2010-01-01 | BWBR0026494 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de Nederlandse Antillen
This commit is contained in:
parent
23da0f25e6
commit
e872dd548f
1 changed files with 99 additions and 148 deletions
|
|
@ -142,46 +142,6 @@ Indien uit de overgelegde verblijfstitels in samenhang met de beschikbare gegeve
|
|||
|
||||
##### 5.2. Regeling 2009 m.b.t. gaten in de verblijfsrechtelijke historie
|
||||
|
||||
Ten aanzien van vreemdelingen die na 1 april 2003 een verzoek om naturalisatie hebben ingediend of een optieverklaring hebben afgelegd, welke nog niet definitief is afgehandeld, en bij wie het geconstateerde gat in het vreemdelingrechtelijke verblijfsrecht geheel of gedeeltelijk is gelegen in de periode vóór 1 januari 2009, wordt als volgt gehandeld.
|
||||
|
||||
In iedere zaak waarin bij de behandeling van een verzoek om naturalisatie of optieverklaring een gat in de verblijfsrechtelijke historie (dus een gat in de aanééngesloten verblijfsrechtelijke toelating) is geconstateerd door de bevoegde autoriteit in de Nederlandse Antillen dan wel door de IND in Nederland, zal de Gezaghebber van het eilandgebied hier nader onderzoek naar laten doen.
|
||||
|
||||
Van dit onderzoek wordt een onderzoeksverslag gemaakt, dat vergezeld gaat van documentatie die de conclusie van het onderzoek onderbouwt.
|
||||
|
||||
Het onderzoeksverslag wordt bij het Bericht omtrent Toelating (BOT) gevoegd en getekend door de Gezaghebber van het eilandgebied.
|
||||
|
||||
Het onderzoeksverslag in combinatie met het BOT is doorslaggevend voor het vaststellen of gedurende de onderzochte periode sprake is geweest van onafgebroken ‘toelating’ (verblijfsrecht) in de Nederlandse Antillen.
|
||||
|
||||
Het onderzoeksverslag zal één van de volgende drie conclusies bevatten:
|
||||
|
||||
1. het gat in het verblijfsrecht is aantoonbaar te wijten aan de vreemdeling zelf en daarmee niet aanvaardbaar1De vreemdeling heeft bijvoorbeeld aantoonbaar door eigen schuld te laat een verlengingsverzoek ingediend.; dan wel
|
||||
2. het gat in het verblijfsrecht is aantoonbaar verklaarbaar door de manier van administratieve afwikkeling van overheidszijde en daarmee aanvaardbaar2Onder deze categorie kan vallen: aantoonbaar niet-functioneren van het registratiesysteem in de gestelde periode, aantoonbaar onjuist invullen van het registratiesysteem in het individuele geval, etc.; dan wel
|
||||
3. de oorzaak van het gat in het verblijfsrecht is onbekend, maar door de vreemdeling is aannemelijk gemaakt dat hij/zij gedurende het gestelde gat in het verblijfsrecht onafgebroken in de Nederlandse Antillen heeft verbleven, en daardoor is het gat in het verblijfsrecht aanvaardbaar. Tot deze conclusie kan enkel worden gekomen indien het gat in het verblijfsrecht niet te verklaren is met hetgeen onder 1 of 2 staat vermeld, en indien vervolgonderzoek is verricht door de bevoegde autoriteiten in de Nederlandse Antillen. Hierbij kunnen de volgende documenten van de vreemdeling worden gevraagd en van overheidszijde worden geverifieerd:
|
||||
|
||||
– het reisdocument (met alle in- en uitreisstempels en/of visa over de te onderzoeken periode);
|
||||
– het aanvraagformulier (verlenging) vergunning tot (tijdelijk) verblijf;
|
||||
– de beslissing omtrent een aanvraag;
|
||||
– het aanvraagformulier tewerkstellingsvergunning;
|
||||
– de beslissing omtrent een aanvraag;
|
||||
– belastingaanslagen;
|
||||
– werkcontract en/of loonstrook; en/of
|
||||
– afschriften bankrekening;
|
||||
– etc.
|
||||
|
||||
NB: Alleen een bewijs van inschrijving in de bevolkingsadministratie volstaat niet; dat geeft namelijk onvoldoende bewijs dat betrokkene inderdaad ‘aanwezig’ is geweest op het eiland.
|
||||
|
||||
Deze regeling heeft geen betrekking op reeds onherroepelijk afgewezen zaken. Dit betekent dat in het geval van een reeds afgewezen optieverklaring dan wel een afgewezen naturalisatieverzoek, waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend, er geen recht bestaat op een heroverweging van de afgewezen zaak.
|
||||
|
||||
Nog openstaande *eerste-aanleg-naturalisatiezaken* die al in Nederland liggen ter behandeling, worden door de bevoegde autoriteiten in de Nederlandse Antillen aangevuld (‘herstel verzuim’) met een onderzoeksverslag. De IND zal hierom in een voorkomend geval verzoeken.
|
||||
|
||||
Bij nog openstaande *bezwaarzaken* tegen afgewezen verzoeken om naturalisatie wordt door de IND aan de bevoegde autoriteiten in de Nederlandse Antillen om een onderzoek gevraagd.
|
||||
|
||||
Ook in nog openstaande *beroepszaken* terzake van naturalisatie wordt door de IND aan de bevoegde autoriteiten in de Nederlandse Antillen om een onderzoek gevraagd. Wanneer het onderzoek oplevert dat het verblijfsgat de vreemdeling niet is aan te rekenen, wordt de beslissing in bezwaar ingetrokken en wordt, indien aan de overige voorwaarden voor naturalisatie wordt voldaan, het bezwaar gegrond verklaard.
|
||||
|
||||
Een onderzoekverslag wordt – behoudens uitzonderingen – binnen twee maanden na het verzoek daartoe beschikbaar gesteld.
|
||||
|
||||
Voor zaken waarin uitsluitend gaten in het verblijfsrecht voorkomen die gelegen zijn nà 1 januari 2009, geldt deze regeling niet. Voor deze datum is gekozen, omdat de verwachting gerechtvaardigd is dat vanaf deze datum de vreemdelingrechtelijke registratie in de Nederlandse Antillen consistent is.
|
||||
|
||||
### 1-1-h. Toelichting ad
|
||||
|
||||
**Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder hoofdverblijf: de plaats waar een persoon zijn feitelijke woonstede heeft.**
|
||||
|
|
@ -1242,18 +1202,6 @@ Bernard is een oud-Nederlander en keert op 50-jarige leeftijd naar Aruba terug.
|
|||
|
||||
Bernard komt overigens als oud-Nederlander wel voor verkrijging van het Nederlanderschap door naturalisatie in aanmerking (zie artikel 8, tweede lid RWN), omdat hiervoor geen voorafgaande verblijfstermijn wordt gesteld.
|
||||
|
||||
#### 4. Overgangsregeling
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 26 RWN geldt voor een aantal categorieën oud-Nederlanders niet het vereiste dat zij gedurende een jaar of langer toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba moeten hebben om het Nederlanderschap door optie te kunnen herkrijgen. Deze overgangsregeling geldt van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2013 (artikel 26, tweede lid, RWN).
|
||||
|
||||
Alle overige voorwaarden gelden onverkort. De overgangsregeling geldt niet voor personen die uitsluitend de staat van Nederlands onderdaan-niet-Nederlander hebben bezeten. Zie artikel 26 RWN voor een nadere aanduiding van deze categorieën oud-Nederlanders en hun minderjarige kinderen.
|
||||
|
||||
Irene is van Surinaamse nationaliteit en geeft les op een Nederlandse school op Sint Maarten. Zij heeft op 25 november 1975 de Nederlandse nationaliteit verloren op grond van de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname. Zij heeft sinds 3 jaar tijd een vergunning tot tijdelijk verblijf en heeft de verlengingen altijd tijdig aangevraagd. Aan alle voorwaarden die voor optie gelden wordt door Irene voldaan. Zij is immers al meer dan een jaar in het bezit van een vergunning tot verblijf met een niet-tijdelijk karakter. Uiteraard is zij in het bezit van een verklaring van oud-Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
Bernard is een oud-Nederlander en keert op 50-jarige leeftijd naar Aruba terug. Hem wordt een vergunning tot tijdelijk verblijf verstrekt vanwege werkzaamheden als chirurg in het ziekenhuis. Drie maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wordt een vergunning tot verblijf aangevraagd. Deze wordt aan hem toegekend. Deze vergunning heeft geen terugwerkende kracht en daarmede ontstaat een verblijfsgat. Enige tijd later dient Bernard een optieverklaring in. De bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap wordt door de Gezaghebber geweigerd. Weliswaar is Bernard oud-Nederlander en heeft hij lager dan een jaar hoofdverblijf op Aruba en heeft hij toelating voor onbepaalde tijd (VTV), maar Bernard is op het moment van de bevestiging van de optie nog niet een (1) jaar toegelaten. Hij heeft immers niet tijdig om verlenging van zijn verblijfsvergunning gevraagd.
|
||||
|
||||
Bernard komt overigens als oud-Nederlander wel voor verkrijging van het Nederlanderschap door naturalisatie in aanmerking (zie artikel 8, tweede lid RWN), omdat hiervoor geen voorafgaande verblijfstermijn wordt gesteld.
|
||||
|
||||
### 6-1-g. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g
|
||||
|
||||
**Na het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring verkrijgt door een bevestiging als bedoeld in het tweede lid het Nederlanderschap: de vreemdeling die gedurende tenminste drie jaren de echtgenoot is van een Nederlander en gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijftien jaren toelating en hoofdverblijf heeft in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba.**
|
||||
|
|
@ -1443,51 +1391,47 @@ Bovendien dient de optant door middel van een zogenaamde verklaring omtrent verb
|
|||
|
||||
Enkele optanten zijn niet verplicht een verklaring omtrent verblijfsstatus en/of gedrag af te leggen. Met betrekking tot de verklaring omtrent verblijfsstatus gaat het om opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c en d, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f juncto artikel 26 RWN, artikel 28 RWN en artikel V, eerste lid, RRWN. Met betrekking tot de verklaring omtrent gedrag gaat het om opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (tenzij de optant meerderjarig is) en c, RWN en artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN indien de optant op het moment van het afleggen van de optie de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt. Voorts hoeft geen verklaring omtrent gedrag te worden ondertekend indien een optie op grond van artikel V, eerste lid, RRWN wordt afgelegd.
|
||||
|
||||
###### 2.2.5. (overige) over te leggen documenten
|
||||
###### 2.2.5. (Overige) over te leggen documenten
|
||||
|
||||
De gezaghebber die de optieverklaring in ontvangst neemt, verlangt in beginsel van de optant dat hij gegevens bewijst door middel van documenten. Zie ook artikel 6, vijfde lid, BVVN.
|
||||
|
||||
In de optieprocedure wordt zoveel mogelijk gestreefd naar inontvangstneming van optieverklaringen die worden ondersteund door alle benodigde (bewijs)stukken. Dit is ook in het belang van de optant, aangezien bij weigering van de bevestiging van de optie, de reeds betaalde optiegelden niet worden gerestitueerd. Indien de optant een aantal benodigde gegevens niet kan verstrekken, wordt hem geadviseerd te wachten met het afleggen van de optieverklaring tot het moment dat alle verlangde gegevens kunnen worden verstrekt. Mocht de optant er echter op staan zijn optieverklaring, ondanks het niet overleggen van de door de gezaghebber gevraagde documenten af te leggen, dan dient de gezaghebber de verklaring in ontvangst te nemen.
|
||||
De optant die afkomstig is uit een land zonder (erkend) centraal gezag moet eveneens zijn identiteit en nationaliteit aantonen. Hiertoe moet de optant documenten overleggen waarover hij de beschikking heeft, bijvoorbeeld een paspoort, identiteitsbewijs, geboortebewijs en/of huwelijksakte. Conform de *‘Circulaire legalisatie en verificatie buitenlandse bewijsstukken, alsmede toepassing DNA-onderzoek in gevallen waarin bewijsstukken ontbreken’*, kan niet om legalisatie en verificatie van deze documenten worden verzocht. Momenteel is alleen Somalië een land zonder (erkend) centraal gezag. Voor de vraag of sprake is van een land zonder (erkend) centraal gezag kan de Gezaghebber contact opnemen met de ketenpartnerlijn van de IND.
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.1. Buitenlands reisdocument
|
||||
|
||||
In beginsel dient de optant een geldig buitenlands reisdocument te overleggen. Dit niet alleen in verband met de identificatie maar ook om de nationaliteit van de optant te kunnen ‘vaststellen’ en de in het reisdocument vermelde personalia te vergelijken met de gegevens in overgelegde akte(n) van de burgerlijke stand. Daartoe kan hij overleggen een reisdocument van het land waarvan hij de nationaliteit heeft of een vluchtelingenpaspoort óf een vreemdelingenpaspoort.31Van het vereiste van het overleggen van een geldig buitenlands reisdocument kan onder omstandigheden worden afgeweken. Zie paragraaf 2.2.5.1
|
||||
In beginsel dient de optant een geldig buitenlands reisdocument te overleggen. Dit niet alleen in verband met de identificatie maar ook om de nationaliteit van de optant te kunnen ‘vaststellen’ en de in het reisdocument vermelde personalia te vergelijken met de gegevens in overgelegde akte(n) van de burgerlijke stand. Daartoe kan hij overleggen een reisdocument van het land waarvan hij de nationaliteit heeft of een vluchtelingenpaspoort óf een vreemdelingenpaspoort.
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.2. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
|
||||
####### 2.2.5.2. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
|
||||
|
||||
Voor wat betreft verklaringen en/of afschriften dan wel uittreksels van buitenlandse akten van de burgerlijke stand geldt dat de optant in beginsel de volgende originele, gelegaliseerde/geapostilleerde documenten dient te overleggen (zie voor uitzonderingen ook hierna bij paragraaf 2.2.5.3 en paragraaf 2.2.5.4):
|
||||
Van de voorwaarde van het overleggen van een geldig buitenlands reisdocument (paspoort) is vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is een geldig buitenlands reisdocument (paspoort) te overleggen. Vrijstelling van deze voorwaarde is alleen mogelijk indien de optant volgens de onderstaande regels in bewijsnood is.
|
||||
|
||||
*De optant heeft zich gewend tot de autoriteiten van het land waarvan hij onderdaan is. Hij heeft daar verzocht om in het bezit te worden gesteld van een paspoort om zijn identiteit te kunnen aantonen bij het afleggen van zijn optieverklaring. Door de autoriteiten van het land waarvan hij onderdaan is, is de optant (nog) niet in het bezit gesteld van het gevraagde paspoort, maar hij heeft wel een brief ontvangen waarin is opgenomen dat hij in het bezit zal worden gesteld van het gevraagde paspoort, nadat hij een aantal documenten heeft overgelegd. Naar aanleiding van deze brief heeft optant geen actie ondernomen, maar hij legt de brief over als zijnde een bewijsstuk van bewijsnood. In dit geval is géén sprake van bewijsnood.*
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.3. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
|
||||
|
||||
Voor wat betreft verklaringen en/of afschriften dan wel uittreksels van buitenlandse akten van de burgerlijke stand geldt dat de optant in beginsel de volgende originele, gelegaliseerde/geapostilleerde documenten dient te overleggen (zie voor uitzonderingen ook hierna bij paragraaf 2.2.5.4 en paragraaf 2.2.5.5):
|
||||
|
||||
– geboorteakte van hemzelf; én
|
||||
– geboorteakten van kinderen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd; in geval van adoptiefkinderen eventueel aangevuld met adoptieakte/vonnis of andere stukken waarmee de adoptie kan worden aangetoond; én
|
||||
– geboorteakten van kinderen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd; in geval van adoptiefkinderen eventueel aangevuld met adoptieakte/ vonnis of andere stukken waarmee de adoptie kan worden aangetoond; én
|
||||
– huwelijksakte indien optie wordt verzocht op grond van driejarig huwelijk met een Nederlander of indien de optant als gevolg van het huwelijk meerderjarig is geworden of indien het betreft een optie met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder c, RWN);
|
||||
– echtscheidings- c.q. verstotingsakte. Dit document is alleen van belang indien er twee of meer huwelijken in de PIVA staan geregistreerd voor de beoordeling van de vraag of er mogelijk sprake is van polygamie (artikel 6, vierde lid); *en:*
|
||||
– (indien van toepassing in betreffende land): Familieboekje. Het familieboekje is eveneens van belang voor de beoordeling van de vraag of mogelijk sprake is van polygamie. Zo kan bekeken worden of in dit boekje kinderen zijn vermeld die een andere moeder hebben dan de echtgenote van de optant. Is dat het geval, dan dient, in verband met bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap, het huwelijk van de optant met die andere vrouw beëindigd te zijn. In Islamitische landen worden in principe alleen wettige kinderen in een dergelijk boekje vermeld.
|
||||
– bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte, geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning/wettiging of huwelijksakte ouders) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN;
|
||||
– bewijs van gezamenlijk gezag (bijvoorbeeld akte van registratie van het partnerschap van de moeder van de optant en haar Nederlandse partner, of het vonnis van de Nederlandse rechter waarbij tot gezamenlijk gezag is besloten) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN.
|
||||
|
||||
Kunnen de hiervoor bedoelde verklaringen/afschriften/uittreksels als brondocument voor de PIVA worden geaccepteerd, dan worden deze documenten ook voor optie aanvaard. In de regel zullen de gegevens die in de optieverklaring en de beslissing daarop worden opgenomen, conform de inschrijving in de PIVA zijn. Wordt tijdens de optieprocedure een document overgelegd waaruit blijkt dat de aanvankelijke inschrijving in de PIVA aanpassing behoeft, dan wordt hiervoor, zo mogelijk, zorg gedragen alvorens de bevestiging of weigering van de bevestiging wordt afgegeven.
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
|
||||
####### 2.2.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
|
||||
|
||||
Uitzonderingen daargelaten (bijvoorbeeld in geval van op goede gronden gerezen twijfel), wordt van overlegging van documenten afgezien indien deze in eerdere instantie reeds zijn overgelegd en verwerkt in de PIVA of in een akte van de burgerlijke stand in de Nederlandse Antillen. Hierbij geldt dat de verwerking van gegevens in de PIVA/burgerlijke stand moet hebben plaatsgevonden op basis van, indien nodig, gelegaliseerde documenten.
|
||||
|
||||
Indien aanwijzing bestaat dat het gelegaliseerde document inhoudelijk onjuist is, beslist de behandelend ambtenaar aan de hand van de overige ter beschikking staande gegevens of het document wordt doorgeleid naar de Minister van Buitenlandse Zaken met het verzoek om een verificatieonderzoek.
|
||||
####### 2.2.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.4. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
|
||||
Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie en inhoudelijke verificatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient de optant zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De op dit moment geldende circulaire legalisatie is van toepassing. Wanneer een vreemdeling om asielgerelateerde redenen bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het land van herkomst, wordt van overlegging van die documenten afgezien. Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet zou hoeven worden gehonoreerd.
|
||||
|
||||
Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie en inhoudelijke verificatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient de optant zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De op dit moment geldende circulaire legalisatie is van toepassing. Wanneer een houder van een verblijfsvergunning asiel, of een vreemdeling die in het kader van de verlening/verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld van het paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het land van herkomst, wordt van overlegging van die documenten afgezien. Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet zou hoeven worden gehonoreerd.
|
||||
####### 2.2.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.5. Bewijsnood
|
||||
Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten te overleggen. Indien geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend.
|
||||
|
||||
Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend.
|
||||
|
||||
Bewijsnood zal zich met name voordoen in het geval dat registers van de burgerlijke stand in het land waar de documenten vandaan moeten komen niet bestaan dan wel onvolledig zijn, alsmede wanneer in het land in kwestie geen stukken kunnen worden verkregen vanwege de op dat moment bestaande politieke situatie.
|
||||
|
||||
X, 19 jaar en van Chinese nationaliteit, wenst een optieverklaring af te leggen op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e RWN. Sinds zijn derde woont hij met zijn ouders op Sint Maarten. X is geboren in Hong Kong. Toen de familie van X zich 16 jaar geleden op Sint Maarten vestigde (en verblijfsrecht kreeg) werden wel van zijn vader en moeder (vertaalde uittreksels uit) geboorteakten van Hong Kong overgelegd bij de bevolkingsadministratie, maar niet van X. Tijdens de voorlichtingsfase voorafgaand aan de indiening van zijn optieverklaring hoort X dat hij een recent, niet ouder dan zes maanden uit Hong Kong afkomstig uittreksel van zijn geboorteakte dient in te leveren bij de gezaghebber. Bovendien geldt met betrekking tot dit over te leggen document het nú van toepassing zijnde legalisatie- of apostillerecht. Dit betekent dat het in te leveren uittreksel volgens de nu geldende legalisatiecirculaire moet zijn voorzien van hetzij legalisatie, hetzij een apostillestempel (dit al naar gelang van het huidige regime bij geboorteakten uit de Volksrepubliek China) en dient er een vertaling in het Nederlands, Engels, Frans of Duits van het uittreksel te worden bijgevoegd, afkomstig van een beëdigd vertaler.
|
||||
|
||||
X stelt dat hij geen tijd van zijn baas krijgt om in Hong Kong het uittreksel van zijn geboorteakte te gaan halen. Bovendien heeft hij geen geld voor die dure reis en het allerergste van alles: hij heeft vliegangst. X ziet het niet zitten en vraagt de behandelende ambtenaar of sprake is van bewijsnood op grond waarvan hij niet een uittreksel uit zijn geboorteakte hoeft te overleggen.
|
||||
|
||||
De behandelend ambtenaar zoekt een oplossing. Van bewijsnood zoals de regels dit bedoelen, is hier op voorhand immers geen sprake. Van bewijsnood is alleen sprake als het totaal onmogelijk is om aan het uittreksel van de geboorteakte te komen, hetzij omdat door een (aangetoonde) verwoesting van het bevolkingsregister de geboorteakte niet meer bestaat (en er zijn geen kopieën van), hetzij omdat degene die de akte moet afhalen dat met gevaar voor eigen leven moet doen (wegens onveilige omstandigheden in het vreemde land). Tegen degene die (nu) geen vrij kan krijgen van zijn werkgever, kan de behandelend ambtenaar zeggen dat hij/zij mogelijkerwijs tijdens een volgende vakantie de geboorteakte kan afhalen. Het later indienen, als alle documenten aanwezig zijn, van de optieverklaring is hiervan dan het gevolg. Ook het financiële argument is niet een doorslaggevend argument, net zomin als de aangevoerde vliegangst. Om te beginnen bestaat mogelijk de oplossing dat een in Hong Kong verblijvend familielid van X voor hem het uittreksel opvraagt en het over de post naar X stuurt. Of kan X de akte via professionele rechtshulpverleners (bijvoorbeeld een advocatenkantoor) in Hong Kong laten opvragen. Mocht dit alles niet baten en kan het uittreksel op geen enkele wijze via een gemachtigde worden verkregen (hetgeen niet te verwachten is), dan kan de vliegangst als argument door de behandelend ambtenaar alléén worden geaccepteerd als X van zijn bewering een ondersteunende verklaring overlegt van een psychiater. Tenzij hij zijn land middels andere transportmiddelen (bijvoorbeeld boot) kan bereiken, om aldaar het gevraagde te verkrijgen. Alleen bij een door een ondersteunend bewijsstuk, afkomstig van een objectieve bron, aangetoonde onmogelijkheid tot verkrijging van het vereiste document is sprake van bewijsnood. De gezaghebber vraagt daarbij dus altijd om ondersteunend bewijs uit objectieve bron.
|
||||
Een optant heeft verklaard dat hij nog familie heeft in het land van herkomst. Deze familieleden zouden kunnen zorgdragen voor een (gelegaliseerde/van apostille voorziene) geboorteakte die, in het kader van zijn optieverklaring, zijn identiteit aantoont. De optant stelt echter niet te weten waar deze personen verblijven en doet een beroep op bewijsnood. Optant heeft hiervan echter geen bewijsstukken overgelegd, bijvoorbeeld een brief aan het Rode Kruis waarin hij verzoekt om hulp bij het zoeken naar zijn familieleden en de reactie van het Rode Kruis op deze brief . Derhalve is geen sprake van bewijsnood en dient optant alsnog in het bezit te komen van een (gelegaliseerde/van apostille voorziene) geboorteakte.
|
||||
|
||||
##### 2.3. Inontvangstneming optieverklaring
|
||||
|
||||
|
|
@ -1873,7 +1817,7 @@ Naast polygamie zijn er ook andere gronden op grond waarvan ernstige vermoedens
|
|||
|
||||
De gezaghebber moet binnen dertien weken na ontvangst van de optieverklaring beslissen of een bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap kan worden afgegeven of niet. De termijn van dertien weken begint pas te lopen na ontvangst van de verschuldigde optiegelden of de beslissing tot gehele ontheffing van die betaling en na verstrekking, onderscheidenlijk overlegging van de verzochte aanvullende gegevens of documenten, nodig voor de beoordeling van de optieverklaring. Als het onderzoek na dertien weken niet is afgerond, kan de termijn eenmaal worden verlengd met ten hoogste dertien weken. De optant wordt van de verlenging van de termijn op de hoogte gebracht. Als na het verstrijken van een termijn van 26 weken nog geen beslissing is genomen, betekent dit niet dat het Nederlanderschap dan stilzwijgend is bevestigd.
|
||||
|
||||
Wel kan optant na het verstrijken van de termijn bij de gezaghebber een bezwaarschrift indienen tegen het niet tijdig nemen van een besluit (artikel 3 lid 3). Optant is ook vrij om in plaats van een bezwaarschrift in te dienen bij de gezaghebber om in beroep te gaan bij het Gerecht in eerste aanleg. In een dergelijk geval kan het Gerecht in eerste aanleg bepalen om voorafgaand aan de openbare behandeling van het beroepschrift het beroepschrift toe te zenden aan de gezaghebber met het verzoek om binnen een door het Gerecht te stellen termijn te verklaren of het bereid is de beschikking in heroverweging te nemen33Zie voor verdere toelichting artikelen 54 en 55 Landsverordening administratieve rechtspraak – LAR..
|
||||
Wel kan optant na het verstrijken van de termijn bij de gezaghebber een bezwaarschrift indienen tegen het niet tijdig nemen van een besluit (artikel 3 lid 3). Optant is ook vrij om in plaats van een bezwaarschrift in te dienen bij de gezaghebber om in beroep te gaan bij het Gerecht in eerste aanleg. In een dergelijk geval kan het Gerecht in eerste aanleg bepalen om voorafgaand aan de openbare behandeling van het beroepschrift het beroepschrift toe te zenden aan de gezaghebber met het verzoek om binnen een door het Gerecht te stellen termijn te verklaren of het bereid is de beschikking in heroverweging te nemen.
|
||||
|
||||
### 6-6. Toelichting ad
|
||||
|
||||
|
|
@ -2007,13 +1951,12 @@ Artikel 21 RWN bepaalt dat bij algemene maatregel van rijksbestuur de autoriteit
|
|||
|
||||
– Voorafgaand aan de indiening van een verzoek om naturalisatie verstrekt de gezaghebber informatie aan de verzoeker. Daartoe kan gebruik worden gemaakt van IND-brochures (zie hoofdstuk Voorlichting of www.ind.nl).
|
||||
– Het spreekt voor zich dat de verzoeker erop wordt geattendeerd als hij in aanmerking komt voor verkrijging van het Nederlanderschap door optie, in welk geval indiening van een verzoek om naturalisatie uiteraard achterwege kan blijven. Zie ook de toelichting bij artikel 6 RWN.
|
||||
– Zonodig wordt de verzoeker verwezen naar het Examenburo van het Ministerie van Onderwijs, Sport en Cultuur dat is bevoegd tot het afnemen van de naturalisatietoets als bedoeld in artikel 2, tweede lid, BNT. Zie ook de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN, paragraaf 2.1.
|
||||
– De verzoeker dient voorts te worden geïnformeerd over de bij indiening van het verzoek om naturalisatie te verstrekken gegevens en over te leggen documenten. Zonodig wordt de verzoeker verwezen naar de vreemdelingendienst van de politie voor het aanvragen van een verblijfsdocument.
|
||||
– Zonodig wordt de verzoeker verwezen naar het Examenburo van het Ministerie van Onderwijs, Sport en Cultuur dan wel naar haar afdeling in het eilandgebied van inwoning die bevoegd is tot het afnemen van de naturalisatietoets als bedoeld in artikel 2, tweede lid, BNT. Zie ook de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN, paragraaf 2.1.1.
|
||||
– De verzoeker moet voorts worden geïnformeerd over de bij de indiening van het verzoek om naturalisatie te verstrekken gegevens en de over te leggen documenten. De verzoeker wordt geïnformeerd dat hij, conform het beleid bij de verkrijging van het Nederlanderschap, in beginsel documenten moet overleggen om zekerheid te verkrijgen over zijn identiteit en nationaliteit. Deze documenten, een (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse geboorteakte en een geldig buitenlands reisdocument (paspoort), overlegt hij voor of bij de indiening van het verzoek om naturalisatie. Is verzoeker reeds in de PIVA opgenomen met een buitenlandse geboorteakte die aan de huidige eisen inzake legalisatie uit de legalisatiecirculaire voldoet, dan hoeft hij niet voor de tweede keer zijn geboorteakte aan de Gezaghebber te verstrekken. Indien de verzoeker deze gevraagde documenten niet kan overleggen, moet hij een schriftelijke verklaring van de autoriteiten van het land waarvan hij onderdaan is overleggen, waarin gemotiveerd wordt aangegeven waarom de verzoeker niet in het bezit kan worden gesteld van de gevraagde documenten (zie onder meer paragraaf 3.5.1). Zonodig wordt de verzoeker verwezen naar de vreemdelingendienst voor het aanvragen van een verblijfsdocument.
|
||||
– Verder dient de verzoeker te worden geïnformeerd over de verplichting om afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Zie ook de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, paragraaf 5.3.
|
||||
– Voorts wordt de verzoeker geïnformeerd over de te betalen naturalisatiegelden. Daarbij wordt hij erop geattendeerd dat betaalde naturalisatiegelden niet worden gerestitueerd in geval van buitenbehandelingstelling dan wel afwijzing van het verzoek om naturalisatie. Zie ook de toelichting bij artikel 13, eerste lid, RWN, paragraaf 2 en 3.
|
||||
– Tevens wordt verzoeker erop geattendeerd dat het besluit tot verlening van het Nederlanderschap als regel door uitreiking in persoon op een naturalisatieceremonie in werking treedt (artikel 60b, eerste lid BVVN). Zie ook paragraaf 3.13.
|
||||
– De verzoeker moet worden geïnformeerd over zijn verplichting om, als onderdeel van de verkrijging van het Nederlanderschap, een verklaring van verbondenheid af te leggen. De verzoeker wordt erop attent gemaakt dat hij de verklaring van verbondenheid, in beginsel op een naturalisatieceremonie, moet afleggen en dat het naturalisatiebesluit niet eerder bekend wordt gemaakt, dan nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd.
|
||||
– Tot slot verdient het aanbeveling om samen met de verzoeker een inschatting te maken van de haalbaarheid van het verzoek. Enerzijds wordt daarmee voorkomen dat kansarme verzoeken worden ingediend. Anderzijds kan dit worden beschouwd als dienstverlening aan de verzoeker, waarmee de kans op teleurstelling kan worden verkleind.
|
||||
– Het verdient aanbeveling om samen met de verzoeker een inschatting te maken van de haalbaarheid van het verzoek. Enerzijds wordt daarmee voorkomen dat kansarme verzoeken worden ingediend. Anderzijds kan dit worden beschouwd als dienstverlening aan de verzoeker, waarmee de kans op teleurstelling kan worden verkleind.
|
||||
– Tot slot dient de gezaghebber de verzoeker erop te wijzen dat hij zowel op het moment van indiening van het verzoek als moment van beslissing op zijn verzoek moet voldoen aan alle voorwaarden voor naturalisatie.
|
||||
|
||||
Indien de verzoeker (nog) niet voldoet aan de voorwaarden voor naturalisatie en/of niet alle vereiste gegevens heeft verstrekt of de gevraagde documenten heeft overgelegd, dient hem te worden ontraden om een verzoek in te dienen. Indien verzoeker er onder deze omstandigheden niettemin op staat een verzoek in te dienen, dient de gezaghebber het verzoek in ontvangst te nemen en hem daarbij te wijzen op het risico van afwijzing van het verzoek. Het verdient aanbeveling de verzoeker in dit geval model 2.21 te laten ondertekenen. De verzoeker dient erop te worden geattendeerd dat de uiteindelijke beslissing wordt genomen door de Minister van Justitie van Nederland en dat dus van tevoren geen uitsluitsel kan worden gegeven over het al dan niet inwilligen van het verzoek om naturalisatie.
|
||||
|
|
@ -2124,7 +2067,7 @@ Indien een verzoeker bij het indienen van zijn verzoek om naturalisatie wel bere
|
|||
|
||||
Ook is het mogelijk dat de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is om de bereidverklaring in te vullen en te ondertekenen en vervolgens ook niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen. Hierbij kan gedacht worden aan personen die niet in staat zijn hun wil te bepalen of deze niet kunnen uiten of aan verzoekers aan wie het, door de gezaghebber, is toegestaan zich bij de indiening van het verzoek om naturalisatie te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde33zie hiervoor de toelichting bij artikel 2, tweede lid, RWN. Indien bij de indiening van het verzoek om naturalisatie (door een gemachtigde) reeds duidelijk is dat de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen, wordt de bereidverklaring niet ingevuld. Dit wordt op het adviesblad opgenomen34 zie hiervoor artikel 60b, zesde lid, BVVN en de toelichting bij artikel 2, tweede lid, RWN. Bij punt 6. *Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid* wordt het derde bolletje *‘niet mogelijk, zie toelichting’* ingevuld en wordt naast een schriftelijke toelichting hierbij ook ten minste één bewijsstuk35 Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2, tweede lid RWN; bijvoorbeeld een gemotiveerde medische verklaring van een onafhankelijk (behandelend) medisch specialist van de onmogelijkheid tot het invullen van de bereidverklaring en het afleggen verklaring van verbondenheid toegevoegd. De uiteindelijke beoordeling of er sprake is van een fysieke of psychische onmogelijkheid ligt bij de Minister van Justitie van het Koninkrijk. Als uitgangspunt volgt de Minister van Justitie van het Koninkrijk het advies in deze van de gezaghebber.
|
||||
|
||||
In de regel legt degene aan wie het uittreksel uit het naturalisatiebesluit wordt uitgereikt de verklaring van verbondenheid mondeling af36 zie artikel 60b, vierde lid, BVVN. Echter, indien van de verzoeker redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt, kan de gezaghebber bepalen dat de verzoeker de verklaring van verbondenheid schriftelijk aflegt37 zie artikel 60b, vijfde lid, BVVN. Indien bij het indienen van het verzoek om naturalisatie reeds door de gezaghebber geconstateerd is dat van een verzoeker redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt, kan hiervan door de gezaghebber een aantekening worden gemaakt in het naturalisatiedossier. Dan zal betrokkene wel de bereidverklaring ondertekenen, hij is immers bereid om een verklaring van verbondenheid af te leggen en dit is een voorwaarde voor naturalisatie. Deze informatie kan vervolgens bij het toezenden van de uitnodigingbrief voor de naturalisatieceremonie gebruikt worden door bijvoorbeeld alvast de schriftelijke verklaring van verbondenheid toe te sturen.
|
||||
In de regel legt degene aan wie het uittreksel uit het naturalisatiebesluit wordt uitgereikt de verklaring van verbondenheid mondeling af36 zie artikel 60b, vierde lid, BVVN. Echter, indien van de verzoeker redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt, kan de gezaghebber bepalen dat de verzoeker de verklaring van verbondenheid schriftelijk aflegt. Indien bij het indienen van het verzoek om naturalisatie reeds door de gezaghebber geconstateerd is dat van een verzoeker redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt, kan hiervan door de gezaghebber een aantekening worden gemaakt in het naturalisatiedossier. Dan zal betrokkene wel de bereidverklaring ondertekenen, hij is immers bereid om een verklaring van verbondenheid af te leggen en dit is een voorwaarde voor naturalisatie. Deze informatie kan vervolgens bij het toezenden van de uitnodigingbrief voor de naturalisatieceremonie gebruikt worden door bijvoorbeeld alvast de schriftelijke verklaring van verbondenheid toe te sturen.
|
||||
|
||||
Indien de gezaghebber een verzoek om de verklaring van verbondenheid schriftelijk te mogen afleggen (gemotiveerd) weigert, is dit een beslissing in de zin van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak waartegen de verzoeker binnen 6 weken bezwaar kan indienen bij de gezaghebber. Vervolgens staat beroep open bij het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2144,40 +2087,46 @@ Ten aanzien van de afstandsverplichting informeert de gezaghebber – voor zover
|
|||
|
||||
##### 3.5
|
||||
|
||||
Het verzoek om naturalisatie moet zoveel mogelijk worden ondersteund door (bewijs)stukken. De Gezaghebber kan van de verzoeker verlangen dat hij gegevens bewijst door middel van documenten (artikel 31, vijfde lid, BvvN). Volledigheid van de stukken is ook in het belang van de verzoeker, aangezien in geval van afwijzing van het verzoek om naturalisatie de naturalisatiegelden niet worden gerestitueerd. Indien de verzoeker een aantal benodigde gegevens of vereiste documenten niet kan verstrekken, wordt hem geadviseerd te wachten met de indiening van het verzoek tot het moment waarop alle vereiste gegevens en documenten kunnen worden verstrekt. Mocht verzoeker er toch op staan om zijn verzoek in te dienen, ondanks het niet overleggen van de door de Gezaghebber gevraagde documenten of het niet voldoen aan de voorwaarden voor naturalisatie, dan neemt de Gezaghebber het verzoek in ontvangst. De Gezaghebber kan in dit geval verlangen dat de verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21.
|
||||
|
||||
De verzoeker die afkomstig is uit een land zonder (erkend)centraal gezag, moet eveneens zijn identiteit en nationaliteit aantonen. Hiertoe overlegt de verzoeker documenten waarover hij de beschikking heeft, bijvoorbeeld een paspoort, identiteitsbewijs, geboortebewijs en/of huwelijksakte. Conform de *‘Circulaire legalisatie en verificatie buitenlandse bewijsstukken, alsmede toepassing DNA-onderzoek in gevallen waarin bewijsstukken ontbreken’*, kan niet om legalisatie en verificatie van deze documenten worden verzocht. Momenteel is alleen Somalië een land zonder (erkend) centraal gezag. Voor de vraag of sprake is van een land zonder (erkend) centraal gezag kan de Gezaghebber contact opnemen met de ketenpartnerlijn van de IND.
|
||||
|
||||
###### 3.5.1
|
||||
|
||||
De verzoeker dient in beginsel een geldig reisdocument te overleggen, inclusief alle pagina’s met in- en uitreisstempels. Dit niet alleen in verband met identificatie van de verzoeker maar ook om zijn nationaliteit en verblijf te kunnen vaststellen en de in het reisdocument vermelde personalia te vergelijken met de overgelegde akte(n) van de burgerlijke stand. Indien de verzoeker niet in het bezit is van een geldig buitenlands reisdocument en staatloos is, mag hij een vreemdelingenpaspoort overleggen.
|
||||
|
||||
###### 3.5.2
|
||||
###### 3.5.2. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
|
||||
|
||||
De verzoeker dient in beginsel de volgende originele buitenlandse akten (van de burgerlijke stand) te overleggen (zie voor uitzonderingen hieronder paragraaf 3.5.3):
|
||||
Van de voorwaarde van het overleggen van een geldig buitenlands reisdocument (paspoort) is vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is een geldig buitenlands reisdocument (paspoort) te overleggen. Vrijstelling van deze voorwaarde is alleen mogelijk indien de verzoeker volgens de onderstaande regels in bewijsnood is.
|
||||
|
||||
*Verzoeker heeft zich gewend tot de autoriteiten van het land waarvan hij onderdaan is. Hij heeft daar verzocht om in het bezit te worden gesteld van een paspoort om zijn identiteit te kunnen aantonen bij de indiening van zijn verzoek om naturalisatie. Door de autoriteiten van het land waarvan hij onderdaan is, is verzoeker (nog) niet in het bezit gesteld van het gevraagde paspoort, maar hij heeft een brief ontvangen waarin is opgenomen dat hij in het bezit wordt gesteld van het gevraagde paspoort, nadat hij een aantal documenten overlegt. Naar aanleiding van deze brief heeft verzoeker geen actie ondernomen, maar legt hij de brief bij de IND over als zijnde een bewijsstuk van bewijsnood. In dit geval is géén sprake van bewijsnood.*
|
||||
|
||||
*Verzoeker heeft een brief verzonden naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken van het land waarvan hij onderdaan is. In deze brief verzoekt hij in het bezit te worden gesteld van een paspoort. Op deze brief van verzoeker wordt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken van dat land niet gereageerd. In voorkomende gevallen is er géén sprake van bewijsnood.*
|
||||
|
||||
###### 3.5.3
|
||||
|
||||
De verzoeker dient in beginsel de volgende originele buitenlandse akten (van de burgerlijke stand) te overleggen (zie voor uitzonderingen hieronder paragraaf 3.5.4):
|
||||
|
||||
– geboorteakte van hemzelf en geboorteakten van kinderen voor wie medeverlening wordt gevraagd. In geval van adoptiefkinderen eventueel aangevuld met de adoptieakte of het adoptievonnis of andere stukken waarmee de adoptie kan worden aangetoond;
|
||||
– huwelijksakte indien naturalisatie verzocht wordt op grond van driejarig huwelijk met een Nederlander (vergelijk artikel 8, tweede lid, RWN) of indien de verzoeker als gevolg van het huwelijk meerderjarig is geworden;
|
||||
– echtscheidings- c.q. verstotingsakte. Dit document is van belang voor de beoordeling of er mogelijk sprake is van bigamie (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN) en of wordt voldaan aan de termijn van (ongehuwd) samenwonen als bedoeld in artikel 8, tweede en vierde lid, RWN;
|
||||
– bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte, geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning of wettiging of huwelijksakte ouders) in geval van een verzoek om naturalisatie als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, RWN.
|
||||
|
||||
Indien de overgelegde buitenlandse akten van de burgerlijke stand ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie kunnen worden geaccepteerd als brondocument voor de PIVA, worden deze documenten ook aanvaard voor de verlening van het Nederlanderschap. Immers, in den regel vindt de verlening van het Nederlanderschap plaats op basis van de inschrijving in de PIVA. Wordt echter bij de gezaghebber een document overgelegd waaruit blijkt dat de PIVA moet worden gewijzigd, dan dient hiervoor zo mogelijk zorg te worden gedragen alvorens advies aan de IND wordt uitgebracht.
|
||||
|
||||
###### 3.5.3
|
||||
|
||||
Indien reeds in het verleden gelegaliseerde documenten zijn overgelegd en verwerkt in de PIVA of in een akte van de burgerlijke stand in de Nederlandse Antillen, wordt afgezien van het wederom overleggen van dezelfde documenten. Echter, in geval van op goede gronden gerezen twijfel of indien na de verwerking van de gegevens de vereisten van legalisatie en verificatie zijn verscherpt, dienen opnieuw originele gelegaliseerde documenten te worden overgelegd.
|
||||
|
||||
Indien aanwijzingen bestaan dat het gelegaliseerde document inhoudelijk onjuist is, beslist de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan de hand van de overige ter beschikking staande gegevens of het document wordt doorgeleid naar de Minister van Buitenlandse Zaken met het verzoek om een verificatieonderzoek.
|
||||
Indien de overgelegde buitenlandse akten van de burgerlijke stand ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie kunnen worden geaccepteerd als brondocument voor de PIVA, worden deze documenten ook aanvaard voor de verlening van het Nederlanderschap. Immers, in de regel vindt de verlening van het Nederlanderschap plaats op basis van de inschrijving in de PIVA. Wordt echter bij de gezaghebber een document overgelegd waaruit blijkt dat de PIVA moet worden gewijzigd, dan dient hiervoor zo mogelijk zorg te worden gedragen alvorens advies aan de IND wordt uitgebracht.
|
||||
|
||||
###### 3.5.4
|
||||
|
||||
Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient verzoeker zorg te dragen voor een door een in één van de landen van het koninkrijk beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De op dit moment geldende circulaire legalisatie is van toepassing. Wanneer een vreemdeling die in het kader van de verlening/verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld van het paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het land van herkomst, wordt van overlegging van die documenten afgezien. Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet zou hoeven worden gehonoreerd.
|
||||
Indien reeds in het verleden gelegaliseerde documenten zijn overgelegd en verwerkt in de PIVA of in een akte van de burgerlijke stand in de Nederlandse Antillen, wordt afgezien van het wederom overleggen van dezelfde documenten. Echter, in geval van op goede gronden gerezen twijfel of indien na de verwerking van de gegevens de vereisten van legalisatie en verificatie zijn verscherpt, dienen opnieuw originele gelegaliseerde documenten te worden overgelegd.
|
||||
|
||||
###### 3.5.5
|
||||
|
||||
Het verzoek om naturalisatie dient zoveel mogelijk te worden ondersteund door overgelegde (bewijs)stukken. De gezaghebber kan van de verzoeker verlangen dat hij gegevens bewijst door middel van documenten (artikel 31, vijfde lid, BVVN). Volledigheid van de stukken is ook in het belang van de verzoeker, aangezien in geval van afwijzing van het verzoek de naturalisatiegelden niet worden gerestitueerd. Indien de verzoeker een aantal benodigde gegevens niet kan verstrekken, dient hem te worden geadviseerd te wachten met indiening van het verzoek tot het moment dat alle verlangde gegevens kunnen worden verstrekt. Mocht verzoeker er echter op staan om zijn verzoek in te dienen, ondanks het niet overleggen van de door de gezaghebber gevraagde documenten of het niet voldoen aan de voorwaarden voor naturalisatie, dan dient de gezaghebber het verzoek in ontvangst te nemen. De gezaghebber kan in dit geval verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21.
|
||||
Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient verzoeker zorg te dragen voor een door een in één van de landen van het koninkrijk beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De op dit moment geldende circulaire legalisatie is van toepassing. Wanneer een vreemdeling die in het kader van de verlening/verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld van het paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het land van herkomst, wordt van overlegging van die documenten afgezien. Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet zou hoeven worden gehonoreerd.
|
||||
|
||||
###### 3.5.6
|
||||
|
||||
Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend.34 Van het vereiste van het overleggen van een geldig buitenlands reisdocument kan onder omstandigheden worden afgeweken. Zie paragraaf 2.2.5.1.
|
||||
Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend.
|
||||
|
||||
Bewijsnood zal zich met name voordoen in het geval dat registers van de burgerlijke stand in het land waar de documenten vandaan moeten komen niet bestaan dan wel onvolledig zijn, alsmede wanneer in het land in kwestie geen stukken kunnen worden verkregen vanwege de op dat moment bestaande politieke situatie.
|
||||
Een verzoeker heeft verklaard dat hij nog familie heeft in het land van herkomst. Deze familieleden zouden kunnen zorgdragen voor een (gelegaliseerde/van apostille voorziene) geboorteakte die, in het kader van zijn verzoek om naturalisatie, zijn identiteit aantoont. De verzoeker stelt echter niet te weten waar deze personen verblijven en doet een beroep op bewijsnood. Verzoeker heeft hiervan echter geen bewijsstukken overgelegd, bijvoorbeeld een brief aan het Rode Kruis waarin hij verzoekt om hulp bij het zoeken naar zijn familieleden en de reactie van het Rode Kruis op deze brief. Derhalve is er geen sprake van bewijsnood en dient verzoeker alsnog in het bezit te komen van een (gelegaliseerde/van apostille voorziene) geboorteakte.
|
||||
|
||||
##### 3.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -3441,11 +3390,7 @@ A kan niet met succes een beroep doen op deze uitzonderingscategorie. Weliswaar
|
|||
|
||||
##### 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet
|
||||
|
||||
Het betreft hier verzoekers afkomstig van landen waar vastgesteld is dat zij in een oorlogssituatie verkeren of een politiek dusdanig instabiel klimaat kennen dat afstandsdoening praktisch onmogelijk is.
|
||||
|
||||
De reden voor deze uitzondering op de afstandsverplichting is dat het in deze gevallen onverantwoord is de verzoeker te verplichten contact op te nemen met de autoriteiten van het land van herkomst. Om dezelfde reden zijn deze categorieën vreemdelingen vrijgesteld van het legalisatievereiste, indien betrokkene bezwaar maakt tegen dat vereiste.
|
||||
|
||||
Indien verzoeker om boven genoemde reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit.
|
||||
Het betreft hier verzoekers afkomstig uit landen waarvan vastgesteld is dat zij in een oorlogssituatie verkeren of een politiek dusdanig instabiel klimaat kennen dat afstandsdoening praktisch onmogelijk is. Ingevolge artikel 9, derde lid, aanhef en onder e RWN zijn bovenstaande verzoekers vrijgesteld van de afstandsplicht en zijn zij derhalve niet verplicht om de bereidheidsverklaring tot afstand van de oorspronkelijk nationaliteit(en) (model 2.4) te ondertekenen.
|
||||
|
||||
##### 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit
|
||||
|
||||
|
|
@ -4459,24 +4404,25 @@ Geen.
|
|||
|
||||
**Bij algemene maatregel van rijksbestuur worden regelen gesteld betreffende het recht dat verschuldigd is voor het afleggen en de behandeling van de verklaring van optie en van het verzoek tot verlening van het Nederlanderschap, de gevallen en de mate waarin daarvan ontheffing kan worden verleend en de wijze waarop het moet worden voldaan.**
|
||||
|
||||
De te betalen bedragen voor het afleggen van een optieverklaring en voor het indienen van een verzoek om naturalisatie zijn vastgelegd in het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 (BON, *Stb.* 2002, 325). De optie- en naturalisatiegelden zijn sinds 1 juni 2003 jaarlijks verhoogd.
|
||||
De te betalen bedragen voor het afleggen van een optieverklaring en voor het indienen van een verzoek om naturalisatie zijn vastgelegd in het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 (BON, Stb. 2009, 388).
|
||||
|
||||
Met het oog op de jaarlijkse indexering van de optie- en naturalisatiegelden (zie artikel 9, eerste lid, BON) zijn geen concrete bedragen opgenomen in deze toelichting. In de tekst wordt verwezen naar de in onderstaande tabel vermelde tariefgroepen en de daarbij behorende tariefcodes en bedragen.
|
||||
Met het oog op de jaarlijkse indexering van de optie- en naturalisatiegelden (zie artikel 9, eerste lid, BON) zijn geen concrete bedragen opgenomen in deonderstaande toelichting. Verwezen wordt naar de in onderstaande tabel vermelde tariefgroepen en de daarbij behorende tariefcodes en bedragen (in Nederlands-Antilliaanse gulden).
|
||||
|
||||
| Tariefgroep | Tarief(code) | Bedrag |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| optie; enkelvoudig | A | Naf. 242 |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | B | Naf. 416 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; laag tarief | C | Naf. 422 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; laag tarief | D | Naf. 595 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; hoog tarief | E | Naf. 637 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; hoog tarief | F | Naf. 811 |
|
||||
| optie; enkelvoudig | A | Naf. 372 |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | B | Naf. 636 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | C | Naf. 1425 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | D | Naf. 1807 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | E | Naf. 1299 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | F | Naf. 1681 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | G | Naf. 214 |
|
||||
|
||||
#### 1
|
||||
|
||||
##### 1.1
|
||||
|
||||
Tarief A is verschuldigd indien een optant een optieverklaring aflegt op grond van artikel 6 RWN of artikel 28 RWN dan wel artikel V, eerste lid, RRWN.
|
||||
Tarief A is verschuldigd indien een optant een optieverklaring aflegt op grond van artikel 6 RWN of artikel 28 RWN dan wel artikel II, eerste lid, van de Rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270).
|
||||
|
||||
Tarief B is verschuldigd indien twee optieverklaringen gelijktijdig worden afgelegd door twee:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4484,7 +4430,7 @@ Tarief B is verschuldigd indien twee optieverklaringen gelijktijdig worden afgel
|
|||
– personen die een geregistreerd partnerschap met elkaar zijn aangegaan; of
|
||||
– ongehuwden die samenleven in een duurzame relatie.
|
||||
|
||||
De regeling voor de optiegelden bevat, anders dan bij de naturalisatiegelden het geval is, geen apart tarief voor min- en onvermogenden.
|
||||
De regeling voor de optiegelden bevat, anders dan bij de naturalisatiegelden het geval is, geen verlaagd tarief voor een staatloze of een houder van een asielgerelateerd verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
Zie voor de betalingsprocedure verder paragraaf 3 (betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden).
|
||||
|
||||
|
|
@ -4520,57 +4466,36 @@ Niet vaak zal (nog) voorkomen dat een optierecht op het Nederlanderschap bestaat
|
|||
|
||||
Voor naturalisatie is in het algemeen betaling van naturalisatiegelden verschuldigd. Per individueel geval dient te worden bekeken welk bedrag aan naturalisatiegelden moet worden betaald. Hierbij zijn te onderscheiden:
|
||||
|
||||
1. a. Tarief E: het hoog tarief voor een enkelvoudig verzoek;
|
||||
b. Tarief F: het hoog tarief voor een gemeenschappelijk verzoek;
|
||||
2. a. Tarief C: het laag tarief voor een enkelvoudig verzoek;
|
||||
b. Tarief D: het laag tarief voor een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
1. Tarief C: het standaard tarief voor een enkelvoudig verzoek;
|
||||
2. Tarief D: het standaard tarief voor een gemeenschappelijk verzoek;
|
||||
3. Tarief E: het verlaagd tarief voor een enkelvoudig verzoek;
|
||||
4. Tarief F: het verlaagd tarief voor een gemeenschappelijk verzoek;
|
||||
5. Tarief G: het tarief voor een verzoek tot medenaturalisatie ten behoeve van een minderjarig kind.
|
||||
|
||||
Zie voor gevallen van categoriale vrijstelling van naturalisatiegelden paragraaf 2.5 en voor de mogelijkheid een ontheffingsverzoek van de betalingsverplichting in te dienen paragraaf 2.6.
|
||||
|
||||
##### 2.2
|
||||
|
||||
In beginsel zijn de tarieven E of F verschuldigd voor de behandeling van één dan wel de behandeling van twee gelijktijdig indiende verzoek(en) om naturalisatie.
|
||||
Komen verzoekers niet in aanmerking voor het verlaagd tarief E of F (zie paragraaf 2.3), dan zijn de tarieven C of D verschuldigd voor de behandeling van een enkelvoudig dan wel een gemeenschappelijk verzoek om naturalisatie.
|
||||
|
||||
a. In het geval dat de enkelvoudige verzoeker tot naturalisatie niet in aanmerking komt voor het lagere tarief C, is hij tarief E verschuldigd.
|
||||
b. Voor een gemeenschappelijk verzoek, dat wil zeggen een verzoek om naturalisatie van twee met elkaar gehuwden of van twee wederzijds geregistreerde partners dan wel van twee ongehuwde personen die in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleven, is tarief F verschuldigd, tenzij betrokkenen in aanmerking komen voor tarief D.
|
||||
Een gemeenschappelijk verzoek wil zeggen dat een verzoek om naturalisatie is ingediend door twee met elkaar gehuwden of door twee wederzijds geregistreerde partners dan wel door twee ongehuwde personen die in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleven.
|
||||
|
||||
##### 2.3
|
||||
|
||||
In geval van min- en onvermogen van de verzoeker(s) is het laag tarief van toepassing.
|
||||
Het verlaagd tarief voor een verzoek om naturalisatie geldt in de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
a. In geval van min- en onvermogen van de verzoeker is voor een verzoek om naturalisatie tarief C verschuldigd.
|
||||
b. Voor een gemeenschappelijk verzoek, dat wil zeggen een verzoek om naturalisatie van twee met elkaar gehuwden of van twee geregistreerde partners dan wel van twee ongehuwde personen die in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleven, indien sprake is van min- en onvermogen van beiden, is tarief D verschuldigd.
|
||||
a. In het geval de meerderjarige verzoeker staatloos is dan wel in het bezit is van een op asielgerelateerde gronden afgegeven verblijfsrecht1In de Nederlandse Antillen bestaat op dit moment geen verblijfsrecht vergelijkbaar met die in de artikelen 28 of 33 Vw 2000. Het BON (Stb. 2009, 388) anticipeert vanuit de gedachte van rechtsgelijkheid echter met een eventuele toekomstige invoering van dergelijke verblijfsvergunningen. , is het tarief E verschuldigd.
|
||||
b. In het geval sprake is van een gemeenschappelijk verzoek, dat wil zeggen een verzoek om naturalisatie van twee met elkaar gehuwden of van twee geregistreerde partners dan wel van twee ongehuwde personen die in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleven en beiden of één van beide partners is/zijn staatloos, is het tarief F verschuldigd.
|
||||
|
||||
Om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief dient betrokkene in de PIVA te staan ingeschreven als ‘staatloos’. Is betrokkene opgenomen met ‘onbekende nationaliteit’, dan geldt dat het normale tarief van toepassing is, tenzij hij/zij houder is van een asielgerelateerd verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
##### 2.4
|
||||
|
||||
In geval van financieel min- en onvermogen van de verzoeker(s) is een laag tarief van toepassing. Elk van de drie Koninkrijksdelen heeft in de ingevolge artikel 3, tweede lid, BON 2000 totstandgekomen ministeriële regeling eigen criteria ontwikkeld om de status van min- en onvermogen vast te stellen. In de Nederlandse Antillen wordt door middel van een verklaring van de inspecteur der belastingen vastgesteld dat de verzoeker niet voor inkomstenbelasting wordt aangeslagen, waardoor hij/zij als on- of minvermogende wordt beschouwd. Eén verzoeker komt in aanmerking voor tarief C als zijn/haar netto-inkomen niet uitkomt boven de op hem/haar toepasselijke minimumloongrens. Bij de vaststelling van het inkomen en vermogen van de verzoeker wordt mede in aanmerking genomen het inkomen en vermogen van de echtgenoot of echtgenote, tenzij deze duurzaam van de verzoeker gescheiden leeft, en van de persoon met wie de verzoeker duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, tenzij tussen deze en de verzoeker een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.
|
||||
|
||||
Het gaat dan om de norm die van toepassing is in het halfjaar dat het naturalisatieverzoek wordt ingediend en de betalingsverplichting wordt vastgesteld. Bij de beoordeling of de verzoeker in aanmerking komt voor laag tarief wordt, gelet op het bepaalde in artikel 10, tweede lid, Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap, in het geval deze gehuwd is, dan wel een (geregistreerde) partner heeft (tenzij deze echtgeno(o)t(e) of partner van de verzoeker duurzaam gescheiden leeft) dan wel een duurzaam huishouden voert met een persoon (tenzij tussen hen een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat), het inkomen van beiden meegerekend.
|
||||
|
||||
Gemeenschappelijke verzoekers komen in aanmerking voor tarief D als hun gezamenlijke inkomen niet uitkomt boven de op hen toepasselijke minimumloongrens.
|
||||
|
||||
In het geval van een zelfstandig verzoek van een minderjarige wordt het toepasselijk tarief (gewoon of verminderd tarief) bepaald aan de hand van het inkomen van de wettelijke vertegenwoordiger (en diens (huwelijks)partner als hiervoor bedoeld) van het kind.
|
||||
|
||||
Als een verzoeker voor het lage tarief in aanmerking wenst te komen, dient hij een originele en gewaarmerkte Verklaring van de inspecteur der belastingen en – voor zover van toepassing – de meest recente uitkeringsspecificatie te overleggen. De Verklaring van de inspecteur mag niet ouder zijn dan twee maanden.
|
||||
|
||||
Indien blijkt dat er een wijziging is opgetreden in het inkomen van de verzoeker, dient de laatst ontvangen salaris- of uitkeringsspecificatie te worden overlegd. Kan een verzoeker deze stukken niet overleggen, dan moet hem geadviseerd worden te wachten met de indiening van het verzoek totdat hij wel over de benodigde stukken beschikt.
|
||||
|
||||
Desalniettemin dient het naturalisatieverzoek in ontvangst te worden genomen, indien de verzoeker erop staat zijn verzoek in te dienen in afwachting van het overleggen van genoemde stukken. Het verdient aanbeveling in voorkomende gevallen een woordelijk verslag op te maken en het verslag te laten ondertekenen door betrokkene. De te betalen naturalisatiegelden worden in dat geval op hoog tarief gesteld en de verzoeker(s) ingevolge artikel 4:5 Awb gedurende zes weken in de gelegenheid gesteld om de aanvraag te completeren.
|
||||
|
||||
De verzoeker wordt bij de indiening van het verzoek om naturalisatie erop gewezen dat na afloop van de termijn van zes weken het verzoek door de gezaghebber buiten behandeling zal worden gesteld indien de betaling niet heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
Heeft verzoeker het hoge tarief betaald, maar overlegt hij (indien hij laag tarief wenst) niet binnen de gestelde termijn de gevraagde stukken inzake zijn financiële positie, dan wordt het verzoek om naturalisatie in behandeling genomen (verzoeker heeft immers betaald). De gezaghebber stuurt het verzoek om naturalisatie, voorzien van zijn advies door naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelt betrokkene overeenkomstig artikel 4:5, eerste lid, Awb in de gelegenheid om de gevraagde financiële stukken over te leggen, zie de toelichting bij artikel 7 RWN, paragraaf 3.7.3. Worden de gevraagde stukken niet overgelegd, dan wordt het verzoek om naturalisatie inhoudelijk afgedaan tegen het (betaalde) hoge tarief.
|
||||
|
||||
Zie voor de betalingsprocedure verder paragraaf 3 (betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden).
|
||||
Voor de behandeling van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN, is het tarief onder G verschuldigd. Dit betekent dat voor de behandeling van een verzoek voor een minderjarige om met zijn ouder(s) mee te naturaliseren, naast het tarief dat de ouder(s) moet(en) betalen voor hun naturalisatie (tarief C, D, E of F), het tarief G moet worden betaald voor iedere minderjarige voor wie een verzoek tot medeverlening wordt ingediend.
|
||||
|
||||
##### 2.5
|
||||
|
||||
De volgende categorieën naturalisandi zijn vrijgesteld van naturalisatiegelden (artikel 4, eerste lid, BON):
|
||||
|
||||
a. minderjarige (klein)kinderen, mits begrepen in een verzoek tot medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)
|
||||
b. een persoon die ingevolge de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld.
|
||||
|
||||
Deze twee categorieën kwamen onder de voorgaande Besluiten inzake naturalisatiegelden (*Stb.* 1986, 18; *Stb.* 1997, 244) ook voor kosteloze naturalisatie in aanmerking. Teneinde ongeacht het aantal kinderen de kosten van naturalisatie voor ouder(s) op een redelijk peil te houden, worden kinderen voor wie medeverlening van het Nederlanderschap wordt verzocht zonder kosten meegenaturaliseerd.
|
||||
Het Besluit optie- en naturalisatiegelden kent sinds 01.01.2010 nog maar één categorie vreemdelingen die zijn vrijgesteld van naturalisatieleges. Het gaat hierbij om vreemdelingen die onder een Nederlandse wet vallen en alleen in Nederland (kunnen) wonen en de status van ‘behandeling als Nederlander’ genieten op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers van 9 september 1976 ( *Stb.* 468). Voor vreemdelingen woonachtig buiten Nederland is de bepaling van artikel 4, eerste lid, en onder b BON niet relevant, omdat zij niet onder het bereik van de Wet betreffende de positie van Molukkers (kunnen) vallen.
|
||||
|
||||
##### 2.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -4598,11 +4523,11 @@ De bevoegdheid tot verlening van ontheffing is gemandateerd aan de gezaghebber.
|
|||
|
||||
#### 3
|
||||
|
||||
De optie- en naturalisatiegelden zijn verschuldigd alvorens een verklaring van optie of verzoek tot verlening van het Nederlanderschap in behandeling wordt genomen. De betaling heeft in de Nederlandse Antillen plaats bij de Landsontvanger. Betrokkene dient een bewijs van betaling te overleggen bij de gezaghebber. Eerst na ontvangst van de betaling dan wel na de beslissing op een ontheffingsverzoek wordt het ingediende verzoek om naturalisatie dan wel de verklaring van optie in behandeling genomen (zie de nota van toelichting bij het BON). Ongeacht het verdere verloop van de naturalisatieprocedure – toewijzing, afwijzing of intrekking van het verzoek nadat de behandeling is begonnen – zijn de rechten verschuldigd betaald (vergelijk artikelen 2 en 3 BON).
|
||||
De optie- en naturalisatiegelden zijn verschuldigd alvorens een verklaring van optie of verzoek tot verlening van het Nederlanderschap in behandeling wordt genomen. De betaling heeft in de Nederlandse Antillen plaats bij de gezaghebber. Betrokkene dient een bewijs van betaling te overleggen bij de gezaghebber. Eerst na ontvangst van de betaling dan wel na de beslissing op een ontheffingsverzoek wordt het ingediende verzoek om naturalisatie dan wel de verklaring van optie in behandeling genomen (zie de nota van toelichting bij het BON). Ongeacht het verdere verloop van de naturalisatieprocedure – toewijzing, afwijzing of intrekking van het verzoek nadat de behandeling is begonnen – zijn de rechten verschuldigd betaald (vergelijk artikelen 2 en 3 BON).
|
||||
|
||||
De hoogte van het verschuldigde bedrag voor het afleggen van de optieverklaring of voor het verzoek om naturalisatie wordt in beginsel vastgesteld (ingevolge de in paragrafen 1.1, 1.3, 2.2 tot en met 2.4 en 2.6 opgenomen richtlijnen) op het moment dat de verklaring of het verzoek door de gezaghebber in ontvangst wordt genomen.
|
||||
|
||||
Modellen van een schriftelijke bevestiging door betrokkene dat hij is geïnformeerd over de hoogte en de termijn van de te betalen naturalisatiegelden en dat hij instemt met de betaling van de opgelegde naturalisatiegelden dan wel is vrijgesteld van de betaling dan wel een verzoek om ontheffing heeft ingediend, zijn opgenomen als model 1.25 en model 2.8. De vaststelling van de hoogte van de te betalen naturalisatiegelden is een voorbereidingshandeling zoals bedoeld in artikel 6:3 Awb en is niet afzonderlijk vatbaar voor bezwaar of beroep.
|
||||
Modellen van een schriftelijke bevestiging door betrokkene dat hij is geïnformeerd over de hoogte en de termijn van de te betalen naturalisatiegelden en dat hij instemt met de betaling van de opgelegde naturalisatiegelden dan wel (bij optie) is vrijgesteld van de betaling dan wel een verzoek om ontheffing heeft ingediend, zijn opgenomen als model 1.25 en model 2.8. De vaststelling van de hoogte van de te betalen naturalisatiegelden is een voorbereidingshandeling zoals bedoeld in artikel 6:3 Awb en is niet afzonderlijk vatbaar voor bezwaar of beroep.
|
||||
|
||||
Uitgangspunt is dat de leges worden betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie. Het verschuldigde bedrag wordt ineens voldaan, betaling in termijnen is niet mogelijk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4614,15 +4539,41 @@ Tegen de buitenbehandelingstelling van een optieverklaring of een verzoek om nat
|
|||
|
||||
Stelt de gezaghebber een verzoek om naturalisatie buiten behandeling, dan brengt hij geen advies uit aan de Minister. Zowel indien de verzoeker bezwaar aantekent tegen de buitenbehandelingstelling, als wanneer de verzoeker dat niet doet, stuurt de gezaghebber door tussenkomst van de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen het dossier inzake verzoek om naturalisatie aan de IND.
|
||||
|
||||
Voor verzoeken om naturalisatie die zijn ingediend bij de gezaghebber na 31 oktober 2009, maar vóór 1 januari 2010 en waarvoor de verschuldigde betaling van de leges niet direct heeft plaatsgevonden, geldt het volgende. Om als op tijd ingediend te gelden, moet een voor 1 januari 2010 gedateerd model 2.1 (verzoek om naturalisatie) in het dossier aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
In afwijking van hetgeen in paragraaf 3.7.4 bij artikel 7 is opgenomen, wordt de verzoeker die de verschuldigde leges niet direct bij indiening van het verzoek om naturalisatie voldoet een termijn gegund tot 1 maart 2010 om de leges alsnog te voldoen dan wel aan te vullen als bedoeld in art. 4:5, eerste lid Awb.
|
||||
|
||||
Bij betaling van een tussen 31 oktober 2009 en 1 januari 2010 ingediend naturalisatieverzoek vóór 1 maart 2010 gelden nog de leges van vóór 1 januari 2010. Wordt in deze gevallen niet vóór 1 maart 2010 betaald, dan wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb buitenbehandeling gesteld. Deze buitenbehandelingstelling moet ingevolge art. 4:5, vierde lid Awb binnen vier weken na 1 maart 2010 aan de verzoeker worden bekendgemaakt. Dit betekent dat de verzoeker het bericht van buitenbehandelingstelling voor 29 maart 2010 moet hebben ontvangen. Zolang (dan wel na 29 maart 2010: indien) het verzoek niet buitenbehandeling is gesteld, kunnen de leges nog betaald worden en kan het verzoek nog aangevuld worden met ontbrekende documenten. Wordt ná 28 februari 2010, maar vóór de buitenbehandelingstelling alsnog betaald, dan heft de burgemeester de leges zoals die vanaf 1 januari 2010 gelden. De overgangsperiode is dan namelijk verstreken en de legesbedragen zoals die gelden vanaf 1 januari 2010 zijn dan van toepassing.
|
||||
|
||||
De gezaghebber verstrekt bij verzoeken ingediend gedurende de overgangsperiode (dus na 31 oktober 2009 tot 1 januari 2010) bij model 2.8 aan verzoekers een bijlage met de volgende tekst:
|
||||
|
||||
‘Voor naturalisatieverzoeken die op of na 1 november 2009, maar voor 1 januari 2010 zijn ingediend, geldt dat de leges uiterlijk 28 februari 2010 moeten zijn betaald. Alleen dan gelden de legestarieven zoals die tot 1 januari 2010 golden. Heeft u op 1 maart 2010 nog niet betaald, dan zal uw verzoek op zijn laatst 28 maart 2010 buiten behandeling gesteld worden. Wordt op of na 1 maart 2010 – maar vóór de buitenbehandelingstelling – alsnog betaald, dan gelden de nieuwe tarieven van 2010.
|
||||
|
||||
#### 4
|
||||
|
||||
De in het kader van het afleggen van een verklaring van optie ontvangen gelden, behoeven niet te worden afgedragen. De behandeling van en de beslissing op de verklaring van optie liggen immers geheel in handen van de ontvangende instantie.
|
||||
|
||||
Artikel 8 BON bepaalt dat een gedeelte van de ontvangen naturalisatiegelden moet worden afgedragen aan de rijksoverheid. De Regering van de Nederlandse Antillen draagt zorg voor een rechtstreekse afdracht aan het ministerie van Justitie (de IND). Tevens regelt artikel 8 BON de hoogte van het bedrag dat de Regering van de Nederlandse Antillen behoudt en op welke wijze de afdracht aan de IND geschiedt. Bij de afdracht stuurt de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen aan de IND tevens een lijst met de namen van personen die een verzoek om naturalisatie hebben ingediend. Onze Minister regelt bij ministeriële regeling de wijze waarop de afdracht van de ontvangen naturalisatiegelden door de Regering van de Nederlandse Antillen aan de IND dient te geschieden. Over de wijze van afdracht van de ontvangen naturalisatiegelden door de Regering van de Nederlandse Antillen aan de IND, wordt de Regering nader geïnformeerd met een brief van de Stafdirectie Middelen en Control van de IND.
|
||||
Artikel 8 BON bepaalt dat een gedeelte van de ontvangen naturalisatiegelden moet worden afgedragen aan de rijksoverheid. De gezaghebber draagt zorg voor een rechtstreekse afdracht aan het ministerie van Justitie (de IND). Tevens regelt artikel 8 BON de hoogte van het bedrag dat de gezaghebber behoudt en op welke wijze de afdracht aan de IND geschiedt. Over de wijze van afdracht van de ontvangen naturalisatiegelden door de Gezaghebbers van de Nederlandse Antillen aan de IND, worden de gezaghebbers nader geïnformeerd met een brief van de IND.
|
||||
|
||||
De Regering van de Nederlandse Antillen behoudt per enkelvoudig verzoek om naturalisatie Naf. 242 ongeacht of betrokkene het gewone tarief of het verminderd tarief betaalt. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan het ministerie van Justitie (de IND): (Naf. 395 bij hoog tarief en Naf. 180 bij laag tarief). Bij een gemeenschappelijk verzoek of een gelijktijdig verzoek om naturalisatie van meerdere kinderen binnen één gezin behoudt de Regering van de Nederlandse Antillen Naf. 416, eveneens ongeacht of hoog tarief of laag tarief is betaald. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan het ministerie van Justitie (Naf. 395 bij hoog tarief en Naf. 180 bij laag tarief). Indien de verzoeker tijdens de naturalisatieprocedure verhuist, behoudt de Regering van de Nederlandse Antillen die de leges geïnd heeft het bedrag van Naf. 242 of Naf. 416 en draagt zorg voor de afdracht van het resterende bedrag.
|
||||
De gezaghebber behoudt per enkelvoudig verzoek om naturalisatie Naf. 372, ongeacht of betrokkene het standaard of het verlaagde tarief betaalt. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan het ministerie van Justitie (de IND) (Naf. 1053 bij standaard tarief en Naf. 927 bij verlaagd tarief).
|
||||
|
||||
In geval van ontheffing van betaling van de naturalisatiegelden kan de Regering van de Nederlandse Antillen verzoeken om een vergoeding (artikel 8, tweede lid, BON). Een dergelijk schriftelijk verzoek dient te worden gericht aan het Hoofd Financieel Beheer van de Stafdirectie Middelen & Control van de IND, Postbus 5800, 2280 HV Rijswijk. Indien de Regering van de Nederlandse Antillen een dergelijk verzoek niet indient, ontvangt deze geen vergoeding.
|
||||
Bij een gemeenschappelijk verzoek of een gelijktijdig verzoek om naturalisatie van meerdere kinderen binnen één gezin behoudt de gezaghebber Naf. 636 eveneens ongeacht of standaard of verlaagd tarief is betaald. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen wordt afgedragen aan het ministerie van Justitie (Naf. 1171 bij het standaard tarief en Naf. 1045 bij het verlaagd tarief). In het geval van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN wordt het volledige bedrag dat door de gezaghebber is ontvangen, te weten Naf. 214 per kind, afgedragen aan het ministerie van Justitie (de IND). Indien de verzoeker tijdens de naturalisatieprocedure verhuist, behoudt de gezaghebber die de leges geïnd heeft het bedrag van Naf. 372 of Naf. 636 en draagt zorg voor de afdracht van het resterende bedrag.
|
||||
|
||||
Met ingang van 01.01.2010 draagt iedere gezaghebber rechtstreeks af aan het ministerie van Justitie in Nederland (de IND). De rol die voorheen hierin het Land de Nederlandse Antillen had, is vervallen.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 januari 2010 gelden de volgende afdrachtcodes:
|
||||
|
||||
| Tariefgroep | af te dragen bedrag | afdrachtcode |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| optie; enkelvoudig | nvt | nvt |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | nvt | nvt |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | Naf. 1053 | 100 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | Naf. 1171 | 103 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | Naf. 927 | 101 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | Naf. 1045 | 104 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | Naf. 214 | 105 |
|
||||
|
||||
In geval van ontheffing van betaling van de naturalisatiegelden kan de gezaghebber verzoeken om een vergoeding (artikel 8, tweede lid, BON). Een dergelijk schriftelijk verzoek dient te worden gericht aan het Hoofd Financieel Beheer van de Stafdirectie Middelen & Control van de IND, Postbus 5800, 2280 HV te Rijswijk. Indien de gezaghebber een dergelijk verzoek niet indient, ontvangt deze geen vergoeding.
|
||||
|
||||
### 13-2. Toelichting ad
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue