2009-10-01 | BWBR0025364 | Wet College voor examens
This commit is contained in:
parent
b679ec4652
commit
e5ab49c4bb
1 changed files with 145 additions and 0 deletions
145
wet/wet-college-voor-examens/BWBR0025364/README.md
Normal file
145
wet/wet-college-voor-examens/BWBR0025364/README.md
Normal file
|
|
@ -0,0 +1,145 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Wet College voor examens
|
||||
bwb_id: BWBR0025364
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2009-10-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0025364
|
||||
citeertitel: Wet College voor examens
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Wet College voor examens
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In deze wet wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *college:* College voor examens, genoemd in artikel 2, eerste lid;
|
||||
- *Cito:* Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling, genoemd in artikel 12 van de Wet subsidiëring landelijke ondersteunende activiteiten;
|
||||
- *Informatie Beheer Groep:* Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank; en
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Er is een College voor examens.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de centrale examens, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 7.4.11 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de daarop berustende bepalingen:
|
||||
|
||||
a. het vaststellen van het aantal toetsen, de tijdsduur en de aard van de toetsen, overeenkomstig het examenprogramma;
|
||||
b. het vaststellen van het tijdstip van de toetsen, de wijze waarop en de vorm waarin de toetsen worden afgenomen;
|
||||
c. het tot stand brengen en vaststellen van de opgaven;
|
||||
d. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores;
|
||||
e. het geven van regels voor de omzetting van de scores in cijfers;
|
||||
f. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van syllabi, overeenkomstig het examenprogramma; en
|
||||
g. het geven van regels met betrekking tot de hulpmiddelen die gebruikt mogen worden bij het maken van de opgaven.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de staatsexamens, bedoeld in artikel 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs en de daarop berustende bepalingen:
|
||||
|
||||
a. het bij regeling vaststellen van het examenreglement;
|
||||
b. het organiseren, afnemen en beoordelen;
|
||||
c. de benoeming van examenfunctionarissen; en
|
||||
d. het vaststellen van de uitslag en het uitreiken van diploma’s, certificaten of cijferlijsten.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de college-examens van de staatsexamens, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en de op het vijfde lid van dat artikel berustende bepalingen:
|
||||
|
||||
a. het bij regeling vaststellen van het programma van toetsing en afsluiting;
|
||||
b. het tot stand brengen en vaststellen van de opgaven; en
|
||||
c. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van de beoordelingsnormen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de staatsexamens, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en de op het vijfde lid van dat artikel berustende bepalingen:
|
||||
|
||||
a. het bij regeling vaststellen van het examenprogramma;
|
||||
b. het tot stand brengen en vaststellen van de opgaven; en
|
||||
c. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van de beoordelingsnormen.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het college is verder nog belast met de volgende taken:
|
||||
|
||||
a. het afnemen van examens onder bijzondere omstandigheden;
|
||||
b. het bij regeling vaststellen welke vakken in een tijdvak met geheimhouding worden afgenomen, waarbij de geheimhouding betrekking heeft op de opgaven, de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, vierde lid onderdelen b en c, en vijfde lid, onderdelen b en c; en
|
||||
c. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken.
|
||||
|
||||
**7.** De regelingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen e en f, en vijfde lid, onderdeel a, treden slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Bekendmakingswet kan de bekendmaking van een regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, vierde lid, onderdeel c, of vijfde lid, onderdeel c, geschieden op een andere geschikte, al dan niet elektronische, wijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Het college is belast met bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen taken ten aanzien van de uitvoering van de centrale examinering in het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 7.4.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en de op dit artikel gebaseerde uitvoeringsvoorschriften.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het college heeft ten minste zes leden en ten hoogste acht leden, onder wie een voorzitter.
|
||||
|
||||
**2.** Voor ieder lid van het college, de voorzitter uitgezonderd, zal Onze Minister één plaatsvervangend lid benoemen. Op de plaatsvervangende leden zijn de artikelen 9, 12, 13 en 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister draagt bij de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van het college zorg voor de onafhankelijkheid en deskundigheid van deze leden en voor voldoende draagvlak bij de representatieve onderwijsorganisaties voor hun benoeming.
|
||||
|
||||
**4.** De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. De leden en de plaatsvervangende leden kunnen éénmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het college heeft een bureau ter ondersteuning van zijn werkzaamheden bestaande uit een directeur en andere medewerkers.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur en de andere medewerkers zijn geen lid van het college.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister benoemt, bevordert, schorst en ontslaat na overleg met de voorzitter, de directeur en de andere medewerkers.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
De voorzitter vertegenwoordigt het college in en buiten rechte.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Het college stelt een bestuursreglement vast, waarin in elk geval regels over de werkwijze en procedures zijn opgenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Het college zendt jaarlijks voor 1 april een werkprogramma voor het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het werkprogramma omschrijft in elk geval:
|
||||
|
||||
a. de voorgenomen activiteiten van het college;
|
||||
b. de voorstellen voor de werkzaamheden van de Cito en de Informatie Beheer Groep op het terrein van de centrale examens of op het terrein van de staatsexamens, bedoeld in artikel 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs en de daarop berustende bepalingen; en
|
||||
c. de voorstellen voor de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in onderdeel b.
|
||||
|
||||
**3.** Het college kan, mits gemotiveerd, aan Onze Minister tussentijds een wijziging van het werkprogramma voorstellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De archiefbescheiden van de centrale examencommissie vaststelling opgaven, bedoeld in artikel 39, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., de staatsexamencommissie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en de commissie, bedoeld in artikel 1, van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal zoals deze artikelen luidden op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 11 worden overgedragen aan het college.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de regelingen op grond van de artikelen 13 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000, 39 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en 3 en 10 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal op artikel 2 van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Deze wet wordt aangehaald als: Wet College voor examens.
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue