2018-02-06 | BWBR0040179 | Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2018-02-06 12:00:00 +00:00
parent 5f78b78573
commit e82745bdb9

View file

@ -482,7 +482,7 @@ b. waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken radio
1°. de desbetreffende in bijlage 3, onderdeel B, tabel A, deel 1 opgenomen vrijstellingswaarde voor kunstmatige radionucliden, of
2°. de desbetreffende in bijlage 3, onderdeel B, tabel A, deel 2 opgenomen vrijstellingswaarde voor van nature voorkomende radionucliden; of
c. indien het handelingen met matige hoeveelheden, tot 1.000 kg, van elk type materiaal betreft, waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof niet hoger is dan de in bijlage 3, onderdeel B, tabel B, kolom 2, opgenomen vrijstellingswaarden. Deze vrijstellingswaarden zijn van toepassing in plaats van de in onderdeel b bedoelde vrijstellingswaarden. Bij regeling van Onze Minister kunnen voor de toepassing van dit onderdeel lagere hoeveelheidsgrenzen worden vastgesteld dan het maximum van 1.000 kg; of
c. indien het handelingen met matige hoeveelheden, tot 1.000 kg, van elk type materiaal betreft, waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof niet hoger is dan de in bijlage 3, onderdeel B, tabel B, kolom 2, opgenomen vrijstellingswaarden. Deze vrijstellingswaarden zijn van toepassing in plaats van de in onderdeel b bedoelde vrijstellingswaarden. Bij regeling van Onze Minister kunnen voor de toepassing van dit onderdeel lagere hoeveelheidsgrenzen worden vastgesteld dan het maximum van 1.000 kg; of
d. waarvan de totale activiteit of activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof niet hoger is dan de krachtens het vijfde lid of artikel 3.19 vastgestelde vrijstellingswaarde die met de betrokken handeling is gemoeid.
**2.**
@ -541,12 +541,12 @@ a. met apparaten die een ingekapselde bron bevatten, op voorwaarde dat:
1°. het apparaat behoort tot een bij verordening of beschikking van de Autoriteit goedgekeurd type;
2°. het apparaat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 m van enige bereikbare buitenzijde daarvan geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 microsievert per uur, en
3°. de Autoriteit bij verordening of beschikking voorwaarden voor recycling of verwijdering heeft vastgesteld;
3°. de Autoriteit voorwaarden voor recycling of verwijdering heeft vastgesteld;
b. met ieder toestel, mits:
1°. deze een elektronenstraalbuis is voor visuele beeldweergave, of een ander elektrisch toestel dat werkt bij een potentiaalverschil van niet meer dan 30 kilovolt (kV), of behoort tot een bij verordening of beschikking van de Autoriteit goedgekeurd type, en
2°. het toestel onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 m van enige bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 microsievert per uur;
c. elektrische apparatuur die ioniserende straling uitzendt, en onderdelen bevat die bij een potentiaalverschil van niet meer dan 5 kV werken.
1°. deze een elektronenstraalbuis is voor visuele beeldweergave, of een ander elektrisch toestel dat werkt bij een potentiaalverschil van niet meer dan 30 kilovolt (kV), of behoort tot een bij verordening of beschikking van de Autoriteit goedgekeurd type, en
2°. het toestel onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 m van enige bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 microsievert per uur;
c. elektrische apparatuur die ioniserende straling uitzendt, en onderdelen bevat die bij een potentiaalverschil van niet meer dan 5 kV werken.
**2.**
@ -1247,7 +1247,7 @@ De ondernemer stelt financiële middelen en faciliteiten voor een passende besch
### Artikel 5.11
**1.** Instellingen waar personen overeenkomstig artikel 5.5, 5.8 of 8.4, derde lid, een diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming kunnen behalen dienen te zijn erkend door de Autoriteit. De erkenning geldt voor een tijdvak van vijf jaar en kan daarna telkens voor een tijdvak van vijf jaar worden verlengd indien aan de met het oog op erkenning gestelde eisen, bedoeld in het derde lid, wordt voldaan. Van een erkenning of verlenging daarvan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
**1.** Instellingen waar personen overeenkomstig artikel 5.5, 5.8 of 8.4, derde lid, een diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming kunnen behalen dienen te zijn erkend door de Autoriteit. De erkenning geldt voor een tijdvak van vijf jaar en kan daarna telkens voor een tijdvak van vijf jaar worden verlengd indien aan de met het oog op erkenning gestelde eisen, bedoeld in het derde lid, wordt voldaan. Een erkenning of verlenging daarvan wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
**2.** De erkenning kan worden geschorst of ingetrokken door de Autoriteit indien de opleiding ook na herhaalde waarschuwing niet, of niet langer, voldoet aan een of meer krachtens het derde lid gestelde eisen.
@ -1265,7 +1265,7 @@ c. eisen voor beroep en klachten.
**1.** De Autoriteit of Onze Minister die het aangaat zorgt er, onverminderd artikel 7.30, voor dat de bedrijfsleiding van ondernemingen waarvan het aannemelijk is dat er weesbronnen worden aangetroffen of verwerkt, geïnformeerd wordt over de mogelijkheid van een confrontatie met een weesbron.
**2.** Onder ondernemingen als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan locaties en installaties waar aanzienlijke hoeveelheden metaalfabricaten, metaalafval of schroot worden opgeslagen, bewerkt, verwerkt of overgeslagen.
**2.** Onder bedrijven als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan inrichtingen en installaties waar aanzienlijke hoeveelheden metaalfabricaten, metaalafval of schroot worden opgeslagen, bewerkt, verwerkt of overgeslagen.
**3.**
@ -1594,11 +1594,11 @@ c. het beschikbaar stellen van informatie over de beschikbare technische middele
### Artikel 6.21
**1.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat kunnen, rekening houdend met de in bijlage 9 genoemde materialen, bouwmaterialen worden aangewezen die aandacht behoeven vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming, vanwege de door deze materialen uitgezonden gammastraling, die bij toepassing van deze bouwmaterialen kan leiden tot een overschrijding van het referentieniveau van 1 millisievert binnenshuis in een kalenderjaar, bedoeld in artikel 9.10, achtste lid.
**1.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat kunnen, rekening houdend met de in bijlage 9 genoemde materialen, bouwmaterialen worden aangewezen die aandacht behoeven vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming, vanwege de door deze materialen uitgezonden gammastraling, die bij toepassing van deze bouwmaterialen kan leiden tot een overschrijding van het referentieniveau van 1 millisievert binnenshuis in een kalenderjaar, bedoeld in artikel 9.10, achtste lid.
**2.** Alvorens krachtens het eerste lid aangewezen bouwmaterialen in de handel te brengen bepaalt de ondernemer met toepassing van een bij verordening van de Autoriteit aangewezen methode of de door deze bouwmaterialen uitgezonden gammastraling, bovenop de externe blootstelling buitenshuis, binnenshuis het referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, niet overschrijdt.
**2.** Alvorens krachtens het eerste lid aangewezen bouwmaterialen in de handel te brengen bepaalt de ondernemer met toepassing van een bij verordening van de Autoriteit aangewezen methode of de door deze bouwmaterialen uitgezonden gammastraling, bovenop de externe blootstelling buitenshuis, binnenshuis het referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, niet overschrijdt.
**3.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat wordt, in geval van de kans dat het referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar mogelijkerwijs wordt overschreden, bepaald hoe de ondernemer kan voorkomen dat het referentieniveau wordt overschreden ten gevolge van de externe blootstelling binnenshuis aan door bouwmaterialen uitgezonden gammastraling.
**3.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat wordt, in geval van de kans dat het referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar mogelijkerwijs wordt overschreden, bepaald hoe de ondernemer kan voorkomen dat het referentieniveau wordt overschreden ten gevolge van de externe blootstelling binnenshuis aan door bouwmaterialen uitgezonden gammastraling.
**4.** Op verzoek van de Autoriteit of een ander bevoegd bestuursorgaan verstrekt de ondernemer de resultaten van de krachtens het tweede lid uitgevoerde bepaling alsmede de overige bij verordening van de Autoriteit of door een ander bevoegd bestuursorgaan aangewezen gegevens.
@ -1742,7 +1742,7 @@ a. een effectieve dosis van 1 millisievert in een kalenderjaar, en met inachtnem
b. een equivalente dosis van:
1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2; en
2°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2; en
3°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
**2.** In geval van inwendige besmetting wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
@ -1787,15 +1787,15 @@ De ondernemer zorgt ervoor dat, indien dat nodig is met het oog op de beschermin
a. een ruimte wordt aangemerkt als gecontroleerde zone, indien:
1°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen effectieve dosis groter is dan 6 millisievert in een kalenderjaar;
2°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de ooglensdosis groter is dan 15 millisievert in een kalenderjaar;
3°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2, groter is dan 150 millisievert in een kalenderjaar;
4°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de extremiteiten groter is dan 150 millisievert in een kalenderjaar; of
2°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de ooglensdosis groter is dan 15 millisievert in een kalenderjaar;
3°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2, groter is dan 150 millisievert in een kalenderjaar;
4°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de extremiteiten groter is dan 150 millisievert in een kalenderjaar; of
5°. er een mogelijkheid is van verspreiding van radioactieve stoffen vanuit de ruimte zodanig dat personen een dosis hoger dan de effectieve of equivalente dosis, genoemd in artikel 7.3, eerste lid, kunnen ontvangen;
b. een ruimte wordt aangemerkt als bewaakte zone, indien:
1°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen effectieve dosis groter is dan 1 millisievert in een kalenderjaar en kleiner of gelijk is aan 6 millisievert in een kalenderjaar;
2°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2, groter is dan 50 millisievert in een kalenderjaar en kleiner of gelijk is aan 150 millisievert in een kalenderjaar; of
3°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de extremiteiten groter is dan 50 millisievert in een kalenderjaar en kleiner of gelijk is aan 150 millisievert in een kalenderjaar.
2°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2, groter is dan 50 millisievert in een kalenderjaar en kleiner of gelijk is aan 150 millisievert in een kalenderjaar; of
3°. de mogelijke door een werknemer in de ruimte te ontvangen equivalente dosis voor de extremiteiten groter is dan 50 millisievert in een kalenderjaar en kleiner of gelijk is aan 150 millisievert in een kalenderjaar.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat in een gecontroleerde en een bewaakte zone passend toezicht wordt gehouden op de arbeidsomstandigheden met het oog op de bescherming tegen ioniserende straling.
@ -1857,9 +1857,9 @@ b. bij de aanwezigheid van een open bron, de activiteitsconcentratie in de lucht
Een A-werknemer is een blootgestelde werknemer, die:
1°. een effectieve dosis kan ontvangen die groter is dan 6 millisievert in een kalenderjaar;
2°. een equivalente dosis kan ontvangen die groter is dan 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
3°. een equivalente dosis kan ontvangen die groter is dan 150 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2; of
4°. een equivalente dosis kan ontvangen die groter is dan 150 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
2°. een equivalente dosis kan ontvangen die groter is dan 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
3°. een equivalente dosis kan ontvangen die groter is dan 150 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2; of
4°. een equivalente dosis kan ontvangen die groter is dan 150 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
**3.** Een B-werknemer is een blootgestelde werknemer die niet als A-werknemer wordt ingedeeld.
@ -2101,7 +2101,7 @@ b. de risicos die een kind dat borstvoeding krijgt, loopt door besmetting van
### Artikel 7.30
De bedrijfsleiding van een onderneming als bedoeld in artikel 5.12, tweede lid, waarvan het aannemelijk is dat er weesbronnen worden aangetroffen of verwerkt, draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat een werknemer die in die onderneming kan worden blootgesteld aan een weesbron, onverminderd artikel 5.12:
De exploitant van een inrichting of andere installaties waarvan het aannemelijk is dat er weesbronnen worden aangetroffen of verwerkt, draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat, wanneer in zijn inrichting of installatie een werknemer kan worden blootgesteld aan een weesbron, deze werknemer, onverminderd artikel 5.12:
a. passend geïnformeerd is over de elementaire eigenschappen van ioniserende straling en de effecten daarvan;
b. passend geïnformeerd en getraind is met betrekking tot het visueel herkennen van weesbronnen en broncontainers; en
@ -2162,7 +2162,7 @@ a. een effectieve dosis van 20 millisievert in een kalenderjaar, en met inachtne
b. een equivalente dosis van:
1°. 20 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 500 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2; of
2°. 500 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2; of
3°. 500 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
**3.** In geval van inwendige besmetting wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
@ -2181,7 +2181,7 @@ a. een effectieve dosis van 6 millisievert in een kalenderjaar, en met inachtnem
b. een equivalente dosis van:
1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2; of
2°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2; of
3°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
**3.** In geval van inwendige besmetting wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
@ -2190,7 +2190,7 @@ b. een equivalente dosis van:
### Artikel 7.36
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat de arbeidsomstandigheden voor de zwangere werknemer zodanig zijn dat de equivalente dosis ten gevolge van het werk voor het ongeboren kind zo laag is als redelijkerwijs mogelijk is en dat het onwaarschijnlijk is dat de dosis vanaf het moment van melding van de zwangerschap aan de ondernemer tot aan het einde van de zwangerschap hoger zal zijn dan 1 millisievert.
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat de arbeidsomstandigheden voor de zwangere werknemer zodanig zijn dat de equivalente dosis ten gevolge van het werk voor het ongeboren kind zo laag is als redelijkerwijs mogelijk is en dat het onwaarschijnlijk is dat de dosis vanaf het moment van melding van de zwangerschap aan de ondernemer tot aan het einde van de zwangerschap hoger zal zijn dan 1 millisievert.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat een werknemer, indien zij hem in kennis heeft gesteld dat zij borstvoeding geeft, gedurende deze periode geen arbeid verricht waarbij op basis van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, een relevant risico bestaat op besmetting van het lichaam.
@ -2202,7 +2202,7 @@ b. een equivalente dosis van:
**1.** In geval van beroepsmatige blootstelling in radiologische noodsituaties gelden voor zover mogelijk voor werknemers die als hulpverlener optreden de dosislimieten, genoemd in artikel 7.34.
**2.** Voor radiologische noodsituaties waarin niet aan het bepaalde in het eerste lid kan worden voldaan, geldt voor werknemers die als hulpverlener optreden een referentieniveau van 100 millisievert voor de effectieve dosis.
**2.** Voor radiologische noodsituaties waarin niet aan het bepaalde in het eerste lid kan worden voldaan, geldt voor werknemers die als hulpverlener optreden een referentieniveau van 100 millisievert voor de effectieve dosis.
**3.**
@ -2211,13 +2211,13 @@ In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, geldt in uitzonderlijke situati
a. 250 millisievert voor de effectieve dosis voor uitwendige bestraling van werknemers die als hulpverlener optreden voor het redden van uitermate belangrijke materiële belangen; en
b. 500 millisievert voor de effectieve dosis voor uitwendige bestraling van werknemers die als hulpverlener optreden voor levensreddend werk, het voorkomen van ernstige gezondheidseffecten door straling of om de ontwikkeling van catastrofale omstandigheden te voorkomen.
**4.** De ondernemer zorgt ervoor dat een werknemer die als hulpverlener optreedt en die activiteiten zou kunnen ondernemen waarbij een effectieve dosis van meer dan 100 millisievert kan worden ontvangen van tevoren duidelijk en uitvoerig is ingelicht over de bijbehorende gezondheidsrisicos en de betreffende activiteiten vrijwillig uitvoert.
**4.** De ondernemer zorgt ervoor dat een werknemer die als hulpverlener optreedt en die activiteiten zou kunnen ondernemen waarbij een effectieve dosis van meer dan 100 millisievert kan worden ontvangen van tevoren duidelijk en uitvoerig is ingelicht over de bijbehorende gezondheidsrisicos en de betreffende activiteiten vrijwillig uitvoert.
### Afdeling 7.4. Beroepsmatige blootstelling in bestaande situaties
### Artikel 7.38
**1.** Het referentieniveau voor het jaargemiddelde van radonconcentratie in de lucht op werkplekken bedraagt 100 becquerel/m^3.
**1.** Het referentieniveau voor het jaargemiddelde van radonconcentratie in de lucht op werkplekken bedraagt 100 becquerel/m^3.
**2.**
@ -2242,7 +2242,7 @@ c. op daarvoor geschikte plaatsen doelmatige en duidelijke waarschuwingsborden o
**7.** De werkgever bewaart de geregistreerde gegevens in ieder geval totdat de persoon op wie de gegevens betrekking hebben, de leeftijd van vijfenzeventig jaar heeft bereikt of zou hebben bereikt, maar ten minste dertig jaar nadat deze persoon de handelingen heeft beëindigd.
**8.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan in afwijking van het eerste lid voor bij die regeling aangewezen werkplekken als bedoeld in het vierde lid, een referentieniveau worden vastgesteld van ten hoogste 300 becquerel/m^3 als jaargemiddelde van de radonconcentratie in de lucht, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede, derde, vierde en zesde lid.
**8.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan in afwijking van het eerste lid voor bij die regeling aangewezen werkplekken als bedoeld in het vierde lid, een referentieniveau worden vastgesteld van ten hoogste 300 becquerel/m^3 als jaargemiddelde van de radonconcentratie in de lucht, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede, derde, vierde en zesde lid.
## Hoofdstuk 8. Medische blootstelling
@ -2396,18 +2396,14 @@ d. maatregelen worden getroffen om de verwijzende persoon en de medisch deskundi
**2.**
Voorts draagt de ondernemer ervoor zorg dat de Inspectie gezondheidszorg en jeugd:
Voorts draagt de ondernemer ervoor zorg dat het Staatstoezicht op de volksgezondheid:
a. zo spoedig mogelijk op de hoogte wordt gebracht van significante gebeurtenissen;
b. binnen redelijke termijn na de gebeurtenissen op de hoogte wordt gebracht van de onderzoeksresultaten en de genomen maatregelen om dergelijke gebeurtenissen in de toekomst te vermijden.
**3.** De Inspectie gezondheidszorg en jeugd publiceert tijdig informatie als bedoeld in artikel 63, onderdeel f, van de richtlijn.
### Artikel 8.13
**1.** Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport draagt zorg voor de verdeling van individuele dosisschattingen als gevolg van medische blootstelling voor radiodiagnostiek en interventieradiologie. Indien nodig, wordt rekening gehouden met de leeftijdsverdeling en het geslacht van de blootgestelde populatie.
**2.** Een ondernemer verstrekt aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport desgevraagd de gegevens die noodzakelijk zijn om de verdeling van individuele dosisschattingen als gevolg van medische blootstellingen voor radiodiagnostiek en interventieradiologie te bepalen.
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport draagt zorg voor de verdeling van individuele dosisschattingen als gevolg van medische blootstelling voor radiodiagnostiek en interventieradiologie. Indien nodig, wordt rekening gehouden met de leeftijdsverdeling en het geslacht van de blootgestelde populatie.
### Paragraaf 8.4. Eisen aan procedures en apparatuur
@ -2439,10 +2435,10 @@ c. wordt betrokken voor advies over aangelegenheden betreffende stralingsbescher
De ondernemer draagt ervoor zorg dat:
a. op alle radiologische apparatuur die in gebruik is streng toezicht wordt uitgeoefend inzake de stralingsbescherming;
b. voor elke medisch-radiologische instelling een bijgewerkte inventaris van medisch-radiologische apparatuur ter beschikking wordt gehouden van de Autoriteit en van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
b. voor elke medisch-radiologische instelling een bijgewerkte inventaris van medisch-radiologische apparatuur ter beschikking wordt gehouden van de Autoriteit en van het Staatstoezicht op de volksgezondheid;
c. passende programmas voor kwaliteitsborging en evaluaties van doses en toegediende hoeveelheden worden toegepast;
d. acceptatietests worden uitgevoerd voor de ingebruikneming van de apparatuur voor klinische doeleinden en daarna periodiek en na elke onderhoudsprocedure die de werking kan aantasten prestatietests worden uitgevoerd;
e. de nodige maatregelen worden getroffen om de werking van medisch-radiologische apparatuur te verbeteren die in gebruik is en die niet voldoet aan bij regeling van Onze Minister voor Medische Zorg gestelde eisen aan het functioneren van die apparatuur;
e. de nodige maatregelen worden getroffen om de werking van medisch-radiologische apparatuur te verbeteren die in gebruik is en die niet voldoet aan bij regeling van Onze Minister gestelde eisen aan het functioneren van die apparatuur;
f. apparatuur voor uitwendige bestraling met een nominale stralingsenergie van meer dan 1 mega-elektronvolt is voorzien van een voorziening om de belangrijkste behandelingsparameters te controleren;
g. alle voor interventieradiologie gebruikte apparatuur is voorzien van een voorziening of een functie die de medisch deskundige en de personen die onderdelen van de medische procedures uitvoeren, informeert over de hoeveelheid straling die door de apparatuur tijdens de procedure wordt uitgezonden;
h. alle voor interventieradiologie en computertomografie gebruikte apparatuur en nieuwe apparatuur voor planning, sturing en verificatiedoeleinden zijn voorzien van een voorziening of een functie die de medisch deskundige aan het einde van de procedure informeert over de relevante parameters voor het bepalen van de patiëntdosis en die deze informatie doorstuurt naar het onderzoeksdossier;
@ -2475,14 +2471,14 @@ Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan regels stellen om onnodi
**1.** Dosislimieten voor blootstelling van leden van de bevolking als bedoeld in het tweede of derde lid hebben betrekking op de som van de jaarlijkse blootstellingen van een lid van de bevolking ten gevolge van alle ingevolge dit besluit toegestane handelingen.
**2.** Voor blootstelling van leden van de bevolking geldt een individuele effectieve dosislimiet van 1 millisievert in een kalenderjaar.
**2.** Voor blootstelling van leden van de bevolking geldt een individuele effectieve dosislimiet van 1 millisievert in een kalenderjaar.
**3.**
Naast de dosislimiet, bedoeld in het tweede lid, gelden de volgende individuele equivalente dosislimieten:
a. een equivalente dosislimiet van 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
b. een equivalente dosislimiet van 50 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig huidoppervlak van 1 cm^2 en ongeacht welk deel van de huid is blootgesteld.
b. een equivalente dosislimiet van 50 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig huidoppervlak van 1 cm^2 en ongeacht welk deel van de huid is blootgesteld.
**4.** In het geval van besmetting die leidt tot inwendige blootstelling wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
@ -2490,7 +2486,7 @@ b. een equivalente dosislimiet van 50 millisievert in een kalenderjaar voor de h
### Artikel 9.2
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat voor een lid van de bevolking als gevolg van handelingen als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, die onder zijn verantwoordelijkheid worden verricht, op enig punt buiten de locatie ten gevolge van die handelingen een effectieve dosis van 0,1 millisievert in een kalenderjaar niet wordt overschreden.
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat voor een lid van de bevolking als gevolg van handelingen als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, die onder zijn verantwoordelijkheid worden verricht, op enig punt buiten de locatie ten gevolge van die handelingen een effectieve dosis van 0,1 millisievert in een kalenderjaar niet wordt overschreden.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat voor een lid van de bevolking die zich binnen de locatie bevindt, als gevolg van handelingen, die onder zijn verantwoordelijkheid worden verricht, de in artikel 9.1, tweede en derde lid, genoemde individuele dosislimieten niet worden overschreden.
@ -2504,7 +2500,7 @@ Dosisbeperkingen voor blootstelling van leden van de bevolking zijn in overeenst
### Artikel 9.4
De ondernemer zorgt ervoor dat bij het verrichten van een handeling, behorend tot een categorie als genoemd in artikel 3.10, tweede lid, waarvoor een registratie is vereist, voor personen op enig punt buiten de locatie ten gevolge van die handelingen tezamen een dosisbeperking van 10 microsievert effectieve dosis in een kalenderjaar wordt gehanteerd.
De ondernemer zorgt ervoor dat bij het verrichten van een handeling, behorend tot een categorie als genoemd in artikel 3.10, tweede lid, waarvoor een registratie is vereist, voor personen op enig punt buiten de locatie ten gevolge van die handelingen tezamen een dosisbeperking van 10 microsievert effectieve dosis in een kalenderjaar wordt gehanteerd.
### Artikel 9.5
@ -2542,9 +2538,9 @@ Bij regeling van Onze Minister worden:
a. een of meer referentieniveaus vastgesteld voor blootstelling van leden van de bevolking in een radiologische noodsituatie, en
b. een of meer referentieniveaus vastgesteld voor blootstelling van leden van de bevolking in de transitie van een radiologische noodsituatie naar een bestaande blootstellingsituatie, in het bijzonder bij de beëindiging van langetermijnbeschermingsmaatregelen zoals vestiging elders.
**2.** Een referentieniveau voor blootstelling van leden van de bevolking in een radiologische noodsituatie is gelijk aan of hoger dan 20 millisievert en niet hoger dan 100 millisievert als acute effectieve dosis of effectieve dosis in een jaar, en onverminderd de bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen referentieniveaus voor equivalente doses.
**2.** Een referentieniveau voor blootstelling van leden van de bevolking in een radiologische noodsituatie is gelijk aan of hoger dan 20 millisievert en niet hoger dan 100 millisievert als acute effectieve dosis of effectieve dosis in een jaar, en onverminderd de bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen referentieniveaus voor equivalente doses.
**3.** Voor specifieke radiologische noodsituaties kunnen bij verordening of beschikking van de Autoriteit referentieniveaus lager dan de in het eerste lid genoemde maximumwaarden worden vastgesteld. In ieder geval kan een referentieniveau lager dan 20 millisievert worden vastgesteld voor radiologische noodsituaties waarbij een passende bescherming kan worden geboden zonder dat als gevolg van de maatregelen onevenredig hoge schade of excessief hoge kosten ontstaan.
**3.** Voor specifieke radiologische noodsituaties kunnen bij verordening of beschikking van de Autoriteit referentieniveaus lager dan de in het eerste lid genoemde maximumwaarden worden vastgesteld. In ieder geval kan een referentieniveau lager dan 20 millisievert worden vastgesteld voor radiologische noodsituaties waarbij een passende bescherming kan worden geboden zonder dat als gevolg van de maatregelen onevenredig hoge schade of excessief hoge kosten ontstaan.
**4.** Bij de vaststelling van een waarde voor een referentieniveau als bedoeld in het eerste lid wordt zowel rekening gehouden met de kenmerken van de radiologische noodsituatie als met maatschappelijke omstandigheden.
@ -2552,9 +2548,9 @@ b. een of meer referentieniveaus vastgesteld voor blootstelling van leden van de
Onze Minister zorgt voor informatievoorziening aan de bevolking in een radiologische noodsituatie:
a. in geval van blootstelling van lager dan of gelijk aan 1 millisievert in een jaar: algemene informatievoorziening over het blootstellingsniveau, zonder specifiek rekening te houden met individuele blootstelling;
b. in geval van blootstelling hoger dan 1 millisievert maar lager dan of gelijk aan 20 millisievert in een jaar: specifieke informatievoorziening om individuele personen in staat te stellen om zo mogelijk de eigen blootstelling te beheren;
c. in geval van blootstelling hoger dan 20 millisievert maar lager dan of gelijk aan 100 millisievert in een jaar: een raming van individuele doses en specifieke informatievoorziening over stralingsrisicos en beschikbare maatregelen om blootstelling te beperken.
a. in geval van blootstelling van lager dan of gelijk aan 1 millisievert in een jaar: algemene informatievoorziening over het blootstellingsniveau, zonder specifiek rekening te houden met individuele blootstelling;
b. in geval van blootstelling hoger dan 1 millisievert maar lager dan of gelijk aan 20 millisievert in een jaar: specifieke informatievoorziening om individuele personen in staat te stellen om zo mogelijk de eigen blootstelling te beheren;
c. in geval van blootstelling hoger dan 20 millisievert maar lager dan of gelijk aan 100 millisievert in een jaar: een raming van individuele doses en specifieke informatievoorziening over stralingsrisicos en beschikbare maatregelen om blootstelling te beperken.
### Artikel 9.9
@ -2566,9 +2562,9 @@ In geval van interventie in een radiologische noodsituatie is artikel 7.37 van o
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden een of meer referentieniveaus vastgesteld voor blootstelling van leden van de bevolking in een bestaande blootstellingsituatie.
**2.** Een referentieniveau als bedoeld in het eerste lid is, onverminderd de bij regeling van Onze Minister vastgestelde referentieniveaus voor equivalente doses, gelijk aan of hoger dan 1 millisievert in een kalenderjaar en niet hoger dan 20 millisievert in een kalenderjaar.
**2.** Een referentieniveau als bedoeld in het eerste lid is, onverminderd de bij regeling van Onze Minister vastgestelde referentieniveaus voor equivalente doses, gelijk aan of hoger dan 1 millisievert in een kalenderjaar en niet hoger dan 20 millisievert in een kalenderjaar.
**3.** Voor specifieke bestaande blootstellingsituaties kan bij verordening of beschikking van de Autoriteit als referentieniveau een lagere dan een krachtens het eerste lid vastgestelde waarde worden vastgesteld. In ieder geval kan een referentieniveau onder 1 millisievert in een kalenderjaar worden vastgesteld voor bestaande blootstellingsituaties met specifieke brongerelateerde blootstelling of blootstellingsroutes.
**3.** Voor specifieke bestaande blootstellingsituaties kan bij verordening of beschikking van de Autoriteit als referentieniveau een lagere dan een krachtens het eerste lid vastgestelde waarde worden vastgesteld. In ieder geval kan een referentieniveau onder 1 millisievert in een kalenderjaar worden vastgesteld voor bestaande blootstellingsituaties met specifieke brongerelateerde blootstelling of blootstellingsroutes.
**4.** Bij de vaststelling van een waarde voor een referentieniveau krachtens dit artikel wordt rekening gehouden met zowel de kenmerken van de bestaande blootstellingsituatie als met maatschappelijke omstandigheden.
@ -2577,13 +2573,13 @@ In geval van interventie in een radiologische noodsituatie is artikel 7.37 van o
Onze Minister zorgt als volgt voor informatievoorziening aan de bevolking in een blootstellingsituatie als bedoeld in het vierde lid:
a. in geval van blootstelling van ten hoogste 1 millisievert in een kalenderjaar: algemene informatievoorziening over het blootstellingsniveau, zonder specifiek rekening te houden met de individuele blootstelling;
b. in geval van blootstelling hoger dan 1 millisievert in een kalenderjaar en lager dan of gelijk aan 20 millisievert in een kalenderjaar: specifieke informatievoorziening om individuele personen in staat te stellen om zo mogelijk de eigen blootstelling te beheren.
b. in geval van blootstelling hoger dan 1 millisievert in een kalenderjaar en lager dan of gelijk aan 20 millisievert in een kalenderjaar: specifieke informatievoorziening om individuele personen in staat te stellen om zo mogelijk de eigen blootstelling te beheren.
**6.** Voor radonconcentraties binnenshuis in woningen en voor de bevolking toegankelijke gebouwen is een referentieniveau van ten hoogste 100 becquerel/m^3 als jaargemiddelde van de activiteitsconcentratie in de lucht van toepassing.
**7.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat kan, in afwijking van het zesde lid, voor bij de regeling aangewezen specifieke categorieën van voor het publiek toegankelijke gebouwen, waarin ook met redelijkerwijs haalbare maatregelen niet aan het referentieniveau, bedoeld in het zesde lid, kan worden voldaan, een referentieniveau worden vastgesteld van ten hoogste 300 becquerel/m^3 als jaargemiddelde van de activiteitsconcentratie in de lucht.
**7.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat kan, in afwijking van het zesde lid, voor bij de regeling aangewezen specifieke categorieën van voor het publiek toegankelijke gebouwen, waarin ook met redelijkerwijs haalbare maatregelen niet aan het referentieniveau, bedoeld in het zesde lid, kan worden voldaan, een referentieniveau worden vastgesteld van ten hoogste 300 becquerel/m^3 als jaargemiddelde van de activiteitsconcentratie in de lucht.
**8.** Voor de externe blootstelling in het binnenmilieu aan door bouwmaterialen uitgezonden gammastraling, bovenop de externe blootstelling buitenshuis, geldt een referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar.
**8.** Voor de externe blootstelling in het binnenmilieu aan door bouwmaterialen uitgezonden gammastraling, bovenop de externe blootstelling buitenshuis, geldt een referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar.
## Hoofdstuk 10. Het beheer en het zich ontdoen van radioactieve afvalstoffen
@ -2644,9 +2640,9 @@ d. voorwerpen, stoffen en materialen die met radioactieve stoffen zijn besmet of
Een verbod als bedoeld in artikel 3.5 in samenhang met artikel 3.8, vierde lid, onder c, op het handelen zonder vergunning waarbij door de lucht verspreide of vloeibare radioactieve stoffen in de omgeving vrijkomen, is niet van toepassing indien:
a. bij lozing in de lucht, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 1 radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie als bedoeld in bijlage 2;
b. bij lozing in het openbare riool, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 10 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in bijlage 2;
c. bij lozing in het oppervlaktewater, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 0,1 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in bijlage 2.
a. bij lozing in de lucht, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 1 radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie als bedoeld in bijlage 2;
b. bij lozing in het openbare riool, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 10 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in bijlage 2;
c. bij lozing in het oppervlaktewater, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 0,1 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in bijlage 2.
**2.** De geloosde hoeveelheden, uitgedrukt in radiotoxiciteitsequivalenten, worden gecorrigeerd voor fysisch verval door middel van de correctiefactoren zoals opgenomen in bijlage 2.
@ -2704,7 +2700,7 @@ b. inzameling van radioactieve afvalstoffen.
**2.** Een afvalstof wordt niet als radioactieve afvalstof aangemerkt, indien de activiteitsconcentratie van die afvalstof lager is dan de desbetreffende bij of krachtens artikel 3.20 of 3.21 vastgestelde vrijgavewaarde en artikel 10.6, eerste lid, van toepassing is.
**3.** Radioactieve afvalstoffen worden zo snel als redelijkerwijs mogelijk afgevoerd doch in ieder geval binnen een door de Autoriteit bij verordening of beschikking gestelde termijn.
**3.** Radioactieve afvalstoffen worden zo snel als redelijkerwijs mogelijk afgevoerd doch in ieder geval binnen een door de Autoriteit gestelde termijn.
**4.** De in het derde lid gestelde verplichting geldt niet indien de radioactieve afvalstoffen een fysische halveringstijd hebben van minder dan 100 dagen en maximaal twee jaar worden opgeslagen in een daartoe geschikte ruimte met het oog op fysisch verval tot afvalstoffen met een activiteitsconcentratie van niet meer dan de in artikel 10.6, eerste lid, bedoelde waarde.
@ -2851,7 +2847,7 @@ Het Besluit stralingsbescherming wordt ingetrokken.
### Artikel 12.2
**1.** Een onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit krachtens artikel 4, eerste en tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming als gerechtvaardigd aangewezen, bestaande handeling of maatregel, die met ingang van dat tijdstip niet langer krachtens artikel 2.3, eerste lid, generiek als gerechtvaardigd is aangewezen, mag tot 1 januari 2019 worden voortgezet.
**1.** Een onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit krachtens artikel 4, eerste en tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming als gerechtvaardigd aangewezen, bestaande handeling of maatregel, die met ingang van dat tijdstip niet langer krachtens artikel 2.3, eerste lid, generiek als gerechtvaardigd is aangewezen, mag tot 1 januari 2019 worden voortgezet.
**2.** Een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit krachtens artikel 4, zevende lid, eerste volzin, van het Besluit stralingsbescherming als gerechtvaardigd aangewezen handeling of maatregel geldt met ingang van dat tijdstip als een krachtens artikel 2.3, derde lid, gerechtvaardigde handeling of maatregel.
@ -3003,7 +2999,7 @@ b. indien betrekking hebbend op een handeling behorend tot een categorie als gen
**1.** Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit gelden nadere eisen als bedoeld in artikel 122 van het Besluit stralingsbescherming als nadere eisen als bedoeld in artikel 11.6.
**2.** Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geldt een ontheffing als bedoeld in artikel 123 van het Besluit stralingsbescherming als een ontheffing als bedoeld in artikel 11.7.
**2.** Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geldt een ontheffing als bedoeld in artikel 124 van het Besluit stralingsbescherming als een ontheffing als bedoeld in artikel 11.7.
### Artikel 12.11
@ -3011,7 +3007,7 @@ b. indien betrekking hebbend op een handeling behorend tot een categorie als gen
**2.** Ten aanzien van een handeling of blootstellingsituatie waarvoor ingevolge artikel 21 van het Besluit stralingsbescherming geen meldingsplicht gold en waarvoor ingevolge artikel 3.11 een kennisgevingsplicht geldt, wordt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit een kennisgeving gedaan.
**3.** Ten aanzien van de verplichtingen met betrekking tot een beëindigingsplan als bedoeld in artikel 10.8 wordt voor de eerste maal gevolg gegeven uiterlijk op 1 januari 2020.
**3.** Ten aanzien van de verplichtingen met betrekking tot een beëindigingsplan als bedoeld in artikel 10.8 wordt voor de eerste maal gevolg gegeven uiterlijk op 1 januari 2020.
## Hoofdstuk 13. Wijziging en overgangsbepalingen overige besluiten
@ -3131,6 +3127,6 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbesche
## Bijlage 9. behorend bij
Indicatieve lijst van bouwmaterialen die gezien de uitgezonden gammastraling in aanmerking moeten worden genomen, omdat ze kunnen leiden tot een overschrijding van het betreffende referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar en aandacht vragen vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming.
Indicatieve lijst van bouwmaterialen die gezien de uitgezonden gammastraling in aanmerking moeten worden genomen, omdat ze kunnen leiden tot een overschrijding van het betreffende referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar en aandacht vragen vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming.
## Bijlage 10