diff --git a/wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md b/wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md index 7225fb9fd5e..4b16eb0197f 100644 --- a/wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md +++ b/wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md @@ -16,10 +16,14 @@ citeertitel: Ontgrondingenwet In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. zee: de Noordzee en de Waddenzee; -b. planologische medewerking verlenen: het nemen van een of meer besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening door de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of provinciale staten of gedeputeerde staten van de provincie waarin die gemeente is gelegen, waardoor een ontgronding kan plaatsvinden zonder strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening; -c. winplaats: een plaats die is bestemd voor de winning van vaste stoffen door middel van ontgronding; -d. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; +b. planologisch medewerking verlenen: het nemen van een of meer besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening door de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of het bestuur van een provincie waarin die gemeente is gelegen, waardoor een ontgronding kan plaatsvinden zonder strijd met het bepaalde bij of krachtens die wet; +c. zomerbed: + +1°. oppervlakte tussen de denkbeeldige lijnen ter weerszijden van de stroomgeul bij gewoon hoog zomerwater of gewone vloed, die de as van de rivier volgen en de worteleinden van de kribben in de rivier met elkaar verbinden; +2°. voor zover geen kribben in de rivier aanwezig zijn: de oppervlakte tussen de oeverlijnen van de stroomgeul bij gewoon hoog zomerwater of gewone vloed, waarbij de oeverlijnen in een denkbeeldige lijn worden doorgetrokken op plaatsen waar water in de uiterwaard in open verbinding staat met de stroomgeul; +3°. nevengeulen in beheer bij het Rijk; +4°. bij het Rijk in beheer zijnde havens die in open verbinding staan met de stroomgeul. ### Artikel 2 @@ -29,7 +33,7 @@ Een ontgronding wordt geacht in de zee plaats te hebben, indien zij plaats heeft **1.** Het is verboden, behoudens het bepaalde in de artikelen 12 en 31, zonder vergunning te ontgronden dan wel als eigenaar, erfpachter, vruchtgebruiker, opstalhouder, beklemde meier of gebruiker van enige onroerende zaak toe te laten, dat aldaar zonder vergunning ontgronding plaats heeft. -**2.** Met inachtneming van de krachtens artikel 5 gestelde nadere regelen kunnen aan een vergunning voorschriften worden verbonden ter bescherming van alle bij een ontgronding betrokken belangen alsmede ter bevordering en bescherming van belangen, betrokken bij de herinrichting van de ontgronde onroerende zaken en de aanpassing van de omgeving van de ontgronde onroerende zaken. +**2.** Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van alle bij een ontgronding betrokken belangen alsmede ter bevordering en bescherming van belangen, betrokken bij de herinrichting van de ontgronde onroerende zaken en de aanpassing van de omgeving van de ontgronde onroerende zaken. **3.** @@ -41,15 +45,12 @@ c. dat in plaats van de onder b bedoelde verplichting een bepaald bedrag ineens d. dat de kosten van het beheer van de onroerende zaken die zijn ontgrond geheel of gedeeltelijk moeten worden betaald; e. dat de kosten in verband met de aanpassingsinrichting van de omgeving van de ontgronde onroerende zaken, alsmede van het beheer van de aangepaste omgeving, voor zover zij het gevolg zijn van de ontgronding, geheel of gedeeltelijk moeten worden betaald; f. dat financiële zekerheid moet worden gesteld voor het nakomen van krachtens de vergunning geldende verplichtingen; -g. dat binnen een bij het voorschrift aangegeven periode ten hoogste een bepaalde hoeveelheid aangegeven vaste stoffen mag worden gewonnen; -h. dat bij het voorschrift aangegeven vaste stoffen voor geen andere bestemming mogen worden afgevoerd dan voor die welke bij het voorschrift is omschreven; -i. dat de vergunninghouder verplicht is toe te laten dat een aangewezen deel van de te ontgronden onroerende zaken wordt ontgrond door één of meer andere aangewezen derden en dat de daartoe tussen de vergunninghouder en die derden te sluiten overeenkomst de toestemming behoeft van een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan; -j. dat moet worden voldaan aan door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan gestelde nadere eisen; -k. dat de vergunninghouder verplicht is technische maatregelen te treffen waardoor monumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Monumentenwet 1988 in de bodem kunnen worden behouden; -l. dat de vergunninghouder verplicht is opgravingen te doen als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Monumentenwet 1988; -m. dat de vergunninghouder verplicht is de ontgronding te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het vergunningverlenende bestuursorgaan te stellen kwalificaties. +g. dat moet worden voldaan aan door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan gestelde nadere eisen; +h. dat de vergunninghouder verplicht is technische maatregelen te treffen waardoor monumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Monumentenwet 1988 in de bodem kunnen worden behouden; +i. dat de vergunninghouder verplicht is opgravingen te doen als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Monumentenwet 1988; +j. dat de vergunninghouder verplicht is de ontgronding te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het vergunningverlenende bestuursorgaan te stellen kwalificaties. -**4.** Een financiële zekerheid als bedoeld in het derde lid, onder f, kan niet worden gevorderd van publiekrechtelijke lichamen. Op de toestemming, bedoeld in het derde lid, onder a en i, zijn de artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. +**4.** Een financiële zekerheid als bedoeld in het derde lid, onder f, kan niet worden gevorderd van publiekrechtelijke lichamen. Op de toestemming, bedoeld in het derde lid, onder a, zijn de artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. **5.** Aan de vergunning kunnen ook voorschriften worden verbonden, inhoudende dat op een daarbij omschreven wijze moet worden aangegeven of aan andere vergunningvoorschriften wordt voldaan en dat de daarbij verkregen gegevens ter beschikking moeten worden gesteld van het bevoegd gezag. @@ -57,9 +58,7 @@ m. dat de vergunninghouder verplicht is de ontgronding te laten begeleiden door ### Artikel 3a -**1.** Voor zover op grond van deze wet voor een ontgronding een vergunning is vereist, kunnen de bestuursorganen, genoemd in artikel 8, eerste en tweede lid, in het belang van de archeologische monumentenzorg van de aanvrager een rapport verlangen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan in voldoende mate is vastgesteld. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud en inrichting van het rapport, bedoeld in het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 4 @@ -79,9 +78,9 @@ De Staat is eigenaar van de op of onmiddellijk onder de oppervlakte van het cont ### Artikel 5 -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen omtrent ontgrondingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, gesteld. +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden omtrent ontgrondingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, moet geschieden en de gegevens en bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag. -**2.** Bij provinciale verordening worden nadere regelen omtrent ontgrondingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, gesteld. +**2.** Bij provinciale verordening worden omtrent ontgrondingen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, moet geschieden en de gegevens en bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag. ### Artikel 6 @@ -89,17 +88,15 @@ Bij de maatregel, bedoeld in artikel 5, eerste lid, kan worden bepaald dat overe ### Artikel 7 -**1.** Bij de maatregel, bedoeld in artikel 5, eerste lid, kan worden bepaald dat het verbod van artikel 3, eerste lid, niet geldt voor daarbij aan te duiden categorieën van ontgrondingen. +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het verbod van artikel 3, eerste lid, niet geldt voor daarbij aan te duiden categorieën van ontgrondingen van beperkte betekenis voor de fysieke omgeving. Voor die categorieën kunnen bij of krachtens die maatregel regels worden gesteld. -**2.** Bij de verordening, bedoeld in artikel 5, tweede lid, kan voor daarbij aan te duiden categorieën van ontgrondingen, wegens haar bijzondere aard of met het oog op bijzondere gewestelijke omstandigheden, worden bepaald dat het verbod van artikel 3, eerste lid, niet geldt. +**2.** Bij provinciale verordening kan voor daarbij aan te duiden categorieën van ontgrondingen, wegens haar bijzondere aard of met het oog op bijzondere gewestelijke omstandigheden, worden bepaald dat het verbod van artikel 3, eerste lid, niet geldt. Voor die categorieën kunnen bij die verordening regels worden gesteld. -**3.** Een regeling als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, kan voorts inhouden dat met betrekking tot ontgrondingen ten aanzien waarvan met toepassing van het eerste of tweede lid is bepaald dat het vergunningvereiste niet geldt, de verplichting geldt tot het melden van het voornemen te ontgronden aan een daarbij aangewezen bestuursorgaan. Bij toepassing van de eerste volzin worden voorts aangegeven het tijdstip, voorafgaand aan het ontgronden, waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan, alsmede de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt. - -**4.** Een regeling als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, kan nadere regelen inhouden met betrekking tot de aan een vergunning te verbinden voorschriften. +**3.** Een regeling als bedoeld in het eerste of tweede lid kan voorts inhouden dat met betrekking tot ontgrondingen ten aanzien waarvan met toepassing van het eerste of tweede lid is bepaald dat het vergunningvereiste niet geldt, de verplichting geldt tot het melden van het voornemen te ontgronden aan een daarbij aangewezen bestuursorgaan. Bij toepassing van de eerste volzin worden voorts aangegeven het tijdstip, voorafgaand aan het ontgronden, waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan, alsmede de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt. ### Artikel 7a -Met betrekking tot de oppervlaktedelfstoffenvoorziening door middel van ontgronding wordt een plan vastgesteld als bedoeld in artikel 2*a* van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, genaamd structuurschema oppervlaktedelfstoffen. Het structuurschema bevat de hoofdlijnen en beginselen van het beleid inzake de winning van vaste stoffen in Nederland door middel van ontgronding, alsmede het beleid ter bevordering van de toepassing van zodanige vaste stoffen vervangende materialen teneinde de winning van vaste stoffen te beperken. Het wordt telkens voor vijf jaren vastgesteld. +Vervallen ### Artikel 7b @@ -117,41 +114,35 @@ e. het bevorderen van het toepassen van materialen die door middel van ontgrondi ### Artikel 7c -Alvorens een winplaats wordt vastgesteld in een streekplan, verzoeken gedeputeerde staten aan de raad van ieder van de gemeenten op het gebied waarvan de beoogde winplaats betrekking heeft, mee te delen of zodanige winplaats in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake. +Vervallen ### Artikel 7d -Binnen drie maanden nadat het in artikel 7*c* bedoelde verzoek is ingekomen, deelt het college van burgemeesters en wethouders van ieder van de gemeenten op het gebied waarvan de beoogde winplaats betrekking heeft, aan gedeputeerde staten mee of zodanige winplaats in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, en deelt, zo zulks niet het geval is, mee of de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders bereid is aan zodanige winplaats planologische medewerking te verlenen. +Vervallen ### Artikel 7e -Indien de beoogde winplaats in strijd is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, en de gemeenteraad niet binnen de in artikel 7*d* gestelde termijn heeft meegedeeld bereid te zijn planologische medewerking te verlenen, geven gedeputeerde staten, indien wordt overgegaan tot het nemen van een besluit tot vaststelling van de winplaats in een streekplan, tegelijkertijd toepassing aan artikel 37, vierde of vijfde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ertoe strekkende dat het bestemmingsplan in overeenstemming wordt gebracht met het besluit tot vaststelling van de winplaats. +Vervallen ### Artikel 7f -De raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders verleent uiterlijk binnen een jaar na het onherroepelijk worden van het besluit tot vaststelling van een winplaats in een streekplan ter zake planologische medewerking, voor zover het overeenkomstig artikel 7d ten aanzien van de winplaats de bereidheid tot het verlenen van zodanige medewerking heeft aangegeven. +Vervallen ### Artikel 7g -Ten aanzien van de vaststelling van een winplaats in een streekplan is artikel 4*a*, achtste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet van toepassing. +Vervallen ## Hoofdstuk II. Vergunningen ### Artikel 8 -**1.** - -Onze Minister is bevoegd een vergunning als bedoeld in artikel 3 te verlenen, te wijzigen of in te trekken, indien zij een ontgronding betreft: - -a. in de zee; -b. in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rijkswateren; -c. in de ingepolderde gedeelten van het IJsselmeer, indien en zolang deze niet provinciaal zijn ingedeeld. +**1.** Onze Minister is bevoegd een vergunning als bedoeld in artikel 3 te verlenen, te wijzigen of in te trekken, indien zij een ontgronding betreft in bij ministeriële regeling aan te wijzen rijkswateren. **2.** Ten aanzien van andere dan de in het eerste lid bedoelde ontgrondingen berust de bevoegdheid tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning bij gedeputeerde staten van de provincie waarin de betrokken onroerende zaak is gelegen. -**3.** Ten aanzien van ontgrondingen in een tot de rijkswateren behorende rivier omvat de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid van Onze Minister de oppervlakte die de rivier inneemt bij gewoon hoog zomerwater of gewone vloed. Daarbuiten tot aan de begrenzing van het rivierbed ingevolge artikel 1a van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken oefenen gedeputeerde staten hun in het tweede lid bedoelde bevoegdheid niet uit dan in overeenstemming met Onze Minister. +**3.** Ten aanzien van ontgrondingen in een tot de rijkswateren behorende rivier heeft de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het zomerbed van de rivier. Voor het niet tot het zomerbed behorende gedeelte van de rivier tot aan de begrenzing van de rivier ingevolge artikel 1a van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken oefenen gedeputeerde staten hun in het tweede lid bedoelde bevoegdheid uit in overeenstemming met Onze Minister. -**4.** Indien een bij gedeputeerde staten ingediende aanvrage betrekking heeft op een ontgronding, waarbij naar hun oordeel vrijwel uitsluitend huishoudelijke belangen van een waterschap zijn betrokken, kunnen zij deze ter beslissing in handen stellen van het bestuur van die instelling; zij doen daarvan mededeling aan de aanvrager. De beslissing op de aanvrage wordt genomen met overeenkomstige toepassing van de krachtens artikel 5, tweede lid, vastgestelde regeling. +**4.** Vervallen. **5.** Onze Minister kan, indien spoedige winning van bepaalde vaste stoffen door middel van ontgronding geboden is, aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie een aanwijzing geven ten aanzien van een aanvrage om een vergunning of een in artikel 12 bedoelde machtiging dan wel ten aanzien van een reeds verleende vergunning of machtiging. @@ -167,43 +158,53 @@ Vervallen ### Artikel 10 -**1.** Op de voorbereiding van een beschikking als bedoeld in artikel 8 zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing. Voorts is paragraaf 14.1 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. +**1.** Op de voorbereiding van een beschikking als bedoeld in artikel 8 zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing. -**2.** Het college van burgemeester en wethouders van ieder van de gemeenten op het gebied waarvan de aanvrage om vergunning betrekking heeft, deelt aan het ingevolge artikel 8 bevoegde gezag binnen zes weken nadat het verzoek daartoe is ingekomen, mee of de beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, en deelt, zo zulks niet het geval is, mee of de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders bereid is aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen. +**2.** Het college van burgemeester en wethouders van ieder van de gemeenten op het gebied waarvan de aanvrage om vergunning betrekking heeft, deelt aan het ingevolge artikel 8 bevoegde gezag binnen acht weken nadat het verzoek daartoe is ingekomen, mee of de beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, en deelt, zo zulks niet het geval is, mee of de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders bereid is aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen. **3.** Indien Onze Minister het ingevolge artikel 8 bevoegde gezag is, delen gedeputeerde staten van de provincie op het gebied waarvan de aanvrage om vergunning betrekking heeft, binnen zes weken nadat het verzoek daartoe is ingekomen, mee of de beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende streekplan of een ter inzage gelegd ontwerp van een streekplan, alsmede, zo zulks niet het geval is, of provinciale staten of gedeputeerde staten bereid zijn aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen. -**4.** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de artikelen 7c en 7d zijn toegepast. +**4.** Met betrekking tot ontgrondingen van eenvoudige aard, waarbij andere belangen niet of nauwelijks zijn betrokken, kan bij de regelingen, bedoeld in artikel 5, voor daarbij aan te wijzen gevallen worden afgeweken van het bepaalde bij de voorgaande leden. -**5.** Met betrekking tot ontgrondingen van eenvoudige aard, waarbij andere belangen niet of nauwelijks zijn betrokken, kan bij de regelingen, bedoeld in artikel 5, voor daarbij aan te wijzen gevallen worden afgeweken van het bepaalde bij de voorgaande leden. +**5.** Beschikkingen als bedoeld in het eerste lid worden genomen na afweging van de in artikel 3, tweede lid, bedoelde belangen. -**6.** Beschikkingen als bedoeld in het eerste lid worden genomen na afweging van alle in artikel 3, tweede lid, bedoelde belangen. +**6.** Een vergunning wordt niet verleend of gewijzigd indien de beoogde ontgronding in strijd zou zijn met een bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, tenzij het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente heeft meegedeeld dat de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders planologische medewerking zal verlenen, dan wel gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ter zake toepassing hebben gegeven aan artikel 37, vierde of vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 37, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. -**7.** Een vergunning wordt niet verleend of gewijzigd indien de beoogde ontgronding in strijd zou zijn met een bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, tenzij het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente heeft meegedeeld dat de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders planologische medewerking zal verlenen, dan wel gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ter zake toepassing hebben gegeven aan artikel 37, vierde of vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 37, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. - -**8.** Een vergunning wordt voorts door Onze Minister niet verleend of gewijzigd indien de beoogde ontgronding in strijd zou zijn met het geldende streekplan, of een ter inzage gelegd ontwerp van een streekplan, tenzij gedeputeerde staten van de betrokken provincie hebben meegedeeld dat provinciale staten of gedeputeerde staten planologische medewerking zullen verlenen, dan wel Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer toepassing heeft gegeven aan artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. - -**9.** Indien ingevolge het eerste lid paragraaf 14.1 van de Wet milieubeheer wordt toegepast, worden de in dat kader tot stand komende beschikkingen tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een vergunning of enige andere bestuursrechtelijke toestemming inzake een ontgronding gelijktijdig door gedeputeerde staten bekendgemaakt. +**7.** Een vergunning wordt voorts door Onze Minister niet verleend of gewijzigd indien de beoogde ontgronding in strijd zou zijn met het geldende streekplan, of een ter inzage gelegd ontwerp van een streekplan, tenzij gedeputeerde staten van de betrokken provincie hebben meegedeeld dat provinciale staten of gedeputeerde staten planologische medewerking zullen verlenen, dan wel Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer toepassing heeft gegeven aan artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. ### Artikel 10a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan bevordert een gecoördineerde voorbereiding van de voor de ontgronding benodigde besluiten wanneer de aanvrager daarom verzoekt. In dat geval is artikel 19ka van de Natuurbeschermingswet 1998 niet van toepassing. + +**2.** Indien een plaats die is bestemd voor de winning van vaste stoffen door middel van ontgronding is vastgesteld in een streekplan, onderscheidenlijk een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening, heeft de coördinatie betrekking op alle verder voor de ontgronding benodigde besluiten. In de andere gevallen heeft de coördinatie geen betrekking op de in artikel 3 bedoelde vergunning, tenzij de aanvrager daarom verzoekt. ### Artikel 10b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan kan van de andere betrokken bestuursorganen de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde bestuursorganen verlenen de van hen gevorderde medewerking. ### Artikel 10c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Op de voorbereiding van de in artikel 10a, eerste lid, bedoelde besluiten is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat: + +a. de ontwerpen van de besluiten binnen een door het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan te bepalen termijn worden toegezonden aan het bestuursorgaan, dat zorg draagt voor de in artikel 3:13, eerste lid, van die wet bedoelde toezending; +b. het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten gezamenlijk toepassing kan geven aan de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:12 van die wet; +c. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder; +d. in afwijking van artikel 3:18, eerste lid, van die wet de besluiten worden genomen binnen een door het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan te bepalen termijn; +e. de besluiten onverwijld worden gezonden aan het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan. ### Artikel 10d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen op een aanvraag om een besluit als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, niet of niet tijdig op de aanvraag beslist, kan het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan een beslissing op de aanvraag nemen. In dat laatste geval treedt zijn besluit in de plaats van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan voornemens is zelf een beslissing op de aanvraag te nemen, pleegt het overleg met het bestuursorgaan, dat in eerste aanleg bevoegd is op de aanvraag te beslissen. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op ambtshalve te nemen besluiten. + +**3.** Indien ingevolge het eerste of tweede lid de beslissing op een aanvraag of het ambtshalve te nemen besluit wordt genomen door het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan, stort het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd was, de ter zake ontvangen leges in de kas van dat bestuursorgaan. ### Artikel 10e -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De in artikel 10a, eerste lid, bedoelde besluiten worden, voor zover ten aanzien daarvan artikel 10c is toegepast, gelijktijdig door het ingevolge artikel 8 bevoegde bestuursorgaan bekendgemaakt. ### Artikel 11 @@ -231,21 +232,17 @@ Vervallen ### Artikel 16 -**1.** Een beschikking op grond van Hoofdstuk II van deze wet tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift dan wel, indien ingevolge artikel 7:1, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar kan worden gemaakt, van een beroepschrift. Indien gedurende de termijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt de beschikking niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. - -**2.** Zolang de werking van een beschikking tot wijziging of intrekking van een vergunning is opgeschort, kan het gezag hetwelk die beschikking heeft gegeven, de gehele of gedeeltelijke staking van de ontgronding bevelen, wanneer de bescherming van de bij de ontgronding betrokken belangen zulks onvermijdelijk maakt. +Een beschikking op grond van Hoofdstuk II van deze wet tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift dan wel, indien ingevolge artikel 7:1, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar kan worden gemaakt, van een beroepschrift. Indien gedurende de termijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt de beschikking niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. ## Hoofdstuk III. Beroep ### Artikel 17 -**1.** Tegen een beschikking van het bestuur van een waterschap op grond van Hoofdstuk II van deze wet kan een belanghebbende beroep instellen bij gedeputeerde staten. - -**2.** Tegen een beschikking van Onze Minister of van gedeputeerde staten op grond van Hoofdstuk II van deze wet kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. +Tegen een beschikking op grond van Hoofdstuk II van deze wet of een ander in artikel 10a, eerste lid, bedoeld besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ### Artikel 18 -Tegen een beschikking van gedeputeerde staten op grond van artikel 17, eerste lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. +Vervallen ### Artikel 19 @@ -253,37 +250,27 @@ Vervallen ### Artikel 20 -Indien het beroep is ingesteld door een ander dan de aanvrager of houder van de vergunning, wordt aan deze door de secretaris van de Raad van State, indien het beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is ingediend en door gedeputeerde staten, indien het beroep bij dat college is ingediend, terstond schriftelijk medegedeeld, dat het beroep is ingesteld. +Indien het beroep is ingesteld door een ander dan de aanvrager of houder van de vergunning, wordt aan deze door de secretaris van de Raad van State terstond schriftelijk medegedeeld, dat het beroep is ingesteld. ### Artikel 21 -**1.** De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op het beroep tegen een in een streekplan vervat besluit, inhoudende vaststelling van een winplaats, binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. - -**2.** Een krachtens artikel 7*e* door gedeputeerde staten genomen maatregel, inhoudende toepassing van artikel 37, vierde of vijfde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, wordt geacht voor de mogelijkheid van beroep deel uit te maken van het desbetreffende in een streekplan vervatte besluit, inhoudende vaststelling van een winplaats. +Vervallen ### Artikel 21a -**1.** Indien tegen een aanvrage voor of het ontwerp van het besluit van Onze Minister of een college van gedeputeerde staten of een college van burgemeester en wethouders, dat nodig is voor de inrichting of het gebruik van een winplaats die is vastgesteld in een streekplan dan wel een bestemmingsplan, bedenkingen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen deze bedenkingen geen grond vinden in bedenkingen tegen de vastgestelde winplaats. - -**2.** Indien tegen een besluit van Onze Minister of gedeputeerde staten of een college van burgemeester en wethouders, dat dient voor het verwezenlijken van een winplaats die is vastgesteld in een streekplan dan wel een bestemmingsplan, beroep kan worden ingesteld, kan dat beroep geen grond vinden in bedenkingen tegen de vastgestelde winplaats. +Vervallen ### Artikel 21b -**1.** Indien op aanvragen om beschikkingen tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een vergunning of enige andere bestuursrechtelijke toestemming inzake ontgronding § 14.1 van de Wet milieubeheer is toegepast, worden zodanige beschikkingen voor de mogelijkheid van beroep ingevolge de desbetreffende wettelijke bepalingen als één beschikking aangemerkt. - -**2.** In de in het eerste lid bedoelde beschikkingen wordt vermeld dat zij zijn voorbereid met toepassing van § 14.1 van de Wet milieubeheer. - -**3.** Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde beschikkingen kan slechts beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. - -**4.** De Afdeling beslist op het beroep binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. +Vervallen ### Artikel 21c -Een beschikking, houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, maakt voor de toepassing van artikel 17, tweede lid, deel uit van de in artikel 17, tweede lid, bedoelde beschikking. +Een beschikking, houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, maakt voor de toepassing van artikel 17 deel uit van de in dat artikel bedoelde beschikking. ### Artikel 21d -Niet vatbaar voor afzonderlijk beroep is een mededeling inzake het verlenen van planologische medewerking als bedoeld in de artikelen 7d of 10, tweede en derde lid. +Niet vatbaar voor afzonderlijk beroep is een mededeling inzake het verlenen van planologische medewerking als bedoeld in artikel 10, tweede en derde lid. ### Artikel 21e @@ -298,8 +285,9 @@ Indien beroep is ingesteld tegen een beschikking van gedeputeerde staten tot ver Provinciale staten zijn bevoegd bij wijze van provinciale belasting een heffing in te stellen ter bestrijding van: a. ten hoogste vijftig procent van de ten laste van de provincie komende kosten van werkzaamheden in verband met onderzoek en planning met betrekking tot ontgrondingen en van werkzaamheden, voortvloeiende uit de toepassing van artikel 7b; -b. kosten van maatregelen, gericht op het bieden van compensatie in verband met de gevolgen van ingrijpende ontgrondingen ten behoeve van de grondstoffenvoorziening aan gebieden waar zodanige ontgrondingen plaatsvinden of plaatsgevonden hebben; -c. kosten met betrekking tot schadevergoedingen ingevolge artikel 26. +b. kosten van maatregelen, gericht op het bieden van compensatie in verband met de gevolgen van ingrijpende ontgrondingen ten behoeve van de grondstoffenvoorziening aan gebieden waar zodanige ontgrondingen plaatsvinden of plaatsgevonden hebben, voor zover het betreft ontgrondingen waarvoor een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 is ingediend voor 1 januari 2007; +c. kosten met betrekking tot schadevergoedingen ingevolge artikel 26; +d. kosten met betrekking tot het onderzoek naar het verband tussen een ontgronding en schade aan onroerende zaken en de bepaling van de omvang van de schade. **2.** De heffing is verschuldigd ter zake van het verlenen van een vergunning of machtiging als bedoeld in de artikelen 3 en 12. @@ -316,7 +304,7 @@ b. hoeveelheden ten aanzien waarvan de heffing eerder is geheven. **6.** Het vijfde lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing voor zover is geheven ten behoeve van een in het eerste lid bedoelde bestemming en nadien wordt geheven voor een andere in dat lid bedoelde bestemming. -**7.** Ten behoeve van de in het eerste lid, onder a, b en c, bedoelde bestemmingen worden afzonderlijke tarieven vastgesteld. +**7.** Ten behoeve van de in het eerste lid, onder a, b, c en d, bedoelde bestemmingen worden afzonderlijke tarieven vastgesteld. **8.** Het tarief dat betrekking heeft op de in het eerste lid, onder b, bedoelde bestemming bedraagt ten hoogste € 0,10 per kubieke meter vaste stoffen. @@ -326,6 +314,8 @@ b. hoeveelheden ten aanzien waarvan de heffing eerder is geheven. **11.** De heffing wordt geheven bij wege van aanslag. +**12.** Indien het eerste lid, onder d, wordt toegepast, worden bij provinciale verordening regels gesteld omtrent de procedure met betrekking tot de behandeling van de aanvraag om vergoeding van kosten als bedoeld in het eerste lid, onder d, en de advisering omtrent de aanvraag. + ## Hoofdstuk IV. Gedoogplichten en handhaving ### Artikel 21g @@ -362,7 +352,7 @@ Vervallen ### Artikel 26 -**1.** Voorzover blijkt dat de aanvrager, de houder van de vergunning of degene die overeenkomstig afdeling 3.4 of afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, ten gevolge van een beschikking ter zake van een ontgronding als bedoeld in artikel 8 schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, wordt hem een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toegekend, en wel door Onze Minister ten laste van ’s Rijks kas, indien het betreft een ontgronding als bedoeld in artikel 8, eerste lid, door gedeputeerde staten ten laste van de provinciale kas, indien het betreft een ontgronding als bedoeld in artikel 8, tweede lid, en door het bestuur van het waterschap ten laste van de kas van die instelling, indien het betreft een ontgronding als bedoeld in artikel 8, vierde lid. +**1.** Voorzover blijkt dat de aanvrager, de houder van de vergunning of degene die overeenkomstig afdeling 3.4 of afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, ten gevolge van een beschikking ter zake van een ontgronding als bedoeld in artikel 8 schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, wordt hem een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toegekend, en wel door Onze Minister ten laste van ’s Rijks kas, indien het betreft een ontgronding als bedoeld in artikel 8, eerste lid, en door gedeputeerde staten ten laste van de provinciale kas, indien het betreft een ontgronding als bedoeld in artikel 8, tweede lid. **2.** De vergoeding kan worden toegekend, hetzij bij de beschikking inzake de vergunning, hetzij bij afzonderlijke beschikking. @@ -376,9 +366,7 @@ Indien bij een beschikking als bedoeld in artikel 8 geen vergoeding is toegekend ### Artikel 29 -**1.** Tegen een door het bestuur van een waterschap gegeven beschikking op grond van artikel 26, eerste lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij gedeputeerde staten. - -**2.** Tegen een door Onze Minister of gedeputeerde staten gegeven beschikking op grond van artikel 26, eerste lid, dan wel artikel 27, alsmede tegen een beschikking van gedeputeerde staten op grond van het eerste lid kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. +Tegen een door Onze Minister of gedeputeerde staten gegeven beschikking op grond van artikel 26, eerste lid, dan wel artikel 27, alsmede tegen een beschikking van gedeputeerde staten op grond van het eerste lid kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ### Artikel 29a @@ -390,13 +378,11 @@ Indien bij een beschikking als bedoeld in artikel 8 geen vergoeding is toegekend ### Artikel 30 -Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder wijzigingswet verstaan: de wet van 20 juni 1996 tot wijziging van de Ontgrondingenwet en andere wetten (*Stb*. 411). +Vervallen ### Artikel 31 -**1.** De artikelen 6 en 10 vinden geen toepassing ten aanzien van aanvragen om vergunning die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingswet. Ten aanzien van zodanige aanvragen wordt artikel 10, zoals dat luidde voor het bedoelde tijdstip, toegepast. - -**2.** Artikel 21*f*, tweede lid, vindt geen toepassing ten aanzien van houders van vergunningen en machtigingen die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingswet. +Vervallen ### Artikel 31a @@ -412,15 +398,7 @@ Vervallen ### Artikel 32 -**1.** Een vergunning welke vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingswet krachtens de Rivierenwet bij onherroepelijk geworden beschikking is verleend voor een ontgronding als bedoeld in artikel 4, § 1, onderdeel *f*, van die wet, wordt beschouwd als ingevolge deze wet te zijn verleend en blijft als zodanig van kracht gedurende vijf jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingswet, voor zover zij niet eerder is vervallen of ingetrokken. - -**2.** Indien vóór het eindigen van de geldigheidsduur van een in het eerste lid bedoelde vergunning een aanvraag om een vergunning krachtens deze wet wordt ingediend, blijft de vergunning van kracht totdat de beschikking op de aanvraag onherroepelijk is geworden. - -**3.** Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingswet nog niet een beschikking op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 4, § 1, onderdeel *f*, van de Rivierenwet onherroepelijk is geworden, blijven ten aanzien van de behandeling van die aanvraag, de beschikking op de aanvraag en het beroep tegen de bedoelde beschikking de voor dat tijdstip toepasselijke wettelijke bepalingen gelden. - -**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een vergunning welke is verleend overeenkomstig het derde lid. - -**5.** Een door Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingswet verleende toestemming voor een ontgronding op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat, wordt beschouwd als een vergunning in de zin van deze wet. +Vervallen ## Hoofdstuk VII. Slotbepalingen