2004-02-13 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2004-02-13 12:00:00 +00:00
parent ca302a0bb7
commit e487b5c8f7

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Wet op het voortgezet onderwijs
Deze wet verstaat onder:
«Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
«Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
«de inspectie»: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
@ -395,7 +395,7 @@ landbouw en natuurlijke omgeving.
### Artikel 10d
**1.** Aan een scholengemeenschap waarvan ten minste een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend beroepsonderwijs deel uitmaken, kan, naast het onderwijs in de leerwegen, genoemd in de artikelen 10 en 10b, onderwijs in de gemengde leerweg worden gegeven. In afwijking van de eerste volzin kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen onder door hem te stellen voorwaarden, op aanvraag van het bevoegd gezag van een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, toestaan dat aan die school onderwijs in de gemengde leerweg wordt gegeven. In afwijking van de eerste volzin, kan Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij onder door hem te stellen voorwaarden, op aanvraag van het bevoegd gezag van een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, ten behoeve van het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs en in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, toestaan dat onderwijs in de gemengde leerweg wordt gegeven.
**1.** Aan een scholengemeenschap waarvan ten minste een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend beroepsonderwijs deel uitmaken, kan, naast het onderwijs in de leerwegen, genoemd in de artikelen 10 en 10b, onderwijs in de gemengde leerweg worden gegeven. In afwijking van de eerste volzin kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onder door hem te stellen voorwaarden, op aanvraag van het bevoegd gezag van een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, toestaan dat aan die school onderwijs in de gemengde leerweg wordt gegeven. In afwijking van de eerste volzin, kan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onder door hem te stellen voorwaarden, op aanvraag van het bevoegd gezag van een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, ten behoeve van het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs en in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, toestaan dat onderwijs in de gemengde leerweg wordt gegeven.
**2.**
@ -1077,7 +1077,7 @@ Vervallen
**1.** Aan de leerlingen van de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs wordt gelegenheid gegeven aan deze scholen een eindexamen af te leggen, tenzij in de plaats daarvan de gelegenheid bestaat tot het afleggen van een eindexamen, dat niet vanwege de school wordt afgenomen en het bevoegd gezag in verband hiermede een eindexamen aan de school niet nodig oordeelt.
**2.** Het eindexamen wordt afgenomen door de rector, de directeur, de conrector, de adjunct-directeur of een of meer leden van de centrale directie en leraren van de school onder toezicht, behoudens in nader bij algemene maatregel van bestuur te noemen gevallen, van een of meer door de Informatie Beheer Groep, dan wel, voor zover het landbouwonderwijs betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan te wijzen gecommitteerden. Het eindexamen kan mede worden afgenomen door deskundigen. Het bevoegd gezag wijst de deskundigen aan.
**2.** Het eindexamen wordt afgenomen door de rector, de directeur, de conrector, de adjunct-directeur of een of meer leden van de centrale directie en leraren van de school onder toezicht, behoudens in nader bij algemene maatregel van bestuur te noemen gevallen, van een of meer door de Informatie Beheer Groep, dan wel, voor zover het landbouwonderwijs betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen gecommitteerden. Het eindexamen kan mede worden afgenomen door deskundigen. Het bevoegd gezag wijst de deskundigen aan.
**3.** Zij die het eindexamen met goed gevolg hebben afgelegd, ontvangen een diploma. Leerlingen van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, die met goed gevolg een gedeelte van het examenprogramma hebben afgelegd, ontvangen een getuigschrift voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en leerlingen die een leer-werktraject met goed gevolg afsluiten, ontvangen een diploma basisberoepsgerichte leerweg/leer-werktraject. Onze minister stelt de modellen van diploma's en getuigschriften vast.
@ -1288,7 +1288,7 @@ b. rechten en plichten van het personeel en het bevoegd gezag bij ziekte, bevall
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende algemene arbeidsduur.
**4.** Onder regeling van de rechtspositie als bedoeld in het eerste lid wordt tevens begrepen het vaststellen van bepalingen inzake aanstelling, benoeming, schorsing, disciplinaire maatregelen en ontslag van personeel. De bepalingen omtrent ontslag mogen het personeel van de openbare scholen niet minder rechten verschaffen dan die welke voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voortvloeien uit de bepalingen van dwingend recht van de titel 10 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
**4.** Onder regeling van de rechtspositie als bedoeld in het eerste lid wordt tevens begrepen het vaststellen van bepalingen inzake aanstelling, benoeming, schorsing, disciplinaire maatregelen en ontslag van personeel. De bepalingen omtrent ontslag mogen het personeel van de openbare scholen niet minder rechten verschaffen dan die welke voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voortvloeien uit de bepalingen van dwingend recht van titel 10 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 39
@ -1768,9 +1768,9 @@ Vervallen
### Artikel 65
**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen stelt na overleg met de daarvoor in aanmerking komende organisaties en, voor zover het betreft het landbouwonderwijs, in overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, jaarlijks een plan van scholen vast, die in de drie kalenderjaren, volgende op het jaar van de vaststelling voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking zullen worden gebracht. Dit plan heeft ten doel te komen tot een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen naar soort van onderwijs, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied. Op het plan worden uitsluitend scholen geplaatst waarover overleg heeft plaats gevonden met de in de eerste volzin bedoelde organisaties.
**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt na overleg met de daarvoor in aanmerking komende organisaties en, voor zover het betreft het landbouwonderwijs, in overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, jaarlijks een plan van scholen vast, die in de drie kalenderjaren, volgende op het jaar van de vaststelling voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking zullen worden gebracht. Dit plan heeft ten doel te komen tot een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen naar soort van onderwijs, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied. Op het plan worden uitsluitend scholen geplaatst waarover overleg heeft plaats gevonden met de in de eerste volzin bedoelde organisaties.
**2.** Het ontwerp van het Plan van Scholen wordt jaarlijks voor 1 september bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Het plan wordt niet vastgesteld dan nadat vier weken na de bekendmaking en overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens te kennen wordt gegeven dat over dat ontwerp overleg gewenst wordt. De vaststelling van het Plan van Scholen geschiedt voor 1 oktober, volgend op de datum van de bekendmaking van het ontwerp.
**2.** Het ontwerp van het Plan van Scholen wordt jaarlijks voor 1 september bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Het plan wordt niet vastgesteld dan nadat vier weken na de bekendmaking en overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens te kennen wordt gegeven dat over dat ontwerp overleg gewenst wordt. De vaststelling van het Plan van Scholen geschiedt voor 1 oktober, volgend op de datum van de bekendmaking van het ontwerp.
**3.** Bij de samenstelling van het plan wordt uitgegaan van de verzoeken en de deelplannen, bedoeld in artikel 66.
@ -1862,7 +1862,7 @@ Vervallen
### Artikel 72
Indien op grond van artikel 75c beroep is ingesteld tegen:
Indien op grond van artikel 75c1 beroep is ingesteld tegen:
a. een besluit omtrent het vervallen van een school uit het plan, anders dan op verzoek van de aanvrager op grond van artikel 67, vierde lid, of
b. een besluit waarbij aan een verzoek tot opneming van een school in het plan geen gevolg is gegeven,
@ -2277,7 +2277,7 @@ c. de wijze waarop de voor elke voorziening vast te stellen bekostiging wordt be
**4.** De programma's van eisen voldoen aan de redelijke behoeften van een in normale omstandigheden verkerende school.
**5.** Alle ontwerpen van ministeriële regelingen tot vaststelling van de programma's van eisen worden gezamenlijk bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De ministeriële regelingen treden niet in werking dan nadat zes weken na die bekendmaking zijn verstreken. De ministeriële regelingen worden binnen vier weken na de vaststelling bekendgemaakt.
**5.** Alle ontwerpen van ministeriële regelingen tot vaststelling van de programma's van eisen worden gezamenlijk bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De ministeriële regelingen treden niet in werking dan nadat zes weken na die bekendmaking zijn verstreken. De ministeriële regelingen worden binnen vier weken na de vaststelling bekendgemaakt.
### Artikel 81
@ -2312,7 +2312,7 @@ b. leer- en hulpmiddelen.
### Artikel 82
**1.** Een wijziging van een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 80 wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop die wijziging betrekking heeft.
**1.** Een wijziging van een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 80 wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop die wijziging betrekking heeft.
**2.** Het ontwerp van de in het eerste lid bedoelde regeling wordt bekendgemaakt in het in dat lid genoemde publikatieblad. De ministeriële regeling treedt niet in werking dan nadat vier weken na die bekendmaking zijn verstreken.
@ -2432,7 +2432,7 @@ b. de overige leerjaren.
**6.** Bij de vaststelling van de in het derde lid onder a tot en met c bedoelde bedragen, dan wel als tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te geven regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks schatkist zich daartegen verzet.
**7.** De ministeriële regeling, bedoeld in het vijfde lid, wordt bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan nadat 4 weken zijn verstreken na het overleggen aan de Tweede Kamer en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens tot overleg over de regeling te kennen wordt gegeven, dan wel met de Tweede Kamer overleg is gevoerd. De eerste tot en met derde volzin zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van tussentijdse aanpassingen als bedoeld in het zesde lid.
**7.** De ministeriële regeling, bedoeld in het vijfde lid, wordt bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan nadat 4 weken zijn verstreken na het overleggen aan de Tweede Kamer en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens tot overleg over de regeling te kennen wordt gegeven, dan wel met de Tweede Kamer overleg is gevoerd. De eerste tot en met derde volzin zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van tussentijdse aanpassingen als bedoeld in het zesde lid.
### Artikel 87
@ -2635,7 +2635,7 @@ Vervallen
**5.** De op grond van het eerste lid toe te kennen vergoeding kan in een schooljaar niet hoger zijn dan de in het daaraan voorafgaande schooljaar op grond van dit artikel toegekende vergoeding. De eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van de vergoeding voor het tweede schooljaar indien de vergoeding voor het eerste schooljaar is bepaald op grond van het derde lid. Bij de toepassing van de eerste volzin blijft het teruggestorte bedrag, bedoeld in het zevende lid, buiten beschouwing.
**6.** Het bevoegd gezag dat een school als bedoeld in het eerste lid in stand houdt die voor die tijd door de gemeente in stand werd gehouden, legt aan die gemeente en aan de andere rechtspersonen die zulke scholen in stand houden, jaarlijks een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over met betrekking tot de uitgaven en ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur.
**6.** Het bevoegd gezag dat een school als bedoeld in het eerste lid in stand houdt die voor die tijd door de gemeente in stand werd gehouden, legt aan die gemeente en aan de andere rechtspersonen die een of meer niet door de gemeente in stand gehouden scholen in die gemeente in stand houden, jaarlijks een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over met betrekking tot de uitgaven en ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur.
**7.** Voor zover voor een school als bedoeld in het eerste lid, de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met 18% van de vergoeding voor de exploitatiekosten, op grond van artikel 86, in een schooljaar niet volledig is aangewend voor uitgaven voor administratie, beheer en bestuur, wordt het verschil door het bevoegd gezag, bedoeld in het zesde lid, teruggestort in de gemeentekas.
@ -2823,7 +2823,7 @@ e. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
### Artikel 98b
**1.** Het bevoegd gezag van een school is aangesloten bij een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet ten behoeve van gewezen personeel. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het bestuur van een centrale dienst voor zover het betreft personeel dat is belast met het geven van leerwegondersteunend onderwijs dan wel het uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 53b, eerste lid, tweede volzin. De in de eerste volzin bedoelde rechtspersoon wordt door Onze Minister aangewezen.
**1.** Het bevoegd gezag van een school is aangesloten bij een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het bestuur van een centrale dienst voor zover het betreft personeel dat is belast met het geven van leerwegondersteunend onderwijs dan wel het uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 53b, eerste lid, tweede volzin. De in de eerste volzin bedoelde rechtspersoon wordt door Onze Minister aangewezen.
**2.** Het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur voldoet aan de rechtspersoon jaarlijks een door die rechtspersoon vast te stellen bijdrage in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.