diff --git a/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md b/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md index 7e9fa32ac96..6c856b14512 100644 --- a/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md +++ b/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md @@ -43,7 +43,13 @@ o. groep: een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wet 2°. in een of meer andere rechtspersonen of vennootschappen een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel, voor zover het natuurlijke personen betreft, een met een deelneming overeenkomende positie, die natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap tezamen met die andere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen wordt aangemerkt als groep; -p. elektronisch geld: een geldswaarde die is opgeslagen op een elektronische drager of een geldswaarde die op afstand is opgeslagen in een centrale rekeningadministratie. +p. elektronisch geld: een geldswaarde die is opgeslagen op een elektronische drager of een geldswaarde die op afstand is opgeslagen in een centrale rekeningadministratie; +q. Lid-Staat van herkomst: ingeval een kredietinstelling een rechtspersoon is, de Lid-Staat waar een kredietinstelling haar zetel heeft, dan wel, ingeval de kredietinstelling niet een rechtspersoon is, de Lid-Staat waar zij haar hoofdbestuur heeft; +r. Lid-Staat van ontvangst: de Lid-Staat waar een kredietinstelling een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht; +s. bevoegde instanties: de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van saneringsmaatregelen; +t. saneringsmaatregel: de noodregeling, bedoeld in hoofdstuk X, of een maatregel, genomen in een andere Lid-Staat dan Nederland, die enigerlei optreden van de aldaar bevoegde instanties behelst en bestemd is om de financiële positie van een kredietinstelling in stand te houden of te herstellen, en van dien aard is dat de maatregel bestaande rechten van derden kunnen aantasten; +u. bewindvoerder: de bewindvoerder, bedoeld in artikel 71, zevende lid, of een ander persoon of orgaan, aangewezen door de bevoegde instanties in een andere Lid-Staat dan Nederland om de saneringsmaatregelen uit te voeren; +v. financiële instrumenten: instrumenten als bedoeld in deel B van de bijlage bij richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 147). **2.** De Bank wordt niet beschouwd als kredietinstelling in de zin van deze wet. @@ -1256,7 +1262,7 @@ c. pas na overleg met Onze Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoeld ### Artikel 65a -**1.** Onze minister onderscheidenlijk de Bank is, in afwijking van artikel 64, eerste en tweede lid, bevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem onderscheidenlijk haar ingevolge deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan een rechter-commissaris voor zover die belast is met het toezicht uit hoofde van artikel 64 van de Faillissementswet op de curator die betrokken is bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel van een kredietinstelling. +**1.** Onze minister onderscheidenlijk de Bank is, in afwijking van artikel 64, eerste en tweede lid, bevoegd om gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de kredietinstelling in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten verkregen bij de vervulling van de hem onderscheidenlijk haar ingevolge deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan een rechter-commissaris voor zover die is belast met het toezicht uit hoofde van artikel 76d in een noodregeling als bedoeld in hoofdstuk X, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel c, zo lang de bewindvoerder nog niet activa te gelde heeft gemaakt met het oogmerk deze te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden. **2.** @@ -1267,6 +1273,14 @@ b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenla **3.** Artikel 64, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de op grond van het eerste lid verstrekte gegevens. +### Artikel 65b + +In afwijking van artikel 64 kunnen in een noodregeling als bedoeld in hoofdstuk X gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de kredietinstelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten, door de bewindvoerder worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in artikel 72, zesde lid, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 75, eerste lid en aanhef, onderdeel c, activa van de kredietinstelling te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden. + +### Artikel 65c + +In afwijking van artikel 64 is artikel 65a van overeenkomstige toepassing op gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de kredietinstelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten, ongeacht of een machtiging is verleend, als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b of c, en ongeacht of activa te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden. + ### Artikel 66 **1.** Ter uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen dan wel ter uitvoering van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, is Onze Minister onderscheidenlijk de Bank bevoegd ten behoeve van een instantie die werkzaam is in een Staat die met Nederland partij is bij een verdrag of die met Nederland valt onder eenzelfde bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, en die in die Staat belast is met de uitvoering van wettelijke regelingen inzake het toezicht op het kredietwezen, inlichtingen te vragen aan of een onderzoek in te stellen of te doen instellen bij een ieder die ingevolge deze wet onder zijn respectievelijk haar toezicht valt dan wel bij een ieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de wettelijke regelingen als hiervoor bedoeld. @@ -1313,7 +1327,7 @@ b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenla ### Artikel 69 -**1.** Een kredietinstelling die in Nederland is gevestigd dan wel een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling, welke tot algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar bedrijf dan wel tot ontbinding heeft besloten, is verplicht aan de Bank mededeling te doen van de wijze waarop de liquidatie onderscheidenlijk de ontbinding zal plaatsvinden ten minste dertien weken, voordat aan het besluit uitvoering wordt gegeven; de Bank kan deze termijn verkorten. De Bank wordt aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 23, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ingeval een kredietinstelling als bedoeld in de eerste volzin besluit tot ontbinding en geen rechtspersoonlijkheid bezit, is het bepaalde in de artikelen 19, vierde lid, 23, eerste en tweede lid, 23*a*, eerste lid, en 23c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van de artikelen 23, eerste lid, en 23*a*, eerste lid, gelden de beherende vennoten als bestuurders en geldt de vennootschapsovereenkomst als statuten. +**1.** Een kredietinstelling die in Nederland is gevestigd dan wel een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling, welke tot algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar bedrijf dan wel tot ontbinding heeft besloten, is verplicht de Bank te raadplegen en aan de Bank mededeling te doen van de wijze waarop de liquidatie onderscheidenlijk de ontbinding zal plaatsvinden ten minste dertien weken, voordat aan het besluit uitvoering wordt gegeven; de Bank kan deze termijn verkorten. De Bank wordt aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 23, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ingeval een kredietinstelling als bedoeld in de eerste volzin besluit tot ontbinding en geen rechtspersoonlijkheid bezit, is het bepaalde in de artikelen 19, vierde lid, 23, eerste en tweede lid, 23*a*, eerste lid, en 23c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van de artikelen 23, eerste lid, en 23*a*, eerste lid, gelden de beherende vennoten als bestuurders en geldt de vennootschapsovereenkomst als statuten. **2.** @@ -1323,16 +1337,12 @@ a. een kredietinstelling, die op grond van artikel 6, tweede lid, is vrijgesteld b. een kredietinstelling, die op grond van artikel 31, vierde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 31, vijfde lid, is ontheven van het verbod van artikel 31, eerste lid; c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 38, vierde lid, is ontheven van het verbod van artikel 38, eerste lid. -## Hoofdstuk X. Noodregeling +## Hoofdstuk X. Noodregeling en in andere Staten dan Nederland vastgestelde saneringsmaatregelen + +### Afdeling 1. Kredietinstellingen die zijn gevestigd in Nederland of in een Staat die niet een Lid-Staat is ### Artikel 70 -**1.** Op een verzoek of vordering tot faillietverklaring van een kredietinstelling die in Nederland is gevestigd dan wel een bijkantoor in Nederland van een buiten Nederland gevestigde kredietinstelling - een eigen aangifte daaronder begrepen - wordt niet beslist, dan nadat de rechtbank de Bank in de gelegenheid heeft gesteld haar gevoelens daaromtrent kenbaar te maken. Indien het verzoek of de vordering betrekking heeft op een bijkantoor van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling, raadpleegt de Bank alvorens haar gevoelens kenbaar te maken de toezichthoudende autoriteit van die andere Lid-Staat. - -**2.** De wettelijke bepalingen inzake surséance van betaling zijn op een kredietinstelling dan wel een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, niet van toepassing. De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen kan niet van toepassing worden verklaard. - -**3.** - Dit hoofdstuk is niet van toepassing op: a. een kredietinstelling, die op grond van artikel 6, tweede lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 6, derde lid, is ontheven van het verbod van artikel 6, eerste lid; @@ -1341,11 +1351,16 @@ c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld ### Artikel 71 -**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen dan wel van een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling die krachtens artikel 31 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen dan wel van een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid heeft verkregen, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank, binnen wier rechtsgebied de kredietinstelling dan wel het bijkantoor is gevestigd, op verzoek van de Bank verklaren, dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor verkeert in een toestand, welke in het belang van de gezamenlijke schuldeisers bijzondere voorziening behoeft. +**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen dan wel van een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid, heeft verkregen, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank, binnen wier rechtsgebied de kredietinstelling dan wel het bijkantoor is gevestigd, op verzoek van de Bank verklaren, dat de kredietinstelling verkeert in een toestand welke in het belang van de gezamenlijke schuldeisers bijzondere voorziening behoeft. -**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling waarop het verbod van artikel 6 van toepassing is dan wel van een bijkantoor in Nederland van een buiten Nederland gevestigde kredietinstelling waarop het verbod van artikel 31 of artikel 38, eerste lid van toepassing is, naar het oordeel van de Bank zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor zijn verplichtingen ter zake van de door hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank, binnen wier rechtsgebied de kredietinstelling dan wel het bijkantoor is gevestigd, op verzoek van de Bank verklaren dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor verkeert in een toestand, welke in het belang van de gezamenlijke schuldeisers bijzondere voorziening behoeft. +**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling waarop het verbod van artikel 6 van toepassing is, een kredietinstelling die in een andere Lid-Staat is gevestigd met bijkantoor in Nederland en die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 31, eerste lid, onder a, dan wel een kredietinstelling die is gevestigd in een Staat die niet een Lid-Staat is met bijkantoor in Nederland en waarop het verbod van artikel 38, eerste lid, van toepassing is, naar het oordeel van de Bank zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling haar verplichtingen ter zake van de door haar verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank, binnen wier rechtsgebied de kredietinstelling dan wel het bijkantoor is gevestigd, op verzoek van de Bank verklaren dat de kredietinstelling verkeert in een toestand, welke in het belang van de gezamenlijke schuldeisers bijzondere voorziening behoeft. -**3.** De Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de betrokken kredietinstelling dan wel bijkantoor. +**3.** + +De Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de betrokken kredietinstelling en, in voorkomend geval, het bijkantoor en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan: + +a. indien het een in Nederland gevestigde kredietinstelling betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staten van ontvangst; +b. indien het een buiten de Unie gevestigde kredietinstelling betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere Lid-Staten waarheen zij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland. **4.** De rechtbank behandelt het verzoek met de meeste spoed. @@ -1353,9 +1368,9 @@ c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld **6.** De rechtbank geeft geen beschikking dan nadat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor en de Bank zijn gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. -**7.** Indien het verzoek wordt toegewezen, bevat de beschikking van de rechtbank de benoeming van een of meer bewindvoerders; de Bank kan voor de benoeming voordrachten doen. +**7.** Indien het verzoek wordt toegewezen, bevat de beschikking van de rechtbank de benoeming van een van haar leden of van de leden van een andere rechtbank tot rechter-commissaris en de benoeming van een of meer bewindvoerders. De Bank kan voor de benoeming van de bewindvoerder of bewindvoerders voordrachten doen. -**8.** Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de bewindvoerders bekend gemaakt in de *Staatscourant* en in een of meer door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen. Het uittreksel vermeldt naam en woonplaats van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerders alsmede de datum van de beschikking. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, terugwerkend tot aan het begin van de dag waarop zij is uitgesproken, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening. +**8.** Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de bewindvoerders bekendgemaakt in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in twee Nederlandse dagbladen en twee landelijke dagbladen van iedere Lid-Staat van ontvangst. Het uittreksel vermeldt naam en woonplaats van de kredietinstelling en, indien aanwezig, het bijkantoor in Nederland van een buiten de Unie gevestigde kredietinstelling, en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerders alsmede de datum van de beschikking. In de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en de twee landelijke dagbladen van iedere Lid-Staat wordt daarenboven vermeld dat op de noodregeling, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is, alsmede de uiterste datum waarop tegen de beslissing beroep in cassatie bij de Hoge Raad kan worden ingesteld met vermelding van het volledige adres van de Hoge Raad, het onderwerp van de beslissing en de rechtsgrondslag. De publicatie in de landelijke dagbladen geschiedt in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, terugwerkend tot aan het begin van de dag waarop zij is uitgesproken, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening. **9.** In afwijking van de laatste volzin van het achtste lid, werkt de beschikking, bedoeld in het eerste of tweede lid, niet terug ten aanzien van een door een kredietinstelling vóór het tijdstip waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven, gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren in een systeem als bedoeld in artikel 212a, onder b van de Faillissementswet. @@ -1365,21 +1380,29 @@ c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld **12.** Het negende en het elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning en op de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in het tiende lid. -**13.** De rechtbank vermeldt op de beschikking het tijdstip waarop de beschikking is gegeven tot op de minuut nauwkeurig. +**13.** De griffier van de rechtbank stelt de Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Bank stelt daarna onverwijld de door Onze minister op grond van artikel 212d van de Faillissementswet aangewezen systemen, alsmede de bevoegde autoriteiten van de overige Lid-Staten in kennis van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. -**14.** De griffier van de rechtbank stelt de Bank terstond in kennis van de beschikking. De Bank stelt daarna terstond de door Onze minister op grond van artikel 212d van de Faillissementswet aangewezen systemen, alsmede de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in kennis van de beschikking. +**14.** De bewindvoerders geven van de beschikking, bedoeld in het zevende lid, onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis. **15.** Wanneer het verzoek aanhangig is tegelijk met een verzoek of vordering tot faillietverklaring - eigen aangifte daaronder begrepen -, wordt de behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring geschorst, totdat op het eerstgenoemde verzoek is beschikt. Wordt een verklaring als bedoeld in het eerste of tweede lid, gegeven, dan vervalt het verzoek of de vordering tot faillietverklaring van rechtswege. **16.** Bij een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid, bepaalt de rechtbank de duur op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kan de Bank eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot uitspreken van de verklaring. Zolang bij afloop van de geldigheidsduur van de verklaring op een verzoek tot verlenging nog niet is beschikt, blijft de verklaring gehandhaafd. Indien het verzoek tot verlenging wordt toegewezen, is het zevende lid van toepassing. +**16.** De bewindvoerders kunnen verzoeken dat de noodregel wordt ingeschreven in een openbaar register in een andere Lid-Staat. + +**17.** De kosten van inschrijving op de voet van het zestiende lid zijn boedelschuld. + +### Artikel 71a + +Indien de rechtbank het noodzakelijk acht dat ten aanzien van een bijkantoor in Nederland van een in een andere lidstaat gevestigde kredietinstelling die krachtens artikel 31 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, een saneringsmaatregel wordt vastgesteld, stelt de griffier van de rechtbank de Bank daarvan in kennis. De Bank stelt de bevoegde instanties van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis. + ### Artikel 72 -**1.** De bewindvoerders oefenen bij uitsluiting alle bevoegdheden van de organen van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor uit. +**1.** De bewindvoerders oefenen bij uitsluiting alle bevoegdheden van de organen van de kredietinstelling uit. **2.** De bewindvoerders waken voor de belangen der gezamenlijke schuldeisers. -**3.** De organen van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor zijn verplicht alle door de bewindvoerders gevraagde medewerking te verlenen. +**3.** De organen van de kredietinstelling zijn verplicht alle door de bewindvoerders gevraagde medewerking te verlenen. **4.** Indien meer dan een bewindvoerder is benoemd, wordt voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank vereist. De bewindvoerder, aan wie bij de beschikking van de rechtbank, bedoeld in artikel 71, zevende lid, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd. @@ -1391,68 +1414,117 @@ c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld ### Artikel 73 -**1.** De rechtbank is bevoegd bij of na een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, op verzoek van de Bank dan wel op verzoek van de bewindvoerders of van een of meer schuldeisers of ambtshalve, de Bank gehoord, zodanige regelingen te treffen, als zij ter beveiliging van de belangen der schuldeisers van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor nodig oordeelt. +**1.** De rechtbank is bevoegd bij of na een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, op verzoek van de Bank dan wel op verzoek van de bewindvoerders of van een of meer schuldeisers of ambtshalve, de Bank gehoord, zodanige regelingen te treffen, als zij ter beveiliging van de belangen der schuldeisers van de kredietinstelling nodig oordeelt. -**2.** Op verzoek van de bewindvoerders benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris die toezicht houdt op de vereffening welke plaats heeft ingevolge artikel 76. Met betrekking tot beschikkingen van de rechter-commissaris, gegeven ter uitvoering van het in de eerste zin bepaalde, zijn de artikelen 66 en 67, eerste lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid van artikel 67 van die wet is van overeenkomstige toepassing voor zover de daarin opgesomde artikelen in artikel 76 van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Hetgeen in de genoemde artikelen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling dan wel het bijkantoor. +**2.** Met betrekking tot beschikkingen van de rechter-commissaris, gegeven ter uitvoering van het toezicht op de overdracht onderscheidenlijk de liquidatie, zijn de artikelen 66 en 67, eerste lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid van artikel 67 van die wet is van overeenkomstige toepassing voor zover de daarin opgesomde artikelen in artikel 76 van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Hetgeen in de genoemde artikelen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling. ### Artikel 74 -**1.** Een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, heeft ten gevolge, dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor niet kan worden genoodzaakt tot nakoming van haar verplichtingen; aangevangen executies worden geschorst; gelegde beslagen vervallen. Artikel 36 van de Faillissementswet is van overeenkomstige toepassing op de in de eerste volzin bedoelde verplichtingen. Voorts zijn de artikelen 63a tot en met 63c van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing, waarbij de aldaar genoemde bevoegdheden van de rechter-commissaris worden uitgeoefend door de rechtbank, indien niet op de voet van artikel 73, tweede lid, een rechter-commissaris is benoemd. Hetgeen in de artikelen 63a tot en met 63c van de Faillissementswet is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling dan wel het bijkantoor. +**1.** Een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, heeft ten gevolge, dat de kredietinstelling niet kan worden genoodzaakt tot nakoming van haar verplichtingen; aangevangen executies worden geschorst; gelegde beslagen vervallen. Artikel 36 van de Faillissementswet is van overeenkomstige toepassing op de in de eerste volzin bedoelde verplichtingen. Voorts zijn de artikelen 63a tot en met 63c van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing, waarbij de aldaar genoemde bevoegdheden van de rechter-commissaris worden uitgeoefend door de rechtbank, indien niet op de voet van artikel 73, tweede lid, een rechter-commissaris is benoemd. Hetgeen in de artikelen 63a tot en met 63c van de Faillissementswet is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling. -**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 76 geldt het bij het eerste lid bepaalde niet ten aanzien van vorderingen welke voortvloeien uit handelingen, met de kredietinstelling dan wel het bijkantoor na de verklaring verricht, noch voor vorderingen als bedoeld in artikel 232 van de Faillissementswet, en wel voor zover zulks het geval is. +**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 76 geldt het bij het eerste lid bepaalde niet ten aanzien van vorderingen welke voortvloeien uit handelingen, met de kredietinstelling na de verklaring verricht, noch voor vorderingen als bedoeld in artikel 232 van de Faillissementswet, en wel voor zover zulks het geval is. **3.** Overigens zijn de artikelen 234–241 van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 75 -**1.** De rechtbank kan de bewindvoerders machtigen over te gaan tot overdracht van de verbintenissen van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor, welke hij in de uitoefening van zijn bedrijf als kredietinstelling tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, of van een deel daarvan, dan wel tot gehele of gedeeltelijke liquidatie van het bedrijf van de kredietinstelling. +**1.** -**2.** Indien bij overdracht van verbintenissen als bedoeld in het eerste lid, de bedingen in de overeenkomsten, waaruit die verbintenissen voortvloeien, worden gewijzigd, hebben de bewindvoerders daartoe de bijzondere machtiging van de rechtbank nodig met dien verstande, dat de bedingen in de overeenkomsten, waaruit vorderingen voortvloeien als bedoeld in artikel 74, tweede lid, daarbij niet kunnen worden gewijzigd. De wijziging laat onverlet de uitkeringen die overeenkomstig artikel 76 zijn gedaan voor de dag van de indiening van het verzoek om de machtiging als bedoeld in het eerste lid. +De rechtbank kan de bewindvoerders machtigen tot: + +a. overdracht van de verbintenissen van de kredietinstelling welke zij in de uitoefening van haar bedrijf als kredietinstelling tot het ter beschikking krijgen van gelden heeft aangegaan, of van een deel daarvan; +b. gehele of gedeeltelijke liquidatie van het bedrijf van de kredietinstelling; of +c. zowel overdracht als bedoeld in onderdeel a als liquidatie als bedoeld in onderdeel b. + +**2.** Indien bij overdracht van verbintenissen als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a of c, de bedingen in de overeenkomsten, waaruit die verbintenissen voortvloeien, worden gewijzigd, hebben de bewindvoerders daartoe de bijzondere machtiging van de rechtbank nodig met dien verstande, dat de bedingen in de overeenkomsten, waaruit vorderingen voortvloeien als bedoeld in artikel 74, tweede lid, daarbij niet kunnen worden gewijzigd. De wijziging laat onverlet de uitkeringen die overeenkomstig artikel 76 zijn gedaan voor de dag van de indiening van het verzoek om de machtiging als bedoeld in het eerste lid. **3.** Met betrekking tot de beschikkingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het bepaalde in artikel 71, zesde en achtste lid, eerste en tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. -**4.** Zodra overdracht van verbintenissen heeft plaatsgevonden, maken bewindvoerders de overdracht en, ingeval de bedingen in de overeenkomsten zijn gewijzigd, deze wijzigingen openbaar door bekendmaking in de *Staatscourant* en in ten minste drie door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen. +**4.** Zodra overdracht van verbintenissen heeft plaatsgevonden, maken bewindvoerders de overdracht en, ingeval de bedingen in de overeenkomsten zijn gewijzigd, deze wijzigingen openbaar door bekendmaking in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in twee Nederlandse dagbladen en twee landelijke dagbladen van iedere Lid-Staat van ontvangst. **5.** De overdracht en de wijzigingen van de bedingen in de overeenkomsten worden alsdan van kracht ten aanzien van alle belanghebbenden met ingang van de dag, volgende op die van de dagtekening van de *Staatscourant*, waarin de bekendmaking is geplaatst. -**6.** Gedurende de liquidatie, bedoeld in het eerste lid, regelt de rechtbank naar behoefte de bijzonderheden en gevolgen van de liquidatie, waaronder begrepen verkorting van de geldingsduur van lopende overeenkomsten, nadat zij daaromtrent het advies van de bewindvoerders en de Bank heeft ingewonnen. +**6.** Gedurende de liquidatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, regelt de rechtbank naar behoefte de bijzonderheden en gevolgen van de liquidatie, waaronder begrepen verkorting van de geldingsduur van lopende overeenkomsten, nadat zij daaromtrent het advies van de bewindvoerders en de Bank heeft ingewonnen. -**7.** Zodra de liquidatie is beëindigd, doen de bewindvoerders daarvan mededeling in de *Staatscourant* en in een of meer door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen. +**7.** Zodra de liquidatie is beëindigd, doen de bewindvoerders daarvan mededeling in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in een of meer door de rechtbank aan te wijzen dagbladen. + +### Artikel 75a + +**1.** Indien de machtiging strekt tot overdracht als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel a, kan op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerders de machtiging worden uitgebreid tot een machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel c. + +**2.** Op een voordracht of verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt niet beslist dan nadat de rechtbank de Bank in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken. De Bank maakt met de meeste spoed haar mening kenbaar. + +**3.** Nadat de Bank haar mening ingevolge het tweede lid kenbaar heeft gemaakt, of indien zij niet van de in het tweede lid bedoelde gelegenheid gebruik heeft gemaakt, behandelt de rechtbank de voordracht of het verzoek met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken. + +**4.** Artikel 71, achtste tot en met veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 75b + +Ten aanzien van een kredietinstelling die is gevestigd in een Staat die niet een Lid-Staat is, hebben de machtigingen betrekking op het vanuit haar bijkantoren in Nederland uitgeoefende bedrijf van kredietinstelling. ### Artikel 76 -**1.** De bewindvoerders kunnen uitkeringen doen op de vorderingen waarop artikel 74, eerste lid, van toepassing is, voor zover dit gelet op de liquiditeitspositie van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor verantwoord is te achten en mits is voldaan aan de volgende leden. +**1.** De bewindvoerders kunnen uitkeringen doen op de vorderingen waarop artikel 74, eerste lid, van toepassing is, voor zover dit gelet op de liquiditeitspositie van de kredietinstelling verantwoord is te achten en mits is voldaan aan de volgende leden. -**2.** De bewindvoerders maken een staat op waaruit blijken de aard en het bedrag van de baten en schulden van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers alsmede het bedrag der vorderingen van iedere schuldeiser. Een door de bewindvoerders gewaarmerkt afschrift van deze staat wordt ter kosteloze inzage van een ieder ter griffie van de rechtbank nedergelegd. +**2.** De bewindvoerders maken een staat op waaruit blijken de aard en het bedrag van de baten en schulden van de kredietinstelling, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers alsmede het bedrag der vorderingen van iedere schuldeiser. Een door de bewindvoerders gewaarmerkt afschrift van deze staat wordt ter kosteloze inzage van een ieder ter griffie van de rechtbank nedergelegd. -**3.** Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats, waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerders geven van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis en doen daarvan aankondiging in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen. Vanaf de dag waarop deze aankondiging heeft plaatsgevonden vallen de vorderingen die bevoorrecht zijn hetzij op zekere bepaalde goederen van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor hetzij op al zijn goederen onder de werking van artikel 74, eerste lid. De artikelen 110 tot en met 113 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling dan wel het bijkantoor. +**3.** Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. Nadat de rechter-commissaris op het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, heeft beslist, geven de bewindvoerders daarvan onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis. Deze kennisgeving betreft in ieder geval tevens de gevolgen van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in de eerste volzin, de mededeling dat de vordering bij de bewindvoerders moet worden ingediend, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of goederenrechtelijk recht aanspraak wordt gemaakt. De bewindvoerders doen tevens aankondiging van de beschikkingen in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in twee Nederlandse dagbladen en twee landelijke dagbladen van iedere Lid-Staat van ontvangst. Vanaf de dag waarop de eerste aankondiging heeft plaatsgevonden vallen de vorderingen die bevoorrecht zijn hetzij op zekere bepaalde goederen van de kredietinstelling of, in geval van een bijkantoor in Nederland van een in een Staat die niet een Lid-Staat is gevestigde kredietinstelling, op goederen in Nederland, hetzij op al zijn goederen onderscheidenlijk de goederen in Nederland, onder de werking van artikel 74, eerste lid. De artikelen 110 tot en met 113 Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling dan wel, in geval van een bijkantoor van een in een Staat die niet een Lid-Staat is gevestigde kredietinstelling, het bijkantoor. -**4.** Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank nedergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle bekende schuldeisers voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen. +**4.** Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank nedergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle bekende schuldeisers voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechter-commissaris aan te wijzen Nederlandse dagbladen en twee landelijke dagbladen van iedere Lid-Staat van ontvangst. -**5.** Met betrekking tot de verificatie zijn de artikelen 59, 119 tot en met 122, 123 tot en met 127, 129, 132 tot en met 137, 260, eerste lid, 261 en het eerste en derde lid van artikel 262 van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling dan wel het bijkantoor. In afwijking van de in artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet genoemde termijn geldt de termijn die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van artikel 75, eerste lid, slechts geldt voor zover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast. +**5.** Met betrekking tot de verificatie zijn de artikelen 59, 119 tot en met 122, 123 tot en met 127, 129, 132 tot en met 137, 260, eerste lid, 261 en het eerste en derde lid van artikel 262 van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling. In afwijking van de in artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet genoemde termijn geldt de termijn die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van artikel 75, eerste lid, slechts geldt voor zover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast. -**6.** De bestuurders van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van de in artikel 71, eerste of tweede lid, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die hen door de rechter-commissaris worden gevraagd. De schuldeisers kunnen de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders te vragen. De vragen aan de bestuurders gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend. In afwijking van het bepaalde in artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet levert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor welke ingevolge artikel 75 worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voor zover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd. +**6.** De bestuurders van een kredietinstelling dan wel degenen die de feitelijke leiding hebben over het bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde daar alle inlichtingen over de oorzaken van de in artikel 71, eerste of tweede lid, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die hun door de rechter-commissaris worden gevraagd. De schuldeisers kunnen de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders dan wel de feitelijke leidinggevenden te vragen. De vragen aan de bestuurders dan wel de feitelijke leidinggevenden gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend. In afwijking van het bepaalde in artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet levert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de kredietinstelling welke ingevolge artikel 75 worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voor zover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd. **7.** Na de verificatie van de schuldvorderingen maken de bewindvoerders een uitdelingslijst op. Zij onderwerpen die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat van ontvangsten en uitgaven, daaronder begrepen het loon van de bewindvoerders, de namen van de schuldeisers, en voorts het geverifieerde bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering. De artikelen 180, tweede lid, 181 en 182, eerste lid, van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het tiende lid is artikel 233 van die wet eveneens van overeenkomstige toepassing. **8.** Bij het opmaken van de uitdelingslijst wordt met betrekking tot de vorderingen die zijn betwist of waarvan de voorrang is betwist of die voorwaardelijk zijn toegelaten een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld. -**9.** De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank nedergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. De artikelen 184 tot en met 186, 187, eerste, tweede en derde lid, 189 en 191 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in artikel 184 bedoelde termijn geldt de in de eerste zin van dit lid genoemde termijn. Indien ten gevolge van het krachtens artikel 184 dan wel artikel 186 van de Faillissementswet gedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, wordt ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft, het achtste lid van dit artikel overeenkomstig toegepast, en kan vervolgens, nadat voor zoveel nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. +**9.** De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank nedergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in twee Nederlandse dagbladen en twee landelijke dagbladen van iedere Lid-Staat van ontvangst. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. De artikelen 184 tot en met 186, 187, eerste, tweede en derde lid, 189 en 191 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in artikel 184 bedoelde termijn geldt de in de eerste zin van dit lid genoemde termijn. Indien ten gevolge van het krachtens artikel 184 dan wel artikel 186 van de Faillissementswet gedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, wordt ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft, het achtste lid van dit artikel overeenkomstig toegepast, en kan vervolgens, nadat voor zoveel nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. **10.** In afwijking van de laatste zin van het zevende lid kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, voor zover artikel 75, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld. +### Artikel 76a + +**1.** De bewindvoerders geven van een machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers kennis. + +**2.** Elke schuldeiser kan in geval van een machtiging als bedoeld artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen bij de bewindvoerders. + +### Artikel 76b + +**1.** De kennisgeving, bedoeld in artikel 76a, eerste lid, aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een Lid-Staat, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Lid-Staten het opschrift draagt «Oproep tot indiening van opmerkingen betreffende schuldvorderingen. Termijnen». + +**2.** Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een Lid-Staat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in de officiële taal van die Lid-Staat met een verklaring als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering» onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering». + +**3.** De bewindvoerders kunnen een vertaling in het Nederlands van het stuk waarbij de vordering wordt ingediend en van de opmerkingen betreffende de vordering verlangen. + +### Artikel 76c + +Indien een machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, is gegeven, stellen de bewindvoerders alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling. + +### Artikel 76d + +De rechter-commissaris houdt toezicht op de in artikel 75, eerste lid, bedoelde overdracht onderscheidenlijk liquidatie. + +### Artikel 76e + +**1.** Indien een machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel b, is verleend, trekt de Bank de vergunning in op het tijdstip waarop die machtiging is verleend, of zo spoedig mogelijk daarna, voor zover de kredietinstelling onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip nog een vergunning heeft. + +**2.** Indien een machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel c, is verleend, trekt de Bank de vergunning in op het tijdstip waarop tijdens de noodregeling voor de eerste keer activa van de kredietinstelling te gelde worden gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden, of zo spoedig mogelijk na bedoeld tijdstip, voor zover de kredietinstelling onmiddellijk voorafgaand aan het voor de eerste keer te gelde maken nog een vergunning heeft. De bewindvoerder stelt de Bank in kennis van het voor de eerste keer te gelde maken van de activa, zo mogelijk voorafgaand aan het te gelde maken, of anders onverwijld daarna, tenzij de vergunning reeds is ingetrokken. + +### Artikel 76f + +**1.** Artikel 52 van de Faillissementswet is van overeenkomstige toepassing. + +**2.** In afwijking van het eerste lid, bevrijdt voldoening na de bekendmaking van de vaststelling van de noodregeling van een kredietinstelling die geen natuurlijk persoon is tegenover de boedel indien degene die haar deed, bewijst dat hij niet bekend was met de vaststelling van de noodregeling. + ### Artikel 77 -Nadat de rechtbank een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, heeft gegeven dan wel verlengd, kan zij in afwijking van het bepaalde in artikel 1 van de Faillissementswet een kredietinstelling dan wel een bijkantoor slechts in staat van faillissement verklaren, indien een naar goed koopmansgebruik opgemaakte balans van de kredietinstelling dan wel het bijkantoor een tekort aanwijst, ongeacht of de kredietinstelling dan wel het bijkantoor verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. De faillietverklaring vindt plaats, de Bank gehoord, op verzoek van de bewindvoerders, op de vordering van het Openbaar Ministerie of ambtshalve onder intrekking van bedoelde verklaring. Alsdan zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen een maand na het intrekken van de verklaring, gelden de volgende bepalingen: - -a. het tijdstip, waarop de termijnen, in de artikelen 43 en 45 van de Faillissementswet vermeld, aanvangen, wordt berekend vanaf het geven van de verklaring, bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid; -b. boedelschulden, na het geven van de verklaring ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden; -c. de intrekking van de verklaring en de faillietverklaring worden door de bewindvoerders bekendgemaakt in de *Staatscourant* en in een of meer door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen; en -d. overigens is, voor zover niet reeds ingevolge artikel 76 tot volledige uitvoering gekomen, het bepaalde in titel I van de Faillissementswet van toepassing. +Vervallen ### Artikel 77a -Indien een faillietverklaring wordt uitgesproken met toepassing van artikel 77 dan wel binnen vier weken na het einde van de bijzondere voorziening, geldt dat het tijdstip waarop de termijnen vermeld in de artikelen 138, zesde lid, en 248, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aanvangen, wordt berekend vanaf de aanvang van de bijzondere voorziening. +Vervallen ### Artikel 78 @@ -1460,11 +1532,123 @@ De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve de verklaring, b ### Artikel 79 -Door de bekendmaking, bedoeld in artikel 75, vierde lid, indien deze bekendmaking betrekking had op alle verbintenissen van de kredietinstelling, artikel 75, zevende lid, artikel 77, onder c, of artikel 78, vervallen van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge de verklaring, bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, hadden verkregen. +Door de bekendmaking, bedoeld in artikel 75, vierde lid, indien deze bekendmaking betrekking had op alle verbintenissen van de kredietinstelling, artikel 75, zevende lid, of artikel 78 dan wel artikel 212o, eerste lid, van de Faillissementswet, vervallen van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge de verklaring, bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, hadden verkregen. ### Artikel 80 -Tegen beschikkingen van de rechtbank ingevolge de artikelen 71, eerste of tweede lid, en 75, eerste en tweede lid, staat geen hoger beroep open. Beroep in cassatie tegen deze beschikkingen moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de dag van uitspraak. De behandeling heeft in raadkamer plaats en geschiedt met de grootste spoed. Het arrest wordt op een openbare terechtzitting uitgesproken en de zakelijke inhoud ervan wordt door de bewindvoerders in de *Staatscourant* en in een of meer daarbij aan te wijzen nieuwsbladen bekendgemaakt. +Tegen beschikkingen van de rechtbank ingevolge de artikelen 71, eerste of tweede lid, en 75, eerste en tweede lid, staat geen hoger beroep open. Beroep in cassatie tegen deze beschikkingen moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de dag van uitspraak. De behandeling heeft in raadkamer plaats en geschiedt met de grootste spoed. Het arrest wordt op een openbare terechtzitting uitgesproken en de zakelijke inhoud ervan wordt door de bewindvoerders in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in twee Nederlandse dagbladen en twee landelijke dagbladen van iedere Lid-Staat van ontvangst bekendgemaakt. + +### Afdeling 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht + +### Artikel 80a + +**1.** Een in een andere Lid-Staat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel wordt van rechtswege erkend. + +**2.** De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de Lid-Staat van herkomst. + +### Artikel 80b + +De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel, de saneringsmaatregel zelf en de rechtsgevolgen van de saneringsmaatregel worden beheerst door het recht van de Lid-Staat waar de saneringsmaatregel is vastgesteld, tenzij de wet anders bepaalt. + +### Artikel 80c + +**1.** De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de kredietinstelling en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van herkomst. + +**2.** + +Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan: + +a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek; +b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering; +c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen; +d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken. + +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijkgesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid dat aan derden kan worden tegengeworpen. + +**4.** + +Voor de toepassing van dit artikel is de Lid-Staat waar een goed zich bevindt: + +a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de Lid-Staat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden; +b. met betrekking tot zaken, voor zover niet vallend onder onderdeel a: de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt; +c. met betrekking tot schuldvorderingen: de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar is gevestigd. + +### Artikel 80d + +**1.** Ingeval de kredietinstelling een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van herkomst. + +**2.** Ingeval de kredietinstelling een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de saneringsmaatregel de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel gevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van herkomst. + +**3.** Artikel 80c, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 80e + +Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de kredietinstelling bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de kredietinstelling op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de kredietinstelling, laat de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel de bedoelde bevoegdheid onverlet. + +### Artikel 80f + +De artikelen 80c tot en met 80e staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is. + +### Artikel 80g + +In afwijking van artikel 80b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de Lid-Staat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is. + +### Artikel 80h + +In afwijking van artikel 80b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van Lid-Staat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen. Dit recht bepaalt of een zaak roerend dan wel onroerend is. + +### Artikel 80i + +In afwijking van artikel 80b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten van de kredietinstelling op een registergoed beheerst door het recht van de Lid-Staat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden. + +### Artikel 80j + +In afwijking van artikel 80b worden, onverminderd artikel 80p, de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1, onder 13, van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141) uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is. + +### Artikel 80k + +In afwijking van artikel 80b wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de kredietinstelling na het tijdstip tot vaststelling van een saneringsmaatregel, waarmee zij beschikt over een registergoed, financiële instrumenten of rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een Lid-Staat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de Lid-Staat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de Lid-Staat waar de onroerende zaak is gelegen. + +### Artikel 80l + +In afwijking van artikel 80b worden de gevolgen van de saneringsmaatregel voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de kredietinstelling het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de Lid-Staat waar het rechtsgeding aanhangig is. + +### Artikel 80m + +Artikel 80b is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat: + +a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van herkomst; en +b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast onderscheidenlijk niet kan worden tegengeworpen. + +### Artikel 80n + +In afwijking van artikel 80b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor een overeenkomst tot verrekening als bedoeld in artikel 212a, onderdeel m, van de Faillissementswet uitsluitend beheerst door het recht dat van toepassing is op die overeenkomst. + +### Artikel 80o + +In afwijking van artikel 80b worden, onverminderd artikel 80p, de gevolgen van een saneringsmaatregel voor een overeenkomst waarbij de ene partij, de koper, zich verbindt tot een latere overdracht van een gelijke hoeveelheid activa van dezelfde soort aan de verkoper, uitsluitend beheerst door het recht van de Lid-Staat dat van toepassing is op die overeenkomst. + +### Artikel 80p + +In afwijking van artikel 80b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor het uitoefenen van rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een Lid-Staat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de Lid-Staat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt bijgehouden of is gesitueerd. + +### Artikel 80q + +**1.** Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de bewindvoerder uit een andere Lid-Staat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de Lid-Staat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht. + +**2.** De bewindvoerders kunnen personen aanwijzen om hen te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan. + +**3.** Indien personen zijn aangewezen om de bewindvoerder te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die Lid-Staat uitoefenen op het grondgebied van Nederland. + +### Artikel 80r + +**1.** Voor het bewijs van aanwijzing van de bewindvoerder uit een andere Lid-Staat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de Lid-Staat gegeven schriftelijke verklaring. + +**2.** De bewindvoerder uit een andere Lid-Staat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift. + +### Artikel 80s + +**1.** Op verzoek van een bewindvoerder uit een andere Lid-Staat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een saneringsmaatregel, vastgesteld in een andere lid-staat dan Nederland, door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Faillissementswet. ## Hoofdstuk XI. Betrekkingen met derde landen @@ -1489,6 +1673,20 @@ d. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 31 onderscheidenlijk 32 dan wel **6.** Een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid kan door de Bank worden ingetrokken indien niet binnen de door de Bank gestelde termijn aan het bepaalde in het vijfde lid is voldaan. Alsdan is artikel 15 tweede tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 81a + +**1.** Indien de verklaring, bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, betrekking heeft op een kredietinstelling die is gevestigd in een Staat die geen Lid-Staat is en geen machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, is gegeven, stelt de griffier van de rechtbank de Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Bank stelt daarna onverwijld de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten waar de kredietinstelling een bijkantoor heeft in kennis van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Bank stelt de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten van de Unie in kennis van de beschikking en van de beëindiging van de noodregeling, bedoeld in hoofdstuk X. + +**2.** Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel b, betreffende een kredietinstelling die is gevestigd in een Staat die geen Lid-Staat is en de bewindvoerder overgaat tot liquidatie, alsmede indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel c, stelt de griffier van de rechtbank de Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Bank stelt daarna onverwijld de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten waar de kredietinstelling een bijkantoor heeft in kennis van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Bank stelt de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten in kennis van de beschikking en van de beëindiging van de noodregeling. + +**3.** Indien een vergunning als bedoeld in artikel 31 overeenkomstig artikel 76e, eerste of tweede lid, wordt ingetrokken, stelt de Bank de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten waar de kredietinstelling een bijkantoor heeft in kennis van die intrekking. + +### Artikel 81b + +**1.** Indien een kredietinstelling die is gevestigd in een Staat die geen Lid-Staat is een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere Lid-Staten, trachten zowel de rechtbank als de Bank hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van die andere lidstaten. + +**2.** In het in het eerste lid bedoelde geval trachten de in Nederland benoemde bewindvoerders hun optreden te coördineren met de bewindvoerders in de andere Lid-Staten waarin aan de kredietinstelling een vergunning is verleend. + ## Hoofdstuk XII. Bijzondere bepalingen ### Paragraaf 1. Verbod op het ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van het publiek