2017-01-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2017-01-01 12:00:00 +00:00
parent d94b5cca4b
commit e647085c74

View file

@ -684,7 +684,7 @@ c. de aanduiding van gebieden waarin de kwaliteit van het milieu of van een of m
d. de wijze waarop het bereiken en instandhouden van de onder a , b en c bedoelde resultaten zal worden nagestreefd en de termijnen die daarbij zullen worden gehanteerd, alsmede de mate van prioriteit die aan het bereiken van die resultaten wordt gegeven;
e. de redelijkerwijze te verwachten financiële, economische en ruimtelijke gevolgen van het te voeren milieubeleid.
**4.** In het plan geven Onze Ministers voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het nationale waterbeleid en het nationale natuurbeleid, en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het nationale waterplan, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de Waterwet, respectievelijk het Natuurbeleidsplan, bedoeld in artikel 4 van de Natuurbeschermingswet 1998 te herzien. Met het geldende nationale milieubeleidsplan wordt tevens rekening gehouden bij de vaststelling van beleid op andere beleidsterreinen, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu wordt geraakt.
**4.** In het plan geven Onze Ministers voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het nationale waterbeleid en het nationale natuurbeleid, en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het nationale waterplan, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de Waterwet, respectievelijk de natuurvisie, bedoeld in artikel 1.5 van de Wet natuurbescherming te herzien. Met het geldende nationale milieubeleidsplan wordt tevens rekening gehouden bij de vaststelling van beleid op andere beleidsterreinen, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu wordt geraakt.
### Artikel 4.4
@ -747,8 +747,7 @@ e. de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het
Tot de gebieden, bedoeld in het derde lid, onder *c*, behoren ten minste:
a. de gebieden die krachtens de Natuurbeschermingswet zijn aangewezen als beschermd natuurmonument, en
b. de gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis, in het bijzonder als verblijfplaats voor watervogels (Conventie van Ramsar, *Trb.* 1975, 84)
a. Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden als bedoeld in de Wet natuurbescherming;
behoudens voor zover bij die aanwijzing anders is bepaald.
@ -1445,7 +1444,7 @@ b. een of meerdere locaties of tracés voor die activiteiten worden overwogen.
### Artikel 7.2a
**1.** Een milieueffectrapport wordt gemaakt bij de voorbereiding van een op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht vast te stellen plan waarvoor, in verband met een daarin opgenomen activiteit, een passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van artikel 19j, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet 1998.
**1.** Een milieueffectrapport wordt gemaakt bij de voorbereiding van een op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht vast te stellen plan waarvoor, in verband met een daarin opgenomen activiteit, een passende beoordeling moet worden gemaakt artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin sprake is van kleine gebieden en kleine wijzigingen die geen aanzienlijke milieueffecten hebben, waarop de verplichting tot het maken van een milieueffectrapport, als bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing is.
@ -1472,7 +1471,7 @@ Vervallen
### Artikel 7.6
**1.** Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden, niet zijnde gebieden als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder a, en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. Artikel 7.2, zesde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
**1.** Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden, niet zijnde Natura 2000-gebieden als bedoeld in de Wet natuurbescherming, die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder a, en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. Artikel 7.2, zesde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Terzake van die activiteiten kunnen zij de categorieën van plannen aanwijzen bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. De artikelen 7.2, tweede lid, tweede en derde volzin, vijfde en achtste lid, en 7.3, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
@ -1743,7 +1742,7 @@ j. alsmede de gegevens die zijn aangewezen in bijlage IV van de EEG-richtlijn mi
In afwijking van deze paragraaf is paragraaf 7.9 van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een milieueffectrapport, ten aanzien van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, dat betrekking heeft op een besluit als bedoeld in dat lid en voor welke activiteit tevens:
a. een besluit is vereist waarvoor op grond van artikel 19f, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 een passende beoordeling moet worden gemaakt,
a. een besluit is vereist waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt,
b. een besluit is vereist dat mede uitvoering geeft aan artikel 2.1, eerste lid, onder c. juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het betreft een geval dat behoort tot een krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, aangewezen categorie besluiten, of
c. een plan is vereist als bedoeld in artikel 14.4b.
@ -1777,7 +1776,7 @@ a. dat stukken betreffende het voornemen openbaar zullen worden gemaakt, en waar
b. dat er gelegenheid wordt geboden zienswijzen over het voornemen naar voren te brengen, aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn, en
c. of de commissie of een andere onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen.
**5.** In de kennisgeving wordt voorts vermeld indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, aangewezen besluit en voor de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid, onder a, van dat artikel aangewezen, activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Natuurbeschermingswet 1998: dat voor de activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Natuurbeschermingswet 1998.
**5.** In de kennisgeving wordt voorts vermeld indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, aangewezen besluit en voor de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid, onder a, van dat artikel aangewezen, activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming: dat voor de activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.
**6.** Kennisgeving vindt plaats in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. Degene die de activiteit wil ondernemen overlegt op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de mededeling in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben.
@ -6925,7 +6924,7 @@ a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan ten gevolge van:
b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats bestaande uit de vooraf vastgestelde negatieve effecten van activiteiten waarvoor door het bevoegd gezag vergunning is verleend:
1°. in overeenstemming met bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid, of artikel 16 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, artikel 9 van richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, of,
2°. in het geval van niet onder het Gemeenschapsrecht vallende soorten of habitats, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4 en 5 van de Flora- en faunawet of de artikelen 10 en 10a van de Natuurbeschermingswet 1998;
2°. in het geval van niet onder het Gemeenschapsrecht vallende soorten of habitats, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming;
c. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt door een emissie of gebeurtenis:
1°. die voor 30 april 2007 heeft plaatsgevonden,
@ -6943,8 +6942,8 @@ c. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt door een emiss
Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht buiten een inrichting is het bevoegd gezag voor zover de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan betrekking heeft op:
a. de bodem: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 95, derde en vierde lid, van de Wet bodembescherming;
b. beschermde soorten: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 112 van de Flora- en faunawet;
c. natuurlijke habitats: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 16, 19d of 57 van de Natuurbeschermingswet 1998;
b. beschermde soorten: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 7.2 van de Wet natuurbescherming;
c. natuurlijke habitats: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, in samenhang met artikel 1.3, of 7.2 van de Wet natuurbescherming;
d. wateren: het bestuursorgaan, waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
**4.** In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is Onze Minister het bevoegd gezag, indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, betrekking heeft op genetisch gemodificeerde organismen.
@ -7808,8 +7807,6 @@ Luchtvaartwet
Wet luchtvaart
Boswet
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Kernenergiewet
@ -7832,18 +7829,16 @@ Meststoffenwet
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Natuurbeschermingswet 1998
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (*Stb.* 1995, 525)
Tracéwet
Wegenverkeerswet 1994
Flora- en faunawet
Waterwet
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wet natuurbescherming
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer