2014-01-01 | BWBR0025036 | Mediabesluit 2008
This commit is contained in:
parent
b9ec418304
commit
e88e0f00dc
1 changed files with 29 additions and 43 deletions
|
|
@ -58,7 +58,7 @@ b. de voorgenomen experimenten in het komende kalenderjaar.
|
|||
|
||||
### Artikel 1d
|
||||
|
||||
**1.** De totale kosten voor de landelijke publieke mediadienst van experimenten in enig kalenderjaar bedragen niet meer dan 2 procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, onderdelen a tot en met f en h, van de wet.
|
||||
**1.** De totale kosten voor de landelijke publieke mediadienst van experimenten in enig kalenderjaar bedragen niet meer dan 2 procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** De NPO vermeldt in het verslag, bedoeld in artikel 2.58 van de wet, de uitgevoerde experimenten en de kosten per experiment in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -77,11 +77,11 @@ f. de nieuwsvoorziening ten behoeve van de jeugd;
|
|||
g. de nieuwsvoorziening ten behoeve van personen met een auditieve beperking; en
|
||||
h. aanbod van dienstverlenende aard, waaronder informatie ten behoeve van scheepvaart, verkeer, visserij, en land- en tuinbouw.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Media-aanbod Nederlandse Programma Stichting
|
||||
#### Paragraaf 3. Media-aanbod Stichting NTR
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
De NPS verzorgt in ieder geval het volgende media-aanbod:
|
||||
De NTR verzorgt in ieder geval het volgende media-aanbod:
|
||||
|
||||
a. achtergrondinformatie en beschouwingen over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, onder meer op het gebied van economie, wetenschap en techniek;
|
||||
b. aanbod ten behoeve van maatschappelijke doelgroepen die elders niet of niet voldoende tot hun recht komen;
|
||||
|
|
@ -94,7 +94,7 @@ f. consumentenvoorlichting.
|
|||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
In deze paragraaf worden onder evaluatie en evaluatiecommissie verstaan de evaluatie onderscheidenlijk de evaluatiecommissie, bedoeld in artikel 2.186, eerste lid, van de wet.
|
||||
In deze paragraaf worden onder evaluatie en evaluatiecommissie verstaan de evaluatie onderscheidenlijk de evaluatie, bedoeld in artikel 2.184 van de wet, en de evaluatiecommissie, bedoeld in artikel 2.185 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
|
|
@ -117,50 +117,46 @@ f. voor iedereen toegankelijk is.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij de evaluatie van een omroepvereniging die een erkenning als bedoeld in artikel 2.24 van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts:
|
||||
Bij de evaluatie van een afzonderlijke omroeporganisatie die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop de missie en de identiteit van de omroepvereniging zijn geformuleerd en uitgewerkt in doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik; en
|
||||
b. de mate waarin de omroepvereniging in onderdeel a bedoelde doelstellingen heeft gerealiseerd.
|
||||
a. de wijze waarop de missie en de identiteit van de omroeporganisatie zijn geformuleerd en uitgewerkt in doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik; en
|
||||
b. de mate waarin de omroeporganisatie in onderdeel a bedoelde doelstellingen heeft gerealiseerd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de evaluatie van een omroepvereniging die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts:
|
||||
Bij de evaluatie van een omroepvereniging die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts:
|
||||
|
||||
a. de criteria, bedoeld in het eerste lid; en
|
||||
b. de mate waarin deze instelling heeft voldaan aan de eis om zich naar stroming en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig te onderscheiden van de erkende omroepverenigingen dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst is vergroot en een vernieuwende bijdrage is geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijke niveau.
|
||||
b. de mate waarin deze instelling heeft voldaan aan de eis om zich naar stroming en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig te onderscheiden van de erkende omroeporganisaties dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst is vergroot en een vernieuwende bijdrage is geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de evaluatie van de educatieve media-instelling die een erkenning als bedoeld in artikel 2.28 van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop deze instelling heeft voorzien in een breed en samenhangend educatief media-aanbod op het gebied van onderwijs, scholing en vorming; en
|
||||
b. de mate waarin deze instelling eigen doelstellingen voor media-aanbod en publieksbereik heeft gerealiseerd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij de evaluatie van de NOS en de NPS betrekt de evaluatiecommissie voorts:
|
||||
Bij de evaluatie van de NOS en de NTR betrekt de evaluatiecommissie voorts:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop deze instellingen de taken, bedoeld in artikel 2.34a, eerste en tweede lid, van de wet onderscheidenlijk artikel 2.35, eerste lid, van de wet, en in het bijzonder de taken, bedoeld in artikel 2 onderscheidenlijk artikel 3, hebben uitgevoerd;
|
||||
b. de mate waarin deze instellingen eigen doelstellingen voor media-aanbod en publieksbereik hebben gerealiseerd; en
|
||||
c. de wijze waarop deze instellingen zorg dragen voor interne pluriformiteit van hun media-aanbod als bedoeld in artikel 2.34e van de wet onderscheidenlijk artikel 2.37a van de wet.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij de evaluatie van een kerkgenootschap of een genootschap op geestelijke grondslag als bedoeld in artikel 2.42 van de wet betrekt de evaluatiecommissie voorts:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop de kerkelijke of geestelijke identiteit van deze instelling is geformuleerd en uitgewerkt in doelstellingen van media-aanbod en publieksbereik; en
|
||||
b. de mate waarin deze instelling de in onderdeel a bedoelde doelstellingen heeft gerealiseerd.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Regionale en lokale publieke mediadiensten
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Media-aanbod
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het programma-aanbod van de regionale en de lokale publieke mediadienst bedoeld in artikel 2.70, aanhef en onderdeel b, van de wet, bestaat voor ten minste vijftig procent uit aanbod dat door de mediainstelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd.
|
||||
**1.** Het programma-aanbod van de regionale en de lokale publieke mediadienst bedoeld in artikel 2.70, aanhef en onderdeel b, van de wet, bestaat voor ten minste vijftig procent uit aanbod dat door de media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd.
|
||||
|
||||
**2.** Als artikel 2.71, derde lid, van de wet op een lokale publieke media-instelling van toepassing is, zijn de gedeelten, bedoeld in artikel 2.71, vierde lid, onderdelen a en b, van de wet, ten minste de helft.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Verdeling budget voor regionale publieke omroep; voorschriften over de aanvraag om bekostiging
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
Het totaalbudget, bedoeld in artikel 2.170, eerste lid, van de wet, wordt zodanig over de regionale omroepen verdeeld dat aan de hieronder genoemde regionale omroepen een bijdrage in de kosten wordt verstrekt waarvan de hoogte maximaal het achter de desbetreffende omroep vermelde percentage van het totaalbudget bedraagt:
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de inhoud, de inrichting en het tijdstip van indiening van een aanvraag voor een bijdrage als bedoeld in artikel 2.170, tweede lid, van de wet en over de inhoud en inrichting van de begroting van een regionale publieke media-instelling.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Reclame en telewinkelen
|
||||
|
|
@ -272,39 +268,29 @@ Het percentage, bedoeld in artikel 2.116, eerste lid, van de wet is 16,5.
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** In dit artikel wordt onder «themakanaal» verstaan een televisieprogrammakanaal, niet zijnde een algemeen televisieprogrammakanaal.
|
||||
|
||||
Het totale televisieprogramma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties is voor ten minste de volgende percentages voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking:
|
||||
**2.** Het totale televisieprogramma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties, is op de algemene televisieprogrammakanalen en op de themakanalen voor ten minste 95% onderscheidenlijk voor ten minste 50% voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking.
|
||||
|
||||
a. ten minste 85 procent met ingang van 1 januari 2009;
|
||||
b. ten minste 90 procent met ingang van 1 januari 2010;
|
||||
c. ten minste 95 procent met ingang van 1 januari 2011.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel worden reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel worden reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Nevenactiviteiten
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Inkomsten uit programmabladen van een omroepvereniging kunnen jaarlijks tot ten hoogste het bedrag dat nodig is om een eventueel verlies van de desbetreffende omroepvereniging te dekken, worden besteed aan verenigingsactiviteiten. Bij de bepaling van het resultaat blijven veranderingen in de waarde van materiële vaste activa als gevolg van herwaarderingen buiten beschouwing. De gebruikelijke jaarlijkse afschrijvingen van de materiële vaste activa worden niet als herwaarderingen aangemerkt.
|
||||
Inkomsten uit programmabladen van een omroeporganisatie kunnen jaarlijks tot ten hoogste het bedrag dat nodig is om een eventueel verlies van de desbetreffende omroeporganisatie te dekken, worden besteed aan verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.136 van de wet. Bij de bepaling van het resultaat blijven veranderingen in de waarde van materiële vaste activa als gevolg van herwaarderingen buiten beschouwing. De gebruikelijke jaarlijkse afschrijvingen van de materiële vaste activa worden niet als herwaarderingen aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Bekostiging publieke mediadiensten
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
Omroepverenigingen die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 van de wet hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten tot een bedrag van € 750.000 reserveren voor verenigingsactiviteiten.
|
||||
Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23 van de wet hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.136 van de wet tot een bedrag van € 750.000 reserveren voor die verenigingsactiviteiten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Commerciële omroep
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het totale programma-aanbod op een televisieprogrammakanaal van een commerciële media-instelling met een bereik van ten minste 75 procent van alle huishoudens in Nederland dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties, is voor ten minste de volgende percentages voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking:
|
||||
|
||||
a. ten minste 25 procent met ingang van 1 januari 2009;
|
||||
b. ten minste 35 procent met ingang van 1 januari 2010;
|
||||
c. ten minste 50 procent met ingang van 1 januari 2011.
|
||||
**1.** Het totale programma-aanbod op een televisieprogrammakanaal van een commerciële media-instelling met een bereik van ten minste 75 procent van alle huishoudens in Nederland dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties, is voor ten minste 50% voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel worden reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -368,7 +354,7 @@ b. een natuurlijk persoon of groep van natuurlijke personen direct of indirect e
|
|||
|
||||
**2.** De toestemming wordt verleend aan de bevoegde militaire autoriteiten van een bij de Noord-atlantische verdragsorganisatie (Navo) aangesloten land waarvan strijdkrachten in Nederland zijn gelegerd, voor het gebruik door instellingen of personen van de buitenlandse strijdkrachten die daartoe door hen worden aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van het gebruik van de toestemming zijn de artikelen 2.89, 2.90, 2.106 tot en met 2.109, 2.114, 2.124, 2.141, eerste lid, 2.142, 4.1 tot en met 4.6, 7.11, 7.18 en 7.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Ten aanzien van het gebruik van de toestemming zijn de artikelen 2.89, 2.90, 2.106 tot en met 2.109, 2.114 voor zover het betreft de artikelen 2.107 en 2.108, 2.124, 2.141, eerste lid, 2.142, 4.1 tot en met 4.6, 7.11, 7.18 en 7.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -442,7 +428,7 @@ De eerste benoeming van de leden van de raad van toezicht van de NOS op grond va
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Het Mediabesluit wordt ingetrokken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue