2002-08-28 | BWBR0004630 | Verplaatsingskostenbesluit 1989
This commit is contained in:
parent
50bedc9268
commit
e45762df83
1 changed files with 22 additions and 22 deletions
|
|
@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Verplaatsingskostenbesluit 1989
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Naar de regelen bij of krachtens dit besluit kan
|
||||
Naar de regels bij of krachtens dit besluit kan
|
||||
|
||||
a. een tegemoetkoming worden verleend ter zake van uitgaven, gedaan in verband met een verhuizing dan wel in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
|
||||
b. een voorziening worden getroffen voor het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
|
||||
|
|
@ -33,9 +33,9 @@ b. hen die krachtens Grondwet of wet voor het leven zijn benoemd;
|
|||
c. commissarissen van de Koning;
|
||||
d. burgemeesters;
|
||||
e. de politie;
|
||||
f. betrokkenen, bedoeld in artikel I-J 1 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (*Stb.* 1985, 110);
|
||||
f. betrokkenen, bedoeld in artikel I-J 1 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;
|
||||
g. personeel van universiteiten, academische ziekenhuizen, organen voor postacademisch onderwijs, de Open universiteit en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
h. hen die ingevolge of krachtens het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (*Stb.* 1986, 611) aanspraak hebben op tegemoetkomingen ter zake van uitgaven als bedoeld in het eerste lid, of daarvoor tegemoetkomingen ontvangen op de voet van genoemd reglement.
|
||||
h. hen die ingevolge of krachtens het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken aanspraak hebben op tegemoetkomingen ter zake van uitgaven als bedoeld in het eerste lid, of daarvoor tegemoetkomingen ontvangen op de voet van genoemd reglement.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -46,7 +46,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
a. Onze Minister: het hoofd van het betrokken ministerie;
|
||||
b. betrokkene:
|
||||
|
||||
1e. hij, die in burgerlijke dienst is of is geweest van het Rijk of eenvan zijn diensten, bedrijven of instellingen krachtens een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;
|
||||
1e. hij, die in burgerlijke dienst is of is geweest van het Rijk of eenvan zijn diensten, bedrijven of instellingen krachtens een aanstelling;
|
||||
2e. hij, die door Onze Minister als zodanig is aangemerkt in verband met werkzaamheden, die hij in het belang van het Rijk of een van zijn diensten, bedrijven of instellingen verricht of heeft verricht;
|
||||
c. woonplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel daarvan, waar de betrokkene metterwoon is gevestigd;
|
||||
d. plaats van tewerkstelling: de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de betrokkene gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel, indien de uitoefening van het ambt zich uitstrekt over een ambtsgebied, de door het bevoegde gezag aangewezen plaats;
|
||||
|
|
@ -78,7 +78,7 @@ Voor de toepassing van dit besluit wordt met de bezoldiging van de ambtenaar gel
|
|||
a) in het geval dat het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 niet op hem van toepassing is, hetgeen met de bezoldiging van de ambtenaar overeenkomt; en
|
||||
b) indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de bezoldiging zoals die zou zijn genoten indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel *i*, wordt, indien de betrokkene in het genot is van een toelage als bedoeld in de artikelen 17, 18 en 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel *h*, wordt, indien de betrokkene in het genot is van een toelage als bedoeld in de artikelen 17, 18 en 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van dit besluit worden, behoudens voor de toepassing van artikel 16, met Onze Minister gelijkgesteld: de voorzitters van elk der beide Kamers der Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de directeur van het Kabinet der Koningin.
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,7 +94,7 @@ b) indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet of
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De betrokkene die, zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegd gezag, is verhuisd wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten verleend indien hij zich met de verhuizing binnen een afstand van 10 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling heeft gevestigd, tenzij hij in verband met de verhuizing reeds aanspraak heeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten op grond van enige andere bepaling van dit besluit of hij voor bepaalde tijd is aangesteld of in dienst is genomen krachtens één van de volgende bepalingen:
|
||||
De betrokkene die, zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegd gezag, is verhuisd wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten verleend indien hij zich met de verhuizing binnen een afstand van 10 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling heeft gevestigd, tenzij hij in verband met de verhuizing reeds aanspraak heeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten op grond van enige andere bepaling van dit besluit of hij voor bepaalde tijd is aangesteld krachtens één van de volgende bepalingen:
|
||||
|
||||
a. artikel 6, tweede lid, onderdelen b tot en met f, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
|
||||
b. artikel 6, tweede lid, onderdelen b tot en met f, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal;
|
||||
|
|
@ -138,7 +138,7 @@ c. het overlijden van betrokkene.
|
|||
|
||||
**1.** De betrokkene aan wie tijdens zijn plaatsing buiten Nederland ontslag op verzoek wordt verleend met recht op een uitkering ingevolge de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden dan wel die anders dan op eigen verzoek en niet wegens aan hem te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten voor terugkeer naar Nederland verleend.
|
||||
|
||||
**2.** De betrokkene, aan wie tijdens zijn plaatsing buiten Nederland ontslag op verzoek wordt verleend, anders dan ontslag op verzoek als bedoeld in het eerste lid, of die niet op verzoek wordt ontslagen als gevolg van aan hem te wijten feiten of omstandigheden, wordt volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regelen een gedeeltelijke tegemoetkoming in verhuiskosten verleend voor terugkeer naar Nederland.
|
||||
**2.** De betrokkene, aan wie tijdens zijn plaatsing buiten Nederland ontslag op verzoek wordt verleend, anders dan ontslag op verzoek als bedoeld in het eerste lid, of die niet op verzoek wordt ontslagen als gevolg van aan hem te wijten feiten of omstandigheden, wordt volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels een gedeeltelijke tegemoetkoming in verhuiskosten verleend voor terugkeer naar Nederland.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de betrokkene tijdens zijn plaatsing buiten Nederland overlijdt, wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten aan de nagelaten gezinsleden verleend voor terugkeer naar Nederland.
|
||||
|
||||
|
|
@ -158,9 +158,9 @@ a. Een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van
|
|||
b. een bedrag voor dubbele woonkosten;
|
||||
c. een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.
|
||||
|
||||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt regelen ten aanzien van de uitvoering van de onderdelen *a* en *b* van de vorige volzin, alsmede ten aanzien van de berekening van de daarin bedoelde bedragen.
|
||||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van de uitvoering van de onderdelen *a* en *b* van de vorige volzin, alsmede ten aanzien van de berekening van de daarin bedoelde bedragen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van 4 van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het bedrag een nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen bedrag niet mag overschrijden.
|
||||
**2.** Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van 4 van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het bedrag een nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen bedrag niet mag overschrijden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten of levenspartners beiden betrokkenen zijn in de zin van dit besluit en afzonderlijk de opdracht hebben om te verhuizen of zijn verplaatst, wordt de tegemoetkoming berekend over de gezamenlijke berekeningsbasis. Elk van de betrokkenen heeft in dit geval aanspraak op een evenredig deel van de in de vorige volzin bedoelde tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -174,7 +174,7 @@ Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt regelen ten aanzien van de uitvoering
|
|||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming in verhuiskosten, bedoeld in artikel 3, vierde lid, wordt vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen regelen.
|
||||
De tegemoetkoming in verhuiskosten, bedoeld in artikel 3, vierde lid, wordt vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -194,18 +194,18 @@ b. een bedrag voor de kosten van verzekering van de bagage en de inboedel tegen
|
|||
c. een bedrag voor de kosten van het inpakken van de gehele inboedel alsmede kosten van de- en montage van meubilair en afvoer van emballage;
|
||||
d. voor zover geen emballage in natura wordt verstrekt, een bedrag voor de kosten van aanschaffing van emballage zulks echter slechts onder beding dat de emballage na de verhuizing desgevorderd ter beschikking van het Rijk wordt gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan regelen stellen ten aanzien van de berekening van de bedragen bedoeld in de vorige leden.
|
||||
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels stellen ten aanzien van de berekening van de bedragen bedoeld in de vorige leden.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Indien bij een verplaatsing uit, naar en buiten Nederland de door Onze Minister vastgestelde regelen niet toelaten, dat de betrokkene zijn gezinsleden op rijkskosten meeneemt, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van:
|
||||
Indien bij een verplaatsing uit, naar en buiten Nederland de door Onze Minister vastgestelde regels niet toelaten, dat de betrokkene zijn gezinsleden op rijkskosten meeneemt, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van:
|
||||
|
||||
a. transportkosten van de bagage van betrokkene zelf;
|
||||
b. kosten bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, voor zover deze betrekking hebben op de betrokkene zelf. Voorts kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel *c*, worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa alsmede Kreta of IJsland en terug kan - indien de tewerkstelling aldaar naar verwachting tenminste een jaar zal duren - de tegemoetkoming in verhuiskosten mede bestaan uit een tegemoetkoming in de kosten van het transport over zee van een aan de betrokkene in eigendom behorende personenauto volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen regelen.
|
||||
Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa alsmede Kreta of IJsland en terug kan - indien de tewerkstelling aldaar naar verwachting tenminste een jaar zal duren - de tegemoetkoming in verhuiskosten mede bestaan uit een tegemoetkoming in de kosten van het transport over zee van een aan de betrokkene in eigendom behorende personenauto volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen regels.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IIIa. Reisvoorzieningen vanwege de dienst
|
||||
|
||||
|
|
@ -215,7 +215,7 @@ Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa alsmede Kreta of IJsland en ter
|
|||
|
||||
**2.** Het bevoegde gezag kan de betrokkene aan wie een openbaar vervoerbewijs of een openbaar vervoer vastrechtkaart is verstrekt alsmede de betrokkene die gebruik maakt van anderszins georganiseerd vervoer daarvoor een bedrag in rekening brengen.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen regelen.
|
||||
**3.** Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen regels.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. De tegemoetkoming in reis- en pensionkosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -235,9 +235,9 @@ Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa alsmede Kreta of IJsland en ter
|
|||
|
||||
**7.** De betrokkene die in verband met een verplaatsing opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen om naar of naar de nabijheid van de toekomstige standplaats te verhuizen en die voor de datum van verplaatsing verhuist, heeft tot een maximumtermijn van drie maanden aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen tussen de nieuwe woning en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in het derde lid, dan wel op de tegemoetkoming als bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
**8.** De tegemoetkomingen, bedoeld in dit artikel, worden vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regelen.
|
||||
**8.** De tegemoetkomingen, bedoeld in dit artikel, worden vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister is bevoegd om in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken ten behoeve van de betrokkenen voor wie de plaats van tewerkstelling buiten Nederland is gelegen, regelen vast te stellen, die afwijken van de in het achtste lid bedoelde regelen.
|
||||
**9.** Onze Minister is bevoegd om in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de betrokkenen voor wie de plaats van tewerkstelling buiten Nederland is gelegen, regels vast te stellen, die afwijken van de in het achtste lid bedoelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
|
|
@ -255,7 +255,7 @@ c. er wordt gebruik gemaakt van een fiets.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan, ter uitvoering van een vervoerplan als bedoeld in artikel 11*a*, eerste lid, regelen stellen krachtens welke voor betrokkene een tegemoetkoming in reiskosten wordt verstrekt die afwijkt van een krachtens artikel 12 vastgestelde tegemoetkoming indien de belanghebbende voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling:
|
||||
Onze Minister kan, ter uitvoering van een vervoerplan als bedoeld in artikel 11*a*, eerste lid, regels stellen krachtens welke voor betrokkene een tegemoetkoming in reiskosten wordt verstrekt die afwijkt van een krachtens artikel 12 vastgestelde tegemoetkoming indien de belanghebbende voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling:
|
||||
|
||||
a. gebruik maakt van een eigen motorvoertuig tezamen met één of meer anderen;
|
||||
b. meerijdt in een motorvoertuig van een ander.
|
||||
|
|
@ -273,7 +273,7 @@ De maximale afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling waarover ee
|
|||
a. 25 kilometer voor de betrokkene die geen opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen om te verhuizen;
|
||||
b. 60 kilometer voor de betrokkene die opdracht heeft gekregen om naar of naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen.
|
||||
|
||||
**6.** De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per afgelegde kilometer ten hoogste het bedrag vastgesteld krachtens artikel 15, tweede lid, onderdeel *c*, van de Wet op de Loonbelasting 1964 (*Stb.* 1990, 104).
|
||||
**6.** De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per afgelegde kilometer ten hoogste het bedrag vastgesteld krachtens artikel 15b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV A. Extra tegemoetkoming in reis- of verhuiskosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -299,9 +299,9 @@ Het bevoegde gezag kan ter zake van de in of krachtens dit besluit bedoelde tege
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen beslissen in individuele gevallen, waarin deze regelen naar zijn oordeel niet of niet naar redelijkheid voorzien.
|
||||
**1.** Onze Minister kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels beslissen in individuele gevallen, waarin deze regels naar zijn oordeel niet of niet naar redelijkheid voorzien.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan ten aanzien van een door hem aan te wijzen groep van betrokkenen in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen beslissen, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
**2.** Onze Minister kan ten aanzien van een door hem aan te wijzen groep van betrokkenen in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels beslissen, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -309,11 +309,11 @@ Van de bevoegdheid tot het stellen van regels met een sterk technisch karakter k
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Het Verplaatsingskostenbesluit 1962 (*Stb.* 150), de Verplaatsingskostenbeschikking 1962 (*Stcrt.* 119), het Reis- en Pensionkostenbesluit ongehuwd burgerlijk rijkspersoneel (*Stb.* 1970, 56) en de Reis- en pensionkostenbeschikking ongehuwd burgerlijk rijkspersoneel (*Stcrt.* 1970, 57) houden per 1 september 1989 op te gelden voor de betrokkene in de zin van dit besluit en worden ingetrokken op een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen datum.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
De betrokkene die voor de datum van inwerkingtreding van het besluit bij een verhuizing aanspraak kon maken op een tegemoetkoming in verhuiskosten op grond van het Verplaatsingskostenbesluit 1962 en voor wie de tegemoetkoming in verhuiskosten ingevolge dit besluit lager is, kan bij een verhuizing binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 7 van dit besluit, in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in verhuiskosten zoals die van toepassing was voor de inwerkingtreding van dit besluit.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue