikel 25, vierde lid, wordt Onze Minister van de inhouding onverwijld in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de procedures ten aanzien van de inhouding van reisdocumenten.
|
||||
**5.** Indien het van rechtswege vervallen reisdocument is ingehouden naar aanleiding van een mededeling van Onze Minister als bedoeld in artikel 25, vierde lid, wordt Onze Minister van de inhouding onverwijld in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Bevoegd tot het inhouden van reisdocumenten, voor zover niet reeds in deze wet voorzien, zijn:
|
||||
|
||||
a. de autoriteiten, die bevoegd zijn tot het in ontvangst nemen van een aanvraag voor reisdocumenten;
|
||||
b. de autoriteiten belast met de grensbewaking, de politie en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
De houder van een reisdocument levert dit zo spoedig mogelijk in bij een tot inhouding bevoegde autoriteit, indien het reisdocument van rechtswege is vervallen dan wel deze autoriteit om inlevering daarvan ter inhouding als bedoeld in de artikelen 49, 51, 52, 53 en 54 verzoekt.
|
||||
De houder van een reisdocument levert dit zo spoedig mogelijk in bij een tot inhouding bevoegde autoriteit, indien het reisdocument of een daarin opgenomen bijschrijving van rechtswege is vervallen dan wel deze autoriteit om inlevering daarvan ter inhouding als bedoeld in de artikelen 49, 51, 52, 53 en 54 verzoekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
Bevoegd tot het definitief aan het verkeer onttrekken van reisdocumenten zijn de autoriteiten die bevoegd zijn tot verstrekking, weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld over de gronden voor en de wijze van het onttrekken aan het verkeer.
|
||||
Bevoegd tot het definitief aan het verkeer onttrekken van reisdocumenten volgens door Onze Minister te stellen regelen zijn de autoriteiten die bevoegd zijn tot verstrekking, weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Toezicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -746,9 +593,7 @@ Het toezicht op de uitvoering van deze wet berust bij Onze Minister. Aan hem en
|
|||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het aanvraag- en uitgifteproces en over verwerking van gegevens in het kader daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan regels vaststellen voor de nadere uitwerking van de procedures betreffende het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten, alsmede over de technische uitwerking en de beveiliging van dit proces.
|
||||
Onze Minister stelt regelen met betrekking tot de administratie en de beveiliging van reisdocumenten aan de autoriteiten belast met de uitvoering van deze wet. Hij stelt deze regelen in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat, indien dit uit de aard van de te regelen zaak voortvloeit.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk X. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -756,13 +601,7 @@ Het toezicht op de uitvoering van deze wet berust bij Onze Minister. Aan hem en
|
|||
|
||||
**1.** Het is een ieder verboden een reisdocument valselijk op te maken of te vervalsen, of een zodanig stuk op grond van valse gegevens te doen verstrekken dan wel een aan hem of een ander verstrekt reisdocument ter beschikking te stellen van derden, met het oogmerk het door dezen te doen gebruiken als ware het aan hen verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het is een ieder verboden:
|
||||
|
||||
a. een reisdocument af te leveren of voorhanden te hebben waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals of vervalst is, dan wel opzettelijk gebruik te maken van een vals of vervalst reisdocument;
|
||||
b. opzettelijk en wederrechtelijk gebruik te maken van een bij het bevoegd gezag als vermist opgegeven reisdocument;
|
||||
c. opzettelijk en wederrechtelijk gebruik te maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument.
|
||||
**2.** Het is een ieder verboden in het bezit te zijn van een reisdocument waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals of vervalst is, dan wel opzettelijk gebruik te maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
|
|
@ -770,13 +609,13 @@ Het is een ieder verboden drukwerken of andere voorwerpen in een vorm die ze op
|
|||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
Ieder is verplicht een reisdocument dat hij voorhanden heeft, maar waarvan hij niet de houder is, of dat ingevolge het bepaalde in artikel 56 moet worden ingeleverd, terstond wanneer hem dit mondeling door een tot inhouding bevoegde ambtenaar is bevolen, dan wel binnen veertien dagen, nadat hem dit bij aangetekend schrijven in persoon is medegedeeld, in te leveren.
|
||||
Ieder is verplicht een reisdocument dat in zijn bezit is, maar waarvan hij niet de houder is, of dat ingevolge het bepaalde in artikel 56 moet worden ingeleverd, terstond wanneer hem dit mondeling door een tot inhouding bevoegde ambtenaar is bevolen, dan wel binnen veertien dagen, nadat hem dit bij aangetekend schrijven in persoon is medegedeeld, in te leveren.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
Bij wet onderscheidenlijk bij landsverordening wordt overtreding van het in de artikelen 60, 61 en 62 bepaalde strafbaar gesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Administratieve rechtsbescherming in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
|
||||
## Hoofdstuk XI. Administratieve rechtsbescherming in de Nederlandse Antillen en Aruba
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
|
|
@ -786,21 +625,21 @@ Bij landsverordening wordt geregeld de mogelijkheid voorziening te vragen tegen
|
|||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Op aanvragen ter verkrijging van een reisdocument die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds waren ingediend, zijn de bepalingen van deze wet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 65a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**2.** Reisdocumenten die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn verstrekt, behouden de geldigheid die daarin is vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Wijzigt het Souverein Besluit van 12 december 1813 (Staatscourant 1813/1814, no. 4).
|
||||
|
||||
### Artikel 66a
|
||||
**2.** Het Souverein Besluit van 16 januari 1814 (*Staatsblad* 1814, no. 12) wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
**1.** Nationale paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten, verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, respectievelijk artikel I, onderdeel G van de Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart, behouden de geldigheid die daarin is vermeld.
|
||||
**3.** Het Koninklijk Besluit van 30 mei 1816, no. 95 wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
**2.** Op Nederlandse identiteitskaarten, verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart, zijn artikel 2, tweede lid, artikel 3, tweede en vijfde lid en artikel 65 van toepassing zoals deze luidden voor die datum.
|
||||
**4.** Wijzigt de Wet tot nadere regeling van de heffing en de bestemming van de Kanselarijleges (Staatsblad 1890, no. 80).
|
||||
|
||||
**5.** Wijzigt de Wet op de Kanselarijrechten (Staatsblad 1948, I 481).
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue