From e7831c66331d9fd61460e8188b18663214cd7904 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 3 Nov 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-11-03 | BWBR0011353 | Wet inkomstenbelasting 2001 --- .../BWBR0011353/README.md | 30 ++++--------------- 1 file changed, 6 insertions(+), 24 deletions(-) diff --git a/wet/wet-inkomstenbelasting-2001/BWBR0011353/README.md b/wet/wet-inkomstenbelasting-2001/BWBR0011353/README.md index ba8e3747ca9..66099d09529 100644 --- a/wet/wet-inkomstenbelasting-2001/BWBR0011353/README.md +++ b/wet/wet-inkomstenbelasting-2001/BWBR0011353/README.md @@ -1931,7 +1931,7 @@ d. uitkeringen op grond van buitenlandse regelingen die naar aard en strekking o Tot de aangewezen periodieke uitkeringen en verstrekkingen behoren niet: a. uitkeringen en verstrekkingen op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; -b. uitkeringen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet; +b. uitkeringen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet en de kindertoeslag op grond van de Wet op het kindgebonden budget; c. uitkeringen ingevolge artikel 4.3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; d. uitkeringen in de vorm van een gift of een voorwaardelijke gift ingevolge de Wet studiefinanciering 2000; e. uitkeringen als bedoeld in de artikelen 7.51, eerste tot en met zesde lid, 7.51a en 17.10 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; @@ -4211,7 +4211,7 @@ De standaardheffingskorting is het gezamenlijke bedrag van: a. de algemene heffingskorting (artikel 8.10); b. de arbeidskorting (artikel 8.11); -c. de kinderkorting (artikel 8.12); +c. vervallen; d. de combinatiekorting (artikel 8.14); e. de aanvullende combinatiekorting (artikel 8.14a); f. de ouderschapsverlofkorting (artikel 8.14b); @@ -4252,7 +4252,7 @@ De *gecombineerde heffingskorting* bedraagt maximaal het bedrag van de *gecombin ### Artikel 8.9 -**1.** Indien de *gecombineerde heffingskorting* door artikel 8.8 zou worden beperkt tot een niveau beneden het gezamenlijke bedrag van de algemene heffingskorting en de voor de belastingplichtige geldende arbeidskorting, kinderkorting, combinatiekorting, aanvullende combinatiekorting, ouderschapsverlofkorting en levensloopverlofkorting wordt indien de belastingplichtige in het kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden dezelfde *partner* heeft, de gecombineerde heffingskorting verhoogd tot het gezamenlijke bedrag van de voor hem geldende algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de kinderkorting, de combinatiekorting, de aanvullende combinatiekorting, de ouderschapsverlofkorting en de levensloopverlofkorting. +**1.** Indien de *gecombineerde heffingskorting* door artikel 8.8 zou worden beperkt tot een niveau beneden het gezamenlijke bedrag van de algemene heffingskorting en de voor de belastingplichtige geldende arbeidskorting, combinatiekorting, aanvullende combinatiekorting, ouderschapsverlofkorting en levensloopverlofkorting wordt indien de belastingplichtige in het kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden dezelfde *partner* heeft, de gecombineerde heffingskorting verhoogd tot het gezamenlijke bedrag van de voor hem geldende algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de combinatiekorting, de aanvullende combinatiekorting, de ouderschapsverlofkorting en de levensloopverlofkorting. **2.** De verhoging van de gecombineerde heffingskorting bedraagt maximaal het bedrag van de door de partner verschuldigde *gecombineerde inkomensheffing* verminderd met zijn gecombineerde heffingskorting. @@ -4301,25 +4301,7 @@ c. ingeval de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd ### Artikel 8.12 -**1.** - -De kinderkorting geldt voor de belastingplichtige indien: - -a. in het kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden tot zijn huishouden een *kind* behoort dat in belangrijke mate door hem of zijn *partner* wordt onderhouden en dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt en gedurende die tijd op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige of zijn partner staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en -b. het gezamenlijk verzamelinkomen van de belastingplichtige en zijn partner minder bedraagt dan € 45 309. - -**2.** - -De kinderkorting bedraagt: - -a. bij een gezamenlijk verzamelinkomen van de belastingplichtige en zijn partner van niet meer dan € 28 978: € 939; -b. bij een gezamenlijk verzamelinkomen van meer dan €  28 978: € 939, verminderd met 5,75% van het verschil tussen het gezamenlijke verzamelinkomen en € 28 978. - -**3.** Indien de belastingplichtige een partner heeft geldt de kinderkorting alleen voor de belastingplichtige met het hoogste verzamelinkomen. Indien het verzamelinkomen van de belastingplichtige gelijk is aan dat van zijn partner geldt de kinderkorting alleen voor de oudste belastingplichtige. Op gezamenlijk verzoek van deze belastingplichtige en zijn partner, wordt het bedrag van de kinderkorting toegekend aan de partner van die belastingplichtige. Op het verzoek kan niet worden teruggekomen. - -**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder partner mede verstaan een in artikel 3.91, tweede lid, onderdeel b, 2° tot en met 5° bedoelde verbonden persoon. - -**5.** Indien uitsluitend als gevolg van het overlijden in het kalenderjaar van de belastingplichtige dan wel van een in het eerste lid bedoeld kind niet voldaan wordt aan de in dat lid bedoelde termijn van zes maanden, wordt voor de toepassing van dit artikel, met betrekking tot dat jaar wel geacht te zijn voldaan aan die termijn. +Vervallen ### Artikel 8.13 @@ -4508,7 +4490,7 @@ Bij de vaststelling van de voorlopige teruggaaf wordt rekening gehouden met: a. de verhoging van de *gecombineerde heffingskorting* volgens artikel 8.9; b. de bijzondere verhoging van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting volgens artikel 8.9a; -c. de kinderkorting; +c. vervallen; d. de ouderschapsverlofkorting; e. de combinatiekorting; f. de aanvullende combinatiekorting; @@ -4568,7 +4550,7 @@ b. indien de belastingplichtige een niet in Nederland wonende artiest of beroeps ### Artikel 10.1 -Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 2.10, 3.15, eerste lid, 3.41, 3.42, 3.42a, 3.47, 3.68, 3.76, 3.77, 3.87, 3.118, 3.125, 3.127, 3.129, 5.3, 5.5, 5.6, 5.10, 5.13, 5.16, 6.18, tweede en zesde lid, 6.20, 6.20a, 6.21, 6.22, 6.24, 6.29, 6.36, 8.10, 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, en derde volzin, alsmede het derde lid, 8.12, 8.14, 8.14a, 8.15, 8.16, 8.16a, 8.17, 8.18, 8.18a, 9.4 en 10.7 vermelde bedragen bij ministeriële regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. +Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 2.10, 3.15, eerste lid, 3.41, 3.42, 3.42a, 3.47, 3.68, 3.76, 3.77, 3.87, 3.118, 3.125, 3.127, 3.129, 5.3, 5.5, 5.6, 5.10, 5.13, 5.16, 6.18, tweede en zesde lid, 6.20, 6.20a, 6.21, 6.22, 6.24, 6.29, 6.36, 8.10, 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, en derde volzin, alsmede het derde lid, 8.14, 8.14a, 8.15, 8.16, 8.16a, 8.17, 8.18, 8.18a, 9.4 en 10.7 vermelde bedragen bij ministeriële regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. ### Artikel 10.2