2011-02-11 | BWBR0006530 | Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
This commit is contained in:
parent
a3df0e3c8e
commit
e7efd81fa3
1 changed files with 87 additions and 101 deletions
|
|
@ -16,31 +16,34 @@ citeertitel: Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *arbeidsduur:* het aantal uren gedurende welke een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt gemiddeld per week vervult op basis van een aanstelling of aanwijzing als bedoeld in artikel 5f van de wet;
|
||||
b. *arbeidsduurfactor:* een breuk waarvan de teller bestaat uit de voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36;
|
||||
c. *arbeidsongeschiktheid:* arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO;
|
||||
d. *arbodienst:* een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
|
||||
e. *beroepsziekte:* een ziekte, die overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de werkzaamheden van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding dan wel in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
f. *bovenwettelijke WW-uitkering:* een uitkering als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren;
|
||||
g. *deskundige persoon:* een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet;
|
||||
h. *dienstongeval:* een ongeval, dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de werkzaamheden van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding dan wel in de omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
i. *gewezen rechterlijk ambtenaar:* de rechterlijk ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
|
||||
j. *gewezen rechterlijk ambtenaar in opleiding:* de rechterlijk ambtenaar in opleiding aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
|
||||
k. *herplaatsen:* het opdragen van een ander ambt of een andere functie, bedoeld in artikel 35d van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet;
|
||||
l. *herplaatsingstoelage:* een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het pensioenreglement;
|
||||
m. *invaliditeitspensioen:* een invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het pensioenreglement;
|
||||
n. *medisch advies:* een advies van de deskundige persoon of arbodienst dat ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet of artikel 13 van dit besluit;
|
||||
o. *passende arbeid:* alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding is berekend, tenzij aanvaarding daarvan om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding kan worden gevergd;
|
||||
p. *pensioenreglement:* het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
q. *salaris per uur:* 1/156 deel van het salaris bij een volledige arbeidsduur;
|
||||
r. *Stichting Pensioenfonds ABP:* de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
s. *UWV:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet Suwi;
|
||||
t. *volledige arbeidsduur:* een arbeidsduur van gemiddeld 36 uren per week;
|
||||
u. *WAO:* de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
v. *wet:* de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
|
||||
w. *Wet Suwi:* de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
x. *WW:* de Werkloosheidswet;
|
||||
y. *ZW:* de Ziektewet;
|
||||
a. *AAOP-uitkering:* ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen als bedoeld in hoofdstuk 11 van het Pensioenreglement;
|
||||
b. *arbeidsduur:* het aantal uren gedurende welke een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt gemiddeld per week vervult op basis van een aanstelling of aanwijzing als bedoeld in artikel 5f van de wet;
|
||||
c. *arbeidsduurfactor:* een breuk waarvan de teller bestaat uit de voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36;
|
||||
d. *arbeidsongeschikt:* arbeidsongeschikt als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO of volledig en duurzaam arbeidsongeschikt als bedoeld in artikel 4 van de WIA of gedeeltelijk arbeidsgeschikt als bedoeld in artikel 5 van de WIA;
|
||||
e. *arbodienst:* een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
|
||||
f. *beroepsziekte:* een ziekte, die overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de werkzaamheden van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding dan wel in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
g. *bovenwettelijke WW-uitkering:* een uitkering als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren;
|
||||
h. *deskundige persoon:* een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet;
|
||||
i. *dienstongeval:* een ongeval, dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de werkzaamheden van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding dan wel in de omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
j. *gewezen rechterlijk ambtenaar:* de rechterlijk ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
|
||||
k. *gewezen rechterlijk ambtenaar in opleiding:* de rechterlijk ambtenaar in opleiding aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
|
||||
l. *herplaatsen:* het opdragen van een ander ambt of een andere functie, bedoeld in artikel 35d van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet;
|
||||
m. *herplaatsingstoelage:* een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het pensioenreglement;
|
||||
n. *invaliditeitspensioen:* een invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het pensioenreglement;
|
||||
o. *medisch advies:* een advies van de deskundige persoon of arbodienst dat ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet of artikel 13 van dit besluit;
|
||||
p. *passende arbeid:* alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding is berekend, tenzij aanvaarding daarvan om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding kan worden gevergd;
|
||||
q. *pensioenreglement:* het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
r. *salaris per uur:* 1/156 deel van het salaris bij een volledige arbeidsduur;
|
||||
s. *Stichting Pensioenfonds ABP:* de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
t. *UWV:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet Suwi;
|
||||
u. *volledige arbeidsduur:* een arbeidsduur van gemiddeld 36 uren per week;
|
||||
v. *WAO:* de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
w. *wet:* de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
|
||||
x. *Wet Suwi:* de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
y. *WIA:*
|
||||
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
|
||||
z. *WW:* de Werkloosheidswet;
|
||||
aa. *ZW:* de Ziektewet;
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -296,7 +299,9 @@ Deze korting bedraagt:
|
|||
a. 5% van het salaris, indien het maximum salaris verbonden aan het ambt waarin hij wordt benoemd het naast lagere maximum salaris is van dat van het ambt dat hij voorafgaand aan de benoeming heeft vervuld dan wel het naast lagere maximum salaris is van het vorenbedoelde naast lagere maximum salaris;
|
||||
b. 10% van het salaris, indien het maximum salaris verbonden aan het ambt waarin hij wordt benoemd lager is dan de in het vierde lid, onderdeel a, bedoelde naast lagere maximum salarissen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan ter zake van de uitvoering van dit artikel regels stellen.
|
||||
**5.** Indien na 52 weken ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte de doorbetaling van het salaris van de rechterlijk ambtenaar op grond van artikel 17, tweede lid, wordt teruggebracht tot 70%, wordt de korting, bedoeld in het vierde lid, teruggebracht tot 70% van 5% onderscheidenlijk 10% van het salaris.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan ter zake van de uitvoering van dit artikel regels stellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
|
|
@ -304,18 +309,18 @@ b. 10% van het salaris, indien het maximum salaris verbonden aan het ambt waarin
|
|||
|
||||
De vergoedingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet, bedragen per zitting:
|
||||
|
||||
a. voor een raadsheer in buitengewone dienst of een advocaat-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad: € 414;
|
||||
b. voor een raadsheer-plaatsvervanger of een plaatsvervangend advocaat-generaal bij een tot het openbaar ministerie behorend parket: € 317; en
|
||||
c. voor een rechter-plaatsvervanger of een plaatsvervangend officier van justitie: € 240.
|
||||
a. voor een raadsheer in buitengewone dienst of een advocaat-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad: € 480;
|
||||
b. voor een raadsheer-plaatsvervanger of een plaatsvervangend advocaat-generaal bij een tot het openbaar ministerie behorend parket: € 367; en
|
||||
c. voor een rechter-plaatsvervanger of een plaatsvervangend officier van justitie: € 279.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden zittingen die op één dag worden gehouden samen als één zitting beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, worden met een zitting gelijkgesteld:
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt:
|
||||
|
||||
a. indien het een raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad betreft: een bijeenkomst in raadkamer; en
|
||||
b. indien het een advocaat-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad betreft: een schriftelijke conclusie.
|
||||
a. een bijeenkomst in raadkamer met een of meer zittingen gelijkgesteld, indien het een raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad betreft; en
|
||||
b. een schriftelijke conclusie met een of meer zittingen gelijkgesteld, indien het een advocaat-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad of een op de voet van artikel 119, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie als waarnemend advocaat-generaal bij de Hoge Raad aangewezen lid in buitengewone dienst van de Hoge Raad betreft.
|
||||
|
||||
**4.** Aan een raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger kan een vergoeding overeenkomstig het eerste lid worden toegekend voor het concipiëren van een of meer schriftelijke uitspraken in een of meer zaken waarin geen zitting heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -333,22 +338,17 @@ Aan de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar, die naar het oordeel
|
|||
|
||||
### Artikel 6d
|
||||
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar, die is aangesteld of aangewezen voor een bepaalde arbeidsduur, of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft, overeenkomstig de bepalingen die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren, aanspraak op een vakantieuitkering, een ziektekostenvergoeding, een vergoeding van reis- en verblijfkosten, een vergoeding van verplaatsingskosten, alsmede een gratificatie terzake van veeljarige dienst.
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar, die is aangesteld of aangewezen voor een bepaalde arbeidsduur, of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft, overeenkomstig de bepalingen die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren, aanspraak op een vakantieuitkering, een vergoeding van reis- en verblijfkosten, een vergoeding van verplaatsingskosten, alsmede een gratificatie terzake van veeljarige dienst.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 4 is van toepassing ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheden in de ingevolge het eerste lid overeenkomstige bepalingen, met dien verstande dat de daarin aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekende bevoegdheden en de daarin aan een bepaald gezag toegekende regelgevende bevoegdheden door die minister respectievelijk dat gezag worden uitgeoefend.
|
||||
|
||||
### Artikel 6e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft recht op een eindejaarsuitkering ter hoogte van 8,3% van het over de periode van twaalf maanden, bedoeld in het derde lid, genoten salaris.
|
||||
|
||||
De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft recht op een eindejaarsuitkering ter hoogte van:
|
||||
**2.** Indien de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding aanspraak heeft op een WAO-uitkering, WIA-uitkering, een ZW-uitkering of een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding zou hebben genoten indien hij geen aanspraak op een WAO-uitkering, WIA-uitkering, een ZW-uitkering of een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg zou hebben gehad.
|
||||
|
||||
a. 0,8% van het in dat jaar genoten salaris; en
|
||||
b. een door Onze Minister vast te stellen nominaal bedrag, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding aanspraak heeft op een WAO-uitkering, een ZW-uitkering of een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding zou hebben genoten indien hij geen aanspraak op een WAO-uitkering, een ZW-uitkering of een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg zou hebben gehad.
|
||||
|
||||
**3.** De eindejaarsuitkering wordt uitbetaald in de maand december van het desbetreffende kalenderjaar.
|
||||
**3.** De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**4.** In geval van ontslag of overlijden wordt de eindejaarsuitkering zo veel mogelijk uitbetaald in de maand na het ontslag of overlijden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -370,7 +370,7 @@ b. een door Onze Minister vast te stellen nominaal bedrag, vermenigvuldigd met d
|
|||
|
||||
**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar, die is aangesteld of aangewezen voor een al dan niet volledige arbeidsduur, of rechterlijk ambtenaar in opleiding wordt, als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, na ommekomst van het kalenderjaar volgend op dat waarin de ongeschiktheid is aangevangen, geen aanspraak op een algemene onkostenvergoeding.
|
||||
**2.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft, wanneer aan hem buitengewoon verlof, al dan niet met behoud van bezoldiging, voor zijn volledige arbeidsduur is verleend voor de periode van ten minste een maand, in afwijking van het eerste lid, gedurende de periode van het buitengewoon verlof geen aanspraak op een algemene onkostenvergoeding.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene onkostenvergoeding wordt per kalendermaand berekend en uitbetaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -405,8 +405,8 @@ Het verzoek wordt niet toegewezen aan:
|
|||
a. de rechterlijk ambtenaar van wie het gemiddelde aantal per week te werken uren op basis van artikel 8d is teruggebracht;
|
||||
b. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die betaald ouderschapsverlof geniet;
|
||||
c. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 33p buitengewoon verlof geniet;
|
||||
d. de rechterlijk ambtenaar aan wie op zijn verzoek gedeeltelijk ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 1.5 van het pensioenreglement; of
|
||||
e. de rechterlijk ambtenaar bij wie een verminderde arbeidsprestatie is vastgesteld en aan wie een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de WAO, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten is toegekend of op wie artikel 2.3 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van toepassing is.
|
||||
d. de rechterlijk ambtenaar aan wie op zijn verzoek gedeeltelijk ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de regeling van flexibel pensioen en uittreden, zoals vastgelegd in het FPU-Reglement basisuitkering en aanvullende uitkering; of
|
||||
e. de rechterlijk ambtenaar bij wie een verminderde arbeidsprestatie is vastgesteld en aan wie een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de WAO, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten is toegekend, recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, of op wie artikel 2.3 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van toepassing is.
|
||||
|
||||
**4.** Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid beslist Onze Minister onderscheidenlijk de Raad voor de rechtspraak niet dan nadat hij hierover het advies heeft ingewonnen van de functionele autoriteit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -445,11 +445,13 @@ b. de rechterlijk ambtenaar van wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eers
|
|||
|
||||
**6.** Op het salaris van de rechterlijk ambtenaar, van wie de gemiddelde wekelijkse werktijd overeenkomstig het eerste onderscheidenlijk tweede lid is teruggebracht, wordt een korting toegepast ter grootte van 5% onderscheidenlijk 10% van het salaris dat voor hem zou gelden zonder werktijdvermindering op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
**7.** Met ingang van het tijdstip waarop de gemiddelde wekelijkse werktijd overeenkomstig het eerste of tweede lid wordt teruggebracht, vervalt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar de verhoging van vakantieaanspraak, bedoeld in artikel 33b, vijfde lid, en wordt de vakantieaanspraak overigens door de functionele autoriteit vastgesteld op een evenredig deel van de vakantieaanspraak bij een volledige arbeidsduur.
|
||||
**7.** De korting, bedoeld in het zesde lid, wordt teruggebracht tot 70% van 5% onderscheidenlijk 10% van het salaris voor zover op grond van artikel 17, tweede lid, 70% van de bezoldiging wordt doorbetaald.
|
||||
|
||||
**8.** Op een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid beslist Onze Minister niet dan nadat hij hierover het advies heeft ingewonnen van de functionele autoriteit.
|
||||
**8.** Met ingang van het tijdstip waarop de gemiddelde wekelijkse werktijd overeenkomstig het eerste of tweede lid wordt teruggebracht, vervalt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar de verhoging van vakantieaanspraak, bedoeld in artikel 33b, vijfde lid, en wordt de vakantieaanspraak overigens door de functionele autoriteit vastgesteld op een evenredig deel van de vakantieaanspraak bij een volledige arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste of tweede lid bedoelde rechterlijk ambtenaar.
|
||||
**9.** Op een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid beslist Onze Minister niet dan nadat hij hierover het advies heeft ingewonnen van de functionele autoriteit.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste of tweede lid bedoelde rechterlijk ambtenaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 8e
|
||||
|
||||
|
|
@ -457,6 +459,8 @@ b. de rechterlijk ambtenaar van wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eers
|
|||
|
||||
**2.** Bij de in het eerste lid bedoelde korting wordt een korting van 5% opgeteld, indien het maximum salaris, dat verbonden is aan het ambt waarin de rechterlijk ambtenaar wordt benoemd, lager is dan het naast lagere maximum salaris van dat van het ambt waarin hij daaraan voorafgaand was benoemd.
|
||||
|
||||
**3.** De korting, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt teruggebracht tot 70% van 5% onderscheidenlijk 10% van de het salaris voor zover op grond van artikel 17, tweede lid, 70% van de bezoldiging wordt doorbetaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte en arbeidsongeschiktheid
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -563,14 +567,14 @@ b. zolang hij na het tijdvak van 52 weken nog ongeschikt is tot het verrichten v
|
|||
|
||||
**3.** Aan de gewezen rechterlijk ambtenaar wordt op zijn aanvraag, in afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid, zolang hij ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte en voor ten hoogste het met ingang van zijn ontslag nog resterende deel van een tijdvak van 104 weken onderscheidenlijk een tijdvak van ten hoogste 104 weken, zijn laatstelijk genoten bezoldiging doorbetaald, indien de ziekte uit hoofde waarvan hij ongeschikt is om arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de gewezen rechterlijk ambtenaar, die aanspraak heeft op een WAO-uitkering op grond van het ambt dat hij voorafgaand aan zijn ontslag op basis van een aanstelling vervulde, wordt op zijn aanvraag een aanvullende uitkering toegekend, indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte.
|
||||
**4.** Aan de gewezen rechterlijk ambtenaar, die aanspraak heeft op een WAO-uitkering of een WIA-uitkering op grond van het ambt dat hij voorafgaand aan zijn ontslag op basis van een aanstelling vervulde, wordt op zijn aanvraag een aanvullende uitkering toegekend, indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De in het vierde lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar in het jaar voorafgaand aan zijn ontslag heeft genoten; en
|
||||
b. de aan hem toegekende WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekend invaliditeitspensioen of een hem toegekende herplaatsingstoelage.
|
||||
b. de aan hem toegekende WAO-uitkering of WIA-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekend invaliditeitspensoen, een hem toegekende herplaatsingstoelage dan wel een aan hem toegekende AAOP-uitkering.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -584,15 +588,9 @@ Het percentage, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de ma
|
|||
|
||||
45 tot 55%: 45,01%;
|
||||
|
||||
35 tot 45%: 36,01%;
|
||||
35 tot 45%: 36,01%.
|
||||
|
||||
25 tot 35%: 27,01%;
|
||||
|
||||
15 tot 25%: 18,00%.
|
||||
|
||||
**7.** Geen recht op een aanvullende uitkering als bedoeld in het vierde lid heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar die recht heeft op suppletie overeenkomstig artikel 33. In afwijking van de eerste volzin heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het vierde lid, wel recht op een aanvullende uitkering, indien zijn recht op suppletie niet tot uitbetaling komt ingevolge artikel 4 van de in artikel 33 van overeenkomstige toepassing verklaarde Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk.
|
||||
|
||||
**8.** De gewezen rechterlijk ambtenaar aan wie op eigen verzoek ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst en artikel 1.5 van het pensioenreglement, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging onderscheidenlijk 70% van de laatstelijk genoten bezoldiging, voorzover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging onderscheidenlijk 70% van de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt.
|
||||
**7.** De gewezen rechterlijk ambtenaar aan wie op eigen verzoek ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de regeling van flexibel pensioen en uittreden, zoals vastgelegd in het FPU-Reglement basisuitkering en aanvullende uitkering, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging onderscheidenlijk 70% van de laatstelijk genoten bezoldiging, voorzover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging onderscheidenlijk 70% van de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -608,7 +606,7 @@ b. zijn bezoldiging na herplaatsing.
|
|||
Aan de rechterlijk ambtenaar, die is herplaatst op grond van artikel 35d van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet, wordt op zijn aanvraag na afloop van de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, een aanvullende uitkering toegekend, indien de ziekte uit hoofde waarvan hij ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van zijn bezoldiging, zoals die zou zijn op de dag voorafgaand aan zijn herplaatsing indien hij op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest om zijn arbeid te verrichten; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit het oorspronkelijke ambt voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage.
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit het oorspronkelijke ambt voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een WIA-uitkering, een invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage, of een AAOP-uitkering.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -622,11 +620,7 @@ Het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is afhankelijk van de ma
|
|||
|
||||
45 tot 55%: 45,01%;
|
||||
|
||||
35 tot 45%: 36,01%;
|
||||
|
||||
25 tot 35%: 27,01%;
|
||||
|
||||
15 tot 25%: 18,00%.
|
||||
35 tot 45%: 36,01%.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
|
|
@ -731,7 +725,7 @@ m. voorafgaand aan de betaling van bezoldiging weigert mededeling te doen van in
|
|||
n. niet onverwijld op verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mededeelt, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht of op de hoogte van de betaling van bezoldiging;
|
||||
o. zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de deskundige persoon of de arbodienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de deskundige persoon of de arbodienst als geldig erkende reden heeft opgegeven;
|
||||
p. zonder deugdelijke grond weigert gevolg te geven onderscheidenlijk mee te werken aan door de functionele autoriteit of een door de functionele autoriteit aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften onderscheidenlijk getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen passende arbeid te verrichten;
|
||||
q. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO; of
|
||||
q. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO dan wel artikel 25, tweede lid, van de WIA; of
|
||||
r. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
**2.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraak herleeft met ingang van het tijdstip waarop de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de desbetreffende verplichting op grond van dat lid.
|
||||
|
|
@ -752,7 +746,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt de functionele autoriteit de rechterlijk ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de functionele autoriteit in overeenstemming met de rechterlijk ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de rechterlijk ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de functionele autoriteit in overeenstemming met de rechterlijk ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO dan wel artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de rechterlijk ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** De rechterlijk ambtenaar, die van mening is dat de functionele autoriteit de in het eerste lid bedoelde verplichting niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan de functionele autoriteit een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet Suwi over. De functionele autoriteit beslist op het verzoek binnen zes weken na ontvangst hiervan en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen ten aanzien van de reïntegratieinspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -760,13 +754,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Bij samenloop van een aanspraak krachtens dit hoofdstuk met een WAO-uitkering, een ZW-uitkering, een WW-uitkering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze uitkeringen, tenzij het een tegemoetkoming op grond van artikel 27 betreft.
|
||||
**1.** Bij samenloop van een aanspraak krachtens dit hoofdstuk met een WAO-uitkering, een WIA-uitkering, een AAOP-uitkering, een ZW-uitkering, een WW-uitkering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze uitkeringen, tenzij het een tegemoetkoming op grond van artikel 27 betreft.
|
||||
|
||||
**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de WAO-uitkering, de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering, de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de WAO-uitkering, de WIA-uitkering, de AAOP-uitkering, de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering, de WIA-uitkering, de AAOP-uitkering, de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering of de ZW-uitkering, die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast op de aanspraken op grond van dit hoofdstuk waarop de WAO-uitkering of de ZW-uitkering in mindering is gebracht.
|
||||
**3.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering, de WIA-uitkering of de ZW-uitkering, die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast op de aanspraken op grond van dit hoofdstuk waarop de WAO-uitkering, de WIA-uitkering of de ZW-uitkering in mindering is gebracht.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zowel op grond van de benoeming terzake waarvan hij aanspraken op grond van dit hoofdstuk heeft als op grond van een of meer andere betrekkingen een WAO-uitkering of een ZW-uitkering geniet, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk onder WAO-uitkering onderscheidenlijk ZW-uitkering verstaan, de WAO-uitkering onderscheidenlijk de ZW-uitkering voorzover deze, naar rato van de bezoldiging uit hoofde van die benoeming en die andere betrekking of betrekkingen, wordt toegerekend aan die benoeming.
|
||||
**4.** Indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zowel op grond van de benoeming terzake waarvan hij aanspraken op grond van dit hoofdstuk heeft als op grond van een of meer andere betrekkingen een WAO-uitkering, WIA-uitkering of een ZW-uitkering geniet, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk onder WAO-uitkering, WIA-uitkering onderscheidenlijk ZW-uitkering verstaan, de WAO-uitkering, WIA-uitkering onderscheidenlijk de ZW-uitkering voorzover deze, naar rato van de bezoldiging uit hoofde van die benoeming en die andere betrekking of betrekkingen, wordt toegerekend aan die benoeming.
|
||||
|
||||
### Artikel 25a
|
||||
|
||||
|
|
@ -792,20 +786,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel is van overeenkomstige toepassing op de rechterlijk ambtenaar, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. onder «Onze Minister» wordt verstaan: Onze Minister van Justitie;
|
||||
b. onder «betrokkenen» wordt verstaan:
|
||||
|
||||
1°. degenen wier rechtspositie is geregeld op grond van de wet;
|
||||
2°. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel 1°, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend krachtens of op de voet van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966, een vutovereenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, of krachtens een andere overeenkomstige regeling;
|
||||
3°. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement en die in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de categorieën, bedoeld in onderdeel 1° of 2°;
|
||||
4°. de krachtens het reglement, genoemd in onderdeel 3°, weduwen of weduwnaarspensioengenietende niet hertrouwde weduwen of weduwnaars van degenen die op de dag van overlijden betrokkenen waren in de zin van dit besluit, of betrokkenen zouden zijn geweest indien dit besluit op die dag van kracht zou zijn geweest;
|
||||
5°. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel 1° aan wie een WAO-uitkering als bedoeld in artikel 31 van de Wet privatisering ABP is toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan ook andere categorieën van personen, wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect ten laste komt van de algemene middelen van het Rijk, aanwijzen als betrokkenen in de zin van het besluit, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27b
|
||||
|
||||
|
|
@ -831,15 +812,15 @@ Indien de rechterlijk ambtenaar onderscheidenlijk gewezen rechterlijk ambtenaar
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden of de vermissing aanspraak had op een WAO-uitkering, een ZW-uitkering of een WW-uitkering, wordt voor de toepassing dan wel overeenkomstige toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden of de vermissing op basis van dit hoofdstuk aanspraak zou hebben gehad indien hij geen aanspraak op een WAO-uitkering, een ZW-uitkering of een WW-uitkering zou hebben gehad.
|
||||
**1.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden of de vermissing aanspraak had op een WAO-uitkering, een WIA-uitkering, een ZW-uitkering of een WW-uitkering, wordt voor de toepassing dan wel overeenkomstige toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden of de vermissing op basis van dit hoofdstuk aanspraak zou hebben gehad indien hij geen aanspraak op een WAO-uitkering, een WIA-uitkering, een ZW-uitkering of een WW-uitkering zou hebben gehad.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden of de vermissing meer dan 52 weken wegens ziekte ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid en geen aanspraak had op een WAO-uitkering, wordt voor de toepassing dan wel overeenkomstige toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden of de vermissing op basis van dit hoofdstuk aanspraak had.
|
||||
**2.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden of de vermissing meer dan 52 weken wegens ziekte ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid en geen aanspraak had op een WAO-uitkering, een WIA-uitkering, wordt voor de toepassing dan wel overeenkomstige toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden of de vermissing op basis van dit hoofdstuk aanspraak had.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Na het overlijden of de vermissing van de gewezen rechterlijk ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden of vermissing op grond van artikel 18 of artikel 26 in het genot was van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging onderscheidenlijk 70% daarvan, wordt aan de in artikel 18 of 18a van de wet bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van die artikelen uitgekeerd een bedrag, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden of vermissing genoot onderscheidenlijk 70% daarvan, berekend over een tijdvak van drie maanden.
|
||||
|
||||
**2.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 53 van de WAO of de artikelen 6 of 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen.
|
||||
**2.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 53 van de WAO, artikel 74 van de WIA, artikel 11.17 van het pensioenreglement of de artikelen 6 of 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
|
|
@ -859,10 +840,7 @@ c. twee zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
De Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk is op de rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 1:
|
||||
|
||||
a. onder «Onze Minister» wordt verstaan: Onze Minister van Justitie; en
|
||||
b. onder «betrokkene» wordt verstaan: de rechterlijk ambtenaar aan wie op grond van artikel 46i van de wet onderscheidenlijk artikel 35b, van dit besluit ontslag is verleend, die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, en die uit dat ontslag werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3a. Vakantie en verlof
|
||||
|
||||
|
|
@ -939,6 +917,14 @@ d. in geval van genoten adoptie- of pleegverlof.
|
|||
|
||||
**6.** Niet opgenomen vakantie, waaronder eventueel van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding over een vol kalenderjaar berekend op grond van de artikelen 33b en 33c, verminderd met de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vakantie.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding kan worden toegestaan in enig kalenderjaar meer uren vakantie op te nemen dan zijn aanspraak op vakantie ingevolge de artikelen 33b, vierde tot en met zesde lid, 33c en het zesde lid van dit artikel, tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande dat de op te nemen vakantie de aanspraak tot en met het lopende kalenderjaar niet met meer dan 57,6 uren mag overschrijden. Het in de vorige volzin bedoelde aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding wordt vermenigvuldigd met de voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding geldende arbeidsduurfactor.
|
||||
|
||||
De in een kalenderjaar op grond van de artikelen 33b, vierde tot en met zesde lid, 33c en het zesde lid van dit artikel teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op zijn aanspraak op vakantie over het eerstvolgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**8.** Op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding kan in bijzondere gevallen worden afgeweken van de op grond van het zesde lid berekende vakantie-aanspraak die maximaal naar een volgend kalenderjaar overgeboekt kan worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 33f
|
||||
|
||||
**1.** Indien de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen, door het in artikel 33d, eerste lid, bedoelde gezag een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat hij direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot.
|
||||
|
|
@ -1241,24 +1227,24 @@ b. indien de ene periode van ongeschiktheid direct voorafgaat aan en de andere p
|
|||
Het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt verlengd:
|
||||
|
||||
a. indien de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de ZW, later is gedaan dan op grond van dat artikel is voorgeschreven, met de duur van die vertraging;
|
||||
b. indien de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, op grond van het zevende lid van dat artikel is verlengd, met de duur van die verlenging; en
|
||||
c. indien het UWV op grond van artikel 71a, negende lid, van de WAO een tijdvak heeft vastgesteld, met de duur van dit tijdvak.
|
||||
b. indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de WIA, later wordt gedaan dan in of op grond van dat artikel is voorgeschreven, met de duur van die vertraging;
|
||||
c. indien de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, op grond van het zevende lid van dat artikel is verlengd, met de duur van die verlenging; en
|
||||
d. indien het UWV op grond van artikel 71a, negende lid, van de WAO een tijdvak heeft vastgesteld, met de duur van dit tijdvak;
|
||||
e. indien het UWV op grond van artikel 24, eerste lid dan wel artikel 25, negende lid, van de WIA, een tijdvak heeft vastgesteld: met de duur van dit tijdvak.
|
||||
|
||||
### Artikel 35c
|
||||
|
||||
**1.** Om te beoordelen of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 35b, tweede lid, onderdelen a en b, wordt door de functionele autoriteit medisch advies ingewonnen bij een daartoe door het UWV aangewezen arts.
|
||||
**1.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 35b, tweede lid, betrekt de functionele autoriteit de uitslag van de beoordeling door het UWV van de aanvraag op grond van artikel 64 van de WIA.
|
||||
|
||||
**2.** Bij zijn beoordeling betrekt de in het eerste lid bedoelde arts een door de functionele autoriteit aangewezen arts en, indien de rechterlijk ambtenaar dit wenst, een door de rechterlijk ambtenaar aangewezen arts.
|
||||
|
||||
**3.** De functionele autoriteit stelt de rechterlijk ambtenaar er schriftelijk van op de hoogte dat de in het eerste lid bedoelde procedure zal worden ingesteld en dat de rechterlijk ambtenaar bevoegd is om een arts aan te wijzen. Deze kennisgeving geschiedt niet eerder dan nadat de rechterlijk ambtenaar gedurende een onafgebroken periode van achttien maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op. Hij zendt dit aan de functionele autoriteit en in afschrift aan de rechterlijk ambtenaar.
|
||||
**2.** Indien de beoordeling bedoeld in de vorige volzin door het UWV niet of langer dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden, dan wel indien de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding en diens functionele autoriteit het oneens zijn over het ontslag, kan aan het UWV een oordeel als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet Suwi worden gevraagd en betrekt de functionele autoriteit dit bij zijn beoordeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 35d
|
||||
|
||||
**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar, die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, kan, op voorstel van de functionele autoriteit, een ander ambt of een andere functie worden opgedragen bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van Onze Minister, indien sprake is van passende arbeid. De rechterlijk ambtenaar is verplicht het ambt dat of de functie die hem wordt opgedragen te aanvaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien aan de rechterlijk ambtenaar een ambt of functie wordt opgedragen voor minder uren dan het aantal uren dat hij zijn oorspronkelijke ambt gemiddeld per week vervulde, wordt hij voor het meerdere aantal uren ontslagen.
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt de rechterlijk ambtenaar die door het UWV in het kader van de uitvoering van de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard op voorstel van de functionele autoriteit herplaatst in een ander ambt of andere functie bij een parket of gerecht of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister, indien sprake is van passende arbeid, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
|
||||
|
||||
**3.** Indien aan de rechterlijk ambtenaar een ambt of functie wordt opgedragen voor minder uren dan het aantal uren dat hij zijn oorspronkelijke ambt gemiddeld per week vervulde, wordt hij voor het meerdere aantal uren ontslagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 35e
|
||||
|
||||
|
|
@ -1268,9 +1254,9 @@ De rechterlijk ambtenaar, die wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van
|
|||
|
||||
a. gevolg te geven aan door de functionele autoriteit of een door de functionele autoriteit aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of mee te werken aan door de functionele autoriteit of een door de functionele autoriteit aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten;
|
||||
b. passende arbeid te verrichten waartoe hij in de gelegenheid wordt gesteld; of
|
||||
c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO.
|
||||
c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO dan wel artikel 25, tweede lid, van de WIA.
|
||||
|
||||
**2.** Om te beoordelen of sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid wint de functionele autoriteit het advies in van het UWV.
|
||||
**2.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, kan de functionele autoriteit de uitslag van de beoordeling door het UWV van de aanvraag op grond van artikel 64 van de WIA betrekken.
|
||||
|
||||
### Artikel 35f
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue