2010-04-01 | BWBR0002559 | Uitleveringswet
This commit is contained in:
parent
221caf494a
commit
e445720fc8
1 changed files with 11 additions and 7 deletions
|
|
@ -107,7 +107,7 @@ e. naar Nederlands recht wegens verjaring geen vervolging, of, zo de uitlevering
|
|||
|
||||
**2.** De aanslag tegen het leven of de vrijheid van een Staatshoofd of van een lid van het regerende Huis wordt niet beschouwd als een strafbaar feit van politieke aard in de zin van het gestelde in het vorige lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op uitlevering wegens een van de strafbare feiten, omschreven in de artikelen 1 en 2 van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (*Trb.* 1977, 63), artikel 2 van het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (*Trb.* 1998, 84) en artikel 2 van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (*Trb.* 2000, 12), aan een staat die gehouden is in een overeenkomstig geval uitlevering aan Nederland niet te weigeren wegens de politieke aard van het feit.
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op uitlevering wegens een van de strafbare feiten, omschreven in de artikelen 1 en 2 van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (*Trb.* 1977, 63), artikel 2 van het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (*Trb.* 1998, 84), artikel 2 van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (Trb. 2000, 12), artikel 2 van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme (Trb. 2005, 290) en de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34), aan een staat die gehouden is in een overeenkomstig geval uitlevering aan Nederland niet te weigeren wegens de politieke aard van het feit.
|
||||
|
||||
**4.** Militaire delicten die niet tevens misdrijven naar algemeen Nederlands strafrecht zijn, en fiscale delicten kunnen geen aanleiding geven tot uitlevering, tenzij bij verdrag uitdrukkelijk anders is bepaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -128,7 +128,7 @@ b. andere feiten, voor zover deze zowel naar het recht van de staat van wie het
|
|||
|
||||
**4.** De beslissing van Onze Minister op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste en het derde lid wordt ter kennis van de staat van wie dat verzoek is uitgegaan gebracht langs diplomatieke weg, tenzij bij verdrag in een andere weg is voorzien.
|
||||
|
||||
**5.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verzoeken van een lidstaat van de Europese Unie tot verderlevering aan een derde staat van een persoon die door Nederland onder het beding, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Overleveringswet, werd overgeleverd aan de verzoekende lidstaat.
|
||||
**5.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verzoeken van een lidstaat van de Europese Unie tot verderlevering aan een derde staat van een persoon die door Nederland onder het beding, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Overleveringswet, werd overgeleverd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit van die lidstaat.
|
||||
|
||||
**6.** Ten aanzien van de lidstaten van de Europese Unie kan bij verdrag worden voorzien in uitzonderingen voor andere dan de in het vijfde lid bedoelde gevallen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -160,7 +160,7 @@ op korte termijn vanwege een der in artikel 13, vijfde lid, van het Verdrag geno
|
|||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Een vreemdeling die op grond van het vierde lid van artikel 54 van het Wetboek van Strafvordering is aangehouden, kan op bevel van een officier of hulpofficier van justitie worden opgehouden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat te zijnen aanzien onverwijld een verzoek om voorlopige aanhouding als bedoeld in artikel 13 zal worden gedaan. Artikel 61, tweede lid, van het Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Een vreemdeling die op grond van het vierde lid van artikel 54 van het Wetboek van Strafvordering is aangehouden, kan op bevel van een officier of hulpofficier van justitie worden opgehouden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat te zijnen aanzien onverwijld een verzoek om voorlopige aanhouding als bedoeld in artikel 13 zal worden gedaan. Artikel 61, eerste en derde lid, van het Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -383,7 +383,7 @@ c. de tijdstippen waarop de verzoeken tot uitlevering zijn gedaan;
|
|||
d. de nationaliteit van de opgeëiste persoon;
|
||||
e. de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij naar het grondgebied van een van de verzoekende staten is verwijderd, vervolgens door de autoriteiten van die staat ter beschikking wordt gesteld van de autoriteiten van een andere verzoekende staat.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als de uitvoerende justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie de overlevering, bedoeld in artikel 1 van de Overleveringswet, en een andere staat de uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als de uitvaardigende justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie de overlevering, bedoeld in artikel 1 van de Overleveringswet, en een andere staat de uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -563,15 +563,19 @@ Het eerste lid heeft betrekking op:
|
|||
- de misdrijven strafbaar gesteld in de artikelen 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, en 11, tweede en derde lid, van de Opiumwet, alsmede de misdrijven van de artikelen 131, 140, 189, eerste lid, aanhef en onder 3°, 416 en 417 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van het eerste lid van artikel 3 van het op 20 december 1988 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (*Trb.* 1989, 97);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 177 en 177a van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van het eerste en tweede lid van artikel 1 van het op 17 december 1997 te Parijs totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties (Trb. 1998, 54);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 177 tot en met 178, 328ter en 362 tot en met 364 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 2 tot en met 11 van het op 27 januari 1999 te Straatsburg totstandgekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (Trb. 2000, 130);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 117, 117a, 117b, 282a en 285 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het het op 9 december 1994 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel (Trb. 1996, 62);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 117, 117a, 117b, 282a en 285 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 9 van het het op 9 december 1994 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel (Trb. 1996, 62), zoals aangevuld door het Facultatief Protocol van 8 december 2005 (*Trb.* 2006, 211);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 117, 117b, 121 tot en met 123, 157, 161, 161bis, 161quater, 161sexies, 162, 162a, 164, 166, 168, 170, 172, 173a, 285, 287, 288, 289, 350, 350a, 351, 352, 354, 385b en 385d van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 15 december 1997 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (Trb. 1998, 84);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 117, 117b, 121 tot en met 123, 140, 157, 161, 161bis, 161quater, 161sexies, 162, 162a, 164, 166, 168, 170, 172, 173a, 285, 287, 288, 289, 350, 350a, 351, 352, 354, 385a, 385b en 385d van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 9 december 1999 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (Trb. 2000, 12);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 240b en 273f van het Wetboek van Strafrecht en artikel 28 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 3 van het op 25 mei 2000 te New York totstandgekomen Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, prostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb. 2001, 63);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 140, 177 tot en met 178, 284, 285a, 362 tot en met 364, 416 en 420bis tot met 420quater van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 8 en 23 van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad (Trb. 2001, 68);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 140, 177 tot en met 178, 284, 285a, 362 tot en met 364, 416 en 420bis tot met 420quater van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 8 en 23 van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad (Trb. 2001, 68), en misdrijven waarop een gevangenisstraf van ten minste vier jaren is gesteld, voor zover het feit valt onder artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van dat Verdrag;
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 5 juncto artikel 3 van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol inzake de preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad (Trb. 2001, 69);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 6 van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad (Trb. 2001, 70);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 138a, 138b, 139c, 139d, 161sexies, 225, 226, 227, 240a, 240b, 326, 326c, 350, 350a en 351 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 31a en 31b van de Auteurswet en de artikelen 22 en 23 van de Wet op de naburige rechten, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 2 tot en met 10 van het op 23 november 2001 te Budapest tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 18 tot en met 24 van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58).
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 18 tot en met 24 van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58);
|
||||
– dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 140, 140a, 161quater, 173a, 284, eerste lid, 284a, 285, 310 tot en met 312, 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht, en in de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 13 april 2005 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme (Trb. 2005, 290).
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 177, 177a, 178, 284, 285a, 310, 321, 322, 326, 328ter, 359, 360, 361, 362, 363, 364, 365, 366, 376, 416, 417, 417bis, 420bis, 420ter en 420quater van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 15 tot en met 17, 19 en 21 tot en met 25 van het op 31 oktober 2003 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen corruptie (Trb. 2005, 244);
|
||||
– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 131, 132, 134a, 205, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34).
|
||||
|
||||
**3.** Uitlevering krachtens het eerste lid geschiedt met inachtneming van de bepalingen van deze wet en voorts - voorzover geen ander uitleveringsverdrag van toepassing is - van de bepalingen van het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957 (*Trb.* 1965, 9).
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue