2002-05-15 | BWBR0008365 | Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
This commit is contained in:
parent
df2654649e
commit
e54bb64a07
1 changed files with 16 additions and 11 deletions
|
|
@ -407,7 +407,7 @@ In geval van zwaarwegende persoonlijke omstandigheden kan op verzoek van de rech
|
|||
|
||||
**3.** Zij heeft recht op bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen.
|
||||
|
||||
**4.** Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt gelijkgesteld met verhindering wegens ziekte.
|
||||
**4.** Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt voor de toepassing van de voor de rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding geldende voorschriften met betrekking tot bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte gelijkgesteld met verhindering wegens ziekte.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -502,16 +502,13 @@ b. een vakvereniging.
|
|||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Aan een rechterlijk ambtenaar of een rechterlijk ambtenaar in opleiding kan door Onze Minister onderscheidenlijk, indien het een rechterlijk ambtenaar betreft die werkzaam is bij een gerechtshof of rechtbank, door de functionele autoriteit naar billijkheid een schadeloosstelling, een vergoeding van kosten of overigens een geldelijke tegemoetkoming worden verleend.
|
||||
|
||||
Aan een rechterlijk ambtenaar of een rechterlijk ambtenaar in opleiding kan door Onze Minister onderscheidenlijk, indien het een rechterlijk ambtenaar betreft die werkzaam is bij een gerechtshof of een rechtbank, door de functionele autoriteit een schadeloosstelling of een vergoeding van kosten worden verleend indien deze:
|
||||
**2.** Een afschrift van een beslissing van Onze Minister als bedoeld in het eerste lid wordt gezonden aan de functionele autoriteit van de betrokken rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding.
|
||||
|
||||
a. op verzoek of met instemming van Onze Minister onderscheidenlijk de functionele autoriteit bijzondere werkzaamheden ten behoeve van de rechtspleging verricht waarvoor redelijkerwijs een schadeloosstelling dient te worden verleend, of
|
||||
b. bij de uitoefening van zijn normale taak of bij het verrichten van de in onderdeel *a* bedoelde werkzaamheden kosten maakt die redelijkerwijs niet voor zijn rekening dienen te komen.
|
||||
**3.** De functionele autoriteit, bedoeld in het eerste lid, stelt de Raad voor de rechtspraak in de gelegenheid om advies uit te brengen inzake een voorgenomen besluit tot verlening van een schadeloosstelling, een kostenvergoeding of een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid die op jaarbasis meer dan € 5 000 bedraagt. Indien de Raad voor de rechtspraak advies heeft uitgebracht, zendt de functionele autoriteit een afschrift van het vervolgens genomen besluit aan de Raad voor de rechtspraak.
|
||||
|
||||
**2.** Het in de aanhef van het eerste lid bedoelde besluit geldt voor een daarbij aan te geven termijn. Aan het besluit kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
**3.** De functionele autoriteit, bedoeld in het eerste lid, stelt de Raad voor de rechtspraak in de gelegenheid om advies uit te brengen inzake een voorgenomen besluit tot verlening van een schadeloosstelling of een kostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid die op jaarbasis meer dan € 5000 bedraagt. Indien de Raad voor de rechtspraak advies heeft uitgebracht, zendt de functionele autoriteit een afschrift van het vervolgens genomen besluit aan de Raad voor de rechtspraak.
|
||||
**4.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, regels geven omtrent schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van rechterlijke ambtenaren of rechterlijke ambtenaren in opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
|
|
@ -612,11 +609,19 @@ a. de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd;
|
|||
b. herstel van zijn ziekte binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten; en
|
||||
c. na een zorgvuldig onderzoek door de functionele autoriteit het niet mogelijk is gebleken om hem bij een gerecht dan wel binnen het gezagsbereik van Onze Minister een andere taak op te dragen als bedoeld in artikel 46k, dan wel hij heeft geweigerd deze opdracht te aanvaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden tijdvakken van ongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
**2.** Bij het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden niet in aanmerking genomen afwezigheid van een rechterlijk ambtenaar wegens door zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot de eerste dag van het zwangerschapsverlof en afwezigheid van een rechterlijk ambtenaar wegens ziekte in de periode van de eerste dag van het zwangerschapsverlof tot en met de laatste dag van het bevallingsverlof.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan het ontslag, indien de daar bedoelde voorwaarden zijn vervuld en de rechterlijk ambtenaar daarom verzoekt, worden verleend bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Voor de rechtsgevolgen wordt dit ontslag gelijkgesteld met een door de Hoge Raad overeenkomstig het eerste lid verleend ontslag.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst van en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken.
|
||||
Voor het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden tijdvakken van ongeschiktheid samengeteld:
|
||||
|
||||
a. indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen;
|
||||
b. indien zij worden onderbroken door afwezigheid wegens ziekte als bedoeld in het tweede lid; of
|
||||
c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd door een periode van arbeidsgeschiktheid, die in totaal minder dan vier weken bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid kan het ontslag, indien de daar bedoelde voorwaarden zijn vervuld en de rechterlijk ambtenaar daarom verzoekt, worden verleend bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Voor de rechtsgevolgen wordt dit ontslag gelijkgesteld met een door de Hoge Raad overeenkomstig het eerste lid verleend ontslag.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst van en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken.
|
||||
|
||||
### Artikel 46j
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue