From e468d127dbb40a1d3bdf25aa589883701d2a033e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 May 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-05-01 | BWBR0001903 | Wetboek van Strafvordering --- wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md | 11 ++++++++--- 1 file changed, 8 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md b/wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md index 8ba95c2de23..98781d97104 100644 --- a/wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md +++ b/wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md @@ -1453,7 +1453,7 @@ c. het bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven terzake van verdenking van een Een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven in geval van verdenking van: a. een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld; -b. een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138ab, 138b, 139c, 139d, eerste en tweede lid, artikel 139h, eerste en tweede lid, 139g, 141a, 137c, tweede lid, 137d, eerste lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 151, 184a, 254a, 248d, 248e, 272, 284, eerste lid, 285, eerste lid, 285b, 285c, 300, eerste lid, 321, 326c, tweede lid, 326d, 340, 342, 344a, 344b, 347, eerste lid, 350, 350a, 350c, 350d351, 395, 417bis, 420bis.1, 420quater en 420quater.1 van het Wetboek van Strafrecht; +b. een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138ab, 138b, 138c, 139c, 139d, eerste en tweede lid, artikel 139h, eerste en tweede lid, 139g, 141a, 137c, tweede lid, 137d, eerste lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 151, 184a, 254a, 248d, 248e, 272, 284, eerste lid, 285, eerste lid, 285b, 285c, 300, eerste lid, 321, 326c, tweede lid, 326d, 340, 342, 344a, 344b, 347, eerste lid, 350, 350a, 350c, 350d351, 395, 417bis, 420bis.1, 420quater en 420quater.1 van het Wetboek van Strafrecht; c. een der misdrijven omschreven in: artikel 86i, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998; @@ -5384,6 +5384,10 @@ Vervallen **3.** De personen, bedoeld in artikel 51e, tweede lid, eerste volzin, derde, vijfde of zesde lid, kunnen de voorzitter verzoeken of het hen toegekende spreekrecht mag worden uitgeoefend door hun raadsman of een daartoe bijzondere gemachtigde. Indien meer dan drie nabestaanden bedoeld onder 51e, vierde lid, onder b, hebben meegedeeld dat zij van hun spreekrecht gebruik willen maken, en zij het onderling niet eens kunnen worden over wie van hen het woord zal voeren, beslist de voorzitter welke drie personen van het spreekrecht gebruik kunnen maken. +### Artikel 258a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 259 Strafbare feiten welke op dezelfde terechtzitting worden aangebracht en waartusschen verband bestaat of welke door denzelfden persoon zijn begaan, worden gevoegd aan de kennisneming van de rechtbank onderworpen, indien dit in het belang van het onderzoek is. @@ -9718,11 +9722,12 @@ Het eerste lid heeft betrekking op strafbare feiten, bedoeld in: – artikel 1 van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (*Trb.* 1977, 63); – artikel 2 van het Verdrag ter bestrijding van terroristische bomaanslagen (*Trb.* 1999, 161); – artikel 2 van het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (*Trb.* 2000, 12); -– de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme (*Trb.* 2006, 34). +– de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme (*Trb.* 2006, 34); +– de artikelen 2 tot en met 6 van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (*Trb.* 2016, 180). **3.** Op een verzoek als bedoeld in de laatste zinsnede van het eerste lid is het bepaalde in artikel 5.3.7, eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing. -**4.** Voorts is het bepaalde in artikel 5.3.7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, niet van toepassing op verzoeken gegrond op het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme en op de Overeenkomst betreffende de toepassing van dat Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen (*Trb.* 1980, 14), op het Verdrag ter bestrijding van terroristische bomaanslagen, op het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme en op het Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme. +**4.** Voorts is het bepaalde in artikel 5.3.7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, niet van toepassing op verzoeken gegrond op het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme en op de Overeenkomst betreffende de toepassing van dat Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen (*Trb.* 1980, 14), op het Verdrag ter bestrijding van terroristische bomaanslagen, op het Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme, op het Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme en op het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2016, 180). ##### Paragraaf 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie