2013-04-01 | BWBR0007795 | Algemene nabestaandenwet
This commit is contained in:
parent
eed0dd930d
commit
e724fd51df
1 changed files with 1 additions and 7 deletions
|
|
@ -1063,7 +1063,7 @@ In afwijking van het tweede lid wordt in de maand waarin de nabestaande de pensi
|
|||
– X staat voor het aantal dagen gelegen in de maand waarin de nabestaande de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, voordat de nabestaande deze leeftijd heeft bereikt, en
|
||||
– Y staat voor het aantal dagen van de maand waarin de nabestaande de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**12.** De nabestaandenuitkering en de halfwezenuitkering bedragen voor de nabestaande een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het op grond van het eerste tot en met het elfde lid vastgestelde bedrag indien de nabestaande respectievelijk de halfwees woont buiten Nederland, een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. Het percentage wordt zo bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar de nabestaande respectievelijk de hafwees woonachtig is en dat van Nederland. Het percentage bedraagt maximaal 100.
|
||||
**13.** De nabestaandenuitkering en de halfwezenuitkering bedragen voor de nabestaande een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het op grond van het eerste tot en met het elfde lid vastgestelde bedrag indien de nabestaande respectievelijk de halfwees woont buiten Nederland, een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. Het percentage wordt zo bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar de nabestaande respectievelijk de hafwees woonachtig is en dat van Nederland. Het percentage bedraagt maximaal 100. Bij de toepassing van de eerste zin blijven de artikelen 17, derde lid, en 25, tweede lid, buiten toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
|
|
@ -1072,12 +1072,6 @@ Hoofdstuk 3, afdeling I, paragraaf 9, is niet van toepassing op de persoon die:
|
|||
a) op 31 december 1999 op grond van artikel 14, 22 dan wel 26, recht heeft op een nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering dan wel wezenuitkering en op die dag niet in Nederland woont, en
|
||||
b) op 19 december 2005 dit recht op nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering dan wel wezenuitkering uitsluitend nog heeft op grond van artikel 2 van de wet van 9 december 2004, houdende goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 28 juni 1962 te Genève totstandgekomen Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid (Verdrag Nr. 118 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting; Trb. 1962, 122 en Trb. 1964, 23) (Stb. 2004, 715).
|
||||
|
||||
### Artikel 68a
|
||||
|
||||
**1.** Hoofdstuk 3, afdeling I, paragraaf 9, is niet van toepassing op de persoon op wie die paragraaf als gevolg van de opzegging van een verdrag, beëindiging van de voorlopige toepassing van een verdrag dan wel de beëindiging van een daarmee gelijk te stellen situatie van toepassing zou worden, zolang deze persoon blijft wonen in hetzelfde land als het land waar hij op de dag voor buitenwerkingtreding als gevolg van die opzegging respectievelijk op de dag voor de beëindiging woonde en blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering dan wel wezenuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister deelt mede ten aanzien van welk land, met inbegrip van de dag waarop, een verdrag als bedoeld in het eerste lid buitenwerking is getreden dan wel de voorlopige toepassing van een verdrag of een daarmee gelijk te stellen situatie als bedoeld in het eerste lid is beëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
**1.** Tot de dag met ingang waarvan hij een nieuw recht heeft op nabestaandenuitkering op grond van deze wet behoudt de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een tijdelijke uitkering op grond van artikel 13 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet deze uitkering voor de nog resterende periode, die is vastgesteld op grond van dit artikel van de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Daarbij wordt inkomen bestaande uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten op de tijdelijke uitkering in mindering gebracht.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue