2006-01-01 | BWBR0006530 | Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
This commit is contained in:
parent
8a5f0a41f7
commit
e63eace1ba
1 changed files with 5 additions and 5 deletions
|
|
@ -411,7 +411,7 @@ b. het tijdvak van 26 weken, gedurende welke de ambtenaar en de gewezen rechterl
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De doorbetaling van de bezoldiging of 80% van die bezoldiging, bedoeld in artikel 17, eerste tot en met derde lid, eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
|
||||
De doorbetaling van de bezoldiging of 80% van die bezoldiging, bedoeld in artikel 17, eerste tot en met derde lid, eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar op grond van artikel 35 van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet is herplaatst;
|
||||
b. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar ontslag is verleend; of
|
||||
|
|
@ -529,7 +529,7 @@ e. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot
|
|||
|
||||
**4.** De inkomsten die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging, op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging of op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze inkomsten tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging, op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging onderscheidenlijk op de WAO-uitkering vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, zijn volledige bezoldiging te boven gaan.
|
||||
|
||||
**5.** Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden in mindering gebracht op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge artikel 18, eerste lid, recht heeft, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen. Op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge artikel 18, tweede lid, of 26 recht heeft, worden inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf in mindering gebracht, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan de datum van ontslag werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen.
|
||||
**5.** Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden in mindering gebracht op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge artikel 18, eerste lid, recht heeft, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen. Op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge artikel 18, tweede lid, of 26 recht heeft, worden inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf in mindering gebracht, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan de datum van ontslag werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -568,7 +568,7 @@ b. onder «betrokkenen» wordt verstaan:
|
|||
|
||||
1°. degenen wier rechtspositie is geregeld op grond van de wet;
|
||||
2°. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel 1°, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend krachtens of op de voet van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966, een vutovereenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, of krachtens een andere overeenkomstige regeling;
|
||||
3°. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement en die in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de categorieën, bedoeld in onderdeel 1° of 2°;
|
||||
3°. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement en die in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de categorieën, bedoeld in onderdeel 1° of 2°;
|
||||
4°. de krachtens het reglement, genoemd in onderdeel 3°, weduwen of weduwnaarspensioengenietende niet hertrouwde weduwen of weduwnaars van degenen die op de dag van overlijden betrokkenen waren in de zin van dit besluit, of betrokkenen zouden zijn geweest indien dit besluit op die dag van kracht zou zijn geweest;
|
||||
5°. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel 1° aan wie een WAO-uitkering als bedoeld in artikel 31 van de Wet privatisering ABP is toegekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -604,7 +604,7 @@ Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 18 en
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 18, eerste lid, aanspraak had op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanvulling op een WAO-uitkering, met dien verstande dat een bedrag wordt uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden zou hebben genoten indien hij op die dag in het genot zou zijn geweest van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, berekend over een tijdvak van drie maanden.
|
||||
|
||||
**3.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 53 van de WAO of de artikelen 6 of 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen.
|
||||
**3.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 53 van de WAO of de artikelen 6 of 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
|
|
@ -651,7 +651,7 @@ b. onder «betrokkene» wordt verstaan: de voor het leven benoemde rechterlijk a
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Anders dan op diens aanvraag, bij wijze van straf of ingevolge artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, de artikelen 95, 96a, 96b of 97 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de rechterlijk ambtenaar worden ontslagen op grond van:
|
||||
Anders dan op diens aanvraag, bij wijze van straf of ingevolge artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, de artikelen 95, 96a, 96b of 97 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de rechterlijk ambtenaar worden ontslagen op grond van:
|
||||
|
||||
a. het verlies van een vereiste voor de benoembaarheid, door het bevoegde gezag gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt;
|
||||
b. het aangaan van een graad van zwagerschap, die de benoembaarheid tot het ambt zou uitsluiten;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue