From e56fb09067358dffab8f14d89e02cdc38cde98cd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-07-01 | BWBR0025028 | Mediawet 2008 --- wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md | 327 ++++++++++++++++++------ 1 file changed, 248 insertions(+), 79 deletions(-) diff --git a/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md b/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md index 52fb763830e..4d502ecaee6 100644 --- a/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md +++ b/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md @@ -21,8 +21,9 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *aanbieder van een omroepnetwerk:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die transmissiecapaciteit door middel van een omroepnetwerk ter beschikking stelt; - *aanbieder van een omroepzender:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die transmissiecapaciteit door middel van een omroepzender ter beschikking stelt; - *aanbodkanaal:* geordende geheel van media-aanbod dat onder een herkenbare naam via een elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet wordt aangeboden; -- *alcoholhoudende drank:* alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; +- *alcoholhoudende drank:* alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; - *audiovisueel media-aanbod:* media-aanbod van een mediadienst dat betrekking heeft op producten met bewegende beeldinhoud al dan niet mede met geluidsinhoud; +- *Autoriteit Consument en Markt:* Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt; - *catch-up:* afname als mediadienst op aanvraag van media-aanbod gedurende een beperkte periode die begint tijdens of kort na de verspreiding van dat media-aanbod op een programmakanaal; - *commerciële mediadienst:* mediadienst die verzorgd wordt op grond van hoofdstuk 3; - *commerciële media-instelling:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die een commerciële mediadienst verzorgt en die voor de toepassing van deze wet onder de bevoegdheid van Nederland valt; @@ -97,7 +98,7 @@ b. de ordening van het media-aanbod in een chronologisch schema voor wat betreft Er is een publieke mediaopdracht die bestaat uit: -a. het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van media-aanbod dat tot doel heeft een breed en divers publiek te voorzien van informatie, cultuur en educatie, via alle beschikbare aanbodkanalen; +a. het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van media-aanbod dat tot doel heeft een breed en divers publiek te voorzien van informatie, waaronder journalistieke inhoud, cultuur en educatie, via alle beschikbare aanbodkanalen; a1. het kunnen inzetten van amusement als middel om een informatief, cultureel of educatief doel te bereiken of een breed en divers publiek te trekken en te binden zodat deze doelen onder de aandacht worden gebracht; b. het verzorgen van publieke mediadiensten waarvan het media-aanbod bestemd is voor Nederlanders die buiten de landsgrenzen verblijven; en c. het stimuleren van innovatie ten aanzien van media-aanbod, het volgen en stimuleren van technologische ontwikkelingen en het benutten van de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken. @@ -110,7 +111,7 @@ a. evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich teven b. op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving geeft en de pluriformiteit van onder de bevolking levende overtuigingen, opvattingen en interesses op maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk gebied weerspiegelt; c. gericht is op en een relevant bereik heeft onder zowel een breed en algemeen publiek, als bevolkings- en leeftijdgroepen van verschillende omvang en samenstelling met in het bijzonder aandacht voor kleine doelgroepen; d. onafhankelijk is van commerciële invloeden en, behoudens het bepaalde bij of krachtens de wet, van overheidsinvloeden; -e. voldoet aan hoge journalistieke en professionele kwaliteitseisen; en +e. voldoet aan hoge journalistieke en professionele kwaliteitseisen, die binnen deze sector gehanteerd worden; en f. voor iedereen toegankelijk is. **3.** Het programma-aanbod van de algemene programmakanalen van de landelijke, regionale en lokale publieke mediadiensten wordt via omroepzenders verspreid naar alle huishoudens in het verzorgingsgebied waarvoor de programma’s zijn bestemd zonder dat zij voor de ontvangst andere kosten moeten betalen dan de kosten van aanschaf en gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst mogelijk maken. @@ -158,12 +159,13 @@ De gedragscode omvat in elk geval: a. aanbevelingen voor de bestuurlijke organisatie, waaronder bestuurlijk toezicht; b. een beloningskader; c. gedragsregels voor integer handelen van bestuurders en medewerkers; -d. gedragsregels voor publieke en transparante verantwoording en verslaglegging; -e. procedures voor de behandeling van meldingen en vermoedens over mogelijke misstanden; en -f. regels voor toezicht en naleving van de gedragscode. +d. gedragsregels voor publieke en transparante verantwoording en verslaglegging; en +e. procedures voor de behandeling van meldingen en vermoedens over mogelijke misstanden. **4.** Het beloningskader, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, voor zover dat betrekking heeft op medewerkers die buiten de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst een beloning ontvangen, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Voor zover Onze Minister goedkeuring daaraan onthoudt of als de NPO nalatig blijft bij het vaststellen van een beloningskader, bepaalt hij de inhoud van het beloningskader. De NPO stelt vervolgens het beloningskader vast overeenkomstig de inhoud, bedoeld in de vorige volzin. +**5.** De gedragscode wordt nageleefd door de NPO en de landelijke publieke media-instellingen. + ##### Paragraaf 2.2.1.2. Organisatie ### Artikel 2.4 @@ -174,13 +176,17 @@ De organen van de NPO zijn een raad van toezicht, een raad van bestuur en een co **1.** De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden die op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen. -**2.** Bij een vacature stelt de raad van toezicht een functieprofiel op waarover hij in ieder geval de raad van bestuur, het college van omroepen, de representatieve maatschappelijke adviesraad, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel i, en de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven. +**2.** Bij een vacature stelt de raad van toezicht profielschetsen voor de vacature en voor de raad als geheel op waarover hij in ieder geval de raad van bestuur, het college van omroepen, de representatieve maatschappelijke adviesraad, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel i, en de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven. -**3.** Na betrekking van de zienswijzen stelt de raad van toezicht het functieprofiel vast en maakt dit openbaar. +**3.** Na betrekking van de zienswijzen stelt de raad van toezicht de profielschetsen vast en maakt deze openbaar. -**4.** Voor de selectie van kandidaten stelt de raad van toezicht een onafhankelijke benoemingsadviescommissie in. De benoemingsadviescommissie geeft een zwaarwegend advies aan Onze Minister voor de voordracht, bedoeld in het eerste lid. +**4.** Voor de selectie van kandidaten stelt de raad van toezicht een onafhankelijke benoemingsadviescommissie in. De benoemingsadviescommissie adviseert de raad van toezicht. -**5.** +**5.** De raad van toezicht geeft een zwaarwegend advies aan Onze Minister voor de voordracht, bedoeld in het eerste lid. + +**6.** Het advies, bedoeld in het vijfde lid, is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot het advies. + +**7.** Onze Minister neemt het advies over, tenzij het in strijd is met: @@ -188,13 +194,13 @@ a. deze wet; b. eisen van zorgvuldigheid; of c. andere zwaarwegende belangen. -**6.** Indien Onze Minister het advies niet overneemt, verzoekt hij onder opgave van een schriftelijke motivering de raad van toezicht ervoor te zorgen dat tot een nieuw advies wordt gekomen en informeert hij de Tweede Kamer dat een advies niet is overgenomen en de grond hiervoor. +**8.** Indien Onze Minister het advies niet overneemt, verzoekt hij onder opgave van een schriftelijke motivering de raad van toezicht ervoor te zorgen dat tot een nieuw advies wordt gekomen en informeert hij de Tweede Kamer dat een advies niet is overgenomen en de grond hiervoor. -**7.** Ten behoeve van de ondersteuning bij het opstellen van het functieprofiel door de raad van toezicht en de selectie van kandidaten door de benoemingsadviescommissie, schakelt de raad van toezicht een wervingsadviesbureau in. +**9.** Ten behoeve van de ondersteuning bij het opstellen van de profielschetsen door de raad van toezicht en de selectie van kandidaten door de benoemingsadviescommissie, schakelt de raad van toezicht een wervingsadviesbureau in. -**8.** Voor een van de andere leden als bedoeld in het eerste lid kunnen de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, personen voor benoeming aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie. +**10.** Voor een van de andere leden als bedoeld in het eerste lid kunnen de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, personen voor benoeming aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie. -**9.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. +**11.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. ### Artikel 2.6 @@ -242,7 +248,7 @@ De raad van toezicht is verder belast met: a. het vaststellen van de jaarrekening van de NPO; en b. het wijzigen van de statuten van de NPO, op voorstel van de raad van bestuur; -**4.** Bij de uitvoering van zijn taak neemt de raad van toezicht het gemeenschappelijke belang van de landelijke publieke mediadienst in acht. +**4.** Bij de uitvoering van zijn taak neemt de raad van toezicht het gemeenschappelijke belang van de landelijke publieke mediadienst in acht, werkt de raad met gevoel voor het krachtenveld waarin de landelijke publieke mediadienst functioneert en houdt de raad rekening met de belangen van de landelijke publieke media-instellingen. **5.** De raad van bestuur verstrekt de raad van toezicht tijdig de informatie die de raad van toezicht nodig heeft voor de uitvoering van zijn taak. @@ -300,7 +306,7 @@ e. het vaststellen van ingrijpende wijzigingen in de arbeidsomstandigheden van e ### Artikel 2.11a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De raad van toezicht en het college van omroepen hebben ten minste tweemaal per jaar overleg. ### Artikel 2.12 @@ -316,15 +322,34 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 2.14 -**1.** Voordat de raad van bestuur een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, aangaat dan wel een besluit neemt over een taak als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdelen d, e, f, of g, over de wijze van aanwending van het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f, stelt hij het college van omroepen in de gelegenheid daarover zijn mening te geven binnen een door de raad van bestuur te stellen redelijke termijn. +**1.** -**2.** Het uitblijven van de mening van het college staat aan het aangaan van een overeenkomst of het nemen van een besluit door de raad van bestuur niet in de weg. +De raad van bestuur vraagt het college van omroepen om advies voordat hij: -**3.** Als uit de mening blijkt dat het college niet instemt met een voorgenomen overeenkomst of een voorgenomen besluit dan wel belangrijke onderdelen daarvan en de raad van bestuur wenst zijn voornemen ongewijzigd te handhaven, legt de raad van bestuur de voorgenomen overeenkomst of het vastgestelde besluit samen met de mening ter instemming voor aan de raad van toezicht. +a. een overeenkomst aangaat als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of 2.10, tweede lid, onderdeel f; +b. een besluit neemt over een taak als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdelen d, e, of g; +c. een besluit neemt over de wijze van aanwending van het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f; of +d. een besluit neemt over vaststelling van de jaarplannen met de programmeerstrategie in het kader van de regeling voor de coördinatie en ordening van het media-aanbod, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onder c. + +**2.** De raad van bestuur stelt het college van omroepen een redelijke termijn voor het geven van het advies. Het uitblijven van het advies van het college staat aan het aangaan van een overeenkomst of het nemen van een besluit door de raad van bestuur niet in de weg. + +**3.** Als uit het advies blijkt dat het college niet instemt met een voorgenomen overeenkomst of een voorgenomen besluit dan wel belangrijke onderdelen daarvan en de raad van bestuur wenst zijn voornemen ongewijzigd te handhaven, kan de raad van bestuur het college in de gelegenheid stellen daarover te worden gehoord binnen een door de raad van bestuur te stellen redelijke termijn. De raad van bestuur doet dat in ieder geval indien het een voorgenomen besluit of een voorgenomen overeenkomst betreft als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel e, respectievelijk f. + +**4.** Indien de raad van bestuur na toepassing van het derde lid zijn voornemen ongewijzigd heeft gehandhaafd, legt hij de voorgenomen overeenkomst of het vastgestelde besluit ter instemming voor aan de raad van toezicht. De raad van bestuur motiveert daarbij waarom hij de voorgenomen overeenkomst ongewijzigd wil handhaven, respectievelijk het voorgenomen besluit ongewijzigd heeft vastgesteld. + +**5.** Alvorens de raad van toezicht besluit over instemming met een voorgenomen overeenkomst of vastgesteld besluit kan hij het college in de gelegenheid stellen daarover te worden gehoord binnen een door de raad van toezicht te stellen redelijke termijn. De raad van toezicht doet dat in ieder geval indien het een vastgesteld besluit of een voorgenomen overeenkomst betreft als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel e, respectievelijk f. ### Artikel 2.14a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De raad van bestuur benoemt, op voordracht van het college van omroepen, een ombudsman voor de publieke omroep voor een periode van drie jaar. Herbenoeming is mogelijk. + +**2.** De raad van bestuur kan de ombudsman tussentijds ontslaan indien deze, ondanks een voorafgaande waarschuwing van het college van omroepen, naar het oordeel van dit college structureel in gebreke blijft. + +**3.** De raad van bestuur kan voorzien in tijdelijke vervanging van de ombudsman indien deze wegens ziekte of verlof langdurig niet in staat is zijn functie te vervullen. + +**4.** De ombudsman heeft geen financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en vervult geen nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van de ombudsman of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn. + +**5.** De ombudsman beoordeelt na een klacht of uit eigen beweging het journalistieke handelen van de landelijke publieke media-instellingen bij de verzorging van media-aanbod op het gebied van nieuws, informatie en educatie. Dit oordeel is niet bindend en de ombudsman kan geen rectificatie afdwingen. ##### Paragraaf 2.2.1.3. Informatieverstrekking, taakverwaarlozing, bestuursverslag en statuten @@ -386,11 +411,24 @@ e. een beschrijving van de samenwerking met de regionale en lokale publieke medi **1.** De NPO maakt het concessiebeleidsplan openbaar. -**2.** Over het concessiebeleidsplan vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. Het advies heeft in elk geval betrekking op de wijze waarop in het concessiebeleidsplan vorm wordt gegeven aan de pluriformiteit van het media-aanbod. +**2.** Over het concessiebeleidsplan vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. Bij toepassing van het vierde lid wordt het advies gevraagd na afloop van de termijn, genoemd in dat lid, onder a. Het advies heeft in elk geval betrekking op de wijze waarop in het concessiebeleidsplan vorm wordt gegeven aan de pluriformiteit van het media-aanbod. **3.** Het concessiebeleidsplan behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.20, tweede lid, onderdelen b en c, waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de Telecommunicatiewet. -**4.** Als de NPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan, neemt zij die op in de begroting. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +**4.** + +Voor zover de instemming, bedoeld in het derde lid, betrekking heeft op een nieuw of significant gewijzigd aanbodkanaal: + +a. kunnen belanghebbenden gedurende vier weken na openbaarmaking van het concessiebeleidsplan mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren brengen bij Onze Minister; en +b. verzoekt Onze Minister de Autoriteit Consument en Markt na afloop van de termijn, genoemd onder a, een rapportage uit te brengen met een analyse van de mogelijke effecten van het aanbodkanaal op de daarvoor relevante markten. + +**5.** Bij toepassing van het vierde lid maken het Commissariaat, de Raad voor cultuur en de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van hun adviezen dan wel rapportage gebruik van de zienswijzen, bedoeld in dat lid, onder a. Onze Minister doet die zienswijzen aan hen toekomen. + +**6.** Het Commissariaat kan de Autoriteit Consument en Markt de gegevens verstrekken die noodzakelijk zijn voor de analyse, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder b. + +**7.** Op de voorbereiding van een besluit over instemming als bedoeld in het vierde lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. + +**8.** Als de NPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan, neemt zij die op in de begroting. Het eerste tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2.21a @@ -576,7 +614,7 @@ d. uit de aanvraag naar de mening van Onze Minister onvoldoende blijkt dat: **1.** Onze Minister trekt een erkenning of een voorlopige erkenning in als een instelling niet meer voldoet aan de artikelen 2.24, 2.24a, 2.25, eerste lid, onderdeel d, of 2.26, eerste lid, onderdelen f en g, dan wel niet voldoet aan artikel 2.25, eerste lid, onderdeel c, of 2.26, eerste lid, onderdeel c. -**2.** Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning intrekken als het Commissariaat aan de instelling binnen een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in titel 7.2 heeft opgelegd wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. +**2.** Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning intrekken als het Commissariaat aan de instelling binnen een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in titel 7.2 heeft opgelegd wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. **3.** Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning daarnaast intrekken als bij de tweede evaluatie, bedoeld in artikel 2.184, derde lid, is vastgesteld dat de instelling onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b, of 2.24a, eerste lid, onderdeel b. Artikel 2.31, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin voorziet in het tijdstip met ingang waarvan de erkenning of voorlopige erkenning wordt ingetrokken. Dit tijdstip is niet later dan één jaar na de bekendmaking van het besluit, bedoeld in de eerste volzin. @@ -615,7 +653,7 @@ De organen van de NOS zijn een raad van toezicht en een directie. ### Artikel 2.34c -**1.** De raad van toezicht van de NOS bestaat uit vijf of zeven leden die op voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister worden benoemd en die door Onze Minister kunnen worden geschorst en ontslagen. +**1.** De raad van toezicht van de NOS bestaat uit vijf of zeven leden die op zwaarwegende voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister worden benoemd en die door Onze Minister kunnen worden geschorst en ontslagen. **2.** De raad van toezicht wijst uit zijn midden de voorzitter aan. @@ -623,6 +661,18 @@ De organen van de NOS zijn een raad van toezicht en een directie. **4.** De raad van toezicht wordt zodanig samengesteld dat bestuurlijke ervaring en deskundigheid op de terreinen die relevant zijn voor het media-aanbod dat de NOS verzorgt, aanwezig zijn. +**5.** Bij een vacature draagt de raad van toezicht zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in het eerste lid. In elk geval het opstellen en het openbaar maken van profielschetsen voor de vacature en voor de raad als geheel zijn onderdeel van die procedure. + +**6.** De voordracht van de raad van toezicht aan Onze Minister is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot de voordracht. + +**7.** + +Onze Minister neemt de voordracht over, tenzij deze in strijd is met: + +a. deze wet; +b. eisen van zorgvuldigheid; of +c. andere zwaarwegende belangen. + ### Artikel 2.34d **1.** @@ -711,7 +761,7 @@ De organen van de NTR zijn een raad van toezicht, een algemeen directeur en een ### Artikel 2.36 -**1.** De raad van toezicht van de NTR bestaat uit vijf of zeven leden die op voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister worden benoemd en die door Onze Minister kunnen worden geschorst en ontslagen. +**1.** De raad van toezicht van de NTR bestaat uit vijf of zeven leden die op zwaarwegende voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister worden benoemd en die door Onze Minister kunnen worden geschorst en ontslagen. **2.** De raad van toezicht wijst uit zijn midden de voorzitter aan. @@ -719,6 +769,18 @@ De organen van de NTR zijn een raad van toezicht, een algemeen directeur en een **4.** De raad van toezicht wordt zodanig samengesteld dat bestuurlijke ervaring en deskundigheid op de terreinen die relevant zijn voor het media-aanbod dat de NTR verzorgt, aanwezig zijn. +**5.** Bij een vacature draagt de raad van toezicht zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in het eerste lid. In elk geval het opstellen en het openbaar maken van profielschetsen voor de vacature en voor de raad als geheel zijn onderdeel van die procedure. + +**6.** De voordracht van de raad van toezicht aan Onze Minister is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot de voordracht. + +**7.** + +Onze Minister neemt de voordracht over, tenzij deze in strijd is met: + +a. deze wet; +b. eisen van zorgvuldigheid; of +c. andere zwaarwegende belangen. + ### Artikel 2.37 **1.** @@ -831,11 +893,16 @@ Vervallen ### Artikel 2.50 -Gedurende de concessieperiode, bedoeld in artikel 2.19, wordt op ten minste drie algemene televisieprogrammakanalen en vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst programma-aanbod verzorgd en wordt op tenminste een aanbodkanaal een kosteloze mediadienst op aanvraag verzorgd die is bestemd voor de catch-up van de programma’s op de algemene programmakanalen. +Gedurende de concessieperiode, bedoeld in artikel 2.19, wordt: + +a. op ten minste twee algemene televisieprogrammakanalen en op ten minste vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst programma-aanbod verzorgd; en +b. op ten minste een aanbodkanaal een kosteloze mediadienst op aanvraag verzorgd die is bestemd voor de catch-up van de programma’s op de algemene programmakanalen. ### Artikel 2.51 -Vervallen +**1.** Het media-aanbod van de landelijke publieke media-instellingen en de Ster wordt uitsluitend verspreid via een aanbodkanaal als bedoeld in artikel 2.20, tweede lid, onder b en c, waarvoor Onze Minister instemming heeft verleend als bedoeld in artikel 2.21, derde lid. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op media-aanbod als bedoeld in artikel 2.21a. ### Artikel 2.52 @@ -953,13 +1020,17 @@ De organen van de RPO zijn een raad van toezicht en een bestuur. **1.** De raad van toezicht van de RPO bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden die op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen. -**2.** Bij een vacature stelt de raad van toezicht een functieprofiel op waarover hij in ieder geval het bestuur van de RPO en de gezamenlijke ondernemingsraden van de regionale publieke media-instellingen in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven. +**2.** Bij een vacature stelt de raad van toezicht profielschetsen voor de vacature en voor de raad als geheel op waarover hij in ieder geval het bestuur van de RPO en de gezamenlijke ondernemingsraden van de regionale publieke media-instellingen in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven. -**3.** Na betrekking van de zienswijzen stelt de raad van toezicht het functieprofiel vast en maakt dit openbaar. +**3.** Na betrekking van de zienswijzen stelt de raad van toezicht de profielschetsen vast en maakt deze openbaar. -**4.** Voor de selectie van kandidaten stelt de raad van toezicht een onafhankelijke benoemingsadviescommissie in. De benoemingsadviescommissie geeft een zwaarwegend advies aan Onze Minister voor de voordracht, bedoeld in het eerste lid. +**4.** Voor de selectie van kandidaten stelt de raad van toezicht een onafhankelijke benoemingsadviescommissie in. De benoemingsadviescommissie adviseert de raad van toezicht. -**5.** +**5.** De raad van toezicht geeft een zwaarwegend advies aan Onze Minister voor de voordracht, bedoeld in het eerste lid. + +**6.** Het advies, bedoeld in het vijfde lid, is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot het advies. + +**7.** Onze Minister neemt het advies over, tenzij het in strijd is met: @@ -967,13 +1038,13 @@ a. deze wet; b. eisen van zorgvuldigheid; of c. andere zwaarwegende belangen. -**6.** Indien Onze Minister het advies niet overneemt, verzoekt hij onder opgave van een schriftelijke motivering de raad van toezicht ervoor te zorgen dat tot een nieuw advies wordt gekomen en informeert hij de Tweede Kamer dat een advies niet is overgenomen en de grond hiervoor. +**8.** Indien Onze Minister het advies niet overneemt, verzoekt hij onder opgave van een schriftelijke motivering de raad van toezicht ervoor te zorgen dat tot een nieuw advies wordt gekomen en informeert hij de Tweede Kamer dat een advies niet is overgenomen en de grond hiervoor. -**7.** Ten behoeve van de ondersteuning bij het opstellen van het functieprofiel door de raad van toezicht en de selectie van kandidaten door de benoemingsadviescommissie, schakelt de raad van toezicht een wervingsadviesbureau in. +**9.** Ten behoeve van de ondersteuning bij het opstellen van de profielschetsen door de raad van toezicht en de selectie van kandidaten door de benoemingsadviescommissie, schakelt de raad van toezicht een wervingsadviesbureau in. -**8.** De gezamenlijke ondernemingsraden van de regionale publieke media-instellingen kunnen voor benoeming van een van de andere leden als bedoeld in het eerste lid, personen aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie. +**10.** De gezamenlijke ondernemingsraden van de regionale publieke media-instellingen kunnen voor benoeming van een van de andere leden als bedoeld in het eerste lid, personen aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie. -**9.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. +**11.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. ### Artikel 2.60d @@ -1046,7 +1117,7 @@ b. het vaststellen van de regelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de ta c. het vaststellen van het concessiebeleidsplan RPO; d. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.60n; e. het vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 2.169a; en -f. het vaststellen van het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.17, in samenhang met artikel 2.60j, eerste lid. +f. het vaststellen van het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.17, in samenhang met artikel 2.60j, eerste lid. ### Artikel 2.60i @@ -1096,15 +1167,30 @@ e. een beschrijving van de samenwerking met de landelijke en lokale publieke med **1.** De RPO maakt het concessiebeleidsplan RPO openbaar. -**2.** Over het concessiebeleidsplan RPO vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. +**2.** Over het concessiebeleidsplan RPO vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. Bij toepassing van het vierde lid wordt het advies gevraagd na afloop van de termijn, genoemd in dat lid, onder a. **3.** Het concessiebeleidsplan RPO behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.60l, tweede lid, onder b en c, waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de Telecommunicatiewet. -**4.** Als de RPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan RPO, dan neemt zij die op in de begroting. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +**4.** + +Voor zover de instemming, bedoeld in het derde lid, betrekking heeft op een nieuw of significant gewijzigd aanbodkanaal: + +a. kunnen belanghebbenden gedurende vier weken na openbaarmaking van het concessiebeleidsplan mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren brengen bij Onze Minister; en +b. kan Onze Minister de Autoriteit Consument en Markt na afloop van de termijn, genoemd onder a, verzoeken een rapportage uit te brengen met een analyse van de mogelijke effecten van het aanbodkanaal op de daarvoor relevante markten. + +**5.** Bij toepassing van het vierde lid maken het Commissariaat, de Raad voor cultuur en de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van hun adviezen dan wel rapportage gebruik van de zienswijzen, bedoeld in dat lid, onder a. Onze Minister doet die zienswijzen aan hen toekomen. + +**6.** Het Commissariaat kan de Autoriteit Consument en Markt de gegevens verstrekken die noodzakelijk zijn voor de analyse, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder b. + +**7.** Op de voorbereiding van een besluit over instemming als bedoeld in het vierde lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. + +**8.** Als de RPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan RPO, dan neemt zij die op in de begroting. Het eerste tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2.60m1 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Artikel 2.60m, derde lid, is niet van toepassing, als bij wijze van experiment van beperkte omvang of duur media-aanbod via andere aanbodkanalen dan die, bedoeld in artikel 2.60l, tweede lid, onder b en c, wordt aangeboden. Een experiment dient om te onderzoeken of deze aanbodkanalen een bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer sprake is van beperkte omvang of duur en kunnen nadere regels worden gesteld over het uitvoeren van experimenten. ### Artikel 2.60n @@ -1160,7 +1246,7 @@ c. volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod be ### Artikel 2.65 -**1.** Een aanwijzing geschiedt op aanvraag, geldt voor vijf jaar en vervalt van rechtswege na afloop van deze periode. +**1.** Een aanwijzing geschiedt op aanvraag, geldt voor de duur van vijf jaar, die begint met ingang van de concessie, bedoeld in artikel 2.60k, dan wel met ingang van het zesde jaar van die concessie, en daarna van rechtswege vervalt. **2.** Zonodig wijst het Commissariaat de dagen waarop en de uren waarin programma-aanbod van regionale en lokale mediadiensten wordt uitgezonden op de voor de regionale dan wel lokale publieke mediadiensten beschikbare ruimte op een omroepzender. @@ -1183,7 +1269,7 @@ c. volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod be Een aanwijzing kan door het Commissariaat worden ingetrokken als: a. de regionale of lokale publieke media-instelling in een periode van een jaar geen media-aanbod dat voldoet aan de eisen van deze wet heeft verzorgd en dat aanbod gedurende een ononderbroken periode van ten minste twee maanden is verspreid; of -b. het Commissariaat aan de regionale of lokale publieke media-instelling binnen een periode van een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in titel 7.2 heeft opgelegd voor overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. +b. het Commissariaat aan de regionale of lokale publieke media-instelling binnen een periode van een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in titel 7.2 heeft opgelegd voor overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. **2.** Het Commissariaat beslist pas over intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel a, nadat hij gedeputeerde staten respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende provincie of gemeente in de gelegenheid heeft gesteld binnen een door het Commissariaat te stellen redelijke termijn hun zienswijze te geven. @@ -1193,7 +1279,7 @@ b. het Commissariaat aan de regionale of lokale publieke media-instelling binnen Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over: -a. de wijze waarop aanvragen voor een aanwijzing worden ingediend; +a. de wijze waarop en de termijn waarbinnen aanvragen voor een aanwijzing worden ingediend; b. de termijn waarbinnen beslissingen op de aanvragen worden genomen; c. de termijn waarop adviezen als bedoeld in artikel 2.61, derde lid worden uitgebracht; en d. de termijn waarop beslissingen over aanwijzing of intrekking van een aanwijzing in werking treden. @@ -1231,6 +1317,10 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald: a. dat een gedeelte van het aanbod, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in het bijzonder betrekking heeft op de gemeente waarvoor het programma-aanbod is bestemd; en b. dat een gedeelte van het aanbod, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, door de lokale publieke media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd. +### Artikel 2.72 + +Het media-aanbod van de regionale publieke media-instellingen wordt uitsluitend verspreid via een aanbodkanaal als bedoeld in artikel 2.60l, tweede lid, onder b en c, waarvoor Onze Minister instemming heeft verleend als bedoeld in artikel 2.60m, derde lid. + ### Titel 2.4. Wereldomroep #### Paragraaf 2.4.1. Taken @@ -1859,15 +1949,17 @@ Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten Verenigingsactiviteiten zijn activiteiten die: -a. redelijkerwijs nodig zijn voor het goed functioneren van de vereniging en haar organen; of -b. gebruikelijk zijn in een actief functionerende vereniging om de band met en tussen de leden te versterken. +a. redelijkerwijs nodig zijn voor het goed functioneren van de vereniging en haar organen; +b. gebruikelijk zijn in een actief functionerende vereniging om de band met en tussen de leden te versterken; of +c. in de vorm van evenementen ondersteunend zijn aan het uitdragen van de missie van de vereniging. **3.** Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid worden ook verstaan activiteiten van een stichting die samenwerkingsomroep is en die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, heeft verkregen, en welke activiteiten: -a. redelijkerwijs nodig zijn voor het goed functioneren van de stichting en haar organen; of -b. gebruikelijk zijn in een actief functionerende stichting om de band met en tussen de contribuanten te versterken. +a. redelijkerwijs nodig zijn voor het goed functioneren van de stichting en haar organen; +b. gebruikelijk zijn in een actief functionerende stichting om de band met en tussen de contribuanten te versterken; of +c. in de vorm van evenementen ondersteunend zijn aan het uitdragen van de missie van de stichting. **4.** De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten gebruiken voor eigen verenigingsactiviteiten als bedoeld in het tweede lid, voor zover de omroepverenigingen van die bevoegdheid gebruik maken. @@ -1962,14 +2054,17 @@ Vervallen De NPO, de RPO, de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie, richten hun bestuurlijke organisatie zodanig in dat overeenkomstig hun statuten en reglementen: -a. er een helder onderscheid is tussen het dagelijks bestuur en het toezichthoudende orgaan; -b. deugdelijk, onafhankelijk en deskundig toezicht wordt uitgeoefend; en -c. de leden van het toezichthoudende orgaan worden benoemd op basis van vooraf vastgestelde openbare profielen. +a. de inrichting daarvan sober, doelmatig en evenwichtig is; +b. er een helder onderscheid is tussen het dagelijks bestuur en het toezichthoudende orgaan; +c. deugdelijk, onafhankelijk en deskundig toezicht wordt uitgeoefend; en +d. de leden van het toezichthoudende orgaan worden benoemd op basis van vooraf vastgestelde openbare profielen. **2.** De NPO en de landelijke publieke media-instellingen volgen daarbij zo veel als mogelijk aanbevelingen uit de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid. **3.** De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, overeenkomstig het eerste en tweede lid handelen. +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden omschreven wanneer sprake is van een sobere, doelmatige en evenwichtige inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a. + ### Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten #### Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak @@ -2056,7 +2151,7 @@ d. de financiële middelen voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van **2.** -Het in het eerste lid bedoelde bedrag is voor het eerste jaar van de genoemde periode gelijk aan het bedrag dat ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst beschikbaar wordt gesteld in de rijksbegroting voor dat jaar en wordt voor de daaropvolgende jaren bijgesteld overeenkomstig: +Het in het eerste lid bedoelde bedrag is voor het eerste jaar van de genoemde periode gelijk aan het bedrag dat ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst beschikbaar wordt gesteld in de rijksbegroting voor dat jaar. Het aandeel van de rijksmediabijdrage in dat bedrag wordt voor de daaropvolgende jaren bijgesteld overeenkomstig: a. de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het desbetreffende jaar geraamde index voor de groei van het aantal huishoudens in Nederland; en b. de door het Centraal Planbureau voor het desbetreffende jaar geraamde consumentenprijsindex. @@ -2144,7 +2239,7 @@ De raad van bestuur kan ten hoogste vijftien procent van het voor een instelling a. de desbetreffende instelling inbreuk heeft gemaakt op bindende besluiten van de raad van bestuur; of b. een omroeporganisatie naar de mening van de raad van bestuur onvoldoende uitvoering geeft aan de bereidheid tot samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst. -**2.** Ingehouden bedragen worden toegevoegd aan het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f. +**2.** Ingehouden bedragen worden toegevoegd aan het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, aanhef en onder f. ### Artikel 2.155 @@ -2229,20 +2324,27 @@ c. de financiering van de door het Commissariaat aan te houden rekening-courantv Onze Minister kan, voor zover dat de financiering van de rekening-courantverhouding niet in gevaar brengt, uit de algemene mediareserve gelden ter beschikking stellen ten behoeve van: -a. de NPO, de RPO en de landelijke en regionale publieke media-instellingen en; -b. de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie. +a. de NPO, de RPO en de landelijke en regionale publieke media-instellingen; +b. het overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen, bedoeld in artikel 2.146, onder l, het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, bedoeld in artikel 8.1, en de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie; +c. het Commissariaat. -**2.** Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de landelijke publieke media-instellingen door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de raad van bestuur. Artikel 2.152a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de NPO en de landelijke publieke media-instellingen door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de raad van bestuur. Voor de landelijke publieke media-instellingen is artikel 2.152a, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. -**3.** Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de regionale publieke media-instellingen en de instellingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, door tussenkomst van het Commissariaat aan hen ter beschikking. +**3.** Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de RPO, de regionale publieke media-instellingen en de instellingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, door tussenkomst van het Commissariaat aan hen ter beschikking. ### Artikel 2.168 **1.** Renteopbrengsten uit het beheer van de algemene mediareserve zijn bestemd voor door Onze Minister te bepalen mediadoeleinden in brede zin. -**2.** Onze Minister kan uit de renteopbrengsten gelden ter beschikking stellen aan de NPO, de RPO en aan de landelijke en regionale publieke media-instellingen. +**2.** -**3.** Artikel 2.167, tweede en derde lid, is van toepassing met dien verstande dat de toepassing van het derde lid uitsluitend betrekking heeft op de regionale publieke media-instellingen. +Onze Minister kan uit de renteopbrengsten gelden ter beschikking stellen aan: + +a. de NPO, de RPO en de landelijke en regionale publieke media-instellingen; +b. het overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen, bedoeld in artikel 2.146, onder l, het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, bedoeld in artikel 8.1, en de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie; +c. het Commissariaat. + +**3.** Artikel 2.167, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2.169 @@ -2285,7 +2387,15 @@ b. de financiële middelen voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van ### Artikel 2.169c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het budget vast voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de RPO. + +**2.** Onze Minister kan aan een besluit tot het vast stellen van het budget schriftelijke voorwaarden verbinden. + +**3.** Het budget, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de RPO. + +**4.** Onze Minister stelt het budget vast op tachtig procent van het budget van het voorgaande jaar als de RPO de begroting niet volgens de daarvoor geldende regels heeft ingediend. + +**5.** Het budget, bedoeld in het eerste lid, besteedt het bestuur van de RPO aan de daar genoemde doelen. ### Artikel 2.170 @@ -2433,9 +2543,9 @@ Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in ar ### Artikel 2.175 -**1.** De regionale publieke media-instellingen kunnen met toestemming van het Commissariaat en onder door hem te stellen voorwaarden, die per instelling kunnen verschillen, gelden voor de verzorging van media-aanbod reserveren. +**1.** De regionale publieke media-instellingen kunnen met toestemming van het Commissariaat en onder door hem te stellen voorwaarden, die per instelling kunnen verschillen, gelden voor de verzorging van media-aanbod reserveren. De RPO kan gelden reserveren die bestemd zijn voor de uitvoering van haar taken en werkzaamheden. -**2.** Het totaal van de gereserveerde gelden in een kalenderjaar bedraagt niet meer dan tien procent van de uitgaven van een regionale publieke media-instelling. +**2.** Het totaal van de gereserveerde gelden in een kalenderjaar bedraagt niet meer dan tien procent van de uitgaven van een regionale publieke media-instelling of de RPO. **3.** Gelden die in strijd met het eerste lid zijn gereserveerd, worden terugbetaald aan het Commissariaat. @@ -2555,11 +2665,13 @@ d. andere onderwerpen die zijn opgenomen in het besluit tot instelling van de ev **1.** Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet is het verzorgen van een commerciële omroepdienst alleen toegestaan met toestemming van het Commissariaat. -**2.** Als een commerciële media-instelling meerdere programmakanalen verzorgt, is voor ieder programmakanaal afzonderlijk toestemming nodig. +**2.** In afwijking van het eerste lid is artikel 3.29b van overeenkomstige toepassing voor zover de commerciële omroepdienst bestaat uit het verzorgen van radioprogramma-aanbod via het open internet. -**3.** Als een commerciële media-instelling het door een derde aangeleverde programma-aanbod van een programmakanaal wijzigt, heeft die commerciële media-instelling voor het gewijzigde programmakanaal toestemming nodig. +**3.** Als een commerciële media-instelling meerdere programmakanalen verzorgt, is voor ieder programmakanaal afzonderlijk toestemming nodig. -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aanvragen voor een toestemming worden ingediend. +**4.** Als een commerciële media-instelling het door een derde aangeleverde programma-aanbod van een programmakanaal wijzigt, heeft die commerciële media-instelling voor het gewijzigde programmakanaal toestemming nodig. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aanvragen voor een toestemming worden ingediend. ### Artikel 3.2 @@ -2592,7 +2704,7 @@ b. in gebreke blijft met de betaling van de verschuldigde toezichtskosten, bedoe Het Commissariaat kan een toestemming intrekken als de commerciële media-instelling: a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt blijkt te hebben; of -b. overigens niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. +b. overigens niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. ### Titel 3.2. Programma-aanbod @@ -2799,7 +2911,7 @@ Artikel 3.19b, vierde lid, is niet van toepassing op programma-aanbod met produc **1.** Op een televisieprogrammakanaal bestaat het programma-aanbod voor ten minste vijftig procent van de duur uit Europese producties in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn. -**2.** Het Commissariaat kan in bijzondere gevallen ten aanzien van een bepaalde commerciële media-instelling tijdelijk gedeeltelijke ontheffing verlenen van het eerste lid, met dien verstande dat het percentage niet lager gesteld kan worden dan tien. Het Commissariaat kan aan een ontheffing voorschriften verbinden. +**2.** Het Commissariaat kan in bijzondere gevallen ten aanzien van een bepaalde commerciële media-instelling gedeeltelijke ontheffing verlenen van het eerste lid, met dien verstande dat het percentage niet lager gesteld kan worden dan tien. Het Commissariaat kan aan een ontheffing voorschriften verbinden. ### Artikel 3.21 @@ -2858,7 +2970,9 @@ c. programma-aanbod dat uitsluitend bestemd is voor ontvangst in andere staten d ### Artikel 3.25 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ondertiteling van televisieprogramma’s, waarbij onder meer kan worden bepaald welk percentage van het programma-aanbod, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, voorzien is van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking. +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ondertiteling van televisieprogramma’s, waarbij onder meer kan worden bepaald welk percentage van het programma-aanbod, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, voorzien is van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking. + +**2.** Het Commissariaat kan in bijzondere gevallen geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van een verplichting betreffende het percentage, bedoeld in het eerste lid. Het Commissariaat kan aan een ontheffing voorschriften verbinden. ##### Paragraaf 3.2.4.3. Films @@ -3250,11 +3364,11 @@ De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een pakketaanbieder. Voor zover het betreft televisieprogrammakanalen, bevat het standaardprogrammapakket in elk geval: -a. drie algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst; +a. de algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst, bedoeld in artikel 2.50, onder a, en een derde algemeen televisieprogrammakanaal voor zover dat door de landelijke publieke mediadienst wordt verzorgd; b. één televisieprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; c. de televisieprogrammakanalen van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincies aangrenzend aan de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; -d. één televisieprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; -e. ten hoogste twee televisieprogrammakanalen van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel d, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden; en +d. één televisieprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn en dat door de pakketaanbieder wordt verspreid vanaf een in de markt gebruikelijk en geschikt centraal overnamepunt in Nederland voor de aanlevering en verspreiding van televisieprogrammakanalen; +e. ten hoogste twee televisieprogrammakanalen van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel d, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden en dat door de pakketaanbieder wordt verspreid vanaf een in de markt gebruikelijk en geschikt centraal overnamepunt in Nederland voor de aanlevering en verspreiding van televisieprogrammakanalen; en f. drie televisieprogrammakanalen van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst. **4.** @@ -3263,8 +3377,8 @@ Voor zover het betreft radioprogrammakanalen, bevat het standaardprogrammapakket a. vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst; b. één radioprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; -c. één radioprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; -d. ten hoogste vijf radioprogrammakanalen van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel c, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden; en +c. één radioprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn en dat door de pakketaanbieder wordt verspreid vanaf een in de markt gebruikelijk en geschikt centraal overnamepunt in Nederland voor de aanlevering en verspreiding van radioprogrammakanalen; +d. ten hoogste vijf radioprogrammakanalen van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel c, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden en dat door de pakketaanbieder wordt verspreid vanaf een in de markt gebruikelijk en geschikt centraal overnamepunt in Nederland voor de aanlevering en verspreiding van radioprogrammakanalen; en e. vijf radioprogrammakanalen van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst. **5.** @@ -3420,6 +3534,34 @@ Op het Commissariaat is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing **2.** Een benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. +**3.** Onverminderd artikel 12 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen gebeurt benoeming door Onze Minister van de leden van het Commissariaat op de zwaarwegende voordracht van het Commissariaat en met inachtneming van het vierde tot en met twaalfde lid. + +**4.** Bij een vacature draagt het Commissariaat zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in het derde lid. + +**5.** Het Commissariaat stelt profielschetsen op voor de vacature en voor het Commissariaat als geheel. + +**6.** De profielschetsen behoeven de instemming van Onze Minister. + +**7.** Het Commissariaat maakt de profielschetsen na de instemming openbaar. + +**8.** Voor de selectie van kandidaten stelt het Commissariaat een onafhankelijke benoemingsadviescommissie in. + +**9.** De benoemingsadviescommissie is samengesteld uit een gelijk aantal onafhankelijke leden, leden namens het Commissariaat en leden namens Onze Minister. + +**10.** Het advies van de benoemingsadviescommissie berust op unanieme besluitvorming. + +**11.** De benoemingsadviescommissie brengt aan het Commissariaat een bindend advies uit. + +**12.** De voordracht van het Commissariaat aan Onze Minister is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot de voordracht. + +**13.** + +Onze Minister neemt de voordracht over, tenzij deze in strijd is met: + +a. deze wet; +b. eisen van zorgvuldigheid; of +c. andere zwaarwegende belangen. + ### Artikel 7.4 Onverminderd artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn onverenigbaar met het lidmaatschap van het Commissariaat: @@ -3474,7 +3616,7 @@ Het Commissariaat plaatst besluiten tot vaststelling van nadere regels op grond Het Commissariaat is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van: -a. de artikelen 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdelen a tot en met h, j tot en met l, 2.3 tot en met 2.27, 2.29 tot en met 2.33, 2.34a tot en met 2.34j, 2.36 tot en met 2.41, 2.53 tot en met 2.57, 2.59, 2.60, 2.60a tot en met 2.60o, 2.125 tot en met 2.131, 2.143 tot en met 2.145, 2.148a, 2.149, 2.150, eerste lid, 2.151, eerste lid, 2.166 tot en met 2.168, 2.170c, 2.170d, 2.180 tot en met 2.187, 4.2 tot en met 4.5 en 6.26; en +a. de artikelen 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdelen a tot en met h, j tot en met l, 2.3, eerste tot en met vierde lid, 2.4 tot en met 2.16, 2.18 tot en met 2.27, 2.29 tot en met 2.33, 2.34a tot en met 2.34j, 2.36 tot en met 2.41, 2.53 tot en met 2.57, 2.59, 2.60, 2.60a tot en met 2.60o, 2.125 tot en met 2.131, 2.143 tot en met 2.145, 2.148a, 2.149, 2.150, eerste lid, 2.151, eerste lid, 2.166 tot en met 2.168, 2.169c, eerste tot en met vierde lid, 2.170c, 2.170d, 2.180 tot en met 2.187, 4.2 tot en met 4.5 en 6.26; en b. hoofdstuk 8. **2.** Met het toezicht op de naleving zijn belast de leden van het Commissariaat en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat. @@ -3483,11 +3625,11 @@ b. hoofdstuk 8. ### Artikel 7.12 -**1.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, eerste lid, 2.58, onderdelen a tot en met c, en e, 2.170 en 2.170b of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225 000 per overtreding. +**1.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, eerste lid, 2.58, onderdelen a tot en met c, en e, 2.170, eerste tot en met zesde lid, en achtste en negende lid, en 2.170b, of van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225 000 per overtreding. **2.** De bestuurlijke boete bij overtreding van het bepaalde in artikel 2.34, eerste lid, bedraagt tien procent van het totale bedrag aan gelden dat gemiddeld in de kalenderjaren voorafgaand aan de overtreding tijdens de lopende erkenningperiode aan de omroeporganisatie ter beschikking is gesteld voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst. -**3.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, tweede lid, 2.35, 2.58, onderdeel d, 2.70, 2.71, derde en vierde lid, 2.88b tot en met 2.92, 2.94 tot en met 2.99, 2.106 tot en met 2.108, 2.111, eerste lid, 2.115 tot en met 2.124, 2.150, tweede en derde lid, 2.151, tweede lid, 2.170 en 2.170b, 3.5b tot en met 3.14, 3.15, tweede lid, 3.16, 3.17, 3.19 tot en met 3.19b, 3.20 tot en met 3.26, 3.29, 3.29d, 3a.5, 4.1, 4.6, 5.1 tot en met 5.4, 6.4, 6.6, tweede lid, en 6.23 tot en met 6.25, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. +**3.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, tweede lid, 2.35, 2.58, onderdeel d, 2.70, 2.71, derde en vierde lid, 2.88b tot en met 2.92, 2.94 tot en met 2.99, 2.106 tot en met 2.108, 2.111, eerste lid, 2.115 tot en met 2.124, 2.150, tweede en derde lid, 2.151, tweede lid, 2.169c, vijfde lid, 2.170, eerste tot en met zesde lid, en achtste en negende lid en 2.170b, 3.5b tot en met 3.14, 3.15, tweede lid, 3.16, 3.17, 3.19 tot en met 3.19b, 3.20 tot en met 3.26, 3.29, 3.29d, 3a.5, 4.1, 4.6, 5.1 tot en met 5.4, 6.4, 6.6, tweede lid, en 6.23 tot en met 6.25 kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 7.13 @@ -3495,7 +3637,7 @@ De te betalen geldsommen van de bestuurlijke boeten en dwangsommen komen toe aan ### Artikel 7.14 -Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat, naast of in plaats van het opleggen van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom: +Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat, naast of in plaats van het opleggen van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom: a. de in de artikelen 6.1 en 6.5 bedoelde uren van de desbetreffende instelling verminderen of intrekken; en b. de uren intrekken of verminderen die de Ster op grond van artikel 2.95 op de programmakanalen van de landelijke publieke mediadienst ter beschikking heeft. @@ -3546,7 +3688,7 @@ c. onrechtmatig handelen, waaronder wordt verstaan het in de hoedanigheid van be **3.** In de aanwijzing geeft het Commissariaat gemotiveerd aan op welke punten sprake is van wanbeheer en de in verband daarmee te nemen maatregelen. -**4.** Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de instelling aan de aanwijzing moet voldoen. +**4.** De instelling voldoet aan de aanwijzing. In de aanwijzing wordt daarvoor een termijn gesteld. **5.** Voordat het Commissariaat een aanwijzing geeft, stelt hij de instelling vier weken in de gelegenheid haar zienswijze naar voren te brengen. @@ -3589,15 +3731,17 @@ b. bedrijfsruimten en voorwerpen te verzegelen gedurende de tijd gelegen tussen **3.** Het Commissariaat maakt zijn bevindingen openbaar, met uitzondering van gegevens die naar hun aard vertrouwelijk zijn. +**4.** Het Commissariaat handhaaft de naleving van het redactiestatuut, bedoeld in de artikelen 2.88, tweede lid, en 3.5, tweede lid. + ### Artikel 7:22 **1.** Het Commissariaat houdt een lijst bij met publieke en commerciële media-instellingen die op grond van artikel 1.2, eerste lid, onder de bevoegdheid van Nederland vallen, met de vermelding op welk criterium als bedoeld in artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, van de Europese richtlijn de rechtsmacht van de betreffende aanbieder is gebaseerd. **2.** Het Commissariaat houdt een lijst bij met de aanbieders van videoplatformen die op grond van artikel 3a.2, eerste lid, onder de bevoegdheid van Nederland vallen, met de vermelding op welk criterium als bedoeld in artikel 28bis, eerste tot en met vierde lid, van de Europese richtlijn de rechtsmacht van de betreffende aanbieder is gebaseerd. -## Hoofdstuk 8. De pers +## Hoofdstuk 8. De journalistiek -### Titel 8.1. Stimuleringsfonds voor de pers +### Titel 8.1. Stimuleringsfonds voor de journalistiek ### Artikel 8.1 @@ -3633,6 +3777,27 @@ c. de uitvoering van overige taken die hem zijn opgedragen bij of krachtens deze **2.** Een benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. +**3.** Onverminderd artikel 12 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen gebeurt benoeming door Onze Minister van de leden van het bestuur op de voordracht van het bestuur en met inachtneming van het vierde tot en met negende lid. + +**4.** Bij een vacature draagt het bestuur zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in het derde lid. + +**5.** Het bestuur stelt profielschetsen op voor de vacature en voor het bestuur als geheel. + +**6.** De profielschetsen behoeven de instemming van Onze Minister. + +**7.** Het bestuur maakt de profielschetsen na de instemming openbaar. + +**8.** De voordracht van het bestuur aan Onze Minister is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot de voordracht. + +**9.** + +Onze Minister neemt de voordracht over, tenzij deze in strijd is met: + +a. deze wet; +b. eisen van zorgvuldigheid; +c. andere zwaarwegende belangen; of +d. een redelijke verwachting dat de voorgedragen kandidaat geschikt zal zijn voor de vervulling van de taak van lid van het bestuur en het bestuur bij benoeming overeenkomstig de voordracht naar behoren zal zijn samengesteld. + ### Artikel 8.5 Onverminderd artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn met het lidmaatschap van het bestuur van het Stimuleringsfonds onverenigbaar: @@ -3788,7 +3953,7 @@ Verplichtingen die het Stimuleringsfonds aan een subsidieontvanger oplegt hebben ### Artikel 8.19 -Het Stimuleringsfonds maakt een besluit tot verlening van een subsidie binnen een week nadat het besluit is genomen bekend in de Staatscourant, met vermelding van de hoogte van de subsidie. +Het Stimuleringsfonds doet van een besluit tot verlening van een subsidie binnen een week nadat het besluit is genomen mededeling in de Staatscourant, met vermelding van de hoogte van de subsidie. ### Artikel 8.20 @@ -3959,6 +4124,10 @@ De concessie van de NPO, de concessieperiode en de tweede van de twee perioden v #### Afdeling 9.2.12. Overgangsrecht aanwijzing regionale publieke media-instelling +### Artikel 9.14f + +In afwijking van artikel 2.65, eerste lid, blijft een aanwijzing op grond van artikel 2.65, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, die geldt op de dag waarop artikel I, onderdeel Ma, van de Wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep in werking treedt, gelden tot en met 31 december 2025 en vervalt daarna van rechtswege. + ### Titel 9.3. Slotbepalingen ### Artikel 9.15