2025-07-01 | BWBR0001941 | Opiumwet
This commit is contained in:
parent
a70e382538
commit
e3eb997ba9
1 changed files with 100 additions and 24 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Opiumwet
|
|||
bwb_id: BWBR0001941
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-11-04'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-01-29'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0001941
|
||||
citeertitel: Opiumwet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -25,25 +25,54 @@ f. Psychotrope Stoffen Verdrag: het op 21 februari 1971 te Wenen tot stand gekom
|
|||
g. Kaderbesluit 2004/757/JBZ: Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004 betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (PbEU 2004, nr. L 335), zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2017/2103 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot wijziging van het Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad teneinde psychoactieve stoffen in de definitie van «drug» op te nemen en tot intrekking van Besluit 2005/387/JBZ van de Raad;
|
||||
h. Besluit 2005/387/JBZ: Besluit 2005/387/JBZ van de Raad van 10 mei 2005 inzake de uitwisseling van informatie, de risicobeoordeling en de controle ten aanzien van nieuwe psychoactieve stoffen (PbEU 2005, L 127);
|
||||
i. Verdrag tegen sluikhandel: het op 20 december 1988 tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 1989, 97);
|
||||
j. Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag tegen sluikhandel: het op 31 januari 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 2010, 165 en 239).
|
||||
j. Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag tegen sluikhandel: het op 31 januari 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 2010, 165 en 239);
|
||||
k. *stofgroep:* groep van substanties die afgeleid is van eenzelfde structuur.
|
||||
|
||||
**2.** Voor toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden de zouten van de substanties met die substanties gelijkgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van deze wet wordt onder vervaardigen begrepen raffineren en omzetten.
|
||||
|
||||
**4.** Onder binnen het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, is begrepen: het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en elke op het verder vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling, met betrekking tot die middelen, die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, of tot de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn.
|
||||
**4.** Onder binnen het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de artikelen 2, 2a, eerste lid, en 3, is begrepen: het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en elke op het verder vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling, met betrekking tot die middelen, die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, of tot de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Onder buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, is begrepen: het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden, het ten uitvoer dan wel ten wederuitvoer aangeven, daaronder begrepen het doen van een summiere aangifte bij uitgaan of het in kennis stellen van de wederuitvoer, in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269) of het in, op of aan een naar het buitenland bestemd vaar-, voer- of luchtvaartuig aanwezig hebben van die middelen, of van die voorwerpen of goederen.
|
||||
**5.** Onder buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de artikelen 2, 2a, eerste lid, en 3, is begrepen: het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden, het ten uitvoer dan wel ten wederuitvoer aangeven, daaronder begrepen het doen van een summiere aangifte bij uitgaan of het in kennis stellen van de wederuitvoer, in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269) of het in, op of aan een naar het buitenland bestemd vaar-, voer- of luchtvaartuig aanwezig hebben van die middelen, of van die voorwerpen of goederen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:
|
||||
|
||||
A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
|
||||
B. te telen te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
|
||||
B. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
|
||||
C. aanwezig te hebben;
|
||||
D. te vervaardigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is verboden een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst IA of een preparaat daarvan:
|
||||
|
||||
A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
|
||||
B. te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
|
||||
C. aanwezig te hebben;
|
||||
D. te vervaardigen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, of een geneesmiddel als bedoeld in artikel 40, derde lid, van die wet;
|
||||
b. een fabrikant als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel mm, van de Geneesmiddelenwet of een groothandelaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel nn, van die wet;
|
||||
c. een fabrikant of groothandelaar van werkzame stoffen die is geregistreerd als bedoeld in artikel 38 van de Geneesmiddelenwet;
|
||||
d. een apotheker of huisarts die geneesmiddelen bereidt als bedoeld in artikel 40, derde lid, onder a, van de Geneesmiddelenwet;
|
||||
e. een diergeneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend voor het in de handel brengen krachtens artikel 2.19 van de Wet dieren;
|
||||
f. een fabrikant aan wie krachtens artikel 2.19 van de Wet dieren een vergunning is verleend voor het vervaardigen van diergeneesmiddelen;
|
||||
g. een groothandel aan wie krachtens artikel 2.19 van de Wet dieren een vergunning is verleend voor de handel van diergeneesmiddelen;
|
||||
h. een geregistreerde stof genoemd in Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PbEU 2004, L 47);
|
||||
i. een geregistreerde stof genoemd in de Bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU 2005, L 22); of
|
||||
j. een middel als bedoeld in de artikelen 2 en 3.
|
||||
|
||||
**3.** Een wijziging van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PbEU 2004, L 47) of de Bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU 2005, L 22) gaat voor toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:
|
||||
|
|
@ -65,15 +94,25 @@ D. te vervaardigen.
|
|||
|
||||
**5.** Indien naar het oordeel van Onze Minister handelingen als bedoeld in artikel 2 of 3 ten aanzien van een middel onverwijld moeten worden verboden en de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste of tweede lid niet kan worden afgewacht, kan het middel daartoe bij ministeriële regeling worden aangewezen. Onze Minister draagt ervoor zorg dat tegelijk met de vaststelling van deze ministeriële regeling het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur met dezelfde inhoud ter beoordeling aan de ministerraad wordt aangeboden. De ministeriële regeling blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat de algemene maatregel van bestuur waarbij het betreffende middel wordt aangewezen in werking treedt, doch uiterlijk tot een jaar na het inwerkingtreden van de regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 3aa
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan aan de bij deze wet behorende lijst IA een stofgroep worden toegevoegd indien twee of meer substanties die deel uitmaken van die stofgroep zijn of worden toegevoegd aan de bij deze wet behorende lijst I.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen stofgroepen die bij of krachtens deze wet zijn toegevoegd, van lijst IA worden geschrapt indien substanties die deel uitmaken van die stofgroep zijn of worden geschrapt van lijst I.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt een stofgroep die bij of krachtens deze wet is toegevoegd, van lijst IA geschrapt indien substanties die deel uitmaken van die stofgroep zijn of worden geschrapt van lijst I en daardoor niet langer twee of meer substanties die deel uitmaken van die stofgroep zijn of worden toegevoegd aan lijst I.
|
||||
|
||||
**4.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
**1.** Elke openbaarmaking, welke er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van een middel als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 te bevorderen, is verboden.
|
||||
**1.** Elke openbaarmaking, welke er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van een middel als bedoeld in de artikelen 2, 2a, eerste lid, of 3, te bevorderen, is verboden.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ter zake van openbaarmaking in het kader van medische of wetenschappelijke voorlichting.
|
||||
|
||||
### Artikel 3c
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen middelen en toepassingen worden aangewezen waarvoor een in artikel 2 of 3 omschreven verbod geheel of ten dele niet geldt.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen middelen en toepassingen worden aangewezen waarvoor een in de artikelen 2, 2a, eerste lid, of 3 omschreven verbod geheel of ten dele niet geldt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot middelen als bedoeld in lijst I of II regels worden gesteld om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag of het Psychotrope Stoffen Verdrag te verzekeren of om misbruik van die middelen te voorkomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,7 +160,7 @@ b. dierenartsen, indien zij de krachtens artikel 4 aangewezen middelen voor dier
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan, met inachtneming van artikel 8i, eerste lid, ontheffing verlenen van een verbod als bedoeld in artikel 2 of 3. Hij kan voorts een ontheffing verlengen, wijzigen, aanvullen of intrekken.
|
||||
**1.** Onze Minister kan, met inachtneming van artikel 8i, eerste lid, ontheffing verlenen van een verbod als bedoeld in de artikelen 2, 2a, eerste lid, of 3. Hij kan voorts een ontheffing verlengen, wijzigen, aanvullen of intrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing of een verlenging daarvan wordt verleend voor ten hoogste vijf jaren, met dien verstande dat een ontheffing van een verbod als bedoeld in artikel 2, onder A, of artikel 3, onder A, wordt verleend per geval en voor ten hoogste zes maanden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -147,9 +186,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een ontheffing kan slechts worden verleend of verlengd indien de aanvrager ten genoegen van Onze Minister heeft aangetoond:
|
||||
Een ontheffing van een verbod als bedoeld in de artikelen 2 of 3 kan slechts worden verleend of verlengd indien de aanvrager ten genoegen van Onze Minister heeft aangetoond:
|
||||
|
||||
a. dat daarmee het belang van de volksgezondheid of dat van de gezondheid van dieren wordt gediend;
|
||||
a. dat daarmee het belang van de volksgezondheid of dat van de diergezondheid wordt gediend;
|
||||
b. deze nodig te hebben voor het verrichten van wetenschappelijk of analytisch-chemisch onderzoek dan wel voor instructieve doeleinden, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet, of
|
||||
c. deze nodig te hebben voor het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2 of 3 krachtens een overeenkomst met:
|
||||
|
||||
|
|
@ -157,19 +196,32 @@ c. deze nodig te hebben voor het verrichten van een handeling als bedoeld in art
|
|||
2. een apotheker of apotheekhoudende arts;
|
||||
3. een dierenarts;
|
||||
4. een instelling of persoon, aangewezen krachtens artikel 5, tweede of derde lid;
|
||||
5. een houder van een in een ander land verleende vergunning of ontheffing om de desbetreffende middelen in dat land in te voeren, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet.
|
||||
5. een houder van een in een ander land verleende vergunning of ontheffing om de desbetreffende middelen in dat land in te voeren, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet;
|
||||
d. deze nodig hebben voor industriële doeleinden teneinde een product te realiseren dat voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing kan voorts worden verleend of verlengd indien de aanvrager deze nodig heeft voor het telen van cannabis krachtens een overeenkomst met Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een ontheffing van een verbod als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, kan slechts worden verleend indien de aanvrager ten genoegen van Onze Minister heeft aangetoond:
|
||||
|
||||
a. dat daarmee het belang van de volksgezondheid of dat van de diergezondheid wordt gediend;
|
||||
b. deze nodig te hebben voor het verrichten van wetenschappelijk of analytisch-chemisch onderzoek dan wel voor instructieve doeleinden, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet; of
|
||||
c. deze nodig te hebben voor het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, krachtens een overeenkomst met:
|
||||
|
||||
1. een ander aan wie krachtens artikel 6, eerste lid, een ontheffing is verleend;
|
||||
2. een ander die in een ander land is gevestigd en die gerechtigd is de middelen in dat land in te voeren, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet;
|
||||
d. deze nodig te hebben voor industriële doeleinden teneinde een product te realiseren dat voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en het Psychotrope Stoffen Verdrag en de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften te verzekeren, of om misbruik van een middel als bedoeld in lijst I of II te voorkomen.
|
||||
**1.** Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en het Psychotrope Stoffen Verdrag en de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften te verzekeren, of om misbruik van een middel als bedoeld in lijst I of II of van een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan te voorkomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de ontheffing wordt ten minste vermeld:
|
||||
|
||||
a. voor welke van de verboden, bedoeld in artikel 2 of 3 zij wordt verleend;
|
||||
a. voor welke van de verboden, als bedoeld in de artikelen 2, 2a, eerste lid, of 3 zij wordt verleend;
|
||||
b. voor welke doeleinden zij wordt verleend;
|
||||
c. op welk perceel of in welke lokaliteit de desbetreffende handelingen mogen plaatsvinden;
|
||||
d. de wijze van opslag;
|
||||
|
|
@ -208,7 +260,7 @@ b. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde
|
|||
|
||||
### Artikel 8f
|
||||
|
||||
**1.** Degene wiens ontheffing wordt ingetrokken ontdoet zich van de middelen waarop de ontheffing betrekking heeft, gedurende het tijdvak, gelegen tussen de mededeling van de intrekking en de laatste dag waarop de ontheffing geldt. Hij ontdoet zich van die middelen hetzij door vernietiging, hetzij door overdracht aan personen, rechtspersonen daaronder begrepen, die bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 2 of 3.
|
||||
**1.** Degene wiens ontheffing wordt ingetrokken ontdoet zich van de middelen waarop de ontheffing betrekking heeft, gedurende het tijdvak, gelegen tussen de mededeling van de intrekking en de laatste dag waarop de ontheffing geldt. Hij ontdoet zich van die middelen hetzij door vernietiging, hetzij door overdracht aan personen, rechtspersonen daaronder begrepen, die bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen als bedoeld in de artikelen 2, 2a, eerste lid, of 3.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, ontdoet de houder van een ontheffing voor de teelt van hennep zich van de middelen waarop de ontheffing betrekking heeft, hetzij door vernietiging van die middelen, hetzij door overdracht daarvan aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -259,16 +311,18 @@ Met het opsporen van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De opsporingsambtenaren hebben, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is, toegang:
|
||||
De opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 8k, hebben, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is, toegang:
|
||||
|
||||
a. tot de vervoermiddelen, met inbegrip van woongedeelten, waarvan hun bekend is, of waarvan redelijkerwijze door hen kan worden vermoed, dat daarmede ingevoerd of vervoerd worden of dat daarin, daarop of daaraan bewaard worden of aanwezig zijn middelen als bedoeld in lijst I of II;
|
||||
a. tot de vervoermiddelen, met inbegrip van woongedeelten, waarvan hun bekend is, of waarvan redelijkerwijze door hen kan worden vermoed, dat daarmede ingevoerd of vervoerd worden of dat daarin, daarop of daaraan bewaard worden of aanwezig zijn middelen als bedoeld in lijst I of II of substanties die deel uitmaken van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of de preparaten daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid;
|
||||
b. tot de plaatsen, waar een overtreding van deze wet gepleegd wordt of waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat zodanige overtreding gepleegd wordt.
|
||||
|
||||
**2.** Zij zijn bevoegd een persoon, verdacht van een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, aan de kleding te onderzoeken.
|
||||
|
||||
**3.** Zij zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
|
||||
|
||||
**4.** De officier van justitie of de hulpofficier van justitie voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden is bevoegd een persoon die zojuist binnen het grondgebied van Nederland is binnengekomen of die op het punt staat dit grondgebied te verlaten, en die is aangehouden terzake van een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit, een vordering te geven tot medewerking aan een urineonderzoek, gericht op het aantonen van de aanwezigheid in het lichaam van middelen als bedoeld in lijst I of II.
|
||||
**4.** De officier van justitie of de hulpofficier van justitie voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden is bevoegd een persoon die zojuist binnen het grondgebied van Nederland is binnengekomen of die op het punt staat dit grondgebied te verlaten, en die is aangehouden terzake van een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit, een vordering te geven tot medewerking aan een urineonderzoek, gericht op het aantonen van de aanwezigheid in het lichaam van middelen als bedoeld in lijst I of II of substanties die deel uitmaken van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of de preparaten daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is bevoegd desgevraagd met gebruikmaking van de door landbouwers op grond van de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet verstrekte informatie over de toestand van de door hen beteelde percelen en de naam van het gewas waarmee het perceel zal worden beteeld, gegevens waaronder persoonsgegevens te verstrekken met betrekking tot hennepteelt welke is aangewezen krachtens artikel 3c aan de opsporingsambtenaren, bedoeld in de artikelen 141 en 142, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering, ten behoeve van de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten.
|
||||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
|
|
@ -310,6 +364,26 @@ wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de
|
|||
|
||||
**2.** Niet strafbaar is hij die de in het eerste lid omschreven feiten begaat met betrekking tot het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
**1.** Hij die handelt in strijd met een in artikel 2a, eerste lid, gegeven verbod wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 2a, eerste lid, gegeven verbod wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het opzettelijk handelen in strijd met het in de artikelen 2a, eerste lid, onderdelen A of C, en 3b, eerste lid, gegeven verbod betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Hij die om het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of vervaardigen van een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst IA of een preparaat daarvan voor te bereiden of te bevorderen:
|
||||
|
||||
1°. een ander tracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
|
||||
2°. zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit tracht te verschaffen,
|
||||
3°. voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Niet strafbaar is hij die de in het eerste lid omschreven feiten begaat met betrekking tot het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Hij die handelt in strijd met een in artikel 3 gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
|
@ -332,19 +406,19 @@ Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verk
|
|||
|
||||
### Artikel 11b
|
||||
|
||||
**1.** Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, 11, derde, vierde en vijfde lid, of 11a, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
**1.** Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, 11, derde, vierde en vijfde lid, of 11a, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 140, vierde en vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Indien de waarde van de zaken waarmee of met betrekking tot welke de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 10, eerste tot en met vijfde lid, 10a, eerste lid, 11, tweede tot en met vijfde lid, 11a en 11b zijn begaan, of die geheel of gedeeltelijk door middel van die feiten zijn verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximum van de geldboete op die feiten gesteld, kan, ook indien het feit door een natuurlijke persoon is begaan, een geldboete van de naast hogere categorie worden opgelegd.
|
||||
Indien de waarde van de zaken waarmee of met betrekking tot welke de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 10, eerste tot en met vijfde lid, 10a eerste lid, 10b, 10c, 11, tweede tot en met vijfde lid, 11a en 11b zijn begaan, of die geheel of gedeeltelijk door middel van die feiten zijn verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximum van de geldboete op die feiten gesteld, kan, ook indien het feit door een natuurlijke persoon is begaan, een geldboete van de naast hogere categorie worden opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 10, eerste lid, en artikel 11, eerste lid, strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
||||
**1.** De in artikel 10, eerste lid, 10b, eerste lid, en artikel 11, eerste lid, strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
||||
|
||||
**2.** De in de artikelen 10, tweede tot en met zesde lid, 10a, eerste lid, 11, tweede tot en met vijfde lid, 11a en 11b strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
|
||||
**2.** De in de artikelen 10, tweede tot en met zesde lid, 10a, eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, 11, tweede tot en met vijfde lid, 11a en 11b strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -353,11 +427,11 @@ De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schul
|
|||
a. een der in artikel 10a, eerste lid, strafbaar gestelde feiten voorzover die zijn gepleegd om het in artikel 10, vijfde lid, strafbaar gestelde feit voor te bereiden of te bevorderen, dan wel
|
||||
b. poging tot of deelneming aan het in artikel 10, vijfde lid, strafbaar gestelde feit.
|
||||
|
||||
**4.** De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een der in artikel 10, tweede tot en met vijfde lid, artikel 10a, eerste lid, artikel 11, tweede tot en met vierde lid, en artikel 11a strafbaar gestelde feiten, indien het feit is gepleegd aan boord van een buitenlands vaartuig dan wel een vaartuig zonder nationaliteit of een daarmee gelijk gesteld vaartuig uit hoofde van het internationale recht, op open zee, en wordt opgetreden in het kader van de toepassing van het Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag tegen sluikhandel.
|
||||
**4.** De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een der in artikel 10, tweede tot en met vijfde lid, artikel 10a eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, artikel 11, tweede tot en met vierde lid, en artikel 11a strafbaar gestelde feiten, indien het feit is gepleegd aan boord van een buitenlands vaartuig dan wel een vaartuig zonder nationaliteit of een daarmee gelijk gesteld vaartuig uit hoofde van het internationale recht, op open zee, en wordt opgetreden in het kader van de toepassing van het Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag tegen sluikhandel.
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 34 en 36b tot en met 36d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:1:12 van het Wetboek van Strafvordering worden de in lijst I of II bedoelde middelen verbeurd of aan het verkeer onttrokken verklaard.
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 34 en 36b tot en met 36d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:1:12 van het Wetboek van Strafvordering worden de in lijst I of II bedoelde middelen of substanties die deel uitmaken van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of de preparaten daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, verbeurd of aan het verkeer onttrokken verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 13b
|
||||
|
||||
|
|
@ -365,7 +439,7 @@ Onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 34 en 36b tot en met 36
|
|||
|
||||
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
|
||||
|
||||
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
|
||||
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
|
||||
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
|
||||
|
|
@ -414,6 +488,8 @@ de ethers, esters en enantiomeren van de bovengenoemde substanties, met uitzonde
|
|||
|
||||
preparaten die één of meer van de bovengenoemde substanties bevatten.
|
||||
|
||||
## Bijlage Ia
|
||||
|
||||
## Bijlage II
|
||||
|
||||
Paddo’s
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue