2022-07-01 | BWBR0001903 | Wetboek van Strafvordering
This commit is contained in:
parent
86428b831e
commit
e54389e610
1 changed files with 233 additions and 151 deletions
|
|
@ -48,6 +48,8 @@ de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel en de
|
|||
|
||||
**3.** De bevoegdheid tot kennisneming in eerste aanleg van strafbare feiten die op grond van de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie («EOM») (PbEU 2017, L 283) worden vervolgd, berust bij de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel en de rechtbank Rotterdam.
|
||||
|
||||
**3.** De rechtbank Midden-Nederland is bij uitsluiting bevoegd indien een ambtenaar, aan wie bij of krachtens artikel 7, eerste of negende lid, van de Politiewet 2012 of artikel 6, eerste lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de bevoegdheid geweld te gebruiken is toegekend, wordt vervolgd naar aanleiding van het in de uitoefening van zijn functie gebruiken van geweld.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -346,7 +348,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht.
|
||||
|
||||
**3.** De aan de verdachte toekomende rechten komen tevens toe aan de veroordeelde tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht niet onherroepelijk is beslist.
|
||||
**3.** De aan de verdachte toekomende rechten komen tevens toe aan de ambtenaar die in de uitoefening van zijn functie geweld heeft gebruikt en ten aanzien van welk geweldgebruik een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 511a is ingesteld en de veroordeelde tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht niet onherroepelijk is beslist.
|
||||
|
||||
**4.** De verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, is bevoegd zich te laten bijstaan door een tolk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -981,9 +983,10 @@ e. de aard van het aan de verdachte ten laste gelegde;
|
|||
f. de plaats, de datum en het tijdstip van de terechtzitting;
|
||||
g. de einduitspraak in de strafzaak tegen de verdachte;
|
||||
h. het instellen of uitblijven van hoger beroep;
|
||||
i. de afzonderlijke beslissing waarbij met toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg een zorgmachtiging krachtens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname krachtens de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten wordt afgegeven.
|
||||
i. de afzonderlijke beslissing waarbij met toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg een zorgmachtiging krachtens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname krachtens de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten wordt afgegeven;
|
||||
j. de in het vierde en vijfde lid genoemde mededelingen en over de maatregel bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de maatregel betrekking heeft op door het slachtoffer zelf geleden schade.
|
||||
|
||||
**2.** Aan het slachtoffer dat daarom verzoekt wordt mededeling gedaan van de aanvang en voortgang in de zaak als bedoeld in het eerste lid. In het bijzonder wordt door de ambtenaar van politie, of de andere opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 onder c en d, ten minste mededeling gedaan van de informatie als bedoeld onder a en wordt door de officier van justitie ten minste mededeling gedaan van de informatie als bedoeld onder b tot en met i van het eerste lid.
|
||||
**2.** Aan het slachtoffer dat daarom verzoekt wordt mededeling gedaan van de aanvang en voortgang in de zaak als bedoeld in het eerste lid. In het bijzonder wordt door de ambtenaar van politie, of de andere opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 onder c en d, ten minste mededeling gedaan van de informatie als bedoeld onder a en wordt door de officier van justitie ten minste mededeling gedaan van de informatie als bedoeld onder b tot en met j van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het slachtoffer ontvangt op zijn verzoek als bedoeld in het tweede lid voldoende informatie om te beslissen of hij beklag zal doen bij het gerechtshof als bedoeld in artikel 12. De mededelingen betreffende de informatie als bedoeld in het eerste lid, onder a en b omvatten naast de beslissing ten minste de motivering of een samenvatting van de motivering van de betrokken beslissing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -993,7 +996,7 @@ i. de afzonderlijke beslissing waarbij met toepassing van artikel 2.3 van de Wet
|
|||
|
||||
**6.** Indien een aanwijsbaar risico bestaat dat de verdachte of de veroordeelde als gevolg van de mededeling als bedoeld in het vierde en vijfde lid schade wordt berokkend, dan blijft elke mededeling achterwege.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake het recht van het slachtoffer om informatie te ontvangen over de zaak en inzake het doen van mededeling aan het slachtoffer over de zaak.
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake het recht van het slachtoffer om informatie te ontvangen in verband met de zaak en inzake het doen van mededeling aan het slachtoffer in verband met de zaak.
|
||||
|
||||
**8.** Waar deze wet voorziet in een verzoek van een slachtoffer, kan een schriftelijk verzoek langs elektronische weg worden overgedragen met behulp van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen elektronische voorziening.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1023,7 +1026,7 @@ i. de afzonderlijke beslissing waarbij met toepassing van artikel 2.3 van de Wet
|
|||
|
||||
**5.** Indien het slachtoffer de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst, kan hij zich laten bijstaan door een tolk.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de bijstand door een tolk, alsmede inzake de ondersteuning van het slachtoffer bij het begrijpen en bij het zelf worden begrepen bij zijn noodzakelijke contacten met de politie, het openbaar ministerie en de rechter.
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de bijstand door een tolk, alsmede inzake de ondersteuning van het slachtoffer bij het begrijpen en bij het zelf worden begrepen bij zijn noodzakelijke contacten met de politie, het openbaar ministerie, de rechter en Onze Minister voor Rechtsbescherming.
|
||||
|
||||
### Artikel 51ca
|
||||
|
||||
|
|
@ -1462,7 +1465,7 @@ c. het bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven terzake van verdenking van een
|
|||
Een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven in geval van verdenking van:
|
||||
|
||||
a. een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;
|
||||
b. een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138aa, 138ab, 138b, 138c, 139c, 139d, eerste en tweede lid, artikel 139h, eerste en tweede lid, 139g, 140, tweede lid, 141a, 137c, tweede lid, 137d, eerste lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 151, 184a, 254a, 248d, 248e, 272, 284, eerste lid, 285, eerste lid, 285b, 285c, 300, eerste lid, 321, 326c, tweede lid, 326d, 340, 342, 344a, 344b, 347, eerste lid, 350, 350a, 350c, 350d351, 395, 417bis, 420bis.1, 420quater en 420quater.1 van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
b. een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138aa, 138ab, 138b, 138c, 139c, 139d, eerste en tweede lid, artikel 139h, eerste en tweede lid, 139g, 140, tweede lid, 141a, 137c, tweede lid, 137d, eerste lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 151, 184a, 254a, 248d, 248e, 272, 284, eerste lid, 285, eerste lid, 285b, 285c, 300, eerste lid, 321, 326c, tweede lid, 326d, 340, 342, 344a, 344b, 347, eerste lid, 350, 350a, 350c, 350d351, 372, 395, 417bis, 420bis.1, 420quater en 420quater.1 van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
c. een der misdrijven omschreven in:
|
||||
|
||||
artikel 86i, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998;
|
||||
|
|
@ -4245,7 +4248,7 @@ c. indien door het misdrijf inbreuk op of onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van
|
|||
|
||||
**5.** De aangever ontvangt een kopie van de aangifte dan wel een kopie van het proces-verbaal van aangifte.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het belang van het onderzoek dit vergt ontvangt de aangever een schriftelijke bevestiging van zijn aangifte, in afwijking van het bepaalde in het vijfde lid.
|
||||
**6.** Indien het belang van het onderzoek dit vergt ontvangt de aangever een schriftelijke bevestiging van zijn aangifte, in afwijking van het bepaalde in het vijfde lid. De schriftelijke bevestiging vermeldt de bijzondere redenen voor het afwijken van het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**7.** De aangever ontvangt, indien hij de Nederlandse taal niet of onvoldoende begrijpt of spreekt, op zijn verzoek een vertaling van een schriftelijke bevestiging van de aangifte, in een taal die hij begrijpt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5425,7 +5428,7 @@ Strafbare feiten welke op dezelfde terechtzitting worden aangebracht en waartuss
|
|||
|
||||
### Artikel 261a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Indien een feit onder verwijzing naar het misdrijf, bedoeld in artikel 372 van het Wetboek van Strafrecht ten laste wordt gelegd, kan in de dagvaarding hetzelfde feit niet tevens onder verwijzing naar een ander misdrijf ten laste worden gelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 262
|
||||
|
||||
|
|
@ -5884,7 +5887,7 @@ De rechtbank heeft gelijke bevoegdheid als in artikel 147 aan het openbaar minis
|
|||
|
||||
### Artikel 311
|
||||
|
||||
**1.** Nadat de ondervraging van de verdachte heeft plaatsgehad en de aanwezige getuigen en deskundigen zijn gehoord, kan de officier van justitie het woord voeren; hij legt zijn vordering na voorlezing aan de rechtbank over. De vordering omschrijft de straf en maatregel, indien oplegging daarvan wordt geëist; zij vermeldt in dat geval tevens welk strafbaar feit zou zijn begaan. De officier van justitie maakt, voor zover zulks aan de verdachte niet reeds eerder was gebleken, kenbaar of hij voornemens is een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken, alsmede of daartoe een strafrechtelijk financieel onderzoek, als bedoeld in artikel 126 is ingesteld. Van deze mededeling van de officier van justitie wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting aantekening gemaakt.
|
||||
**1.** Nadat de ondervraging van de verdachte heeft plaatsgehad, de aanwezige getuigen en deskundigen zijn gehoord en het spreekrecht is uitgeoefend, kan de officier van justitie het woord voeren; hij legt zijn vordering na voorlezing aan de rechtbank over. De vordering omschrijft de straf en maatregel, indien oplegging daarvan wordt geëist; zij vermeldt in dat geval tevens welk strafbaar feit zou zijn begaan. De officier van justitie maakt, voor zover zulks aan de verdachte niet reeds eerder was gebleken, kenbaar of hij voornemens is een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken, alsmede of daartoe een strafrechtelijk financieel onderzoek, als bedoeld in artikel 126 is ingesteld. Van deze mededeling van de officier van justitie wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting aantekening gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** De verdachte kan hierop antwoorden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -8342,11 +8345,37 @@ d. zich te doen begeleiden bij hulpverlening die van invloed kan zijn op het ple
|
|||
|
||||
**2.** De procureur-generaal geeft van de beschikking tevens schriftelijk kennis aan den verzoeker en zendt daarvan afschrift toe aan het openbaar ministerie bij het aangewezen gerecht.
|
||||
|
||||
### Titel IIIA. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de burgerlijke rechter kennis neemt
|
||||
### Titel IIIa. Onderzoek naar gebruik van geweld door ambtenaren
|
||||
|
||||
### Artikel 511a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Indien een ambtenaar, aan wie bij of krachtens artikel 7, eerste, achtste of negende lid, van de Politiewet 2012 of artikel 6, eerste lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de bevoegdheid geweld te gebruiken is toegekend, in de uitoefening van zijn functie geweld heeft gebruikt, kan de officier van justitie bevelen dat een feitenonderzoek wordt ingesteld. Van dit bevel wordt de betrokken ambtenaar op de hoogte gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een feitenonderzoek is gericht op de beoordeling of het geweld is gebruikt overeenkomstig de geweldsinstructie.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 51a tot en met 51d zijn gedurende het feitenonderzoek voor zover relevant van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het feitenonderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 511aa
|
||||
|
||||
**1.** In het feitenonderzoek kan de officier van justitie, of, indien de artikelen de hulpofficier of de opsporingsambtenaar als bevoegd aanwijzen, deze ambtenaar, de in de artikelen 61a, eerste lid, onderdeel h, 96 tot en met 96c, 97, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, 99, 124, 125, 125i, 126nc, 126nd, 150 en 151 bedoelde bevoegdheden uitoefenen en kan de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de bevoegdheden van de artikelen 104 tot en met 110 uitoefenen. Artikel 94, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het feitenonderzoek alleen vatbaar voor inbeslagneming zijn alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen.
|
||||
|
||||
**2.** Een bevel als bedoeld in de artikelen 96a, eerste lid, 105, eerste lid, 126nc, eerste lid, en 126nd, eerste lid, wordt niet gericht aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 511a, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kunnen slechts worden uitgeoefend indien:
|
||||
|
||||
a. het geweldgebruik, bedoeld in artikel 511a, eerste lid, lichamelijk letsel of de dood tot gevolg heeft gehad;
|
||||
b. de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid in redelijke verhouding staat tot de aard van het geweldgebruik ter beoordeling waarvan het feitenonderzoek is ingesteld;
|
||||
c. het vergaren van gegevens voor het feitenonderzoek door uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid niet op een andere, minder ingrijpende wijze mogelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 511ab
|
||||
|
||||
**1.** Op basis van het feitenonderzoek beslist de officier van justitie welke vervolgbeslissing wordt genomen.
|
||||
|
||||
**2.** De officier van justitie doet van zijn beslissing onverwijld schriftelijk mededeling aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 511a, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Titel IIIb. Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
|
||||
|
||||
|
|
@ -8962,7 +8991,28 @@ Artikel 39 vindt ten aanzien van inverzekeringstelling door de officier van jus
|
|||
|
||||
### Artikel 551a
|
||||
|
||||
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan iedere opsporingsambtenaar de desbetreffende plaats betreden. De opsporingsambtenaar is bevoegd alle personen die daar wederrechtelijk vertoeven, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, te verwijderen of te doen verwijderen.
|
||||
**1.** In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan de officier van justitie, na een daartoe door de rechter-commissaris schriftelijk verleende machtiging, bevelen dat een opsporingsambtenaar alle personen die wederrechtelijk vertoeven op een plaats als in die artikelen bedoeld, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, verwijdert of doet verwijderen. De opsporingsambtenaar kan daartoe de desbetreffende plaats betreden.
|
||||
|
||||
**2.** De machtiging van de rechter-commissaris wordt verleend op schriftelijke vordering van de officier van justitie. Bij dringende noodzaak kan de vordering van de officier van justitie mondeling worden gedaan. De officier van justitie stelt in dat geval de vordering zo spoedig mogelijk op schrift.
|
||||
|
||||
**3.** De rechter-commissaris beslist binnen drie maal vierentwintig uur na de indiening van de vordering van de officier van justitie, bedoeld in het tweede lid. De personen, bedoeld in het eerste lid, worden zo mogelijk door de rechter-commissaris gehoord. Bij dringende noodzaak beslist de rechter-commissaris zonder de personen te hebben gehoord.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Van een dringende noodzaak als bedoeld in het derde lid is in elk geval sprake in de situatie dat een verdachte van het misdrijf als omschreven in artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht:
|
||||
|
||||
a. tevens wordt verdacht van het misdrijf als omschreven in artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
b. tevens wordt verdacht van een strafbaar feit waardoor de rechthebbende, bedoeld in de artikelen 138 en 138a van het Wetboek van Strafrecht, wordt getroffen;
|
||||
c. een ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid veroorzaakt in de omgeving van de woning of het gebouw, bedoeld in de artikelen 138 en 138a van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
d. een gevaarlijke situatie veroorzaakt door het wederrechtelijk vertoeven, bedoeld in de artikelen 138 en 138a van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**5.** De beschikking van de rechter-commissaris is met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend en wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de officier van justitie en de personen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het bevel van de officier van justitie, bedoeld in het eerste lid, is dadelijk uitvoerbaar.
|
||||
|
||||
Tegen de beschikking van de rechter-commissaris staat voor de personen, bedoeld in het eerste lid, binnen veertien dagen na dagtekening van de beslissing hoger beroep open bij de rechtbank. Het hoger beroep heeft geen schorsende werking.
|
||||
|
||||
### Artikel 552
|
||||
|
||||
|
|
@ -11513,13 +11563,15 @@ c. de bijkomende straf van ontzetting van het recht om ambten of bepaalde ambten
|
|||
|
||||
**1.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de ingevolge artikel 6:4:1 bepaalde termijn wordt het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de verhogingen voorzien in artikel 6:4:2, en de administratiekosten, na voorgaande schriftelijke waarschuwing, op de voorwerpen van de veroordeelde verhaald. In verband met het verhaal kan woonplaats worden gekozen bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan afzien van het nemen van verhaal.
|
||||
**2.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de ingevolge artikel 6:4:1, tweede lid, bedoelde termijn kan de opsporingsambtenaar in afwachting van de komst van de deurwaarder de maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om voor verhaal vatbare voorwerpen veilig te stellen. Deze maatregelen kunnen de vrijheid van personen die zich ter plaatse bevinden beperken.
|
||||
|
||||
**3.** Is volledig verhaal onmogelijk gebleken of daarvan met toepassing van het tweede lid afgezien, dan wordt, na voorgaande schriftelijke waarschuwing, de vervangende vrijheidsstraf ten uitvoer gelegd.
|
||||
**3.** Onze Minister kan afzien van het nemen van verhaal.
|
||||
|
||||
**4.** Tenzij de veroordeelde hier te lande geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, wordt tot tenuitvoerlegging van vervangende vrijheidsstraf niet overgegaan dan nadat veertien dagen zijn verstreken sedert de dag waarop de in het derde lid bedoelde waarschuwing aan hem is verzonden.
|
||||
**4.** Is volledig verhaal onmogelijk gebleken of daarvan met toepassing van het tweede lid afgezien, dan wordt, na voorgaande schriftelijke waarschuwing, de vervangende vrijheidsstraf ten uitvoer gelegd.
|
||||
|
||||
**5.** Degene te wiens laste verhaal plaatsvindt is de kosten daarvan verschuldigd, ook indien de strafbeschikking, het vonnis of het arrest na het instellen van verzet, hoger beroep of beroep in cassatie daartegen wordt vernietigd.
|
||||
**5.** Tenzij de veroordeelde hier te lande geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, wordt tot tenuitvoerlegging van vervangende vrijheidsstraf niet overgegaan dan nadat veertien dagen zijn verstreken sedert de dag waarop de in het derde lid bedoelde waarschuwing aan hem is verzonden.
|
||||
|
||||
**6.** Degene te wiens laste verhaal plaatsvindt is de kosten daarvan verschuldigd, ook indien de strafbeschikking, het vonnis of het arrest na het instellen van verzet, hoger beroep of beroep in cassatie daartegen wordt vernietigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:4
|
||||
|
||||
|
|
@ -11585,162 +11637,39 @@ c. het tegoed van een rekening bij een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de W
|
|||
|
||||
### Artikel 6:4:9
|
||||
|
||||
**1.** Indien een maatregel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, vinden de artikelen 6:4:1, 6:4:3, eerste en tweede lid, 6:4:4 tot en met 6:4:6, en 6:4:8, overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de ingevolge artikel 6:4:1, tweede lid, bedoelde termijn kan de opsporingsambtenaar in afwachting van de komst van de deurwaarder de maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om voor verhaal vatbare voorwerpen veilig te stellen. Deze maatregelen kunnen de vrijheid van personen die zich ter plaatse bevinden beperken.
|
||||
Indien een maatregel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, vinden de artikelen 6:4:1, 6:4:3, eerste tot en met derde lid, 6:4:4 tot en met 6:4:6, en 6:4:8, overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:10
|
||||
|
||||
In geval van een onderzoek als bedoeld in artikel 6:4:11, eerste lid, kan de officier van justitie vorderen dat de rechter-commissaris een plaats doorzoekt met het oog op het veiligstellen van voorwerpen op de wijze als bedoeld in artikel 6:4:9, tweede lid. Hij kan zich daarbij doen vergezellen van bepaalde door hem aangewezen personen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:11
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de ingevolge artikel 6:4:1, tweede lid, bedoelde termijn kan krachtens een met redenen omklede machtiging van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie, een onderzoek worden ingesteld naar het vermogen van de veroordeelde.
|
||||
|
||||
**2.** Het onderzoek is gericht op de vaststelling van de omvang van het vermogen van de veroordeelde waarop verhaal kan worden genomen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de maatregel, bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**3.** De vordering is met redenen omkleed en vermeldt de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, het bedrag dat de veroordeelde ter voldoening daarvan reeds heeft betaald en of er een vordering als bedoeld in artikel 6:6:26, eerste lid, is gedaan.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De rechter-commissaris verleent de machtiging, bedoeld in het eerste lid, indien:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van de resterende betalingsverplichting van aanzienlijk belang is, en;
|
||||
b. er aanwijzingen bestaan dat aan de veroordeelde voorwerpen toebehoren waarop krachtens artikel 6:4:9 verhaal kan worden genomen.
|
||||
|
||||
**5.** De machtiging geldt voor ten hoogste zes maanden en kan op vordering van de officier van justitie telkens met een zelfde duur worden verlengd, totdat de maximale duur van twee jaren is bereikt.
|
||||
|
||||
**6.** De rechter-commissaris waakt tegen nodeloze vertraging van het onderzoek. De officier van justitie verschaft eigener beweging of op verzoek van de rechter-commissaris de benodigde inlichtingen.
|
||||
|
||||
**7.** Op vordering van de officier van justitie kan het onderzoek krachtens een machtiging van de rechter-commissaris worden onderbroken en hervat. De onderbreking schorst de duur van de machtiging bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de officier van justitie oordeelt dat het onderzoek is voltooid of dat er voor de voortzetting daarvan geen grond bestaat, sluit hij het onderzoek bij schriftelijk gedagtekende beschikking. Een afschrift van de beschikking wordt aan de veroordeelde tegen wie het onderzoek was gericht betekend. De officier van justitie stelt de rechter-commissaris van het eindigen van het onderzoek op de hoogte.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde eindigt voorts:
|
||||
|
||||
a. indien de geldigheidsduur van een ingevolge het eerste lid verleende machtiging is verstreken;
|
||||
b. indien de veroordeelde alsnog aan diens betalingsverplichting heeft voldaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ten behoeve van het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde is de opsporingsambtenaar bevoegd, bij bevel daartoe van de officier van justitie, in het belang van het onderzoek:
|
||||
|
||||
a. van eenieder te vorderen op te geven of, en zo ja welke, vermogensbestanddelen hij onder zich heeft of heeft gehad, die toebehoren of hebben toebehoord aan degene tegen wie het onderzoek is gericht;
|
||||
b. van degene die daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komt en die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, te vorderen bepaalde opgeslagen of vastgelegde identificerende gegevens, in de zin van artikel 126nc, tweede lid, van een persoon te verstrekken;
|
||||
c. aan iedere aanbieder van een communicatiedienst een vordering te doen gegevens te verstrekken ter zake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruiker van een communicatiedienst in de zin van artikel 138g;
|
||||
d. een persoon stelselmatig te volgen of stelselmatig de aanwezigheid of het gedrag van een persoon waar te nemen;
|
||||
e. zonder toestemming van de rechthebbende een besloten plaats, niet zijnde een woning, te betreden dan wel een technisch hulpmiddel aan te wenden teneinde die plaats op te nemen, aldaar sporen veilig te stellen of aldaar een technisch hulpmiddel te plaatsen teneinde de aanwezigheid of verplaatsing van een goed vast te kunnen stellen.
|
||||
|
||||
**2.** Op de vordering bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is artikel 126a, derde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Op de vordering bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 126nc, derde tot en met vijfde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder d, een technisch hulpmiddel kan worden aangewend, voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen. Een technisch hulpmiddel wordt niet op een persoon bevestigd, tenzij met diens toestemming.
|
||||
|
||||
**5.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder d, een besloten plaats, niet zijnde een woning, kan worden betreden zonder toestemming van de rechthebbende.
|
||||
|
||||
**6.** Op het bevel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is artikel 126g, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:13
|
||||
|
||||
**1.** Een bevel van de officier van justitie als bedoeld in artikel 6:4:12, alsmede een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking daarvan, wordt schriftelijk gegeven. Aan een schriftelijk bevel staat gelijk een mondeling bevel dat onverwijld op schrift is gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een bevel kan worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of ingetrokken.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het bevel vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de veroordeelde;
|
||||
b. de geldigheidsduur van het bevel;
|
||||
c. voor zover nodig, de wijze waarop aan het bevel toepassing wordt gegeven.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien een besloten plaats wordt betreden, vermeldt het bevel voorts:
|
||||
|
||||
a. de plaats waarop het bevel betrekking heeft;
|
||||
b. bij toepassing van artikel 6:4:12, eerste lid, onderdeel e, voorts het tijdstip waarop of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De opsporingsambtenaar maakt van de uitvoering van het bevel proces-verbaal op. Het proces-verbaal vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid;
|
||||
b. de wijze waarop aan het bevel uitvoering is gegeven;
|
||||
c. de gegevens die naar aanleiding van een bevel of op een vordering zijn verstrekt;
|
||||
d. de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6:4:12 is voldaan.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een bevel mondeling is gegeven en een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking van een bevel, als bedoeld in het tweede lid, niet op schrift is gesteld, wordt daarvan melding gemaakt in het proces-verbaal.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:14
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek, bedoeld in artikel 6:4:12, eerste lid, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens, vorderen deze gegevens te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 126nd, tweede tot en met vierde lid en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de gegevens bedoeld in artikel 126nd, derde lid;
|
||||
b. de naar aanleiding van de vordering verstrekte gegevens;
|
||||
c. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.
|
||||
|
||||
**4.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat een vordering als bedoeld in het eerste lid, betrekking kan hebben op gegevens die pas na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken en kan telkens met maximaal vier weken worden verlengd. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een vordering betrekking heeft op gegevens die na het tijdstip van de vordering worden verwerkt, wordt de vordering beëindigd zodra de verwerking niet meer in het belang van het onderzoek is. Van een wijziging, aanvulling, verlenging of beëindiging van de vordering doet de officier van justitie proces-verbaal opmaken.
|
||||
|
||||
**6.** De officier van justitie kan indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert bepalen dat degene tot wie de vordering is gericht de gegevens direct na de verwerking verstrekt, dan wel telkens binnen een bepaalde periode na de verwerking verstrekt. De officier van justitie behoeft hiervoor voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
**7.** De officier van justitie kan indien het belang van het onderzoek dit vordert bij of terstond na de toepassing van het eerste of het vierde lid, degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens, bevelen medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door de versleuteling ongedaan te maken dan wel deze kennis ter beschikking te stellen. Dit bevel wordt niet gegeven aan de veroordeelde. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:15
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek een vordering doen gegevens te verstrekken over een gebruiker van een communicatiedienst en het communicatieverkeer met betrekking tot die gebruiker in de zin van artikel 138h.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 126n, eerste lid, tweede volzin, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie doet van de vordering, bedoeld in het eerste lid, proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de naam van de veroordeelde;
|
||||
b. indien bekend, de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de persoon omtrent wie gegevens worden gevorderd;
|
||||
c. de gegevens die worden gevorderd;
|
||||
d. indien de vordering betrekking heeft op gegevens die na het tijdstip van de vordering worden verwerkt, de periode waarover de vordering zich uitstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 126n, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:16
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek aan een opsporingsambtenaar bevelen dat met een technisch hulpmiddel niet voor het publiek bestemde communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van de diensten van een aanbieder van een communicatiedienst, in de zin van artikel 138g, wordt opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris. De artikelen 126m, derde en vierde lid, en 126ma zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het bevel wordt gegeven voor een duur van ten hoogste vier weken. Naast de gegevens bedoeld in artikel 6:4:13, derde lid, vermeldt het bevel:
|
||||
|
||||
a. zo mogelijk het nummer of een andere aanduiding waarmee de individuele gebruiker van de communicatiedienst wordt geïdentificeerd, en;
|
||||
b. voor zover bekend, de naam en het adres van de gebruiker, en;
|
||||
c. de aard van het technisch hulpmiddel of de technische hulpmiddelen waarmee de communicatie wordt opgenomen.
|
||||
|
||||
**4.** De officier van justitie kan, indien de in het eerste lid bedoelde communicatie wordt opgenomen, indien het belang van het onderzoek dit vordert, tot degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de communicatie, de vordering richten medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door hetzij deze kennis ter beschikking te stellen, hetzij de versleuteling ongedaan te maken. De vordering wordt niet gericht tot de veroordeelde. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De vordering, bedoeld in het vierde lid, kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 6:4:13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:17
|
||||
|
||||
**1.** Indien het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde is geëindigd, zijn de artikelen 126bb en 126dd van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Zodra twee maanden zijn verstreken nadat het onderzoek is geëindigd en aan de betrokkenen mededeling, bedoeld in artikel 126bb is gedaan, draagt de officier van justitie ervoor zorg dat processen-verbaal en voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend en die zijn verkregen met toepassing van de in de artikelen 6:4:11 tot en met 6:4:16 genoemde bevoegdheden, worden vernietigd. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:18
|
||||
|
||||
|
|
@ -11772,7 +11701,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gest
|
|||
|
||||
### Artikel 6:4:21
|
||||
|
||||
**1.** Indien bij een bevel als bedoeld in artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht storting van een waarborgsom als bijzondere voorwaarde is gesteld, vinden de artikelen 6:1:1, 6:4:1, eerste lid en tweede lid, eerste zin, 6:4:3, vijfde lid, en 6:4:8 overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Indien bij een bevel als bedoeld in artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht storting van een waarborgsom als bijzondere voorwaarde is gesteld, vinden de artikelen 6:1:1, 6:4:1, eerste lid en tweede lid, eerste zin, 6:4:3, zesde lid, en 6:4:8 overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de storting wordt in geen geval een langere termijn gesteld dan drie maanden, te rekenen van de dag waarop het vonnis of het arrest voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -11780,13 +11709,166 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gest
|
|||
|
||||
#### Titel Vijfde. Onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:22
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de ingevolge artikel 6:4:1, tweede lid, bedoelde termijn kan krachtens een met redenen omklede machtiging van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie, een onderzoek worden ingesteld naar het vermogen van de veroordeelde.
|
||||
|
||||
**2.** Het onderzoek is gericht op de vaststelling van de omvang van het vermogen van de veroordeelde waarop verhaal kan worden genomen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een geldboete, van de maatregel, bedoeld in artikel 36f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of van de maatregel, bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**3.** De vordering is met redenen omkleed en vermeldt de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, het bedrag dat de veroordeelde ter voldoening daarvan reeds heeft betaald en of er een vordering als bedoeld in artikel 6:6:26, eerste lid, is gedaan.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De rechter-commissaris verleent de machtiging, bedoeld in het eerste lid, indien:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van de resterende betalingsverplichting van aanzienlijk belang is, en;
|
||||
b. er aanwijzingen bestaan dat aan de veroordeelde voorwerpen toebehoren waarop krachtens artikel 6:4:3 verhaal kan worden genomen.
|
||||
|
||||
**5.** De machtiging geldt voor ten hoogste zes maanden en kan op vordering van de officier van justitie telkens met een zelfde duur worden verlengd, totdat de maximale duur van twee jaren is bereikt.
|
||||
|
||||
**6.** De rechter-commissaris waakt tegen nodeloze vertraging van het onderzoek. De officier van justitie verschaft ambtshalve of op verzoek van de rechter-commissaris de benodigde inlichtingen.
|
||||
|
||||
**7.** Op vordering van de officier van justitie kan het onderzoek krachtens een machtiging van de rechter-commissaris worden onderbroken en hervat. De onderbreking schorst de duur van de machtiging bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de officier van justitie oordeelt dat het onderzoek is voltooid of dat er voor de voortzetting daarvan geen grond bestaat, sluit hij het onderzoek bij schriftelijk gedagtekende beschikking. Een afschrift van de beschikking wordt aan de veroordeelde tegen wie het onderzoek was gericht betekend. De officier van justitie stelt de rechter-commissaris van het eindigen van het onderzoek op de hoogte.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde eindigt voorts:
|
||||
|
||||
a. indien de geldigheidsduur van een ingevolge het eerste lid verleende machtiging is verstreken;
|
||||
b. indien de veroordeelde alsnog aan diens betalingsverplichting heeft voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:23
|
||||
|
||||
In geval van een onderzoek als bedoeld in artikel 6:4:22, eerste lid, kan de officier van justitie vorderen dat de rechter-commissaris een plaats doorzoekt met het oog op het veiligstellen van voorwerpen op de wijze als bedoeld in artikel 6:4:3, tweede lid. Hij kan zich daarbij doen vergezellen van bepaalde door hem aangewezen personen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:24
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ten behoeve van het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde is de opsporingsambtenaar bevoegd, bij bevel daartoe van de officier van justitie, in het belang van het onderzoek:
|
||||
|
||||
a. van eenieder te vorderen op te geven of, en zo ja welke, vermogensbestanddelen hij onder zich heeft of heeft gehad, die toebehoren of hebben toebehoord aan degene tegen wie het onderzoek is gericht;
|
||||
b. van degene die daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komt en die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, te vorderen bepaalde opgeslagen of vastgelegde identificerende gegevens, in de zin van artikel 126nc, tweede lid, van een persoon te verstrekken;
|
||||
c. aan iedere aanbieder van een communicatiedienst een vordering te doen gegevens te verstrekken ter zake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruik van een communicatiedienst in de zin van artikel 138g;
|
||||
d. een persoon stelselmatig te volgen of stelselmatig de aanwezigheid of het gedrag van een persoon waar te nemen;
|
||||
e. zonder toestemming van de rechthebbende een besloten plaats, niet zijnde een woning, te betreden dan wel een technisch hulpmiddel aan te wenden teneinde die plaats op te nemen, aldaar sporen veilig te stellen of aldaar een technisch hulpmiddel te plaatsen teneinde de aanwezigheid of verplaatsing van een goed vast te kunnen stellen.
|
||||
|
||||
**2.** Op de vordering bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is artikel 126a, derde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Op de vordering bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 126nc, derde tot en met vijfde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, een technisch hulpmiddel kan worden aangewend, voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen. Een technisch hulpmiddel wordt niet op een persoon bevestigd, tenzij met diens toestemming.
|
||||
|
||||
**5.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, een besloten plaats, niet zijnde een woning, kan worden betreden zonder toestemming van de rechthebbende.
|
||||
|
||||
**6.** Op het bevel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is artikel 126g, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:25
|
||||
|
||||
**1.** Een bevel van de officier van justitie als bedoeld in artikel 6:4:24, alsmede een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking daarvan, wordt schriftelijk gegeven. Aan een schriftelijk bevel staat gelijk een mondeling bevel dat onverwijld op schrift is gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een bevel kan worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of ingetrokken.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het bevel vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de veroordeelde;
|
||||
b. de geldigheidsduur van het bevel;
|
||||
c. voor zover nodig, de wijze waarop aan het bevel toepassing wordt gegeven.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien een besloten plaats wordt betreden, vermeldt het bevel voorts:
|
||||
|
||||
a. de plaats waarop het bevel betrekking heeft;
|
||||
b. bij toepassing van artikel 6:4:24, eerste lid, onderdeel e, voorts het tijdstip waarop of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De opsporingsambtenaar maakt van de uitvoering van het bevel proces-verbaal op. Het proces-verbaal vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid;
|
||||
b. de wijze waarop aan het bevel uitvoering is gegeven;
|
||||
c. de gegevens die naar aanleiding van een bevel of op een vordering zijn verstrekt;
|
||||
d. de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6:4:24 is voldaan.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een bevel mondeling is gegeven en een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking van een bevel, als bedoeld in het tweede lid, niet op schrift is gesteld, wordt daarvan melding gemaakt in het proces-verbaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:26
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek, bedoeld in artikel 6:4:24, eerste lid, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens, vorderen deze gegevens te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 126nd, tweede tot en met vierde lid en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de gegevens bedoeld in artikel 126nd, derde lid;
|
||||
b. de naar aanleiding van de vordering verstrekte gegevens;
|
||||
c. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.
|
||||
|
||||
**4.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat een vordering als bedoeld in het eerste lid, betrekking kan hebben op gegevens die pas na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken en kan telkens met maximaal vier weken worden verlengd. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een vordering betrekking heeft op gegevens die na het tijdstip van de vordering worden verwerkt, wordt de vordering beëindigd zodra de verwerking niet meer in het belang van het onderzoek is. Van een wijziging, aanvulling, verlenging of beëindiging van de vordering doet de officier van justitie proces-verbaal opmaken.
|
||||
|
||||
**6.** De officier van justitie kan indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert bepalen dat degene tot wie de vordering is gericht de gegevens direct na de verwerking verstrekt, dan wel telkens binnen een bepaalde periode na de verwerking verstrekt. De officier van justitie behoeft hiervoor voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
**7.** De officier van justitie kan indien het belang van het onderzoek dit vordert bij of terstond na de toepassing van het eerste of het vierde lid, degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens, bevelen medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door de versleuteling ongedaan te maken dan wel deze kennis ter beschikking te stellen. Dit bevel wordt niet gegeven aan de veroordeelde. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:27
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek een vordering doen gegevens te verstrekken over een gebruiker van een communicatiedienst en het communicatieverkeer met betrekking tot die gebruiker in de zin van artikel 138h.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 126n, eerste lid, tweede volzin, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie doet van de vordering, bedoeld in het eerste lid, proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de naam van de veroordeelde;
|
||||
b. indien bekend, de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de persoon omtrent wie gegevens worden gevorderd;
|
||||
c. de gegevens die worden gevorderd;
|
||||
d. indien de vordering betrekking heeft op gegevens die na het tijdstip van de vordering worden verwerkt, de periode waarover de vordering zich uitstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 126n, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:28
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek aan een opsporingsambtenaar bevelen dat met een technisch hulpmiddel niet voor het publiek bestemde communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van de diensten van een aanbieder van een communicatiedienst, in de zin van artikel 138g, wordt opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris. De artikelen 126m, derde en vierde lid, en 126ma zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het bevel wordt gegeven voor een duur van ten hoogste vier weken. Naast de gegevens bedoeld in artikel 6:4:25, derde lid, vermeldt het bevel:
|
||||
|
||||
a. zo mogelijk het nummer of een andere aanduiding waarmee de individuele gebruiker van de communicatiedienst wordt geïdentificeerd, en;
|
||||
b. voor zover bekend, de naam en het adres van de gebruiker, en;
|
||||
c. de aard van het technisch hulpmiddel of de technische hulpmiddelen waarmee de communicatie wordt opgenomen.
|
||||
|
||||
**4.** De officier van justitie kan, indien de in het eerste lid bedoelde communicatie wordt opgenomen, indien het belang van het onderzoek dit vordert, tot degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de communicatie, de vordering richten medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door hetzij deze kennis ter beschikking te stellen, hetzij de versleuteling ongedaan te maken. De vordering wordt niet gericht tot de veroordeelde. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De vordering, bedoeld in het vierde lid, kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 6:4:25, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6:4:29
|
||||
|
||||
**1.** Indien het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde is geëindigd, zijn de artikelen 126bb en 126dd van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Zodra twee maanden zijn verstreken nadat het onderzoek is geëindigd en aan de betrokkenen mededeling, bedoeld in artikel 126bb is gedaan, draagt de officier van justitie ervoor zorg dat processen-verbaal en voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend en die zijn verkregen met toepassing van de in de artikelen 6:4:22 en 6:4:24 tot en met 6:4:28 genoemde bevoegdheden, worden vernietigd. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk 5. Bijkomende straffen
|
||||
|
||||
### Artikel 6:5:1
|
||||
|
||||
**1.** Indien niet in beslag genomen voorwerpen verbeurd zijn verklaard, dan wel openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de veroordeelde is bevolen, vinden de artikelen 6:1:1, 6:4:1 en 6:4:3, vijfde lid, overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Indien niet in beslag genomen voorwerpen verbeurd zijn verklaard, dan wel openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de veroordeelde is bevolen, vinden de artikelen 6:1:1, 6:4:1 en 6:4:3, zesde lid, overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien binnen de daarvoor bepaalde termijn noch uitlevering van de voorwerpen noch betaling van de geschatte waarde plaats heeft, dan wel de kosten van openbaarmaking niet worden betaald, vinden de artikelen 6:4:3, 6:4:5 en 6:4:6 overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Indien binnen de daarvoor bepaalde termijn noch uitlevering van de voorwerpen noch betaling van de geschatte waarde plaats heeft, dan wel de kosten van openbaarmaking niet worden betaald, vinden de artikelen 6:4:3, 6:4:5, 6:4:6, 6:4:22 tot en met 6:4:29, overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het onderzoek is gericht of eveneens is gericht op de vaststelling van de omvang van het vermogen van de veroordeelde waarop verhaal kan worden genomen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van verbeurdverklaring.
|
||||
|
||||
**3.** Verbeurdverklaring van vorderingen wordt ten uitvoer gelegd door betekening van de uitspraak aan de schuldenaar.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue