2026-01-01 | BWBR0007168 | Wet belastingen op milieugrondslag

This commit is contained in:
Coornhert 2026-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2c73c63cc7
commit e5e741e261

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet belastingen op milieugrondslag
bwb_id: BWBR0007168
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2023-12-20'
datum_inwerkingtreding: '2025-12-17'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007168
citeertitel: Wet belastingen op milieugrondslag
---
@ -124,11 +124,11 @@ Onder de naam belasting op leidingwater wordt een belasting geheven op leidingwa
### Artikel 14
**1.** De belasting wordt geheven ter zake van de levering van leidingwater via een aansluiting aan de verbruiker, met dien verstande dat de belasting wordt geheven over een hoeveelheid van maximaal 300 kubieke meter per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden wordt de hoeveelheidsgrens, genoemd in de eerste volzin, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
**1.** De belasting wordt geheven ter zake van de levering van leidingwater via een aansluiting aan de verbruiker, met dien verstande dat de belasting wordt geheven over een hoeveelheid van maximaal 50.000 kubieke meter per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden wordt de hoeveelheidsgrens, genoemd in de eerste volzin, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
**2.** Als een levering als bedoeld in het eerste lid wordt niet aangemerkt de levering van leidingwater via een aansluiting op het distributienet van een afzonderlijke watervoorziening, tenzij degene die de levering verricht leidingwater levert via in totaal ten minste 1000 aansluitingen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor vaststelling van het aantal aansluitingen dat bij toepassing van de eerste volzin in aanmerking wordt genomen, in het geval dat het water wordt geleverd aan een particuliere installatie voor centrale watervoorziening.
**3.** Bij de levering van leidingwater aan een particuliere installatie voor centrale watervoorziening wordt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, de belasting geheven over de totale hoeveelheid geleverd water, met dien verstande dat, indien de exploitant van de installatie aan degene die het leidingwater heeft geleverd een verklaring heeft overgelegd waarin opgaaf wordt gedaan van het aantal onroerende zaken als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken dat door de installatie van water wordt voorzien, ten hoogste wordt geheven over een hoeveelheid van 300 kubieke meter vermenigvuldigd met dat aantal.
**3.** Bij de levering van leidingwater aan een particuliere installatie voor centrale watervoorziening wordt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, de belasting geheven over de totale hoeveelheid geleverd water, met dien verstande dat, indien de exploitant van de installatie aan degene die het leidingwater heeft geleverd een verklaring heeft overgelegd waarin opgaaf wordt gedaan van het aantal onroerende zaken als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken dat door de installatie van water wordt voorzien, ten hoogste wordt geheven over een hoeveelheid van 50.000 kubieke meter vermenigvuldigd met dat aantal.
**4.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
@ -159,7 +159,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, in samenhang met artikel 14, eerste lid, wordt de hoeveelheid leidingwater, waarop de voorschotnota dan wel het voorschotbedrag is gebaseerd, aangemerkt als geleverde hoeveelheid.
**3.** In gevallen waarin per verbruiksperiode van twaalf maanden meer dan 300 kubieke meter leidingwater via een aansluiting aan een verbruiker wordt geleverd en ter zake van die levering voorschotnotas worden uitgereikt of voorschotbedragen worden ontvangen, wordt bij de berekening van de op de verbruiksperiode betrekking hebbende voorschotbedragen naar evenredigheid rekening gehouden met de belasting die overeenkomstig artikel 14, eerste lid, ter zake van de hoeveelheid van 300 kubieke meter is verschuldigd.
**3.** In gevallen waarin per verbruiksperiode van twaalf maanden meer dan 50.000 kubieke meter leidingwater via een aansluiting aan een verbruiker wordt geleverd en ter zake van die levering voorschotnotas worden uitgereikt of voorschotbedragen worden ontvangen, wordt bij de berekening van de op de verbruiksperiode betrekking hebbende voorschotbedragen naar evenredigheid rekening gehouden met de belasting die overeenkomstig artikel 14, eerste lid, ter zake van de hoeveelheid van 50.000 kubieke meter is verschuldigd.
**4.** Indien de verrekening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel g, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt.
@ -167,7 +167,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt.
### Artikel 18
Het tarief bedraagt € 0,425 per kubieke meter leidingwater.
Het tarief bedraagt € 0,437 per kubieke meter leidingwater.
### Artikel 18a
@ -210,7 +210,7 @@ Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering van leidin
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *afvalstoffen:* afvalstoffen als bedoeld in de Wet milieubeheer, en zeer laag radioactief afval;
b. *zeer laag radioactief afval:* radioactieve afvalstoffen van natuurlijke bronnen van ioniserende straling, waarin de activiteit van de betrokken natuurlijke bronnen op enig moment gelijk is aan of hoger is dan de in bijlage 1, tabel 1, van het Besluit stralingsbescherming vermelde waarde, en de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bronnen gelijk is aan of hoger is dan de in bijlage 1, tabel 1, van het Besluit stralingsbescherming vermelde waarde en lager is dan tien maal die waarde;
b. *zeer laag radioactief afval:* radioactieve afvalstoffen van natuurlijke bronnen van ioniserende straling, waarin de activiteit van de betrokken natuurlijke bronnen op enig moment gelijk is aan of hoger is dan de in bijlage 3, onderdeel B, tabel A, deel 1, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vermelde waarde, en de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bronnen gelijk is aan of hoger is dan de in bijlage 3, onderdeel B, tabel A, deel 1, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vermelde waarde en lager is dan tien maal die waarde;
c. *verwijderen van afvalstoffen:*
1°. het storten van afvalstoffen op een stortplaats als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet, waar op grond van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van die wet afvalstoffen mogen worden gestort, of het storten van afvalstoffen op een vergelijkbare stortplaats buiten Nederland;
@ -264,6 +264,20 @@ De belasting wordt geheven:
a. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdelen a en b: van de houder van de inrichting;
b. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c: van de kennisgever, bedoeld in artikel 2, vijftiende lid, van de EVOA, aan wie de toestemming is verleend.
### Artikel 24a
**1.** Voor de toepassing van artikel 24, onderdeel b, stelt de kennisgever, indien hij niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, een fiscaal vertegenwoordiger aan. De fiscaal vertegenwoordiger treedt namens hem op en treedt in zijn plaats met betrekking tot alle rechten en verplichtingen die hij heeft inzake de belasting.
**2.** De fiscaal vertegenwoordiger is in het bezit van een daartoe door de inspecteur verstrekte vergunning.
**3.** Degene die een vergunning als fiscaal vertegenwoordiger wil verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur.
**4.** Bij het verzoek, bedoeld in het derde lid, wordt een verklaring overgelegd van degene aan wie de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, is verleend, waaruit blijkt dat deze degene die het verzoek indient, machtigt op te treden als zijn fiscaal vertegenwoordiger.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de gegevens die het verzoek, bedoeld in het derde lid, moet bevatten alsmede met betrekking tot voorwaarden waaronder de vergunning wordt verleend, gewijzigd en ingetrokken.
**6.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
### Afdeling 3. Maatstaf van heffing en verschuldigdheid
### Artikel 25
@ -304,7 +318,7 @@ Een ambtshalve afgegeven beschikking als bedoeld onder b vervangt voor de toepas
Bij of krachtens op voordracht van Onze Ministers vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:
a. de wijze van indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, waarbij in afwijking van de artikelen 2:14, eerste lid, en 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden bepaald dat de aanvraag geheel of gedeeltelijk elektronisch wordt ingediend of in ontvangst wordt genomen;
a. de wijze van indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, waarbij in afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden bepaald dat de aanvraag geheel of gedeeltelijk elektronisch wordt ingediend of in ontvangst wordt genomen;
b. de gegevens die de kennisgever verstrekt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid;
c. de wijze waarop de kennisgever gehouden is zijn administratie te voeren;
d. de inhoud en het afgeven van de beschikking, bedoeld in artikel 25, derde lid;
@ -365,10 +379,10 @@ b. hoeveel belasting ter zake van de stoffen, preparaten en voorwerpen geheven i
Het tarief bedraagt in geval van:
a. het storten van afvalstoffen: € 39,70 per 1.000 kilogram;
b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 39,70 per 1.000 kilogram;
c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil;
d. de overbrenging van afvalstoffen: € 39,70 per 1.000 kilogram.
a. het storten van afvalstoffen: € 40,85 per 1.000 kilogram;
b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 40,85 per 1.000 kilogram;
c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Omgevingswet gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil;
d. de overbrenging van afvalstoffen: € 40,85 per 1.000 kilogram.
**2.** Bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt voor de gehele periode van overbrenging het laagste tarief toegepast dat gedurende deze periode op enig moment geldt ingevolge het eerste lid, onderdeel d. De periode van overbrenging vangt aan op het tijdstip van aanvang van de eerste fysieke overbrenging met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, en eindigt op het tijdstip van de aanvang van de laatste fysieke overbrenging met toepassing van die toestemming.
@ -576,7 +590,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra
### Artikel 43
Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 18,32.
Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 18,85.
### Afdeling 5. Vrijstellingen
@ -639,8 +653,8 @@ c. het voorhanden hebben van kolen buiten een inrichting.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. motorrijtuig: hetgeen ingevolge artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns onder dit begrip wordt verstaan;
b. elektriciteitsbeurs: beurs als bedoeld in artikel 86e van de Elektriciteitswet 1998;
c. gasbeurs: beurs als bedoeld in artikel 66b van de Gaswet;
b. vervallen;
c. vervallen;
d. verbruiksperiode:
1°. in gevallen waarin periodiek voorschotnotas worden uitgereikt of, indien geen voorschotnotas worden uitgereikt, periodiek voorschotbedragen worden ontvangen, gevolgd door een jaarlijkse eindfactuur: het tijdvak waarop de eindfactuur betrekking heeft;
@ -656,34 +670,32 @@ l. Nm^3: een normaalkubiekemeter;
m. aardgas: producten van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00;
n. elektriciteit: elektrische energie van de GN-code 2716;
o. brandstof: stof met inbegrip van alle daaraan toegevoegde stoffen dienende voor verbranding met het doel de daarbij ontstane energie te benutten;
p. energie-intensief bedrijf: een zakelijke eenheid als bedoeld in onderdeel t, waar de kosten van de aankoop van energieproducten en elektriciteit ten minste 3,0% van de productiewaarde uitmaken, of waar de verschuldigde energiebelasting en accijns op minerale oliën ten minste 0,5% van de toegevoegde waarde bedraagt;
q. kosten van de aankoop van energieproducten en elektriciteit, productiewaarde en toegevoegde waarde: hetgeen ingevolge artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283) onder deze begrippen wordt verstaan;
r. CNG: aardgas dat na compressie geschikt is voor de aanwending in motorrijtuigen;
s. CNG-vulstation: een rechtstreeks op het distributienet van aardgas aangesloten inrichting waar uitsluitend aardgas wordt samengeperst tot CNG, dat wordt afgeleverd aan motorrijtuigen;
t. zakelijk verbruik: verbruik door een zakelijke eenheid die zelfstandig, op ongeacht welke plaats, leveringen van goederen en diensten verricht, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die economische activiteiten. Economische activiteiten omvatten alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of verrichter van diensten, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmee gelijkgestelde beroepen. Rijks-, regionale en lokale overheden, alsmede andere publiekrechtelijke lichamen worden als zakelijke eenheid aangemerkt voor zover zij werkzaamheden of transacties verrichten die bij een behandeling als niet-zakelijke eenheid tot concurrentieverstoring van enige betekenis zouden leiden;
u. niet-zakelijk verbruik: verbruik anders dan het zakelijk verbruik, bedoeld in onderdeel t;
v. productie-installatie: een productie-installatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ah, van de Elektriciteitswet 1998;
w. walstroominstallatie: een installatie aan land die het mogelijk maakt om schepen die zijn afgemeerd te voorzien van elektriciteit en die beschikt over een zelfstandige aansluiting of die is voorzien van een comptabele meetinrichting die voldoet aan bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden;
x. energieopslag: het omzetten van elektrische energie in een vorm van energie die kan worden opgeslagen, het opslaan van dergelijke energie, en de daaropvolgend omzetting van dergelijke energie in elektrische energie;
y. energieopslagfaciliteit: een installatie waar energieopslag plaatsvindt;
z. eindafrekening: de laatste factuur aan de verbruiker die wordt opgemaakt bij het beëindigen van het contract;
aa. begunstigde: een onderneming als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie die staatssteun ontvangt als gevolg van een steunmaatregel;
ab. kmo: een kleine, middelgrote onderneming of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
ac. EAN-code: uniek identificatienummer conform de Europese Artikel Nummering betreffende de aansluiting.
p. kosten van de aankoop van energieproducten en elektriciteit, productiewaarde en toegevoegde waarde: hetgeen ingevolge artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283) onder deze begrippen wordt verstaan;
q. CNG: aardgas dat na compressie geschikt is voor de aanwending in motorrijtuigen;
r. CNG-vulstation: een rechtstreeks op het distributienet van aardgas aangesloten inrichting waar uitsluitend aardgas wordt samengeperst tot CNG, dat wordt afgeleverd aan motorrijtuigen;
s. zakelijk verbruik: verbruik door een zakelijke eenheid die zelfstandig, op ongeacht welke plaats, leveringen van goederen en diensten verricht, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die economische activiteiten. Economische activiteiten omvatten alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of verrichter van diensten, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmee gelijkgestelde beroepen. Rijks-, regionale en lokale overheden, alsmede andere publiekrechtelijke lichamen worden als zakelijke eenheid aangemerkt voor zover zij werkzaamheden of transacties verrichten die bij een behandeling als niet-zakelijke eenheid tot concurrentieverstoring van enige betekenis zouden leiden;
t. niet-zakelijk verbruik: verbruik anders dan het zakelijk verbruik, bedoeld in onderdeel t;
u. productie-installatie: installatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, die bestemd is voor de productie van elektriciteit;
v. walstroominstallatie: een installatie aan land die het mogelijk maakt om schepen die zijn afgemeerd te voorzien van elektriciteit en die beschikt over een zelfstandige aansluiting of die is voorzien van een comptabele meetinrichting die voldoet aan bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden;
w. energieopslag: het omzetten van elektrische energie in een vorm van energie die kan worden opgeslagen, het opslaan van dergelijke energie, en de daaropvolgend omzetting van dergelijke energie in elektrische energie;
x. energieopslagfaciliteit: een installatie waar energieopslag plaatsvindt;
y. eindafrekening: de laatste factuur aan de verbruiker die wordt opgemaakt bij het beëindigen van het contract;
z. begunstigde: een onderneming als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie die staatssteun ontvangt als gevolg van een steunmaatregel;
aa. kmo: een kleine, middelgrote onderneming of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
ab. EAN-code: uniek identificatienummer conform de Europese Artikel Nummering betreffende de aansluiting;
ac. waterstof: producten van de GN-code 2804 1000.
**2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa.
**3.** Onder levering van aardgas, onderscheidenlijk elektriciteit, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge de Wet op de omzetbelasting 1968.
**4.** Met betrekking tot elektriciteit wordt onder distributienet verstaan een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, met uitzondering van een net met een spanningsniveau van ten hoogste 0,4 kV en een verbruik van ten hoogste 0,1 GWh per jaar, indien een ander dan een leverancier als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Elektriciteitswet 1998 of een netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998, een recht van gebruik heeft van dat net.
**4.** Met betrekking tot elektriciteit wordt onder distributienet verstaan een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, met uitzondering van een distributiesysteem voor elektriciteit met een spanningsniveau van ten hoogste 0,4 kilovolt en een verbruik van ten hoogste 0,1 GWh per jaar, indien een ander dan een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet een recht van gebruik heeft van dat systeem.
**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, onderdeel p.
**5.** Met betrekking tot aardgas wordt onder distributienet verstaan een transmissie- of distributiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.
**6.** Met betrekking tot aardgas wordt onder distributienet verstaan een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet.
**6.** Indien in een tijdvak van 18 maanden een of meerdere voorschotnotas worden uitgereikt dan wel een of meerdere voorschotbedragen worden ontvangen en uiterlijk binnen 13 weken na afloop van dat tijdvak geen eindfactuur wordt uitgereikt, wordt dat tijdvak van 18 maanden aangemerkt als verbruiksperiode.
**7.** Indien in een tijdvak van 18 maanden een of meerdere voorschotnotas worden uitgereikt dan wel een of meerdere voorschotbedragen worden ontvangen en uiterlijk binnen 13 weken na afloop van dat tijdvak geen eindfactuur wordt uitgereikt, wordt dat tijdvak van 18 maanden aangemerkt als verbruiksperiode.
**8.**
**7.**
In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, onder 2°, is de verbruiksperiode in de aldaar bedoelde gevallen:
@ -698,6 +710,8 @@ b. ingeval de overeenkomst tot levering in de loop van het kalenderjaar wordt be
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt als aardgas mede aangemerkt elk product dat direct of indirect is bestemd voor gebruik, wordt aangeboden voor verkoop of wordt gebruikt als aardgas.
**3.** In afwijking van het tweede lid wordt voor de toepassing van de artikelen 47, zesde lid, 55, 59 tot en met 62 en 64, derde lid, en de op die artikelen berustende bepalingen waterstof niet als aardgas aangemerkt.
### Artikel 49
Vervallen
@ -706,14 +720,14 @@ Vervallen
**1.** De belasting wordt geheven ter zake van de levering van aardgas of elektriciteit via een aansluiting aan de verbruiker, alsmede ter zake van de levering van aardgas via een aansluiting aan een CNG-vulstation.
**2.** Indien de verbruiker, bedoeld in het eerste lid, via een aansluiting elektriciteit op het distributienet heeft ingevoed ter zake waarvan artikel 31c, eerste en tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 wordt toegepast, is het eerste lid van toepassing op het positieve saldo van de via de aansluiting geleverde elektriciteit minus de via de aansluiting ingevoede elektriciteit.
**2.** Indien de verbruiker, bedoeld in het eerste lid, via een aansluiting elektriciteit op het distributienet heeft ingevoed ter zake waarvan artikel 2.31 van de Energiewet wordt toegepast, is het eerste lid van toepassing op het positieve saldo van de via de aansluiting geleverde elektriciteit minus de via de aansluiting ingevoede elektriciteit.
**3.**
De belasting wordt voorts geheven ter zake van:
a. de levering, anders dan via een aansluiting, van aardgas of elektriciteit aan de verbruiker, of van aardgas aan een CNG-vulstation;
b. het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien dit product is verkregen door tussenkomst van een gasbeurs of elektriciteitsbeurs;
b. het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien dit product is verkregen door tussenkomst van een energiehandelsmarkt als bedoeld in artikel 1.1 Energiewet of een waterstofbeurs en geen sprake is van een levering via een aansluiting;
c. het verbruik van aardgas of elektriciteit door degene die leveringen aan de verbruiker verricht of het verbruik van elektriciteit door een organisatorische eenheid die een energieopslagfaciliteit exploiteert;
d. het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien het aardgas of de elektriciteit is verkregen op andere wijze dan door een levering.
@ -750,6 +764,8 @@ Vervallen
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt bij toepassing van artikel 50, derde lid, onderdelen b, c en d, de belasting geheven van de verbruiker.
**3.** In afwijking van het eerste lid, wordt bij een levering van elektriciteit waarbij sprake is van peer-to-peer handel als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, de belasting geheven van de marktdeelnemer die de automatische uitvoering en afwikkeling van de levering realiseert.
### Artikel 54
**1.** Voor de toepassing van artikel 53, eerste lid, stelt degene die de levering aan de verbruiker verricht, indien hij niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, een fiscaal vertegenwoordiger aan. De fiscaal vertegenwoordiger treedt namens hem op en treedt in zijn plaats met betrekking tot alle rechten en verplichtingen die hij heeft inzake de belasting.
@ -770,8 +786,8 @@ Vervallen
De belasting wordt berekend:
a. voor aardgas: per eenheid brandstof, uitgedrukt in kubieke meter, met inachtneming van de krachtens de Gaswet gestelde regels ter bepaling van de geleverde hoeveelheid;
b. voor elektriciteit: per eenheid energie-inhoud, uitgedrukt in kWh.
a. voor aardgas: per eenheid brandstof, uitgedrukt in kubieke meter, met inachtneming van de bij of krachtens de Energiewet gestelde regels ter bepaling van de geleverde hoeveelheid;
b. voor elektriciteit en waterstof: per eenheid energie-inhoud, uitgedrukt in kWh.
### Artikel 56
@ -782,7 +798,7 @@ De belasting met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elekt
a. in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen:
1°. op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt onderscheidenlijk een voorschotbedrag wordt ontvangen; alsmede
2°. op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over een verbruiksperiode, dan wel, bij toepassing van artikel 47, zevende lid, op de laatste dag van het aldaar bedoelde tijdvak van 18 maanden;
2°. op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over een verbruiksperiode, dan wel, bij toepassing van artikel 47, zesde lid, op de laatste dag van het aldaar bedoelde tijdvak van 18 maanden;
b. in gevallen waarin geen voorschotnota wordt uitgereikt of voorschotbedrag wordt ontvangen, maar wel een factuur wordt uitgereikt: op het tijdstip van de uitreiking van de factuur;
c. in overige gevallen: op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt.
@ -810,25 +826,26 @@ Het tarief bedraagt voor:
a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
niet hoger is dan 1 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,57816;
hoger is dan 1 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,57816;
hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,31573;
hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,20347;
hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05385;
b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,20338 per kubieke meter;
niet hoger is dan 1 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,60066;
hoger is dan 1 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,60066;
hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,33085;
hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,21396;
hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05313;
b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,20928 per kubieke meter;
c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
niet hoger is dan 2 900 kWh, per kWh € 0,10154;
hoger is dan 2 900 kWh, maar niet hoger dan 10 000 kWh, per kWh € 0,10154;
hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,06937;
hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,03868;
hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00388 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00321 voor zakelijk verbruik.
niet hoger is dan 2 900 kWh, per kWh € 0,09161;
hoger is dan 2 900 kWh, maar niet hoger dan 10 000 kWh, per kWh € 0,09161;
hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,06671;
hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,03735;
hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00379 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00310 voor zakelijk verbruik;
d. waterstof per kWh het tarief voor zakelijk gebruik, genoemd in onderdeel c, vijfde aandachtsstreepje.
**2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd.
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, tweede aandachtsstreepje, per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler.
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan.
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en d, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten en waterstof voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan.
**5.** Indien bij een aansluiting sprake is van zowel zakelijk verbruik als niet-zakelijk verbruik, worden de tarieven, genoemd in het eerste lid, voor verbruik boven 10 000 000 kWh toegepast naar evenredigheid van elk type verbruik. Indien het verbruik nagenoeg geheel bestaat uit zakelijk verbruik of niet-zakelijk verbruik, wordt het volledige verbruik als zodanig aangemerkt.
@ -846,7 +863,7 @@ Vervallen
### Artikel 59c
Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt verminderd of komt te vervallen, blijven de bepalingen gesteld bij of krachtens artikel 47, eerste lid, onderdelen v tot en met z, artikel 59a en artikel 59b, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de dag met ingang waarvan de verlaging van het tarief wordt verminderd of komt te vervallen, gedurende 15 jaren na het tijdstip waarop de coöperatie is aangewezen als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van toepassing ten aanzien van de levering van elektriciteit aan personen ten aanzien van wie op de eerst genoemde dag artikel 59a en, indien het een vereniging van eigenaars betreft, artikel 59b, van toepassing waren. Een eventuele rechtsopvolger van de persoon treedt in de plaats van die persoon.
Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt verminderd of komt te vervallen, blijven de bepalingen gesteld bij of krachtens artikel 47, eerste lid, onderdelen u tot en met y, artikel 59a en artikel 59b, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de dag met ingang waarvan de verlaging van het tarief wordt verminderd of komt te vervallen, gedurende 15 jaren na het tijdstip waarop de coöperatie is aangewezen als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van toepassing ten aanzien van de levering van elektriciteit aan personen ten aanzien van wie op de eerst genoemde dag artikel 59a en, indien het een vereniging van eigenaars betreft, artikel 59b, van toepassing waren. Een eventuele rechtsopvolger van de persoon treedt in de plaats van die persoon.
### Artikel 60
@ -854,8 +871,8 @@ Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt ve
In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter 23% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tweede aandachtsstreepje;
hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter 43% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, derde aandachtsstreepje;
niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter 30% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tweede aandachtsstreepje;
hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter 48% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, derde aandachtsstreepje;
hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter 100% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, vierde aandachtsstreepje;
hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter 100% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, vijfde aandachtsstreepje.
@ -897,7 +914,7 @@ b. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 20
### Artikel 60b
**1.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een walstroominstallatie die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 70a, derde lid, per kWh 20% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, vierde aandachtstreepje.
**1.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een walstroominstallatie die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 70a, derde lid, per kWh 30% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, vierde aandachtstreepje.
**2.** Het tarief, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is.
@ -939,7 +956,7 @@ Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden worden de hoev
### Artikel 61a
In de gevallen, bedoeld in artikel 47, achtste lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van de leveringen die vanaf het begin van het kalenderjaar zijn verricht, herrekend met inachtneming van artikel 61. Indien deze herrekening leidt tot een hoger of lager belastingbedrag dan de belasting die zonder de herrekening over de gehele verbruiksperiode verschuldigd zou zijn, wordt de belasting die moet worden voldaan over het tijdvak waarin de overeenkomst tot levering wordt beëindigd dienovereenkomstig verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. Bij de bepaling van de belasting die op de eindafrekening aan de verbruiker wordt vermeld, wordt de verhoging of verlaging, bedoeld in de tweede volzin, in aanmerking genomen.
In de gevallen, bedoeld in artikel 47, zevende lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van de leveringen die vanaf het begin van het kalenderjaar zijn verricht, herrekend met inachtneming van artikel 61. Indien deze herrekening leidt tot een hoger of lager belastingbedrag dan de belasting die zonder de herrekening over de gehele verbruiksperiode verschuldigd zou zijn, wordt de belasting die moet worden voldaan over het tijdvak waarin de overeenkomst tot levering wordt beëindigd dienovereenkomstig verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. Bij de bepaling van de belasting die op de eindafrekening aan de verbruiker wordt vermeld, wordt de verhoging of verlaging, bedoeld in de tweede volzin, in aanmerking genomen.
### Artikel 62
@ -949,7 +966,7 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d
### Artikel 63
**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 524,95 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting.
**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 519,80 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting.
**2.** Indien het bedrag van de over de verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald.
@ -969,12 +986,12 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d
Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van:
a. aardgas dat wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking tot een volume dat correspondeert met 0,2808 Nm^3 per opgewekte kWh elektriciteit;
a. aardgas dat wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking tot een volume dat correspondeert met 0,2635 Nm^3 per opgewekte kWh elektriciteit;
b. aardgas dat wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking met behulp waarvan elektriciteit wordt opgewekt uitsluitend door middel van hernieuwbare energiebronnen en elektriciteit;
c. elektriciteit die wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking; en
d. elektriciteit en aardgas die worden gebruikt voor de instandhouding van het vermogen elektriciteit te produceren.
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij een installatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal opgesteld elektrisch vermogen van niet meer dan 20 megawatt vrijstelling van de belasting verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas dat wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit tot een hoeveelheid die correspondeert met 0,2808 Nm^3 per kWh elektriciteit die de exploitant van de installatie invoedt op een distributienet alsmede 0,1670 Nm^3 per kWh elektriciteit die de exploitant van de installatie niet invoedt op een distributienet. De hoeveelheid opgewekte elektriciteit die wordt betrokken bij de berekening van de hoeveelheid aardgas waarvoor de per verbruiksperiode te berekenen vrijstelling wordt verleend is maximaal de hoeveelheid elektriciteit die de exploitant heeft opgewekt met de installatie.
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij een installatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal opgesteld elektrisch vermogen van niet meer dan 20 megawatt vrijstelling van de belasting verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas dat wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit tot een hoeveelheid die correspondeert met 0,2635 Nm^3 per kWh elektriciteit die de exploitant van de installatie invoedt op een distributienet alsmede 0,1498 Nm^3 per kWh elektriciteit die de exploitant van de installatie niet invoedt op een distributienet. De hoeveelheid opgewekte elektriciteit die wordt betrokken bij de berekening van de hoeveelheid aardgas waarvoor de per verbruiksperiode te berekenen vrijstelling wordt verleend is maximaal de hoeveelheid elektriciteit die de exploitant heeft opgewekt met de installatie.
**3.** Indien het aardgas, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en in het tweede lid, een bovenste verbrandingswaarde heeft die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, wordt het volume, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, naar evenredigheid verhoogd, onderscheidenlijk verlaagd.
@ -985,13 +1002,15 @@ Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbru
elektriciteit die wordt gebruikt voor chemische reductie en elektrolytische en metallurgische procedés; en
aardgas dat wordt gebruikt voor metallurgische procedés.
Als levering of verbruik van elektriciteit voor elektrolytische procedés wordt in ieder geval aangemerkt de levering of het verbruik van elektriciteit voor de productie van waterstof, waaronder wordt verstaan de demineralisatie of elektrolyse van water alsmede de purificatie en compressie van de uit dit water ontstane waterstof.
Als metallurgische procedés worden aangemerkt:
a. de vervaardiging van metalen in primaire vorm;
b. smeden, persen, stampen en profielwalsen van metaal;
c. oppervlaktebehandeling bestaande uit harden of warmtebehandeling van metalen.
De vrijstelling voor metallurgische procedés geldt alleen voor bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 21 juli 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 24 of 25.
De vrijstelling voor metallurgische procedés geldt alleen voor bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 6 september 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 24 of 25.
**5.**
@ -999,7 +1018,7 @@ Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering of het ver
Als mineralogische procedés worden aangemerkt de vervaardiging van glas en glaswerk, de vervaardiging van keramische producten, de vervaardiging van cement, kalk of gips, de vervaardiging van kalkzandsteen of cellenbeton en de vervaardiging van steenwol.
De vrijstelling voor mineralogische procedés geldt alleen voor de bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 21 juli 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 23.
De vrijstelling voor mineralogische procedés geldt alleen voor de bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 6 september 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 23.
**6.**
@ -1291,10 +1310,19 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de emissie van broeikasga
Het tarief bedraagt:
a. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel a, per ton kooldioxide-equivalent  87,90;
a. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel a, per ton kooldioxide-equivalent voor een broeikasgasinstallatie of lachgasinstallatie € 78,67 en voor een afvalverbrandingsinstallatie € 103,66;
b. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel b, per ton kooldioxide-equivalent het tarief, genoemd in artikel 71f, eerste lid.
**2.** Bij aanvang van ieder kalenderjaar na het kalenderjaar 2021 tot en met kalenderjaar 2030 wordt, alvorens artikel 90 wordt toegepast, het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verhoogd met € 12,84.
**2.**
Het tarief voor een afvalverbrandingsinstallatie, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, wordt bij aanvang van de volgende kalenderjaren, alvorens artikel 90 wordt toegepast, telkens verhoogd. Deze verhoging is voor:
het kalenderjaar 2027: € 49,66;
het kalenderjaar 2028: € 50,42;
het kalenderjaar 2029: € 50,42; en
het kalenderjaar 2030: € 49,39.
Artikel 90 vindt geen toepassing op een bedrag in dit lid nadat daarmee het tarief is verhoogd.
**3.** Voor een broeikasgasinstallatie wordt het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verminderd met de termijnkoers van het broeikasgasemissierecht. Het tarief is niet lager dan nihil. De termijnkoers van het broeikasgasemissierecht is voor een kalenderjaar het gewone gemiddelde, in euro, van de dagelijkse éénjaarstermijnkoersen van broeikasgasemissierechten (slotverkoopkoersen) voor levering in december van dat jaar, zoals waargenomen van 1 september tot en met 31 oktober voorafgaand aan datzelfde jaar op de koolstofbeurs in de Europese Unie met het hoogste handelsvolume van die éénjaarstermijncontracten in die maanden.
@ -1306,7 +1334,7 @@ b. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel b, per ton kooldioxide-e
**1.** Indien voor een industriële installatie het aantal dispensatierechten van een belastingtijdvak de industriële jaarvracht van dat belastingtijdvak overtreft, gebruikt de exploitant dat overschot aan dispensatierechten voor een herberekening van de belasting die is betaald voor die industriële installatie over de vijf belastingtijdvakken voorafgaand aan het eerstgenoemde belastingtijdvak.
**2.** Het belastingtijdvak dat wordt herberekend, ligt in de periode 2021 tot en met 2029. De herberekening geschiedt in de volgorde beginnend met het oudste belastingtijdvak voorafgaand aan het meest recente belastingtijdvak.
**2.** De herberekening geschiedt in de aflopende volgorde die is gebaseerd op de hoogte van het tarief beginnend met het belastingtijdvak met het hoogste tarief.
**3.** Voor de herberekening worden de tarieven gebruikt die van toepassing waren op het belastingtijdvak dat wordt herberekend.
@ -1399,11 +1427,11 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de emissie van kooldioxid
Het tarief bedraagt per ton kooldioxide voor:
het kalenderjaar 2025: € 9,61;
het kalenderjaar 2026: € 11,27;
het kalenderjaar 2027: € 12,93;
het kalenderjaar 2028: € 14,59;
het kalenderjaar 2029: € 16,25;
de kalenderjaren vanaf 2030: € 17,91.
het kalenderjaar 2026: € 11,60;
het kalenderjaar 2027: € 13,31;
het kalenderjaar 2028: € 15,02;
het kalenderjaar 2029: € 16,72;
de kalenderjaren vanaf 2030: € 18,43.
**2.** Voor zover er aardgas is verstookt in een broeikasgasinstallatie wordt het tarief, genoemd in het eerste lid, verminderd met de termijnkoers van het broeikasgasemissierecht. Het tarief is niet lager dan nihil. De termijnkoers is voor een kalenderjaar het gewone gemiddelde, in euro, van de dagelijkse éénjaarstermijnkoersen van broeikasgasemissierechten (slotverkoopkoersen) voor levering in december van dat jaar, zoals waargenomen van 1 september tot en met 31 oktober voorafgaand aan datzelfde jaar op de koolstofbeurs in de Europese Unie met het hoogste handelsvolume van die éénjaarstermijncontracten in die maanden.
@ -1462,7 +1490,7 @@ De vliegbelasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de passagier met een
### Artikel 77
Het tarief bedraagt € 29,40 per passagier.
Het tarief bedraagt € 30,25 per passagier.
### Afdeling 5. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
@ -1618,3 +1646,7 @@ De inwerkingtreding van deze wet wordt bij wet geregeld.
### Artikel 95
Deze wet wordt aangehaald als: Wet belastingen op milieugrondslag.
## Bijlage A. behorende bij de Wet belastingen op milieugrondslag
## Bijlage B. behorende bij de Wet belastingen op milieugrondslag