2022-08-05 | BWBR0042886 | Vennootschapsbelasting, dividendbelasting, subjectieve vrijstellingen natuurschoonlichamen, pensioenlichamen, zorglichamen en sociale werkbedrijf-lichamen (artikel 5 Wet op de vennootschapsbelasting 1969)

This commit is contained in:
Coornhert 2022-08-05 12:00:00 +00:00
parent a2566e516c
commit e7bdbaa1e4

View file

@ -16,38 +16,19 @@ citeertitel: Vennootschapsbelasting, dividendbelasting, subjectieve vrijstelling
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
*In dit besluit is het beleid opgenomen over de subjectieve vrijstellingen voor natuurschoon-lichamen, pensioenlichamen, lichamen die specifieke zorgwerkzaamheden verrichten en sociale werkbedrijf-lichamen. Deze vrijstellingen zijn opgenomen in artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. In het besluit is het beleid opgenomen uit het besluit met nummer 2018-24470. Dit beleid is op onderdelen verduidelijkt. Het besluit bevat verder een aantal nieuwe beleidsstandpunten. Het besluit is gewijzigd bij besluit van 17 december 2020, nr. 2020-27575.*
*In dit besluit is het beleid opgenomen over de subjectieve vrijstellingen voor natuurschoon-lichamen, pensioenlichamen, lichamen die specifieke zorgwerkzaamheden verrichten en sociale werkbedrijf-lichamen. Deze vrijstellingen zijn opgenomen in artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. In het besluit is het beleid opgenomen uit het besluit met nummer 2018-24470. Dit beleid is op onderdelen verduidelijkt. Het besluit bevat verder een aantal nieuwe beleidsstandpunten. Het besluit is gewijzigd bij besluit van 17 december 2020, nr. 2020-27575 en bij besluit van 27 juli 2022, nr. 2022-8874.*
*In dit besluit zijn onder meer de volgende standpunten opgenomen:*
*Met de laatste wijziging is nieuw in dit besluit dat:*
*er is een beleidsstandpunt opgenomen over de instandhoudingswerkzaamhedeneis, die geldt voor de vrijstelling van natuurschoonlichamen (onderdeel 2);*
*in onderdeel 3.2.2 is een uitbreiding van de generale toestemming opgenomen;*
*er is een algemeen toetsingskader gegeven voor de werkzaamhedeneis zoals opgenomen in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ten eerste, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (onderdeel 4);*
*er is een beleidsstandpunt opgenomen over preventie-werkzaamheden (onderdeel 4.2.2);*
*er is een verduidelijking gegeven van de doelgroep-eis die geldt voor de vrijstelling van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ten eerste en ten tweede, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (onderdeel 4.3);*
*het standpunt over het gezondheidscentrum en huisartsendienstenstructuur is komen te vervallen. Reden hiervan is dat er in toenemende mate sprake is van multidisciplinaire gezondheidscentra waarin een breed scala aan zorgverleners met elkaar samenwerken. Omdat gezondheidscentra niet op uniforme wijze zijn georganiseerd, kan niet in zijn algemeenheid worden aangegeven welke werkzaamheden van een gezondheidscentrum kwalificeren voor de zorgvrijstelling.*
*het beleid over de werkzaamheden van thuiszorgorganisaties is geactualiseerd (onderdeel 4.4.2);*
*er zijn beleidsstandpunten opgenomen over de werkzaamheden van verzelfstandigde medische laboratoria (onderdelen 4.4.3);*
*er is beleid opgenomen over de vrijstelling van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ten tweede, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (onderdeel 5);*
*er is beleid over de winstbestemmingseis van artikel 4 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 opgenomen (onderdeel 6);*
*het besluit bevat een overgangsregeling voor bepaalde groepen zorglichamen en sociale werkbedrijven (onderdeel 7).*
*Nieuw in dit besluit is dat:*
*in de laatste volzin van de eerste alinea van onderdeel 4.2.1. de woorden de Jeugdwet zijn opgenomen en aan het slot van dit onderdeel nog een alinea is toegevoegd;*
*de aanhef van onderdeel 4.4.3 is aangepast;*
*in een nieuw onderdeel 4.4.5 beleid is opgenomen over de werkzaamheden van jeugdhulpaanbieders;*
*aan het slot van onderdeel 6.2.2 een zin is toegevoegd;*
*een aantal voorwaarden in de onderdelen 6.2.3, 6.2.4.1 en 6.2.4.2 is verduidelijkt resp. aangepast;*
*aan het slot van de eerste alinea van onderdeel 6.2.4.2 een zin is toegevoegd;*
*de overgangsregeling die is opgenomen in de derde en vierde alinea van onderdeel 7 verder is verduidelijkt;*
*in onderdeel 7, tweede, derde en vierde alinea is de datum van 31 december 2020 vervangen door 31 december 2021.*
*in een nieuw onderdeel 3.3.1.1 beleid is opgenomen voor buitenlandse pensioenlichamen, die regelingen uitvoeren welke naar aard en strekking vergelijkbaar zijn met de pensioenregelingen als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;*
*in onderdeel 4.2.2 een uitzondering is toegevoegd voor werkzaamheden die plaatsvinden op grond van het COVID-19 vaccinatieprogramma;*
*een nieuw onderdeel 4.4.3.1 is toegevoegd met het beleid voor diagnostische werkzaamheden voor COVID-19 testen.*
## 1. Inleiding
Natuurschoon-, pensioen-, zorg- en sociale werkbedrijf-lichamen zijn onder bepaalde voorwaarden subjectief vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting. In het besluit wordt op deze voorwaarden nader ingegaan in de onderdelen 2 tot en met 6. Tot slot zijn in onderdeel 7 overgangsregelingen opgenomen.
Dit besluit is gewijzigd bij besluit van 17 december 2020, nr. 2020-27575. De wijziging betreft een verlenging van de overgangsregelingen die gelden voor zorglichamen en sociale werkbedrijven, zoals deze zijn opgenomen in onderdeel 7.
Dit besluit is gewijzigd bij besluit van 17 december 2020, nr. 2020-27575. De wijziging betreft een verlenging van de overgangsregelingen die gelden voor zorglichamen en sociale werkbedrijven, zoals deze zijn opgenomen in onderdeel 7. Dit besluit is opnieuw gewijzigd bij besluit van 27 juli 2022, nr. 2022-8874. De wijziging betreft nieuw beleid voor buitenlandse pensioenlichamen die regelingen uitvoeren welke naar aard en strekking vergelijkbaar zijn met de pensioenregelingen die worden uitgevoerd door Nederlandse bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen. Verder zijn in navolging van het besluit van 26 januari 2022, nr. 2022-20850, onderdeel 8.6.2 ter verduidelijking COVID-19 gerelateerde werkzaamheden opgenomen in onderdeel 4.2.2 en een nieuw onderdeel 4.4.3.1.
De in dit besluit opgenomen goedkeuringen zijn gebaseerd op artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
@ -159,6 +140,21 @@ J. Het pensioen bestaat uit meerdere uitkeringen in geld. Een eenmalige kapitaal
K. Er is geen sprake van een regeling voor zelfstandigen. Een uitzondering bestaat voor regelingen die gekoppeld zijn aan een eerdere deelname aan de pensioenregeling als werknemer.
L. De buitenlandse pensioenregeling valt in het land waar het pensioenlichaam is gevestigd niet onder het sociale zekerheidsstelsel van het desbetreffende land.
##### 3.3.1.1. Buitenlandse bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen
Nederlandse pensioenlichamen die verplicht gestelde pensioenregelingen ten behoeve van zelfstandigen uitvoeren, voeren ingevolge artikel 5, derde lid, onderdeel b, Wet Vpb kwalificerende regelingen uit als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb. Het gaat hier om regelingen die worden uitgevoerd door bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen.
Een door een buitenlands pensioenlichaam uitgevoerde regeling voor zelfstandigen kan eveneens worden aangemerkt als kwalificerende regeling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb als deze regeling naar aard en strekking vergelijkbaar is met een pensioenregeling als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel b, Wet Vpb. Daarvan is sprake als:
1. de pensioenregeling is gericht op een of meerdere specifieke bedrijfstakken of beroepsgroepen op landelijk of deelstatelijk niveau, niet zijnde regelingen die openstaan voor alle zelfstandigen; en
2. de zelfstandigen en, indien bij de pensioenregeling aangesloten, de werknemers, die behoren tot deze bedrijfstak of beroepsgroep zijn op grond van nationale of deelstatelijke regelgeving verplicht om deel te nemen aan de pensioenregeling; en
3. de pensioenregeling voldoet aan de voorwaarden van onderdeel 3.3.1, waarbij
onder werknemers in dit verband ook steeds zelfstandigen kan worden gelezen en;
de voorwaarden G en H zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn op zelfstandigen.
Gelet op de aard van een dergelijke pensioenregeling, hoeft deze niet te voldoen aan voorwaarde K. Voor de toepassing van dit onderdeel is overigens niet van belang om welke bedrijfstak of beroepsgroep het gaat.
#### 3.3.2. Te overleggen stukken
Of de buitenlandse regeling naar aard en strekking overeenkomt met een Nederlandse regeling, is ter beoordeling voorbehouden aan de inspecteur. Bij een daartoe strekkend verzoek worden in ieder geval de volgende stukken overgelegd:
@ -166,7 +162,7 @@ Of de buitenlandse regeling naar aard en strekking overeenkomt met een Nederland
1. een kopie van de desbetreffende buitenlandse pensioenregeling;
2. de jaarrekening;
3. de statuten en oprichtingsakte van het lichaam;
4. een analyse en eventuele andere stukken, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat sprake is van een pensioenlichaam, dat voldoet aan de onder 3.3.1 opgenomen criteria.
4. een analyse en eventuele andere stukken, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat sprake is van een pensioenlichaam, dat voldoet aan de onder 3.3.1 en, indien van belang, de onder 3.3.1.1 opgenomen criteria.
### 3.4. Dividendbelasting
@ -196,10 +192,11 @@ Denkbaar is verder dat bepaalde vormen van zorg die op basis van andere wetten w
#### 4.2.2. Preventie
Werkzaamheden die zijn gericht op de preventie van ziekten vallen niet onder het begrip genezen, verplegen en verzorgen in de zin van de zorgvrijstelling. Op dit uitgangspunt bestaan de volgende twee uitzonderingen:
Werkzaamheden die zijn gericht op de preventie van ziekten vallen niet onder het begrip genezen, verplegen en verzorgen in de zin van de zorgvrijstelling. Op dit uitgangspunt bestaan de volgende drie uitzonderingen:
geïndiceerde en zorggerelateerde preventiewerkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de behandeling van medische klachten of aandoeningen en die zijn opgenomen in het basispakket van de Zvw; en
zorggerelateerde en geïndiceerde preventie die plaatsvindt op grond van de Wlz;
geïndiceerde en zorggerelateerde preventiewerkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de behandeling van medische klachten of aandoeningen en die zijn opgenomen in het basispakket van de Zvw;
zorggerelateerde en geïndiceerde preventie die plaatsvindt op grond van de Wlz; en
werkzaamheden op grond van het COVID-19 Rijksvaccinatieprogramma zoals vastgesteld op grond van de Wpg;
kwalificeren eveneens voor de werkzaamhedeneis.
@ -255,7 +252,7 @@ Hiervan is sprake als de gemeente betaalt voor de algemene voorziening of voor e
6. Personenalarmering, die op grond van de Wlz, Zvw of Wmo wordt vergoed;
7. Werkzaamheden betaald uit het persoonsgebonden budget, mits deze werkzaamheden dezelfde werkzaamheden omvatten als de werkzaamheden vermeld onder de punten 1 tot en met 6;
8. Kraamzorg, zoals omschreven in artikel 2.11 van het Besluit zorgverzekering;
9. Jeugdgezondheidszorg voor 0 tot 4-jarigen, alsmede de werkzaamheden op grond van het vaccinatieprogramma zoals vastgesteld op grond van de Wpg;
9. Jeugdgezondheidszorg voor 0 tot 4-jarigen, alsmede de werkzaamheden op grond van het Rijksvaccinatieprogramma zoals vastgesteld op grond van de Wpg;
10. Uitleen van hulpmiddelen en verpleegartikelen, voor zover deze worden vergoed op grond van de Zvw of Wmo;
11. Maaltijdverstrekkingen geleverd aan personen met een Wlz-indicatie of aan personen met een ziekte, aandoening of beperking, die vergoed worden op grond van de Wlz, Zvw of Wmo.
@ -281,6 +278,10 @@ Niet alle diagnostische werkzaamheden worden vergoed vanuit het basispakket van
Medische laboratoria verrichten naast diagnostiek vaak nog andere werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan het infectiebeleid van het ziekenhuis, administratieve dienstverlening, verhuur en werkzaamheden op het gebied van onderwijs, opleiding en/of onderzoek. Soms vindt ook detachering plaats. Deze andere werkzaamheden (tezamen met eventuele niet-kwalificerende diagnostische werkzaamheden) kunnen ertoe leiden dat een (verzelfstandigd) medisch laboratorium voor meer dan 10% niet-kwalificerende werkzaamheden verricht en daardoor niet voldoet aan de werkzaamhedeneis.
##### 4.4.3.1. Werkzaamheden COVID-19 testen
De diagnostische werkzaamheden ten behoeve van COVID-19 testen, die op grond van de Wpg zijn afgenomen, kwalificeren bij medische laboratoria of diagnostische centra voor de werkzaamhedeneis.
#### 4.4.4. Arbodiensten en re-integratielichamen
Arbodiensten verlenen hun diensten aan bedrijven door hen te helpen bij het opstellen en uitvoeren van een goed arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid. Re-integratiebedrijven zijn gespecialiseerd in het terug doen keren van zieke werknemers in het arbeidsproces. De werkzaamheden van arbodiensten en re-integratiebedrijven bestaan niet uit het genezen of verplegen van zieken of uit het bieden van een passende werkzaamheid aan mensen met een beperking zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, Wet Vpb.