2014-06-28 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
773be42b4f
commit
e45a1cd254
1 changed files with 41 additions and 18 deletions
|
|
@ -676,24 +676,27 @@ Zie ook paragraaf B1/3.4.1.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets.
|
|||
|
||||
##### 6.2.1. Hoofdverblijf
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of de vreemdeling het hoofdverblijf, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, heeft verplaatst aan de hand van feiten en omstandigheden van feitelijke aard.
|
||||
De IND beoordeelt of de vreemdeling het hoofdverblijf, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, heeft verplaatst aan de hand van feiten en omstandigheden van feitelijke aard.
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland als één van de volgende gevallen zich voordoet:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling heeft bij zijn vertrek uit Nederland gebruikgemaakt van een remigratieregeling, waaronder een regeling van de Remigratiewet;
|
||||
• de vreemdeling heeft meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van deze zes maanden te wijten is aan omstandigheden die buiten zijn schuld zijn gelegen; of
|
||||
• de vreemdeling heeft voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan vier achtereenvolgende maanden buiten Nederland verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd.
|
||||
a. de vreemdeling heeft bij zijn vertrek uit Nederland gebruikgemaakt van een remigratieregeling, waaronder een regeling van de Remigratiewet;
|
||||
b. de vreemdeling heeft meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van deze zes maanden te wijten is aan omstandigheden die buiten zijn schuld zijn gelegen; of
|
||||
c. de vreemdeling heeft voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan vier achtereenvolgende maanden buiten Nederland verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd.
|
||||
|
||||
De IND merkt verblijf buiten Nederland als gevolg van detentie aan als een omstandigheid die te wijten is aan de vreemdeling, mits de detentie het gevolg is van een daadwerkelijke rechterlijke veroordeling voor het plegen van een strafbaar feit. Bij lagere strafoplegging door een hogere rechterlijke instantie wordt het gedeelte van de straf dat ten onrechte is opgelegd, buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
De IND merkt verblijf buiten Nederland als gevolg van detentie niet aan als een omstandigheid die te wijten is aan de vreemdeling als de detentie het gevolg is van een veroordeling wegens een gedraging die in Nederland niet strafbaar is gesteld.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat geen sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
a. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft in het kader van studie aan het hoger onderwijs en in het kader van de voltooiing van zijn studie in Nederland tijdelijk hoger onderwijs in het buitenland gaat volgen. Tijdelijkheid wordt niet aangenomen als de periode van het volgen van hoger onderwijs in het buitenland langer is dan een jaar aaneengesloten;
|
||||
b. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt;
|
||||
c. de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst van het Ministerie van BUZA, die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland;
|
||||
c. de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst van het Ministerie van BUZA, die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland;
|
||||
d. is achtergelaten in het land van herkomst en zich zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid (gemeente, diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren;
|
||||
e. Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Nederland is teruggekeerd;
|
||||
f. buiten Nederland gedetineerd is of is geweest en binnen zes maanden na beëindiging van de detentie naar Nederland is teruggekeerd;
|
||||
g. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ heeft en langer dan zes maanden arbeid buiten Nederland verricht mits de vreemdeling aan de voorwaarden blijft voldoen;
|
||||
h. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘vermogende vreemdeling’ heeft en niet langer dan acht maanden buiten Nederland verblijft mits de vreemdeling aan de voorwaarden blijft voldoen.
|
||||
f. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ heeft en langer dan zes maanden arbeid buiten Nederland verricht mits de vreemdeling aan de voorwaarden blijft voldoen;
|
||||
g. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘vermogende vreemdeling’ heeft en niet langer dan acht maanden buiten Nederland verblijft mits de vreemdeling aan de voorwaarden blijft voldoen.
|
||||
|
||||
Wat ‘zo snel mogelijk’ is, beoordeelt de IND per geval, waarbij de IND rekening houdt met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vreemdeling met zich mee heeft gebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1468,6 +1471,8 @@ Op grond van artikel 3.31, vijfde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning
|
|||
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, Vw, als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
##### 2.1.3. Intra-concern uitzendingen
|
||||
|
||||
#### 2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verleent IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘Arbeid in loondienst’.
|
||||
|
|
@ -2113,7 +2118,7 @@ De IND brengt de alimentatie die moet worden betaald voor zowel de huwelijks- of
|
|||
|
||||
##### 2.1.3. Familie- of gezinslid van houder verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van bijzondere banden met een derde land, zoals bedoeld in artikel 3.22 Vb als de vreemdeling de nationaliteit van dat derde land bezit of een verblijfsvergunning voor dit land heeft.
|
||||
20141785527-06-201412-06-2014WBV2014/2120141785527-06-201412-06-2014WBV2014/2128-06-2014
|
||||
|
||||
#### 2.2. Referent met tijdelijk verblijfsrecht
|
||||
|
||||
|
|
@ -2155,9 +2160,13 @@ De IND neemt aan dat de vreemdeling en de referent samenwonen als bedoeld in art
|
|||
• de referent en de vreemdeling voeren naar buiten toe hetzelfde adres; en
|
||||
• de referent en de vreemdeling zijn ingeschreven op hetzelfde adres in de BRP.
|
||||
|
||||
##### 3.1.4. Verbreking huwelijk
|
||||
##### 3.1.4. Polygamie
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de gezinsband is verbroken als het huwelijk tussen de vreemdeling en de referent is ontbonden.
|
||||
De IND wijst de aanvraag van de buitenlandse echtgenoot alsmede eventuele gezinsleden af als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft.
|
||||
|
||||
##### 3.1.5. Verbreking huwelijk
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de gezinsband is verbroken als het huwelijk tussen de vreemdeling en de referent feitelijk of juridisch is verbroken.
|
||||
|
||||
#### 3.2. Minderjarige kinderen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2174,7 +2183,8 @@ De IND neemt in ieder geval niet aan dat een kind feitelijk behoort tot het gezi
|
|||
|
||||
• het kind zelfstandig woont en in eigen onderhoud voorziet; of
|
||||
• het kind een zelfstandig gezin vormt door het aangaan van een huwelijk of een relatie.
|
||||
• Als het kind zelf de zorg heeft voor buitenhuwelijkse kinderen, is dit uitsluitend een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de referent, als daarnaast sprake is van een van de twee hiervóór genoemde omstandigheden.
|
||||
|
||||
Als het kind zelf de zorg heeft voor buitenhuwelijkse kinderen, is dit uitsluitend een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de referent, als daarnaast sprake is van een van de twee hiervóór genoemde omstandigheden.
|
||||
|
||||
In uitzondering op het voorgaande neemt de IND altijd aan dat het kind feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als bedoeld in artikel 3.14, aanhef en onder c, Vb, als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2182,6 +2192,10 @@ In uitzondering op het voorgaande neemt de IND altijd aan dat het kind feitelijk
|
|||
• het kind heeft toestemming gekregen om zich bij deze Turkse werknemer te vestigen; en
|
||||
• het kind blijft samenwonen met deze Turkse werknemer.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat in Nederland buitenshuis wonende kinderen nog feitelijk tot het gezin van hun de ouder(s) behoren, als die (al dan niet met studiebeurs) een volledige dagopleiding volgen.
|
||||
|
||||
De IND neemt herstel van de feitelijke gezinsband niet aan als deze eenmaal verbroken is geoordeeld.
|
||||
|
||||
##### 3.2.2. Zorgrecht en gezag
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat van rechtswege rechtmatig gezag hebben als bedoeld in artikel 3.14, aanhef en onder c, Vb:
|
||||
|
|
@ -2239,13 +2253,15 @@ Dit geldt ook als de referent van het minderjarige kind inmiddels rechtmatig ver
|
|||
|
||||
Als de referent met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of (geregistreerd) partnerschap is verbonden, verleent de IND op grond van artikel 3.16 Vb geen verblijfsvergunning aan het minderjarige biologische of juridische kind van de referent als sprake is van één van de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
• de referent in Nederland leeft samen met één van de (huwelijks)partners én deze (huwelijks)partner is niet de biologische of juridische ouder van het minderjarige kind; of
|
||||
• de referent in Nederland leeft samen met een kind dat is geboren uit een andere (huwelijks)relatie dan die tussen de biologische of juridische ouders van het minderjarige kind.
|
||||
• de referent in Nederland leeft samen met één van de partners én deze partner is niet de biologische of juridische ouder van het minderjarige kind; of
|
||||
• de referent in Nederland leeft samen met een kind dat is geboren uit een andere relatie dan die tussen de biologische of juridische ouders van het minderjarige kind.
|
||||
|
||||
#### 3.3. In Nederland geboren kinderen
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag van een in Nederland geboren kind als bedoeld in artikel 3.23, eerste lid, Vb niet af als het rechtmatig gezag van de ouders niet is aangetoond.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag niet af wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan niet mee te werken.
|
||||
|
||||
#### 3.4. Gezinshereniging bij minderjarige houder verblijfsvergunning asiel
|
||||
|
||||
##### 3.4.1. Leeftijd van de referent
|
||||
|
|
@ -2465,9 +2481,9 @@ De IND beschouwt de relatieverklaring als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat
|
|||
|
||||
De IND beschouwt de ingevulde partnervragenlijst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een ongehuwdverklaring uit het land van herkomst, niet ouder dan zes maanden, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling in het land van herkomst niet is gehuwd.
|
||||
De IND beschouwt een ongehuwdverklaring uit het land van herkomst en/of het land van bestendig verblijf, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling in het land van herkomst en/of het land van bestendig verblijf niet is gehuwd. De ongehuwdverklaring mag niet ouder zijn dan zes maanden.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een ongehuwdverklaring als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent niet is gehuwd.
|
||||
De IND beschouwt een ongehuwdverklaring uit het land van herkomst en/of het land van bestendig verblijf, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent in het land van herkomst en/of het land van bestendig verblijf niet is gehuwd. De ongehuwdverklaring mag niet ouder zijn dan zes maanden.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling de persoon bij wie verblijf was toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2483,13 +2499,15 @@ De IND beschouwt andere bescheiden met betrekking tot de familierechtelijke rela
|
|||
|
||||
De IND beschouwt bescheiden waaruit het rechtmatig gezag blijkt als bewijsmiddel van het rechtmatig gezag van de referent over de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt – in het geval van een achtergebleven ouder met rechtmatig gezag – als bewijsmiddel dat de achtergebleven ouder toestemming heeft gegeven voor de komst van het minderjarige kind naar Nederland:
|
||||
De IND beschouwt -in het geval van een achtergebleven ouder met rechtmatig gezag- als bewijsmiddel dat de achtergebleven ouder toestemming heeft gegeven voor de komst van het minderjarige kind naar Nederland:
|
||||
|
||||
• een door de achtergebleven ouder ondertekende toestemmingsverklaring; en
|
||||
• een kopie van het geldig document voor grensoverschrijding van de achtergebleven ouder.
|
||||
• een kopie van een identiteitsbewijs van de achtergebleven ouder.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt bescheiden met betrekking tot de familierechtelijke relatie, zoals een geboorteakte, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een familielid is van referent als bedoeld in artikel 3.24a Vb.
|
||||
|
||||
*a. De vreemdeling is nog niet geadopteerd of de buitenlandse adoptiebeslissing moet nog worden erkend door de Nederlandse rechter. De vreemdeling zal ter adoptie worden opgenomen in het gezin van de referent.*
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een beginseltoestemming van de Centrale autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent:
|
||||
|
||||
• geschikt is bevonden om een buitenlands kind op te nemen ter adoptie; en
|
||||
|
|
@ -2515,6 +2533,9 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat een adoptiebeslissing
|
|||
• een door de bevoegde instantie afgegeven buitenlandse adoptiebeslissing en een onherroepelijke uitspraak van de rechter (als de rechtsgeldigheid van de adoptiebeslissing door de Nederlandse rechter bij een niet meer voor hogere voorziening vatbare beslissing moet zijn erkend, in de situatie dat de adoptiefouders die hun woon- en verblijfplaats in Nederland hebben, de procedure op grond van de Wobka niet hebben gevolgd); of
|
||||
• een adoptie-uitspraak waaruit blijkt dat het kind in Nederland is geadopteerd.
|
||||
|
||||
*b. Verblijf gedurende het afwachten van het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders als bedoeld in *
|
||||
artikel 11 Wobka
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling is opgenomen in het gezin van de aspirant-adoptiefouders in de periode dat de aspirant-adoptiefouders hun gewone verblijfplaats in het buitenland hadden, bescheiden waaruit het vorenstaande blijkt, bijvoorbeeld een afschrift uit de openbare registers uit het desbetreffende land.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de ouders van het kind, of als deze zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben, de autoriteiten van het land van herkomst vóór de komst naar Nederland hebben ingestemd met het vertrek van het kind en met de opneming van het kind ter adoptie in het gezin van de aspirant-adoptiefouders:
|
||||
|
|
@ -3321,6 +3342,8 @@ Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening van de hoofdpersoon, haar ouders en de broer(s) en/of zus(sen) ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
### 11. Plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland
|
||||
|
||||
## B9. Humanitair niet-tijdelijk
|
||||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue