2010-07-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

This commit is contained in:
Coornhert 2010-07-01 12:00:00 +00:00
parent f9921245fc
commit e72b020261

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
bwb_id: BWBW33099
type: circulaire
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2008-07-13'
datum_inwerkingtreding: '2010-06-17'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBW33099
citeertitel: Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
---
@ -1246,17 +1246,45 @@ Met ingang van 1 maart 2009 verkrijgen minderjarige kinderen die jonger zijn dan
#### 5. Naamskeuze voor/door de optant
De verkrijging van de Nederlandse nationaliteit heeft op zich geen invloed op de geslachtsnaam of op de voornamen van de optant. Dat vloeit voort uit artikel 4, tweede lid, WCN. Omdat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door optie ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN rechtstreeks verband houdt met de erkenning of de wettiging (het betreft in feite een uitgestelde verkrijging van de Nederlandse nationaliteit), heeft de wetgever het redelijk geacht de hier bedoelde optanten in de gelegenheid te stellen op het tijdstip van de optie een naamskeuze te doen. In dit verband wordt de aandacht gevestigd op artikel 5b onder b WCN, waarvan de tekst luidt:
Een ongehuwde Italiaanse vrouw bevalt op 1 april 2000 van een zoon. Op 1 april 2010 erkent een Nederlander, met wie de vrouw al twee jaar een relatie heeft en samenwoont, het minderjarige kind, omdat zij beiden graag willen dat het kind een vader en de Nederlandse nationaliteit krijgt. Omdat het kind echter inmiddels ouder is dan zeven jaar dient de Nederlander zijn biologische vaderschap aan te tonen bij of binnen een jaar na erkenning voordat deze erkenning voor het kind nationaliteitsrechtelijke gevolgen heeft. Omdat de Nederlander weet dat hij onmogelijk de biologische vader kan zijn van het kind, omdat hij op het moment van de geboorte de Italiaanse vrouw nog niet kende, besluit hij geen DNA-onderzoek uit te laten voeren. Nadat hij het kind drie jaar heeft verzorgd en opgevoed kan hij, indien hij het gezag heeft over het kind en derhalve kan optreden als wettelijk vertegenwoordiger van het kind, een optieverklaring afleggen op grond van artikel 6, eerste lid aanhef en onder c RWN.
De ongehuwde vrouw D van Surinaamse nationaliteit heeft uit een relatie met de Nederlander E kind F gekregen. Dit kind is op 30 september 2005 geboren te Amsterdam. F is uitsluitend in het bezit van de Surinaamse nationaliteit. D en E wonen niet samen en zijn dat ook niet van plan. E is bereid om kind F als het zijne te erkennen en financieel bij te dragen aan zijn onderhoud. De dagelijkse verzorging en opvoeding laat hij liever over aan D. D en E spreken af dat E zijn kind wel af en toe mag meenemen voor bezoekjes aan oma. Zowel D als E vinden het belangrijk dat F in het bezit komt van de Nederlandse nationaliteit. Zij vragen daarover advies aan een ambtenaar Burgerzaken van de Gemeente Amsterdam. Deze adviseert E het kind niet te erkennen, maar moeder D bij de Rechtbank Amsterdam een verzoek in te laten dienen tot vaststelling van het vaderschap van F. Dit is een goed advies. Immers, E zal vermoedelijk nooit in gezinsverband met F gaan samenwonen en het is twijfelachtig of hij ooit intensief bij de opvoeding en verzorging van F zal zijn betrokken. Een optie op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN zal vermoedelijk nooit met succes ten behoeve van F kunnen worden afgelegd. Door vaststelling van het vaderschap van E krijgt F op grond van artikel 4, eerste lid, RWN van rechtswege de Nederlandse nationaliteit.
Om keuze van de geslachtsnaam mogelijk te maken voor kinderen, die buiten Nederland zijn erkend of gewettigd is bij artikel IIA, onder 1, van de rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270) de tekst van artikel 5b onder a van de WCN gewijzigd in de tekst zoals deze gold tot 1 april 2003:
Indien een kind buiten Nederland rechtsgeldig is erkend of gewettigd, door deze erkenning of wettiging in familierechtelijke betrekkingen tot de vader is komen te staan en daarbij het Nederlanderschap heeft verkregen of behouden, en indien de geslachtsnaam van dat kind na de erkenning of de wettiging niet is bepaald met inachtneming van een naamskeuze in de zin van artikel 5, tweede lid van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, kunnen de moeder en de erkenner gezamenlijk alsnog, tot twee jaar na de erkenning of de wettiging verklaren welke van hun beider geslachtsnaam het kind zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip van de erkenning of de wettiging de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan kan het, tot twee jaar na de erkenning of de wettiging, zelf alsnog verklaren of het de geslachtsnaam van de vader of de moeder zal hebben.
Dit betekent dat in geval van een buitenlandse erkenning of wettiging waarbij voor het betreffende kind dat door die erkenning of wettiging Nederlander is geworden geen naamskeuze is gedaan, alsnog binnen twee jaar na de erkenning of wettiging door de ouders gezamenlijk ten behoeve van het kind een verklaring van naamskeuze kan worden afgelegd. Was het kind zestien jaar of ouders bij de erkenning of wettiging, dan kan het de verklaring van naamskeuze zelf afleggen.
De verkrijging van de Nederlandse nationaliteit heeft op zich geen invloed op de geslachtsnaam of op de voornamen van de optant. Dat vloeit voort uit artikel 4, tweede lid, WCN. Omdat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door optie ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN rechtstreeks verband houdt met de erkenning of de wettiging (het betreft in feite een uitgestelde verkrijging van de Nederlandse nationaliteit), heeft de wetgever het redelijk geacht de hier bedoelde optanten in de gelegenheid te stellen op het tijdstip van de optie een naamskeuze te doen. In dit verband wordt de aandacht gevestigd op artikel 5b onder b WCN, waarvan de tekst luidt:
Indien een kind dat tijdens zijn minderjarigheid door een Nederlander is erkend of zonder erkenning door wettiging het kind van een Nederlander is geworden, door optie het Nederlanderschap verkrijgt en op het tijdstip van de optie tot zijn beide ouders in familierechtelijke betrekkingen staat, kunnen de ouders ter gelegenheid van de optie gezamenlijk verklaren welke van hun beider geslachtsnamen het kind zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip van de optie de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan verklaart het zelf of het de geslachtsnaam van de vader of moeder zal hebben.
Voor de toepassing van artikel 1:5 BW geldt dan ook dat indien in het geval als hier bedoeld, wordt geopteerd voor de Nederlandse nationaliteit en het kind ten tijde van de optie nog tot beide ouders in familierechtelijke betrekking staat, bij de optie door de ouders gezamenlijk ten behoeve van het kind een verklaring van naamskeuze kan worden afgelegd. Is het kind op het tijdstip van de optie zestien jaar of ouder, dan kan het uitsluitend zélf de verklaring van naamskeuze afleggen. De verklaring van naamskeuze als hier bedoeld kan, volgens artikel 5c WCN, uitsluitend worden afgelegd ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand waar de optie voor het Nederlanderschap in ontvangst wordt genomen. Op grond van deze verklaring wordt vervolgens door de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van naamskeuze opgemaakt volgens het daarvoor gebruikelijke aktemodel. Wordt bij het afleggen van de optieverklaring geen akte van naamskeuze opgemaakt, dan behoudt het kind de naam die het bij het afleggen van de optieverklaring draagt.
Vermeld zij nog dat uit artikel 1:5, achtste lid, BW voortvloeit dat de ouders de verklaring slechts kunnen afleggen ten aanzien van de geslachtsnaam van het eerste kind tot wie beide ouders in familierechtelijke betrekking staan (volgende kinderen van dezelfde ouders hebben namelijk dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind), doch dat dit vereiste van eerstgeborene niet geldt bij naamskeuze door een kind van zestien jaar en ouder. Als andere (in het buitenland geboren kinderen) toch een andere geslachtsnaam hebben dan het eerste kind, dan kunnen de ouders voor deze kinderen overigens wel door naamskeuze aan de latere kinderen dezelfde geslachtsnaam als aan het eerste kind geven. Voorts zij vermeld dat in artikel 1:5, negende lid, BW is geregeld dat indien één van de ouders is overleden voorafgaand aan het tijdstip waarop de naamskeuze uiterlijk moet zijn gedaan, en de naamskeuze niet is gedaan, de andere ouder een verklaring omtrent de naamskeuze kan afleggen. Hetzelfde geldt indien één van de ouders wegens geestelijke stoornis onder curatele staat dan wel ten aanzien van hem of haar een mentorschap bestaat.
Behoeft de bij de optie gekozen naam nog aanpassing (vaststelling spelling en/of overbrenging in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens (vergelijk artikel 6, zesde lid, RWN), dan dient dat in een verzoek om naamsvaststelling en in de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap tot uitdrukking te worden gebracht.
Heeft het kind geen geslachtsnaam of voornaam, maar slechts een naam of een naamsketen en wordt geen naamskeuze gedaan, dan volgt vaststelling van de namen overeenkomstig artikel 6, zesde lid, RWN. Wordt voor laatstbedoeld kind wel naamskeuze gedaan, dan worden bij de optie alleen zijn voornamen vastgesteld; zijn geslachtsnaam wordt immers de naam waarvoor in het kader van de verklaring van naamskeuze is gekozen.
De akte van naamskeuze, die gelijktijdig met het afleggen van de optieverklaring wordt opgemaakt, heeft pas rechtsgevolg vanaf de datum waarop de verkrijging van het Nederlanderschap wordt bevestigd en pas (met terugwerkende kracht) nadat het besluit op de naturalisatieceremonie is uitgereikt. Wordt die verkrijging niet bevestigd of niet uitgereikt, dan heeft de akte van naamskeuze geen rechtsgevolg.
*Voorbeeld*
Een ongehuwde Italiaanse vrouw bevalt op 1 april 2000 van een zoon. Op 1 april 2010 erkent een Nederlander, met wie de vrouw al twee jaar een relatie heeft en samenwoont, het minderjarige kind, omdat zij beiden graag willen dat het kind een vader en de Nederlandse nationaliteit krijgt. Omdat het kind echter inmiddels ouder is dan zeven jaar dient de Nederlander zijn biologische vaderschap aan te tonen bij of binnen een jaar na erkenning voordat deze erkenning voor het kind nationaliteitsrechtelijke gevolgen heeft. Omdat de Nederlander weet dat hij onmogelijk de biologische vader kan zijn van het kind, omdat hij op het moment van de geboorte de Italiaanse vrouw nog niet kende, besluit hij geen DNA-onderzoek uit te laten voeren. Nadat hij het kind drie jaar heeft verzorgd en opgevoed kan hij, indien hij het gezag heeft over het kind en derhalve kan optreden als wettelijk vertegenwoordiger van het kind, een optieverklaring afleggen op grond van artikel 6, eerste lid aanhef en onder c RWN.
*Naamskeuze in geval van buitenlandse erkenning of wettiging*
Om keuze van de geslachtsnaam mogelijk te maken voor kinderen, die buiten Nederland zijn erkend of gewettigd is bij artikel IIA, onder 1, van de rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270) de tekst van artikel 5b onder a van de WCN gewijzigd in de tekst zoals deze gold tot 1 april 2003:
Indien een kind buiten Nederland rechtsgeldig is erkend of gewettigd, door deze erkenning of wettiging in familierechtelijke betrekkingen tot de vader is komen te staan en daarbij het Nederlanderschap heeft verkregen of behouden, en indien de geslachtsnaam van dat kind na de erkenning of de wettiging niet is bepaald met inachtneming van een naamskeuze in de zin van artikel 5, tweede lid van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, kunnen de moeder en de erkenner gezamenlijk alsnog, tot twee jaar na de erkenning of de wettiging verklaren welke van hun beider geslachtsnaam het kind zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip van de erkenning of de wettiging de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan kan het, tot twee jaar na de erkenning of de wettiging, zelf alsnog verklaren of het de geslachtsnaam van de vader of de moeder zal hebben.
Dit betekent dat in geval van een buitenlandse erkenning of wettiging waarbij voor het betreffende kind dat door die erkenning of wettiging Nederlander is geworden geen naamskeuze is gedaan, alsnog binnen twee jaar na de erkenning of wettiging door de ouders gezamenlijk ten behoeve van het kind een verklaring van naamskeuze kan worden afgelegd. Was het kind zestien jaar of ouder bij de erkenning of wettiging, dan kan het de verklaring van naamskeuze zelf afleggen.
Artikel 5, achtste lid, van Boek 1 Burgerlijk Wetboek heeft ook betrekking op naamskeuze en is eveneens aangepast bij artikel IIA, onder 2, van de rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270). De gewijzigde tekst van dit artikel, voor zover in dit kader van belang is: Een verklaring van de ouders als bedoeld in het tweede, derde, vierde of zesde lid kan slechts ten aanzien van de geslachtsnaam van het eerste kind, tot wie beide ouders in familierechtelijke betrekking staan worden afgelegd. Onverminderd het zevende lid, hebben volgende kinderen van dezelfde ouders dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind, met dien verstande dat in het geval dat volgende kinderen blijkens de geboorteakte of krachtens toepasselijk recht een naam hebben die afwijkt van de naam van het eerste kind, de ouders kunnen verklaren dat het desbetreffende kind dezelfde geslachtsnaam zal hebben als het eerste kind.
In het Nederlandse naamrecht geldt de eenheid van naam als uitgangspunt. Dit betekent dat bij het eerste kind de ouders een naamskeuze doen en eventuele volgende kinderen dezelfde geslachtsnaam krijgen. Het is echter mogelijk dat de totstandkoming van de familierechtelijke betrekkingen tussen de ouders en een volgend kind en de toepasselijkheid van het Nederlandse namenrecht niet op het zelfde moment plaatsvindt, waardoor in de geboorteakte van het kind een andere geslachtsnaam is opgenomen dan die van het eerste kind. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn, indien een (volgend) kind naar buitenlands recht is erkend of geadopteerd. Om ook in die gevallen de eenheid van naam in een gezin te verkrijgen krijgen ouders de gelegenheid om bij een ambtenaar van de burgerlijke stand te verklaren dat het desbetreffende kind dezelfde geslachtsnaam zal hebben als het eerste kind.
Indien een kind dat ouder is dan zeven jaar op of na 1 maart 2009 door een Nederlander wordt erkend, dient naast de erkenningsakte een separate akte van naamskeuze te worden opgemaakt. Deze naamskeuze is voorwaardelijk, want afhankelijk van de vraag of het kind Nederlander wordt. Deze akte van naamskeuze krijgt eerst rechtskracht indien het biologisch vaderschap van de Nederlander is aangetoond en het kind hierdoor het Nederlanderschap heeft verkregen.
2010460226-03-201017-03-2010WBN2010/12010460226-03-201017-03-2010WBN2010/101-07-2010
#### 6. Overgangsrecht
@ -1737,6 +1765,8 @@ Daarnaast stelt hij, indien de medeverkrijging betrekking heeft op een kind dat
Indien naamsvaststelling heeft plaatsgevonden, worden ook de Centrale Justitiële documentatiedienst en indien in Nederland de ambtenaar van de burgerlijke stand een geboorteakte heeft opgemaakt de betreffende ambtenaar van de burgerlijke stand op de hoogte gesteld. Dit geldt ook voor naamsvaststellingen die gevolgen hebben voor de namen van de kinderen van de optant, van welke kinderen in Nederland bij de ambtenaar van de burgerlijke stand geboorteakten zijn opgemaakt.
###### 2.6.1. Administratieve handeling na de afstandsprocedure (zie
##### 2.7. Archivering
Tot slot archiveert de burgemeester de optieverklaring en de daarbij behorende documenten, alsmede afschriften van de bevestiging gedurende ten minste twaalf jaar na de bekendmaking van de bevestiging (artikel 12, tweede lid, BVVN). Deze bewaarplicht in het BVVN is een uitvloeisel van artikel 14, eerste lid, RWN waarin is voorzien in de intrekking van de verkrijging van het Nederlanderschap binnen twaalf jaar na de bevestiging, indien de verkrijging van het Nederlanderschap berust op een door de betrokken persoon gegeven valse verklaring of bedrog dan wel op het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening relevant feit. Voor de bijzondere gevallen waarin ook na twaalf jaar nog intrekking van de verkrijging van het Nederlanderschap mogelijk is, is een langere archieftijd in het kader van de RWN weliswaar wenselijk, maar niet noodzakelijk, omdat het verzwijgen van dergelijke misdrijven altijd bewust zal gebeuren. De bewaarplicht op grond van artikel 12 BVVN laat overigens onverlet de (bewaar)verplichtingen op grond van de Archiefwet.
@ -1970,15 +2000,67 @@ Naast polygamie zijn er ook andere gronden op grond waarvan ernstige vermoedens
20034404-03-200320034404-03-200301-04-2003
### 6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid
### 6-6. Toelichting ad
Van de kinderen die delen in de verkrijging van het Nederlanderschap en die ook geen geslachts- of voornaam hebben of waarvan de spelling van de namen niet vaststaat, moeten de geslachtsnaam en de voornaam eveneens door de burgemeester worden vastgesteld.
Is bij de optie een verklaring van naamskeuze afgelegd (vergelijk de toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, onder Naamskeuze voor/door de optant) en behoeft de bij de optie gekozen naam nog aanpassing (vaststelling spelling en/of overbrenging in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens), dan dient dat in een verzoek om naamsvaststelling en in de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap tot uitdrukking te worden gebracht.
Zal het kind dat geen geslachtsnaam of voornaam heeft (maar slechts een naam of een naamsketen) door een bij de optie afgelegde verklaring van naamskeuze een geslachtsnaam krijgen, dan word(t)(en) bij de optie, behoudens vorenbedoelde aanpassing van de naam, alleen zijn voorna(a)m(en) vastgesteld; zijn geslachtsnaam wordt immers de naam waarvoor in het kader van de verklaring van naamskeuze is gekozen.
Indien de optant het niet eens is met de wijze waarop zijn namen of die van zijn minderjarige kinderen zijn vastgesteld in de bevestiging van de optieverklaring, kan hij daartegen bezwaar maken bij de burgemeester. De Awb is op deze procedure van toepassing. De bezwaartermijn van zes weken vangt aan met ingang van de dag na die waarop de bevestiging is uitgereikt dan wel is toegezonden aan de betrokkene. Indien het bezwaar gegrond wordt verklaard, wordt de juiste naam in een separaat besluit vastgesteld. Een gewaarmerkte kopie van dit besluit wordt gestuurd naar de instanties die ook een gewaarmerkte kopie van de oorspronkelijke bevestiging hebben ontvangen.
**Indien een persoon op wie de verklaring betrekking heeft, geen geslachtsnaam of voornaam heeft of indien de juiste spelling daarvan niet vaststaat, wordt deze in overleg met hem vastgesteld en in de bevestiging vermeld; zijn naam wordt daarin zonodig in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens overgebracht.**
De verkrijging van het Nederlanderschap heeft op zich geen invloed op iemands geslachtsnaam of voornamen. Dat vloeit voort uit artikel 4, tweede lid, WCN, waarvan de tekst luidt:
De verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door een vreemdeling brengt geen wijziging in diens geslachtsnaam en voornaam, behoudens het bepaalde in artikel 5b, onder b, van deze wet en in de artikelen 6, vijfde lid, en 12 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Dus, bij verkrijging van het Nederlanderschap door optie is in principe geen sprake van wijziging van de namen, tenzij:
de geslachtsnaam wijzigt als gevolg van een bij optie ex artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN of artikel II lid 1 RRWN (2008) (zie aldaar) afgelegde verklaring van naamskeuze als bedoeld in artikel 5b, aanhef en onder b, WCN;
de (spelling van de) geslachts- en/of voorna(a)m(en) bij optie is/zijn vastgesteld (zie ook bij artikel 12 RWN).
In de onderhavige bepaling is geregeld dat wanneer de optant geen geslachts- of voornamen heeft, deze in overleg met hem worden vastgesteld. Wijziging van de geslachtsnaam is, anders dan bij naturalisatie, bij de bevestiging van optie niet mogelijk.
Vaststelling van de naam of de spelling daarvan vindt uitsluitend in twee gevallen plaats:
indien er geen onderscheid bestaat tussen voornaam en geslachtsnaam (bijvoorbeeld Pakistan, Somalië, India, Ethiopië, Indonesië) of indien de naam slechts uit één bestanddeel bestaat;
indien in documenten van gelijke rangorde de namen op uiteenlopende wijze worden gespeld.
De vaststelling van de naam vindt plaats in overleg met de optant. Uit de optieverklaring moet blijken welke naam door de optant wordt gewenst. Vervolgens worden de namen in de bevestiging van de optieverklaring vermeld. Zonodig worden de namen daarbij in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens overgebracht.
*Gevolgen voor de namen van de kinderen*
Van de kinderen die delen in de verkrijging van het Nederlanderschap en die ook geen geslachtsnaam of voorna(a)m(en) hebben of waarvan de spelling van de namen niet vaststaat, moeten de geslachtsnaam en de voorna(a)m(en) eveneens door de burgemeester worden vastgesteld.
*Na naamskeuze op grond van artikel 5b, aanhef en onder b, WCN alleen vaststelling voornaam*
Is bij de optie een akte van naamskeuze opgemaakt (vergelijk de toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, onder Naamskeuze voor/door de optant) en behoeft de bij de optie gekozen naam nog aanpassing (vaststelling spelling en/of overbrenging in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens), dan dient dat in een verzoek om naamsvaststelling en in de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap tot uitdrukking te worden gebracht.
Zal het kind dat geen geslachtsnaam of voornaam heeft (maar slechts een naam of een naamsketen) door een bij de optie opgemaakte akte van naamskeuze een geslachtsnaam krijgen, dan word(t)(en) bij de optie, behoudens vorenbedoelde aanpassing van de naam, alleen zijn voorna(a)m(en) vastgesteld; zijn geslachtsnaam wordt immers de naam waarvoor in het kader van de akte van naamskeuze is gekozen.
*Bezwaar*
Indien de optant het niet eens is met de wijze waarop zijn namen of die van zijn minderjarige kinderen zijn vastgesteld in de bevestiging van de optieverklaring, kan hij daartegen bezwaar maken bij de burgemeester. De Awb is op deze procedure van toepassing. De bezwaartermijn van zes weken vangt aan met ingang van de dag na die waarop de bevestiging is uitgereikt dan wel is toegezonden aan de betrokkene. Indien het bezwaar gegrond wordt verklaard, wordt de juiste naam in een separaat besluit vastgesteld. Een gewaarmerkte kopie van dit besluit wordt gestuurd naar de instanties die ook een gewaarmerkte kopie van de oorspronkelijke bevestiging hebben ontvangen.
2010460226-03-201017-03-2010WBN2010/12010460226-03-201017-03-2010WBN2010/101-07-2010
### 6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid
@ -2083,6 +2165,8 @@ Indien de optant het niet eens is met de wijze waarop zijn namen of die van zijn
200824822-12-200810-12-2008INDUIT08-4275200824822-12-200810-12-2008INDUIT08-427501-03-2009
## 6a
## 7
RWN: artikelen 2; 8 t/m 13 en 21
@ -2981,7 +3065,7 @@ De verzoeker kan een beroep doen op de gedeeltelijke vrijstellingsgronden als ge
een certificaat oudkomers als bedoeld in de Regeling certificaat oudkomers, met daarop de aantekening dat voor de onderdelen Lezen, Spreken, Schrijven en Luisteren tenminste het niveau 2 van referentie kader NT2 is behaald; én
een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven gewaarmerkte kopie over de verklaring van de onderwijsinstelling waar de NT2-profieltoets is afgelegd.
De verzoeker die een beroep doet op vrijstelling van het praktijkgedeelte als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering (assessment of portfolio dan wel een combinatie hiervan) alsmede van het elektronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN) dient nog wel het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) af te leggen. Dit toont verzoeker aan door de door de DUO verstrekte resultatenbrief van het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) te overleggen, met het resultaat geslaagd.
De verzoeker die een beroep doet op vrijstelling van het praktijkgedeelte als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering (assessment of portfolio dan wel een combinatie hiervan) alsmede van het elektronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN) dient nog wel het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) af te leggen. Dit toont verzoeker aan door de door de DUO verstrekte resultatenbrief van het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) te overleggen, met het resultaat geslaagd.
Bij indiening van het verzoek om naturalisatie dient betrokkene gelet op het vorenstaande de volgende documenten te overleggen: certificaat oudkomers, gewaarmerkt kopie verklaring onderwijsinstelling en de resultatenbrief van het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving (KNS).
@ -2995,7 +3079,7 @@ Indien betrokkene is vrijgesteld van het vorengenoemd onderdeel en voor de overi
Bij indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt hij de resultatenbrief en het certificaat naturalisatietoets waaruit blijkt dat deel I is behaald.
Van het afleggen van het examen kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) is vrijgesteld de verzoeker die aantoont dat hij bij het op grond van de Wet inburgering nieuwkomers (1998-2006) behaalde Certificaat Inburgering het onderdeel Maatschappij Oriëntatie met een voor de naturalisatie voldoende niveau heeft behaald.
Van het afleggen van het examen kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) is vrijgesteld de verzoeker die aantoont dat hij bij het op grond van de Wet inburgering nieuwkomers (19982006) behaalde Certificaat Inburgering het onderdeel Maatschappij Oriëntatie met een voor de naturalisatie voldoende niveau heeft behaald.
Het niveau van het onderdeel Maatschappij Oriëntatie wordt als voldoende beoordeeld indien het hier het niveau 2 van de Kwalificatiestructuur Educatie (KSE) betreft. Het behaalde niveau moet blijken uit het Certificaat Inburgering of de bij het Certificaat behorende ROC-verklaring. Indien op deze twee bescheiden het behaalde KSE-niveau niet is vermeld, geldt dat geconcludeerd moet worden dat het niveau 2 KSE is behaald indien de score 85% of hoger is (tot en met 31 augustus 2001) of 80% of hoger is (vanaf 1 september 2001). De datum van de ROC-verklaring is bepalend voor de vaststelling welk percentage dient te zijn behaald. Indien betrokkene is vrijgesteld van het vorengenoemd onderdeel en voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen slaagt, dan krijgt hij voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen een resultatenbrief. De overige onderdelen van het inburgeringsexamen zijn: het decentraal praktijkdeel (assessment of portfolio dan wel een combinatie hiervan), de Toets Gesproken Nederlands (TGN) en het Elektronisch Praktijkexamen (EPE).
@ -3003,9 +3087,9 @@ Bij indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het Certifi
de resultatenbrief van het inburgeringsexamen waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor de onderdelen EPE, TGN en het decentraal praktijkdeel; of
een verklaring educatie waaruit blijkt dat ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald, dan wel ten minste het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen. Het document dient te zijn afgegeven op basis op basis van de resultaten van een toets ter afronding van een NT2-taaltraject; of
het certificaat als bedoeld in artikel 4, eerste lid Regeling naturalisatietoets Nederland (het oudkomers Certificaat) met daarop de aantekening dat voor de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken is behaald ten minste het niveau 2 van het referentiekader NT2.
het certificaat als bedoeld in artikel 4, eerste lid Regeling naturalisatietoets Nederland (het oudkomers Certificaat) met daarop de aantekening dat voor de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken is behaald ten minste het niveau 2 van het referentiekader NT2.
Van het afleggen van het praktijkgedeelte als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering (assessment of portfolio dan wel een combinatie hiervan) alsmede van het elektronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN) is vrijgesteld de verzoeker die aantoont dat hij in het op grond van de Wet inburgering nieuwkomers (1998-2006) behaalde Certificaat Inburgering Nieuwkomers, het onderdeel Nederlands als Tweede Taal heeft behaald met een voor de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken voldoende niveau voor de naturalisatie.
Van het afleggen van het praktijkgedeelte als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering (assessment of portfolio dan wel een combinatie hiervan) alsmede van het elektronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN) is vrijgesteld de verzoeker die aantoont dat hij in het op grond van de Wet inburgering nieuwkomers (19982006) behaalde Certificaat Inburgering Nieuwkomers, het onderdeel Nederlands als Tweede Taal heeft behaald met een voor de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken voldoende niveau voor de naturalisatie.
Het niveau van het onderdeel Nederlands als Tweede Taal wordt als voldoende beoordeeld indien hiervoor ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald, dan wel ten minste het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen. Bij indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt hij het Certificaat Inburgering Nieuwkomers én de bij het certificaat behorende ROC-verklaring waaruit dit blijkt. Indien uit het Certificaat Inburgering blijkt dat de verzoeker voor alle vier taalonderdelen ten minste niveau 2 heeft behaald, dan moet hij in het kader van de naturalisatieprocedure nog slechts het onderdeel Kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) van het centrale deel van het inburgeringsexamen behalen. Indien betrokkene slaagt voor het examen KNS, dan ontvangt hij hiervan een resultaatbrief.
@ -3015,7 +3099,7 @@ Bij indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het Certifi
deel 1 van de naturalisatietoets; of
het Certificaat inburgering en de bij het certificaat behorende ROC-verklaring waaruit blijkt dat het onderdeel Maatschappij - 0riëntatie ten minste met niveau 2 KSE is beoordeeld.
Van het afleggen van het praktijkgedeelte als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering (assessment of portfolio dan wel een combinatie hiervan) alsmede van het elektronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN) is vrijgesteld de verzoeker die middels een Verklaring Educatie van het ROC kan aantonen dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal bij de onderdelen lezen, luisteren, spreken en schrijven ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald, dan wel ten minste het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen. Het document dient te zijn afgegeven op basis van de resultaten van een toets ter afronding van een NT2-taaltraject.
Van het afleggen van het praktijkgedeelte als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering (assessment of portfolio dan wel een combinatie hiervan) alsmede van het elektronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN) is vrijgesteld de verzoeker die middels een Verklaring Educatie van het ROC kan aantonen dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal bij de onderdelen lezen, luisteren, spreken en schrijven ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald, dan wel ten minste het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen. Het document dient te zijn afgegeven op basis van de resultaten van een toets ter afronding van een NT2-taaltraject.
Toetsen waarvan gebruik gemaakt kan worden zijn de NIVOR-toets (Cito), de Trajecttoets NT2 (Bureau ICE), de Profieltoets NT2 of eigen toetsen van ROCs. Het NT2-taaltraject kan als zelfstandig traject zijn aangeboden of onderdeel zijn van een bredere cursus, traject, opleiding of module. In alle gevallen betreft het een traject dat in ieder geval is bekostigd uit middelen voor de Wet educatie en beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met middelen voor de Wet werk en bijstand of andere middelen. Het traject wordt vaak aangeduid als educatietraject. Verklaringen die zijn afgegeven zonder dat de deelnemers zijn getoetst, bijvoorbeeld als een deelnemer (door ziekte) niet aanwezig is op het moment van toetsing, kunnen niet leiden tot een vrijstelling. Deze verklaringen worden veelal bewijzen van deelname genoemd.
@ -3027,14 +3111,35 @@ a. de naam van het document;
b. de naam en handtekening van de verantwoordelijke van het regionaal opleidingencentrum;
c. de echtheidskenmerken van het regionaal opleidingencentrum;
d. de naam en geboortedatum van de deelnemer aan het NT2-taaltraject die overeenkomen met de naam en geboortedatum zoals vermeld op zijn identiteitsdocument;
e. de behaalde taalniveaus uitgesplitst naar de vier taalvaardigheden Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken.
e. de behaalde taalniveaus uitgesplitst naar de vier taalvaardigheden Lezen,
Luisteren, Schrijven en Spreken.
f. de datum waarop de toetsresultaten zijn behaald.
Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker de Verklaring Educatie die aan bovengenoemde eisen voldoet, en waaruit blijkt dat verschillen taalonderdelen tenminste op niveau 2 zijn behaald en
de resultatenbrief van het inburgeringsexamen waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor KNS; of
deel 1 van de naturalisatietoets (zoals die tot 1 januari 2007 gold); of
het Certificaat inburgering nieuwkomers en de bij het certificaat behorende ROC-verklaring waaruit blijkt dat het onderdeel Maatschappij Oriëntatie ten minste met niveau 2 KSE is beoordeeld.
deel 1 van de naturalisatietoets (zoals die tot 1 januari 2007 gold); of
het Certificaat inburgering nieuwkomers en de bij het certificaat behorende
ROC-verklaring waaruit blijkt dat het onderdeel Maatschappij Oriëntatie ten minste met niveau 2 KSE is beoordeeld.
Van het afleggen van het praktijkgedeelte als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering (assessment of portfolio dan wel een combinatie hiervan) alsmede van het elektronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN) is vrijgesteld de verzoeker die beschikt over één van de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CnaVT):
a. Certificaat Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid (ERK-niveau B1);
b. Certificaat Profiel Professionele Taalvaardigheid (ERK-niveau B2);
c. Certificaat Profiel Taalvaardigheid Hoger Onderwijs (ERK-niveau B2);
d. Certificaat Profiel Academische Taalvaardigheid (ERK-niveau C1).
In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog slechts het onderdeel Kennis van de Nederlandse samenleving van het inburgeringsexamen behalen. Indien de verzoeker hiervoor slaagt, dan ontvangt hij hiervan een resultatenbrief.
Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker één van de vier certificaten zoals hierboven omschreven én:
de resultatenbrief van het inburgeringsexamen waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor KNS; of
deel 1 van de naturalisatietoets (zoals die tot 1 januari 2007 gold); of
het Certificaat inburgering nieuwkomers en de bij het certificaat behorende
ROC-verklaring waaruit blijkt dat het onderdeel Maatschappij Oriëntatie ten minste met niveau 2 KSE is beoordeeld.
###### 2.2.2. Procedure (gedeeltelijke) vrijstelling
@ -3086,20 +3191,20 @@ Mocht daartoe aanleiding bestaan dan kan tijdens de naturalisatieprocedure het m
Artikel 6 van de Regeling naturalisatietoets Nederland geeft hieraan uitwerking. Het gaat hier om een verzoeker die:
1. niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Nederlandse taal, en
1. **niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Nederlandse taal, en
2. van wie, gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij (nog) Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar.
Wel dient betrokkene de toets gesproken Nederlands (TGN) op A2 niveau te behalen om het kunnen spreken en verstaan van het Nederlands op het voor naturalisatie gewenste niveau aan te tonen. Separaat hieraan zal betrokkene dienen aan te tonen welke inspanning hij heeft verricht om gealfabetiseerd te raken.
Betrokkene is ontheven van het examen, indien hij een verklaring overlegt van het ROC Amsterdam, waarin deze aangeeft dat betrokkene wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet in staat geacht kan worden het examen te behalen. Voorts zal bij indiening van een naturalisatieverzoek de door de DUO verstrekte resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands (TGN), met het resultaat “geslaagd” moeten worden overgelegd.
Betrokkene is ontheven van het examen, indien hij een verklaring overlegt van het ROC Amsterdam, waarin deze aangeeft dat betrokkene wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet in staat geacht kan worden het examen te behalen. Voorts zal bij indiening van een naturalisatieverzoek de door de DUO verstrekte resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands (TGN), met het resultaat geslaagd moeten worden overgelegd.
Het bovenstaande leidt ertoe dat bij een beroep op deze ontheffingsgrond een nader onderzoek moet worden ingesteld. In dit onderzoek worden de volgende factoren meegenomen: de mate van het niet gealfabetiseerd zijn, de mate van extra inspanning om gealfabetiseerd te raken, alsmede het leervermogen van betrokkene, de vooropleiding en de leeftijd.
Dit zogenaamde haalbaarheidsonderzoek vindt conform artikel 6, tweede lid, Regeling naturalisatietoets Nederland uitsluitend plaats bij het Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) van Amsterdam. Dit ROC beoordeelt of het haalbaar is voor betrokkene binnen een tijdsbestek van vijf jaar Nederlands te leren lezen en schrijven op niveau 2 van het Referentiekader Nederlands als Tweede Taal. Betrokkene dient zelf voor het haalbaarheidsonderzoek te betalen. De kosten voor het haalbaarheidsonderzoek bedroegen vanaf 1 januari 2009 €221 en bedragen vanaf 1 januari 2010 €226.
Dit zogenaamde haalbaarheidsonderzoek vindt conform artikel 6, tweede lid, Regeling naturalisatietoets Nederland uitsluitend plaats bij het Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) van Amsterdam. Dit ROC beoordeelt of het haalbaar is voor betrokkene binnen een tijdsbestek van vijf jaar Nederlands te leren lezen en schrijven op niveau 2 van het Referentiekader Nederlands als Tweede Taal. Betrokkene dient zelf voor het haalbaarheidsonderzoek te betalen. De kosten voor het haalbaarheidsonderzoek bedragen vanaf 1 juli 2010 € 287.
Hierbij is gekozen voor een berekening analoog aan die van de jaarlijkse indexering van de optie- en naturalisatiegelden, waarbij wordt gekeken naar de loonontwikkeling. Het percentage waarmee de optie- en naturalisatiegelden per 1 januari 2010 zijn verhoogd, bedraagt 2,4%. Het tarief van het haalbaarheidsonderzoek is met hetzelfde percentage verhoogd.
Het tarief voor het haalbaarheidsonderzoek wordt jaarlijks geïndexeerd (artikel 6, lid 5, Regeling Naturalisatietoets Nederland). Hierbij is gekozen voor een berekening analoog aan die van de jaarlijkse indexering van de optie- en naturalisatiegelden, waarbij wordt gekeken naar de loonontwikkeling.
Om administratieve lasten te voorkomen is het bedrag afgerond. De datum aanmelding ROC is bepalend voor de vaststelling van de vraag welk tarief geldt.
Om administratieve lasten te voorkomen wordt het bedrag afgerond. De datum aanmelding ROC is bepalend voor de vaststelling van de vraag welk tarief geldt.
Gezien de vorm waarin het inburgeringsexamen wordt afgenomen, kunnen de onderdelen, praktijkdeel examen, kennis Nederlandse samenleving (KNS) en elektronisch praktijkexamen (EPE) bij een geslaagd beroep op niet gealfabetiseerd zijn niet op reguliere wijze door betrokkene worden afgelegd. Kunnen lezen is nu eenmaal een minimale voorwaarde om deze onderdelen af te kunnen leggen. Bij de toets gesproken Nederlands (TGN) geldt de voorwaarde van het kunnen lezen echter niet. Bij een geslaagd beroep op niet gealfabetiseerd zijn moet de niet gealfabetiseerde verzoeker derhalve de vaardigheden spreken en luisteren door middel van de toets gesproken Nederlands (TGN) afleggen.
@ -3839,6 +3944,22 @@ Verzoeker wordt door de burgemeester in de voorlichtingsfase gewezen op de verpl
Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de nationaliteit bij naturalisatie tot Nederlander. Bij deze lijst wordt het volgende aangetekend: het betreft hier een momentopname voor zover bij het Ministerie van Justitie bekend ten tijde van het verschijnen van deze gewijzigde landenlijst. Gebruikers van deze lijst die stuiten op wijzigingen of onjuistheden, wordt verzocht dit schriftelijk aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Justitie te melden onder vermelding van het onderwerp: Afstandsverplichting bij naturalisatie.
De schrijfwijze van de namen van staten is conform de lijst van landnamen, de officiële schrijfwijze voor het Nederlandse taalgebied, van de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige namen, 1994.
A = automatisch verlies
B = geen automatisch verlies maar het doen van afstand is mogelijk.
Indien volgens de vreemde nationaliteitswetgeving het doen van afstand mogelijk is, betekent dit niet dat zulks altijd daadwerkelijk door de Nederlandse autoriteiten wordt verlangd. Van de verplichting om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, bestaan vrijstellingen. Zie daarvoor artikel 9 lid 3 RWN en artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (Stcrt. 2003, 54).
C = geen automatisch verlies; het doen van afstand is niet mogelijk
D = partij bij het Verdrag van Straatsburg
E = partij bij het Tweede Protocol van het Verdrag van Straatsburg
Onbekend = geen automatisch verlies, tot het tegendeel bewezen is
| Afghanistan | B |
| --- | --- |
| Albanië | B |
@ -3850,87 +3971,61 @@ Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de na
| Armenië | B |
| Australië | B De Australische nationaliteit ging tot 03.04.2002 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 (zie TBN 2002/3). |
| Azerbeidzjan | B |
| Bahama's | B, echter in sommige gevallen C. Burgers van de Bahamas die de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt kunnen afstand doen. Burgers van de Bahamas, die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, kunnen geen afstand doen. |
| Bahamas | B, echter in sommige gevallen C. Burgers van de Bahamas die de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt kunnen afstand doen. Burgers van de Bahamas, die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, kunnen geen afstand doen. |
| Bahrein | B |
| Bangladesh | C |
| Barbados | B |
| Belarus (Wit-Rusland) | Zie Wit-Rusland |
| België | B |
| | Vanaf 28.04.2008 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. Omdat België tot 28.04.2008 partij was bij het Verdrag van Straatsburg was tot die datum sprake van automatisch verlies indien de Nederlandse nationaliteit werd verkregen. De Belgische nationaliteitswetgeving is per 1 april 2007 gewijzigd waardoor een dubbele nationaliteit mogelijk is. Tot 28.04.2008 gold: A, D (zie TBN 2007/10) en TBN 2008/10). |
| België | B Vanaf 28.04.2008 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. Omdat België tot 28.04.2008 partij was bij het Verdrag van Straatsburg was tot die datum sprake van automatisch verlies indien de Nederlandse nationaliteit werd verkregen. De Belgische nationaliteitswetgeving is per 1 april 2007 gewijzigd waardoor een dubbele nationaliteit mogelijk is. Tot 28.04.2008 gold: A, D (zie TBN 2007/10) en TBN 2008/10). |
| Belize | B |
| Benin | B |
| Bhutan | A |
| Birma (Myanmar) | Zie Myanmar |
| Bolivia | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5). |
| Bosnië-Herzegovina | A |
| | Onderdanen van Bosnië-Herzegovina die na 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit hebben gekregen door optie of naturalisatie hebben de nationaliteit van Bosnië- Herzegovina automatisch verloren conform artikel 17 van de Wet betreffende het staatsburgerschap van Bosnië-Herzegovina van 1998 (in werking getreden op 01.01.1998). Indien men voor 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen valt men onder een uitzonderingscategorie in de wetgeving van Bosnië-Herzegovina waardoor tot 01.01.2013 een dubbele nationaliteit blijft bestaan. (zie TBN 2007/12). |
| Bolivia | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5). |
| Bosnië-Herzegovina | A Onderdanen van Bosnië-Herzegovina die na 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit hebben gekregen door optie of naturalisatie hebben de nationaliteit van Bosnië- Herzegovina automatisch verloren conform artikel 17 van de Wet betreffende het staatsburgerschap van Bosnië-Herzegovina van 1998 (in werking getreden op 01.01.1998). Indien men voor 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen valt men onder een uitzonderingscategorie in de wetgeving van Bosnië-Herzegovina waardoor tot 01.01.2013 een dubbele nationaliteit blijft bestaan. (zie TBN 2007/12). |
| Botswana | A |
| Brazilië | B |
| Brunei | A |
| Bulgarije | B |
| Burkina Faso | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10). |
| Burundi | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.03.2002 (zie TBN 2002/1). |
| Burkina Faso | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10) |
| Burundi | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.03.2002 (zie TBN 2002/1). |
| Cambodja | B |
| Canada | B |
| Centraal-Afrikaanse Republiek | A |
| Chili | B |
| | Met ingang van 26 augustus 2005 wordt in artikel 11 van de Chileense grondwet, waarin gesteld wordt dat afstand kan worden gedaan van de Chileense nationaliteit, geen onderscheid meer gemaakt tussen Chilenen door geboorte en tot Chileen genaturaliseerden. Tot Chileen genaturaliseerden verliezen hun Chileense nationaliteit dus vanaf 26 augustus 2005 niet meer automatisch maar dienen ook afstand te doen. |
| | Het doen van afstand van tot Chileen genaturaliseerden wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.02.2008 (TBN 2007/12) |
| Chili | B Met ingang van 26 augustus 2005 wordt in artikel 11 van de Chileense grondwet, waarin gesteld wordt dat afstand kan worden gedaan van de Chileense nationaliteit, geen onderscheid meer gemaakt tussen Chilenen door geboorte en tot Chileen genaturaliseerden. Tot Chileen genaturaliseerden verliezen hun Chileense nationaliteit dus vanaf 26 augustus 2005 niet meer automatisch maar dienen ook afstand te doen Het doen van afstand van tot Chileen genaturaliseerden wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.02.2008 (TBN 2007/12). |
| China | A |
| Colombia | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5). |
| Colombia | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5). |
| Comoren, de | B |
| Congo (Volksrepubliek) | A |
| Congo (Democratische Rep., vh Zaïre) | A |
| Costa Rica | C |
| Cuba | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003. Hoewel de relevante Cubaanse wetgeving niet is gewijzigd, staat de rechtspraktijk aldaar het doen van afstand van de Cubaanse nationaliteit na naturalisatie tot Nederlander wel toe. Naturalisandi dienen het verzoek tot afstand van de Cubaanse nationaliteit expliciet in te dienen bij een Cubaans consulair ambtenaar in het land waar zij woonachtig zijn. Om rechtsgeldig afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit dient de (Cubaanse) Minister van Binnenlandse Zaken door middel van een beschikking het verzoek tot afstand in te willigen. Deze beschikking is het bewijsstuk dat afstand is gedaan van de Cubaanse nationaliteit. (Zie TBN 2003/2)). |
| Cuba | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003. Hoewel de relevante Cubaanse wetgeving niet is gewijzigd, staat de rechtspraktijk aldaar het doen van afstand van de Cubaanse nationaliteit na naturalisatie tot Nederlander wel toe. Naturalisandi dienen het verzoek tot afstand van de Cubaanse nationaliteit expliciet in te dienen bij een Cubaans consulair ambtenaar in het land waar zij woonachtig zijn. Om rechtsgeldig afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit dient de (Cubaanse) Minister van Binnenlandse Zaken door middel van een beschikking het verzoek tot afstand in te willigen. Deze beschikking is het bewijsstuk dat afstand is gedaan van de Cubaanse nationaliteit. (Zie TBN 2003/2). |
| Cyprus | B |
| Denemarken | A, D |
| Djibouti | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5). |
| Djibouti | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5). |
| Dominica | B |
| Dominicaanse Republiek | C |
| Duitsland | B (geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002). |
| | Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren. Tot deze datum diende een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit viel) een verklaring (model 2.5 uit de Handleiding) te ondertekenen dat hij bij de Duitse autoriteiten niet om behoud van de Duitse nationaliteit zal vragen (Zie TBN 2002/3). |
| | Vanaf 28.08.2007 dient de verzoeker i.p.v. het model 2.5 het model 2.4 (bereidheidsverklaring) te tekenen. |
| | Indien het naturalisatieverzoek is ingediend op of na 28.08.2007 en voor inwerkingtreding van onderhavig TBN en het model 2.4 is niet ondertekend bij het naturalisatieverzoek dan zal de verzoeker na indiening van zijn verzoek door de IND op de gewijzigde Duitse wetgeving worden gewezen en worden verzocht het model 2.4 alsnog te ondertekenen. |
| | Is het naturalisatieverzoek ingediend voor 28.08.2007 en is daarbij model 2.5 getekend, dan wordt geen verdere actie ondernomen door de Nederlandse overheid om betrokkene na zijn naturalisatie (op enig moment ná 28.08.2007) tot Nederlander bij de Duitse autoriteiten het verlies van de Duitse nationaliteit te bewerkstelligen. |
| Duitsland | B (geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002). Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren. Tot deze datum diende een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit viel) een verklaring (model 2.5 uit de Handleiding) te ondertekenen dat hij bij de Duitse autoriteiten niet om behoud van de Duitse nationaliteit zal vragen (Zie TBN 2002/3). Vanaf 28.08.2007 dient de verzoeker i.p.v. het model 2.5 het model 2.4 (bereidheidsverklaring) te tekenen. Indien het naturalisatieverzoek is ingediend op of na 28.08.2007 en voor inwerkingtreding van onderhavig TBN en het model 2.4 is niet ondertekend bij het naturalisatieverzoek dan zal de verzoeker na indiening van zijn verzoek door de IND op de gewijzigde Duitse wetgeving worden gewezen en worden verzocht het model 2.4 alsnog te ondertekenen. Is het naturalisatieverzoek ingediend voor 28.08.2007 en is daarbij model 2.5 getekend, dan wordt geen verdere actie ondernomen door de Nederlandse overheid om betrokkene na zijn naturalisatie (op enig moment ná 28.08.2007) tot Nederlander bij de Duitse autoriteiten het verlies van de Duitse nationaliteit te bewerkstelligen. |
| Ecuador | C |
| Egypte | B |
| Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander dient zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken te wenden teneinde toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken te hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Op verzoeken ingediend op of na 01.11.2002 wordt eerst beslist indien de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN. |
| | Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
| | Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 2.5) te ondertekenen dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de verzoeker duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, dient model 2.5 getekend te worden. |
| | Op verzoeken ingediend op of ná 05.02.2008 (zie TBN 2007/12) wordt eerst beslist indien model 2.5 is ondertekend. |
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander dient zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken te wenden teneinde toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken te hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Op verzoeken ingediend op of na 01.11.2002 wordt eerst beslist indien de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN. Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 2.5) te ondertekenen dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de verzoeker duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, dient model 2.5 getekend te worden. Op verzoeken ingediend op of ná 05.02.2008 (zie TBN 2007/12) wordt eerst beslist indien model 2.5 is ondertekend. |
| El Salvador | Zie Salvador |
| Equatoriaal-Guinee | Onbekend |
| Eritrea | C |
| Eritrea | B Na onderzoek is nu gebleken dat het doen van afstand van de Eritrese nationaliteit mogelijk is op grond van de Eritrese nationaliteitsverordening nr. 21/1992 d.d. 6 april 1992. Het formulier dat gebruikt dient te worden voor een afstandsverzoek, kan alleen worden verkregen bij het “Department of Immigration and Nationality executive secretary”. Een kopie van het ingevulde verzoek tot afstand van de Eritrese nationaliteit moet naar de IND worden gestuurd. Nadat individueel onderzoek is verricht door de Eritrese autoriteiten wordt afstand al dan niet toegestaan. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 juli 2010 (de datum waarop WBN 2010/2 in werking is getreden). |
| Estland | A |
| Ethiopië | A |
| Fiji | A |
| Filippijnen | A, B |
| | Met ingang van 17.9.2003 is de Filippijnse nationaliteitswet gewijzigd. Een Filippijn die door geboorte de Filippijnse nationaliteit bezit, verliest niet automatisch de Filippijnse nationaliteit bij het aannemen van een andere nationaliteit. |
| | De Filippijn kan afstand doen van zijn Filippijnse nationaliteit door het overleggen van een expliciete verklaring aan de Filippijnse autoriteiten. |
| | In ander gevallen dan hierboven omschreven geldt A. |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 (TBN 2005/5). |
| Finland | B |
| | De Finse nationaliteit gaat eerst verloren nadat de verzoeker aantoont een vreemde nationaliteit verworven te hebben. Afstand doen kan dan ook eerst nadat de verzoeker Nederlander geworden is. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 19.07.2004 (zie TBN 2004/3). |
| Filipijnen | A, B Met ingang van 17.9.2003 is de Filippijnse nationaliteitswet gewijzigd. Een Filippijn die door geboorte de Filippijnse nationaliteit bezit, verliest niet automatisch de Filippijnse nationaliteit bij het aannemen van een andere nationaliteit De Filippijn kan afstand doen van zijn Filippijnse nationaliteit door het overleggen van een expliciete verklaring aan de Filippijnse autoriteiten. In ander gevallen dan hierboven omschreven geldt A. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 (TBN 2005/5). |
| Finland | B De Finse nationaliteit gaat eerst verloren nadat de verzoeker aantoont een vreemde nationaliteit verworven te hebben. Afstand doen kan dan ook eerst nadat de verzoeker Nederlander geworden is. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 19.07.2004 (zie TBN 2004/3). |
| Formosa (Taiwan) | Zie Taiwan |
| Frankrijk | B |
| | Met ingang van 5 maart 2009 is Frankrijk geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt dan ook gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 5 maart 2009. (Tot en met 4 maart 2009 gold A, D, E. |
| Frankrijk | B Met ingang van 5 maart 2009 is Frankrijk geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt dan ook gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 5 maart 2009. (Tot 5 maart 2009 gold A, D, E) |
| Gabon | B |
| Gambia | B |
| Georgië | A |
| Ghana | B |
| | De Ghanese nationaliteit ging tot 05.01.2001 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 (zie TBN 2001/5). |
| Ghana | B De Ghanese nationaliteit ging tot 05.01.2001 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 (zie TBN 2001/5). |
| Grenada | B |
| Griekenland | C |
| Groot-Brittannië (Verenigd Koninkrijk en Koloniën) | Zie Verenigd Koninkrijk en Koloniën |
| Guatemala | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10). |
| Guatemala | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10). |
| Guinee | A |
| Guinee-Bissau | A |
| Guyana | B |
@ -3940,14 +4035,10 @@ Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de na
| Ierland | B |
| India | A |
| Indonesië | A |
| Irak | Onbekend |
| | Op 20.5.2006 is de nieuwe Grondwet voor Irak in werking getreden. |
| | Uit de Grondwet blijkt niet of een Irakees afstand kan doen van de Iraakse nationaliteit. De status van de nationaliteitwetgeving is onduidelijk. Het ministerie van Buitenlandse zaken heeft dit in onderzoek. |
| Iran | B |
| | Afstand is mogelijk indien de verzoeker 25 jaar of ouder is. Het doen van afstand wordt derhalve alleen gevraagd indien op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek de verzoeker 25 jaar of ouder is en deze niet is vrijgesteld van de afstandsverplichting. |
| | De Iraanse overheid staat geen afstand van de Iraanse nationaliteit toe wanneer betrokkene niet heeft voldaan aan de militaire verplichtingen. In dat geval geldt dat op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap betrokkene is vrijgesteld van de afstandsverplichting, mits hij met een gelegaliseerde verklaring van de Iraanse autoriteiten aantoont dat hem vanwege niet voldane militaire verplichtingen geen toestemming wordt verleend om afstand te doen van de Iraanse nationaliteit. |
| Irak | Onbekend Op 20.5.2006 is de nieuwe Grondwet voor Irak in werking getreden. Uit de Grondwet blijkt niet of een Irakees afstand kan doen van de Iraakse nationaliteit. De status van de nationaliteitwetgeving is onduidelijk. Het ministerie van Buitenlandse zaken heeft dit in onderzoek. |
| Iran | B Afstand is mogelijk indien de verzoeker 25 jaar of ouder is. Het doen van afstand wordt derhalve alleen gevraagd indien op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek de verzoeker 25 jaar of ouder is en deze niet is vrijgesteld van de afstandsverplichting. De Iraanse overheid staat geen afstand van de Iraanse nationaliteit toe wanneer betrokkene niet heeft voldaan aan de militaire verplichtingen. In dat geval geldt dat op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap betrokkene is vrijgesteld van de afstandsverplichting, mits hij met een gelegaliseerde verklaring van de Iraanse autoriteiten aantoont dat hem vanwege niet voldane militaire verplichtingen geen toestemming wordt verleend om afstand te doen van de Iraanse nationaliteit. |
| Israël | B |
| Italië | A, D, E |
| Italië | B Met ingang van 4 juni 2010 is Italië geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en daarmee ook niet meer bij het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt dan ook gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 juli 2010 (de datum waarop WBN 2010/2 in werking is getreden). (tot 1 juli 2010 gold A, D, E) |
| Ivoorkust | A |
| Jamaica | B |
| Japan | A |
@ -3960,27 +4051,19 @@ Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de na
| Kazachstan | B |
| Kenya | A |
| Kirgizië | B |
| Kiribati | B, echter in sommige gevallen A |
| | Personen van Kiribatische afstamming moeten afstand doen. Personen die de Kiribatische nationaliteit door naturalisatie hebben verkregen, verliezen deze nationaliteit automatisch bij het verkrijgen van een andere nationaliteit. |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Kiribati | B, echter in sommige gevallen A Personen van Kiribatische afstamming moeten afstand doen. Personen die de Kiribatische nationaliteit door naturalisatie hebben verkregen, verliezen deze nationaliteit automatisch bij het verkrijgen van een andere nationaliteit. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Koeweit | A |
| Kosovo | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10). |
| Kosovo | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10). |
| Kroatië | B |
| Laos | B |
| Lesotho | A |
| Letland | B |
| Libanon | B |
| | Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander toestemming van de Libanese autoriteiten te hebben om een andere nationaliteit te verkrijgen en afstand te doen van de Libanese nationaliteit. De toestemming wordt verleend bij Presidentieel besluit. Dit decreet wordt gepubliceerd in de Libanese Staatscourant (in Franse vertaling: journal officiel). |
| | De stukken waaruit de verkregen toestemming blijkt, legt betrokkene *bij voorkeur* over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene zo spoedig mogelijk de stukken in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Op verzoeken ingediend op of na 01.10.2003 wordt eerst beslist indien de toestemmingsverklaring is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN. Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Libanese autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. (TBN 2003/2). |
| | Nadat het Nederlanderschap is verkregen dient betrokkene dit, ten einde afstand van de Libanese nationaliteit te bewerkstelligen, te melden bij de verantwoordelijke autoriteiten in Libanon (burgerlijke stand). Hiervan vindt vervolgens een aantekening plaats in de Libanese burgerlijke stand (civil registration). |
| | Betrokkene dient na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit een origineel en gelegaliseerd uittreksel uit het register van de Libanese burgerlijke stand te overleggen aan de IND, waaruit blijkt dat betrokkene afstand heeft gedaan van de Libanese nationaliteit. Genoemde stukken dienen te zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. |
| Libanon | B Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander toestemming van de Libanese autoriteiten te hebben om een andere nationaliteit te verkrijgen en afstand te doen van de Libanese nationaliteit. De toestemming wordt verleend bij Presidentieel besluit. Dit decreet wordt gepubliceerd in de Libanese Staatscourant (in Franse vertaling: journal officiel). De stukken waaruit de verkregen toestemming blijkt, legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene zo spoedig mogelijk de stukken in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Op verzoeken ingediend op of na 01.10.2003 wordt eerst beslist indien de toestemmingsverklaring is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN. Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Libanese autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. (TBN 2003/2). Nadat het Nederlanderschap is verkregen dient betrokkene dit, ten einde afstand van de Libanese nationaliteit te bewerkstelligen, te melden bij de verantwoordelijke autoriteiten in Libanon (burgerlijke stand). Hiervan vindt vervolgens een aantekening plaats in de Libanese burgerlijke stand (civil registration). Betrokkene dient na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit een origineel en gelegaliseerd uittreksel uit het register van de Libanese burgerlijke stand te overleggen aan de IND, waaruit blijkt dat betrokkene afstand heeft gedaan van de Libanese nationaliteit. Genoemde stukken dienen te zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. |
| Liberia | A |
| Libië | C |
| Liechtenstein | B |
| Litouwen | A |
| Luxemburg | A, D tot 10 juli 2009 en B vanaf 10 juli 2009. |
| | Met ingang van 10 juli 2009 is Luxemburg geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand wordt dan ook gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend vanaf 10 juli 2009. (Tot 10 juli 2009 gold A, D, E). |
| Luxemburg | B Sinds 10 juli 2009 is Luxemburg geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand wordt dan ook gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend na 10 juli 2009. (Tot 10 juli 2009 gold A, D, E). |
| Macedonië | B |
| Madagaskar | A |
| Malawi | A |
@ -3988,56 +4071,45 @@ Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de na
| Maleisië | B |
| Mali | B |
| Malta | B |
| Marokko | C |
| | De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. |
| Marokko | C De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. |
| Marshalleilanden | B |
| Mauritanië | A |
| Mauritius | B |
| Mexico | C, echter in sommige gevallen B. |
| | Tot Mexicaan genaturaliseerden kunnen afstand doen van de Mexicaanse nationaliteit. |
| Micronesië | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Mexico | C, echter in sommige gevallen B. Tot Mexicaan genaturaliseerden kunnen afstand doen van de Mexicaanse nationaliteit. |
| Micronesië | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Moldavië | B |
| Monaco | A |
| Mongolië | B |
| Montenegro | B |
| Mozambique | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Mozambique | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Myanmar (Birma) | A |
| Namibië | A, voor Namibiërs door registratie of naturalisatie B, voor Namibiërs door geboorte, afstamming of huwelijk. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 (zie TBN 2001/5). |
| Nauru | C |
| Nepal | A |
| Nicaragua | C |
| | Vanaf 19 januari 2000 (wijziging Grondwet) treedt ook geen automatisch verlies meer op voor Nicaraguanen die de Nicaraguaanse nationaliteit niet door geboorte hebben gekregen maar door naturalisatie (zie TBN 2007/12). |
| Nicaragua | C Vanaf 19 januari 2000 (wijziging Grondwet) treedt ook geen automatisch verlies meer op voor Nicaraguanen die de Nicaraguaanse nationaliteit niet door geboorte hebben gekregen maar door naturalisatie (zie TBN 2007/12). |
| Nieuw-Zeeland | B |
| Niger | A |
| Nigeria | B, in sommige gevallen A. |
| | Tot Nigeriaan genaturaliseerden verliezen de Nigeriaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Nigeria | B, in sommige gevallen A. Tot Nigeriaan genaturaliseerden verliezen de Nigeriaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Noord-Korea | A |
| Noorwegen | A, D |
| Oeganda | A |
| Oekraïne | B |
| | Ondanks de tekst van artikel 19, eerste lid van de Oekraïense nationaliteitswet, is van de bevoegde Oekraïense autoriteiten vernomen dat in geval van vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit de Oekraïense nationaliteit eerst verloren wordt indien door de President van de Oekraïne aan betrokkene een verklaring van verlies is afgegeven. Derhalve dient verzoeker na naturalisatie een verklaring van verlies over te leggen, en dient (m.i.v. 01.03.2002) bij het naturalisatieverzoek (indien nodig) de bereidheidsverklaring (model 2.4) te worden getekend (zie TBN 2002/1). |
| Oekraïne | B Ondanks de tekst van artikel 19, eerste lid van de Oekraïense nationaliteitswet, is van de bevoegde Oekraïense autoriteiten vernomen dat in geval van vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit de Oekraïense nationaliteit eerst verloren wordt indien door de President van de Oekraïne aan betrokkene een verklaring van verlies is afgegeven. Derhalve dient verzoeker na naturalisatie een verklaring van verlies over te leggen, en dient (m.i.v. 01.03.2002) bij het naturalisatieverzoek (indien nodig) de bereidheidsverklaring (model 2.4) te worden getekend (zie TBN 2002/1). |
| Oezbekistan | B |
| Oman | B |
| Oostenrijk | A, D |
| | Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oostenrijkse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit (model 2.5). |
| Oost-Timor | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Pakistan | B |
| Oostenrijk | A, D Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oostenrijkse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit (model 2.5). |
| Oost-Timor | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Pakistan | B of C Afstand is alleen mogelijk voor personen van 21 jaar en ouder. Volgens Pakistaans recht zijn personen jonger dan 21 jaar namelijk minderjarig. Van verzoekers van 18 tot 21 jaar wordt daarom niet gevraagd om afstand te doen. Alleen aan verzoekers die op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek 21 jaar of ouder zijn, wordt vanaf 1 juli 2010 (de datum waarop WBN 2010/2 in werking is getreden) gevraagd model 2.4 te ondertekenen. |
| Palau | A |
| Panama | A |
| Papoea-Nieuw-Guinea | A |
| Paraguay | B, in sommige gevallen A. |
| | Tot Paraguayaan genaturaliseerden verliezen de Paraguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Paraguay | B, in sommige gevallen A. Tot Paraguayaan genaturaliseerden verliezen de Paraguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Peru | B |
| Polen | B |
| Portugal | B |
| Qatar | Zie Katar |
| Roemenië | B |
| Rwanda | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Rusland= Russische Federatie | B |
| Rwanda | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5). |
| Rusland=Russische Federatie | B |
| Saint Kitts en Nevis | B |
| Saint Lucia | B |
| Saint Vincent en de Grenadines | B |
@ -4045,69 +4117,52 @@ Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de na
| Samoa | B |
| San Marino | B |
| São Tomé en Principe | A |
| Saudi-Arabië | B |
| Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Saudische autoriteiten toe. De Saudische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander dient zich tot de Saudische autoriteiten te wenden teneinde toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander de beoogde toestemming van de Saudische autoriteiten te hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Saudische autoriteiten. De verklaring van de Saudische autoriteiten legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Op verzoeken ingediend op of na 04.11.2007 (datum inwerkingtreding van TBN 2007/10) wordt eerst beslist indien de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN. Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Saudische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
| | |
| Senegal | A, in sommige gevallen B. |
| | Personen die actief dienst doen of hebben gedaan, dan wel hiertoe opgeroepen zijn na vrijstelling, hebben voor verlies van hun nationaliteit toestemming van de regering nodig. |
| Saudi-Arabië Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Saudische autoriteiten toe. De Saudische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander dient zich tot de Saudische autoriteiten te wenden teneinde toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander de beoogde toestemming van de Saudische autoriteiten te hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Saudische autoriteiten. De verklaring van de Saudische autoriteiten legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Op verzoeken ingediend op of na 04.11.2007 (datum inwerkingtreding van TBN 2007/10) wordt eerst beslist indien de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN. Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Saudische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
| Senegal | A, in sommige gevallen B. Personen die actief dienst doen of hebben gedaan, dan wel hiertoe opgeroepen zijn na vrijstelling, hebben voor verlies van hun nationaliteit toestemming van de regering nodig. |
| Servië | B |
| Seychellen | B |
| Sierra Leone | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10). |
| Sierra Leone | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10). |
| Singapore | B |
| Slovenië | B |
| Slowakije | B |
| Soedan (Sudan) | B |
| Solomoneilanden | A |
| Somalië | A |
| Spanje | B |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003. Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstands- verplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit.). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 9 januari 2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 9 januari 2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. |
| | Met het oog op vermijding van dubbele nationaliteit wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na hun naturalisatie tot Nederlander op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitwet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit. (zie TBN 2003/2). |
| Spanje | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003. Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstands- verplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit.). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 9 januari 2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 9 januari 2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. Met het oog op vermijding van dubbele nationaliteit wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na hun naturalisatie tot Nederlander op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitwet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit. (zie TBN 2003/2). |
| Sri Lanka | A |
| Suriname | A |
| Swaziland | B |
| Syrië | C |
| Tadzjikistan | B |
| Taiwan (Formosa) | B |
| | Het doen van afstand wordt echter niet gevraagd. Taiwan wordt niet erkend door Nederland. |
| Taiwan (Formosa) | B Het doen van afstand wordt echter niet gevraagd. Taiwan wordt niet erkend door Nederland. |
| Tanzania | A |
| Thailand | A |
| | Het verlies van de Thaise nationaliteit wordt effectief na publicatie hiervan in de Thaise staatscourant. |
| Thailand | A en soms B Het (automatisch) verlies van de Thaise nationaliteit wordt effectief na publicatie hiervan in de Thaise staatscourant. Blijkens artikel 13 van de Thaise Nationality Act verliest een Thaise vrouw die is gehuwd met een persoon van niet Thaise nationaliteit niet automatisch de Thaise nationaliteit na haar naturalisatie tot de nationaliteit van haar echtgenoot. Zij kan wel afstand doen van de Thaise nationaliteit. Dit wordt in Nederland niet van haar gevraagd aangezien zij valt onder één van de uitzonderingscategorieën (artikel 9 lid 3 RWN). Voor Thaise vrouwen die getrouwd zijn met een niet Nederlandse én niet Thaise partner geldt dat zij hun Thaise nationaliteit automatisch verliezen wanneer zij de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Zij verkrijgen immers niet de nationaliteit van de echtgenoot. |
| Togo | B |
| Tonga | C (zie TBN 2008/10) |
| Trinidad en Tobago | B |
| Tsjaad | B |
| Tsjechië | A, soms B. |
| | Een burger zal de Tsjechische nationaliteit niet verliezen als de andere nationaliteit wordt verkregen in verband met een huwelijk met de inwoner van een ander land, onder de voorwaarde dat het verkrijgen van die andere nationaliteit tijdens de huwelijkse staat (moet zijn) geschied. |
| | De Tsjechische nationaliteit wordt tevens niet verloren in het geval de andere nationaliteit van rechtswege wordt verkregen door geboorte. |
| | Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 (TBN 2005/5). |
| Tsjechië | A, soms B Een burger zal de Tsjechische nationaliteit niet verliezen als de andere nationaliteit wordt verkregen in verband met een huwelijk met de inwoner van een ander land, onder de voorwaarde dat het verkrijgen van die andere nationaliteit tijdens de huwelijkse staat (moet zijn) geschied. De Tsjechische nationaliteit wordt tevens niet verloren in het geval de andere nationaliteit van rechtswege wordt verkregen door geboorte. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 (TBN 2005/5). |
| Tunesië | C |
| Turkije | B |
| | Dit geldt ook voor mannelijke Turkse onderdanen die hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. |
| Turkije | B Dit geldt ook voor mannelijke Turkse onderdanen die hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. |
| Turkmenistan | B |
| Tuvalu | B |
| Uganda | A |
| Uruguay | C, echter in sommige gevallen A. |
| | Tot Uruguaan genaturaliseerden verliezen de Uruguaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Uruguay | C, echter in sommige gevallen A. Tot Uruguayaan genaturaliseerden verliezen de Uruguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Vanuatu | A |
| Vaticaanstad | A |
| Venezuela | B |
| | De Venezolaanse nationaliteit ging tot 29.12.1999 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 (zie TBN 2002/3). |
| Venezuela | B De Venezolaanse nationaliteit ging tot 29.12.1999 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 (zie TBN 2002/3). |
| Verenigde Arabische Emiraten | A |
| Verenigde Staten van Amerika | B |
| Verenigd Koninkrijk en Koloniën (Groot-Brittannië) | B |
| Vietnam | B |
| Wit-Rusland (Belarus) | B |
| IJsland | B |
| Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de IJslandse autoriteiten toe. De IJslandse nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander bij de IJslandse autoriteiten te vragen om toestemming om afstand te doen van de IJslandse nationaliteit. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de IJslandse autoriteiten. De verklaring van de IJslandse autoriteiten legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5). |
| IJsland Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de IJslandse autoriteiten toe. De IJslandse nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander bij de IJslandse autoriteiten te vragen om toestemming om afstand te doen van de IJslandse nationaliteit. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de IJslandse autoriteiten. De verklaring van de IJslandse autoriteiten legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze in te sturen naar het IND-kantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5). |
| Zaïre (Congo, Democratische Republiek) | Zie Congo, Democratische Republiek |
| Zambia | A |
| Zimbabwe | A |
| Zuid-Afrika | A |
| | Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit. |
| Zuid-Afrika | A Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit. |
| Zuid-Korea | A |
| Zweden | B (m.i.v. 01.07.2002) |
| | Met ingang van 01.03.2002 dient verzoeker (indien nodig) een ondertekende bereidheidsverklaring (model 2.4) bij het naturalisatieverzoek te voegen (zie TBN 2002/1). (Tot 01.07.2002: A, D). |
| Zweden | B (m.i.v. 01.07.2002) Met ingang van 01.03.2002 dient verzoeker (indien nodig) een ondertekende bereidheidsverklaring (model 2.4) bij het naturalisatieverzoek te voegen (zie TBN 2002/1). (Tot 01.07.2002: A, D). |
| Zwitserland | B |
### 9-1-c. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c
@ -4680,33 +4735,97 @@ Geen.
#### 1. Algemeen
Bij verlening van het Nederlanderschap is het Nederlands namenrecht van toepassing (artikel 4, eerste lid, WCN). Uitgangspunt is dat de naturalisatie plaatsvindt met toepassing van de namen van de verzoeker in de GBA. Aan deze namen dient verder zo weinig mogelijk te worden gesleuteld.
Zonder expliciete naamsvaststelling of naamswijziging is het koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap niet bepalend voor de namen van de verzoeker. Dit vloeit voort uit artikel 4, tweede lid, WCN waarvan de tekst luidt:
Bij verlening van het Nederlanderschap is het Nederlands namenrecht van toepassing (artikel 4, eerste lid, Wet conflictenrecht namen (WCN)). Uitgangspunt is dat de naturalisatie plaatsvindt met toepassing van de namen van de verzoeker in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA). Aan deze namen dient verder zo weinig mogelijk te worden gesleuteld.
Zonder expliciete naamsvaststelling of naamswijziging is het koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap niet bepalend voor de namen van de verzoeker. Dit vloeit voort uit artikel 4, tweede lid, WCN waarvan de tekst luidt:
De verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door een vreemdeling brengt geen wijziging in diens geslachtsnaam en voornaam, behoudens het bepaalde in artikel 5b, onder b, van deze wet en in de artikelen 6, vijfde lid, en 12 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Indien naamsvaststelling of naamswijziging is geboden op grond van artikel 12 RWN, overlegt de burgemeester met de verzoeker over de vast te stellen of te wijzigen namen van de verzoeker en van de personen voor wie medeverlening wordt verzocht, alsmede over de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens waarin de namen worden overgebracht (artikel 36, derde lid, Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap). Daartoe kan gebruik worden gemaakt van model 2.6 Verzoek om naamsvaststelling bij naturalisatieof model 2.7 Verzoek om naamswijziging bij naturalisatie.
Wijziging van de namen gedurende de naturalisatieprocedure geschiedt uitsluitend in het kader van de inburgering en dan alleen in de situaties zoals beschreven in de toelichting op artikel 12, tweede lid RWN. Bij naturalisatie wordt uitgegaan van de schrijfwijze van de namen zoals opgenomen in de GBA. Deze inschrijving is gebaseerd op een (voldoende gelegaliseerd of van apostille voorzien) document of op een door betrokkene afgelegde verklaring onder ede (VOE). Indien betrokkene desondanks iets aan de schrijfwijze van zijn na(a)m(en) wenst te veranderen, moet hij die verandering voorafgaand aan de indiening van zijn verzoek om naturalisatie via de gemeente bewerkstelligen (door het overleggen van de juiste bewijsstukken zoals een nieuwe beëdigde vertaling of nieuwe brondocumenten). Voor het herstellen van veronderstelde schrijf- of vertaalfouten in de na(a)m(en) zoals opgenomen in de GBA is geen ruimte binnen de naturalisatieprocedure.
Indien zij daarom verzoeken, worden de in het verzoek begrepen minderjarige kinderen van twaalf jaar of ouder, evenals de wettelijk vertegenwoordiger of de (andere) ouder als bedoeld in artikel 2, vierde lid, RWN in de gelegenheid gesteld hun zienswijze omtrent de naamsvaststelling of naamswijziging kenbaar te maken (artikel 36, vierde lid, BvvN). Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van model 2.9 Brief zienswijze (mede)verlening Nederlanderschap (minderjarigen van 12 t/m 15 jaar) en model 2.11 Formulier zienswijze naamswijziging/naamsvaststelling (minderjarigen van 12 jaar t/m 15 jaar) respectievelijk model 2.13 Brief zienswijze andere ouder/wettelijk vertegenwoordiger omtrent (mede)verlening Nederlanderschap aan minderjarigen en model 2.15 Formulier zienswijze andere ouder/wettelijk vertegenwoordiger omtrent naamsvaststelling kind(eren)of model 2.16. Formulier zienswijze andere ouder/wettelijk vertegenwoordiger omtrent naamswijziging kind(eren)
De burgemeester brengt over de naamsvaststelling of naamswijziging advies uit aan de Minister van Justitie (artikel 36, vijfde lid, BvvN).
2010460226-03-201017-03-2010WBN2010/12010460226-03-201017-03-2010WBN2010/101-07-2010
##### 1.1. Geslachtsnaam gehuwde vrouwen
In beginsel is het niet mogelijk dat een gehuwde vrouw bij de naturalisatie haar eigen geslachtsnaam laat wijzigen in die van haar (Nederlandse) echtgenoot. Immers, naar Nederlands recht mag de geslachtsnaam van de echtgenoot officieel niet worden toegevoegd aan de naam van de vrouw, noch draagt de vrouw rechtens de naam van haar echtgenoot. Wel is het toegestaan dat de vrouw in het maatschappelijk verkeer de geslachtsnaam van haar echtgenoot voert.
Echter, in sommige landen verkrijgt de vrouw bij het aangaan van het huwelijk van rechtswege of (later) op verzoek de geslachtsnaam van haar echtgenoot. In dat geval dient de vrouw te worden genaturaliseerd onder deze later verkregen geslachtsnaam (van haar echtgenoot). Het is daarom van belang dat de geslachtsnaam van gehuwde vrouwen niet alleen wordt beoordeeld aan de hand van de geboorteakte maar in voorkomend geval ook aan de hand van bijvoorbeeld de huwelijksakte en/of het paspoort.
Echter, in sommige landen verkrijgt de vrouw bij het aangaan van het huwelijk van rechtswege of (later) op verzoek de geslachtsnaam van haar echtgenoot. In dat geval wordt de vrouw in principe genaturaliseerd onder deze later verkregen geslachtsnaam (van haar echtgenoot), tenzij ze te kennen geeft dat zij behoefte heeft aan wijziging van haar geslachtsnaam in haar meisjesnaam. In dat geval kan zij, op grond van artikel 12, tweede lid RWN, weer haar meisjesnaam als geslachtsnaam krijgen. Het is daarom van belang dat de geslachtsnaam van gehuwde vrouwen niet alleen wordt beoordeeld aan de hand van de geboorteakte maar in voorkomend geval ook aan de hand van bijvoorbeeld de huwelijksakte en/of het paspoort.
##### 1.2. Geslachtsnaam minderjarige kinderen
Een kind deelt uitsluitend in de naamsvaststelling of naamswijziging van de verzoeker indien het:
Uitgangspunt in het Nederlands namenrecht is dat een minderjarig kind de naam van één van de ouders draagt. Hieruit vloeit voort dat kinderen die delen in de naturalisatie van de ouder onder bepaalde voorwaarden ook in de naamsvaststelling of -wijziging van die ouder kunnen delen.
Een kind kan, als daar door de (hoofd)verzoeker om verzocht wordt, in de naamsvaststelling of naamswijziging van de verzoeker delen indien het:
minderjarig is; én
deelt in de naturalisatie van de verzoeker; én
de verzoeker wiens naam wordt vastgesteld of gewijzigd de wettelijke vertegenwoordiger van het kind is.
Een minderjarig kind kan niet delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van:
de gezagsdrager die niet een ouder is; of
de echtgenoot/geregistreerde partner (van zijn ouder) die niet een ouder is,
Het verzoek om naamsvaststelling of -wijziging met betrekking tot het kind moet in een dergelijk geval beoordeeld worden zoals neergelegd in de paragrafen over naamsvaststelling en -wijziging bij kinderen in de toelichting op artikel 12, eerste en tweede lid RWN.
Indien uit de GBA niet blijkt of een minderjarig kind kan delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van de verzoeker, kan dit worden aangetoond met een bewijs van gezagsvoorziening. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een buitenlandse rechterlijke voogdijbeschikking of een echtscheidingsvonnis, waarbij tevens in het gezag over de kinderen is voorzien. Het gezag kan ook van rechtswege zijn ontstaan, bijvoorbeeld door een huwelijk.
Voor een minderjarig kind kan soms ook een andere naamsvaststelling of -wijziging plaatsvinden dan voor de verzoeker met wie het kind meenaturaliseert. Daarnaast kan het voorkomen dat enkel de naam van het kind wordt vastgesteld of gewijzigd, terwijl de naam van de (hoofd)verzoeker hetzelfde blijft. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er een (zelfstandig) verzoek tot naturalisatie voor een minderjarige is ingediend door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Zie voor de uitwerking van de mogelijkheden voor deze situaties de paragrafen met betrekking tot kinderen in de toelichting op artikel 12, eerste en tweede lid RWN.
Ingevolge artikel 1:7, derde lid, BW heeft de wijziging of vaststelling van de geslachtsnaam door de Koning geen invloed op de geslachtsnaam van de kinderen van de betrokken persoon die voor de datum van het besluit meerderjarig zijn geworden of die niet onder zijn gezag staan. In aansluiting hier op kunnen meerderjarige kinderen en kinderen die niet onder het gezag van verzoeker staan niet in de naamswijziging of -vaststelling van verzoeker delen.
Minderjarige kinderen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben en die niet delen in de naturalisatie, delen in principe niet in de naamsvaststelling of -wijziging. Voor hen geldt immers niet het Nederlandse namenrecht, maar het namenrecht van het land van herkomst. Zij delen enkel in de naamsvaststelling of -wijziging indien dat voortkomt uit het namenrecht van het land van herkomst.
2010460226-03-201017-03-2010WBN2010/12010460226-03-201017-03-2010WBN2010/101-07-2010
minderjarig is; én
heeft gedeeld in de naturalisatie van de verzoeker; én
onder gezag staat van de verzoeker wiens naam is vastgesteld of gewijzigd.
##### 1.3. Nederlandse kinderen
##### 1.3. Nederlandse kinderen delen niet in naamsvaststelling of naamswijziging
Het spreekt voor zich dat kinderen die reeds de Nederlandse nationaliteit bezitten geen deel uitmaken van een verzoek om naturalisatie van hun ouders. Nederlandse kinderen delen daarom niet in de verkrijging van het Nederlanderschap noch in de eventuele naamsvaststelling of naamswijziging van hun ouders.
De tweejarige A is het eerste kind van een Nederlandse moeder en haar Pakistaanse echtgenoot. Omdat de vader van A een naamsketen draagt, verkrijgt A bij zijn geboorte de geslachtsnaam van zijn moeder: Jansen. Onlangs heeft de vader van A een verzoek om naturalisatie ingediend en thans wordt hem het Nederlanderschap verleend. Zijn geslachtsnaam wordt vastgesteld als Khan. Aangezien A de Nederlandse nationaliteit bezit, was hij geen subject van het verzoek om naturalisatie van zijn vader. Hij deelt daarom niet in de vaststelling van de geslachtsnaam van zijn vader en behoudt de bij zijn geboorte verkregen geslachtsnaam Jansen. De na de naturalisatie van de heer Khan geboren kinderen verkrijgen allen eveneens de geslachtsnaam Jansen. Immers, volgende kinderen van dezelfde ouders hebben op grond van artikel 1:5, zevende lid, BW dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind.
Het spreekt voor zich dat kinderen die reeds de Nederlandse nationaliteit bezitten geen deel uitmaken van een verzoek om naturalisatie van hun ouders. Nederlandse kinderen delen daarom niet in de verkrijging van het Nederlanderschap. Ook delen zij niet automatisch in de eventuele naamsvaststelling of naamswijziging van verzoeker.
*Voorbeeld*
De tweejarige Ahmed is het eerste, in Nederland geboren, kind van een Nederlandse moeder en haar Pakistaanse echtgenoot. Ahmed verkreeg bij zijn geboorte de geslachtsnaam van zijn moeder: Jansen. Onlangs heeft de vader van Ahmed een verzoek om naturalisatie ingediend en thans wordt hem het Nederlanderschap verleend. Zijn geslachtsnaam wordt vastgesteld als Khan. Aangezien Ahmed de Nederlandse nationaliteit bezit, was hij geen subject van het verzoek om naturalisatie van zijn vader. Hij deelt daarom niet in de vaststelling van de geslachtsnaam van zijn vader. Het kind behoudt de bij zijn geboorte verkregen geslachtsnaam Jansen. De na de naturalisatie van de heer Khan geboren kinderen verkrijgen allen eveneens de geslachtsnaam Jansen. Immers, volgende kinderen van dezelfde ouders hebben op grond van artikel 1:5, achtste lid, BW dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind.
Indien de ouders van Ahmed er bij zijn geboorte voor hadden gekozen om hem de geslachtsnaam van zijn vader te geven, dan had hij op dat moment geen geslachtsnaam gekregen, maar was hij zonder geslachtsnaam geregistreerd als Ahmed - . Zijn vader had op dat moment immers nog geen geslachtsnaam, maar een namenreeks. Aangezien er echter een keuze was gemaakt voor de naam van vader, had Ahmed in dit geval wel de geslachtsnaam kunnen krijgen die zijn vader bij de naturalisatie liet vaststellen. Dan had Ahmed dus (op voorwaarde dat aan de voorwaarden van artikel 1:7 lid 3 BW werd voldaan) na de naturalisatie van zijn vader ook de geslachtsnaam Khan gekregen.
2010460226-03-201017-03-2010WBN2010/12010460226-03-201017-03-2010WBN2010/101-07-2010
##### 1.4. Correctie van kennelijke misslagen in het koninklijk besluit
De Minister van Justitie is gemachtigd correcties aan te brengen in een koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap. De machtiging is uitsluitend verleend om kennelijke administratieve misslagen in de vermelde persoonsgegevens van de verzoeker te herstellen. De kennelijke misslag dient een gevolg te zijn van (administratieve dan wel een vertalings) onoplettendheid. Onder een kennelijke administratieve misslag wordt niet verstaan het geval waarin de verzoeker na de verlening van het Nederlanderschap één of meer persoonsgegevens (namen, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland) wenst te corrigeren, omdat hij is genaturaliseerd onder onjuiste, maar wel door hem aangeleverde, persoonsgegevens. De doorlopende machtiging is verleend voor de volgende kennelijke misstellingen in naturalisatiebesluiten:
De Minister van Justitie is gemachtigd correcties aan te brengen in een koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap. De machtiging is uitsluitend verleend om kennelijke administratieve misslagen in de vermelde persoonsgegevens van de verzoeker te herstellen. De kennelijke misslag dient een gevolg te zijn van (administratieve dan wel een vertalings-) onoplettendheid. Onder een kennelijke administratieve misslag wordt niet verstaan het geval waarin de verzoeker na de verlening van het Nederlanderschap één of meer persoonsgegevens (namen, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland) wenst te corrigeren, omdat hij is genaturaliseerd onder onjuiste, maar wel door hem aangeleverde, persoonsgegevens. De doorlopende machtiging is verleend voor de volgende kennelijke misstellingen in naturalisatiebesluiten:
onjuiste vermelding van de voornaam en/of de geslachtsnaam;
onjuiste vermelding van de geboortedatum en/of geboorteplaats;
@ -4724,43 +4843,118 @@ Blijkt in de procedure dat een verzoeker met een naamsketen (namenreeks) niet we
In een voorkomend geval stelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verzoeker schriftelijk in de gelegenheid om aan te geven welke geslachtsnaam hij wenst en wijst verzoeker op het feit dat het achterwege blijven van een keuze voor een naamsvaststelling leidt tot afwijzing van het naturalisatieverzoek.
### 12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid
### 12-1. Toelichting ad
**Indien de verzoeker geen geslachtsnaam of voornaam heeft of indien de juiste spelling daarvan niet vaststaat, zullen deze in overleg met hem worden vastgesteld bij het besluit waarbij het Nederlanderschap wordt verleend.**
Indien de verzoeker geen geslachtsnaam of voornaam heeft of indien de juiste spelling daarvan niet vaststaat, zullen deze in overleg met hem worden vastgesteld bij het besluit waarbij het Nederlanderschap wordt verleend.
Naar Nederlands recht draagt een persoon in beginsel één geslachtsnaam en één of meerdere voornamen. Bij naturalisatie zal vaststelling van de namen of de spelling daarvan moeten plaatsvinden in de drie hierna beschreven situaties. Bij de naamsvaststelling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de door de betrokkenen uitgesproken voorkeur.
20034404-03-200320034404-03-200301-04-2003
2010460226-03-201017-03-2010WBN2010/12010460226-03-201017-03-2010WBN2010/101-07-2010
#### 1. Namenreeks of naamsketen
Indien er sprake is van een namenreeks of naamsketen kan geen onderscheid worden gemaakt tussen de geslachtsnaam en de voornamen van de verzoeker. De volgende landen kennen een zogenaamde namenreeks of naamsketen: Afghanistan, Bangladesh, Egypte, Ethiopië, India, Indonesië, Irak, Democratische Republiek Congo, Nepal, Pakistan, Soedan, Somalië en Sri Lanka. Ten aanzien van verzoekers van wie de namen worden bepaald door het recht van deze landen is dus naamsvaststelling geboden. In dat geval dient een enkelvoudige geslachtsnaam te worden vastgesteld die overeenkomt met de naam van de (voor)ouder. Draagt betrokkene een namenreeks waarin niet een naam van een (voor)ouder voorkomt, dan dient één van zijn eigen namen te worden vastgesteld als geslachtsnaam en de andere eigen naam als voornaam.
B is geboren in India en bezit de Indiase nationaliteit. Naar eigen zeggen heeft zij overeenkomstig het Indiaas namenrecht de geslachtsnaam van haar Nederlandse echtgenoot verkregen. De naam op haar geboorteakte is dan ook niet de naam waaronder zij genaturaliseerd wil worden. B overlegt een voor de Indiase rechtbank afgelegde affidavit, waaruit blijkt dat zij dezelfde persoon is als de persoon die in de geboorteakte staat vermeld.
Onder deze omstandigheden kan niet onmiddellijk naturalisatie plaatsvinden. Zowel de geboorteakte (identiteit) als de affidavit (later verkregen geslachtsnaam) dienen éérst te worden gelegaliseerd en geverifieerd door de Nederlandse vertegenwoordiging te India. Daarna dient de naamsvaststelling plaats te vinden, waarbij B wordt genaturaliseerd onder de geslachtsnaam van haar Nederlandse echtgenoot.
Indien er sprake is van een namenreeks kan geen onderscheid worden gemaakt tussen de geslachtsnaam en de voornamen van de verzoeker. De volgende landen kennen een zogenaamde namenreeks: Afghanistan, Bangladesh, Egypte, Ethiopië, India, Indonesië, Irak, Democratische Republiek Congo, Nepal, Pakistan, Soedan, Somalië en Sri Lanka. Ten aanzien van verzoekers van wie de namen worden bepaald door het recht van deze landen is dus naamsvaststelling geboden, óók wanneer hun namen met onderscheid tussen voornamen en geslachtsnaam in de GBA zijn opgenomen. Er dient een enkelvoudige geslachtsnaam te worden vastgesteld die overeenkomt met de naam van de (voor)ouder. Draagt betrokkene een namenreeks waarin niet een naam van een (voor)ouder voorkomt, dan dient één van zijn eigen namen te worden vastgesteld als geslachtsnaam en de andere eigen naam als voornaam.
Behoudens voorvoegsels (bijvoorbeeld Ben, El, Al, etc.) en achtervoegsels (bijvoorbeeld Zade(h)) is het niet toegestaan om een dubbele of samengestelde geslachtsnaam vast te stellen. Staat de verzoeker, na schriftelijk in de gelegenheid te zijn gesteld door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om aan te geven welke enkelvoudige geslachtsnaam hij wenst, nog steeds op naturalisatie met een dubbele of samengestelde geslachtsnaam anders dan toegestaan in de voorgaande zin, dan wordt het naturalisatieverzoek om die reden afgewezen.
*Voorbeeld*
Betrokkene komt uit Soedan en heeft de volgende namenreeks: Mariam el Amin Mohamed Abbas. Zij is meerderjarig en dient een verzoek om naturalisatie in. Aangezien Mariam uit Soedan komt en een namenreeks heeft, moet er bij naturalisatie naamsvaststelling plaatsvinden. Uit de gegevens van de GBA blijkt dat de namenreeks van haar vader El Amin Mohamed Abbas Osman luidt. In dit geval mag Mariam willekeurig welke na(a)m(en) uit haar namenreeks als voorna(a)m(en) laten vaststellen. Als geslachtsnaam mag zij echter alleen El Amin, Mohamed of Abbas kiezen. Deze namen komen immers zowel in haar eigen namenreeks als in de namenreeks van haar vader voor.
2010460226-03-201017-03-2010WBN2010/12010460226-03-201017-03-2010WBN2010/101-07-2010
#### 2. De naam slechts bestaat uit één bestanddeel (zogenaamde roepnaam)
Indien de naam slechts bestaat uit één bestanddeel wordt deze naam in beginsel vastgesteld als voornaam. De geslachtsnaam wordt dan vastgesteld overeenkomstig de naam van de (voor)ouder. In voorkomende gevallen kan ook een gedeelte van de naam van betrokkene worden vastgesteld als geslachtsnaam en het andere gedeelte wordt dan vastgesteld als voornaam.
De naam van de Afghaanse Nilab bestaat uit slechts één bestanddeel. Bij naturalisatie verzoekt zij in eerste instantie om vaststelling van haar voornaam als Nilab en van haar geslachtsnaam als Hassan, omdat dit de geslachtsnaam van haar reeds genaturaliseerde echtgenoot is. Dit is echter niet mogelijk. Zij moet immers de naam van een (voor)ouder laten vaststellen als geslachtsnaam of haar huidige naam laten opdelen in twee gedeeltes. Haar vader heet Hamid. Uiteindelijk besluit Nilab daarom zijn naam als geslachtsnaam te laten vaststellen. In het maatschappelijk verkeer kan zij vervolgens alsnog de naam van haar echtgenoot voeren (artikel 1:9 BW).
#### 3. De namen worden op uiteenlopende wijze gespeld in documenten van gelijke rangorde
Indien de namen van de verzoeker in documenten van gelijke rangorde (bijvoorbeeld twee uittreksels van de geboorteakte) op uiteenlopende wijze worden gespeld, dient naamsvaststelling plaats te vinden. Naamsvaststelling is dus niet vereist indien de namen van de verzoeker weliswaar in verschillende documenten op uiteenlopende wijze worden gespeld, maar deze documenten niet van gelijke rangorde zijn.
*Voorbeeld*
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, draagt volgens zijn gelegaliseerde geboorteakte (en volgens de door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling) de geslachtsnaam Fernandez. Echter, hij gaat al sinds jaar en dag door het leven met de geslachtsnaam Hernandez. In zijn paspoort en huwelijksakte staat dan ook de naam Hernandez. Verzoeker heeft nooit pogingen ondernomen zijn naam te laten corrigeren in het Venezolaanse bevolkingsregister.
In dit geval zal géén naamsvaststelling plaatsvinden. Weliswaar wordt de geslachtsnaam in verschillende documenten op uiteenlopende wijze gespeld, maar deze documenten zijn niet van gelijke rangorde. Uitgangspunt voor de naturalisatie is dan ook de geslachtsnaam die is vermeld in de geboorteakte. Verzoeker wordt dus, zonder verdere naamsverklaring, genaturaliseerd onder de geslachtsnaam Fernandez.
2010460226-03-201017-03-2010WBN2010/12010460226-03-201017-03-2010WBN2010/101-07-2010
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, draagt volgens zijn gelegaliseerde geboorteakte (en volgens de door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling) de geslachtsnaam Fernandez. Echter, hij gaat al sinds jaar en dag door het leven met de geslachtsnaam Hernandez. In zijn paspoort en huwelijksakte staat dan ook de naam Hernandez. Verzoeker heeft nooit pogingen ondernomen zijn naam te laten corrigeren in het Venezolaanse bevolkingsregister.
#### 4. Naamsvaststelling bij kinderen
### 12-2. Toelichting ad artikel 12, tweede lid
In paragraaf 1.3 van de algemene toelichting op artikel 12 RWN is weergegeven in welke gevallen een minderjarig kind dat deelt in de naturalisatie, kan delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van de ouder. Dat is mogelijk indien het kind:
minderjarig is; én
deelt in de naturalisatie van de verzoeker; én
de verzoeker wiens naam wordt vastgesteld of gewijzigd de wettelijke vertegenwoordiger van het kind is.
Het kan echter ook voorkomen dat de (hoofd)verzoeker niet verzoekt zijn minderjarige kind te laten delen in zijn naamsvaststelling, maar om naamsvaststelling van de naam van het kind conform de geslachtsnaam of een naam uit de namenreeks van de andere ouder, terwijl die andere ouder (al) Nederlander is of niet tegelijkertijd naturaliseert. Deze naamsvaststelling is mogelijk indien de gewenste geslachtsnaam in de naam of namenreeks van het kind zelf voorkomt. Komt de gewenste naam alleen in de naam of namenreeks van de andere ouder en niet in de naam van het kind voor, dan kan deze naam als geslachtsnaam voor het minderjarige kind worden vastgesteld als is aangetoond dat deze andere ouder daadwerkelijk een (juridische) ouder van betrokkene is (en dus als zodanig in de GBA is geregistreerd).
Het Pakistaanse kind Mohammad Jafar Houssien naturaliseert mee met zijn moeder. De vader van het kind, Jafar Houssien Mahmoud, is niet met zijn vrouw en kind meegekomen naar Nederland en verblijft nog in het land van herkomst. De moeder wil echter graag dat voor haar zoon een naam uit de namenreeks van haar man als geslachtsnaam wordt vastgesteld. Voor het kind kan sowieso de naam Jafar of de naam Houssien als geslachtsnaam worden vastgesteld, aangezien deze namen ook in zijn eigen namenreeks voorkomen. De naam Mahmoud mag hij echter alleen krijgen, als is aangetoond dat Jafar Houssien Mahmoud daadwerkelijk zijn (juridische) vader is.
Een minderjarig kind waarvan de naam uit één bestanddeel bestaat, deelt in beginsel in de naamsvaststelling van verzoeker. Indien gewenst kan echter ook een naam van de andere ouder (of een voorouder) als geslachtsnaam van het kind worden vastgesteld, als is aangetoond dat deze andere (voor)ouder daadwerkelijk een (voor)ouder van betrokkene is (en dus als zodanig in de GBA is geregistreerd op grond van een geboorteakte of Voe).
Een meerderjarig geworden kind mag soms, bij wijze van uitzondering op de in paragraaf 1 geformuleerde beleidsregel, een naam die niet in zijn eigen naam of namenreeks voorkomt als geslachtsnaam laten vaststellen bij naturalisatie. Dit mag alleen in het geval de gewenste naam afkomstig is van één van de juridische ouders van betrokkene én als die naam reeds voor andere leden van het (kern)gezin als geslachtsnaam is vastgesteld bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap. Dit is dus alleen mogelijk als de andere gezinsleden éérder dan betrokkene tot Nederlander zijn genaturaliseerd.
De Egyptische Kamal Abdel Walad naturaliseert tot Nederlander en laat daarbij voor hem en zijn twee meenaturaliserende, minderjarige kinderen de naam Walad als geslachtsnaam vaststellen. Een half jaar later dient zijn negentienjarige zoon Ashraf Kamal Abdel zelfstandig een verzoek om naturalisatie in. Hoewel de naam Walad niet voorkomt in de namenreeks van Ashraf, kan hij toch deze naam als geslachtsnaam kiezen, aangezien zijn vader en jongere zusjes reeds deze naam als geslachtsnaam hebben verkregen.
### 12-2. Toelichting ad
De naam van de verzoeker wordt zonodig in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens overgebracht en kan, indien dit voor de inburgering van belang is, met toestemming van de verzoeker bij het besluit tot verlening van het Nederlanderschap worden gewijzigd.
#### 1. Overbrenging naar in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens
Hierbij moet worden gedacht aan overbrenging van de namen vanuit bijvoorbeeld het Arabisch, Chinees of Cyrillisch schrift naar het Latijns schrift. Met betrekking tot deze overbrenging dient altijd te worden overlegd met de verzoeker (artikel 36, derde lid, BVVN). Voor de transcriptie is echter géén expliciete toestemming van de verzoeker vereist.
Verzoeker is geboren in Egypte en heeft de Egyptische nationaliteit. Zijn geboorteakte is vanuit het Arabisch schrift overgebracht in het Latijns schrift. Volgens deze vertaling, opgesteld door een beëdigd vertaler, heeft verzoeker de naamsketen Sayeed Muhammad Ben Sawi, maar in alle overige overgelegde documenten is de tweede naam gespeld als Mohamed. Verzoeker verklaart dat hij sinds jaar en dag door het leven gaat met de naam Mohamed en dat hij onder deze naam wenst te worden genaturaliseerd. Uitgangspunt voor de transcriptie is dat de namen worden omgezet over eenkomstig de door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling van de geboorteakte. Tenzij betrokkene vóór de indiening van zijn verzoek een andere vertaling van een beëdigd vertaler overlegt, worden zijn voornamen vastgesteld als Sayeed Muhammad en zijn geslachtsnaam als Ben Sawi.
Verzoeker is geboren in Egypte en heeft de Egyptische nationaliteit. Zijn geboorteakte is vanuit het Arabisch schrift overgebracht in het Latijns schrift. Volgens deze vertaling, opgesteld door een beëdigd vertaler, heeft verzoeker de naamsketen Sayeed Muhammad Ben Sawi, maar in alle overige overgelegde documenten is de tweede naam gespeld als Mohamed. Verzoeker verklaart dat hij sinds jaar en dag door het leven gaat met de naam Mohamed en dat hij onder deze naam wenst te worden genaturaliseerd. Uitgangspunt voor de transcriptie is dat de namen worden omgezet overeenkomstig de door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling van de geboorteakte. Tenzij betrokkene vóór de indiening van zijn verzoek een andere vertaling van een beëdigd vertaler overlegt, worden zijn voornamen vastgesteld als Sayeed Muhammad en zijn geslachtsnaam als Ben Sawi.
#### 2. Naamswijziging
Wijziging van de namen in het kader van de naturalisatieprocedure geschiedt uitsluitend wanneer verzoeker te kennen geeft daaraan behoefte te hebben én dit gelet op de inburgering van belang is. Een verzoeker kan dus niet worden verplicht tot naamswijziging. In geval van naamswijziging wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de door de betrokkenen uitgesproken voorkeur.
Verzoeker heeft de Russische nationaliteit en bezit volgens zijn (Russische) geboorteakte een patronymicum. Hij staat (derhalve) ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) met het patronymicum. Verzoeker verklaart echter dat hij zonder het patronymicum wenst te worden genaturaliseerd. Het Russisch patronymicum is een tussennaam (otchestvo in het Russisch), gebaseerd op de eerste naam van de vader. Het Russisch patronymicum maakt geen onderdeel uit van de geslachtsnaam. Als tussennaam kan het patronymicum uitsluitend in combinatie met de geslachtsnaam worden gewijzigd dan wel vervallen, en dan uitsluitend wanneer dit voor de inburgering van belang is.
Wijziging van de geslachtsnaam enerzijds, en wijziging van de geslachtsnaam en voornamen anderzijds, zijn mogelijk in uitsluitend de volgende gevallen:
1. indien verzoeker een samengestelde geslachtsnaam heeft (bijvoorbeeld Spanje, Portugal, Latijns-Amerika). Een van beide delen van de naam kan de nieuwe geslachtsnaam worden, ongeacht of het betreffende gedeelte van de vader of de moeder is;
2. indien een vrouw door of in verband met haar huwelijk de geslachtsnaam van haar echtgenoot heeft verkregen (bijvoorbeeld Polen, Turkije). De naam kan in dat geval worden gewijzigd in de meisjesnaam;
3. indien een persoon een verbogen geslachtsnaam heeft. De geslachtsnaam kan in dat geval worden gewijzigd in de niet-verbogen naam (bijvoorbeeld wijziging van Bonova in Bonov);
4. indien de geslachtsnaam (of de geslachtsnaam én voornamen) van verzoeker moeilijk uitspreekbaar zijn (bijvoorbeeld China, Polen, Tsjechië, Slowakije). Zo kan bijvoorbeeld Brzinski worden gewijzigd in Barzinski;
5. indien de geslachtsnaam (of de geslachtsnaam én voornamen) van de verzoeker naar Nederlandse opvatting bespottelijk of onwelvoeglijk zijn.
Een samengestelde geslachtsnaam is een naam die bestaat uit twee of meer delen. Het ene deel is normaal gesproken afkomstig van vaderskant en het andere deel is afkomstig van moederskant. Niet iedere geslachtsnaam die uit meerdere namen bestaat, is dus een samengestelde geslachtsnaam.
Met name in Oost-Europese landen wordt soms bij namen van vrouwen als achtervoegsel een -a aan de geslachtsnaam toegevoegd. Deze verbuiging naar een vrouwelijke vorm kan bij de naturalisatie tot Nederlander ongedaan worden gemaakt als betrokkene daar om verzoekt. Het omgekeerde, een (vrouwelijke) verbuiging toevoegen, is echter niet mogelijk, omdat het Nederlands namenrecht niet de mogelijkheid geeft om namen te verbuigen.
Analoog aan artikel 1, tweede lid Besluit geslachtsnaamwijziging geschieden de hierboven onder 4 of 5 genoemde wijzigingen bij voorkeur door omzetting (of toevoeging of weglating) van enkele letters of door toevoeging van een voor- of achtervoegsel.
#### 3. Wijziging van uitsluitend voornamen
Voor wijziging van uitsluitend de voornamen bestaat in de naturalisatieprocedure geen ruimte. De voornamen kunnen slechts gelijktijdig met de geslachtsnaam worden gewijzigd en ook hier geldt: uitsluitend indien dit voor de inburgering van belang is.
Indien de verzoeker uitsluitend zijn voornaam wenst te wijzigen, kan hij zonodig worden geattendeerd op de verzoekschriftprocedure bij de rechtbank (artikel 1:4, vierde lid, BW).
Verzoeker heeft de Russische nationaliteit en bezit volgens zijn (Russische) geboorteakte een patronymicum. Het Russisch patronymicum is een tussennaam (otchestvo in het Russisch), gebaseerd op de eerste naam van de vader. Hij Verzoeker staat ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie (Gba) met het patronymicum ingevuld bij de categorie voornamen. Verzoeker verklaart dat hij zonder het patronymicum wenst te worden genaturaliseerd. Het Russisch patronymicum maakt echter geen onderdeel uit van de geslachtsnaam. Als tussennaam kan het patronymicum daarom uitsluitend in combinatie met de geslachtsnaam worden gewijzigd dan wel vervallen, en dan uitsluitend wanneer dit voor de inburgering van belang is.
#### 4. Naamswijziging bij kinderen
In paragraaf 1.3 van de algemene toelichting op artikel 12 RWN is weergegeven in welke gevallen een minderjarig kind dat deelt in de naturalisatie, kan delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van de ouder. Dat is mogelijk indien het kind:
minderjarig is; én
deelt in de naturalisatie van de verzoeker; én
de verzoeker wiens naam wordt vastgesteld of gewijzigd de wettelijke vertegenwoordiger van het kind is.
Daarnaast mag de geslachtsnaam van alleen het kind in het kader van de inburgering soms ook gewijzigd worden, terwijl de geslachtsnaam van verzoeker ongewijzigd blijft. Dit is mogelijk als zich één van de situaties voor doet die hierboven in paragraaf 2 Naamswijziging, beschreven zijn onder 3 (verbogen geslachtsnaam), 4 (onuitspreekbare naam) en 5 (bespottelijke of onwelvoeglijke naam). Aangezien er aan de namen zoals opgenomen in de GBA zo min mogelijk wordt gesleuteld bij de naturalisatie, vindt de wijziging in beginsel plaats door het verwijderen of toevoegen van één of enkele letters.
Het kan voorkomen dat de andere ouder reeds is genaturaliseerd en dat zijn geslachtsnaam is gewijzigd bij zijn naturalisatie. Dan kan voor het minderjarige kind bij naturalisatie, indien daarom wordt verzocht, dezelfde naamswijziging plaatsvinden. Dit mag echter alleen als het kind (mede) onder het gezag van deze andere ouder staat.
Moeder Natalya Vladimirova is met haar dochter Ekaterina Grzska naar Nederland gekomen om bij haar nieuwe partner te gaan wonen. Moeder Natalya laat haar geslachtsnaam bij haar naturalisatie tot Nederlander zoals deze is. Ze verzoekt echter wél om geslachtsnaamwijziging voor haar meenaturaliserende dochter. Ze wil namelijk graag dat de geslachtsnaam van haar dochter beter uitspreekbaar wordt voor Nederlanders. De geslachtsnaam Grzska is inderdaad moeilijk uitspreekbaar voor Nederlanders en zou in dit geval bijvoorbeeld gewijzigd kunnen worden in Grazeska, of Grezska.
## 13
@ -5101,6 +5295,10 @@ Zijn de namen van betrokkene bij de naturalisatie c.q. optie gewijzigd of vastge
De huidige redactie van deze bepaling is in de wet gekomen met de wetswijziging van 2003. Ten gevolge van artikel III RRWN heeft de redactie van het huidige artikel 14, tweede lid, RWN terugwerkende kracht tot de inwerkingtreding van de Rijkswet op het Nederlanderschap (1 januari 1985). Zie de toelichting bij artikel 14, tweede lid, RWN, paragraaf 2.
##### 1.1. Overgangsrecht
##### 1.2. Intrekking geen terugwerkende kracht
#### 2. Overgangsrecht artikel 14, tweede lid
Ingevolge overgangsbepaling artikel III RRWN heeft artikel 14, tweede lid, RWN, zoals die bepaling luidt sedert 1 april 2003, terugwerkende kracht tot 1 januari 1985. Dit is onder meer van belang in verband met het gestelde in de tweede en derde zin van bedoeld tweede lid. Daar is bepaald, dat geen verlies van het Nederlanderschap intreedt indien de andere ouder Nederlander is op het tijdstip van het vervallen van de familierechtelijke betrekking of dat was ten tijde van zijn overlijden en dat evenmin verlies intreedt indien het kind het Nederlanderschap ook ontleent aan artikel 3, derde lid, RWN of aan artikel 2, aanhef en onder a, WNI. Deze uitzonderingen op de hoofdregel van artikel 14, tweede lid, RWN zijn pas sedert 1 april 2003 in dat artikel van de RWN opgenomen. Echter, als gevolg van het bepaalde bij overgangsbepaling artikel III RRWN moet, wat betreft de toepassing van onderhavig artikellid ervan worden uitgegaan dat bedoelde uitzonderingen reeds gelden vanaf 1 januari 1985. Zou dus vóór 1 april 2003 ten aanzien van een minderjarige zijn geconcludeerd tot verlies van het Nederlanderschap door het vervallen van de familierechtelijke betrekking waaraan het werd ontleend (ingevolge bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid, RWN), zulks ondanks bijvoorbeeld dat de minderjarige het Nederlanderschap tevens ontleende aan artikel 3, derde lid, RWN, dan moet die persoon thans geacht worden het Nederlanderschap nimmer te hebben verloren.
@ -5123,6 +5321,12 @@ C is in 1999 geboren in Australië als dochter van een Australische vrouw. In 20
In principe zou dit voor de minderjarige C verlies van het Nederlanderschap meebrengen, en wel met ingang van 8 juli 2004. Echter, in dit geval treedt geen verlies in, omdat de andere ouder ten tijde van haar overlijden Nederlander was.
##### 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid
##### 2.2. In mindere mate een belangenafweging in het kader van artikel 14, tweede lid RWN
##### 2.3. Het Nederlanderschap van het minderjarige kind van degene wiens Nederlanderschap wordt ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid RWN
### 14-3. Toelichting ad artikel 14, derde lid
**Het Nederlanderschap wordt niet verloren dan krachtens een van de bepalingen van dit hoofdstuk.**
@ -6621,9 +6825,9 @@ bijlage: ja/nee *
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
Vervallen.
*[afbeelding]*
Vervallen.
*[afbeelding]*
@ -6813,9 +7017,93 @@ Betreft:
Voor het onderzoek naar ongeletterdheid
* Opsturen aan: ROC van Amsterdam: Zocherstraat 23, 1054 LR Amsterdam (Nederland)
**Ondergetekende,**
** Goed leesbare kopie van het verblijfsdocument (en indien aanwezig een kopie van het paspoort) meezenden met dit formulier.
Achterna(a)m(en): ..........M/V
voorna(a)m(en): ..........
geboortedatum: ..........
geboorteplaats en geboorteland: ..........
nationaliteit(en): ..........
adres: ..........
postcode en woonplaats: ..........
telefoon: ..........
einddatum verblijfsvergunning2Goed leesbare kopie van het verblijfsdocument (en indien aanwezig een kopie van het paspoort) meezenden met dit formulier.: ..........
Plaats van indiening naturalisatieverzoek: ..........
meldt zich aan voor:
Een onderzoek naar ongeletterdheid/analfabetisme en leervermogen (dit onderzoek kost € 287).
**Ondergetekende is door de gemeente geïnformeerd dat hij met dit formulier het bewijs moet meesturen dat hij/zij met één of meer cursussen Nederlands zich heeft ingespannen om Nederlands te leren lezen en schrijven. Ontbreken de benodigde stukken, dan neemt het ROC de aanmelding niet in behandeling.**
Moedertaal (ik spreek thuis): ..........
Aantal jaren in Nederland: ..........
Verplicht geweest een programma ingevolge de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) of de Wet Inburgering (WI) te volgen (indien van toepassing):
**ja / nee**
Hoogste gevolgde opleiding in herkomstland .......... afgerond met diploma:
**ja / nee**
Hoogste gevolgde opleiding in Nederland (indien van toepassing):..........afgerond met diploma:
**ja / nee**
Voor het onderzoek naar ongeletterdheid
Ondergetekende,
(geslachtsna(a)m(en):
voorna(a)m(en):
geboortedatum:
geboorteplaats en geboorteland:
nationaliteit(en):
adres:
postcode en woonplaats:
telefoon:
Plaats van indiening naturalisatieverzoek:
meldt zich aan voor2Goed leesbare kopie van het paspoort meezenden met dit formulier.:
Een onderzoek naar ongeletterdheid/analfabetisme en leervermogen (dit onderzoek kost € 287).
**Ondergetekende is door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke en/of consulaire post in het buitenland geïnformeerd dat hij met dit formulier het bewijs moet meesturen dat hij/zij met één of meer cursussen Nederlands zich heeft ingespannen om Nederlands te leren lezen en schrijven. Ontbreken de benodigde stukken, dan neemt het ROC de aanmelding niet in behandeling.**
Moedertaal (ik spreek thuis):
Aantal jaren in Nederland (indien van toepassing):
Hoogste gevolgde opleiding in herkomstland .......... afgerond met diploma: ja/nee
Hoogste gevolgde opleiding in Nederland (indien van toepassing):
afgerond met diploma: ja/nee
..........
Handtekening
plaats en datum
*[afbeelding]*