2017-02-24 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra
This commit is contained in:
parent
b281244649
commit
e64c9e3fb0
1 changed files with 7 additions and 9 deletions
|
|
@ -200,13 +200,13 @@ e. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van d
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** De regeling houdt rekening met de van ouders redelijkerwijs te vergen inzet en voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is, met dien verstande dat voor leerlingen die voortgezet speciaal onderwijs volgen geldt dat zij slechts aanspraak op bekostiging van vervoerskosten kunnen maken indien zij wegens hun handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege hun handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.
|
||||
**1.** Ten behoeve van het schoolbezoek verstrekken burgemeester en wethouders aan ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, aan de leerling op aanvraag bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk te achten vervoerskosten. De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.
|
||||
|
||||
**2.** De regeling maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
|
||||
|
||||
**3.** De regeling eerbiedigt de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, van de leerling berustende keuze van een school.
|
||||
|
||||
**4.** De regeling voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is. De regeling bepaalt op welke wijze burgemeester en wethouders terzake advies van deskundigen inwinnen.
|
||||
**4.** De regeling houdt rekening met de van ouders redelijkerwijs te vergen inzet en voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is, met dien verstande dat voor leerlingen die voortgezet speciaal onderwijs volgen geldt dat zij slechts aanspraak op bekostiging van vervoerskosten kunnen maken indien zij wegens hun handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege hun handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. De regeling bepaalt op welke wijze burgemeester en wethouders terzake advies van deskundigen inwinnen.
|
||||
|
||||
**5.** De regeling bepaalt dat de kosten worden vergoed van vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, met inachtneming van de keuze van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, van de leerling, en gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg, tenzij vervoer met betrekking tot een verder weg gelegen school voor de gemeente minder kosten met zich zou brengen en de ouders onderscheidenlijk de leerling met het vervoer naar die school instemmen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2754,17 +2754,15 @@ De gemeente bekostigt aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in sta
|
|||
|
||||
Grondslag voor de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 111, zijn:
|
||||
|
||||
a. de schoolgrootte die normatief wordt bepaald op basis van het op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 70, normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen naar de maatstaf van het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs,
|
||||
b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs, en
|
||||
c. de omvang van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, achtste en tiende lid.
|
||||
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs, en
|
||||
b. de omvang van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, achtste en tiende lid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Voor nieuwe scholen zijn gedurende de periode van 1 augustus tot 1 januari volgend op de opening, grondslag voor de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 111:
|
||||
|
||||
a. de schoolgrootte die normatief wordt bepaald op basis van het op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 70, normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen naar de maatstaf van het aantal leerlingen op 1 oktober in die periode dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs,
|
||||
b. het aantal leerlingen op 1 oktober in die periode dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs, en
|
||||
c. de omvang van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, tiende lid.
|
||||
a. het aantal leerlingen op 1 oktober in die periode dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs, en
|
||||
b. de omvang van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, tiende lid.
|
||||
|
||||
**6.** Naast de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, ontvangt de school, niet zijnde een instelling, per leerling een bedrag dat afhankelijk is van de in de toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in artikel 40, tiende of twaalfde lid, opgenomen ondersteuningsbehoefte van de leerling en overeenkomt met één van de normbedragen die bij ministeriële regeling zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2808,7 +2806,7 @@ b. voor zover het gebruik van die ruimte ontoereikend is een overeenkomstig het
|
|||
|
||||
**2.** Voor zover geen ruimte ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 115, eerste lid onder a, verstrekt de gemeente jaarlijks aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat geen eigenaar is van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening een bekostigingsbedrag dat wordt bepaald ingevolge artikel 115, eerste lid onder b, en derde lid onder a, en het derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het aantal groepen leerlingen wordt voor scholen, niet zijnde instellingen, berekend overeenkomstig artikel 128, vierde lid onder a, vijfde lid onder a, en zesde lid onder a, en de ter uitvoering daarvan vastgestelde algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat groepen waarvoor van rijkswege bekostiging wordt verstrekt voor de kosten van de materiële instandhouding van een speellokaal niet in aanmerking worden genomen. Het aantal groepen leerlingen wordt voor instellingen berekend op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
|
||||
**3.** Het aantal groepen leerlingen wordt voor scholen en instellingen berekend op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Personeel
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue