2003-05-23 | BWBR0011222 | Uitvoeringsbesluit Remigratiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2003-05-23 12:00:00 +00:00
parent aa0fa76ad6
commit e8d467a04b

View file

@ -68,7 +68,7 @@ c. niet eerder, noch als remigrant noch als partner, basisvoorzieningen dan wel
Onverminderd de artikelen 2 en 3 dient de remigrant om voor de remigratievoorzieningen in aanmerking te komen:
a. indien hij Nederlander is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag van de remigratievoorzieningen in Nederland te hebben verbleven dan wel, indien hij vreemdeling is, gedurende tenminste drie jaren ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000 en voor het besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onder a, b, d, e, dan wel l, van deze wet, anders dan voor een verblijf voor een tijdelijk doel;
b. over een periode van tenminste 6 maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag van de remigratievoorzieningen, een uitkering te hebben ontvangen op grond van de Werkloosheidswet, de Algemene bijstandswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Algemene Ouderdomswet, dan wel een wachtgeld in de zin van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, of een soortgelijke uitkering van een overheidswerknemer op grond van ontslag of werkloosheid alsmede een wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden.
b. over een periode van tenminste 6 maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag van de remigratievoorzieningen, een uitkering te hebben ontvangen op grond van de Werkloosheidswet, de Algemene bijstandswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Algemene Ouderdomswet, dan wel een wachtgeld in de zin van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, of een soortgelijke uitkering van een overheidswerknemer op grond van ontslag of werkloosheid alsmede een wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden.
### Artikel 6