2012-01-01 | BWBR0002320 | Algemene wet inzake rijksbelastingen
This commit is contained in:
parent
8e53f64962
commit
e6edd06a4b
1 changed files with 130 additions and 18 deletions
|
|
@ -58,7 +58,11 @@ h. toepassingsverordening Communautair douanewetboek: verordening (EEG) nr. 2454
|
|||
i. kind: eerstegraads bloedverwant en aanverwant in de neergaande lijn;
|
||||
j. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
|
||||
k. sociaal-fiscaalnummer: het nummer dat door de rijksbelastingdienst is toegekend aan de natuurlijke persoon aan wie geen burgerservicenummer is toegekend;
|
||||
l. partner: persoon als bedoeld in artikel 5a.
|
||||
l. partner: persoon als bedoeld in artikel 5a;
|
||||
m. algemeen nut beogende instelling: een instelling als bedoeld in artikel 5b;
|
||||
n. culturele instelling: een instelling als bedoeld in artikel 5b, vierde lid;
|
||||
o. sociaal belang behartigende instelling: een instelling als bedoeld in artikel 5c;
|
||||
p. steunstichting SBBI: een stichting als bedoeld in artikel 5d.
|
||||
|
||||
**4.** Het in de belastingwet genoemde bestuur van ’s Rijks belastingen wordt uitgeoefend door de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,6 +125,64 @@ b. hij niet meer op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie p
|
|||
|
||||
**7.** Personen die partners waren op grond van het eerste lid, onderdeel b, blijven als partners aangemerkt nadat de in dat onderdeel bedoelde inschrijving op hetzelfde woonadres niet langer mogelijk is als gevolg van opname in een verpleeghuis of verzorgingshuis vanwege medische redenen of ouderdom van een van hen, zolang na het einde van die inschrijving op hetzelfde woonadres ten aanzien van geen van beiden een derde persoon als partner wordt aangemerkt. De eerste volzin vindt geen toepassing meer indien één van beiden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de inspecteur laat weten dat zij niet langer als partners willen worden aangemerkt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een algemeen nut beogende instelling is:
|
||||
|
||||
a. een instelling – niet zijnde een vennootschap met in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een ander lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven – die:
|
||||
|
||||
1°. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt;
|
||||
2°. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
|
||||
3°. gevestigd is in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat, en
|
||||
4°. door de daartoe bevoegde inspecteur als zodanig is aangemerkt;
|
||||
b. een niet in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat gevestigde, door Onze Minister als zodanig aangemerkte instelling indien en zolang zij voldoet aan de door hem te stellen voorwaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Publiekrechtelijke lichamen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn algemeen nut beogende instellingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Als algemeen nut in de zin van dit artikel wordt beschouwd:
|
||||
|
||||
a. welzijn;
|
||||
b. cultuur;
|
||||
c. onderwijs, wetenschap en onderzoek;
|
||||
d. bescherming van natuur en milieu, daaronder begrepen bevordering van duurzaamheid;
|
||||
e. gezondheidszorg;
|
||||
f. jeugd- en ouderenzorg;
|
||||
g. ontwikkelingssamenwerking;
|
||||
h. dierenwelzijn;
|
||||
i. religie, levensbeschouwing en spiritualiteit;
|
||||
j. de bevordering van de democratische rechtsorde;
|
||||
k. een combinatie van de bovengenoemde doelen, alsmede
|
||||
l. het financieel of op andere wijze ondersteunen van een algemeen nut beogende instelling.
|
||||
|
||||
**4.** Een algemeen nut beogende instelling die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend richt op cultuur, kan verzoeken tevens te worden aangemerkt als culturele instelling.
|
||||
|
||||
**5.** Het aanmerken als een algemeen nut beogende instelling of als culturele instelling geschiedt op verzoek van de instelling. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking eventueel onder door hem te stellen voorwaarden. In afwijking van de eerste volzin kan de inspecteur een categorie instellingen dan wel een groep met elkaar verbonden instellingen bij één voor bezwaar vatbare beschikking aanmerken als instellingen als bedoeld in het eerste lid, ook zonder dat een daartoe strekkend verzoek is gedaan door die instellingen.
|
||||
|
||||
**6.** Een instelling als bedoeld in het eerste lid, wordt door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking niet meer als zodanig aangemerkt met ingang van het tijdstip waarop deze instelling niet langer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een algemeen nut beogend karakter heeft, niet meer voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden dan wel niet meer is gevestigd als aangegeven in het eerste lid. Een instelling als bedoeld in het vierde lid wordt door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking niet meer als zodanig aangemerkt met ingang van het tijdstip waarop deze instelling zich niet langer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend richt op cultuur. Het tijdstip van intrekking kan liggen voor de datum van de dagtekening van de beschikking.
|
||||
|
||||
**7.** Een instelling wordt eveneens door de inspecteur niet, of niet langer, als algemeen nut beogende instelling aangemerkt indien de instelling, een bestuurder van die instelling of een persoon die feitelijk leiding geeft aan die instelling, dan wel een voor de instelling gezichtsbepalend persoon onherroepelijk is veroordeeld wegens aanzetten tot haat, aanzetten tot geweld of gebruik van geweld en nog geen vier kalenderjaren zijn verstreken sinds deze veroordeling.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van het vierde tot en met zevende lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 5c
|
||||
|
||||
Een sociaal belang behartigende instelling is een instelling:
|
||||
|
||||
a. die in overeenstemming met haar regelgeving een sociaal belang behartigt;
|
||||
b. die niet aan een winstbelasting is onderworpen dan wel daarvan is vrijgesteld;
|
||||
c. die aan de leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt ter zake van de door die leden voor de instelling verrichte werkzaamheden geen andere beloning toekent dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld;
|
||||
d. die is gevestigd in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 5d
|
||||
|
||||
**1.** Een steunstichting SBBI is een stichting die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en die is opgericht uitsluitend met het doel geld in te zamelen ter ondersteuning van een sociaal belang behartigende instelling ten behoeve van een bij ministeriële regeling aan te wijzen doel.
|
||||
|
||||
**2.** Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Aangifte
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
|
@ -161,6 +223,8 @@ De in dit lid bedoelde belastingplichtigen kunnen uitsluitend betreffen administ
|
|||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden de inspecteur ontheffing kan verlenen van de verplichting de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan in te leveren of toe te zenden.
|
||||
|
||||
**6.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op verzoeken aan de inspecteur tot ontheffing op grond van bepalingen krachtens het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot belastingen welke ingevolge de belastingwet bij wege van aanslag worden geheven, wordt de aangifte gedaan bij de inspecteur binnen een door deze gestelde termijn van ten minste een maand na het uitnodigen tot het doen van aangifte.
|
||||
|
|
@ -177,6 +241,14 @@ De in dit lid bedoelde belastingplichtigen kunnen uitsluitend betreffen administ
|
|||
|
||||
**3.** De inspecteur kan onder door hem te stellen voorwaarden uitstel van het doen van aangifte verlenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kunnen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen worden gehouden de inspecteur eigener beweging mededeling te doen van onjuistheden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen die hun bekend zijn of zijn geworden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het uiterste tijdstip en de wijze waarop mededeling als bedoeld in het eerste lid gedaan moet worden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan het niet nakomen van de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting worden aangemerkt als een overtreding. Indien het niet nakomen van die verplichting is te wijten aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting niet is of zou zijn geheven.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Heffing van belasting bij wege van aanslag
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
|
@ -577,9 +649,9 @@ Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig doen van een uitspraak door d
|
|||
|
||||
Het griffierecht bedraagt, in afwijking van artikel 8:41, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht:
|
||||
|
||||
a. € 41 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel b;
|
||||
b. € 152 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een besluit met betrekking tot de toepassing van de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet op de omzetbelasting 1968, de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, de Wet op de accijns, de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten of de Wet belastingen op milieugrondslag;
|
||||
c. € 302 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld.
|
||||
a. € 42 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel b;
|
||||
b. € 156 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een besluit met betrekking tot de toepassing van de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet op de omzetbelasting 1968, de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, de Wet op de accijns, de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten of de Wet belastingen op milieugrondslag;
|
||||
c. € 310 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -668,11 +740,11 @@ b. een andere beslissing van de rechtbank.
|
|||
|
||||
Het griffierecht bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 112 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel b;
|
||||
b. € 227 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in artikel 27b, eerste lid, onderdeel b;
|
||||
c. € 454 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
|
||||
a. € 115 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel b;
|
||||
b. € 232 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in artikel 27b, eerste lid, onderdeel b;
|
||||
c. € 466 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de inspecteur hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, wordt van de Staat een griffierecht geheven van € 454.
|
||||
**3.** Indien de inspecteur hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, wordt van de Staat een griffierecht geheven van € 466.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 8:41, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -785,11 +857,11 @@ Op de behandeling van het beroep in cassatie zijn de artikelen 8:14 tot en met 8
|
|||
|
||||
Het griffierecht bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 112 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan bedoeld in onderdeel b;
|
||||
b. € 227 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in artikel 27b, eerste lid, onderdeel b;
|
||||
c. € 454 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld.
|
||||
a. € 115 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan bedoeld in onderdeel b;
|
||||
b. € 232 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in artikel 27b, eerste lid, onderdeel b;
|
||||
c. € 466 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister beroep in cassatie heeft ingesteld en de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft, wordt van de Staat een griffierecht geheven van € 454.
|
||||
**3.** Indien Onze Minister beroep in cassatie heeft ingesteld en de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft, wordt van de Staat een griffierecht geheven van € 466.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 8:41, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -926,6 +998,26 @@ c. artikel 21, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
|
|||
|
||||
**5.** Het percentage van de heffingsrente in een kalenderkwartaal is gelijk aan de op de eerste werkdag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan dat kwartaal door de Europese Centrale Bank voor basisherfinancieringstransacties toegepaste interestvoet (de minimale biedrente), dan wel, indien dit lager is, het naar de gemiddelde koers van die dag door Onze Minister berekende, ongewogen gemiddelde effectieve rendement van de laatste drie uitgegeven staatsleningen die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is verleend waarbij dit effectieve rendement naar beneden wordt afgerond op een vijfvoud van honderdstenprocenten en vervolgens wordt verminderd met 0,5 procentpunt, met dien verstande dat het aldus bepaalde percentage van de heffingsrente vervolgens wordt vermeerderd met 1,50 procentpunt.
|
||||
|
||||
### Artikel 30fa
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 30fb
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 30fc
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 30fd
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 30fe
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 30g
|
||||
|
||||
**1.** Heffingsrente wordt vergoed over het negatieve bedrag van de voorlopige aanslag, over het negatieve bedrag van de aanslag, alsmede over het bedrag van de teruggaaf.
|
||||
|
|
@ -947,6 +1039,14 @@ b. de aanslag die geen negatief bedrag beloopt tot een aanslag die wel een negat
|
|||
|
||||
**2.** De in rekening gebrachte heffingsrente wordt verlaagd bij vermindering van het positieve bedrag van de belastingaanslag, tenzij de vermindering voortvloeit uit de verrekening van een verlies van een volgend jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 30ha
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 30hb
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 30i
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1014,15 +1114,15 @@ De termijnen van artikel 11, derde lid, artikel 16, derde en vierde lid, en arti
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, met inachtneming van het beginsel van wederkerigheid, regelen worden gesteld, waardoor in aansluiting aan de desbetreffende bepalingen voorkomende in de wetgeving van een ander deel van het Koninkrijk of van een andere Mogendheid dan wel in de besluiten van een volkenrechtelijke organisatie, dubbele belasting geheel of gedeeltelijk wordt voorkomen.
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, met inachtneming van het beginsel van wederkerigheid, regelen worden gesteld, waardoor in aansluiting aan de desbetreffende bepalingen voorkomende in de wetgeving van een ander deel van het Koninkrijk of van een andere Mogendheid dan wel in de besluiten van een volkenrechtelijke organisatie, dubbele belasting geheel of gedeeltelijk wordt voorkomen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van dubbele belasting in gevallen waarin daaromtrent niet op andere wijze is voorzien, regels worden gesteld ten einde gehele of gedeeltelijke vrijstelling of vermindering te verlenen van de belasting die betrekking heeft op inkomen of vermogen uit de BES eilanden.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van dubbele belasting in gevallen waarin daaromtrent niet op andere wijze is voorzien, regels worden gesteld ten einde gehele of gedeeltelijke vrijstelling of vermindering te verlenen van de belasting die betrekking heeft op inkomen of vermogen uit de BES eilanden.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van dubbele belasting in gevallen waarin daaromtrent niet op andere wijze is voorzien, regelen worden gesteld ten einde gehele of gedeeltelijke vrijstelling of vermindering van belasting te verlenen, indien en voor zover het voorwerp van de belasting is onderworpen aan een belasting die vanwege een ander land van het Koninkrijk, een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie wordt geheven.
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van dubbele belasting in gevallen waarin daaromtrent niet op andere wijze is voorzien, regelen worden gesteld ten einde gehele of gedeeltelijke vrijstelling of vermindering van belasting te verlenen, indien en voor zover het voorwerp van de belasting is onderworpen aan een belasting die vanwege een ander land van het Koninkrijk, een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie wordt geheven.
|
||||
|
||||
**2.** Belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid wordt voor de toepassing van het eerste lid geacht te zijn onderworpen aan een belasting die vanwege een andere Mogendheid wordt geheven, indien zij wordt genoten uit privaatrechtelijke dienstbetrekking tot een werkgever die is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voorzover dat loon betrekking heeft op arbeid die gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden wordt verricht binnen het gebied van een Mogendheid waarmee Nederland geen verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten en met betrekking waartoe geen regelen zijn gesteld op grond van artikel 37. Voor de toepassing van de vorige volzin omvat het gebied van een andere Mogendheid mede het gebied buiten de territoriale wateren van die Mogendheid waar deze in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten kan uitoefenen. Onze Minister is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen te bepalen dat loon betrekking heeft op arbeid die gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden wordt verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1308,9 +1408,9 @@ Degene die niet voldoet aan de verplichting hem opgelegd bij of krachtens:
|
|||
|
||||
a. de artikelen 6, derde lid, 43, 44, 47b, tweede lid, 49, tweede lid, en 50, eerste lid;
|
||||
b. artikel 7, tweede lid, van de Wet op de kansspelbelasting;
|
||||
c. de artikelen 28, aanhef en onderdelen a, b, d, en e, 29, 35d, 35e, aanhef en onderdelen a, b, d, en e, 35k, 35l en 35m, aanhef en onderdelen a en c, van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
c. de artikelen 28, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, d en e, 29, 35d, 35e, aanhef en onderdelen a, b, d en e, 35k, 35l en 35m, aanhef en onderdelen a en c, van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
d. artikel 9, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965;
|
||||
e. artikel 35, eerste, tweede, en derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, of
|
||||
e. de artikelen 35, eerste, tweede en vijfde lid, en 35a, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, of
|
||||
f. artikel 54 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, begaat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 4 920 kan opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.
|
||||
|
|
@ -1437,6 +1537,18 @@ Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van anderen dan de b
|
|||
|
||||
In afwijking van artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan degene die de overtreding constateert ook worden belast met het opleggen van een bestuurlijke boete.
|
||||
|
||||
### Artikel 67q
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 5:43 van de Algemene wet bestuursrecht kan de inspecteur een vergrijpboete opleggen wegens hetzelfde feit als waarvoor eerder een verzuimboete is opgelegd, indien nieuwe bezwaren bekend zijn geworden.
|
||||
|
||||
**2.** Als nieuwe bezwaren kunnen enkel worden aangemerkt verklaringen van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige of van derden en boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, welke later bekend zijn geworden of niet zijn onderzocht.
|
||||
|
||||
**3.** Het rapport, bedoeld in artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht, vermeldt tevens waaruit de nieuwe bezwaren bestaan.
|
||||
|
||||
**4.** De eerder opgelegde verzuimboete wordt verrekend met de wegens hetzelfde feit opgelegde vergrijpboete.
|
||||
|
||||
**5.** Bij toepassing van dit artikel vervalt de voorwaarde van gelijktijdigheid, bedoeld in de artikelen 67d, eerste lid, 67e, eerste lid, en 67f, derde lid, voor zover nodig.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Strafbare feiten
|
||||
|
|
@ -1593,7 +1705,7 @@ Bij het opsporen van een bij de belastingwet strafbaar gesteld feit hebben de in
|
|||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
Ten dienste van de vervolging en berechting van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, ambtenaren van de rijksbelastingdienst aanwijzen, die het contact onderhouden met het openbaar ministerie.
|
||||
Ten dienste van de vervolging en berechting van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ambtenaren van de rijksbelastingdienst aanwijzen, die het contact onderhouden met het openbaar ministerie.
|
||||
|
||||
### Artikel 85
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue