2009-08-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
dfb268bf79
commit
e8de82243f
1 changed files with 92 additions and 69 deletions
|
|
@ -962,7 +962,7 @@ Indien ter uitvoering van deze titel een ministeriële regeling als bedoeld in a
|
|||
|
||||
**1.** In afwijking van titel 5.1 gelden ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht uitsluitend deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
**2.** Deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen zijn niet van toepassing op een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder g, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.
|
||||
**2.** Deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen zijn niet van toepassing op plaatsen als gedefinieerd in artikel 2 van de Richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (PbEG L 393), op welke plaatsen bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op de arbeidsplaats van toepassing zijn en waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -980,13 +980,23 @@ In deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen met betrekkin
|
|||
|
||||
*autosnelweg*: autosnelweg als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
|
||||
*EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit*: richtlijn nr. 96/62/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296);
|
||||
*beoordelen van de luchtkwaliteit:* vaststellen van het kwaliteitsniveau en bepalen van de mate waarin een vastgesteld kwaliteitsniveau voldoet aan een grenswaarde, blootstellingsconcentratieverplichting, richtwaarde, plandrempel, alarmdrempel of informatiedrempel als bedoeld in bijlage 2;
|
||||
|
||||
*grenswaarde*: kwaliteitsniveau dat moet zijn bereikt en vervolgens moet worden instandgehouden;
|
||||
*blootstellingsconcentratieverplichting:* een op grond van de gemiddelde blootstellingsindex bepaald kwaliteitsniveau met het doel de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens te verminderen, waaraan binnen een bepaalde termijn moet worden voldaan;
|
||||
|
||||
*buitenlucht:* buitenlucht in de troposfeer;
|
||||
|
||||
*bijdragen van natuurlijke bronnen:* emissies van verontreinigende stoffen die niet direct of indirect zijn veroorzaakt door menselijke activiteiten, met inbegrip van natuurverschijnselen zoals vulkanische uitbarstingen, seismische activiteiten, geothermische activiteiten, bosbranden, stormen, zeezout als gevolg van verstuivend zeewater of de atmosferische opwerveling of verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge regio’s;
|
||||
|
||||
*EG-richtlijn luchtkwaliteit:* richtlijn nr. 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PbEG L 152);
|
||||
|
||||
*gemiddelde blootstellingsindex:* gemiddeld kwaliteitsniveau dat overeenkomstig de Regeling beoordeling luchtkwaliteit wordt bepaald op basis van stedelijke achtergrondlocaties verspreid over het gehele Nederlandse grondgebied en dat de blootstelling van de bevolking weergeeft;
|
||||
|
||||
*grenswaarde*: kwaliteitsniveau met als doel schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, wanneer het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden;
|
||||
|
||||
*informatiedrempel*: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het informeren van de bevolking noodzakelijk is, teneinde de risico’s voor de gezondheid van bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
|
||||
|
||||
*jaargemiddelde concentratie*: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties in een kalenderjaar, uitgedrukt in microgram per m^3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, lood en benzeen en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM_10);
|
||||
*jaargemiddelde concentratie*: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties in een kalenderjaar, uitgedrukt in microgram per m^3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, lood en benzeen en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM_10) en voor zwevende deeltjes (PM_2,5);
|
||||
|
||||
*kwaliteitsniveau*: concentratie in de buitenlucht of de depositiesnelheid van een verontreinigende stof;
|
||||
|
||||
|
|
@ -994,13 +1004,15 @@ In deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen met betrekkin
|
|||
|
||||
*plandrempel*: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan een planmatige aanpak van de luchtverontreiniging noodzakelijk is;
|
||||
|
||||
*richtwaarde*: kwaliteitsniveau dat zoveel mogelijk moet zijn bereikt en dat, waar aanwezig, zoveel mogelijk moet worden instandgehouden;
|
||||
*richtwaarde*: kwaliteitsniveau dat is vastgesteld met het doel om schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat voor zover mogelijk binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt;
|
||||
|
||||
*stikstofoxiden*: het totale aantal volumedelen stikstofmonoxide en stikstofdioxide per miljard volumedelen, uitgedrukt in microgrammen stikstofdioxide per m^3;
|
||||
|
||||
*uurgemiddelde concentratie*: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt in microgram per m^3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
|
||||
|
||||
*verontreinigende stoffen*: vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, niet zijnde splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als bedoeld in de Kernenergiewet, die op zichzelf dan wel tezamen of in verbinding met andere stoffen nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken;
|
||||
*vaststellen van het kwaliteitsniveau:* door middel van meting of berekening bepalen of prognosticeren van de concentratie van een verontreinigende stof in de buitenlucht of van de depositie van die stof;
|
||||
|
||||
*verontreinigende stof:* stof die zich in de lucht bevindt en die waarschijnlijk schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel heeft;
|
||||
|
||||
*vierentwintig-uurgemiddelde concentratie*: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over het tijdvak van 0.00 uur tot 24.00 uur Midden-Europese-Tijd, uitgedrukt in microgram per m^3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM_10);
|
||||
|
||||
|
|
@ -1008,7 +1020,9 @@ In deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen met betrekkin
|
|||
|
||||
*zone*: gedeelte van het Nederlandse grondgebied;
|
||||
|
||||
*zwevende deeltjes (PM10)*: in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aërodynamische diameter van 10 micrometer.
|
||||
*zwevende deeltjes (PM10)*: in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aërodynamische diameter van 10 micrometer;
|
||||
|
||||
*zwevende deeltjes (PM2,5):* in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aerodynamische diameter van 2,5 micrometer.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 1.1, eerste lid, wordt in deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen onder *stoffen* verstaan: chemische elementen en hun verbindingen, zoals deze voorkomen in de natuur of door toedoen van de mens worden voortgebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1016,13 +1030,15 @@ In deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen met betrekkin
|
|||
|
||||
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2009/158.
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien wijziging van deze titel, bijlage 2 of de op deze titel berustende bepalingen wenselijk is ter uitvoering van een richtlijn van de Raad van de Europese Unie betreffende de kwaliteit van de buitenlucht, kan Onze Minister, gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, een tijdelijke regeling vaststellen, die voor zover daarbij is aangegeven in de plaats treedt van deze titel, bijlage 2 of de op deze titel berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
**2.** Binnen achttien maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van die regeling wordt een voorstel van wet van gelijke strekking aanhangig gemaakt bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.2.2. Plannen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.9
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders stellen in de in bijlage 2 aangegeven gevallen waarin een plandrempel wordt overschreden een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze en door middel van welke maatregelen voldaan zal worden aan de desbetreffende in de bijlage genoemde grenswaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Zij dragen zorg voor de uitvoering van het plan.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders stellen in de in bijlage 2, voorschrift 13.1, aangegeven gevallen waarin een plandrempel wordt overschreden een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze en door middel van welke maatregelen voldaan zal worden aan de desbetreffende in de bijlage genoemde grenswaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Zij dragen zorg voor de uitvoering van het plan.
|
||||
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1036,31 +1052,27 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 5.10
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt in de in bijlage 2 aangegeven gevallen een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze, met inzet van proportionele maatregelen, zoveel mogelijk voldaan zal worden aan een in die bijlage genoemde richtwaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Onze Minister draagt zorg voor de uitvoering van het plan.
|
||||
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
|
||||
**3.** Een plan als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld voor 1 december van het tweede jaar volgend op de periode waarover de overschrijding van de richtwaarde met inachtneming van de krachtens artikel 5.20 gestelde regels is vastgesteld en gerapporteerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.11
|
||||
|
||||
**1.** Een plan als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, of 5.10, eerste lid, bevat ten minste de gegevens, bedoeld in bijlage IV van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit.
|
||||
**1.** Een plan als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, bevat ten minste de gegevens, bedoeld in bijlage XV, deel A, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
|
||||
|
||||
**2.** Een wijziging van bijlage IV van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit geldt voor de toepassing van het eerste lid met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven en heeft geen betrekking op een vóór die dag vastgesteld plan, tenzij uit de desbetreffende wijziging anders volgt.
|
||||
**2.** Een wijziging van bijlage XV, deel A, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit geldt voor de toepassing van het eerste lid met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven en heeft geen betrekking op een vóór die dag vastgesteld plan, tenzij uit de desbetreffende wijziging anders volgt.
|
||||
|
||||
**3.** Voor gevallen waarin ingevolge artikel 5.9, eerste lid, of 5.10, eerste lid, voor meer dan één stof een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd, draagt het betrokken bestuursorgaan zorg voor één plan voor de desbetreffende stoffen. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Voor gevallen waarin ingevolge artikel 5.9, eerste lid, 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, voor meer dan één stof een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd, draagt het betrokken bestuursorgaan zorg voor één plan voor de desbetreffende stoffen. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.2.3. Nationaal programma en overige programma's
|
||||
|
||||
### Artikel 5.12
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met betrekking tot een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde die op of na het daarbij behorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, een programma vast dat gericht is op het bereiken van die grenswaarde. Het programma heeft betrekking op een daarbij aan te geven periode van vijf jaar.
|
||||
**1.** Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, met betrekking tot een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde die op of na het daarbij behorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, een programma vast dat gericht is op het bereiken van die grenswaarde. Het programma heeft betrekking op een daarbij aan te geven periode van vijf jaar.
|
||||
|
||||
**2.** In het programma, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste genoemd of beschreven de gedurende de in dat lid bedoelde periode door een of meer bestuursorganen van het Rijk te treffen generieke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit en de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden één of meer gebieden aangewezen met betrekking waartoe, na overleg met de betrokken bestuursorganen, het in het eerste lid bedoelde programma tevens omvat:
|
||||
Met betrekking tot één of meer in het programma, bedoeld in het eerste lid, aangewezen gebieden omvat het programma, na overleg met de betrokken bestuursorganen, tevens:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de in de buitenlucht aanwezige concentraties verontreinigende stoffen en de autonome ontwikkeling daarvan boven het desbetreffende gebied, op basis van de laatst beschikbare gegevens met betrekking tot die concentraties, alsmede een beschrijving van de oorzaken van een overschrijding of dreigende overschrijding van de desbetreffende grenswaarde;
|
||||
b. indien op het moment van vaststelling van het programma op één of meer plaatsen binnen een aangewezen gebied een geldende grenswaarde wordt overschreden: een overzicht van alle redelijkerwijs, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, door de betrokken bestuursorganen te treffen maatregelen die bijdragen aan de verwezenlijking van beleid dat erop gericht is die grenswaarde te bereiken, de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit alsmede het tijdstip waarop die grenswaarde naar verwachting zal zijn bereikt;
|
||||
|
|
@ -1068,6 +1080,8 @@ c. een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het desbetreffende gebied
|
|||
d. een beschrijving van de door de bestuursorganen, die daartoe in het programma zijn aangewezen, te treffen overige maatregelen dan bedoeld onder b, die samenhangen met de onder c bedoelde ontwikkelingen of besluiten en die gericht zijn op het bereiken van de grenswaarde of grenswaarden in de betreffende gebieden, alsmede de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit;
|
||||
e. een prognose van de ontwikkeling van de onder a bedoelde concentraties, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, met dien verstande dat daarbij tevens wordt aangegeven hoeveel eerder als gevolg van de maatregelen, bedoeld onder b en d, en rekening houdend met de effecten van de verwachte ontwikkelingen en besluiten, bedoeld onder c, een grenswaarde in het betreffende gebied wordt bereikt dan overeenkomstig de autonome ontwikkeling, bedoeld onder a, naar verwachting het geval zou zijn.
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van uitvoering van de onderdelen a tot en met e en van het vierde en zesde lid, met inbegrip van daarbij te hanteren uitgangspunten en criteria.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij het beschrijven van:
|
||||
|
|
@ -1075,7 +1089,14 @@ Bij het beschrijven van:
|
|||
a. de autonome ontwikkeling, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt mede in aanmerking genomen het gesommeerde effect van de uitoefening van bevoegdheden en de toepassing van wettelijke voorschriften die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen plaatsvinden en die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen;
|
||||
b. de effecten van de maatregelen, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen de effecten van sinds 1 januari 2005 ter verbetering van de luchtkwaliteit ingevoerde maatregelen mede in aanmerking worden genomen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de regeling, bedoeld in het derde lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de coördinatie van de uitvoering van het derde en zesde lid.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In een programma als bedoeld in het eerste lid worden geen besluiten als bedoeld in het derde lid, onder c, opgenomen, indien het aannemelijk is dat deze een overschrijding of verdere overschrijding van een geldende grenswaarde tot gevolg hebben op het tijdstip waarop, met toepassing van:
|
||||
|
||||
a. uitstel als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit, van de tijdstippen waarop aan de in bijlage 2 opgenomen grenswaarden voor stikstofdioxide of benzeen moet worden voldaan,
|
||||
b. vrijstelling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit, van de verplichting om aan de in bijlage 2 opgenomen grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM_10) te voldoen,
|
||||
|
||||
ingevolge die richtlijn aan de desbetreffende grenswaarde moet worden voldaan.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1092,21 +1113,21 @@ b. met elkaar, vanwege de daarin opgenomen ontwikkelingen, voorgenomen besluiten
|
|||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het programma, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve wijzigen indien naar zijn oordeel:
|
||||
Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het programma, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve wijzigen indien naar zijn oordeel:
|
||||
|
||||
a. uit de rapportages, bedoeld in artikel 5.14, naar voren komt dat de in dat programma opgenomen gegevens omtrent de effecten op de luchtkwaliteit van in het programma genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, niet of niet langer in redelijkheid kunnen worden gehanteerd bij de uitoefening van de in artikel 5.16, eerste lid, aanhef en onder c of d, juncto het tweede lid van dat artikel, bedoelde bevoegdheden en de toepassing van de daar bedoelde wettelijke voorschriften;
|
||||
b. het programma, de periode waarop het betrekking heeft of de daarin genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen om andere redenen wijziging behoeven.
|
||||
|
||||
Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**11.** De in het negende lid bedoelde plicht tot tijdige uitvoering van maatregelen blijft van kracht totdat die uitvoering of verdere uitvoering naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, niet langer vereist is om een grenswaarde te bereiken of daaraan te blijven voldoen.
|
||||
**11.** De in het negende lid bedoelde plicht tot tijdige uitvoering van maatregelen blijft van kracht totdat die uitvoering of verdere uitvoering naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, niet langer vereist is om een grenswaarde te bereiken of daaraan te blijven voldoen.
|
||||
|
||||
**12.**
|
||||
|
||||
Binnen een krachtens het derde lid aangewezen gebied kunnen bestuursorganen die het aangaat, na een daartoe strekkende melding aan Onze Minister:
|
||||
Binnen een een gebied als bedoeld in het derde lid kunnen bestuursorganen die het aangaat, na een daartoe strekkende melding aan Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. een of meer in het programma genoemde of beschreven maatregelen of voorgenomen besluiten vervangen door een of meer andere maatregelen of voorgenomen besluiten,
|
||||
b. een of meer extra maatregelen of extra voorgenomen besluiten aan het programma toevoegen, indien bij de betreffende melding aannemelijk wordt gemaakt dat die andere of extra maatregelen of besluiten per saldo een vergelijkbaar of positiever effect op de luchtkwaliteit hebben. Bij de melding wordt aangegeven welke maatregelen dan wel besluiten het betreft, welke samenhang er tussen die maatregelen en besluiten is en op welke termijn deze worden getroffen of genomen en worden de effecten op de luchtkwaliteit met overeenkomstige toepassing van artikel 5.19 aangegeven. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
b. een of meer extra maatregelen of extra voorgenomen besluiten aan het programma toevoegen, indien bij de betreffende melding aannemelijk wordt gemaakt dat die andere of extra maatregelen of besluiten per saldo een vergelijkbaar of positiever effect op de luchtkwaliteit hebben. Bij de melding wordt aangegeven welke maatregelen dan wel besluiten het betreft, welke samenhang er tussen die maatregelen en besluiten is en op welke termijn deze worden getroffen of genomen en worden de effecten op de luchtkwaliteit met toepassing van de artikelen 5.19 en 5.20 en de daarop berustende bepalingen aangegeven. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**13.** De bij de melding, bedoeld in het twaalfde lid, aangegeven wijziging of wijzigingen behoeven de instemming van Onze Minister. Onze Minister beslist hieromtrent binnen zes weken na ontvangst van de melding. De instemming is van rechtswege gegeven indien Onze Minister niet binnen de genoemde termijn een beslissing heeft genomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1114,7 +1135,7 @@ b. een of meer extra maatregelen of extra voorgenomen besluiten aan het programm
|
|||
|
||||
### Artikel 5.12a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Indien op of na het daarbij behorende tijdstip niet wordt voldaan of dreigt te worden voldaan aan de blootstellingsconcentratieverplichting, opgenomen in voorschrift 4.6 van bijlage 2, draagt Onze Minister zorg voor het nemen van maatregelen waardoor aan die verplichting wordt voldaan. Deze maatregelen kunnen deel uitmaken van het programma, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -1134,49 +1155,39 @@ De daartoe in een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, ee
|
|||
|
||||
### Artikel 5.15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, wordt afgestemd met andere bij of krachtens wettelijk voorschrift vast te stellen of vastgestelde plannen;
|
||||
b. de voorbereiding, vormgeving, inhoud en uitvoering van een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid;
|
||||
c. de verslaglegging, bedoeld in artikel 5.14.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot methoden of criteria aan de hand waarvan:
|
||||
|
||||
a. het bereiken van de grenswaarden, bedoeld in artikel 5.12, eerste of derde lid, of 5.13, eerste, derde of vijfde lid, wordt bepaald, of
|
||||
b. de effecten van ontwikkelingen, besluiten en maatregelen als bedoeld in artikel 5.12, tweede of derde lid, of 5.13, derde lid, in samenhang worden bepaald.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.2.4. Uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften
|
||||
|
||||
### Artikel 5.16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bestuursorganen kunnen de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden of de daar bedoelde wettelijke voorschriften, waarvan de uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, uitoefenen dan wel toepassen:
|
||||
Bestuursorganen maken bij de uitoefening van een in het tweede lid bedoelde bevoegdheid of toepassing van een daar bedoeld wettelijk voorschrift, welke uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, gebruik van een of meer van de volgende gronden en maken daarbij aannemelijk:
|
||||
|
||||
a. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing aannemelijk is gemaakt dat die uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet leidt tot het overschrijden, of tot het op of na het tijdstip van ingang waarschijnlijk overschrijden, van een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde;
|
||||
b. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing, met inachtneming van het vijfde lid en de krachtens dat lid gestelde regels, aannemelijk is gemaakt dat:
|
||||
a. dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet leidt tot het overschrijden, of tot het op of na het tijdstip van ingang waarschijnlijk overschrijden, van een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde;
|
||||
b. dat, met inachtneming van het vierde lid en de krachtens dat lid gestelde regels:
|
||||
|
||||
1°. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van die uitoefening of toepassing per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of
|
||||
2°. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert;
|
||||
c. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing aannemelijk is gemaakt dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen;
|
||||
d. hetzij indien een uitoefening dan wel toepassing is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, een ontwikkeling of voorgenomen besluit welke is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een op grond van artikel 5.12, eerste lid, of artikel 5.13, eerste lid, vastgesteld programma.
|
||||
c. dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen;
|
||||
d. dat een uitoefening dan wel toepassing is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, een ontwikkeling of voorgenomen besluit welke is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een op grond van artikel 5.12, eerste lid, of artikel 5.13, eerste lid, vastgesteld programma.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden of wettelijke voorschriften zijn de bevoegdheden en wettelijke voorschriften, bedoeld in:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 1.2, 4.15a, 4.16, 7.27, 7.35, 7.42, 8.2, 8.8, 8.11, derde lid, 8.40, eerste lid;
|
||||
b. de artikelen 13, 16, 43, 48 en 53 van de Wet inzake de luchtverontreiniging;
|
||||
c. de artikelen 2.1, 2.2, 2.3, 3.1, 3.10, 3.22, 3.23, 3.26, 3.27, 3.28, 3.29, 3.30, 3.33, 3.35, 3.38, 3.40, 3.41, 3.42, 4.1, 4.2, 4.3 en 4.4 van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
a. de artikelen 1.2, 7.27, 7.35, 7.42, 8.2 en 8.40, eerste lid;
|
||||
b. de artikelen 13 en 16 van de Wet inzake de luchtverontreiniging;
|
||||
c. de artikelen 3.1, 3.10, 3.22, 3.26, 3.27, 3.28 en 3.29 van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
d. artikel 15 van de Tracéwet;
|
||||
e. de artikelen 2, 5 en 8 van de Planwet verkeer en vervoer;
|
||||
f. artikel 9 van de Spoedwet wegverbreding.
|
||||
e. artikel 9 van de Spoedwet wegverbreding.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een onverwijlde wijziging of aanvulling van de in het tweede lid, onder a tot en met g, genoemde artikelen noodzakelijk is kan dat bij tijdelijke ministeriële regeling plaatsvinden, die voor zover daarbij is aangegeven in de plaats treedt van de daarbij genoemde artikelen. Artikel 5.8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Bij de uitoefening van een bevoegdheid of toepassing van een wettelijk voorschrift als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c of d, gedurende de periode waar een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, betrekking op heeft, vindt met betrekking tot de effecten van de desbetreffende ontwikkeling of het desbetreffende besluit op de luchtkwaliteit geen afzonderlijke beoordeling van de luchtkwaliteit plaats voor een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde voor die periode, noch voor enig jaar daarna.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het in betekenende mate bijdragen als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, waaronder begrepen het aanwijzen van categorieën van gevallen die in ieder geval al dan niet in betekenende mate bijdragen in de daar bedoelde zin.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1201,51 +1212,60 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.17
|
||||
|
||||
**1.** De bestuursorganen die het aangaat houden bij de uitoefening van bevoegdheden dan wel bij de toepassing van wettelijke voorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit rekening met de in bijlage 2 opgenomen richtwaarden en treffen maatregelen om zoveel mogelijk aan die richtwaarden te voldoen.
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bestuursorganen stellen alle nodige maatregelen vast, gericht op het voor zover mogelijk bereiken van een in bijlage 2 opgenomen richtwaarde binnen de daarvoor gestelde termijn. Deze maatregelen kunnen deel uitmaken van een plan of programma als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, dan wel van een ander plan of programma.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
|
||||
**2.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de in dat lid bedoelde maatregelen, waartoe in elk geval behoren regels omtrent de aard van die maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.18
|
||||
|
||||
**1.** De commissaris van de Koningin doet van een overschrijding van een in bijlage 2 genoemde alarmdrempel of informatiedrempel in zijn provincie zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek.
|
||||
**1.** De commissaris van de Koningin doet van een overschrijding van een in bijlage 2 genoemde alarmdrempel of informatiedrempel in zijn provincie zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek. Wanneer overschrijding van een informatiedrempel of alarmdrempel voorkomt in samenhang met overschrijding van een in bijlage 2 genoemde grenswaarde voor een andere verontreinigende stof in de buitenlucht, doet de commissaris van de Koningin tevens mededeling van laatstbedoelde overschrijding.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde mededeling en de daarbij aan het publiek te verstrekken gegevens alsmede met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 7, derde lid, van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde mededeling en de daarbij aan het publiek te verstrekken gegevens alsmede met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 24 van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 48, derde lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.2.5. Vaststelling van het kwaliteitsniveau
|
||||
#### Paragraaf 5.2.5. Beoordeling van de luchtkwaliteit
|
||||
|
||||
### Artikel 5.19
|
||||
|
||||
**1.** De daartoe krachtens artikel 5.20, eerste lid, onder b, aangewezen bestuursorganen stellen het kwaliteitsniveau met betrekking tot de in bijlage 2 genoemde stoffen vast met behulp van metingen of berekeningen.
|
||||
**1.** Het beoordelen van de luchtkwaliteit vindt overeenkomstig de bij of krachtens deze paragraaf gestelde regels plaats in alle agglomeraties en zones, aangewezen krachtens artikel 5.22.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau, bedoeld in het eerste lid, worden als concentraties van verontreinigende stoffen in beschouwing genomen: stoffen, die direct of indirect door de mens in de lucht worden gebracht en die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de mens of het milieu in zijn geheel.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau, bedoeld in het eerste lid, worden concentraties van zwevende deeltjes (PM_10), die veroorzaakt worden door natuurverschijnselen, buiten beschouwing gelaten.
|
||||
In afwijking van het eerste lid vindt op de volgende locaties geen beoordeling van de luchtkwaliteit plaats met betrekking tot luchtkwaliteitseisen voor de bescherming van de gezondheid van de mens, opgenomen in bijlage 2:
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten doen aan gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze Minister, schriftelijk verslag van de uitkomsten van de op grond van het eerste lid verrichte metingen of berekeningen.
|
||||
a. locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben en waar geen vaste bewoning is;
|
||||
b. terreinen waarop een of meer inrichtingen zijn gelegen, waar bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op arbeidsplaatsen als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, van toepassing zijn;
|
||||
c. de rijbaan van wegen en de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het tweede en derde lid.
|
||||
**3.** Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau worden bij het bepalen van de concentraties verontreinigende stoffen de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen, na afzonderlijk te zijn bepaald, meegerekend.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van het derde lid wordt onder natuurverschijnselen verstaan: seismische activiteit, spontane branden, stormen, atmosferische resuspensie en verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge gebieden, die een significante verhoging van de normale achtergrondconcentraties van natuurlijke oorsprong ten gevolge hebben.
|
||||
**4.** Bij het bepalen van de mate waarin een vastgesteld kwaliteitsniveau voldoet aan een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde worden, indien dat kwaliteitsniveau hoger is dan die grenswaarde, de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen steeds in aftrek gebracht.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld indien noodzakelijk voor een juiste uitvoering van het eerste tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.20
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van deze titel regels gesteld met betrekking tot:
|
||||
Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van deze titel, bijlage 2 en de op deze titel berustende bepalingen regels gesteld ten aanzien van het beoordelen van de luchtkwaliteit met betrekking tot de in bijlage 2 genoemde stoffen, waartoe in elk geval kunnen behoren regels omtrent:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop en de frequentie waarmee het kwaliteitsniveau gemeten of berekend wordt,
|
||||
b. de voor de onder a bedoelde metingen en berekeningen verantwoordelijke bestuursorganen,
|
||||
c. de wijze van bekostiging van de onder a bedoelde metingen en berekeningen,
|
||||
d. de wijze en het tijdstip waarop verslag wordt gedaan van de uitkomsten van de onder a bedoelde metingen en berekeningen en de in het verslag op te nemen gegevens,
|
||||
e. de wijze waarop de effecten en kwaliteitsniveaus, bedoeld in de artikelen 5.12, tweede en derde lid, en 5.16, eerste lid, worden berekend.
|
||||
a. de voor beoordeling van de luchtkwaliteit verantwoordelijke bestuursorganen;
|
||||
b. de wijze waarop en de frequentie waarmee de luchtkwaliteit wordt beoordeeld, met inbegrip van de locaties waar de luchtkwaliteit wordt beoordeeld, en de te gebruiken gegevens;
|
||||
c. de wijze waarop en de frequentie waarmee het kwaliteitsniveau gemeten of berekend wordt;
|
||||
d. de wijze van bekostiging van de metingen en berekeningen;
|
||||
e. de wijze en het tijdstip waarop verslag wordt gedaan van beoordeling van de luchtkwaliteit en de in het verslag op te nemen gegevens;
|
||||
f. de wijze waarop het bereiken van de grenswaarden, bedoeld in de artikelen 5.12 of 5.13 wordt vastgesteld;
|
||||
g. de wijze waarop de effecten van ontwikkelingen, besluiten en maatregelen als bedoeld in deze titel afzonderlijk en in samenhang worden bepaald en daarbij te gebruiken gegevens;
|
||||
h. de wijze waarop de autonome ontwikkeling als bedoeld in deze titel wordt bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het gebruik van daarbij aangewezen gegevens of van daarbij aangewezen methoden voor het meten of berekenen van het kwaliteitsniveau uitsluitend is toegestaan na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister.
|
||||
**2.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat daarbij aangewezen regels van toepassing zijn dan wel buiten toepassing blijven in daarbij genoemde gevallen.
|
||||
|
||||
**3.** De goedkeuring, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden of ingetrokken indien het gebruik van de betreffende gegevens of methoden naar het oordeel van Onze Minister niet of niet langer leidt tot een voldoende nauwkeurige of betrouwbare weergave van het kwaliteitsniveau en andere, met het oog daarop meer geschikte gegevens of methoden beschikbaar zijn.
|
||||
**3.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het gebruik van andere dan de daarin genoemde methoden voor de beoordeling van de luchtkwaliteit of voor het bepalen van effecten of het gebruik van andere dan daarin genoemde gegevens niet is toegestaan dan na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de goedkeuring kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. Deze kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.
|
||||
**4.** De goedkeuring, bedoeld in het derde lid, kan worden onthouden of ingetrokken indien het gebruik van de betreffende methode of gegevens naar het oordeel van Onze Minister niet, of niet langer, leidt tot een voldoende nauwkeurige of betrouwbare beoordeling van de luchtkwaliteit of bepaling van effecten en daarvoor meer geschikte methoden of gegevens beschikbaar zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Aan de goedkeuring kunnen voorwaarden of beperkingen worden verbonden. Deze kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.21
|
||||
|
||||
|
|
@ -1266,9 +1286,9 @@ b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen.
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister overweegt ten minste eenmaal in de vijf jaar in hoeverre de aanwijzing van zones en agglomeraties, bedoeld in het eerste lid, wijziging behoeft.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt op basis van de aanwijzing van zones en agglomeraties en de resultaten van de metingen en berekeningen, bedoeld in het eerste lid, lijsten als bedoeld in artikel 8 van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit vast, alsmede lijsten als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 van richtlijn nr. 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 februari 2002 betreffende ozon in de lucht (PgEG L 67) en artikel 3 van richtlijn nr. 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (PbEG L23).
|
||||
**3.** Onze Minister stelt op basis van de aanwijzing van zones en agglomeraties, bedoeld in het eerste lid, en de resultaten van de metingen en berekeningen, bedoeld in dat lid, lijsten vast als bedoeld in artikel 27 van de EG-richtlijn luchtkwaliteit en artikel 3 van richtlijn nr. 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (PbEG L 23).
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.2.6. Handhaving
|
||||
#### Paragraaf 5.2.6. Handhaving en internationale samenwerking
|
||||
|
||||
### Artikel 5.23
|
||||
|
||||
|
|
@ -1282,7 +1302,9 @@ b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.24
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Onze Minister is belast met de organisatie van de samenwerking met andere lidstaten en met de Commissie van de Europese Gemeenschappen, ter uitvoering van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de samenwerking, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Milieuzonering
|
||||
|
||||
|
|
@ -6394,7 +6416,8 @@ a. inzake een milieubeleidsplan, genomen krachtens de artikelen 4.3, 4.6, 4.9, 4
|
|||
b. inzake een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, of een instemming als bedoeld in artikel 5.12, dertiende lid;
|
||||
c. inzake een afvalbeheersplan, genomen krachtens artikel 10.3;
|
||||
d. inzake een nationaal toewijzingsplan, genomen krachtens artikel 16.23, eerste lid;
|
||||
e. inzake de toewijzing van broeikasgasemissierechten, genomen krachtens artikel 16.29, eerste lid, met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke inrichting.
|
||||
e. inzake de toewijzing van broeikasgasemissierechten, genomen krachtens artikel 16.29, eerste lid, met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke inrichting;
|
||||
f. houdende een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue