2007-03-28 | BWBR0021559 | Loonheffingen, pensioenen; aanwijzingen als pensioenregeling

This commit is contained in:
Coornhert 2007-03-28 12:00:00 +00:00
parent 5b76cc81a9
commit e420520508

View file

@ -10,10 +10,22 @@ citeertitel: Loonheffingen, pensioenen; aanwijzingen als pensioenregeling
# Loonheffingen, pensioenen; aanwijzingen als pensioenregeling
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit bevat een samenvoeging en actualisering van twee eerdere besluiten waarbij regelingen zijn aangewezen als pensioenregeling. Het betreft de besluiten van 15 augustus 2002, nr. DGB2002/1407M, en 12 juni 2003, nr. CPP2003/1510M.
## 1. Inleiding
In dit besluit geef ik twee aanwijzingen op basis van artikel 19d van de Wet LB. De eerste aanwijzing (onderdeel 2) betreft regelingen waarin een recht op een eenmalige overlijdensuitkering is opgenomen. De tweede aanwijzing (onderdeel 3) geldt voor pensioenvervangende regelingen voor gemoedsbezwaarden. Ik geef bij beide aanwijzingen aan welke voorwaarden ik daaraan verbind.
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
Werkgever: inhoudingsplichtige in de zin van de Wet LB
Wet LB: Wet op de loonbelasting 1964
Wet VPL: Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/ prepensioen en introductie levensloopregeling
## 2. Aanwijzing van pensioenregelingen met rechten op eenmalige overlijdensuitkeringen
Pensioenregelingen kunnen recht geven op een eenmalige uitkering aan nabestaanden van een pensioengerechtigde. Dit recht valt niet onder de uitzonderlijke gevallen van restbegunstiging van artikel 18, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB. In de praktijk blijkt dat het vaak moeilijk is om te bepalen of het recht een aparte aanspraak vormt die omwille van de eenvoud in de pensioenregeling is opgenomen of dat het gaat om een integraal onderdeel van die pensioenregeling. In het laatste geval zou een recht op een dergelijke uitkering tot gevolg kunnen hebben dat de pensioenregeling niet geheel voldoet aan de Wet LB. Dit is uit maatschappelijk oogpunt ongewenst. Hierbij is ook van belang dat de Wet LB buiten de pensioensfeer een aparte vrijstelling kent voor dergelijke rechten en de daaruit voortvloeiende uitkeringen (zie artikel 11, eerste lid, onderdelen i en m, van de Wet LB, tekst 2006).
@ -78,6 +90,17 @@ e. De pensioenvervangende regeling voorziet in de mogelijkheid van gedeeltelijke
## 4. Overgangsrecht voor aanpassing van de regelingen
Betrokkenen kunnen tot 1 januari 2008 zonder fiscale gevolgen regelingen aanpassen die bij de inwerkingtreding van dit besluit niet voldoen aan de voorwaarden daarvan. De aanpassing dient plaats te vinden met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2006 dan wel de latere datum van inwerkingtreding van de gemoedsbezwaardenregeling.
Aanpassing van pensioenvervangende uitkeringen is niet nodig als die uitkeringen reeds zijn ingegaan bij de inwerkingtreding van dit besluit.
## 5. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit:
15 augustus 2002, nr. DGB2002/1407M
12 juni 2003, nr. CPP2003/1510M.
## 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. In afwijking hiervan treden de onderdelen 2 tot en met 3.1 in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2006.