diff --git a/beleidsregel/vennootschapsbelasting-innovatiebox/BWBR0035509/README.md b/beleidsregel/vennootschapsbelasting-innovatiebox/BWBR0035509/README.md index 72d871c5fff..058ec6f61fe 100644 --- a/beleidsregel/vennootschapsbelasting-innovatiebox/BWBR0035509/README.md +++ b/beleidsregel/vennootschapsbelasting-innovatiebox/BWBR0035509/README.md @@ -18,7 +18,7 @@ Innovatie is een bron voor duurzame economische groei en levert een belangrijke Dit besluit bevat een beschrijving van, een nadere toelichting op en waar nodig een verdere invulling van verschillende elementen voor de toepassing van de innovatiebox van artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. In dit artikel is bepaald dat als de belastingplichtige daarvoor kiest, de voordelen uit hoofde van octrooi- en S&O-activa voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Het toerekenen van deze voordelen aan de innovatiebox, moet worden onderscheiden van de toepassing van het arm’s-lengthbeginsel in gelieerde verhoudingen. Pas nadat de arm's-lengthbeloning is bepaald, kan worden bepaald welk deel van deze beloning als een voordeel voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt. Dat laat echter onverlet, dat de gehanteerde toerekeningsmethode voor het bepalen van het innovatieboxvoordeel niet los kan worden gezien van artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de daaruit voortvloeiende regelgeving. -De Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering is verantwoordelijk voor de coördinatie en ondersteuning van de uitvoering van het ontwikkelde beleid bij de toepassing van o.a. de innovatiebox (besluit van 14 oktober 2010, nr. DGB2010/6307M). De Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering verstrekt aan medewerkers van de Belastingdienst bindende adviezen over toepassing van de innovatiebox. Gevallen waarin een standpuntbepaling precedentwerking zou kunnen hebben, legt de inspecteur daarom voor aan de Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering. +De Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering is verantwoordelijk voor de coördinatie en ondersteuning van de uitvoering van het ontwikkelde beleid bij de toepassing van o.a. de innovatiebox (besluit van 14 oktober 2010, nr. DGB2010/6307M). De Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering verstrekt aan medewerkers van de Belastingdienst bindende adviezen over toepassing van de innovatiebox. Gevallen waarin een standpuntbepaling precedentwerking zou kunnen hebben, legt de inspecteur daarom voor aan de Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering. In dit besluit wordt voor de onderdelen de volgorde van de wettekst van artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aangehouden. @@ -42,7 +42,7 @@ In dit besluit wordt voor de onderdelen de volgorde van de wettekst van artikel ## 2. Bepalen arm’s-lengthbeloning -Bij gelieerde lichamen moet voorafgaand aan de toepassing van de innovatiebox eerst een arm’s-lengthbeloning worden bepaald voor de door de belastingplichtige uitgeoefende functies, de gebruikte activa en de daarmee gepaard gaande risico’s. Daarnaast moet de winst bij aanwezigheid van een vaste inrichting voorafgaand aan de toepassing van de innovatiebox arm’s-length worden gealloceerd. Hierbij wordt in het bijzonder gewezen op de toepassing van artikel 8b van de Wet Vpb, de artikelen 7 en 9 OMV, het OESO-commentaar op de artikelen 7 en 9 OMV, de OESO-richtlijnen, het besluit over verrekenprijzen (besluit van 14 november 2013, nr. IFZ2013/184M, m.n. onderdelen 6.4, 7 en 8) en het besluit over winstallocatie aan vaste inrichtingen (besluit van 15 januari 2011, nr. IFZ2010/457M). Pas nadat de arm’s-lengthbeloning is bepaald respectievelijk de winst arm’s-length is gealloceerd, kan voor de toepassing van de innovatiebox worden bepaald welk deel van deze beloning en deze gealloceerde winst als een voordeel uit hoofde van een octrooi- of S&O-activum is aan te merken (zie onderdeel 6.3 hierna). +Bij gelieerde lichamen moet voorafgaand aan de toepassing van de innovatiebox eerst een arm’s-lengthbeloning worden bepaald voor de door de belastingplichtige uitgeoefende functies, de gebruikte activa en de daarmee gepaard gaande risico’s. Daarnaast moet de winst bij aanwezigheid van een vaste inrichting voorafgaand aan de toepassing van de innovatiebox arm’s-length worden gealloceerd. Hierbij wordt in het bijzonder gewezen op de toepassing van artikel 8b van de Wet Vpb, de artikelen 7 en 9 OMV, het OESO-commentaar op de artikelen 7 en 9 OMV, de OESO-richtlijnen, het besluit over verrekenprijzen (besluit van 14 november 2013, nr. IFZ2013/184M, m.n. onderdelen 6.4, 7 en 8) en het besluit over winstallocatie aan vaste inrichtingen (besluit van 15 januari 2011, nr. IFZ2010/457M). Pas nadat de arm’s-lengthbeloning is bepaald respectievelijk de winst arm’s-length is gealloceerd, kan voor de toepassing van de innovatiebox worden bepaald welk deel van deze beloning en deze gealloceerde winst als een voordeel uit hoofde van een octrooi- of S&O-activum is aan te merken (zie onderdeel 6.3 hierna). ## 3. Belastingplichtige ( @@ -158,7 +158,7 @@ Een veredelaar in groentezaden beschikt over honderd actieve kwekersrechten. Jaa De functionele analyse (zie onderdeel 6.3.1 hiervoor) kan tot de conclusie leiden dat de R&D-functie en de octrooi- en S&O-activa géén centrale rol in de onderneming spelen, maar meer bijkomstig of ondersteunend van aard zijn. Voor de berekening van het voordeel uit hoofde van de innovatiebox wordt dan aangesloten bij een kostengerelateerde methode. Hierbij wordt het voordeel bepaald aan de hand van de kosten die voor de octrooi- of S&O-activa zijn gemaakt. Het beslaat de integrale kosten, waardoor hierbij ook de indirecte kosten moeten worden betrokken. Op deze kosten wordt vervolgens een opslag berekend die als voordeel voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt. De hoogte van deze opslag is gebaseerd op wat een derde voor de activiteiten bereid zou zijn te betalen en begeeft zich afhankelijk van de feiten en omstandigheden veelal tussen de 8% en 15% van de kosten. -Een reisorganisatie met ongeveer tweeduizend werknemers heeft enkele jaren geleden – voornamelijk in eigen beheer – een nieuw softwarepakket gebouwd ter vervanging van een gedeelte van haar ondersteunende back office IT-infrastructuur. Na afronding wordt het softwarepakket continu aangepast aan de laatste softwareontwikkelingen. Hierbij is sprake van doorontwikkeling waarbij jaarlijks een nieuw immaterieel activum ontstaat. Voor de eigen medewerkers die hier bij betrokken zijn, wordt ook elk jaar een S&O-verklaring verkregen. De kosten bedragen jaarlijks € 1 miljoen. Omdat het softwarepakket een ondersteunend karakter heeft en het kostenbesparend werkt, ligt een kostengerelateerde benadering voor de hand. Dat betekent dat jaarlijks afhankelijk van de overige feiten en omstandigheden bijvoorbeeld 10% van de kosten (€ 100.000) als voordeel voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt. +Een reisorganisatie met ongeveer tweeduizend werknemers heeft enkele jaren geleden – voornamelijk in eigen beheer – een nieuw softwarepakket gebouwd ter vervanging van een gedeelte van haar ondersteunende back office IT-infrastructuur. Na afronding wordt het softwarepakket continu aangepast aan de laatste softwareontwikkelingen. Hierbij is sprake van doorontwikkeling waarbij jaarlijks een nieuw immaterieel activum ontstaat. Voor de eigen medewerkers die hier bij betrokken zijn, wordt ook elk jaar een S&O-verklaring verkregen. De kosten bedragen jaarlijks € 1 miljoen. Omdat het softwarepakket een ondersteunend karakter heeft en het kostenbesparend werkt, ligt een kostengerelateerde benadering voor de hand. Dat betekent dat jaarlijks afhankelijk van de overige feiten en omstandigheden bijvoorbeeld 10% van de kosten (€ 100.000) als voordeel voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt. #### 6.3.6. De forfaitaire methode @@ -168,13 +168,13 @@ Belastingplichtigen kunnen voor de voordeeltoerekening naast de eerder beschreve De innovatiebox is vormgegeven als een grondslagvermindering. De voordelen die voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen, worden slechts gedeeltelijk in de heffingsgrondslag betrokken. Dit wordt in de wet tot uitdrukking gebracht met een formule. De voordelen worden – met inachtneming van de drempel – voor ‘5/H’ in de grondslag genomen. Hierbij staat ‘H’ voor het hoogste wettelijke tarief. Met het lagere wettelijke tarief wordt geen rekening gehouden. -Als het voordeel dat voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt in een jaar € 100 is, de drempel in eerdere jaren al is ingelopen en het wettelijke tarief in dat jaar 25% bedraagt, dan wordt € 20 (= 5/25*€ 100) in de heffingsgrondslag betrokken. De grondslagvermindering bedraagt dus € 80. +Als het voordeel dat voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt in een jaar € 100 is, de drempel in eerdere jaren al is ingelopen en het wettelijke tarief in dat jaar 25% bedraagt, dan wordt € 20 (= 5/25*€ 100) in de heffingsgrondslag betrokken. De grondslagvermindering bedraagt dus € 80. Door de breuk te hanteren in plaats van een gesloten boxenstelsel is complexe wetgeving bij verliesverrekening voorkomen. Bij een gesloten stelsel zou een apart systeem voor verliesverrekening per box over de jaren heen (verticaal) moeten worden ontworpen en zou zonder nadere regeling in het jaar zelf geen (horizontale) verliesverrekening tussen de boxen plaats kunnen vinden. Het voordeel van de grondslagvermindering is dat er elk jaar één resultaat voor de vennootschapsbelasting ontstaat waarop het wettelijke tarief van toepassing is en waarop ook de normale regels van verliesverrekening van toepassing zijn. ## 8. Voor zover een positief saldo van de voordelen ( -De innovatiebox is alleen van toepassing op een positief saldo van de voordelen ter zake van de octrooi- en S&O-activa. Een negatief saldo van deze voordelen (het zogenoemde ‘innovatieverlies’) moet volledig in de heffingsgrondslag worden betrokken. Dit is ingegeven vanuit de gedachte het in economisch mindere tijden mogelijk te maken een innovatieverlies volledig af te trekken. Daaraan is wel gekoppeld dat dit innovatieverlies het drempelbedrag verhoogt (zie onderdeel 12.2 hierna), zodat uiteindelijk per saldo alleen positieve innovatiewinsten voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Vooruitlopend op wetgeving gold voor innovatieverliezen die waren ontstaan in 2009 en 2010 het besluit van 11 augustus 2009, nr. DGBel2009/4084M met dezelfde strekking. De codificatie in wetgeving is echter in werking is getreden vanaf 1 januari 2010 en geldt daarom voor innovatieverliezen ontstaan vanaf 2010. Hierdoor heeft voornoemd besluit voor het jaar 2009 zijn belang behouden. +De innovatiebox is alleen van toepassing op een positief saldo van de voordelen ter zake van de octrooi- en S&O-activa. Een negatief saldo van deze voordelen (het zogenoemde ‘innovatieverlies’) moet volledig in de heffingsgrondslag worden betrokken. Dit is ingegeven vanuit de gedachte het in economisch mindere tijden mogelijk te maken een innovatieverlies volledig af te trekken. Daaraan is wel gekoppeld dat dit innovatieverlies het drempelbedrag verhoogt (zie onderdeel 12.2 hierna), zodat uiteindelijk per saldo alleen positieve innovatiewinsten voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Vooruitlopend op wetgeving gold voor innovatieverliezen die waren ontstaan in 2009 en 2010 het besluit van 11 augustus 2009, nr. DGBel2009/4084M met dezelfde strekking. De codificatie in wetgeving is echter in werking is getreden vanaf 1 januari 2010 en geldt daarom voor innovatieverliezen ontstaan vanaf 2010. Hierdoor heeft voornoemd besluit voor het jaar 2009 zijn belang behouden. ## 9. Oorzaaktoets ( @@ -226,11 +226,11 @@ Het is mogelijk om bij AMvB nadere regels te stellen voor de toepassing van de i Op royalty’s verkregen uit het buitenland kan een buitenlandse bronbelasting drukken. In artikel 36a van het Bvdb wordt de verrekening geregeld van de buitenlandse bronbelasting op royalty’s die voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Door dit artikel is de verrekening van de buitenlandse bronbelasting begrensd op 5/100 van het bedrag van deze royalty’s. Deze grens is een specifieke uitwerking van de tweede limiet en houdt in dat de verrekening van de buitenlandse bronbelasting nooit meer kan bedragen dan de in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting – dus na toepassing van de grondslagvermindering – over de ontvangen royalty's. Overigens blijft eventueel op grond van artikel 36a van het Bvdb niet verrekende buitenlandse bronbelasting het daaropvolgende jaar hetzelfde systeem volgen. -Het resultaat van een belastingplichtige is € 1.100 en bestaat voor € 400 uit een voordeel dat voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt. In het resultaat is onder meer een royalty van € 300 uit land Y begrepen. Van deze royalty valt een bedrag van € 80 toe te rekenen aan octrooi- en S&O-activa die voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Land Y kent een bronbelasting op royalty’s van 10%. Hierdoor is € 30 (10%*€ 300) aan bronbelasting ingehouden. Op het deel van de royalty dat voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt, drukt € 8 (10%*€ 80). Op grond van artikel 36a van het Bvdb is de maximale buitenlandse bronbelasting die kan worden verrekend 5/100 van de royalty’s die voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Dit betekent dat € 4 (5/100*€ 80) van de € 8 voor verrekening van buitenlandse bronbelasting in aanmerking komt. Overigens gelden voor de € 220 aan royalty’s die niet voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen de normale verrekeningsregels van artikel 36 van het Bvdb. +Het resultaat van een belastingplichtige is € 1.100 en bestaat voor € 400 uit een voordeel dat voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt. In het resultaat is onder meer een royalty van € 300 uit land Y begrepen. Van deze royalty valt een bedrag van € 80 toe te rekenen aan octrooi- en S&O-activa die voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Land Y kent een bronbelasting op royalty’s van 10%. Hierdoor is € 30 (10%*€ 300) aan bronbelasting ingehouden. Op het deel van de royalty dat voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt, drukt € 8 (10%*€ 80). Op grond van artikel 36a van het Bvdb is de maximale buitenlandse bronbelasting die kan worden verrekend 5/100 van de royalty’s die voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Dit betekent dat € 4 (5/100*€ 80) van de € 8 voor verrekening van buitenlandse bronbelasting in aanmerking komt. Overigens gelden voor de € 220 aan royalty’s die niet voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen de normale verrekeningsregels van artikel 36 van het Bvdb. ### 14.2. Forfaitaire voordeelberekening -Belastingplichtigen kunnen voor de voordeeltoerekening – naast de eerder beschreven economische benaderingen – ook kiezen voor een forfaitaire methode. Deze forfaitaire methode is in het leven geroepen voor bedrijven waarvan de voordelen van de toepassing van de innovatiebox niet opwegen tegen de administratieve lasten van het bepalen van de toerekenbare voordelen. De forfaitaire methode geldt voor alle vennootschappen die voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Vereist is dat in het jaar of de twee daaraan voorafgaande jaren een octrooi- of S&O-activum is voortgebracht. Bij de forfaitaire methode wordt 25% van de fiscale winst als positieve innovatiewinst voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking genomen. De op deze forfaitaire wijze bepaalde positieve innovatiewinst is gemaximeerd op € 25.000. +Belastingplichtigen kunnen voor de voordeeltoerekening – naast de eerder beschreven economische benaderingen – ook kiezen voor een forfaitaire methode. Deze forfaitaire methode is in het leven geroepen voor bedrijven waarvan de voordelen van de toepassing van de innovatiebox niet opwegen tegen de administratieve lasten van het bepalen van de toerekenbare voordelen. De forfaitaire methode geldt voor alle vennootschappen die voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Vereist is dat in het jaar of de twee daaraan voorafgaande jaren een octrooi- of S&O-activum is voortgebracht. Bij de forfaitaire methode wordt 25% van de fiscale winst als positieve innovatiewinst voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking genomen. De op deze forfaitaire wijze bepaalde positieve innovatiewinst is gemaximeerd op € 25.000. Als voor deze methode wordt gekozen, ziet de keuze op alle kwalificerende immateriële activa. Het is dus niet mogelijk in één jaar zowel het forfait, als een andere methode toe te passen. Voor de forfaitaire methode kan per jaar worden gekozen. Als in de jaren daarna niet langer voor de forfaitaire methode kan of wordt gekozen, kunnen de voordelen nog wel op de gebruikelijke wijze voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen.