2007-01-01 | BWBR0011470 | Wet personenvervoer 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent b116e9735c
commit e8ca893dc7

View file

@ -51,7 +51,7 @@ c. openbaar vervoer langs geleidesystemen.
### Artikel 3
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten behoeve van experimenten met openbaar vervoer voor een periode van ten hoogste zes jaar. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 19, 20, 24, 30, 51, 52, en 61, en 64 tot en met 67.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten behoeve van experimenten met openbaar vervoer voor een periode van ten hoogste zes jaar. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 19, 20, 24, 30, 51, 52, en 61.
**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur waarbij wordt afgeweken van deze wet wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp daarvoor aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
@ -238,8 +238,6 @@ Gegevens of inlichtingen omtrent een onderneming, die in verband met enige werkz
**3.** In afwijking van het eerste lid is het bestuur, bedoeld in het tweede lid, bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor regionaal openbaar vervoer per trein voor de bij algemene maatregel van bestuur dan wel in overeenstemming met het betrokken bestuur bij besluit van Onze Minister aangewezen vervoersdiensten die de daarbij aangeven stations verbinden.
**4.** In afwijking van het tweede lid zijn burgemeester en wethouders van een gemeente als bedoeld in artikel 120 bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer, anders dan openbaar vervoer per trein, ten behoeve van die gemeente.
### Artikel 21
Gedeputeerde staten dragen zorg voor de coördinatie en afstemming van het openbaar vervoer in de provincie, met uitzondering van de plusregios, bedoeld in artikel 20.
@ -259,17 +257,17 @@ b. voor wie een vertegenwoordiger of adviseur werkzaam is die betrokken is bij h
**2.** Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester en de commissaris van de Koning.
**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64 bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan.
**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan.
**4.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van het verlenen van concessies voor openbaar vervoer per trein op grond van artikel 20, eerste lid.
### Artikel 24
**1.** De concessieverlener verleent een concessie voor een in de concessie vastgesteld tijdvak van ten hoogste acht jaar.
**1.** De concessieverlener verleent een concessie voor een in de concessie vastgestelde duur van ten hoogste acht jaar.
**2.**
Onze Minister kan op aanvraag van een concessieverlener ontheffing verlenen van de maximale termijn van acht jaar, bedoeld in het eerste lid, indien:
Onze Minister kan op aanvraag van een concessieverlener ontheffing verlenen van de maximale duur van acht jaar, bedoeld in het eerste lid, indien:
a. de concessie gepaard gaat met noodzakelijke en aanzienlijke investeringen door de concessiehouder in onlosmakelijk met de concessie samenhangende infrastructuur;
b. een concessie voor openbaar vervoer per metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig gepaard gaat met aanzienlijke investeringen door de concessiehouder in voor de uitvoering van de concessie noodzakelijk materieel;
@ -277,7 +275,7 @@ c. de concessie zowel openbaar vervoer per trein als ander openbaar vervoer omva
**3.** Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
**4.** Het eerste tot en met derde lid geldt niet ten aanzien van concessies voor openbaar vervoer per trein. Een concessie voor openbaar vervoer per trein vervalt op een in de concessie te bepalen tijdstip. Dit tijdstip wordt zodanig vastgesteld dat daarmee naar het oordeel van de concessieverlener evenwicht bestaat tussen de op het stimuleren van de kwaliteit van het openbaar vervoer gerichte duur van de concessie en de stabiliteit en continuïteit van het openbaar vervoer.
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid vervalt een concessie voor openbaar vervoer per trein op een in de concessie te bepalen tijdstip. Dit tijdstip wordt zodanig vastgesteld dat daarmee naar het oordeel van de concessieverlener evenwicht bestaat tussen de op het stimuleren van de kwaliteit van het openbaar vervoer gerichte duur van de concessie en de stabiliteit en continuïteit van het openbaar vervoer.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de duur van concessies voor openbaar vervoer per trein.
@ -291,11 +289,11 @@ c. de concessie zowel openbaar vervoer per trein als ander openbaar vervoer omva
**3.** In afwijking van het eerste lid bevat een concessie voor openbaar vervoer per trein, in plaats van een omschrijving van het gebied waarvoor de concessie is verleend, een omschrijving van de stations waartussen het openbaar vervoer wordt afgewikkeld.
**4.** Bij de concessieovereenkomst en de daarbij behorende financiële afspraken wordt rekening gehouden met de voor de concessiehouder geldende gebruiksvergoeding, bedoeld in artikel 62 van de Spoorwegwet.
**4.** Bij de concessie en de daarbij behorende financiële afspraken wordt rekening gehouden met de voor de concessiehouder geldende gebruiksvergoeding, bedoeld in artikel 62 van de Spoorwegwet.
### Artikel 26
**1.** Voordat een concessie wordt verleend of gewijzigd, pleegt de concessieverlener, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid, overleg met de concessieverleners die bevoegd zijn tot het verlenen van concessies in aangrenzende gebieden. Het overleg voorziet in ieder geval in afspraken inzake de afstemming van het openbaar vervoer tussen aangrenzende concessiegebieden.
**1.** Voordat een concessie wordt verleend of gewijzigd, pleegt de concessieverlener, bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, overleg met de concessieverleners die bevoegd zijn tot het verlenen van concessies in aangrenzende gebieden. Het overleg voorziet in ieder geval in afspraken inzake de afstemming van het openbaar vervoer tussen aangrenzende concessiegebieden.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een concessie als bedoeld in artikel 25, tweede lid.
@ -315,7 +313,7 @@ c. de concessie zowel openbaar vervoer per trein als ander openbaar vervoer omva
### Artikel 27a
**1.** Voordat een concessie voor spoorvervoer per trein over de hoofdspoorweginfrastructuur wordt verleend, vraagt Onze Minister advies aan de betrokken beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet.
**1.** Voordat een concessie voor openbaar vervoer per trein over de hoofdspoorweginfrastructuur wordt verleend, vraagt Onze Minister advies aan de betrokken beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet.
**2.** Artikel 27, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -349,7 +347,7 @@ Een besluit tot verlening of wijziging van een concessie zonder dat daartoe een
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de erkenning van een of meer instellingen die elektronische nationale vervoerbewijzen uitgeven, exploiteren of beheren, alsmede over de voorschriften waaraan dergelijke instellingen moeten voldoen.
**4.** De houder van een concessie, verleend door een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede of vierde lid, is verplicht reizigers te vervoeren die daartoe beschikken over een voor het concessiegebied geldig nationaal vervoerbewijs tegen het daarbij behorende tarief.
**4.** De houder van een concessie, verleend door een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede lid, is verplicht reizigers te vervoeren die daartoe beschikken over een voor het concessiegebied geldig nationaal vervoerbewijs tegen het daarbij behorende tarief.
### Artikel 31
@ -444,12 +442,12 @@ b. een indirect ten behoeve van de verrichting van het openbaar vervoer waarvoor
**1.**
Indien de voormalige concessiehouder geen vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel a:
Indien de voormalige concessiehouder geen vervoerder is als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid:
a. zijn op de overgang van een concessie de artikelen 14a, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing en
b. gaan door de overgang van de concessie de rechten en verplichtingen welke op het tijdstip van overgang van concessie voor de voormalige concessiehouder ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, voortvloeien uit bedrijfsregelingen, van rechtswege over op de nieuwe concessiehouder.
**2.** Indien de voormalige concessiehouder een vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel a, handhaaft de nieuwe concessiehouder na de overgang van een concessie ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, een samenstel van rechten en verplichtingen gelijkwaardig aan die welke voor het tijdstip van de overgang voor de voormalige concessiehouder uit de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke arbeidsverhouding tussen de voormalige concessiehouder en die persoon voortvloeiden, voor zover deze rechten en verplichtingen voortvloeiden uit collectieve regelingen inzake arbeidsvoorwaarden.
**2.** Indien de voormalige concessiehouder een vervoerder is als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid, handhaaft de nieuwe concessiehouder na de overgang van een concessie ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, een samenstel van rechten en verplichtingen gelijkwaardig aan die welke voor het tijdstip van de overgang voor de voormalige concessiehouder uit de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke arbeidsverhouding tussen de voormalige concessiehouder en die persoon voortvloeiden, voor zover deze rechten en verplichtingen voortvloeiden uit collectieve regelingen inzake arbeidsvoorwaarden.
**3.** Op het eindigen van de rechten en verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 14a, tweede en vierde lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2a, tweede en derde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing.
@ -469,7 +467,7 @@ Binnen een maand na het besluit tot verlening van een concessie treden de voorma
### Artikel 41
**1.** Een concessiehouder kan een concessie, die is verleend door een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede en vierde lid, geheel of gedeeltelijk overdragen aan een andere vervoerder, indien deze voldoet aan de eisen, die bij of krachtens deze wet aan de concessiehouder zijn gesteld.
**1.** Een concessiehouder kan een concessie, die is verleend door een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede lid, geheel of gedeeltelijk overdragen aan een andere vervoerder, indien deze voldoet aan de eisen, die bij of krachtens deze wet aan de concessiehouder zijn gesteld.
**2.** De andere vervoerder, bedoeld in het eerste lid, is jegens de concessieverlener verplicht tot naleving van de ingevolge deze wet op de concessiehouder rustende verplichtingen.
@ -483,7 +481,7 @@ Binnen een maand na het besluit tot verlening van een concessie treden de voorma
### Artikel 42
Onverminderd de artikelen 61, vijfde lid, en 66 vervalt een concessie van rechtswege:
Onverminderd artikel 61, vijfde lid vervalt een concessie van rechtswege:
a. op het moment dat de vergunning van de concessiehouder van rechtswege is vervallen;
b. zodra een besluit tot intrekking van de vergunning van de concessiehouder onherroepelijk is geworden;
@ -581,7 +579,7 @@ Het tijdvak waarvoor een concessie is verleend kan eenmaal door de concessieverl
### Artikel 48
Van deelname aan een aanbesteding van een concessie is uitgesloten een instelling, dienst of bedrijf, waarover het openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20, tweede tot en met vierde lid, bevoegd is tot verlening van de concessie, op grond van feitelijke of juridische omstandigheden een beslissende invloed uit kan oefenen op de activiteiten van die vervoerder.
Van deelname aan een aanbesteding van een concessie is uitgesloten een instelling, dienst of bedrijf, waarover het openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, bevoegd is tot verlening van de concessie, op grond van feitelijke of juridische omstandigheden een beslissende invloed uit kan oefenen op de activiteiten van die vervoerder.
### Artikel 49
@ -664,89 +662,22 @@ b. onverminderd artikel 3, eerste lid, de concessie betrekking heeft op openbaar
### Artikel 62
Een concessie, anders dan een concessie voor openbaar vervoer per trein, die is verleend zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, vervalt een jaar nadat door Onze Minister toepassing is gegeven aan artikel 61, eerste lid, tenzij binnen dat jaar door de concessieverlener is voldaan aan artikel 61.
### Artikel 62*
**1.** Concessies als bedoeld in artikel 20, derde lid, worden slechts verleend nadat daartoe een aanbesteding is gehouden.
**2.** In bij of krachtens algemene maatregel van bestuur omschreven gevallen kan het eerste lid buiten toepassing worden gelaten.
### Artikel 63
Vervallen
**1.** Onze Minister kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit verzoeken een rapportage uit te brengen inzake de effecten voor de mededinging op de Nederlandse markt voor openbaar vervoer of een deel daarvan, van een op een aanvraag als bedoeld in artikel 61, tweede lid te nemen besluit.
### Paragraaf 5. De gemeentelijke vervoerbedrijven
**2.** De rapportage is niet eerder openbaar dan nadat Onze Minister een besluit over de aanvraag heeft genomen.
**3.** De rapportage wordt meegezonden met de beslissing op de aanvraag.
### Paragraaf 5. Bijzondere bepalingen inzake door Onze Minister te verlenen concessies
### Artikel 64
**1.** Paragraaf 4 van dit hoofdstuk is niet van toepassing op concessies die zijn verleend aan gemeentelijke vervoerbedrijven.
**2.**
Onder een gemeentelijk vervoerbedrijf wordt verstaan de vervoerder, voorzover die openbaar vervoer of daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten verricht,:
a. die een dienst of een bedrijf is van een gemeente,
b waarvan een gemeente meer dan de helft van de aandelen in het geplaatst kapitaal van het bedrijf bezit, onderscheidenlijk bezat op of na 1 januari 1996,
c waarvan een gemeente over meer dan de helft van het aantal stemmen verbonden aan de aandelen in het geplaatst kapitaal van het bedrijf beschikt, onderscheidenlijk beschikte op of na 1 januari 1996,
d waarvan een gemeente meer dan de helft van de leden van de raad van commissarissen of van de raad van bestuur van het bedrijf kan aanstellen, onderscheidenlijk kon aanstellen op of na 1 januari 1996, of
e ten aanzien waarvan een of meer vervoerders als bedoeld in de onderdelen a, b, c, of d, al dan niet gezamenlijk beschikken over de rechten, bedoeld in de onderdelen b, c of d.
**3.** Onder gemeentelijk vervoerbedrijf wordt tevens verstaan de rechtsopvolger van de in het tweede lid bedoelde vervoerder voorzover het betreft een concessie verleend aan deze rechtsopvolger voor het verrichten van openbaar vervoer dat op 1 januari 1999 door die vervoerder werd verricht.
### Artikel 65
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 66
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 67
**1.** Onze Minister kan op aanvraag een ontheffing verlenen van de verplichting tot aanbesteding van concessies als bedoeld in artikel 65, eerste lid, en artikel 66, tweede lid, voor zover het gaat om openbaar vervoer per tram of metro.
**2.** Een ontheffing wordt verleend voor een bepaalde tijd.
**3.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
**4.** De aanvraag gaat vergezeld van in ieder geval een ondernemingsplan en een plan tot aanbesteding van het openbaar vervoer dat wordt verricht door het gemeentelijk vervoerbedrijf.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de aan de plannen, bedoeld in het vijfde lid, te stellen eisen en over de procedure betreffende de indiening en behandeling van de aanvragen.
**6.** In afwijking van artikel 65, derde lid, of artikel 66, eerste lid, vervalt een concessie waarvoor een ontheffing is verleend na afloop van het tijdvak waarvoor die ontheffing is verleend.
### Artikel 68
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Paragraaf 6. Bepalingen inzake marktactiviteiten van gemeentelijke vervoerbedrijven en houders van langdurige concessies
### Artikel 69
**1.** Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64, tweede lid, verricht geen andere werkzaamheden dan openbaar vervoer, vervoer waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dit artikel van toepassing is verklaard, alsmede de werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van dat vervoer.
**2.** Een gemeentelijk vervoerbedrijf mag vervoerders als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel e, of andere vervoerders waarin een rechtspersoon die ten aanzien van het vervoerbedrijf beschikt over rechten als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c of d, over in de in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c, of d, bedoelde rechten beschikt en die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verrichten dan wel werkzaamheden verrichten die daarmee rechtstreeks samenhangen, niet bevoordelen boven anderen waarmee die vervoerders in concurrentie treden of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is.
**3.**
Als toekenning van voordelen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval aangemerkt:
a. het leveren van goederen of diensten tegen een vergoeding die lager is dan de redelijkerwijs daaraan toe te rekenen kosten;
b. het ter beschikking stellen van financiële middelen anders dan ten laste van het eigen vermogen dan wel ten laste van het eigen vermogen anders dan tegen een in het handelsverkeer gebruikelijke vergoeding;
c. het verstrekken van gegevens over individuele gebruikers van openbaar vervoer, tenzij deze onder gelijke voorwaarden ook ter beschikking worden gesteld aan derden die met de betrokken onderneming in concurrentie treden;
d. het toestaan van het gebruik van de naam en het beeldmerk van het openbaar vervoerbedrijf op een wijze waardoor verwarring bij het publiek is te duchten over de herkomst van goederen en diensten.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere vormen van toekenning van voordelen dan die, bedoeld in het derde lid, worden aangemerkt als vormen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is.
**5.** Het gemeentelijk vervoerbedrijf doet jaarlijks over het voorafgaande boekjaar een verklaring van een onafhankelijke deskundige opmaken, waaruit blijkt of de financiële verhouding tussen het gemeentelijk vervoerbedrijf en de in het tweede lid bedoelde vervoerders voldoet aan de in dat lid gestelde eisen. Deze verklaring ligt voor een ieder ter inzage op alle kantoren van het gemeentelijk vervoerbedrijf.
**6.** Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een gemeentelijk vervoerbedrijf zodra het openbaar vervoer, bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel a, voor ten minste een gedeelte dat naar omzet berekend ten minste twee derde beloopt, wordt verricht krachtens een concessie welke is verleend na een procedure van aanbesteding.
### Paragraaf 7. Bijzondere bepalingen inzake door Onze Minister te verlenen concessies
### Artikel 69a
**1.** Onze Minister is bevoegd een concessie als bedoeld in artikel 20, eerste lid, te verlenen zonder dat daartoe de procedure van de paragrafen 1 tot en met 3 van dit hoofdstuk wordt toegepast.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een concessie door Onze Minister wordt verleend, indien daartoe niet de procedure van de paragrafen 1 tot en met 3 van dit hoofdstuk wordt toegepast.
@ -761,7 +692,7 @@ c. de criteria voor het verlenen van een concessie.
**4.** Een concessie voor het hoofdrailnet wordt door Onze Minister niet eerder verleend, dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Artikel 69b
### Artikel 65
**1.** In deze paragraaf wordt verstaan onder het hoofdrailnet: de spoorvervoerdiensten die als zodanig bij koninklijk besluit zijn aangewezen.
@ -769,7 +700,7 @@ c. de criteria voor het verlenen van een concessie.
**3.** Een in het eerste lid bedoeld koninklijk besluit wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is overlegd.
### Artikel 69c
### Artikel 66
**1.** Dit artikel is van toepassing, indien Onze Minister voornemens is een concessie te verlenen voor het hoofdrailnet.
@ -789,7 +720,7 @@ e. of Onze Minister voornemens is artikel 69b, tweede lid, toe te passen.
**5.** Indien binnen 30 dagen na de voorlegging of binnen 14 dagen na de verstrekking van de inlichtingen, bedoeld in het vierde lid, de Kamer als haar oordeel uitspreekt dat de concessieverlening machtiging bij wet behoeft, wordt de concessie eerst verleend nadat die machtiging is verleend.
### Artikel 69d
### Artikel 67
**1.** Dit artikel is van toepassing op de verlening van de eerste concessie voor het hoofdrailnet na de inwerkingtreding van de Concessiewet personenvervoer per trein.
@ -797,6 +728,65 @@ e. of Onze Minister voornemens is artikel 69b, tweede lid, toe te passen.
**3.** Onze Minister kan van het tweede lid afwijken; alsdan wordt artikel 69c toegepast.
### Artikel 68
Door vernummering vervallen.
### Paragraaf 6. Bepalingen inzake marktactiviteiten van gemeentelijke vervoerbedrijven en houders van langdurige concessies
### Artikel 69
**1.**
Een vervoerder waarop de gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of Utrecht op basis van feitelijke of juridische omstandigheden beslissende invloed uitoefent, verricht geen andere werkzaamheden dan:
a. openbaar vervoer;
b. vervoer waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dit artikel van toepassing is verklaard; of,
c. werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van het in onderdeel a en b bedoelde vervoer.
**2.**
Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid mag:
a. vervoerders
1°. waarop het op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen, of,
2°. waarop een rechtspersoon op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen die tevens op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen op dit gemeentelijk vervoerbedrijf, die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verrichten dan wel werkzaamheden die daarmee rechtstreeks samenhangen, niet bevoordelen boven anderen waarmee die vervoerders in concurrentie treden of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is;
b. middelen die het aanwendt of verkrijgt voor het verrichten van metro- of tramvervoer, zo lang dit vervoer niet is aanbesteed, niet benutten voor het verrichten van busvervoer of de in de onderdelen b of c van het eerste lid bedoelde werkzaamheden voor zover het gemeentelijk vervoerbedrijf daarmee voordelen verkrijgt die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is.
**3.**
Als toekenning van voordelen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval aangemerkt:
a. het leveren van goederen of diensten tegen een vergoeding die lager is dan de redelijkerwijs daaraan toe te rekenen kosten;
b. het ter beschikking stellen van financiële middelen anders dan ten laste van het eigen vermogen dan wel ten laste van het eigen vermogen anders dan tegen een in het handelsverkeer gebruikelijke vergoeding;
c. het verstrekken van gegevens over individuele gebruikers van openbaar vervoer, tenzij deze onder gelijke voorwaarden ook ter beschikking worden gesteld aan derden die met de betrokken onderneming in concurrentie treden;
d. het toestaan van het gebruik van de naam en het beeldmerk van het openbaar vervoerbedrijf op een wijze waardoor verwarring bij het publiek is te duchten over de herkomst van goederen en diensten.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere vormen van toekenning van voordelen dan die, bedoeld in het derde lid, worden aangemerkt als vormen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is.
**5.**
Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid:
a. doet jaarlijks over het voorgaande boekjaar een verklaring van een onafhankelijke deskundige opmaken waaruit blijkt of de financiële verhouding tussen het vervoerbedrijf en de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde vervoerders, voldoet aan de in dat onderdeel gestelde eisen en of het voldoet aan het tweede lid, onderdeel b, gestelde eisen. Deze verklaring ligt voor een ieder ter inzage op alle kantoren van het gemeentelijk vervoerbedrijf;
b. houdt voorzover aan hem zowel een concessie voor het verrichten van busvervoer als een concessie voor het verrichten van metro- of tramvervoer is verleend en zolang één van deze concessies nog niet is aanbesteed, een zodanige administratie bij dat:
1°. de registratie van de lasten en baten van het busvervoer en het tram- of metrovervoer gescheiden zijn;
2°. alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend;
3°. de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd.
Een gemeentelijk vervoerbedrijf bewaart de in onderdeel b bedoelde gegevens gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben.
**6.** Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid zodra het openbaar vervoer, bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel a, voor ten minste een gedeelte dat naar omzet berekend ten minste twee derde beloopt, wordt verricht krachtens een concessie welke is verleend na een procedure van aanbesteding.
**7.**
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op:
a. een vervoerder die in de in het eerste lid genoemde gemeenten op grond van een aan hem verleende concessie openbaar vervoer verricht zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden;
b. een vervoerder waarop een gemeente voor 1 januari 2007 beslissende invloed heeft uitgeoefend en die openbaar vervoer verricht op grond van een concessie zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden.
## Hoofdstuk IV. Bepalingen voor de reiziger
### Artikel 70
@ -916,13 +906,13 @@ c. de administratie die de vervoerder dient te voeren ten behoeve van een doelma
### Artikel 87
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen en, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 19 en 30 tot en met 40, de bij besluit van de bestuursorganen, bedoeld in artikel 20, tweede tot en met vierde lid, aangewezen personen.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen en, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 19 en 30 tot en met 40, de bij besluit van de bestuursorganen, bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, aangewezen personen.
**2.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn voorts belast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren en de met betrekking tot deze wet krachtens artikel 17, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de economische delicten aangewezen ambtenaren.
**3.** Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 70 tot en met 74 bepaalde mede belast personen die daartoe door de vervoerder zijn aangewezen.
**4.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in artikel 69, eerste en vijfde lid, zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
**4.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid, zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
**5.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid of vierde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
@ -960,7 +950,7 @@ Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de
### Artikel 94
**1.** Ingeval van overtreding van artikel 69, eerste of vijfde lid, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de rechtspersoon aan wie het gemeentelijk vervoerbedrijf toebehoort dan wel de desbetreffende concessiehouder, een last onder dwangsom opleggen.
**1.** Ingeval van overtreding van artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de rechtspersoon aan wie het gemeentelijk vervoerbedrijf toebehoort dan wel de desbetreffende concessiehouder, een last onder dwangsom opleggen.
**2.** De in het eerste lid bedoelde last strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit.
@ -1006,9 +996,7 @@ c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde
**1.** Onverminderd artikel 43, eerste lid, kan een concessie worden ingetrokken, indien aan de concessiehouder ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet een sanctie is opgelegd. Artikel 43, tweede lid, is van toepassing.
**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**3.** De concessieverlener kan een ontheffing als bedoeld in artikel 29 intrekken, indien de vervoerder in strijd handelt met het bij of krachtens deze wet ten aanzien van de vervoerder bepaalde dan wel met de ontheffing of de aan de ontheffing verbonden beperkingen of voorschriften.
**2.** De concessieverlener kan een ontheffing als bedoeld in artikel 29 intrekken, indien de vervoerder in strijd handelt met het bij of krachtens deze wet ten aanzien van de vervoerder bepaalde dan wel met de ontheffing of de aan de ontheffing verbonden beperkingen of voorschriften.
### Artikel 101
@ -1076,9 +1064,9 @@ De voordracht voor een eerste vaststelling van een algemene maatregel van bestuu
**1.**
Tot het moment van inwerkingtreding van de artikelen 15 tot en met 18 en 51 tot en met 60 wordt van deelname aan aanbesteding van een concessie uitgesloten:
Tot het moment van inwerkingtreding van de artikelen 15 tot en met 18 en 51 tot en met 60 wordt van deelname aan aanbesteding van een concessie voor openbaar vervoer per bus respectievelijk per metro of tram uitgesloten:
a. een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64, alsmede een vervoerder waarvan een gemeentelijk vervoerbedrijf één of meer aandelen in het geplaatst kapitaal bezit, voor zolang het openbaar vervoer dat op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet door het vervoerbedrijf werd verricht, niet of niet in voldoende mate is aanbesteed;
a. een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid, alsmede een vervoerder waarvan een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 69, eerste lid, een of meer aandelen in het geplaatst kapitaal bezit, voor zolang het openbaar vervoer per bus respectievelijk per metro of tram, dat op de dag van inwerkingtreding van deze wet door het vervoerbedrijf werd verricht, niet of niet in voldoende mate is aanbesteed;
b. een vervoerder die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voorzover de wederkerigheid van de toegang tot de desbetreffende markt voor personenvervoer voor vervoerders die in Nederland zijn gevestigd niet gewaarborgd is;
c. een vervoerder die is gevestigd in een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover dit voortvloeit uit een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie dan wel uit een door of vanwege de regering gemaakte internationale afspraak.
@ -1153,7 +1141,7 @@ Vervallen
### Artikel 119
Indien een gemeentelijk vervoerbedrijf op de dag van inwerkingtreding van artikel 69 werkzaamheden verricht die op grond van artikel 69, eerste lid, niet zijn toegestaan, worden die werkzaamheden binnen twaalf maanden na dat tijdstip overgedragen aan een privaatrechtelijke rechtspersoon. Artikel 69, eerste lid, geldt in die periode niet ten aanzien van die werkzaamheden.
Vervallen
### Artikel 120
@ -1269,27 +1257,9 @@ Na de inwerkingtreding van artikel 127 berust de Regeling maximumtarief en beken
### Artikel 143
**1.** De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat de artikelen 65, 66 en 67 niet eerder in werking treden dan 1 januari 2005.
**1.** Indien naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn voor de inwerkingtreding van de artikelen 15 tot en met 18 en 51 tot en met 60, mede gelet op de naar zijn oordeel uit het in artikel 108, vierde lid, bedoelde onderzoek gebleken ontwikkelingen ter zake van de concurrentieverhoudingen op de Nederlandse markt voor openbaar vervoer en het met een of beide kamers der Staten-Generaal ter zake gevoerd overleg, wordt een ontwerp van een koninklijk besluit tot inwerkingtreding van die artikelen zo spoedig mogelijk aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
**2.** Indien naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn voor de inwerkingtreding van de artikelen 65, 66 en 67, mede gelet op de naar zijn oordeel uit het in artikel 108, tweede lid, bedoelde verslag gebleken doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van aanbesteding van concessies als bedoeld in deze wet en het met een of beide kamers der Staten-Generaal ter zake gevoerde overleg, wordt een ontwerp van een koninklijk besluit tot inwerkingtreding van die artikelen zo spoedig mogelijk aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
**3.**
Redenen als bedoeld in het tweede lid zijn in ieder geval aanwezig, indien naar het oordeel van Onze Minister aanbesteding van concessies als bedoeld in deze wet, heeft geleid tot:
a. toename van het aantal reizigerskilometers;
b. betere dienstverlening;
c. gelijkblijvende of lagere tarieven;
d. gelijkblijvende of lagere kosten voor de overheid;
e. verbetering van de veiligheid van het openbaar vervoer of van de arbeidsomstandigheden van de ten behoeve van het openbaar vervoer werkzame personen;
f. behoud van werkgelegenheid in het openbaar vervoer;
g. garanties voor bereikbaarheid en toegankelijkheid.
**4.** De artikelen 15 tot en met 18 en 51 tot en met 60 treden niet eerder in werking dan met ingang van 1 januari 2002.
**5.** Indien naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn voor de inwerkingtreding van de artikelen 15 tot en met 18 en 51 tot en met 60, mede gelet op de naar zijn oordeel uit het in artikel 108, vierde lid, bedoelde onderzoek gebleken ontwikkelingen ter zake van de concurrentieverhoudingen op de Nederlandse markt voor openbaar vervoer en het met een of beide kamers der Staten-Generaal ter zake gevoerd overleg, wordt een ontwerp van een koninklijk besluit tot inwerkingtreding van die artikelen zo spoedig mogelijk aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
**6.** De artikelen 36, tweede lid, tot en met 40 vervallen met ingang van 1 januari 2010.
**2.** De artikelen 36, tweede lid, tot en met 40 vervallen met ingang van 1 januari 2010.
### Artikel 144