2024-10-01 | BWBR0049842 | Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
This commit is contained in:
parent
ba4a4a6bd1
commit
e6dd883508
1 changed files with 151 additions and 1 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
|
|||
bwb_id: BWBR0049842
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2024-07-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2024-10-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0049842
|
||||
citeertitel: Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -348,6 +348,150 @@ b. het kenteken van het betrokken waterstofvoertuig.
|
|||
|
||||
### Paragraaf 2.2. Publieke laadinfrastructuur zwaar vervoer
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.1
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *hernieuwbare elektriciteit:* elektriciteit als bedoeld in artikel 2, punt 102 quinquies, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
- *laadinfrastructuur:* oplaadinfrastructuur als bedoeld in artikel 2, punt 102bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
- *laadlocatie:* locatie met een of meer laadstations met daarbij behorende laadplekken of laadparkeervakken;
|
||||
- *laadpunt:* laadpunt als bedoeld in artikel 2, punt 48, van verordening 2023/1804;
|
||||
- *laadstation:* laadstation als bedoeld in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804;
|
||||
- *stationaire batterij:* systeem voor het opslaan en op een later tijdstip leveren van elektriciteit, dat zich niet bevindt in een elektrisch voertuig, maar wel communiceert met het laadstation;
|
||||
- *zwaar elektrisch wegvervoer:* wegvervoer door elektrische voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening 2018/858.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.2
|
||||
|
||||
Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen gericht op versnelling van de uitrol van publiek toegankelijke laadinfrastructuur voor zwaar elektrisch wegvervoer.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister kan op grond van deze paragraaf subsidie verstrekken voor investeringen in de aanleg of uitbreiding van een publiek toegankelijke elektrische laadlocatie in Nederland die geschikt is of wordt voor zwaar elektrisch wegvervoer tot een maximum van 3.600 kW en die:
|
||||
|
||||
a. over een netaansluiting van minimaal 600 kVA beschikt;
|
||||
b. over minimaal 1.400 kW aan laadstations van 200 kW of meer beschikt die geschikt zijn voor zware voertuigen;
|
||||
c. over minimaal twee laadstations beschikt met een vermogen van ten minste 350 kW;
|
||||
d. voor alle laadpunten beschikt over een CCS- of MCS-connector;
|
||||
e. voor alle laadpunten is voorzien van funderingen die geschikt zijn voor voertuigen van ten minste 50 ton;
|
||||
f. voor alle laadpunten doorrijhoogtes heeft van minimaal 4,2 meter;
|
||||
g. voor alle laadpunten beschikt over fysieke ruimtes voor het laden van een trekker met oplegger combinatie van 16,5 meter; en
|
||||
h. te allen tijde publiek toegankelijk is, ongeacht of de laadlocatie zich op openbaar dan wel op privéterrein bevindt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvrager aangeeft dat ter plaatse van de laadlocatie waarvoor subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd, binnen twee jaar na indiening van de aanvraag onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is of zal komen, kan de Minister subsidie verstrekken voor een investering in een stationaire batterij tot een maximum van 1.400 kWh per laadlocatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.4
|
||||
|
||||
**1.** Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door een onderneming die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, met een vestiging in Nederland.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid kan geen aanvraag worden ingediend door:
|
||||
|
||||
a. een OV-concessiehouder, te weten een vergunninghoudende vervoerder bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, van een concessie voor openbaar busvervoer; of
|
||||
b. een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, een provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.5
|
||||
|
||||
**1.** Voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.3, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid komen investeringskosten voor on-site productie van hernieuwbare elektriciteit niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, per laadstation:
|
||||
|
||||
a. € 19.000 voor een laadstation met een vermogen vanaf 200 kW tot 350 kW;
|
||||
b. € 43.000 voor een laadstation met een vermogen vanaf 350 kW.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid is de subsidiehoogte bij een modulair systeem, waarbij sprake is van een fysieke scheiding tussen laadstations en vermogenskast, gebaseerd op de som van het geïnstalleerd vermogen dat parallel maximaal geleverd kan worden door de vermogenskast.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, € 80 per kWh opslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.7
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 € 15.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de Minister op dezelfde dag voor meer dan drie laadlocaties per tweecijferig postcodegebied als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling aanvragen ontvangt, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70 procent kan worden verstrekt omdat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, bijna is bereikt, overleg plaats met de aanvrager.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.8
|
||||
|
||||
Een aanvraag tot subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf kan worden ingediend van 1 oktober 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.9
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvrager kan bij de Minister een aanvraag om subsidie indienen door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvrager kan per week twee aanvragen indienen voor de aanleg of uitbreiding van een laadlocatie.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een aanvrager per week meer dan twee aanvragen indient, of indien eenzelfde groep waartoe meerdere aanvragers behoren per week meer dan twee aanvragen indient, neemt de Minister uitsluitend de eerste twee ingediende aanvragen in behandeling.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10 van het Kaderbesluit genoemde gegevens ten minste:
|
||||
|
||||
a. gegevens over de aanvrager, waaronder het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en het post- en bezoekadres;
|
||||
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
|
||||
c. offerte met merk, type en specificaties van de laadstations en van de installatiekosten waaruit het vermogen van elk laadstation blijkt en waaruit blijkt dat de laadinfrastructuur permanent met het internet is verbonden en waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 met CS-certificaat of hoger verloopt teneinde sturing van het laden mogelijk te maken;
|
||||
d. de volledige postcode met het huisnummer of dichtstbijzijnde huisnummer van de laadlocatie;
|
||||
e. hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie voor dezelfde laadlocatie;
|
||||
f. toestemming de laadlocatie en het aantal laadpunten van de aanvraag anoniem te publiceren;
|
||||
g. onderbouwing waaruit blijkt dat alle laadstations binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar zijn voor gebruik door zwaar elektrisch wegvervoer;
|
||||
h. documenten waaruit blijkt wat het huidige aansluitvermogen en gecontracteerde transportvermogen is op de laadlocatie; en
|
||||
i. documenten waaruit blijkt dat:
|
||||
|
||||
i. de aanvrager aantoonbaar toestemming heeft van de eigenaar van de locatie voor het plaatsen en exploiteren van publiek toegankelijke elektrische laadstations die geschikt zijn voor zware voertuigen;
|
||||
ii. de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdelen a tot en met h.
|
||||
|
||||
**5.** In aanvulling op het vierde lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, een offerte met opslagcapaciteit en vermogen van de stationaire batterij waaruit blijkt dat de batterij communiceert met het laadstation waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.10
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in deze paragraaf.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:
|
||||
|
||||
a. de te verstrekken subsidie lager is dan € 25.000, of
|
||||
b. door toekenning voor meer dan drie laadlocaties per tweecijferig postcodegebied als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling subsidie zou worden toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.11
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 16 van het Kaderbesluit zijn de regels inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing op subsidies van € 125.000 of meer.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.12
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht:
|
||||
|
||||
a. alle laadpunten binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar te hebben voor gebruik door zware elektrische wegvoertuigen;
|
||||
b. uiterlijk ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling uitsluitend hernieuwbare elektriciteit te laten leveren voor de laadstations; en
|
||||
c. een laadsysteem te gebruiken dat permanent met het internet is verbonden waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 met CS-certificaat of hoger verloopt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.13
|
||||
|
||||
De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 80 procent van het totaal verleende bedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.14
|
||||
|
||||
**1.** Binnen dertien weken nadat de activiteit is afgerond wordt door de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van RVO.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, in elk geval:
|
||||
|
||||
a. de EAN-code, te weten het unieke 18-cijferig nummer dat de hernieuwbare elektriciteit op het net identificeert die de laadstations gebruiken; en
|
||||
b. een contract met een energieleverancier of een garantie van oorsprong als bedoeld in artikel 19 van Richtlijn (EU) 2018/2001 waaruit blijkt dat uitsluitend hernieuwbare elektriciteit wordt geleverd voor de laadstations.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidieontvanger kan bij de Minister een eenmalig verzoek doen tot uitstel van maximaal 12 maanden van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van de laadinfrastructuur langer is dan de periode, genoemd in artikel 2.2.12, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.3. Private laadinfrastructuur elektrische voertuigen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.1
|
||||
|
|
@ -653,3 +797,9 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mob
|
|||
**Punten ten behoeve van het criterium genoemd in het tweede lid:**
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 4. bij
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
De tweecijferige postcode betreft de eerste twee cijfers van de postcode
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue