2002-01-01 | BWBR0002516 | Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
This commit is contained in:
parent
4863cf777c
commit
e4635403a9
1 changed files with 73 additions and 78 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
|
|||
bwb_id: BWBR0002516
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2004-09-09'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2000-09-13'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002516
|
||||
citeertitel: Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,50 +16,60 @@ Verzekerd is, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid van artikel 3
|
|||
|
||||
a. vervallen;
|
||||
b. vervallen;
|
||||
c. vervallen;
|
||||
d. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die op grond van een uitkeringsregeling wegens werkloosheid of ontslag, ter zake waarvan hij verzekerd was ingevolge onderdeel f, een uitkering wegens ziekte, zwangerschap of bevalling ontvangt;
|
||||
e. gedurende ten hoogste achttien maanden, degene, die ononderbroken onbetaald verlof in de zin van artikel 1, onderdeel e, van de Ziektewet opneemt en direct voorafgaand aan het verlof verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet. Als ononderbroken onbetaald verlof worden mede aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen;
|
||||
f. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en anders dan krachtens of anders dan in aanvulling op de Werkloosheidswet of de Toeslagenwet dan wel de voorzieningen en regelingen, bedoeld onder g, x en aa, een uitkering of wachtgeld ter zake van werkloosheid of ontslag ontvangt op grond van de arbeidsvoorwaarden, verbonden aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij verzekerd was als overheidswerknemer in de zin van artikel 1, onder l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen dan wel in die hoedanigheid uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de verplichte ziekenfondsverzekering geldende loongrens niet verzekerd was. Met een uitkering als bedoeld in de vorige alinea wordt gelijkgesteld een overbruggingsuitkering, welke aan een gewezen werknemer van de steenkolenmijn-industrie is toegekend op grond van de regeling inzake aanvullende voorzieningen in het kader van artikel 4 van de beschikking nr. 3–65 van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van 17 februari 1965, welke op 19 april 1967 door de vereniging «De Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg» is vastgesteld;
|
||||
c. degene, die in verband met artikel 8b, eerste lid, onder a van de Ziektewet geen werknemer is in de zin van die wet, tenzij hij:
|
||||
|
||||
1. ambtenaar is in de zin van de Ambtenarenwet, dan wel
|
||||
2. behoort tot het personeel, bedoeld in de hoofdstukken I-Q en I-R van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, dan wel
|
||||
3. bij een bijzondere instelling voor hoger beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, behoort tot het onderwijspersoneel, benoemd in een functie met een maximumschaal van 10 of hoger, of tot de leden van het college van bestuur of tot de centrale directie, dan wel
|
||||
4. bij een door het Rijk bekostigde bijzondere school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, behoort tot het onderwijzend personeel of tot de leden van de directie of tot de centrale directie, dan wel
|
||||
5. bij een door het Rijk bekostigde bijzondere instelling voor educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan wel een daarmee in titel 3 van hoofdstuk 12 van genoemde wet gelijkgestelde bekostigde instelling, behoort tot het onderwijzend personeel of tot de leden van het college van bestuur of tot de centrale directie, dan wel
|
||||
6. bij een instelling als bedoeld in artikel 1.3.4. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, behoort tot het onderwijzend personeel of tot de leden van het college van bestuur of tot de centrale directie, dan wel
|
||||
7. bij een landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, behoort tot de consulenten of de directie, dan wel.
|
||||
8. behoort tot door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - in het vervolg van dit besluit aangeduid met Onze Minister - in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat aan te wijzen groepen van personen;
|
||||
d. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die op grond van de arbeidsvoorwaarden, verbonden aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij verzekerd was ingevolge onderdeel *c*, dan wel op grond van een uitkeringsregeling wegens werkloosheid of ontslag, ter zake waarvan hij verzekerd was ingevolge onderdeel *f*, een uitkering wegens ziekte, zwangerschap of bevalling ontvangt;
|
||||
e. gedurende ten hoogste achttien maanden, degene, die ononderbroken onbetaald verlof in de zin van artikel 1, onderdeel h, van de Ziektewet opneemt en direct voorafgaand aan het verlof verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet. Als ononderbroken onbetaald verlof worden mede aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen;
|
||||
f. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en anders dan krachtens de Werkloosheidswet of de Toeslagenwet dan wel de voorzieningen en regelingen, bedoeld onder g, x en aa, een uitkering of wachtgeld ter zake van werkloosheid of ontslag ontvangt op grond van de arbeidsvoorwaarden, verbonden aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij verzekerd was ingevolge het bepaalde onder c dan wel uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de ziekenfondsverzekering geldende loongrens niet verzekerd was ingevolge het bepaalde onder c.
|
||||
|
||||
Met een uitkering als bedoeld in de vorige alinea wordt gelijkgesteld een overbruggingsuitkering welke aan een gewezen werknemer van de steenkolenmijnindustrie is toegekend op grond van de regeling inzake aanvullende voorzieningen in het kader van artikel 4 van de beschikking nr. 3-65 van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van 17 februari 1965, welke op 19 april 1967 door de vereniging "De Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg" is vastgesteld;
|
||||
g. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een uitkering geniet ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces, mits hij op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan de uitkering wordt toegekend, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Onder een uitkering ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces wordt verstaan een uitkering ingevolge een van rijkswege dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde regeling ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces of een ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces getroffen regeling voor personen van 55 jaar of ouder waarbij het uitkeringspercentage op ten minste 70% van het laatstgenoten loon is vastgesteld;
|
||||
h. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en de wachtdagen vervult voor de uitkering van ziekengeld op grond van artikel 46 van de Ziektewet, mits hij op de dag, waarop de verzekering eindigde ter zake waarvan artikel 46 toepassing vindt, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet;
|
||||
i. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en ziekengeld krachtens Hoofdstuk II van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen dan wel arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens Hoofdstuk III van die wet ontvangt, mits - voor zover de uitkering werd toegekend krachtens Hoofdstuk III van genoemde wet - deze werd berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45%;
|
||||
j. degene die een uitkering ontvangt ingevolge de Wet werk en inkomen kunstenaars;
|
||||
j. degene die een uitkering ontvangt ingevolge artikel 9 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
|
||||
k. degene wiens dienstbetrekking is geëindigd anders dan door opzegging met inachtneming van de rechtens geldende termijn, en die in verband met de eindiging van die dienstbetrekking recht heeft op inkomsten, indien hij op de dag voorafgaande aan die waarop de dienstbetrekking is geëindigd, verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet, voor de duur van de bij opzegging rechtens geldende termijn;
|
||||
l. degene, die werkloos is en die geen recht heeft op een uitkering ingevolge artikel 16, 17a of 20 van de Werkloosheidswet, en die een vervangende uitkering ontvangt ingevolge artikel 24C van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf en die op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan de vervangende uitkering wordt toegekend, verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet;
|
||||
m. gedurende het kalenderjaar waarop de verklaring ziet, maar uiterlijk tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die een verklaring heeft ontvangen als bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet, en van wie nadien wordt vastgesteld dat hij over het jaar waarop de verklaring ziet, niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, tenzij de afgifte van de verklaring het gevolg is van het feit dat deze persoon de rijksbelastingdienst of het ziekenfonds ten onrechte niet heeft gemeld dat hij niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet;
|
||||
l. vervallen;
|
||||
m. vervallen;
|
||||
n. degene, die hier te lande zijn woonplaats heeft en wiens medeverzekering als bedoeld in artikel 4 van de Ziekenfondswet een einde heeft gevonden door het overlijden van degene op wiens verzekering de medeverzekering steunde, gedurende een aaneengesloten periode van 6 weken te rekenen van de dag af, waarop het recht op medeverzekering een einde nam;
|
||||
o. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft, in werkelijke militaire dienst is ingevolge de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985 en die langer dan 100 dagen onafgebroken in werkelijke militaire dienst is of geacht kan worden te zullen verblijven, mits een of meer personen ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 4 van de Ziekenfondswet op grond van zijn verzekering in aanmerking komen voor medeverzekering;
|
||||
p. degene, die behoort tot een of meer door Onze Minister en door Onze Minister van Defensie aan te wijzen groepen van personen, die kunnen worden geacht niet langer dan 100 dagen onafgebroken in werkelijke militaire dienst te zullen verblijven;
|
||||
q. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene van 55 jaar of ouder die zijn woonplaats hier te lande heeft en die ten gevolge van bedrijfsbeëindiging niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, indien hij op de dag, voorafgaande aan die waarop die verzekering ten gevolge van bedrijfsbeëindiging is geëindigd, verzekerd is op grond van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet. Onder bedrijfsbeëindiging wordt verstaan het geheel staken van de onderneming en het in verband daarmee niet langer genieten van winst uit onderneming als bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet. De verzekering vangt aan met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verzekering ingevolge artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet eindigt. De verzekering eindigt op het tijdstip waarop betrokkene weer verzekerd wordt ingevolge 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet;
|
||||
2. voor de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de inspecteur van de rijksbelastingdienst bij voor bezwaar vatbare beschikking een verklaring waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden;
|
||||
3. artikel 76 van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing;
|
||||
r. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een pensioen geniet, berekend naar een invaliditeit van tenminste 45%, dat is toegekend of geacht wordt te zijn toegekend ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen. Onder pensioen wordt ten deze niet verstaan het ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen toegekende uitgestelde pensioen of het dienovereenkomstige pensioen dat geacht wordt krachtens die wet te zijn toegekend;
|
||||
q. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene van 55 jaar of ouder die zijn woonplaats hier te lande heeft en niet langer verzekerd is ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ten gevolge van bedrijfsbeëindiging indien hij op de dag, voorafgaande aan die waarop die verzekering ten gevolge van bedrijfsbeëindiging is geëindigd, verzekerd is op grond van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet. Onder bedrijfsbeëindiging wordt verstaan het geheel staken van de onderneming en het in verband daarmee eindigen van de verzekering ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. De verzekering vangt aan met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verzekering ingevolge artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet eindigt. De verzekering eindigt op het tijdstip waarop betrokkene weer verzekerd wordt ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
|
||||
2. Voor de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de inspecteur van de rijksbelastingdienst bij voor bezwaar vatbare beschikking een verklaring waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.
|
||||
r. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een pensioen geniet, berekend naar een invaliditeit van tenminste 45%, dat is toegekend of geacht wordt te zijn toegekend krachtens de Algemene militaire pensioenwet. Onder pensioen wordt ten deze niet verstaan het krachtens de Algemene militaire pensioenwet toegekende uitgestelde pensioen of het dienovereenkomstige pensioen dat geacht wordt krachtens die wet te zijn toegekend;
|
||||
s. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en wiens verplichte verzekering op grond van de Ziekenfondswet is geëindigd, zulks indien hij wacht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van verplichte verzekering ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, mits en voor zolang het ziekenfonds waarbij hij staat ingeschreven, het aannemelijk acht dat hem die arbeidsongeschiktheidsuitkering zal worden toegekend, doch gedurende ten hoogste 13 weken;
|
||||
t. tot de eerste dag van de maand waarin betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een pensioen geniet ten laste van de pensioenkas van de Stichting "Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg", mits hij op 31 december 1972 lid was van het Algemeen Ziekenfonds van voornoemde Stichting en hij, bij pensionering na laatstgenoemde datum, in aansluiting aan zijn actief lidmaatschap van genoemde pensioenkas in het genot van pensioen is gesteld. De in de vorige volzin bedoelde gepensioneerde, die op 31 december 1972 op grond van een dienstverhouding buiten het mijnbedrijf als verplicht-verzekerde bij een ander ziekenfonds was ingeschreven, wordt niettemin voor de toepassing van de vorige volzin geacht op dat tijdstip lid te zijn geweest van voornoemd Algemeen Ziekenfonds;
|
||||
u. gedurende de in artikel 3, tweede lid, onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bedoelde wachttijd, degene die, indien hij op de dag, voorafgaande aan die waarop die bepaling op hem van toepassing werd, verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet;
|
||||
v. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een toelage ontvangt krachtens artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
|
||||
w. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een WAO-uitkering als overheidswerknemer in de zin van artikel 1, onder l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen ontvangt, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%;
|
||||
x. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 20 of 21 van de Wet werk en bijstand;
|
||||
2. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die algemene bijstand ontvangt met toepassing van artikel 23 van de Wet werk en bijstand;
|
||||
y. degene wiens bijstand op grond van artikel 18, tweede lid, van de Wet werk en bijstand tot € 0 is verlaagd;
|
||||
x. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 29 of 30 van de Algemene bijstandswet;
|
||||
2. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die algemene bijstand ontvangt met toepassing van artikel 31 van de Algemene bijstandswet;.
|
||||
y. degene aan wie bijstand door burgemeester en wethouders op grond van artikel 14, eerste lid, van de Algemene bijstandswet geheel is geweigerd, gedurende de periode van weigering;
|
||||
z. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die met ingang van een dag, gelegen op of na de dag van inwerkingtreding van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, in het genot is gesteld van een uitkering ter zake van vervroegde pensionering en die op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan de uitkering wordt toegekend, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Onder een uitkering ter zake van vervroegde pensionering wordt verstaan een uitkering ter zake van pensionering voor de 65-jarige leeftijd ingevolge een pensioenregeling die ten doel heeft de verzorging van werknemers en gewezen werknemers bij ouderdom;
|
||||
aa. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een uitkering ontvangt krachtens de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan wel de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
bb. degene van 65 jaar of ouder die algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 22 of 23 van de Wet werk en bijstand;
|
||||
bb. degene van 65 jaar of ouder die algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 30 of 31 van de Algemene bijstandswet;.
|
||||
cc. vervallen;
|
||||
dd. vervallen;
|
||||
ee. vervallen;
|
||||
ff. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft, jonger dan 18 jaar is en een financiële bijdrage ontvangt voor het deelnemen aan een voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, voorzover hij uit hoofde daarvan niet als werknemer in de zin van de Ziektewet wordt aangemerkt.
|
||||
ff. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft, jonger dan 18 jaar is en een financiële bijdrage ontvangt op grond van artikel 3 van de Wet inschakeling werkzoekenden, voorzover hij uit hoofde daarvan niet als werknemer in de zin van de Ziektewet wordt aangemerkt.
|
||||
gg. vervallen;
|
||||
hh. vanaf de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die hier te lande woonachtig is en die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand, op grond van een door Nederland met een of meer andere staten gesloten verdrag inzake sociale zekerheid of op grond van een verordening van de Raad van de Europese Unie dan wel de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte als gezinslid aanspraak kon doen gelden op de in beginsel ten laste van een orgaan van een andere verdragsstaat respectievelijk van een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel van de Europese Economische Ruimte door een Nederlands ziekenfonds te verlenen verstrekkingen, tenzij ingevolge de desbetreffende verdragsbepalingen het recht op medische zorg als gezinslid bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet wordt beëindigd;
|
||||
ii. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, de vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder f tot en met k, van de Vreemdelingenwet 2000 en die werknemer is in de zin van de Ziektewet en wiens loon niet meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag;
|
||||
2. de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid blijft verzekerd indien hij uit hoofde van het verrichten van arbeid als bedoeld in het eerste lid, recht heeft op betaling van loon als bedoeld in artikel 629, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede indien de arbeid, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk is onderbroken als gevolg van betaald verlof, staking of uitsluiting;
|
||||
2. de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid blijft verzekerd indien hij uit hoofde van het verrichten van arbeid als bedoeld in het eerste lid, recht heeft op betaling van loon als bedoeld in artikel 629, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswetof de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede indien de arbeid, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk is onderbroken als gevolg van betaald verlof, staking of uitsluiting;
|
||||
3. met ingang van de eerste dag van de maand waarin betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, de in het eerste onderdeel bedoelde vreemdeling die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand ingevolge onderdeel 1 of 2 verzekerd was;
|
||||
jj. 1. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, de in Nederland wonende vreemdeling die na rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000:
|
||||
|
||||
– voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating, of
|
||||
– binnen de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of, buiten die termijn, in geval artikel 6.11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000, en
|
||||
|
||||
die op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan hij niet langer rechtmatig in Nederland verblijf hield in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000 verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet, zolang en voor zover betrokkene het loon of de uitkering waarop de ziekenfondsverzekering steunde blijft ontvangen;
|
||||
die op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan hij niet langer rechtmatig in Nederland verblijf hield in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000 verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet, zolang en voor zover betrokkene het loon of de uitkering waarop de ziekenfondsverzekering steunde blijft ontvangen.
|
||||
2. met ingang van de eerste dag van de maand waarin betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, de in het eerste onderdeel bedoelde vreemdeling die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand ingevolge dat onderdeel verzekerd was;
|
||||
3. de verzekering op grond van onderdeel 1 of 2 eindigt zodra:
|
||||
|
||||
|
|
@ -74,42 +84,42 @@ kk. degene die niet in Nederland woont en een periodieke uitkering ontvangt inge
|
|||
|
||||
**1.** Artikel 1, onder e, k, u en bb is niet van toepassing op degene die op grond van enige andere bepaling verzekerd ingevolge de Ziekenfondswet is.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde in artikel 1, onder f, is niet van toepassing, indien het overeengekomen vaste loon in geld, waarnaar de uitkering of het wachtgeld is berekend, dan wel – zodra gedurende 26 weken uitkering werd ontvangen – indien het bruto ongekorte uitkeringsbedrag, herleid op jaarbasis, meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag. Tot het bruto ongekorte uitkeringsbedrag wordt mede gerekend de toeslag ingevolge artikel 9 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb. 657).
|
||||
**2.** Het bepaalde in artikel 1, onder f, is niet van toepassing, indien het overeengekomen vaste loon in geld, waarnaar de uitkering of het wachtgeld is berekend, dan wel - zodra gedurende 26 weken uitkering werd ontvangen - indien het bruto ongekorte uitkeringsbedrag, herleid op jaarbasis, meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag. Tot het bruto ongekorte uitkeringsbedrag wordt mede gerekend de toeslag ingevolge artikel 9 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb. 657).
|
||||
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Artikel 1, onder o, p en r is niet van toepassing op degene wiens bezoldiging of pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de vergoeding in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen wegens het verschuldigd zijn van een premie krachtens een algemene pensioenwet en van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb. 657), meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag per jaar.
|
||||
Artikel 1, onder o, p en r is niet van toepassing op degene wiens bezoldiging of pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de vergoeding, bedoeld in artikel X3 van de Algemene Militaire Pensioenwet en van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb. 657), meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag per jaar.
|
||||
|
||||
Daarbij wordt het over één of meer gedeelten van een jaar genotene op jaarbasis herleid en wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van de bezoldiging en de uitkering, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**5.** Het bepaalde in artikel 1, onder t, is niet van toepassing op degene, die een pensioen ten laste van de pensioenkas van de Stichting "Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg" geniet, indien de pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de vergoeding, bedoeld in artikel 55 van het Reglement voor het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg op jaarbasis meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag. Daarbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van de pensioenuitkering, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
|
||||
**5.** Het bepaalde in artikel 1, onder *t*, is niet van toepassing op degene, die een pensioen ten laste van de pensioenkas van de Stichting "Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg" geniet, indien de pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de vergoeding, bedoeld in artikel 55 van het Reglement voor het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg op jaarbasis meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder *a*, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag. Daarbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van de pensioenuitkering, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het bepaalde in artikel 1, onder v, is niet van toepassing op:
|
||||
Het bepaalde in artikel 1, onder *v*, is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. degene die een toelage ontvangt indien 70% van zijn dagloon ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel van zijn dagloon krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen - herleid tot jaarloon - meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, tenzij hij op de dag, voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Hierbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van het dagloon, welke na 1 november van het voorafgaande jaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
|
||||
a. degene die een toelage ontvangt indien 70% van zijn dagloon ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel van zijn dagloon krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen - herleid tot jaarloon - meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder *a*, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, tenzij hij op de dag, voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Hierbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van het dagloon, welke na 1 november van het voorafgaande jaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
|
||||
b. degene die een toelage ontvangt welke minder dan 35% bedraagt van de grondslag, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop hij recht heeft dan wel recht zou hebben, indien hij voor toekenning van zulk een uitkering in aanmerking zou komen, is of zou zijn berekend, tenzij hij op de dag voorafgaande aan die met ingang waarvan de toelage wordt toegekend verzekerd was op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
|
||||
|
||||
**7.** Vervallen.
|
||||
**7.** Artikel 1, onder w, is niet van toepassing op degene die ter zake van de dienstbetrekking waaruit hij is ontslagen of waarin hij wegens arbeidsongeschiktheid niet of nog slechts ten dele arbeid verricht vanwege de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan hij een WAO-uitkering ontvangt, overeengekomen vaste, naar tijdsruimte en in geld vastgestelde inkomsten uit of in verband met arbeid ontvangt, indien deze inkomsten tezamen met de bedoelde WAO-uitkering op jaarbasis meer bedragen dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag en indien zijn WAO-uitkering wordt berekend naar het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, tenzij hij op de dag voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Tot het einde van het kalenderjaar wordt geen rekening gehouden met wijzigingen van het voor de vaststelling van de in de eerste volzin bedoelde WAO-uitkering gehanteerde dagloon, die na 1 november van het voorafgaande jaar hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**8.** Artikel 1, onder i, voor zover dit betrekking heeft op degene die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, alsmede onder n, r, t, v en w, is niet van toepassing op degene die deelneemt dan wel op de dag, voorafgaande aan de dag waarop zijn recht op uitkering of pensioen ingaat, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, van de Ziekenfondswet.
|
||||
|
||||
**9.** Artikel 1, onder g, s, x, z, aa en bb, is niet van toepassing op degene die deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, van de Ziekenfondswet.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen aanwijzen, op wie artikel 1, onder r, niet van toepassing is.
|
||||
**10.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen aanwijzen, op wie artikel 1, onder *r* of *w*, niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
**11.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen, behorende tot de in artikel 1, onder r, bedoelde personen, aanwijzen, die indien zij de wens daartoe te kennen geven, niet verzekerd worden ingevolge de Ziekenfondswet. In hetgeen verder met betrekking tot de vorige volzin regeling behoeft, wordt voorzien door Onze Minister.
|
||||
**11.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen, behorende tot de in artikel 1, onder *r* of *w*, bedoelde personen, aanwijzen, die indien zij de wens daartoe te kennen geven, niet verzekerd worden ingevolge de Ziekenfondswet. In hetgeen verder met betrekking tot de vorige volzin regeling behoeft, wordt voorzien door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**12.** Artikel 1, onder x, onderdeel 1, is niet van toepassing indien de in dat onderdeel bedoelde uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand betrekking heeft op de premie voor een particuliere ziektekostenverzekering, dan wel wordt verleend aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
|
||||
**12.** Artikel 1, onder *x*, onderdeel 1, is niet van toepassing indien de in dat onderdeel bedoelde uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet betrekking heeft op de premie voor een particuliere ziektekostenverzekering dan wel wordt verleend aan een zelfstandige in de zin van de Algemene bijstandswet.
|
||||
|
||||
**13.** Artikel 1, onder z, is niet van toepassing op degene die uitsluitend een uitgesteld vervroegd pensioen ontvangt. Onder een uitgesteld vervroegd pensioen wordt verstaan een vervroegd pensioen uit een dienstbetrekking die niet onmiddellijk voorafgaande aan de dag van ingang van dat pensioen is geëindigd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de dienstbetrekking geacht voort te duren zolang en voor zover in het tijdvak gelegen tussen de beëindiging van de dienstbetrekking en de ingangsdatum van het vervroegde pensioen, in verband met de beëindiging van bedoelde dienstbetrekking een uitkering op grond van een sociale verzekeringswet dan wel een uitkering als bedoeld in artikel 1, onder g of aa, is toegekend.
|
||||
**13.** Artikel 1, onder *z*, is niet van toepassing op degene die uitsluitend een uitgesteld vervroegd pensioen ontvangt. Onder een uitgesteld vervroegd pensioen wordt verstaan een vervroegd pensioen uit een dienstbetrekking die niet onmiddellijk voorafgaande aan de dag van ingang van dat pensioen is geëindigd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de dienstbetrekking geacht voort te duren zolang en voor zover in het tijdvak gelegen tussen de beëindiging van de dienstbetrekking en de ingangsdatum van het vervroegde pensioen, in verband met de beëindiging van bedoelde dienstbetrekking een uitkering op grond van een sociale verzekeringswet dan wel een uitkering als bedoeld in artikel 1, onder *g* of *aa*, is toegekend.
|
||||
|
||||
**14.** Artikel 1, onderdeel hh, is niet van toepassing op degene die in het tijdvak van vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, minder dan drie jaar verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet, dan wel rechthebbende op verstrekkingen ingevolge de wettelijke regeling van een of meer andere staten waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten of van een of meer andere lidstaten van de Europese Unie dan wel van de Europese Economische Ruimte. Voorzover voor de vaststelling van de in de eerste volzin bedoelde periode nodig, worden de tijdvakken gedurende welke betrokkene aanspraken had op grond van de in die volzin bedoelde wettelijke regelingen samengeteld, voorzover deze tijdvakken niet samenvallen. Onze Minister kan bepalen dat door hem aangewezen categorieën van personen als bedoeld in het eerste lid, onder hh, niet behoeven te voldoen aan de in de eerste volzin bedoelde voorwaarde.
|
||||
|
||||
**15.** Artikel 1 is niet van toepassing op degene die recht heeft op medische zorg krachtens een regeling van een op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, dan wel artikel 14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 aangewezen volkenrechtelijke organisatie.
|
||||
**15.** Artikel 1 is niet van toepassing op degene die recht heeft op medische zorg krachtens een regeling van een op grond van artikel 3, derde lid, dan wel artikel 13, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 aangewezen volkenrechtelijke organisatie.
|
||||
|
||||
**16.** Het bepaalde in artikel 1 is - tenzij anders bepaald - niet van toepassing op degene, die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,13 +131,13 @@ Waar ingevolge dit besluit voor de verzekering als voorwaarde wordt gesteld dat
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Degene, tot wie een of meer personen bedoeld in artikel 1, onder ii, onderdeel 1 of 2, en jj, onderdeel 1, in dienstbetrekking staan, wordt mede voor de toepassing van artikel 5 van de Ziekenfondswet beschouwd als werkgever. Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10 en 12 van de Ziektewet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Degene, tot wie een of meer personen bedoeld in artikel 1, onder c, ii, onderdeel 1 of 2, en jj, onderdeel 1, in dienstbetrekking staan, wordt mede voor de toepassing van artikel 5 van de Ziekenfondswet beschouwd als werkgever. Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10 en 12 van de Ziektewet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Degene, die belast is met de uitkering van wachtgeld, rente, pensioen of enige andere uitkering als bedoeld in de artikelen 1, 15, en 15*a*, wordt mede voor de toepassing van artikel 5 van de Ziekenfondswet beschouwd als werkgever van degene, aan wie het wachtgeld, de rente, het pensioen of enige andere uitkering als vorenbedoeld is toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die belast is met de uitkering van pensioen of enige uitkering aan de persoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en c, van de Ziekenfondswet, wordt, voor zover deze met de inhouding van ziekenfondspremie is belast, mede voor de toepassing van artikel 5 van de Ziekenfondswet beschouwd als werkgever van degene, aan wie het pensioen of de uitkering, als vorenbedoeld, is toegekend.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die de bijstand van de persoon, bedoeld in artikel 1, onder y, heeft verlaagd, wordt voor de toepassing van artikel 5 van de Ziekenfondswet als diens werkgever beschouwd.
|
||||
**4.** Degene die aan de persoon, bedoeld in artikel 1, onder y, een uitkering weigert, wordt voor de toepassing van artikel 5 van de Ziekenfondswet als diens werkgever beschouwd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
|
|
@ -135,31 +145,32 @@ Waar in het vervolg van dit besluit regelen worden gesteld krachtens welke een p
|
|||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
Bij de premieheffing ingevolge dit besluit over uitkeringen en pensioenen niet zijnde loon als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Ziekenfondswet, wordt geen premie geheven over:
|
||||
Bij de premieheffing ingevolge dit besluit over uitkeringen en pensioenen niet zijnde loon als bedoeld in artikel 4, wordt geen premie geheven over:
|
||||
|
||||
a. bedragen die worden ingehouden als verplichte bijdrage ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding;
|
||||
b. eenmalige uitkeringen en verstrekkingen ter zake van overlijden;
|
||||
c. uitkeringen en verstrekkingen tot dekking van op de uitkerings- of pensioengerechtigde drukkende kosten ter zake van ziekte, invaliditeit en bevalling;
|
||||
d. geschenken ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de inhoudingsplichtige, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de uitkerings- of pensioengerechtigde, voor zover de waarde daarvan een bedrag van € 35 per jaar niet overtreft;
|
||||
e. een tegemoetkoming in de voor rekening van de vervroegd gepensioneerde komende ziekenfondspremie tot ten hoogste het bedrag, dat overeenstemt met het werkgeversdeel, dat verschuldigd zou zijn, als de uitkering als loon zou worden aangemerkt.
|
||||
d. geschenken ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de inhoudingsplichtige, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de uitkerings- of pensioengerechtigde, voor zover de waarde daarvan een bedrag van € 136 per jaar niet overtreft.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Voor de verzekering van de verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder *c*, wordt een premie geheven tot het krachtens het eerste lid van artikel 15 van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage van het loon, dat in het tijdvak, waarover de betaling loopt, door de verzekerden is genoten.
|
||||
|
||||
Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, alsmede de artikelen 15, derde tot en met vijfde lid, en 16 van de Ziekenfondswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van de eerste volzin onder loon tevens wordt verstaan de verschuldigde inhoudingen op het loon, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder d, wordt over de uitkering een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
|
||||
**1.** Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder *d*, wordt over de uitkering een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel is het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet alsmede het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing, waarbij de uitkering, bedoeld in het eerste lid, als loon wordt aangemerkt en het orgaan dat de uitkering doet als werkgever wordt beschouwd.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel is het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet alsmede het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing, waarbij de uitkering als bedoeld in het eerste lid als loon wordt aangemerkt en het orgaan dat de uitkering doet als werkgever wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
|
||||
**4.** Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder f, wordt van de uitkering en het wachtgeld, welke de verzekerden hebben genoten in het tijdvak, waarover de betaling loopt, een premie geheven tot het krachtens het eerste lid van artikel 15 van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage. Daarbij wordt in voorkomend geval mede als uitkering of wachtgeld aangemerkt de toeslag ingevolge artikel 9 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (*Stb.* 657).
|
||||
**1.** Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder *f*, wordt van de uitkering en het wachtgeld, welke de verzekerden hebben genoten in het tijdvak, waarover de betaling loopt, een premie geheven tot het krachtens het eerste lid van artikel 15 van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage. Daarbij wordt in voorkomend geval mede als uitkering of wachtgeld aangemerkt de toeslag ingevolge artikel 9 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (*Stb.* 657).
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -221,13 +232,13 @@ Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder h, n, s en u, is al
|
|||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** Voor de verzekering van verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder j, wordt van de uitkering, die zij hebben genoten in het tijdvak waarover de betaling loopt, een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage.
|
||||
**1.** Voor de verzekering van verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder j, wordt van de uitkering, herleid tot een bruto-bedrag, die zij hebben genoten in het tijdvak waarover de betaling loopt, een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde krachtens artikel 15, derde en vijfde lid, van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing. Het orgaan dat de uitkering doet, wordt als werkgever beschouwd en de uitkering wordt als loon aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
|
||||
|
||||
**4.** De ingevolge het eerste lid afgedragen premie kan niet worden teruggevorderd indien na de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 16 van de Wet werk en inkomen kunstenaars, de verleende uitkering, bedoeld in artikel 15 van die wet, geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd.
|
||||
**4.** De ingevolge het eerste lid afgedragen premie kan niet worden teruggevorderd indien na de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 10 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de als renteloze geldlening verleende uitkering, bedoeld in artikel 9 van die wet, geheel of ten dele niet wordt omgezet in een bedrag om niet.
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
|
|
@ -235,16 +246,6 @@ Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder h, n, s en u, is al
|
|||
|
||||
**2.** Als werkgever van de verzekerde, bedoeld in artikel 1, onder k, wordt beschouwd de werkgever bij wie de verzekerde op de dag voorafgaande aan de eindiging van zijn dienstbetrekking in dienstbetrekking stond.
|
||||
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
**1.** Degenen, bedoeld in artikel 1, onder l, zijn over de uitkering een premie verschuldigd tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering is van overeenkomstige toepassing, waarbij de uitkering, bedoeld in het eerste lid, als loon wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel is het bepaalde krachtens artikel 15, derde en vijfde lid, van de Ziekenfondswet van overeenkomstige toepassing, waarbij de uitkering, bedoeld in het eerste lid, als loon wordt aangemerkt en het orgaan dat de uitkering doet, als werkgever wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister en Onze Minister van Defensie stellen de premie vast, verschuldigd voor de verzekering van verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder o en p.
|
||||
|
|
@ -253,26 +254,23 @@ Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder h, n, s en u, is al
|
|||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
**1.** De verzekerde, bedoeld in artikel 1, onder m of onder q, is premie verschuldigd overeenkomstig het in artikel 15a, eerste lid, van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage over het inkomen, bedoeld in artikel 3d, vierde lid, van de Ziekenfondswet.
|
||||
**1.** De verzekerde, bedoeld in artikel 1, onder q, is premie verschuldigd overeenkomstig het in artikel 15a, eerste lid, van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage over het inkomen, bedoeld in artikel 3d, vierde lid, van de Ziekenfondswet.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt ten aanzien van degene die krachtens artikel 1, onder m of onder q, verzekerd is en die tevens ingevolge artikel 3 van de Ziekenfondswet verzekerd is, de reeds uit hoofde van artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet betaalde procentuele premie in mindering gebracht tot maximaal de ingevolge het eerste lid verschuldigde premie.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt ten aanzien van degene die krachtens artikel 1, onder q, verzekerd is en die tevens ingevolge artikel 3 van de Ziekenfondswet verzekerd is, de reeds uit hoofde van artikel 15, eerste lid, betaalde procentuele premie in mindering gebracht tot maximaal de ingevolge het eerste lid verschuldigde premie.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 15a, tweede, derde, vijfde en zesde lid, van de Ziekenfondswet zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 15a, tweede, derde en vijfde lid, van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De ontvanger van de rijksbelastingdienst stort de ingevolge dit artikel ontvangen bedragen in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 15b, tweede lid, van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 11b
|
||||
|
||||
**1.** Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onder r, wordt van het uit te betalen pensioen een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
|
||||
**1.** Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onder *r*, wordt van het uit te betalen pensioen een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt mede als uit te betalen pensioen aangemerkt de bestanddelen van het pensioen, bedoeld in artikel A6, eerste lid, en tweede lid , onder b, van de Algemene militaire pensioenwet, de toeslag, bedoeld in artikel F7a van die wet, alsmede de toeslag, bedoeld in artikel 10 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel.
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid wordt mede als uit te betalen pensioen aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. de bestanddelen van het pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen ter zake van ziekten of gebreken, de invaliditeitsverhoging, de bijzondere invaliditeitsverhoging, de tropenverhoging, de overlijdensuitkering, de aanpassing aan algemene bezoldigingswijzigingen en de toeslag op het pensioen ter zake van ziekten of gebreken beneden de leeftijd van 65 jaar;
|
||||
b. de toeslag, bedoeld in artikel 10 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel.
|
||||
|
||||
**3.** Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet en artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering is van overeenkomstige toepassing. Onze Minister van Defensie wordt als werkgever beschouwd en het pensioen wordt als loon aangemerkt.
|
||||
**3.** Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet en artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering zijn van overeenkomstige toepassing. Onze Minister van Defensie wordt als werkgever beschouwd en het pensioen wordt als loon aangemerkt.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister van Defensie houdt de door de verzekerde ingevolge dit artikel verschuldigde premie in op het pensioen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -312,7 +310,7 @@ Voor een verzekerde die tevens verzekerd is krachtens artikel 3, eerste lid, ond
|
|||
|
||||
### Artikel 12b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Voor de verzekering van de verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder w, wordt een premie geheven tot het krachtens het eerste lid van artikel 15 van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage van de uit te betalen WAO-uitkering, die in het tijdvak, waarover de betaling loopt, door de verzekerden is genoten. Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, alsmede de artikelen 15, derde tot en met vijfde lid, en 16 van de Ziekenfondswet zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -322,7 +320,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
|
||||
|
||||
**4.** De ingevolge het eerste lid afgedragen premie kan niet worden teruggevorderd indien de in de vorm van een geldlening als bedoeld in artikel 50 van de Wet werk en bijstand verstrekte bijstand wordt afgelost.
|
||||
**4.** De ingevolge het eerste lid afgedragen premie kan niet worden teruggevorderd indien de in de vorm van een geldlening als bedoeld in artikel 20 van de Algemene bijstandswet verstrekte bijstand wordt afgelost.
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
|
|
@ -354,7 +352,7 @@ Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onder y, wordt gee
|
|||
|
||||
**1.** Degenen, bedoeld in de artikelen 1, onder bb, hh, ii, onderdeel 3, jj, onderdeel 2, kk, onderdeel 2, 15b en 15c, derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onder c, en in artikel 3c van de Ziekenfondswet, zijn een premie verschuldigd over het ouderdomspensioen, de toeslag en de vakantie-uitkering, waarop zij aanspraak hebben krachtens de Algemene Ouderdomswet, alsmede over hun inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven. Onze Minister bepaalt welke inkomsten worden beschouwd als inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.
|
||||
|
||||
**2.** Over het ouderdomspensioen, de toeslag, de vakantie-uitkering en de tegemoetkoming waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet of de Tijdelijke regeling tegemoetkoming AOW-ers, is een premie verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage. De premie wordt per maand berekend over het ouderdomspensioen en de toeslag, met inbegrip van de vakantie-uitkering. Geen premie is verschuldigd over de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 18 van de Algemene Ouderdomswet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 32 in verbinding met artikel 18, van die wet.
|
||||
**2.** Over het ouderdomspensioen, de toeslag en de vakantie-uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet, is een premie verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage. De premie wordt per maand berekend over het ouderdomspensioen en de toeslag, met inbegrip van de vakantie-uitkering. Geen premie is verschuldigd over de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 18 van de Algemene Ouderdomswet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 32 in verbinding met artikel 18, van die wet.
|
||||
|
||||
**3.** Over de inkomsten van de verzekerde uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven wordt een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen te bepalen percentage.
|
||||
|
||||
|
|
@ -362,7 +360,7 @@ Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onder y, wordt gee
|
|||
|
||||
Voor de verzekering van degenen, bedoeld in de artikelen 1, onder bb, hh, ii, onderdeel 3, jj, onderdeel 2, kk, onderdeel 2, 15b en 15c, derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onder c, en in artikel 3c van de Ziekenfondswet, wordt
|
||||
|
||||
a. de in het tweede lid bedoelde premie door de Sociale verzekeringsbank, ingehouden op het ouderdomspensioen en de toeslag waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet, welk orgaan de premie stort in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
|
||||
a. de in het tweede lid bedoelde premie door de Sociale verzekeringsbank dan wel, indien uitbetaling van de in het tweede lid bedoelde uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet met toepassing van artikel 19, vijfde lid, van die wet plaatsvindt door een pensioeninstelling, die pensioeninstelling, ingehouden op het ouderdomspensioen en de toeslag waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet, welke organen de premie storten in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
|
||||
b. de in het derde lid bedoelde premie op de inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven, voor zover die inkomsten bestaan uit door Onze Minister aan te wijzen uitkeringen, ingehouden door het orgaan dat die uitkeringen betaalbaar stelt, welk orgaan de premie stort in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet; Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
|
||||
c. de premie over alle overige inkomsten waarover premie verschuldigd is, bij de verzekerde geïnd door het ziekenfonds waarbij de verzekerde staat ingeschreven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -376,7 +374,7 @@ c. de premie over alle overige inkomsten waarover premie verschuldigd is, bij de
|
|||
|
||||
**9.** Voor de toepassing van dit artikel wordt ten aanzien van de verzekerde die een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet geniet en daarnaast een uitkering ontvangt ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid in verband waarmee genoemd ouderdomspensioen is gekort, die uitkering gelijkgesteld met een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, voor zover bedoelde uitkering de vorenbedoelde op het ouderdomspensioen toegepaste korting niet te boven gaat. Indien het een gehuwde pensioengerechtigde betreft wordt voor de toepassing van de vorige volzin de korting op de toeslag ingevolge artikel 8 van de Algemene Ouderdomswet dan wel op het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van de huwelijkspartner mede in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**10.** In afwijking van het vierde lid, onder *b*, wordt de over een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand verschuldigde premie, ingehouden door het orgaan dat die uitkering betaalbaar stelt, welk orgaan de premie afdraagt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
**10.** In afwijking van het vierde lid, onder *b*, wordt de over een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet verschuldigde premie, ingehouden door het orgaan dat die uitkering betaalbaar stelt, welk orgaan de premie afdraagt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
|
|
@ -410,7 +408,7 @@ Over het deel van de uitkering dat het in de vorige volzin bedoelde bedrag te bo
|
|||
|
||||
### Artikel 14d
|
||||
|
||||
Voor zover de premie welke ingevolge dit besluit verschuldigd is, niet wordt geheven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verricht het College zorgverzekeringen de controle op de inning en afdracht van de ziekenfondspremie. Onze Minister kan hieromtrent nadere regelen stellen.
|
||||
Voor zover de premie welke ingevolge dit besluit verschuldigd is, niet wordt geheven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of een ander orgaan dat is onderworpen aan het toezicht van het College van toezicht sociale verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk II van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, verricht het College zorgverzekeringen de controle op de inning en afdracht van de ziekenfondspremie. Onze Minister kan hieromtrent nadere regelen stellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14e
|
||||
|
||||
|
|
@ -445,12 +443,9 @@ g. de weduwe en de wezen van de onder *f* bedoelde personen, die op grond van he
|
|||
Degenen die:
|
||||
|
||||
a. als overheidswerknemer in de zin van artikel 1, onder l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen een WAO-uitkering ontvangen, dan wel;
|
||||
b. een pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen genieten, berekend naar een invaliditeit van minder dan 45 % en die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen verzekerd waren op grond van artikel 1, onder r of w, zoals die onderdelen tot vorenbedoeld tijdstip luidden, blijven verzekerd onder de voorwaarden zoals die op dat tijdstip golden.
|
||||
b. een pensioen ingevolge de Algemene militaire pensioenwet genieten, berekend naar een invaliditeit van minder dan 45 % en die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen verzekerd waren op grond van artikel 1, onder r of w, zoals die onderdelen tot vorenbedoeld tijdstip luidden, blijven verzekerd onder de voorwaarden zoals die op dat tijdstip golden. Met betrekking tot de vaststelling, de invordering en de afdracht van de premie zijn de artikelen 11b en 12b van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De belanghebbende, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet privatisering ABP die aanspraak heeft op het diensttijdpensioen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van die wet doch niet een WAO-uitkering als bedoeld in het eerste lid ontvangt, en die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op de toegang tot de ziektekostenverzekeringen verzekerd was op grond van artikel 1, onder *w*, zoals dat onderdeel tot vorenbedoeld tijdstip luidde, blijft verzekerd onder de voorwaarden zoals die op dat tijdstip golden.
|
||||
|
||||
**3.** a. Voor de verzekering van de verzekerden, bedoeld in het eerste lid, onder a, en het tweede lid wordt een premie geheven tot het krachtens het eerste lid van artikel 15 van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage van de uit te betalen WAO-uitkering, die in het tijdvak, waarover de betaling loopt, door de verzekerden is genoten. Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, alsmede de artikelen 15, derde tot en met vijfde lid, en 16 van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
b. Met betrekking tot de vaststelling, de invordering en de afdracht van de premie voor de verzekering van verzekerden, bedoeld in het eerste lid, onder b, is artikel 11b van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De belanghebbende, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet privatisering ABP die aanspraak heeft op het diensttijdpensioen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van die wet doch niet een WAO-uitkering als bedoeld in het eerste lid ontvangt, en die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op de toegang tot de ziektekostenverzekeringen verzekerd was op grond van artikel 1, onder *w*, zoals dat onderdeel tot vorenbedoeld tijdstip luidde, blijft verzekerd onder de voorwaarden zoals die op dat tijdstip golden. Met betrekking tot de vaststelling, de invordering en de afdracht van de premie is artikel 12*b* van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 15b
|
||||
|
||||
|
|
@ -458,11 +453,11 @@ Verzekerd is degene die hier te lande woonachtig is en die op 31 december 1997
|
|||
|
||||
### Artikel 15c
|
||||
|
||||
**1.** Tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, is verzekerd de vreemdeling die op 1 juli 1998 rechtmatig hier te lande verblijf houdt, als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 5, van de Vreemdelingenwet, voor zover en zolang betrokkene op grond van artikel XXIII, tweede lid, van de Wet van 26 maart 1998 tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (Stb. 203), algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 20 of 21 van de Wet werk en bijstand.
|
||||
**1.** Tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, is verzekerd de vreemdeling die op 1 juli 1998 rechtmatig hier te lande verblijf houdt, als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 5, van de Vreemdelingenwet, voor zover en zolang betrokkene op grond van artikel XXIII, tweede lid, van de Wet van 26 maart 1998 tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (Stb. 203), algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 29 of 30 van de Algemene bijstandswet.
|
||||
|
||||
**2.** Tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, is verzekerd de vreemdeling die op 1 juli 1998 rechtmatig hier te lande verblijf houdt, als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 5, van de Vreemdelingenwet, voor zover en zolang betrokkene op grond van artikel XXIII, tweede lid, van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland, algemene bijstand ontvangt met toepassing van artikel 23 van de Wet werk en bijstand.
|
||||
**2.** Tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, is verzekerd de vreemdeling die op 1 juli 1998 rechtmatig hier te lande verblijf houdt, als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 5, van de Vreemdelingenwet, voor zover en zolang betrokkene op grond van artikel XXIII, tweede lid, van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland, algemene bijstand ontvangt met toepassing van artikel 31 van de Algemene bijstandswet.
|
||||
|
||||
**3.** Verzekerd is met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand ingevolge het eerste of tweede lid verzekerd was, zolang en voor zover betrokkene algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 22 of 23 van de Wet werk en bijstand.
|
||||
**3.** Verzekerd is met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand ingevolge het eerste of tweede lid verzekerd was, zolang en voor zover betrokkene algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 30 of 31 van de Algemene bijstandswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 15d
|
||||
|
||||
|
|
@ -476,7 +471,7 @@ Indien hij daartoe de wens te kennen geeft, is tot de eerste dag van de maand wa
|
|||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd hetgeen krachtens dit besluit omtrent de procentuele premie is bepaald, wordt voor de verzekering van de verzekerde, bedoeld in de artikelen 1, onder d, e, f, g, h, i, j, k, l, m, n, q, r, s, t, u, v, x, onderdeel 1, z, aa, bb, ff, hh, ii en jj, kk,9, 12a, 14, 15, 15a, 15b, 15c, eerste en derde lid, en 15d, van 18 jaar of ouder en zijn medeverzekerde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Ziekenfondswet, een jaarlijkse nominale premie geheven. Met betrekking tot deze nominale premie zijn de regelen die bij of krachtens artikel 17, eerste tot en met zesde lid, van de Ziekenfondswet zijn gesteld van toepassing.
|
||||
**1.** Onverminderd hetgeen krachtens dit besluit omtrent de procentuele premie is bepaald, wordt voor de verzekering van de verzekerde, bedoeld in de artikelen 1, onder c, d, e, f, g, h, i, j, k, n, q, r, s, t, u, v, w, x, onderdeel 1, z, aa, bb, ff, hh, ii en jj, kk, 9, 12a, 14, 15, 15a, 15b, 15c, eerste en derde lid, en 15d, van 18 jaar of ouder en zijn medeverzekerde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Ziekenfondswet, een jaarlijkse nominale premie geheven. Met betrekking tot deze nominale premie zijn de regelen die bij of krachtens artikel 17, eerste tot en met zesde lid, van de Ziekenfondswet zijn gesteld van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan met betrekking tot de in dit artikel bedoelde nominale premie verschuldigd voor de verzekering van door hem aan te wijzen groepen van personen die krachtens artikel 3, eerste lid, onder b, c of d, van de Ziekenfondswet verzekerd zijn en die naar de omstandigheden beoordeeld woonachtig zijn op het grondgebied van een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap, dan wel een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, andere regelen stellen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue