From e48b69a0c843b2faacf4acc03c972144430bdada Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-01-01 | BWBR0009276 | Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 --- .../BWBR0009276/README.md | 414 ++++++++++++------ 1 file changed, 285 insertions(+), 129 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-kamers-van-koophandel-en-fabrieken-1997/BWBR0009276/README.md b/wet/wet-op-de-kamers-van-koophandel-en-fabrieken-1997/BWBR0009276/README.md index 1fed3fae1bd..b3d8a1eb6b0 100644 --- a/wet/wet-op-de-kamers-van-koophandel-en-fabrieken-1997/BWBR0009276/README.md +++ b/wet/wet-op-de-kamers-van-koophandel-en-fabrieken-1997/BWBR0009276/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 bwb_id: BWBR0009276 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '1998-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2007-10-18' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009276 citeertitel: Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 --- @@ -20,7 +20,9 @@ a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken; b. SER: Sociaal-Economische Raad; c. kamer: kamer van koophandel en fabrieken; d. hoofdvestigingskamer: de kamer waarbij de onderneming op grond van artikel 6 van de Handelsregisterwet 1996 ingeschreven is of behoort te zijn; -e. nevenvestigingskamer: de kamer in het gebied waarvan een nevenvestiging van de onderneming gelegen is, niet zijnde de hoofdvestigingskamer. +e. nevenvestigingskamer: de kamer in het gebied waarvan een nevenvestiging van de onderneming gelegen is, niet zijnde de hoofdvestigingskamer; +f. samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband bedoeld in artikel 22a; +g. overlegorganisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die niet bedrijfsmatig werkzaam is, blijkens zijn statuten met betrekking tot meerdere bedrijfstakken tot doel heeft de belangen te behartigen van ondernemers of werknemers en door de SER voor meerdere kamers als organisatie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, is aangewezen. ## Hoofdstuk 2. Instelling van de kamers @@ -28,9 +30,9 @@ e. nevenvestigingskamer: de kamer in het gebied waarvan een nevenvestiging van d **1.** Over het gehele land zijn er kamers van koophandel en fabrieken die tot doel hebben de bevordering van de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening in hun gebied. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de kamers ingesteld en opgeheven en wordt voor elke kamer het gebied vastgesteld. +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de kamers ingesteld en opgeheven en wordt voor elke kamer het gebied vastgesteld. -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de gevolgen van de instelling, opheffing en gebiedsindeling van de kamers, waarbij zonodig voor de duur van ten hoogste vier jaren kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8, 9, 10, 11, 14, 15, 32, 33, 35, 37, 44, 45, 46, 47, 51 en 52. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de gevolgen van de instelling, opheffing en gebiedsindeling van de kamers, waarbij zonodig voor de duur van ten hoogste vier jaren kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8, 9, 10, 11, 17, 36, 45, 45a, 47, 48, 49, 51 en 52 en artikel 49 van de Handelsregisterwet 200.. **4.** Alvorens Onze Minister een voordracht voor een besluit als bedoeld in het tweede of derde lid doet, stelt hij de kamers, waarvan het gebied bij het in overweging zijnde besluit betrokken is, in de gelegenheid van hun inzicht te doen blijken. @@ -50,19 +52,21 @@ De bepalingen van deze wet zijn tevens van toepassing op instellingen die door d ### Artikel 5 -**1.** Het bestuur van een kamer bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. +**1.** Het bestuur van een kamer bestaat uit een algemeen bestuur en een voorzitter. **2.** Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de kamer. ### Artikel 6 -**1.** Het algemeen bestuur benoemt al dan niet uit zijn midden een voorzitter. De voorzitter heeft stemrecht. +**1.** Het algemeen bestuur benoemt al dan niet uit zijn midden een voorzitter. De uit het midden van het algemeen bestuur benoemde voorzitter is lid van het algemeen bestuur en heeft stemrecht. De niet uit het midden van het algemeen bestuur benoemde voorzitter is lid van het algemeen bestuur en heeft geen stemrecht. Voor de toepassing van artikel 7 wordt de niet uit het midden van het algemeen bestuur benoemde voorzitter niet als lid van het algemeen bestuur aangemerkt. **2.** Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter. **3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde benoemingen geschieden voor een door het algemeen bestuur te bepalen termijn, die de zittingsduur van het algemeen bestuur niet overschrijdt. -**4.** Het algemeen bestuur kan een uit zijn midden benoemde voorzitter of plaatsvervangend voorzitter tussentijds van zijn functie ontheffen, dan wel een niet uit zijn midden benoemde voorzitter tussentijds ontslaan, op eigen verzoek of indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. +**4.** Het algemeen bestuur kan een voorzitter of plaatsvervangend voorzitter schorsen of ontslaan, wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. + +**5.** Onze Minister kan in bijzondere omstandigheden een voorzitter of plaatsvervangend voorzitter schorsen of ontslaan, gehoord het algemeen bestuur. ### Paragraaf 2. Samenstelling van het algemeen bestuur @@ -70,24 +74,34 @@ De bepalingen van deze wet zijn tevens van toepassing op instellingen die door d **1.** Het algemeen bestuur bestaat voor eenderde deel uit leden afkomstig uit de kring van ondernemers in het midden- en kleinbedrijf, voor eenderde deel uit leden afkomstig uit de kring van overige ondernemers en voor eenderde deel uit leden afkomstig uit de kring van werknemers. -**2.** Het aantal leden van het algemeen bestuur bedraagt ten minste dertig en ten hoogste achtenveertig en is, overeenkomstig een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen verhouding, afhankelijk van het aantal bij de kamer in het handelsregister ingeschreven ondernemingen en het aantal in het gebied van de kamer gelegen nevenvestigingen van in het handelsregister ingeschreven ondernemingen. +**2.** Het aantal leden van het algemeen bestuur bedraagt ten hoogste vierentwintig. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de criteria ter bepaling van het in het tweede lid bedoelde aantal. ### Artikel 8 -**1.** De leden worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij treden tegelijk af. +**1.** De leden worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij treden tegelijk af en kunnen ten hoogste tweemaal worden herbenoemd. **2.** Degene die lid is geworden ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is getreden, had moeten aftreden. ### Artikel 9 +**1.** + Tot lid van het algemeen bestuur van een kamer kunnen alleen worden benoemd degenen, die: a. nauw betrokken zijn bij een onderneming in het gebied van de kamer; b. niet in staat van faillissement verkeren of anderszins de beschikking of het beheer over hun goederen verloren hebben; -c. direct voorafgaand aan de benoeming niet meer dan acht jaren aaneengesloten hebben deel genomen aan het bestuur van een kamer; +c. voorafgaand aan de benoeming niet meer dan acht jaren hebben deel genomen aan het bestuur van een kamer; d. niet reeds, voor dezelfde zittingsperiode, benoemd zijn tot lid van het algemeen bestuur van een andere kamer en e. niet bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht in de zin van de Kieswet zijn ontzet. +**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden gesteld met betrekking tot de benoembaarheid tot lid van het algemeen bestuur. + +**3.** De in het tweede lid bedoelde regeling bevat in ieder geval een benoemingscode, op grond waarvan de benoemingsgerechtigde organisaties hun leden in het algemeen bestuur benoemen. + +**4.** De in het tweede lid bedoelde regeling en iedere wijziging hiervan treden niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + ### Artikel 10 **1.** De SER bepaalt, met inachtneming van de bij of krachtens artikel 7 gestelde regels, voor iedere kamer en voor iedere zittingsperiode afzonderlijk, de takken van handel, industrie, ambacht en dienstverlening waarvoor leden zitting hebben in de kamer, alsmede het aantal leden dat voor elk van de aangewezen takken in de kamer zitting heeft. @@ -98,7 +112,7 @@ e. niet bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht in de zin v ### Artikel 11 -**1.** De leden worden benoemd door organisaties van ondernemers en van werknemers die daartoe, met inachtneming van het bij of krachtens de artikelen 7 en 10 bepaalde, voor iedere kamer en iedere zittingsperiode afzonderlijk door de SER zijn aangewezen. +**1.** De leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door organisaties van ondernemers en van werknemers die daartoe, met inachtneming van het bij of krachtens de artikelen 7 en 10 bepaalde, voor iedere kamer en iedere zittingsperiode afzonderlijk door de SER zijn aangewezen. **2.** Voor aanwijzing komen uitsluitend in aanmerking organisaties die naar het oordeel van de SER van voldoende betekenis zijn voor de ondernemers of de werknemers in het gebied van de kamer. @@ -106,51 +120,59 @@ e. niet bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht in de zin v **4.** Voordat de SER de organisaties aanwijst stelt hij het algemeen bestuur van de betrokken kamer in de gelegenheid van zijn inzicht omtrent de aanwijzing te doen blijken. +**5.** Schorsing en ontslag vinden slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. + +**6.** Onze Minister kan in bijzondere omstandigheden een lid schorsen of ontslaan, gehoord de organisatie die het betreffende lid heeft benoemd. + +**7.** De leden hebben op persoonlijke titel zitting in het algemeen bestuur en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. + +### Artikel 11a + +**1.** Een lid vervult geen andere functies die ongewenst zijn met het oog op de goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. + +**2.** Een voorzitter meldt het voornemen tot het aanvaarden van een andere functie anders dan uit hoofde van zijn functie aan Onze Minister. + +**3.** Andere functies van een lid anders dan uit hoofde van zijn functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de betreffende kamer. + ### Paragraaf 3. Samenstelling van het dagelijks bestuur ### Artikel 12 -**1.** De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. +**1.** Een kamer kan naast een algemeen bestuur een dagelijks bestuur hebben. -**2.** Buiten de voorzitter bestaat het dagelijks bestuur uit een door het algemeen bestuur uit zijn midden te benoemen aantal overige leden dat ten minste twee en ten hoogste zes bedraagt. +**2.** De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. -**3.** De zittingsduur van het dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsduur van het algemeen bestuur. +**3.** Buiten de voorzitter bestaat het dagelijks bestuur uit een door het algemeen bestuur uit zijn midden te benoemen aantal overige leden dat ten minste twee en ten hoogste zes bedraagt. -**4.** Het algemeen bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur tussentijds op eigen verzoek of indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten, van hun functie ontheffen. +**4.** De zittingsduur van het dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsduur van het algemeen bestuur. + +**5.** Het algemeen bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur schorsen of ontslaan wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. ### Paragraaf 4. Bezoldiging van het bestuur ### Artikel 13 -**1.** De leden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur genieten als zodanig geen bezoldiging. +**1.** De leden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur ontvangen een schadeloosstelling. -**2.** Het algemeen bestuur stelt regels ten aanzien van de vergoeding aan zijn leden en aan de leden van het dagelijks bestuur voor het bijwonen van vergaderingen van het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur. +**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels vastgesteld ten aanzien van de aan het lidmaatschap van het algemeen of dagelijks bestuur en de aan het voorzitterschap verbonden schadeloosstelling. -**3.** Het algemeen bestuur stelt tevens regels ten aanzien van de vergoeding aan de voorzitter voor de door hem als zodanig verrichte werkzaamheden. - -**4.** De in het tweede en derde lid bedoelde regels worden aan Onze Minister ter kennis gebracht. - -**5.** Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de hoogte van de in het tweede en derde lid bedoelde vergoedingen. - -### Paragraaf 5. De secretaris en het overige personeel +### Paragraaf 5. Het personeel ### Artikel 14 -**1.** Iedere kamer heeft een secretariaat, bestaande uit een secretaris en overig personeel. De secretaris wordt door het algemeen bestuur benoemd en ontslagen. +**1.** Het personeel van een kamer bestaat uit een directeur en het overige personeel. -**2.** De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. +**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. -**3.** Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels vast betreffende de taak en de bevoegdheden van de secretaris. Daarbij wordt tevens de vervanging van de secretaris geregeld. +**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden. ### Artikel 15 -**1.** Voorzover daarin niet reeds bij of krachtens wet is voorzien, stelt het algemeen bestuur regels met betrekking tot de benoeming, de schorsing en het ontslag van het personeel van de kamer, alsmede omtrent de bezoldiging en in het algemeen de rechten en verplichtingen van het personeel. +Vervallen -**2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid kan mede bepalingen inhouden betreffende de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder indienstneming van personeel op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht plaatsvindt. - -## Hoofdstuk 4. BEVOEGDHEDEN EN WERKWIJZE VAN HET BESTUUR - -### Paragraaf 1. Bevoegdheden +## Hoofdstuk 4. Bevoegdheden en werkwijze van het bestuur ### Artikel 16 @@ -158,7 +180,11 @@ Het algemeen bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de taken van de kamer. ### Artikel 17 -Het algemeen bestuur kan bij reglement bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur, met uitzondering van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 14, 15, 20, 32, vierde lid, 33, eerste lid, 34, 35, eerste lid, 37, tweede lid, 45, 47, 51, derde lid, en 52, tweede lid. +**1.** Het algemeen bestuur stelt een bestuursreglement vast. Daarin worden in elk geval regels gesteld omtrent de wijze waarop beslissingen van het algemeen en dagelijks bestuur worden voorbereid, genomen en uitgevoerd, wordt geregeld welke bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 17, eerste lid, 37, eerste lid, 45, eerste lid, 47, eerste lid, 51, derde lid, en 52, tweede lid, het algemeen bestuur overdraagt aan het dagelijks bestuur en worden regels gesteld omtrent de taak en bevoegdheden van de directeur. + +**2.** Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. + +**3.** De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of op de grond dat het bestuursreglement naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door de kamer kan belemmeren. ### Artikel 18 @@ -170,11 +196,9 @@ Het algemeen bestuur kan bij reglement bevoegdheden overdragen aan het dagelijks De voorzitter vertegenwoordigt de kamer in en buiten rechte. -### Paragraaf 2. Werkwijze - ### Artikel 20 -Het algemeen bestuur stelt een bestuursreglement vast waarin regels zijn opgenomen omtrent zijn werkwijze en de werkwijze van het dagelijks bestuur. +Vervallen ### Artikel 21 @@ -189,49 +213,77 @@ Het algemeen bestuur stelt een bestuursreglement vast waarin regels zijn opgenom In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. de vaststelling van de begroting, van de jaarrekening, van het activiteitenplan en van het jaarverslag; -b. een besluit als bedoeld in de artikelen 32, vierde lid, 33, eerste lid, 34, 35, eerste lid, en 37, tweede lid; +b. een besluit als bedoeld in artikel 35, eerste lid, en artikel 37, eerste lid; c. de ontheffing uit zijn functie onderscheidenlijk het ontslag van een al dan niet uit het midden van het algemeen bestuur benoemde voorzitter of d. de benoeming en de ontheffing uit hun functie van de leden van het dagelijks bestuur. +## Hoofdstuk 4A. Het samenwerkingsverband + +### Artikel 22a + +De vereniging met de naam Kamer van Koophandel Nederland wordt aangemerkt als samenwerkingsverband in de zin van deze wet. + +### Artikel 22b + +Behalve de in deze wet opgedragen taken kunnen bij algemene maatregel van bestuur aan het samenwerkingsverband coördinerende en faciliterende taken worden opgedragen met betrekking tot het verkeer tussen de kamers onderling of tussen Onze Minister en de kamers. + ## Hoofdstuk 5. Taken van de kamers en voorwaarden voor de taakuitoefening ### Paragraaf 1. Taken ### Artikel 23 -Naast de haar bij of krachtens andere wetten opgedragen taken, heeft een kamer tot taak desgevraagd inlichtingen van algemene aard te verstrekken ten aanzien van het oprichten en drijven van een onderneming in haar gebied. +Een kamer heeft tot taak desgevraagd inlichtingen van algemene aard te verstrekken ten aanzien van het oprichten en drijven van een onderneming in haar gebied. ### Artikel 24 -Een kamer kan besluiten de volgende taken uit te oefenen: +Een kamer heeft tot taak: -a. het desgevraagd geven van gerichte voorlichting op juridisch en economisch terrein ten aanzien van een in haar gebied gevestigde of nog te vestigen onderneming en -b. het desgevraagd of uit eigen beweging geven van voorlichting over aangelegenheden op juridisch en economisch terrein aan groepen van personen die in haar gebied een onderneming drijven of overwegen een onderneming op te richten. +a. gerichte voorlichting te geven op juridisch en economisch terrein ten aanzien van een in haar gebied gevestigde of nog te vestigen onderneming; en +b. voorlichting te geven over aangelegenheden op juridisch en economisch terrein aan groepen van personen die in haar gebied een onderneming drijven of overwegen een onderneming op te richten. ### Artikel 25 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in de artikelen 23 en 24 bedoelde taken. +**1.** Een kamer heeft tot taak het stimuleren van economische ontwikkelingen in haar gebied door middel van het bevorderen van onderzoeken, overleg- en samenwerkingsvormen en het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van openbare lichamen over aangelegenheden die de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening in haar gebied raken. -### Artikel 26 - -Een kamer kan desgevraagd of uit eigen beweging openbare lichamen adviseren voor zover het betreft aangelegenheden die de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening in haar gebied raken. Artikel 20, vijfde lid, tweede en derde volzin, van de Kaderwet adviescolleges is niet van toepassing. - -### Artikel 27 - -**1.** Een kamer kan besluiten tot het stimuleren van economische ontwikkelingen in haar gebied door middel van het bevorderen van onderzoeken, overlegvormen en samenwerkingsverbanden. - -**2.** Een kamer kan ten behoeve van een onderzoek, overlegvorm of samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid een subsidie verstrekken. +**2.** Een kamer kan ten behoeve van een onderzoek, overleg- of samenwerkingsvorm als bedoeld in het eerste lid een subsidie verstrekken. **3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het totale bedrag dat een kamer in een jaar op grond van het tweede lid verstrekt. +### Artikel 26 + +Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in de artikelen 23, 24 en 25 bedoelde taken. + +### Artikel 27 + +**1.** Met betrekking tot de taken als bedoeld in artikel 24 en 25 komen de kamers jaarlijks, na overleg met Onze Minister en de overlegorganisaties, overeen welke activiteiten door de kamers in het eerstkomende kalenderjaar op zoveel mogelijk uniforme wijze worden verricht. + +**2.** Het secretariaat met betrekking tot de afspraken bedoeld in het eerste lid wordt gevoerd door het samenwerkingsverband. + +**3.** Het samenwerkingsverband zendt de afspraken jaarlijks vóór 15 september aan Onze Minister. + +**4.** De afspraken behoeven de instemming van Onze Minister. + +**5.** Onze Minister beslist binnen 6 weken na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn, of hij met de afspraken instemt. + +**6.** De in het vijfde lid bedoelde instemming wordt geacht te zijn gegeven, indien binnen de in dat lid genoemde termijn van 6 weken geen bericht van instemming is verzonden of geen bericht is verzonden dat de beslissing omtrent instemming wordt verdaagd, dan wel binnen de termijn waarvoor de beslissing is verdaagd, geen beslissing omtrent instemming is genomen. + +**7.** Indien de in het derde lid bedoelde termijn is verstreken zonder dat Onze Minister de afspraken heeft ontvangen of indien Onze Minister niet met de afspraken heeft ingestemd, kan Onze Minister bij regeling vaststellen welke activiteiten door de kamers in het eerstkomende kalenderjaar op zoveel mogelijk uniforme wijze worden verricht. + +**8.** Het samenwerkingsverband brengt jaarlijks vóór 1 april aan Onze Minister verslag uit over de uitoefening van de activiteiten, bedoeld in het eerste of zevende lid, in het voorgaande kalenderjaar. + ### Artikel 28 +**1.** + Voor zover daaromtrent geen andere regeling geldt heeft een kamer de bevoegdheid om desgevraagd: -a. certificaten van oorsprong en andere verklaringen ten dienste van handel, industrie, ambacht en dienstverlening af te geven; +a. verklaringen ten dienste van handel, industrie, ambacht en dienstverlening af te geven; b. handtekeningen van personen die bij handel, industrie, ambacht en dienstverlening betrokken zijn, te legaliseren; c. een onderzoek te houden en een verklaring af te geven inzake de toelaatbaarheid van een handelsnaam. +**2.** De kamers werken samen ter bevordering van de uniforme uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken. + ### Artikel 29 Een kamer kan besluiten andere dan de in dit hoofdstuk of elders bij of krachtens wet geregelde taken uit te oefenen, voor zover deze passen binnen de in artikel 2, eerste lid, aangegeven doelstelling. @@ -240,7 +292,7 @@ Een kamer kan besluiten andere dan de in dit hoofdstuk of elders bij of krachten ### Artikel 30 -**1.** Een kamer draagt er zorg voor dat zij geen werkzaamheden verricht die leiden tot mededinging met ondernemingen of vrije beroepsbeoefenaren die uit een oogpunt van een goede marktwerking ongewenst is. +**1.** Een kamer oefent de in artikel 28 en 29 bedoelde werkzaamheden uit voor zover daarin niet in voldoende mate wordt voorzien door rechtspersonen die volgens hun statuten tot doel hebben de belangen van ondernemers te behartigen en draagt er zorg voor dat deze werkzaamheden niet leiden tot mededinging met ondernemingen of vrije beroepsbeoefenaren die uit een oogpunt van een goede marktwerking ongewenst is. **2.** Een kamer draagt er voorts zorg voor dat haar werkzaamheden niet leiden tot het verhinderen, beperken of vervalsen van de mededinging tussen ondernemingen of vrije beroepsbeoefenaren. @@ -255,11 +307,9 @@ b. de kamers zich bij bepaalde werkzaamheden dienen te gedragen overeenkomstig e ### Artikel 31 -**1.** Een kamer oefent de in de artikelen 24 en 27 bedoelde taken en de in artikel 29 bedoelde andere taken uit voor zover daarin niet in voldoende mate wordt voorzien door rechtspersonen die volgens hun statuten tot doel hebben de belangen van ondernemers te behartigen. +Vervallen -**2.** Het eerste lid geldt eveneens met betrekking tot de uitoefening van de in artikel 26 bedoelde taak, voor zover het betreft advisering uit eigen beweging door de kamer. - -## Hoofdstuk 6. FINANCIERING +## Hoofdstuk 6. Financiering ### Paragraaf 1. Heffing ten behoeve van wetsuitvoering @@ -281,66 +331,81 @@ b. de kamers zich bij bepaalde werkzaamheden dienen te gedragen overeenkomstig e **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de rechtspersoon waaraan een onderneming toebehoort die overeenkomstig artikel 32 als zodanig een bijdrage verschuldigd is. -### Paragraaf 2. Retributies voor voorlichting en overige taken +### Paragraaf 2. Nationale en regionale retributies ### Artikel 34 -Indien een kamer besluit tot het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 24 en 28, stelt zij vergoedingen vast ter financiering van de aan de uitvoering van deze taken voor de kamer verbonden kosten. +**1.** Voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 27, eerste of zevende lid, stelt Onze Minister bij regeling de vergoedingen vast die verschuldigd zijn ter gehele of gedeeltelijke financiering van de aan de uitvoering van deze activiteiten voor de kamers verbonden kosten. -### Paragraaf 3. Heffing ten behoeve van loketfunctie en voorlichting +**2.** Het samenwerkingsverband doet met het oog op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister jaarlijks vóór 1 november een voorstel toekomen. + +**3.** Onze Minister stelt binnen 6 weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn, de in het eerste lid bedoelde vergoedingen vast. ### Artikel 35 -**1.** +**1.** Voor activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 24 en 25, stelt een kamer ter gehele of gedeeltelijke financiering van de aan de uitvoering van die activiteiten voor een kamer verbonden kosten, de vergoedingen vast voor zover die activiteiten geen deel uitmaken van de in artikel 27, eerste of zevende lid, bedoelde activiteiten. -Een kamer stelt een bijdrage vast welke ondernemingen als bedoeld in artikel 3 van de Handelsregisterwet 1996 voor ieder kalenderjaar of gedeelte daarvan verschuldigd zijn: +**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de hoogte van de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt bepaald. -a. ter financiering van de kosten van uitvoering van de in artikel 23 bedoelde taak; -b. indien een kamer besluit tot het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 24, ter financiering van de aan de uitvoering van deze taken verbonden kosten, voor zover deze niet worden gedekt door de in artikel 34 voor deze taken bedoelde vergoedingen. +**3.** De in het eerste lid bedoelde besluiten worden bekendgemaakt door terinzagelegging ten kantore van de kamer en publicatie daarvan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad. -**2.** De bijdrage is voor alle ondernemingen gelijk. +### Artikel 35a -### Paragraaf 4. Retributies voor beleidsadvisering +**1.** Indien een kamer besluit tot het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 28 of 29, geschiedt zulks tegen vergoeding van de aan de uitvoering van die taken voor de kamer verbonden kosten. + +**2.** Vergoedingen en bijdragen die aan een kamer zijn verschuldigd anders dan op basis van het eerste lid, worden niet aangewend ter vergoeding van kosten die zijn verbonden aan de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken. + +**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van rechtspersonen van wie de meerderheid van de aandelen of de stemrechten in de algemene vergadering in handen is van een of meer kamers, of van wie de meerderheid van de bestuurders of van de commissarissen door een of meer kamers wordt benoemd. + +### Paragraaf 3. De nationale en regionale heffing ### Artikel 36 -Indien een kamer besluit tot het desgevraagd uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 26, kan zulks geschieden tegen vergoeding van de aan de uitvoering van deze taak voor de kamer verbonden kosten. +**1.** Voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 27, eerste of zevende lid, alsmede van de taak, bedoeld in artikel 23, stelt Onze Minister ter financiering van de aan de uitvoering van deze taken verbonden kosten, voor zover deze wat betreft de in artikel 24 bedoelde taak niet worden gedekt door de in artikel 34 bedoelde vergoedingen, bij regeling een bijdrage vast welke ondernemingen voor ieder kalenderjaar of gedeelte daarvan verschuldigd zijn. -### Paragraaf 5. Heffing ten behoeve van beleidsadvisering en regionale stimulering +**2.** Het samenwerkingsverband doet met het oog op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister jaarlijks vóór 1 november een voorstel toekomen. + +**3.** Onze Minister stelt binnen 6 weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn, de in het eerste lid bedoelde bijdragen vast. + +### Artikel 36a + +**1.** Voor de uitvoering van bij of krachtens andere wetten dan deze wet geregelde taken stelt Onze Minister ter financiering van de aan de uitvoering van die taken verbonden kosten, voor zover bij of krachtens die wetten de financiering van de aan die uitvoering verbonden kosten niet is geregeld, bij regeling een bijdrage vast welke ondernemingen voor ieder kalenderjaar of gedeelte daarvan verschuldigd zijn. + +**2.** Artikel 36, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 37 -**1.** Indien een kamer besluit tot het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 26 en 27, stelt zij ter financiering van de aan de uitvoering van deze taken verbonden kosten, voor zover deze wat betreft de in artikel 26 bedoelde taak niet worden gedekt door de in de artikel 36 bedoelde vergoedingen, een bijdrage vast welke ondernemingen als bedoeld in artikel 3 van de Handelsregisterwet 1996 voor ieder kalenderjaar of gedeelte daarvan verschuldigd zijn. +**1.** Een kamer stelt ter financiering van de kosten verbonden aan de uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 24 en 25, voor zover de uitvoering van deze taken niet plaatsvindt door de in artikel 27, eerste of zevende lid, bedoelde activiteiten, een bijdrage vast welke ondernemingen voor ieder kalenderjaar of een gedeelte daarvan verschuldigd zijn, voor zover deze kosten niet worden gedekt door de in artikel 35 bedoelde vergoedingen. -**2.** De bedragen worden vastgesteld door de kamer, overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen verhouding van naar rechtsvorm en grootte ingedeelde ondernemingen. +**2.** Het in het eerste lid bedoelde besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister. -### Paragraaf 6. Retributies voor niet-wettelijke taken +**3.** Een kamer zendt Onze Minister jaarlijks vóór 1 november een afschrift van het besluit tot vaststelling van de in het eerste lid bedoelde bijdrage. + +**4.** Onze Minister beslist binnen 6 weken na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, of de in het tweede lid bedoelde goedkeuring wordt verleend. + +**5.** Goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang of indien Onze Minister bezwaar heeft tegen de hoogte van het in het desbetreffende besluit vastgestelde bedrag. + +**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt bepaald. + +**7.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt door terinzagelegging daarvan ten kantore van de kamer en publicatie daarvan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad. + +### Paragraaf 4. Overige bepalingen ### Artikel 38 -**1.** Indien een kamer besluit tot het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 29, geschiedt zulks tegen vergoeding van de aan de uitvoering van deze taken voor de kamer verbonden kosten. - -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van rechtspersonen van wie de meerderheid van de aandelen of de stemrechten in de algemene vergadering in handen is van een of meer kamers, of van wie de meerderheid van de bestuurders of van de commissarissen door een of meer kamers wordt benoemd. - -### Paragraaf 7. Overige bepalingen +Vervallen ### Artikel 39 -**1.** De in de artikelen 32, vierde lid, 33, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, tweede lid, bedoelde besluiten behoeven de goedkeuring van Onze Minister. - -**2.** Omtrent de goedkeuring beslist Onze Minister binnen vier weken na de datum waarop hij het desbetreffende besluit heeft ontvangen. - -**3.** Goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang, of indien Onze Minister bezwaar heeft tegen de hoogte van het in het desbetreffende besluit vastgestelde bedrag. - -**4.** De goedkeuring wordt verleend of onthouden voor het besluit in zijn geheel, zoals dit door de kamer is genomen. +Vervallen ### Artikel 40 -De in de artikelen 32, vierde lid, 33, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, tweede lid, bedoelde besluiten worden bekendgemaakt door het ter inzage leggen ten kantore van de kamer en het kennisgeven daarvan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad. +Vervallen ### Artikel 41 -**1.** De in de artikelen 32, 33, 35 en 37 bedoelde bijdragen zijn verschuldigd door degene aan wie de onderneming toebehoort onderscheidenlijk door de rechtspersoon. Behoort de onderneming aan meer dan één persoon toe, dan zijn allen hoofdelijk verbonden. +**1.** De in de artikelen 36 en 37 bedoelde bijdragen zijn verschuldigd door degene aan wie de onderneming toebehoort onderscheidenlijk door de rechtspersoon. Behoort de onderneming aan meer dan één persoon toe, dan zijn allen hoofdelijk verbonden. **2.** Ingeval een bijdrage voor het geheel of voor een deel niet tijdig is voldaan, maant de kamer de nalatige schriftelijk aan om alsnog binnen veertien dagen na de ontvangst van de brief het daarin vermelde bedrag aan de kamer te doen toekomen. Volgt op deze aanmaning de betaling binnen de gestelde termijn niet, dan vaardigt de kamer een dwangbevel uit. Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd. De aanmaning en incasso van het dwangbevel geschieden op kosten van de schuldenaar. @@ -354,89 +419,180 @@ Indien de toepassing van de artikelen 32 en 33 voor een kamer tot ernstige onbil ### Artikel 43 -Van de heffingen, bedoeld in de artikelen 35 en 37, zijn in het handelsregister ingeschreven ondernemingen waarin uitsluitend landbouw of visserij wordt uitgeoefend en die aan een rechtspersoon of vennootschap toebehoren, vrijgesteld. +**1.** Van de heffingen, bedoeld in de artikelen 36 en 37, zijn in het handelsregister ingeschreven ondernemingen waarin uitsluitend landbouw of visserij wordt uitgeoefend, vrijgesteld. -## Hoofdstuk 7. FINANCIEEL BEHEER +**2.** Van de heffingen, bedoeld in de artikelen 36 en 37, zijn in het handelsregister ingeschreven ondernemingen die uitsluitend als doel hebben het doen van periodieke uitkeringen aan een houder of indirect houder van aandelen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel c, onder eerste, van de Pensioen- en spaarfondsenwet en het doen van stamrechtuitkeringen als bedoeld in artikel 19b van de Wet op de loonbelasting 1964 en uitsluitend activiteiten gericht hierop verrichten, vrijgesteld. + +## Hoofdstuk 7. Financieel toezicht ### Artikel 44 -**1.** Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 oktober een ontwerp aan van een begroting van inkomsten en uitgaven voor de onderscheiden activiteiten van de kamer voor het komende kalenderjaar. Het ontwerp gaat vergezeld van een toelichting. - -**2.** Nadat het ontwerp van de begroting en de toelichting aan het algemeen bestuur zijn aangeboden, worden deze voor een ieder ter inzage gelegd ten kantore van de kamer. - -**3.** Van het ter inzage leggen wordt ten minste veertien dagen voordat het algemeen bestuur de begroting behandelt, mededeling gedaan in één of meer binnen het gebied van de kamer verspreide dagbladen. +Vervallen ### Artikel 45 -Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. +**1.** Het algemeen bestuur stelt de begroting vast en zendt deze aan Onze Minister vóór 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft. + +**2.** Het besluit tot vaststelling van de begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister. + +**3.** Onze Minister beslist binnen 6 weken na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn, of de goedkeuring wordt verleend. + +**4.** De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. + +### Artikel 45a + +**1.** De begroting behelst een raming van de baten en lasten, een raming van de voorgenomen investeringsuitgaven en een raming van de inkomsten en uitgaven. + +**2.** De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien. + +**3.** Uit de toelichting blijkt voor elke taak of activiteit van een kamer welke begrotingsposten daarop betrekking hebben en tevens welke begrotingsposten betrekking hebben op de uitoefening van de bij of krachtens de wet aan een kamer opgedragen taken dan wel op andere taken. + +**4.** Tenzij de activiteiten waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, behelst de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatst goedgekeurde jaarrekening. + +### Artikel 45b + +Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een kamer daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. ### Artikel 46 -**1.** Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 juni een ontwerp aan van een rekening van inkomsten en uitgaven van de kamer over het afgelopen kalenderjaar, van een overzicht van de grootte en de samenstelling van het vermogen aan het einde van dat jaar en van een bijbehorende toelichting. +**1.** Het samenwerkingsverband maakt een overzicht waaruit blijkt op welke wijze de door de kamers vastgestelde begrotingen in relatie staan tot de voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 27, eerste of zevende lid, en de voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Handelsregisterwet 1996, door het samenwerkingsverband geraamde budgetten en zendt dat overzicht aan Onze Minister vóór 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop deze begrotingen en deze budgetten betrekking hebben. -**2.** Het ontwerp van de jaarrekening en van het overzicht van het vermogen gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en een beoordeling van de rechtmatigheid van een door het algemeen bestuur benoemde accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. +**2.** Het samenwerkingsverband maakt een overzicht waaruit blijkt op welke wijze de door de kamers vastgestelde jaarrekeningen in relatie staan tot de in verband met de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 27, eerste of zevende lid, en de voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Handelsregisterwet 1996, gemaakte kosten en zendt dat overzicht aan Onze Minister vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop deze jaarrekeningen en deze kosten betrekking hebben. -**3.** Artikel 44, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in dit artikel bedoelde stukken. De kamer stelt voorts deze stukken tegen vergoeding van de kosten voor een ieder verkrijgbaar. +**3.** De overzichten, bedoeld in het eerste en tweede lid, onderscheiden tussen de taak, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Handelsregisterwet 1996, de taak, bedoeld in artikel 24, en de overige activiteiten, bedoeld in artikel 27, eerste of zevende lid. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de inrichting van de overzichten, bedoeld in het eerste en tweede lid. ### Artikel 47 -Het algemeen bestuur stelt vóór 1 juli de jaarrekening en het overzicht van het vermogen, alsmede de daarbij behorende toelichtingen vast. +**1.** Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast en zendt deze, gelijktijdig met het jaarverslag als bedoeld in artikel 52, tweede lid, aan Onze Minister vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. + +**2.** Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister. + +**3.** Onze Minister beslist binnen 6 weken na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn of de goedkeuring wordt verleend. + +**4.** De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. ### Artikel 48 -**1.** De begroting, de jaarrekening, het overzicht van het vermogen alsmede de daarbij behorende toelichtingen worden na de vaststelling ervan binnen twee weken aan Onze Minister gezonden. +**1.** De jaarrekening, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar, wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. -**2.** Beslissingen van het algemeen bestuur met financiële gevolgen die afwijken van de begroting, worden eveneens binnen twee weken nadat zij zijn genomen, aan Onze Minister gezonden. +**2.** De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de kamer aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt een kamer dat aan Onze Minister desgevraagd inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant. + +**3.** De verklaring, bedoeld in het tweede lid, heeft mede betrekking op de rechtmatige inning en besteding van de middelen door een kamer. + +**4.** De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van een kamer voldoen aan de eisen van doelmatigheid. ### Artikel 49 -Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van en de toelichting op de begroting, de jaarrekening en het overzicht van het vermogen alsmede omtrent aandachtspunten voor de accountantscontrole. +Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van en de toelichting op de begroting en de jaarrekening, omtrent eisen met betrekking tot de hoogte en samenstelling van het eigen vermogen en omtrent aandachtspunten voor de accountantscontrole. -## Hoofdstuk 8. TOEZICHT - -### Artikel 50 - -**1.** Een kamer verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. - -**2.** De in het eerste lid opgenomen verplichting geldt ook ten aanzien van rechtspersonen van wie de meerderheid van de aandelen of de stemrechten in de algemene vergadering direct of indirect in handen is van een of meer kamers of van wie de meerderheid van de bestuurders of de commissarissen direct of indirect door een of meer kamers wordt benoemd. - -### Artikel 51 +### Artikel 49a **1.** -Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 oktober een ontwerp aan van een activiteitenplan voor het komende kalenderjaar. Alvorens het ontwerp aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, raadpleegt het dagelijks bestuur de bij de kamer in het handelsregister ingeschreven ondernemingen over het voorgenomen beleid. In het activiteitenplan wordt verslag gedaan: +Een kamer behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister voor: -a. van de wijze waarop de raadpleging bedoeld in de tweede volzin heeft plaatsgevonden; -b. van de uitkomsten van de raadpleging en -c. van de wijze waarop de uitkomsten van de raadpleging in het activiteitenplan zijn verwerkt. +a. het oprichten van dan wel financieel deelnemen in een rechtspersoon; +b. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, daaronder begrepen het aangaan of beëindigen van overeenkomsten daartoe, indien de prijs van het registergoed hoger is dan € 100 000 of indien de prijs van dat registergoed meer bedraagt dan 10 procent van de jaaromzet van de desbetreffende kamer; +c. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot huur, verhuur of pacht van registergoederen, indien de huur- of pachtprijs van het registergoed op jaarbasis hoger is dan € 100 000 of indien die prijs meer bedraagt dan 10 procent van de jaaromzet van de desbetreffende kamer; +d. het aangaan van overeenkomsten waarbij een kamer zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij zij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; +e. het doen van aangifte tot haar faillissement of het aanvragen van surséance van betaling; +f. het beleggen van gelden; +g. het investeren in infrastructurele voorzieningen. -**2.** Artikel 44, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het activiteitenplan. +**2.** Onze Minister kan bepalen dat een kamer zijn voorafgaande instemming behoeft voor het vormen van andere fondsen en reserveringen dan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 49b. -**3.** Het algemeen bestuur stelt het activiteitenplan vóór 1 november vast. +**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van rechtspersonen van wie de meerderheid van de aandelen of de stemrechten in de algemene vergadering direct of indirect in handen is van een of meer kamers, of van wie de meerderheid van de bestuurders of van de commissarissen direct of indirect door een of meer kamers wordt benoemd. + +### Artikel 49b + +**1.** Een kamer vormt een egalisatiereserve. + +**2.** Het verschil tussen de gerealiseerde baten van een kamer en de gerealiseerde lasten van de activiteiten komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve. + +**3.** De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. + +## Hoofdstuk 8. Informatievoorziening, sturing en toezicht + +### Artikel 50 + +**1.** Een kamer verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. + +**2.** Een kamer geeft bij het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen waar nodig aan welke gegevens een vertrouwelijk karakter dragen. Dit vertrouwelijke karakter kan voortvloeien uit de aard van de gegevens, dan wel uit het feit dat natuurlijke of rechtspersonen deze aan de kamer hebben verstrekt onder het beding dat zij als vertrouwelijk zullen gelden. + +**3.** De in het eerste lid opgenomen verplichting geldt ook ten aanzien van rechtspersonen van wie de meerderheid van de aandelen of de stemrechten in de algemene vergadering direct of indirect in handen is van een of meer kamers of van wie de meerderheid van de bestuurders of de commissarissen direct of indirect door een of meer kamers wordt benoemd. + +### Artikel 51 + +Het algemeen bestuur stelt het activiteitenplan vast en zendt dit, gelijktijdig met de begroting als bedoeld in artikel 45, eerste lid, vóór 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop het activiteitenplan betrekking heeft aan Onze Minister. ### Artikel 52 -**1.** Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 juni een ontwerp aan van een verslag van de werkzaamheden van de kamer, het gevoerde beleid en de doelmatigheid en de doeltreffendheid van haar werkwijze in het afgelopen kalenderjaar. +**1.** Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het gevoerde beleid. Het jaarverslag beschrijft voorts het gevoerde beleid met betrekking tot de kwaliteitszorg. -**2.** Het algemeen bestuur stelt het verslag vóór 1 juli vast. +**2.** Het algemeen bestuur stelt het jaarverslag vast en zendt dit vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft aan Onze Minister en aan beide kamers der Staten-Generaal. **3.** Het verslag wordt, tegen vergoeding van de kosten, voor een ieder verkrijgbaar gesteld. ### Artikel 53 -Het activiteitenplan en het jaarverslag worden na de vaststelling ervan binnen twee weken aan Onze Minister gezonden. +**1.** De kamers stellen gezamenlijk een gedragscode op ter bevordering van de integriteit van het gedrag van de bestuurders en de werkwijze van de kamers. + +**2.** Het besluit tot vaststelling van de gedragscode behoeft de goedkeuring van Onze Minister. + +**3.** De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. ### Artikel 54 -**1.** De besluiten van een kamer, alsmede de beslissingen, bedoeld in de artikelen 45, 47, 48, tweede lid, 51, derde lid, en 52, tweede lid, kunnen door Onze Minister worden vernietigd. +**1.** Onze Minister kan een besluit van een kamer vernietigen. -**2.** Ten aanzien van de vernietiging van een beslissing als bedoeld in de artikelen 45, 47, 48, tweede lid, 51, derde lid, en 52, tweede lid, zijn de afdelingen 10.2.2 en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. +**2.** Van het vernietigingsbesluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. + +### Artikel 54a + +**1.** + +Een kamer ziet met betrekking tot de uitoefening van haar taken en bevoegdheden toe op: + +a. een tijdige voorbereiding en uitvoering; +b. de kwaliteit van de daarbij gebruikte procedures; +c. de zorgvuldige behandeling van personen en instellingen die met haar in aanraking komen; +d. de zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften en klachten die worden ontvangen. + +**2.** Een kamer treft voorzieningen, waardoor personen en instellingen, die met haar in aanraking komen, in de gelegenheid zijn voorstellen tot verbeteringen van werkwijzen en procedures te doen. + +**3.** In het jaarverslag, bedoeld in artikel 52, doet een kamer verslag van hetgeen tot uitvoering van het eerste en tweede lid is verricht. + +### Artikel 54b + +**1.** Een kamer draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van haar gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens. + +**2.** De kamers werken samen ter bevordering van de uniforme uitvoering van het eerste lid. + +### Artikel 54c + +**1.** Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de taakuitoefening door een of meer kamers. + +**2.** De beleidsregels worden in de Staatscourant bekendgemaakt. + +### Artikel 54d + +**1.** Indien naar het oordeel van Onze Minister een kamer haar taak ernstig verwaarloost, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. + +**2.** De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat een kamer in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog haar taak naar behoren uit te voeren. + +**3.** Onze Minister stelt beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 54e + +Een kamer behoeft voor instemming met mandaatverlening de goedkeuring van Onze Minister, tenzij het mandaatverlening door Onze Minister betreft. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of op de grond dat de te mandateren bevoegdheid naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door de kamer kan belemmeren. ## Hoofdstuk 9. Beroep ### Artikel 55 -**1.** Tegen een op grond van deze wet genomen besluit en tegen een ander door een kamer genomen besluit, met uitzondering van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. +**1.** Tegen een op grond van deze wet genomen besluit en tegen een ander door een kamer genomen besluit, met uitzondering van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur of op grond van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten of het verrichten van handelingen ten aanzien van een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. **2.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van besluiten waartegen bij of krachtens de wet een andere voorziening is opengesteld. @@ -444,35 +600,35 @@ Het activiteitenplan en het jaarverslag worden na de vaststelling ervan binnen t ### Artikel 56 -Wijzigt de Handelsregisterwet 1996. +Vervallen ### Artikel 57 -Wijzigt de Wet op de bedrijfsorganisatie. +Vervallen ## Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen ### Artikel 58 -Tot het tijdstip waarop de gebiedsindeling van de kamers op grond van artikel 2, tweede lid, wordt gewijzigd, blijven de kamers, zoals die laatstelijk zijn ingesteld op grond van artikel 2 van de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963, in stand. +Vervallen ### Artikel 59 -De laatstelijk op grond van artikel 14, tweede lid, van de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963 vastgestelde regelingen blijven van toepassing, totdat de regelingen, vastgesteld op grond van artikel 15, in werking zijn getreden. +Vervallen ### Artikel 60 -Als begroting en plan van activiteiten voor het jaar waarin artikel 2 in werking treedt gelden de begroting onderscheidenlijk het beleidsplan zoals deze voor dat jaar zijn vastgesteld op grond van de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963. +Vervallen ### Artikel 61 -Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 6 worden bij de in de artikelen 32, vierde lid, en 37, tweede lid, bedoelde besluiten de bedragen in drie jaarlijkse stappen gebracht op de bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen verhouding van naar rechtsvorm en grootte ingedeelde ondernemingen. +Vervallen ## Hoofdstuk 12. Slotbepalingen ### Artikel 62 -Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van artikel 2 van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. +Onze Minister zendt twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens elke vijf jaar een verslag aan beide kamers der Staten-Generaal ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van de kamers. ### Artikel 63