diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-meststoffenwet/BWBR0019031/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-meststoffenwet/BWBR0019031/README.md index c936e57784e..029b29abdad 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-meststoffenwet/BWBR0019031/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-meststoffenwet/BWBR0019031/README.md @@ -293,36 +293,13 @@ h. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de artikelen 11, 14 en 15 gehe ### Artikel 21a -De fosfaatgebruiksnormen voor meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel c, van de wet, zijn: +**1.** Voor de toepassing van artikel 11 van de wet worden voor de fosfaattoestand van de bodem de volgende klassen onderscheiden: arm, laag, neutraal, ruim en hoog. -a. vanaf 1 januari 2015 90 kilogram fosfaat per jaar per hectare grasland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond voor zover het grond met een neutrale fosfaattoestand betreft; -b. vanaf 1 januari 2015 60 kilogram fosfaat per jaar per hectare bouwland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond voor zover het grond met een neutrale fosfaattoestand betreft; -c. vanaf 1 januari 2015 80 kilogram fosfaat per jaar per hectare grasland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond voor zover het grond met een hoge fosfaattoestand betreft; -d. vanaf 1 januari 2015 50 kilogram fosfaat per jaar per hectare bouwland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond voor zover het grond met een hoge fosfaattoestand betreft. +**2.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden de criteria vastgesteld voor de in het eerste lid genoemde klassen. Daarin kan in ieder geval rekening worden gehouden met het gebruik van de landbouwgrond als grasland of bouwland, de kenmerken van de bodem en de grondsoort. ### Artikel 21aa -**1.** De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in artikel 21a, onderdeel b, wordt vermeerderd met de in bijlage III, tabel 1, opgenomen tabel vermelde hoeveelheid fosfaat per hectare bouwland per jaar van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond indien een bedrijf de in de tabel gemiddelde gewasopbrengst heeft van het totale areaal van een gewas als bedoeld in de tabel, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren. - -**2.** - -De landbouwer die gebruik maakt van de verhoging van de fosfaatgebruiksnorm, bedoeld in het eerste lid: - -a. heeft, voor zover het suikerbieten, de in bijlage III, tabel 2, genoemde consumptieaardappelrassen, wintertarwe of zomergerst betreft, de afnemers, bedoeld in het derde lid, gemachtigd om desgevraagd gegevens over de afgenomen hoeveelheden van het desbetreffende gewas te verstrekken aan de minister; -b. beschikt, voor zover het pootaardappelen, zaaiui, mais en andere consumptieaardappelrassen dan de in bijlage III, tabel 2, genoemde consumptieaardappelrassen betreft, over schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat het gewas aan een afnemer is geleverd en waaruit blijkt wat de gewasopbrengst is die aan een afnemer is geleverd. Onder schriftelijk bewijs wordt in ieder geval facturen en afleverbewijzen van de gewassen en historische financiële informatie verstaan; -c. beschikt, voor zover het pootaardappelen, zaaiui, mais en andere consumptieaardappelrassen dan de in bijlage III, tabel 2, genoemde consumptieaardappelrassen betreft, over een samenstellingsverklaring van een accountant waaruit blijkt dat de gewasopbrengst die aan een afnemer zou zijn geleverd in overeenstemming is met het door de landbouwer verstrekte schriftelijk bewijs, bedoeld in onderdeel b; -d. stelt Onze Minister uiterlijk op 1 juni van het kalenderjaar ervan in kennis dat het desbetreffende bedrijf gebruik maakt van de verhoging van de fosfaatgebruiksnorm; -e. bewaart als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32, gegevens waaruit ter zake van elk van de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren blijkt: - -1°. welke gewassen en rassen op het bedrijf werden geteeld; -2°. het aantal hectaren grond dat met de desbetreffende gewassen en rassen was beteeld; -3°. de hoogte van de gewasopbrengst; -4°. welke mestsoorten zijn gebruikt op het bedrijf; en -5°. de afnemers van de desbetreffende gewassen; -f. bereikt de verhoging van de gebruiksnorm door het gebruik van kunstmest, compost, champost, schuimaarde of vaste mest van graasdieren. Het gebruik van deze meststoffen blijkt uit de administratie van de landbouwer; -g. verleent medewerking aan de monitoring door Onze Minister van de milieueffecten van de toegestane vermeerdering van de hoeveelheid fosfaat op grond van het eerste lid. - -**3.** Voor de bepaling van de gewasopbrengst, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend in aanmerking genomen de hoeveelheid die door de desbetreffende landbouwer rechtstreeks is afgeleverd aan afnemers. +Vervallen ### Artikel 22 @@ -338,15 +315,11 @@ Voor de toepassing van artikel 9 van de wet is de tot het bedrijf behorende oppe ### Artikel 24 -**1.** Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, van de wet, artikel 21a, eerste lid, van dit besluit en de krachtens artikel 11, vijfde lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling is de tot het bedrijf behorende oppervlakte grasland in enig kalenderjaar de oppervlakte grasland die op 15 mei van dat jaar tot het bedrijf behoort. - -**2.** Voor de toepassing van artikel 11, tweede lid, van de wet, artikel 21a, tweede lid, van dit besluit en de krachtens artikel 11, vijfde lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling is de tot het bedrijf behorende oppervlakte bouwland in enig kalenderjaar de oppervlakte bouwland die op 15 mei van dat jaar tot het bedrijf behoort. - -**3.** De oppervlakte grasland en bouwland wordt onderscheiden naar de fosfaattoestand van de desbetreffende grond, zoals deze wordt onderscheiden in artikel 1, eerste lid, onderdelen u, v en w, van de wet. +Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, van de wet, en de krachtens artikel 11, tweede lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling is de tot het bedrijf behorende oppervlakte grasland of bouwland in enig kalenderjaar de oppervlakte grasland onderscheidenlijk bouwland die op 15 mei van dat jaar tot het bedrijf behoort. ### Artikel 25 -Voor de toepassing van de artikelen 9, 10, eerste lid, 11, eerste en tweede lid, van de wet, artikel 21a van dit besluit en de krachtens artikel 11, vijfde lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling wordt de teeltvrije zone, bedoeld in de artikelen 3.80, 3.81 en 3.85 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, niet aangemerkt als tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. +Voor de toepassing van de artikelen 9, 10, eerste lid, 11, eerste lid, van de wet en de krachtens artikel 11, tweede lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling wordt de teeltvrije zone, bedoeld in de artikelen 3.80, 3.81 en 3.85 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, niet aangemerkt als tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. ### Artikel 25a @@ -371,7 +344,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: a. de gegevens die ingevolge het eerste lid worden verstrekt, de wijze waarop en de uiterlijke datum waarop deze gegevens worden verstrekt en de termijn waarbinnen wijzigingen in deze gegevens worden doorgegeven; en b. de overige te verstrekken gegevens, de wijze waarop en de uiterlijke datum waarop deze gegevens worden verstrekt en de termijn waarbinnen wijzigingen in deze gegevens worden doorgegeven. -**3.** Bij ministeriële regeling kan, in zoverre in afwijking van het eerste lid en van de artikelen 22, 23, eerste lid, 24, eerste en tweede lid, en 25a, indien de weersomstandigheden of de bodemgesteldheid hiertoe aanleiding geven, een latere datum dan 15 mei worden vastgesteld. +**3.** Bij ministeriële regeling kan, in zoverre in afwijking van het eerste lid en van de artikelen 22, 23, eerste lid, 24 en 25a, indien de weersomstandigheden of de bodemgesteldheid hiertoe aanleiding geven, een latere datum dan 15 mei worden vastgesteld. ## Hoofdstuk V. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen @@ -446,7 +419,7 @@ a. de civielrechtelijke titel die het exclusieve gebruiksgenot verschaft van elk b. de oppervlakte en gegevens ter identificatie van de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, onderscheiden naar: 1° de verschillende teelten of andere vormen van gebruik; -2° de fosfaattoestand van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, zoals deze wordt onderscheiden in artikel 1, eerste lid, onderdelen u, v en w, van de wet; +2° de fosfaattoestand van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, zoals deze wordt onderscheiden in artikel 21a, eerste lid; 3° grasland en bouwland, en 4°. voor zover het betreft tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond zijnde natuurterrein dat de hoofdfunctie natuur heeft, het beheersregime dat ingevolge artikel 2, tweede lid, van het Besluit gebruik meststoffen, op de desbetreffende percelen ten aanzien van mestgebruik geldt; c. de oppervlakte en gegevens ter identificatie van de exclusief bij het bedrijf in gebruik zijnde percelen landbouwgrond die zijn gelegen in België en Duitsland in het grensgebied met Nederland, onderscheiden naar de verschillende teelten of andere vormen van gebruik; @@ -498,6 +471,13 @@ d. de hoeveelheid en de samenstelling van de eindproducten van de behandeling. **2.** De administratie en de daarop betrekking hebbende bewijsstukken worden gedurende vijf jaren na afloop van het desbetreffende kalenderjaar door de landbouwer op het bedrijf bewaard. +**3.** + +Ten behoeve van de bepaling van het melkveefosfaatoverschot dat in het jaar 2014 is ontstaan worden, in afwijking van het tweede lid, de administratie en de daarop betrekking hebbende bewijsstukken betreffende het jaar 2014 bewaard totdat 5 kalenderjaren na beëindiging van het bedrijf zijn verstreken: + +a. indien een landbouwer op zijn bedrijf in 2014 fosfaat met melkvee produceerde, en +b. voor zover het de gegevens, bedoeld in de artikelen 32, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e, en 33, eerste lid, aanhef en onderdeel a, betreft. + ### Artikel 35 **1.** @@ -903,7 +883,7 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende hoeveelheid te verminderen met de hoe ### Artikel 69a -Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de bepaling van de fosfaattoestand van de bodem en van de gewasopbrengst, voor zover deze relevant is voor de toepassing van de krachtens artikel 11 van de wet gestelde regels. +Vervallen ### Artikel 70 @@ -926,7 +906,7 @@ b. de hoeveelheid aangevoerde of afgevoerde dierlijke meststoffen in zoverre in **4.** -Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot devaststellingen ten behoeve van de bepaling van de hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 66, 67, 68 en 69 en ten behoeve van de bepaling van de fosfaattoestand en de gewasopbrengst, bedoeld in artikel 69a. Deze regels kunnen betrekking hebben op: +Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot devaststellingen ten behoeve van de bepaling van de hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 66, 67, 68 en 69 en ten behoeve van de bepaling van de fosfaattoestand van de bodem, bedoeld in artikel 21a, eerste lid. Deze regels kunnen betrekking hebben op: a. de methode van gewichtsbepaling, volumebepaling, bemonstering, analyse en bepaling van het ureumgehalte van koemelk; b. de ten behoeve van de vaststelling te gebruiken apparatuur; @@ -959,9 +939,7 @@ b. het bedrijf binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar aantoont dat h ### Artikel 71 -**1.** Voor de toepassing van de krachtens artikel 11, zesde lid, van de wet gestelde regels meldt de landbouwer zijn bedrijf uiterlijk 31 december van het desbetreffende jaar aan bij Onze Minister. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde melding vindt plaats door indiening van het volledig en naar waarheid ingevulde en ondertekende daartoe bestemde formulier, dat door Onze Minister wordt verstrekt. +Vervallen ### Artikel 72 @@ -1039,7 +1017,7 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. ### Artikel 78a -Artikel 21aa en Bijlage III kunnen komen te vervallen op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. +Vervallen ### Artikel 79 @@ -1273,84 +1251,4 @@ Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die be ## Bijlage III. (behorende bij -Accord - -Agria - -Amora - -Anosta - -Arcade - -Asterix - -Bintje - -Challenger - -Daisy - -Dolce Vita - -Donald - -Fianna - -Felsina - -Florida - -Fresco - -Fontane - -Frieslander - -Innovator - -Kennebec - -Lady Amarilla - -Lady Blanca - -Lady Olympia - -Marijke - -Maritiema - -Markies - -Miranda - -Miriam - -Premiere - -Ramos - -Remarka - -Russet Burbank - -Sagitta - -Santana - -Shepody - -Spirit - -Sinora - -Ukama - -Umatilla Russet - -Van Gogh - -Victoria - -Zorba +Vervallen