2020-12-01 | BWBR0030378 | Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

This commit is contained in:
Coornhert 2020-12-01 12:00:00 +00:00
parent efeacaf8e7
commit e637bd5b6a

View file

@ -27,8 +27,9 @@ a. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3000, of
b. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3005, of
c. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3010, of
d. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3015, of
e. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3020, of
f NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3021;
e. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3020, of
f NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3021, of
g. NL.IMRO.0000.BZKam11Barro-3025;
- *kaart:* kaart opgenomen als bijlage bij dit besluit;
- *wet:*
Wet ruimtelijke ordening.
@ -50,7 +51,7 @@ d. projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herst
Een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken:
a. met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor een geval als bedoeld in artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, of
a. met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor een geval als bedoeld in artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, of
b. met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
voldoet aan dit besluit, tenzij in dit besluit anders is bepaald.
@ -86,7 +87,7 @@ De breedte van een vrijwaringszone, gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijk
a. 10 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg van CEMT-klasse II;
b. 20 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg van CEMT-klasse III;
c. 25 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg van CEMT-klasse IV, V of VI;
c. 25 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg van CEMT-klasse IV, V of VI;
d. 40 meter aan weerszijden van een zeehaventoegang;
e. 50 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg binnen een afstand van 300 meter van een vaarwegsplitsing of havenuitvaart.
@ -104,7 +105,7 @@ e. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg.
### Artikel 2.2.1
Als landaanwinningsgebied wordt aangewezen het gebied in de Noordzee aansluitend op het op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bestaande havengebied, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
Als landaanwinningsgebied wordt aangewezen het gebied in de Noordzee aansluitend op het op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bestaande havengebied, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
### Artikel 2.2.2
@ -118,7 +119,7 @@ Als landaanwinningsgebied wordt aangewezen het gebied in de Noordzee aansluitend
### Artikel 2.2.3
Als gebied voor de compensatie van de effecten van de landaanwinning op open droog duin worden de gronden aangewezen waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
Als gebied voor de compensatie van de effecten van de landaanwinning op open droog duin worden de gronden aangewezen waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
### Artikel 2.2.4
@ -126,7 +127,7 @@ Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het
### Artikel 2.2.5
Als gebied voor de compensatie van het verlies aan zeenatuur als gevolg van de landaanwinning worden de gronden aangewezen binnen de Voordelta, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
Als gebied voor de compensatie van het verlies aan zeenatuur als gevolg van de landaanwinning worden de gronden aangewezen binnen de Voordelta, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
### Artikel 2.2.6
@ -134,11 +135,11 @@ Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het
### Artikel 2.2.7
**1.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Midden-IJsselmonde wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
**1.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Midden-IJsselmonde wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
**2.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiebroekse en Zuidpolder wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
**2.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiebroekse en Zuidpolder wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
**3.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiezone wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
**3.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiezone wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 1.
### Artikel 2.2.8
@ -177,6 +178,7 @@ In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *kustfundament:* gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 2;
- *nieuwe bebouwing:* oprichten van bouwwerken, anders dan het vervangen van bouwwerken door bouwwerken van gelijke omvang;
- *primaire waterkering:* primaire waterkering als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, voor zover gelegen op het kustfundament;
- *recreatieve bebouwing:* gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor recreatief nachtverblijf of gebouwen voor recreatief dagverblijf waar dranken worden geschonken, eten en drinkwaren voor consumptie worden bereid of verstrekt, of waar recreatieve activiteiten plaatsvinden;
- *stedelijk gebied:* bij bestemmingsplan toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van dat samenstel en met uitzondering van lineaire bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken.
**2.** Deze titel is van toepassing op gronden binnen de begrenzing van het kustfundament.
@ -210,15 +212,31 @@ a. bouwwerken ten behoeve van tijdelijke of seizoensgebonden activiteiten;
b. herbouw of verbouw van een bestaand bouwwerk waarbij een eenmalige uitbreiding van het grondoppervlak met ten hoogste tien procent is toegestaan, te rekenen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit;
c. bouwwerken voor het openbaar belang voor zover deze bouwwerken niet buiten de gronden, bedoeld in het eerste lid, tot stand gebracht kunnen worden. Tot deze bouwwerken behoren in elk geval:
1°. bouwwerken voor telecommunicatievoorzieningen, opsporing, winning, opslag en transport van olie, gas en water, transport van elektriciteit en kleinschalige opwekking van elektriciteit door middel van windturbines;
1°. bouwwerken voor telecommunicatievoorzieningen, opsporing, winning, opslag en transport van olie, gas en water, transport van elektriciteit en kleinschalige opwekking van elektriciteit door middel van windturbines;
2°. bouwwerken voor het operationeel beheer van natuur of van hulpdiensten;
3°. bouwwerken voor de waterstaatkundige functie van het kustfundament.
3°. bouwwerken voor de waterstaatkundige functie van het kustfundament;
d. recreatieve bebouwing.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover nieuwe bebouwing bijdraagt aan versterking van het zandige deel van het kustfundament.
**4.** Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming en instandhouding van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen in afwijking van een bestemmingsplan voor zover het gaat om recreatieve bebouwing.
**5.**
Tot de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament behoren:
a. vrij zicht en grootschaligheid;
b. de natuurlijke dynamiek van het kustsysteem;
c. robuuste waterstaat;
d. het contrast tussen compacte bebouwingskernen en uitgestrekte onbebouwde gebieden;
e. het contrast tussen kustfundament en achterland;
f. kusterfgoed in duingebied en achterland;
g. specifieke kenmerken kustplaats in relatie tot achterland, en
h. specifieke gebruikskwaliteiten.
### Artikel 2.3.6
Bij verordening van de provincie Fryslân kunnen met inachtneming van artikel 2.3.4 en titel 2.5 voor de Friese Waddeneilanden andere regels worden gesteld ter zake van de onderwerpen geregeld in artikel 2.3.5.
Bij verordening van de provincie Fryslân kunnen met inachtneming van artikel 2.3.4 en titel 2.5 voor de Friese Waddeneilanden andere regels worden gesteld ter zake van de onderwerpen geregeld in artikel 2.3.5, eerste lid.
### Titel 2.4. Grote rivieren
@ -260,20 +278,24 @@ a. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken;
b. de verwezenlijking van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- of recreatievaart;
c. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales;
d. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier;
e. de aanleg of wijziging van scheepswerven voor beroeps- of pleziervaartuigen;
f. de verwezenlijking en het beheer van natuurterreinen;
e. de aanleg of wijziging van scheepswerven voor beroeps- of pleziervaartuigen en specifiek daaraan verbonden bedrijfsactiviteiten;
f. de verwezenlijking, verbetering of het beheer van natuurterreinen;
g. de uitbreiding of wijziging van bestaande steenfabrieken;
h. de verwezenlijking van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden;
h. de verwezenlijking van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie of extensieve uiterwaardrecreatie zijn verbonden;
i. de winning van oppervlaktedelfstoffen;
j. de verwezenlijking van voorzieningen van groot openbaar belang die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd;
k. activiteiten van een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd;
l. een functieverandering binnen de bestaande bebouwing;
m. activiteiten die onderdeel uitmaken van de lijst van maatregelen opgenomen in de Bijlage bij de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier en waarvan de uitvoering wordt gefinancierd door Onze Minister;
n. het behoud van bekende of te verwachten archeologische monumenten.
m. het behoud van bekende of te verwachten archeologische monumenten;
n. de verbetering van de waterkwaliteit;
o. de verwezenlijking van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het agrarisch, landschappelijk of daarmee vergelijkbaar beheer van het rivierbed;
p. het behoud of herstel van cultuurhistorische landschapselementen;
q. de verduurzaming van de energievoorziening van bestaande voorzieningen in het rivierbed;
r. de opwekking van zonne- of windenergie en die activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd.
### Artikel 2.4.5
**1.** Onverminderd artikel 2.4.3 maakt een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het stroomvoerend deel van het rivierbed ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan geen wijziging mogelijk, die andere bestemmingen dan bedoeld in artikel 2.4.4, onder j tot en met m, toestaat tenzij daarbij activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren op een vanuit rivierkundig oogpunt bezien zo gunstig mogelijke locatie.
**1.** Onverminderd artikel 2.4.3 maakt een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het stroomvoerend deel van het rivierbed ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan geen wijziging mogelijk, die andere bestemmingen dan bedoeld in artikel 2.4.4 toestaat tenzij daarbij activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren op een vanuit rivierkundig oogpunt bezien zo gunstig mogelijke locatie.
**2.** Aan het eerste lid wordt slechts toepassing gegeven voor zover in het bestemmingsplan is vastgelegd welke maatregelen die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren worden genomen.
@ -285,7 +307,7 @@ n. het behoud van bekende of te verwachten archeologische monumenten.
### Artikel 2.4.7
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op reservering van een gebied voor de lange termijn bevat geen wijziging van de bestemming die ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan kan leiden tot grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen die het treffen van rivierverruimende maatregelen kunnen belemmeren.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op reservering van een gebied voor de lange termijn bevat geen wijziging van de bestemming die ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan kan leiden tot grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen die het treffen van rivierverruimende maatregelen kunnen belemmeren.
### Titel 2.5. Waddenzee en waddengebied
@ -321,9 +343,9 @@ b. de overige voor het gebied kenmerkende cultuurhistorische structuren en eleme
### Artikel 2.5.3
**1.** Als waddengebied wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 4.
**1.** Als waddengebied wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 4.
**2.** Als Waddenzee wordt aangewezen het gebied binnen het waddengebied, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 4.
**2.** Als Waddenzee wordt aangewezen het gebied binnen het waddengebied, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 4.
### Artikel 2.5.4
@ -491,9 +513,9 @@ In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**7.** Als bouwbeperkingengebied rondom een zend- en ontvangstinstallatie buiten militair luchtvaartterrein worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde gebieden zend- en ontvangstinstallaties, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**8.** Als radarstations worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde radarstations waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**8.** Als radarstations worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Defensie en van Infrastructuur en Waterstaat, genoemde radarstations waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**9.** Als radarverstoringsgebieden worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde radarverstoringsgebieden, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**9.** Als radarverstoringsgebieden worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Defensie en van Infrastructuur en Waterstaat, genoemde radarverstoringsgebieden, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**10.** De begrenzingen van de laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen zijn opgenomen in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, en vervat in het GML-bestand bij dit besluit en verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
@ -558,17 +580,17 @@ b. geen agrarische bestemmingen opgenomen die niet kunnen worden gerealiseerd zo
### Artikel 2.6.9
**1.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een radarstation op gronden buiten een militair terrein of militair luchtvaartterrein, wordt voor die gronden de bestemming «Maatschappelijk militaire zend- en ontvangstinstallatie» opgenomen en worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van dat radarstation.
**1.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een radarstation op gronden buiten een militair terrein of militair luchtvaartterrein, wordt voor die gronden de bestemming «Maatschappelijk zend- en ontvangstinstallatie» opgenomen en worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van dat radarstation.
**2.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een radarverstoringsgebied voor een radarstation, worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar.
**2.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een radarverstoringsgebied voor een radarstation, worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar.
**3.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, worden de maximale bouwhoogten binnen de radarverstoringsgebieden, bedoeld in artikel 2.6.2, negende lid, vastgesteld.
**3.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Defensie en van Infrastructuur en Waterstaat, worden de maximale bouwhoogten binnen de radarverstoringsgebieden, bedoeld in artikel 2.6.2, negende lid, vastgesteld.
**4.** Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden als bedoeld in het tweede lid, waarbij wordt overwogen het oprichten van bouwwerken mogelijk te maken die de maximale hoogte, bedoeld in het derde lid, overschrijden, wordt een beoordeling gemaakt van de mate waarin het radarbeeld door die bouwwerken wordt verstoord.
**5.** Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gevolgen, bedoeld in het vierde lid, bij die beoordeling worden bepaald en beschreven. Die regels kunnen mede betreffen de wijze van de totstandkoming van de beoordeling.
**5.** Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Defensie en van Infrastructuur en Waterstaat, kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gevolgen, bedoeld in het vierde lid, bij die beoordeling worden bepaald en beschreven. Die regels kunnen mede betreffen de wijze van de totstandkoming van de beoordeling.
**6.** Onze Minister van Defensie beoordeelt de toereikendheid van de beoordeling, bedoeld in het vierde lid, en de aanvaardbaarheid van de daarin beschreven gevolgen voor de werking van de radar.
**6.** Onze Minister van Defensie, waar nodig in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, beoordeelt de toereikendheid van de beoordeling, bedoeld in het vierde lid, en de aanvaardbaarheid van de daarin beschreven gevolgen voor de werking van de radar.
**7.**
@ -740,7 +762,9 @@ u. Maasbracht Meerhout (België);
v. Maasbracht Oberzier (Duitsland);
w. Maasbracht Graetheide;
x. Eemshaven Noorwegen;
y. Maasvlakte Groot-Brittannië.
y. Maasvlakte Groot-Brittannië;
z. Platformen Borssele Alpha en Beta Borssele;
aa. Platformen Hollandse Kust (zuid) Alpha en Beta Maasvlakte.
**2.** De tracés, bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd in een GML-bestand bij dit besluit.
@ -770,9 +794,9 @@ b. gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit ext
### Artikel 2.9.2
**1.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, worden tracés voor een buisleidingenstrook aangewezen met aan weerszijden van een tracé een zoekgebied van 250 meter, gemeten vanaf de buitenste begrenzing van dat tracé.
**1.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, worden tracés voor een buisleidingenstrook aangewezen met aan weerszijden van een tracé een zoekgebied van 250 meter, gemeten vanaf de buitenste begrenzing van dat tracé.
**2.** De breedte van het voorkeurstracé bedraagt ten hoogste 70 meter, met uitzondering van een voorkeurstracé dat een hoofdwater als bedoeld in artikel 1.1 van het Waterbesluit kruist.
**2.** De breedte van het voorkeurstracé bedraagt ten hoogste 70 meter, met uitzondering van een voorkeurstracé dat een hoofdwater als bedoeld in artikel 1.1 van het Waterbesluit kruist.
### Artikel 2.9.3
@ -846,7 +870,7 @@ c. de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en s
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens betrekking hebben op omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken.
**3.** Ten aanzien van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken die ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan nieuwe bebouwing of terreinverharding binnen omheinde militaire terreinen mogelijk maken, stelt de verordening uitsluitend de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
**3.** Ten aanzien van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken die ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan nieuwe bebouwing of terreinverharding binnen omheinde militaire terreinen mogelijk maken, stelt de verordening uitsluitend de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
### Artikel 2.10.5
@ -926,7 +950,7 @@ f. 5 hectare voor niet in dit lid genoemde gemeenten ten behoeve van:
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op overstroombare natuurontwikkeling en daarvoor benodigde beschermende waterstaatkundige constructies, projecten in het kader van dijk- of kustversterking en projecten van nationaal belang met betrekking tot windenergie.
**4.** Voor de toepassing van het tweede lid geldt de gemeentelijke indeling op 22 december 2009.
**4.** Voor de toepassing van het tweede lid geldt de gemeentelijke indeling op 22 december 2009.
### Titel 2.13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde
@ -947,10 +971,10 @@ In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde worden aangewezen:
a. Nieuwe Hollandse Waterlinie, waarvan de plaats indicatief geometrisch is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 7;
b. Romeinse Limes, waarvan de plaats indicatief geometrisch is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 7;
c. Werelderfgoed De Beemster, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 7;
d. Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 7.
a. Nieuwe Hollandse Waterlinie, waarvan de plaats indicatief geometrisch is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 7;
b. Romeinse Limes, waarvan de plaats indicatief geometrisch is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 7;
c. Werelderfgoed De Beemster, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 7;
d. Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand bij dit besluit en is verbeeld op kaart 7.
**2.** Bij verordening werken de desbetreffende provinciale staten de begrenzing van de erfgoederen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, geometrisch nader uit.
@ -976,7 +1000,7 @@ In bijlage 8 zijn voor ieder erfgoed van uitzonderlijke universele waarde de ker
### Artikel 2.14.2
In afwijking van artikel 1.1, vijfde lid, kan met een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor een geval als bedoeld in artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, tot uiterlijk 1 januari 2024 worden afgeweken van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen het gebied, bedoeld in artikel 2.14.1, eerste lid.
In afwijking van artikel 1.1, vijfde lid, kan met een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor een geval als bedoeld in artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, tot uiterlijk 1 januari 2024 worden afgeweken van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen het gebied, bedoeld in artikel 2.14.1, eerste lid.
## Hoofdstuk 3. Overige bepalingen
@ -1034,7 +1058,7 @@ Bijlage 9 Kaart reserveringsgebied parallelle Kaagbaan
## Bijlage 2. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 3. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 3. Bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 4. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
@ -1048,7 +1072,7 @@ Bijlage 9 Kaart reserveringsgebied parallelle Kaagbaan
## Bijlage 5.4. bij het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 5.5. bij het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 5.5. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 5.6. bij het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening