2001-01-01 | BWBR0006518 | Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994
This commit is contained in:
parent
a0598366f0
commit
e88988434d
1 changed files with 216 additions and 134 deletions
|
|
@ -16,27 +16,30 @@ citeertitel: Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
|
||||
b. vervallen;
|
||||
c. vervallen;
|
||||
d. vervallen;
|
||||
e. vervallen;
|
||||
f. ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
b. regionaal politiekorps: een regionaal politiekorps als bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993;
|
||||
c. Korps landelijke politiediensten: het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 38 van de Politiewet 1993;
|
||||
d. Het LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van het LSOP-wet;
|
||||
e. ITO: de Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV;
|
||||
f. ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
g. bevoegd gezag:
|
||||
|
||||
1°. de korpschef, voor zover het betreft de ambtenaar, aangesteld bij een onderdeel, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012;
|
||||
2°. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft ambtenaren van de rijksrecherche.
|
||||
h. korpschef: de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
|
||||
1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de ambtenaar die werkzaam is bij een regionaal politiekorps.
|
||||
2°. Onze Minister, voor zover het betreft de ambtenaar die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten of bij ITO;
|
||||
3°. Onze Minister van Justitie, voor zover het betreft de bijzondere ambtenaar van politie;
|
||||
4°. de bestuursraad van het LSOP, voor zover het betreft het LSOP.
|
||||
h. korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 24 onderscheidenlijk artikel 38 van de Politiewet 1993;
|
||||
i. Centrale: een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in artikel 1 van de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid;
|
||||
j. Commissie: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 2;
|
||||
k. overleg CGOP: het overleg van Onze Minister met de Commissie;
|
||||
l. overleg GOKB: het overleg van de korpschef met de Commissie;
|
||||
m. vervallen;
|
||||
n. COR: de centrale ondernemingsraad politie;
|
||||
o. vervallen;
|
||||
p. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
q. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
r. PartnerPlusPensioen Politie: het PartnerPlusPensioen Politie, bedoeld in artikel 1 van bijlage C van het Pensioenreglement.
|
||||
k. Regionale Commissie: de Regionale Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken in het regionaal politiekorps, bedoeld in artikel 12;
|
||||
l. Commissie Korps landelijke politiediensten: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken in het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 21.
|
||||
m. Commissie bijzondere ambtenaren van politie: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken ten behoeve van de bijzondere ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 22;
|
||||
n. Commissie LSOP: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken ten behoeve van de ambtenaren van het LSOP, bedoeld in artikel 22*a*;
|
||||
o. Commissie ITO: de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken ten behoeve van de ambtenaren van ITO, bedoeld in artikel 22b.
|
||||
o. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
p. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
q. AFUP-opbouwreglement: het reglement bedoeld in artikel 2.4b, tweede lid, van het pensioenreglement;
|
||||
r. AFUP: de in het AFUP-opbouwreglement neergelegde regeling.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Het overleg met verenigingen van ambtenaren
|
||||
|
||||
|
|
@ -64,7 +67,7 @@ e. andere bij koninklijk besluit tot het overleg toegelaten verenigingen van amb
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, wordt niet beslist dan nadat hierover met de Commissie overleg is gepleegd in het overleg CGOP of het overleg GOKB.
|
||||
**1.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister overleg is gepleegd met de Commissie.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid blijft buiten toepassing met betrekking tot regelingen, bedoeld in artikel 1 van de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -72,12 +75,6 @@ e. andere bij koninklijk besluit tot het overleg toegelaten verenigingen van amb
|
|||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** In het overleg CGOP worden voorstellen over aangelegenheden en regels als bedoeld in artikel 3, eerste lid, die moeten worden of zijn vastgelegd in algemeen verbindende voorschriften, besproken.
|
||||
|
||||
**2.** In het overleg GOKB worden voorstellen over aangelegenheden en regels als bedoeld in artikel 3, eerste lid, die bij besluit van de korpschef worden vastgelegd in beleidsregels, besproken.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
**1.** Er is een sectorale commissie Politie.
|
||||
|
||||
**2.** De sectorale commissie Politie bestaat uit vier leden namens de in artikel 2, eerste lid, bedoelde Commissie en vier leden namens Onze Minister.
|
||||
|
|
@ -86,46 +83,27 @@ e. andere bij koninklijk besluit tot het overleg toegelaten verenigingen van amb
|
|||
|
||||
De sectorale commissie heeft tot taak:
|
||||
|
||||
a. advies uit te brengen aan het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP over de premie voor het PartnerPlusPensioen Politie;
|
||||
b. te besluiten over toelating van werkgevers die een verzoek tot deelname aan het PartnerPlusPensioen Politie doen.
|
||||
a. advies uit te brengen aan het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP over de hoogte van de pensioenpremiepercentages voor het algemeen deel en het specifiek deel van de AFUP;
|
||||
b. desgewenst advies uit te brengen aan het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP in geval door dat Bestuur wordt overwogen de indexatie van de in het Pensioenreglement genoemde pensioenen achterwege te laten;
|
||||
c. te besluiten over toelating van werkgevers die een verzoek tot deelname aan de AFUP doen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt in overeenstemming met de Commissie nadere regels met betrekking tot de werkwijze van de sectorale commissie Politie.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het overleg CGOP staat onder voorzitterschap van Onze Minister. Onze Minister is bevoegd het voorzitterschap op te dragen aan een door hem aan te wijzen ambtenaar.
|
||||
**1.** Het overleg staat onder leiding van Onze Minister. Onze Minister is bevoegd de leiding van het overleg op te dragen aan een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Commissie in meerderheid of de voorzitter van het overleg GOKB in overleg met de voorzitter van het overleg CGOP van oordeel is dat over een bepaalde aangelegenheid overleg gevoerd dient te worden met Onze Minister, wordt die aangelegenheid zo mogelijk in het eerstvolgende overleg CGOP geagendeerd.
|
||||
**2.** Indien de Commissie in meerderheid van oordeel is dat over een bepaalde aangelegenheid overleg gevoerd dient te worden met Onze Minister, wordt voor de behandeling van die aangelegenheid een nieuwe vergadering vastgesteld, onder leiding van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter wordt bij het overleg CGOP terzijde gestaan door functionarissen die daartoe door Onze Minister worden aangewezen.
|
||||
**3.** De voorzitter wordt bij het overleg terzijde gestaan door functionarissen die daartoe door Onze Minister worden aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister wordt bij het overleg CGOP terzijde gestaan door de korpschef of diens vertegenwoordiger.
|
||||
**4.** Onze Minister nodigt een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag uit tot het bijwonen van het overleg als waarnemer.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger uitnodigen tot het als waarnemer bijwonen van het overleg CGOP.
|
||||
**5.** Het secretariaat van het overleg wordt gevoerd door een door Onze Minister benoemde secretaris of daartoe aangewezen functionaris, die onder leiding van de voorzitter ter beschikking staat van deze, van de in het derde lid bedoelde functionarissen en van de leden van de Commissie. De benoeming van de secretaris of de aanwijzing van een functionaris daartoe geschiedt, de Commissie gehoord.
|
||||
|
||||
**6.** Het secretariaat van het overleg CGOP wordt gevoerd door een door Onze Minister benoemde secretaris of daartoe aangewezen functionaris, die onder leiding van de voorzitter ter beschikking staat van deze, van de in het derde lid bedoelde functionarissen en van de leden van de Commissie. De benoeming van de secretaris of de aanwijzing van een functionaris daartoe geschiedt, de Commissie gehoord.
|
||||
**6.** Bij de behandeling van bepaalde aangelegenheden kan op uitnodiging of met toestemming van de voorzitter ook door anderen dan degenen die daartoe ingevolge artikel 2 gerechtigd zijn, aan het overleg worden deelgenomen.
|
||||
|
||||
**7.** Bij de behandeling van bepaalde aangelegenheden kan op uitnodiging of met toestemming van de voorzitter ook door anderen dan degenen die daartoe ingevolge artikel 2 gerechtigd zijn, aan het overleg worden deelgenomen.
|
||||
|
||||
**8.** De leden van de Commissie kunnen zich na overleg met de voorzitter ter vergadering voor de behandeling van een bepaald onderwerp door deskundigen laten bijstaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Het overleg GOKB staat onder voorzitterschap van de korpschef of een door hem aan te wijzen lid van de korpsleiding.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Commissie in meerderheid van oordeel is dat over een bepaalde aangelegenheid overleg gevoerd dient te worden met de korpschef, wordt die aangelegenheid zo mogelijk in het eerstvolgende overleg GOKB geagendeerd.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter wordt bij het overleg GOKB terzijde gestaan door functionarissen die daartoe door hem worden aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister neemt deel aan het overleg GOKB vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het overleg CGOP.
|
||||
|
||||
**5.** De COR is als toehoorder bij het overleg GOKB aanwezig en wordt in dat overleg vertegenwoordigd door maximaal twee leden.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 4, zesde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**7.** De leden van de Commissie kunnen zich na overleg met de voorzitter ter vergadering voor de behandeling van een bepaald onderwerp door deskundigen laten bijstaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -139,9 +117,9 @@ De verenigingen van ambtenaren die vertegenwoordigd zijn in de Commissie, doen a
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Het overleg wordt gevoerd op plaats, dag en uur door de voorzitter te bepalen, waarbij het overleg GOKB in beginsel op dezelfde dag en in dezelfde plaats gevoerd wordt als het overleg CGOP.
|
||||
**1.** Het overleg wordt gevoerd op plaats, dag en uur door de voorzitter te bepalen.
|
||||
|
||||
**2.** Het overleg CGOP en het overleg GOKB vinden in de regel te 's-Gravenhage plaats.
|
||||
**2.** De vergaderingen vinden in de regel te 's-Gravenhage plaats.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de vertegenwoordigers van ten minste twee tot het overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren de voorzitter, onder vermelding van hetgeen zij behandeld wensen te zien, verzoeken daartoe een vergadering uit te schrijven, vindt deze binnen 14 dagen plaats.
|
||||
|
||||
|
|
@ -151,17 +129,15 @@ Onze Minister verleent zijn bemiddeling om aan de Commissie een lokaliteit in ee
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Indien het wenselijk blijkt voorbereidende besprekingen te voeren of in de Commissie genomen besluiten uit te werken, geschiedt dit door werkgroepen, bestaande uit vertegenwoordigers van de Commissie en door Onze Minister of de korpschef daartoe aangewezen functionarissen.
|
||||
**1.** Indien het wenselijk blijkt voorbereidende besprekingen te voeren of in de Commissie genomen besluiten uit te werken, geschiedt dit door werkgroepen, bestaande uit vertegenwoordigers van de Commissie en door Onze Minister daartoe aangewezen functionarissen.
|
||||
|
||||
**2.** Een vertegenwoordiger van de COR kan als toehoorder bij een werkgroep worden uitgenodigd.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 4, zesde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 4, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Het standpunt van de Commissie wordt bepaald bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Elke vereniging van ambtenaren brengt één stem uit. Indien de stemmen binnen de Commissie staken beslist de voorzitter van het overleg CGOP of de voorzitter van het overleg GOKB of het voorstel ten uitvoer wordt gebracht.
|
||||
**1.** Het standpunt van de Commissie wordt bepaald bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Elke vereniging van ambtenaren brengt één stem uit. Indien de stemmen binnen de Commissie staken beslist de voorzitter van het overleg met de Commissie of het voorstel ten uitvoer wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Het standpunt van de Commissie over in het overleg besproken aangelegenheden wordt schriftelijk aan de voorzitter van het desbetreffende overleg meegedeeld. De Commissie geeft desverlangd een samenvatting van de aan het standpunt ten grondslag liggende argumenten.
|
||||
**2.** Het standpunt van de Commissie over in het overleg besproken aangelegenheden wordt schriftelijk aan Onze Minister meegedeeld. De Commissie geeft desverlangd een samenvatting van de aan het standpunt ten grondslag liggende argumenten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien in de Commissie een minderheidsstandpunt blijkt te bestaan, wordt daarvan desverlangd in de in het tweede lid bedoelde geschriften melding gemaakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -179,103 +155,219 @@ Bovendien kan op verzoek van de leden van de Commissie of van de voorzitter van
|
|||
|
||||
**3.** De plicht tot geheimhouding geldt niet voor zover de leden van de Commissie dan wel de door haar in de betrokken werkgroep aangewezen leden in bespreking treden met de door hen vertegenwoordigde verenigingen of de Centrales waarbij hun verenigingen zijn aangesloten.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Het overleg met de Regionale Commissie
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De korpschef draagt er zorg voor dat vertegenwoordigers van de verenigingen van ambtenaren met een aanstelling bij de politie die deel uitmaken van de Commissie niet uit hoofde van hun deelname worden benadeeld in hun positie bij de politie.
|
||||
**1.** Er is een Regionale Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken in ieder regionaal politiekorps.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Het overleg met de Regionale Commissie
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De Regionale Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van:
|
||||
|
||||
a. de verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a tot en met d;
|
||||
b. andere door de korpsbeheerder tot het overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren die eveneens representatief zijn, onder meer gelet op het aantal ambtenaren dat zij vertegenwoordigen en welke aangesloten zijn bij een Centrale en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet.
|
||||
|
||||
**3.** Elke vereniging van ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, is bevoegd tot aanwijzing van twee leden en twee plaatsvervangende leden van de Regionale Commissie. Indien verschillende verenigingen van ambtenaren zijn aangesloten bij dezelfde Centrale, zijn deze verenigingen slechts gezamenlijk bevoegd tot aanwijzing van vertegenwoordigers.
|
||||
|
||||
**4.** De korpsbeheerder kan een toelating tot het overleg krachtens het tweede lid schorsen en een toelating tot het overleg krachtens het tweede lid, onder b, intrekken, indien naar zijn oordeel de vereniging van ambtenaren niet meer representatief is, dan wel indien het algemeen belang zich tegen haar verdere toelating verzet.
|
||||
|
||||
**5.** Schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot de Commissie van een vereniging van ambtenaren heeft van rechtswege ten gevolge schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot de Regionale Commissie.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister, de Commissie gehoord, bepalen dat ook verenigingen van ambtenaren die niet zijn aangesloten bij een Centrale, tot de Regionale Commissie worden toegelaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die uitsluitend het regionaal politiekorps betreffen en bovendien niet ontleend zijn aan noch vergelijkbaar zijn met een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens de korpsbeheerder overleg is gepleegd met de Regionale Commissie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid blijft buiten toepassing:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot bij of krachtens de wet gegeven regels over aangelegenheden waarover overleg is gepleegd met de Commissie indien die regels onverkort van toepassing zijn op de ambtenaar;
|
||||
b. indien Onze Minister overleg met de Commissie wenselijk acht of de voorzitter van het overleg met de Regionale Commissie dan wel één van de leden van de Regionale Commissie aan Onze Minister kenbaar maakt dat overleg te wensen.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het tweede lid, onder *b*, bedoelde overleg met de Commissie vindt eerst plaats nadat zij het standpunt van de Regionale Commissie ter zake in afschrift heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** Een voorstel strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren, die een uitwerking is van een voorstel waarover in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde overleg overeenstemming is bereikt, wordt slechts ten uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming bestaat met de Regionale Commissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het overleg staat onder voorzitterschap van de korpsbeheerder.
|
||||
|
||||
**2.** De korpsbeheerder wijst een lid van het regionaal college, bedoeld in artikel 22 van de Politiewet 1993, als plaatsvervangend voorzitter aan.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter wordt bij het overleg terzijde gestaan door functionarissen die daartoe door de korpsbeheerder worden aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** Het secretariaat van het overleg wordt gevoerd door een door de korpsbeheerder benoemde secretaris of daartoe aangewezen functionaris, die onder leiding van de voorzitter ter beschikking staat van deze, van de in het derde lid bedoelde functionarissen en van de leden van de Regionale Commissie. De benoeming van de secretaris of de aanwijzing van een functionaris daartoe geschiedt, de Regionale Commissie gehoord.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de behandeling van bepaalde aangelegenheden kan op uitnodiging of met toestemming van de voorzitter ook door anderen dan degenen die daartoe ingevolge artikel 12 gerechtigd zijn, aan het overleg worden deelgenomen.
|
||||
|
||||
**6.** De leden van de Regionale Commissie kunnen zich na overleg met de voorzitter ter vergadering voor de behandeling van een bepaald onderwerp door deskundigen laten bijstaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De verenigingen van ambtenaren die vertegenwoordigd zijn in de Regionale Commissie stellen de korpsbeheerder jaarlijks in kennis van het ledental in het betreffende regionaal politiekorps. De verenigingen van ambtenaren die niet tevens in de Commissie zijn vertegenwoordigd, doen aan de korpsbeheerders bovendien mededeling van hun statuten en huishoudelijke reglementen en van de daarin aangebrachte wijzigingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De in artikel 13, eerste lid, bedoelde aangelegenheden worden door de voorzitter op de agenda van het overleg met de Regionale Commissie geplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** Elke tot de Regionale Commissie toegelaten vereniging van ambtenaren is bevoegd aan de voorzitter van het overleg met de Regionale Commissie bepaalde tot de competentie van de Regionale Commissie behorende onderwerpen ter plaatsing op de agenda op te geven.
|
||||
|
||||
**3.** Indien bij de behandeling van een aangelegenheid in het overleg met de Regionale Commissie blijkt dat zij niet uitsluitend het betrokken regionaal politiekorps regardeert, wordt zij verwezen naar het overleg met de Commissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het overleg wordt gevoerd op plaats, dag en uur door de voorzitter te bepalen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de vertegenwoordigers van ten minste twee tot het overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren de voorzitter, onder vermelding van hetgeen zij behandeld wensen te zien, verzoeken daartoe een vergadering uit te schrijven, vindt deze binnen 14 dagen plaats.
|
||||
|
||||
**3.** De korpsbeheerder verleent zijn bemiddeling om aan de Regionale Commissie een lokaliteit ter beschikking te stellen, indien de Commissie daartoe een verzoek doet, ten behoeve van een door haar te houden vergadering.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Indien het wenselijk blijkt voorbereidende besprekingen te voeren of in de Regionale Commissie genomen besluiten uit te werken, geschiedt dit door werkgroepen, bestaande uit vertegenwoordigers van de Regionale Commissie en door de korpsbeheerder daartoe aangewezen functionarissen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 14, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het standpunt van de Regionale Commissie wordt bepaald bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Elke vereniging van ambtenaren brengt één stem uit. Indien de stemmen binnen de Regionale Commissie staken, beslist de voorzitter van het overleg met die Regionale Commissie of het voorstel ten uitvoer worden gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Het standpunt van de Regionale Commissie over in het overleg besproken aangelegenheden wordt schriftelijk aan de korpsbeheerder en aan de voorzitter van het overleg, bedoeld in artikel 2, eerste lid, meegedeeld. De Regionale Commissie geeft desverlangd een samenvatting van de aan het standpunt ten grondslag liggende argumenten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien in de Regionale Commissie een minderheidsstandpunt blijkt te bestaan, wordt daarvan desverlangd in de in het tweede lid bedoelde geschriften melding gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien over een aangelegenheid wordt beslist in afwijking van het standpunt van de meerderheid van de leden van de Regionale Commissie, worden de redenen van die afwijking zo spoedig mogelijk ter kennis van de Regionale Commissie gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Van het in de vergaderingen van het overleg en de werkgroepen behandelde maakt de secretaris notulen. Bovendien kan op verzoek van de leden van de Regionale Commissie of van de voorzitter van het overleg een verslag worden opgemaakt bevattende een beknopte samenvatting van het behandelde in het overleg met de Regionale Commissie, voor zover dat voor openbaarmaking geschikt kan worden geacht.
|
||||
|
||||
**2.** Na overleg met de Regionale Commissie dan wel de door deze in de betrokken werkgroep aangewezen leden, kan de voorzitter ten aanzien van het in vorenbedoelde vergaderingen behandelde geheimhouding opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De plicht tot geheimhouding geldt niet voor zover de leden van de Regionale Commissie dan wel de door haar in de betrokken werkgroep aangewezen leden in bespreking treden met de door hen vertegenwoordigde verenigingen of de Centrales waarbij hun verenigingen zijn aangesloten.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Het overleg met de Commissie Korps landelijke politiediensten
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Er is een Commissie Korps landelijke politiediensten.
|
||||
|
||||
**2.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die uitsluitend het Korps landelijke politiediensten betreffen en bovendien niet ontleend zijn aan noch vergelijkbaar zijn met een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister overleg is gepleegd met de Commissie Korps landelijke politiediensten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het tweede lid blijft buiten toepassing:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot bij of krachtens de wet gegeven regels over aangelegenheden waarover overleg is gepleegd met de Commissie indien die regels onverkort van toepassing zijn op de ambtenaar;
|
||||
b. indien Onze Minister overleg met de Commissie wenselijk acht of de voorzitter van het overleg met de Commissie Korps landelijke politiediensten dan wel één van de leden van de Commissie Korps landelijke politiediensten aan Onze Minister kenbaar maakt dat overleg te wensen.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het derde lid, onder *b*, bedoelde overleg met de Commissie vindt eerst plaats nadat zij het standpunt van de Commissie Korps landelijke politiediensten terzake in afschrift heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**5.** Een voorstel strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren, die een uitwerking is van een voorstel waarover in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde overleg overeenstemming is bereikt, wordt slechts ten uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming bestaat met de Commissie Korps landelijke politiediensten.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het overleg met de Commissie Korps landelijke politiediensten vindt plaats overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 20, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
1e. regionaal politiekorps: het Korps landelijke politiediensten;
|
||||
2e. Regionale Commissie: de Commissie Korps landelijke politiediensten;
|
||||
3e. korpsbeheerder: Onze Minister;
|
||||
b. Onze Minister de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het overleg met de Commissie Korps landelijke politiediensten aanwijst.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Het overleg met de Commissie bijzondere ambtenaren van politie
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Er is een Commissie bijzondere ambtenaren van politie.
|
||||
|
||||
**2.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die uitsluitend de bijzondere ambtenaren van politie betreffen en bovendien niet ontleend zijn aan noch vergelijkbaar zijn met een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister van Justitie overleg is gepleegd met de Commissie bijzondere ambtenaren van politie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het tweede lid blijft buiten toepassing:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot bij of krachtens de wet gegeven regels over aangelegenheden waarover overleg is gepleegd met de Commissie indien die regels onverkort van toepassing zijn op de ambtenaar;
|
||||
b. indien Onze Minister overleg met de Commissie wenselijk acht of de voorzitter van het overleg met de Commissie bijzondere ambtenaren van politie dan wel één van de leden van de Commissie bijzondere ambtenaren van politie aan Onze Minister kenbaar maakt dat overleg te wensen.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het derde lid, onder *b*, bedoelde overleg met de Commissie vindt eerst plaats nadat zij het standpunt van de Commissie bijzondere ambtenaren van politie terzake in afschrift heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**5.** Een voorstel strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren, die een uitwerking is van een voorstel waarover in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde overleg overeenstemming is bereikt, wordt slechts ten uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming bestaat met de Commissie bijzondere ambtenaren van politie.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het overleg met de Commissie bijzondere ambtenaren van politie vindt plaats overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 20, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
1e. regionaal politiekorps: het organisatie-onderdeel waarin de bijzondere ambtenaren van politie werkzaam zijn;
|
||||
2e. Regionale Commissie: de Commissie bijzondere ambtenaren van politie;
|
||||
3e. korpsbeheerder: Onze Minister van Justitie;
|
||||
b. Onze Minister van Justitie de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het overleg met de Commissie bijzondere ambtenaren van politie aanwijst.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4A. Het overleg met de commissie LSOP
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Er is een Commissie LSOP.
|
||||
|
||||
### Artikel 22ab
|
||||
**2.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die uitsluitend de ambtenaren van het LSOP betreffen en bovendien niet ontleend zijn aan noch vergelijkbaar zijn met een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens de bestuursraad van het LSOP overleg is gepleegd met de Commissie LSOP.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
### Artikel 22ac
|
||||
Het tweede lid blijft buiten toepassing:
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
a. met betrekking tot bij of krachtens de wet gegeven regels over aangelegenheden waarover overleg is gepleegd met de Commissie indien die regels onverkort van toepassing zijn op de ambtenaar;
|
||||
b. indien Onze Minister overleg met de Commissie wenselijk acht of de voorzitter van het overleg met de Commissie LSOP dan wel één van de leden van de Commissie LSOP aan Onze Minister kenbaar maakt dat overleg te wensen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22ad
|
||||
**4.** Het in het derde lid, onder *b*, bedoelde overleg met de Commissie vindt eerst plaats nadat zij het standpunt van de Commissie LSOP terzake in afschrift heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**5.** Een voorstel strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren, die een uitwerking is van een voorstel waarover in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde overleg overeenstemming is bereikt, wordt slechts ten uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming bestaat met de Commissie LSOP.
|
||||
|
||||
### Artikel 22ae
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Het overleg met de Commissie LSOP vindt plaats overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 20, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
### Artikel 22af
|
||||
a. voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
1e. regionaal politiekorps: het LSOP;
|
||||
2e. Regionale Commissie: de Commissie LSOP;
|
||||
3e. korpsbeheerder: de bestuursraad van het LSOP;
|
||||
b. de bestuursraad van het LSOP de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het overleg met de Commissie LSOP aanwijst.
|
||||
|
||||
### Artikel 22ag
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22ah
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22ai
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22aj
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 4B. Het overleg met de Commissie voorziening tot samenwerking
|
||||
### Afdeling 4B. Het overleg met de Commissie ITO
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Er is een Commissie ITO.
|
||||
|
||||
**2.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die uitsluitend de ambtenaren van ITO betreffen en bovendien niet ontleend zijn aan noch vergelijkbaar zijn met een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister overleg is gepleegd met de Commissie ITO.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het tweede lid blijft buiten toepassing:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot bij of krachtens de wet gegeven regels over aangelegenheden waarover overleg is gepleegd met de Commissie indien die regels onverkort van toepassing zijn op de ambtenaar;
|
||||
b. indien Onze Minister overleg met de Commissie wenselijk acht of de voorzitter van het overleg met de Commissie ITO dan wel één van de leden van de Commissie ITO aan Onze Minister kenbaar maakt dat overleg te wensen.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het derde lid, onder b, bedoelde overleg met de Commissie vindt eerst plaats nadat zij het standpunt van de Commissie ITO terzake in afschrift heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**5.** Een voorstel strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren, die een uitwerking is van een voorstel waarover in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde overleg overeenstemming is bereikt, wordt slechts ten uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming bestaat met de Commissie ITO.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het overleg met de Commissie ITO vindt plaats overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 20, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
1e. regionaal politiekorps: ITO;
|
||||
2e. Regionale Commissie: de Commissie ITO;
|
||||
3e. korpsbeheerder: Onze Minister;
|
||||
b. Onze Minister de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het overleg met de Commissie ITO aanwijst.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Advies en arbitrage
|
||||
|
||||
|
|
@ -284,11 +376,21 @@ Vervallen
|
|||
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. deelnemers aan het overleg: de voorzitter en de tot de Commissie toegelaten verenigingen van ambtenaren;
|
||||
b. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, bedoeld in artikel 28.
|
||||
b. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, bedoeld in artikel 110*g* van het ARAR.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Deze afdeling is van toepassing op geschillen in aangelegenheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover zij voortvloeien uit het overleg CGOP.
|
||||
**1.** Deze afdeling is van toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 13, eerste lid, met dien verstande dat onder Commissie wordt verstaan: de Regionale Commissie.
|
||||
|
||||
**3.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 21, tweede lid, met dien verstande dat onder Commissie wordt verstaan: de Commissie Korps landelijke politiediensten.
|
||||
|
||||
**4.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 22, tweede lid, met dien verstande dat onder Commissie wordt verstaan: de Commissie bijzondere ambtenaren van politie.
|
||||
|
||||
**5.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 22*a*, met dien verstande dat onder de Commissie wordt verstaan: de Commissie LSOP.
|
||||
|
||||
**6.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 22b, met dien verstande dat onder de Commissie wordt verstaan: de Commissie ITO.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
@ -317,44 +419,28 @@ b. de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent onderwerp en inhou
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Er is een Advies- en Arbitragecommissie politieambtenaren, die tot taak heeft te adviseren dan wel een bindende uitspraak te doen in de geschillen die haar ingevolge de artikelen 25 tot en met 27 worden voorgelegd.
|
||||
**1.** Met betrekking tot de samenstelling van de Advies- en Arbitragecommissie is artikel 110*h*, eerste lid, van het ARAR, van toepassing met dien verstande dat deze commissie voor de behandeling van een geschil, bedoeld in artikel 26, tweede lid, wordt uitgebreid met twee bijzondere leden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De bijzondere leden, bedoeld in het eerste lid, worden door Onze Minister benoemd voor een tijdvak van zes jaren.
|
||||
|
||||
De Advies- en Arbitragecommissie politieambtenaren is gevestigd te ’s-Gravenhage. Zij bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter en vijf plaatsvervangende leden. Zij worden bij koninklijk besluit benoemd voor een tijdvak van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. De voorzitter en diens plaatsvervanger worden op gezamenlijke voordracht van Onze Minister en tot het overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren. Van de andere vier leden en hun plaatsvervangers worden benoemd:
|
||||
**3.** Van de bijzondere leden, bedoeld in het eerste lid, wordt een lid benoemd op voordracht van de voorzitter van het overleg met de Commissie en een lid op voordracht van de tot dat overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren.
|
||||
|
||||
a. twee leden en hun plaatsvervangers op voordracht van Onze Minister; alsmede
|
||||
b. twee leden en hun plaatsvervangers op voordracht van tot het overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**3.** Daarnaast bestaat deze commissie uit twee bijzondere leden en twee plaatsvervangende bijzondere leden. Zij worden door Onze Minister benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Van de bijzondere leden en de plaatsvervangende bijzondere leden, wordt een lid benoemd op voordracht van de voorzitter van het overleg met de Commissie en een lid op voordracht van de tot dat overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren.
|
||||
Niet benoembaar tot bijzonder lid zijn:
|
||||
|
||||
**4.** Met betrekking tot de samenstelling van de commissie geldt dat in geval van advies de commissie optreedt in een samenstelling van drie leden, onder wie de voorzitter, een van de twee leden bedoeld in het tweede lid, onder a en een van de twee leden bedoeld in het tweede lid onder b, en de twee bijzondere leden bedoeld in het derde lid. De overige twee leden treden te zamen met de voorzitter en de bijzondere leden op in geval van arbitrage. Bij verhindering van een der leden treedt diens plaatsvervanger op.
|
||||
a. personen die ingevolge artikel 110*g*, vierde lid, van het ARAR zijn uitgesloten van het lidmaatschap of van het plaatsvervangend lidmaatschap;
|
||||
b. personen die lid of plaatsvervangend lid zijn van de Commissie, van een Regionale Commissie, de Commissie Korps landelijke politiediensten, de Commissie bijzondere ambtenaren van politie, de Commissie LSOP of de Commissie ITO dan wel van wie dit lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap nog niet langer dan twee jaar is beëindigd.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**5.** Overeenkomstig de aan de leden en de plaatsvervangende leden te verlenen vergoedingen worden aan de bijzondere leden uit 's Rijks kas vergoedingen voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen welke voor de vergoeding voor reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijks dienst gelden.
|
||||
|
||||
Niet benoembaar tot lid zijn:
|
||||
|
||||
a. personen die als vertegenwoordiger van een van de centrales genoemd in onderdeel b zijn toegelaten tot een overleg met de Staat als overheidswerkgever inzake aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers bij het Rijk;
|
||||
b. personen die bestuurslid zijn van, dan wel werkzaam zijn bij een centrale van verenigingen van ambtenaren, waaronder:
|
||||
|
||||
– de Algemene Centrale van Overheidspersoneel;
|
||||
– de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel;
|
||||
– het Ambtenarencentrum;
|
||||
– de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid en Onderwijs, Bedrijven en Instellingen; alsmede:
|
||||
– andere bij koninklijk besluit tot overleg met de Staat als overheidswerkgever toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren, welke onder meer gelet op het aantal ambtenaren, dat zij vertegenwoordigen, eveneens als representatief kunnen worden aangemerkt en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet.
|
||||
c. personen die werkzaam zijn bij de departementen van algemeen bestuur en de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven, wier onafhankelijkheid en onpartijdigheid op grond van hun dienstverband door de deelnemers aan het overleg onvoldoende wordt geacht.
|
||||
|
||||
Deze personen zijn eveneens uitgesloten van het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap gedurende de periode van twee jaar na beëindiging van het lidmaatschap, plaatsvervangend lidmaatschap of bestuurslidmaatschap onder a en b bedoeld, alsmede na beëindiging van de werkzaamheden bedoeld onder b en c.
|
||||
d. personen die lid of plaatsvervangend lid zijn van de Commissie dan wel van wie dit lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap nog niet langer dan twee jaar is beëindigd;
|
||||
e. personen van wie het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van de Commissie LSOP, zoals deze commissie bestond tot 1 januari 2017, nog niet langer dan twee jaar is beëindigd.
|
||||
|
||||
**6.** Aan de leden en bijzondere leden worden uit 's Rijks kas vergoedingen voor reis- en verblijfkosten verleend overeenkomstig de daarover gemaakte afspraken in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.
|
||||
**6.** Onze Minister benoemt tevens twee plaatsvervangende bijzondere leden. Het tweede lid tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het verzoek om arbitrage naar het oordeel van de voorzitter eenzelfde geschil betreft als waarover door de Advies- en Arbitragecommissie reeds advies is uitgebracht, treedt voor een lid die bij het uitbrengen van dat advies betrokken was, diens plaatsvervanger op.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
De Advies- en Arbitragecommissie politieambtenaren stelt nadere regels vast met betrekking tot haar werkwijze.
|
||||
Voor zover de samenstelling van de Advies- en Arbitragecommissie overeenkomstig artikel 28, eerste of tweede lid, daartoe aanleiding geeft stelt zij nadere regels vast met betrekking tot haar werkwijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -520,10 +606,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 63a
|
||||
|
||||
Dit besluit berust op de artikelen 47, eerste lid, en 81, eerste lid, van de Politiewet 2012.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
Het Besluit overleg en medezeggenschap politie en het Besluit overleg en medezeggenschap reorganisatie politiebestel worden ingetrokken.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue