2026-01-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2026-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3f4fa8dda6
commit e7a4fddb44

View file

@ -94,11 +94,7 @@ Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb-conforme werkwijze geldt niet voor de
bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen; en
bezwaarschriften tegen voor bezwaar vatbare beschikkingen als bedoeld in de regeling.
Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige in een verzoek aan de Belastingdienst aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger de belastingaanslag marginaal toetst. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag gedeeltelijk of geheel in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.
Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek van de belastingschuldige tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. In het geval het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel er sprake is van betalingen uit eigen beweging van de belastingschuldige, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.
De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur het tijdige verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.
Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke).
#### 1.1.5a. Toepassing
@ -106,6 +102,18 @@ Artikel 4:84 Awb is van overeenkomstige toepassing bij de invordering van rijksb
Toepassing van artikel 4:84 Awb zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden waardoor onverkorte toepassing van de beleidsregels onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb.
#### 1.1.5b. Marginale toetsing
Als de belastingschuldige in zijn verzoek aan de Belastingdienst aannemelijk maakt dat er gegronde twijfels bestaan over de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, toetst de ontvanger de belastingaanslag marginaal. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer openstaat en waarbij evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.
Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. Wanneer het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel betalingen betreffen die de belastingschuldige uit eigen beweging heeft gedaan, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.
De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur een tijdig verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.
#### 1.1.5c. Verzoekschriften aan andere instellingen
De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer der Staten-Generaal, de Nationale ombudsman of het Ministerie van Financiën tot op dat verzoekschrift is beslist. De ontvanger houdt de invordering ook aan als de Belangenbehartiger een casus in behandeling heeft genomen. De ontvanger doet dit tot het moment waarop behandeling van de casus door de Belangenbehartiger definitief is afgerond. Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kan de ontvanger na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen treffen.
#### 1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen
Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de Belastingdienst de voorkeur.
@ -2493,7 +2501,7 @@ Als bij de belastingschuldige kinderen thuis wonen die over een eigen vermogen b
Voor de beoordeling van een verzoek om kwijtschelding van belastingaanslagen ten name van overledenen zijn de financiële omstandigheden van de erfgenamen in beginsel niet van belang. Alleen de vraag of de belastingaanslagen uit het actief van de nalatenschap (hadden) kunnen worden voldaan is van belang.
Dit uitgangspunt geldt niet als het verzoek wordt gedaan door de overblijvende partner/erfgenaam. In dat geval worden de persoonlijke financiële omstandigheden wel mede in aanmerking genomen, ook al zouden bijvoorbeeld de kinderen als mede-erfgenamen voor een deel van de belastingschuld kunnen worden aangesproken.
Dit uitgangspunt geldt niet als het verzoek wordt gedaan door de langstlevende echtgenoot. In dat geval worden de persoonlijke financiële omstandigheden wel mede in aanmerking genomen, ook al zouden bijvoorbeeld de kinderen als mede-erfgenamen voor een deel van de belastingschuld kunnen worden aangesproken.
Als een erfgenaam op grond van een ingediend verzoek voor kwijtschelding in aanmerking zou komen, wordt de betrokkene bij beschikking voor zijn aandeel in de belastingschuld ontslag van betalingsverplichting verleend. Deze werkwijze wordt ook gevolgd als de partner van de erflater het verzoek om kwijtschelding indient.
@ -2529,8 +2537,8 @@ Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbu
De inkomsten van een student worden gesteld op een forfaitair bedrag.
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 77.
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 68 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 80.
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 70 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten wordt eveneens uitgegaan van de forfaitaire inkomsten, zoals hiervoor berekend onder A en B. Als de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs) en de eigen inkomsten uitstijgen boven de voor het desbetreffende huishoudtype maximaal geldende kosten van bestaan worden om de betalingscapaciteit te kunnen berekenen de navolgende formules gebruikt:
@ -2584,7 +2592,7 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft
#### 26.2.19. Normpremie zorgverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 45 per maand en voor echtgenoten € 101 per maand.
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 47 per maand en voor echtgenoten € 106 per maand.
#### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland
@ -3426,7 +3434,7 @@ b. met uitzondering van de bedragen waarvoor (in verband met liquiditeitsproblem
#### 35.12.3. Verklaring betalingsgedrag en ambtshalve aanslagen
Als de ontvanger ervan op de hoogte is dat de betrokken onderaannemer heeft verzuimd aangifte te doen, tengevolge waarvan ambtshalve één of meer naheffingsaanslagen naar geschatte bedragen zijn opgelegd, dan wordt de gevraagde verklaring ook al zijn die naheffingsaanslagen betaald pas afgegeven nadat de onderaannemer alsnog opgaaf heeft gedaan van de volgens hem verschuldigde belasting.
Als de ontvanger ervan op de hoogte is dat de betrokken onderaannemer in de afgelopen vijf jaar heeft verzuimd aangifte te doen, tengevolge waarvan ambtshalve één of meer naheffingsaanslagen naar geschatte bedragen zijn opgelegd, dan wordt de gevraagde verklaring ook al zijn die naheffingsaanslagen betaald afgegeven nadat de onderaannemer alsnog opgaaf heeft gedaan van de volgens hem verschuldigde belasting. Als door de opgaaf een naheffingsaanslag wordt opgelegd, geeft de ontvanger de verklaring af als is voldaan aan de eisen voor het afgeven van een verklaring zoals vermeld in artikel 35.12.2 van de Leidraad.
#### 35.12.4. Verklaring betalingsgedrag en naheffingsaanslagen
@ -4241,6 +4249,7 @@ Er zijn in deze leidraad op de artikelen 65a en 66 van de wet geen beleidsregels
In aansluiting op artikel 67 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
bekendmaking gegevens op verzoek van de belastingschuldige zelf;
bekendmaking aan derden in het belang van de invordering;
informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen.
### 67.1. Bekendmaking aan de belastingschuldige
@ -5093,9 +5102,11 @@ Toepassing van het verplichtingensignaal kan plaatsvinden als een belastingschul
Voor toepassing van het verplichtingensignaal tellen echter de volgende aanslagen motorrijtuigenbelasting niet mee:
a. aanslagen motorrijtuigenbelasting die niet meer worden ingevorderd, omdat invordering een onverdedigbare hardheid zou zijn;
b. aanslagen motorrijtuigenbelasting die niet meer worden ingevorderd omdat de belastingschuldige de toezegging heeft gekregen dat de ontvanger voor die aanslagen geen verdere invorderingsmaatregelen zal treffen;
b. aanslagen motorrijtuigenbelasting die niet meer worden ingevorderd omdat voor die aanslagen (1) kwijtschelding is verleend, (2) de belastingschuldige de toezegging heeft gekregen dat de ontvanger geen verdere invorderingsmaatregelen zal treffen, of (3) in het kader van beëindiging van de WSNP een schone lei is verleend;
c. aanslagen motorrijtuigenbelasting die niet meer worden ingevorderd omdat sprake is van een gering restbedrag;
d. aanslagen motorrijtuigenbelasting die als natuurlijke verbintenis worden aangemerkt, bijvoorbeeld na verjaring of na beëindiging van een wettelijke schuldsaneringsregeling.
d. aanslagen motorrijtuigenbelasting die als natuurlijke verbintenis worden aangemerkt, bijvoorbeeld na verjaring;
e. aanslagen motorrijtuigenbelasting waarvoor een verzoek om uitstel van betaling bij de ontvanger in behandeling is dan wel waarvoor uitstel van betaling door de ontvanger is verleend.
f. aanslagen motorrijtuigenbelasting waarvoor een verzoek om kwijtschelding bij de ontvanger in behandeling is.
### 77.2. Waarschuwingsbrief voorafgaand aan signalering
@ -5111,11 +5122,11 @@ De ontvanger stelt de belastingschuldige in kennis van het aanbrengen van het ve
### 77.4. Verwijderen verplichtingensignaal
De ontvanger geeft aan de RDW opdracht een aangebrachte signalering uit het register te verwijderen als alle aanslagen motorrijtuigenbelasting ten name van belastingschuldige zijn voldaan, met uitzondering van de aanslagen genoemd in artikel 77.1, onderdelen a tot en met d, van deze leidraad.
De ontvanger geeft aan de RDW opdracht een aangebrachte signalering uit het register te verwijderen als alle aanslagen motorrijtuigenbelasting ten name van belastingschuldige zijn voldaan, met uitzondering van de aanslagen genoemd in artikel 77.1, onderdelen a tot en met f, van deze leidraad. Voor de aanslagen motorrijtuigenbelasting waarvoor het verplichtingensignaal is aangebracht en nadien een verzoek om uitstel van betaling is gedaan, blijft het verplichtingensignaal in beginsel gehandhaafd. Dit geldt ook voor een nadien gedaan verzoek om kwijtschelding dat afgewezen wordt.
De ontvanger zal het verplichtingensignaal opheffen als hem blijkt dat de aanslagen betaald zijn of het recht op invordering ervan is vervallen.
Het komt voor dat het voor het slagen van de schuldsaneringsprocedure van belang is dat de saniet de beschikking heeft over een motorrijtuig. Bijvoorbeeld voor het aanvaarden of behouden van betaald werk waarvoor het beschikken over een motorrijtuig redelijkerwijs vereist is. Voorzover het verplichtingensignaal het beschikken over een motorrijtuig verhindert, zal de ontvanger op gemotiveerd verzoek van de bewindvoerder het verplichtingensignaal doen verwijderen. Voorwaarde daarbij is dat de bewindvoerder verklaart dat hij zal toezien op het stipt nakomen van de fiscale verplichtingen in verband met het motorrijtuig.
Naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek kan de ontvanger besluiten een verplichtingensignaal op te heffen. De belastingschuldige moet aantonen dat het verplichtingensignaal leidt tot een onoverkomelijke ernstige vorm van hinder. Daarnaast geldt als voorwaarde dat de belastingschuldige alle nieuwe fiscale verplichtingen met betrekking tot het motorrijtuig volledig en tijdig nakomt.
De ontvanger stelt de belastingschuldige in kennis van het beëindigen van het verplichtingensignaal.
@ -5123,7 +5134,7 @@ De ontvanger stelt de belastingschuldige in kennis van het beëindigen van het v
Gedurende de WSNP wordt voor wat betreft het verplichtingensignaal gehandeld als ware er niet sprake van een WSNP. Als het verplichtingensignaal is aangebracht en daarna volgt WSNP, blijft het verplichtingensignaal gehandhaafd.
Aanslagen waarvoor de schone lei is verleend, tellen niet mee voor de vraag of een verplichtingensignaal moet worden aangebracht. Na beëindiging van de WSNP door het verlenen van de schone lei, geldt de datum van die beëindiging als het begin waarop de telling van de aanslagen motorrijtuigenbelasting voor de vraag of een verplichtingensignaal al dan niet moet worden aangebracht (opnieuw) een aanvang neemt.
Na beëindiging van de WSNP door het verlenen van de schone lei, geldt de datum van die beëindiging als het begin waarop de telling van de aanslagen motorrijtuigenbelasting voor de vraag of een verplichtingensignaal al dan niet moet worden aangebracht (opnieuw) een aanvang neemt.
### 77.6. De aantekening katvanger
@ -5229,8 +5240,6 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:
Als de toeslagschuld niet of niet volledig binnen de betalingstermijn wordt voldaan, zendt Dienst Toeslagen de belanghebbende eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering voordat tot dwanginvordering wordt overgegaan.
Het betalingsgedrag van de belanghebbende of diens gedrag met betrekking tot het verstrekken van informatie voor de toekenning van een toeslag of voorschot op een toeslag, kan aanleiding zijn om het zenden van een betalingsherinnering achterwege te laten en direct tot dwanginvordering over te gaan.
### 79.2. Invordering toeslagschuld door middel van vordering
Op grond van artikel 32, zesde lid, Awir kan Dienst Toeslagen gebruik maken van de bevoegdheid tot het doen van een vordering ex artikel 19 van de wet onder de werkgever, de uitkeringsinstantie of een andere derde als bedoeld in het eerste lid van laatstgenoemd artikel.
@ -5296,32 +5305,42 @@ Verrekening met termijnbedragen is echter wel toegestaan indien en voor zover de
### 79.7. Standaardbetalingsregeling toeslagschuld
Uitgangspunt is dat de belanghebbende die te veel ontvangen toeslag moet terugbetalen in de gelegenheid wordt gesteld om het bedrag van de toeslagschuld te voldoen met een standaardbetalingsregeling. De standaardregeling wordt zonder nader onderzoek in te stellen door Dienst Toeslagen aangeboden en gaat uit van een af te lossen bedrag van € 20 per maand voor iedere terugvordering afzonderlijk.
Uitgangspunt is dat de belanghebbende die te veel ontvangen toeslag moet terugbetalen in de gelegenheid wordt gesteld om het bedrag van de toeslagschuld te voldoen met een standaardbetalingsregeling.
De periode waarover de regeling zich uitstrekt is maximaal 24 maanden te rekenen vanaf één maand na de dagtekening van de terugvorderingsbeschikking. De eerste termijn moet zijn voldaan op de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking. Als het teruggevorderde bedrag meer bedraagt dan € 480 wordt het maandelijks af te lossen bedrag zodanig verhoogd dat aflossing binnen 24 maanden mogelijk is. De belanghebbende lost de toeslagschuld af door maandelijks het termijnbedrag over te maken naar de rekening van de Dienst Toeslagen.
De standaardbetalingsregeling gaat uit van een af te lossen bedrag van € 20 per maand voor iedere terugvordering afzonderlijk. Als een terugvordering meer bedraagt dan € 480, wordt het maandelijks af te lossen bedrag zodanig verhoogd dat aflossing binnen 24 maandelijkse termijnen mogelijk is. De belanghebbende lost de toeslagschuld af door maandelijks het termijnbedrag over te maken naar de rekening van de Dienst Toeslagen.
De situatie kan zich voordoen dat de belanghebbende tijdens de looptijd van een standaardregeling te maken krijgt met een nieuwe terugvordering voor dezelfde toeslag. In dat geval vindt een herziening van het bedrag van de standaardregeling plaats. Het bedrag van de nieuwe terugvordering wordt opgeteld bij het nog resterende bedrag van de terugvordering waarvoor de standaardregeling loopt. Voor het totaalbedrag geldt dan weer de aflossingssystematiek van ten minste € 20 per maand gedurende maximaal 24 maanden.
De standaardbetalingsregeling wordt zonder nader onderzoek in te stellen door de Dienst Toeslagen in de terugvorderingsbeschikking aangeboden. Wanneer een belanghebbende instemt met een door de Dienst Toeslagen aangeboden betalingsregeling moet de eerste termijn zijn voldaan op de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking, zodat de regeling start. Na het verstrijken van de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking wordt een standaardbetalingsregeling op aanvraag van de belanghebbende verleend.
De periode waarover de regeling zich uitstrekt is maximaal 24 maanden te rekenen vanaf de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking of de datum van de beschikking waarbij de Dienst Toeslagen de betalingsregeling toestaat. De situatie kan zich voordoen dat de belanghebbende tijdens de looptijd van een standaardbetalingsregeling te maken krijgt met een nieuwe terugvordering. Er wordt dan een afzonderlijke standaardbetalingsregeling aangeboden voor de nieuwe terugvordering. Op verzoek van de belanghebbende kunnen deze afzonderlijke standaardbetalingsregelingen worden gebundeld tot een gezamenlijke standaardbetalingsregeling. Voor het totaalbedrag geldt dan weer de aflossingssystematiek van ten minste € 20 per maand per terugvordering gedurende maximaal 24 maanden gerekend vanaf de datum van het besluit waarbij de gebundelde betalingsregeling wordt toegekend.
De Dienst Toeslagen wijst een verzoek om een betalingsregeling af wanneer het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling.
Wanneer een belanghebbende niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldoet wordt de betalingsregeling beëindigd.
### 79.8. Betalingsregeling toeslagschuld op basis van betalingscapaciteit
Dienst Toeslagen kan een andere betalingsregeling toestaan dan de standaardregeling. Dit kan alleen als de belanghebbende schriftelijk kenbaar maakt dat hij niet in staat is de toeslagenschuld te voldoen onder de condities die gelden voor de standaardregeling. De belanghebbende moet dan op het daartoe bestemde formulier de benodigde informatie verstrekken aan Dienst Toeslagen zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van onvoldoende betalingscapaciteit om een maandelijkse aflossing overeenkomstig de standaardregeling te voldoen.
De Dienst Toeslagen kan een andere betalingsregeling toestaan dan de standaardbetalingsregeling. Dit kan alleen als de belanghebbende schriftelijk kenbaar maakt dat hij niet in staat is de toeslagschuld te voldoen onder de condities die gelden voor de standaardbetalingsregeling. De belanghebbende moet dan op het daartoe bestemde formulier de benodigde informatie verstrekken aan de Dienst Toeslagen zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van onvoldoende betalingscapaciteit om een maandelijkse aflossing overeenkomstig de standaardbetalingsregeling te voldoen.
De artikelen 11, 12 en 13 van de regeling en de artikelen 25.5.5 tot en met 25.5.9 zijn hierbij van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
De artikelen 11 tot en met 16 van de regeling en de artikelen 25.5.5 tot en met 25.5.9 zijn hierbij van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
naast het netto besteedbaar inkomen van de belanghebbende ook rekening wordt gehouden met het netto besteedbaar inkomen van een eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir, met dien verstande dat met het netto besteedbaar inkomen van de partner alleen rekening wordt gehouden als die partner belanghebbendes partner was gedurende de periode waarop belanghebbendes toeslagschuld betrekking heeft;
naast het netto besteedbaar inkomen van de belanghebbende ook rekening wordt gehouden met het netto besteedbaar inkomen van een eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir, met dien verstande dat met het netto besteedbaar inkomen van de partner alleen rekening wordt gehouden als die partner ook de partner van de belanghebbende was gedurende de periode waarop de toeslagschuld van de belanghebbende betrekking heeft;
bevoorrechte schulden (zoals belastingschulden) op het vermogen in mindering mogen worden gebracht.
Als uit de verstrekte gegevens blijkt dat de betalingscapaciteit voldoende is om de toeslagenschuld af te lossen volgens de standaardregeling, zal Dienst Toeslagen het verzoek om een andere betalingsregeling afwijzen.
Zon betalingsregeling wordt ook afgewezen als de belanghebbende of de in artikel 3 van de Awir bedoelde partner over voldoende vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling beschikt voor de voldoening van de terugvordering, met dien verstande dat bevoorrechte schulden op het vermogen in mindering worden gebracht.
Als een verzoek van een belanghebbende als bedoeld in artikel 3a van de Awir is toegewezen, dan wordt de eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir niet als partner aangemerkt voor de toepassing van dit artikel. Dit geldt voor zover de belanghebbende ten tijde van het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling nog steeds verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 3a van de Awir.
Als echter blijkt dat de betalingscapaciteit lager is dan € 20 per maand, maar voldoende om het bedrag van de toeslagenschuld in maximaal 24 maanden te voldoen zij het met een lager bedrag dan € 20 dan zal Dienst Toeslagen een betalingsregeling toestaan die is gebaseerd op die betalingscapaciteit.
Als uit de verstrekte gegevens blijkt dat de betalingscapaciteit voldoende is om de toeslagschuld af te lossen volgens de standaardbetalingsregeling, zal de Dienst Toeslagen een betalingsregeling toestaan waarbij de openstaande toeslagschuld in maximaal 24 maanden wordt voldaan.
Als de belanghebbende wel over betalingscapaciteit beschikt, maar deze is niet voldoende om de toeslagenschuld af te lossen in 24 maanden, dan zal Dienst Toeslagen een regeling voor 24 maanden treffen, gebaseerd op die betalingscapaciteit. In de uitstelbeschikking zal worden opgenomen dat de regeling opnieuw wordt bezien na verloop van twaalf maanden.
Als blijkt dat de betalingscapaciteit lager is dan € 20 per maand, maar voldoende om het bedrag van de toeslagschuld in maximaal 24 maanden te voldoen zij het met een lager bedrag dan € 20 dan zal de Dienst Toeslagen een betalingsregeling toestaan die is gebaseerd op die betalingscapaciteit.
Na twaalf maanden kan Dienst Toeslagen de belanghebbende opnieuw een vragenformulier toesturen. Als na ontvangst van het formulier een inkomensverbetering wordt geconstateerd, dan wordt het lopende uitstel ingetrokken en een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het hogere bedrag van de betalingscapaciteit, gedurende de resterende twaalf maanden. Als een inkomensvermindering wordt geconstateerd, dan wordt een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het lagere bedrag voor de resterende periode van twaalf maanden.
Als de belanghebbende wel over betalingscapaciteit beschikt, maar deze is niet voldoende om de toeslagschuld af te lossen in 24 maanden, dan zal de Dienst Toeslagen een regeling voor 24 maanden treffen, gebaseerd op die betalingscapaciteit. In de uitstelbeschikking zal worden opgenomen dat de regeling opnieuw wordt bezien na verloop van twaalf maanden.
Na twaalf maanden kan de Dienst Toeslagen de belanghebbende opnieuw een vragenformulier toesturen. Als na ontvangst van het formulier een inkomensverbetering wordt geconstateerd, dan wordt het lopende uitstel ingetrokken en een nieuwe betalingsregeling getroffen op basis van het hogere bedrag van de betalingscapaciteit, gedurende de resterende twaalf maanden. Als een inkomensvermindering wordt geconstateerd, dan wordt een nieuwe betalingsregeling getroffen op basis van het lagere bedrag voor de resterende periode van twaalf maanden.
Een persoonlijke betalingsregeling wordt afgewezen als de belanghebbende of de in artikel 3 van de Awir bedoelde partner over voldoende vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling beschikt voor de voldoening van de toeslagschuld, met dien verstande dat bevoorrechte schulden op het vermogen in mindering worden gebracht.
De Dienst Toeslagen wijst een verzoek om een persoonlijke betalingsregeling eveneens af wanneer het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling.
Wanneer een belanghebbende niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldoet, wordt de betalingsregeling beëindigd.
### 79.8a. Toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld